Uitvoeringsprogramma VTH 2021
Tekst van het document
Ook vestigen zij zich nogal eens op een camping of recreatiepark, waar bewoning sowieso niet is toegestaan. Voor 2020 was toezicht en handhaving op dit onderdeel als speerpunt aangewezen. Het gaat dan om onrechtmatige bewoning. Voor 2021 is de capaciteit op dit onderdeel verhoogd naar aanleiding van het in november 2021 vastgestelde beleid hierop. Er worden hiervoor 200 uren extra ingezet. Deze uren zijn meegenomen in de begroting voor 2021. 19
Taakstelling toezicht gebruiksfase Taakstelling Buitengebied en kernen
Recreatieterrein
Problematiek Strijdig gebruik / bouwen zonder of in afwijking van vergunning Permanente bewoning recreatiewoningen
Gebieden Handhavingscontroles gebruiksfase Handhavingscontroles permanente bewoning Handhavingsdagen (BIT-acties)
Tijdsbesteding Doorlopend tijdens reguliere controles Projectmatig
Tijdsbesteding toezicht 400 uur (100 x 4 uur) 200 uur 350 uur
Taakstelling juridische ondersteuning Verwacht wordt dat jaarlijks 30 handhavingszaken (750 uur) behandeld zullen worden. Handhavingszaken in het kader van de ruimtelijke ordening in combinatie met de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (de Wabo) zijn vaak wat complexer en vergen in de praktijk meestal veel tijd. Er is daarom uitgegaan van gemiddeld 25 uur per handhavingszaak in plaats van 20 uur.
4.7
APV en bijzondere wetten
Doelstelling Doelen
Indicatoren
Inzicht in de veiligheid bij horecabedrijven Borging van de veiligheid van evenementen Voorkomen van parkeeroverlast Zorgdragen voor een goede verkeersveiligheid Terugdringen overlast hondenpoep Actieve handhaving afval en zwerfvuil Aantal geplande en uitgevoerde controles Aantal en aard van sancties (bestuurlijk/ strafrechtelijk) Aard van en aantal geconstateerde overtredingen per taakveld
De APV bevat verbodsbepalingen, al dan niet met de mogelijkheid tot vergunning of ontheffing. De hoogste prioriteit hebben de evenementen, foutief parkeren en verkeersveiligheid. Voor wat betreft de horeca zal het accent liggen op de actualiteit van de drank- en horecavergunning en de leeftijdsgrenzen alcoholgebruik. Tijdens evenementen zal primair worden gecontroleerd op veiligheid door de brandweer. De handhaving van overige APV-voorschriften vindt voor het overgrote deel plaats na klachten en meldingen. De BOA behandelt deze en controleert verder actief op foutief parkeren, het illegaal dumpen van afval, evenementen, overhangend groen en hondenpoep. Verder zal in 2020 ook het aspect verkeersveiligheid onderdeel blijven van de werkzaamheden van de BOA. Voor wat betreft de snelheid is dit dan wel hoofdzakelijk een signaalfunctie, de handhaving van snelheidsovertredingen is namelijk in handen van de politie. De BOA kan natuurlijk wel handhaven op bijvoorbeeld fout parkeren en verkeersgedrag niet gemotoriseerd verkeer. Taakstelling BOA en BRP-controleur Taakstelling Horeca APV/Evenementen Verkeer(s-veiligheid)/ parkeren Landelijk onderzoek adreskwaliteit (BRPonderzoek) Ordeverstorende jeugd Hondenoverlast Zwerafval/inzameling afval Illegaal plakken en graffiti Kappen en inritten en rioolaansluitingen
Periodieke controles Aantal Uren 30 90 50 200 60 250 125 1388 200 60 300 40 25
800 200 600 80 75 20
Algemene werkzaamheden waaronder overleg, afstemming, voorlichting Klachten en meldingen Overige verzoektaken (o.a. corona) Totaal
110
550
210 onbekend
420 135 4788
Opiumwet Dan zijn er nog wat ontwikkelingen op het gebied van het Damocles-beleid. Het Damocles beleid is in 2019 opnieuw aangescherpt. Uit recente uitspraken van de rechtbank blijkt echter dat er steeds meer aan motivatie en onderbouwing wordt gevraagd in sluitingsbesluiten. Dergelijke zaken vergen dus meer tijd qua voorbereiding en uitvoering. Daarnaast worden steeds vaker hennepkwekerijen en/of harddrugs in woningen of loodsen ontdekt. Wet aanpak woonoverlast Op 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in werking getreden. Met deze wet hebben gemeenten een aanvullend instrument gekregen om woonoverlast effectiever aan te pakken. Burgemeesters hebben namelijk de bevoegdheid gekregen om aan veroorzakers van woonoverlast in het uiterste geval een specifieke gedragsaanwijzing op te leggen. De gedragsaanwijzing kan bijvoorbeeld inhouden dat een hond moet worden gemuilkorfd of geen luide muziek mag worden gedraaid. De burgemeester beschikt pas over de bevoegdheid om een gedragsaanwijzing te geven als dit in een gemeentelijke verordening (APV) mogelijk wordt gemaakt. Het is de bedoeling om in 2020 nader te onderzoeken of we van dit instrument gebruik willen gaan maken. Taakstelling juridische ondersteuning Verwacht wordt dat wat betreft APV en bijzondere wetten jaarlijks 30 handhavingszaken behandeld zullen worden.
Dit aantal is inclusief de handhaving op grond van de Opiumwet (Damoclesbeleid). Dit betekent dat we ook in 2020 handhavend optreden wanneer er in een pand sprake is van hennepteelt of andere vormen van drugsproductie en/of verkoop. Taakstelling Bestuursrechtelijke handhaving Ten aanzien van de taakstelling betekent dit dat jaarlijks 600 uur wordt begroot voor de juridische afhandeling van handhavingszaken (gemiddeld ongeveer 20 uur per dossier).
4.8
Klachten
De gemeente Gilze en Rijen streeft er naar om alle klachten en meldingen doelmatig te behandelen. Om de klacht/meldingsbereidheid zo hoog mogelijk te maken zijn er diverse manieren om een klacht/melding in te kunnen dienen. Klachten van burgers kunnen worden ingediend via info@gilzerijen.nl) of in de BuitenBeter app. Daarnaast is het ook ogelijk ia het t ittera ou t a de Boa s ee kla ht of eldi g te doe . Alle ge oe de syste e worden dagelijks geraadpleegd. De binnengekomen klachten/meldingen worden doorgezet naar de behandelende afdeling. De klachten gaan onder andere over zwerfafval, verkeerd geparkeerde auto s en strijdige situaties. De meeste klachten en meldingen orde door de BOA s afgeha deld. De Boa s zij ook i de avonden en weekenden werkzaam, zodat ook dan klachten en meldingen kunnen worden afgehandeld. Voor calamiteiten buiten de werktijden is een storingsnummer beschikbaar. De klachten en meldingen worden geregistreerd in het zaaksysteem (Green Valley) van de gemeente.
21
4.9
Urenraming werkzaamheden
De gemeente Gilze en Rijen beschikt voor toezicht en handhaving over een uitvoeringscapaciteit van 12525 uur (9 fte s oor de realisatie a het erkprogra a. Voor de uit oeri g a het erkprogra a ordt gekoze voor een combinatie van uitvoering binnen de eigen organisatie en het inhuren van externe ondersteuning. Inhuur van externen is voor wat betreft het cluster handhaving beperkt tot inhuur voor omvangrijke handhavingszaken en op het cluster toezicht is dit beperkt tot inhuur voor controles die de toezichthouder zelf niet kan verrichten. Verder doet de OMWB de toezicht en handhaving voor wat betreft milieukwesties. Door middel van onderstaande planningen per soort medewerker wordt inzicht gegeven in de wijze van realisatie van het werkprogramma. Taakstelling Coördinator
Interne uren
Coördinator toezicht en handhaving Totaal
672 672
Taakstelling Overlastregisseur
Interne uren
Overlastregisseur Totaal
1388 1388
Taakstelling Toezichthoudend medewerker Bouwen en Wonen
Interne uren
Controles bouwen (inclusief handhavingscontroles bouwen) Handhavingscontroles gebruiksfase Handhavingscontroles permanente bewoning Handhavingsdagen (op thema) Algemene werkzaamheden (incl. invoering Omgevingswet) Totaal
930 400 200 350 896 2776
Taakstelling Juridisch beleidsmedewerker
Interne uren
Juridische werkzaamheden milieu Juridische werkzaamheden realisatiefase Juridische werkzaamheden gebruiksfase APV en bijzondere wetten Procesgerichte activiteiten (o.a. uitvoeringsprogramma, jaarverslag, beleid, invoering Omgevingswet) Interne afstemming, voorlichting burgers en regionale samenwerking Subtotaal Permanente bewoning recreatiewoningen Totaal
28 500 750 600 320
Taakstelling BOA en BRP controleur
Interne uren
Toezicht en klachten van evenementen, verkeer, groen en APV/milieu BRP-controles Totaal
3400
245 2443 458 2901
1388 4788
Borging van middelen In artikel 7.5 van de BOR wordt aangegeven dat de middelen van de uitvoering inzichtelijk moeten worden gemaakt en geborgd moeten worden. Alle activiteiten die wij het komende jaar gaan uitvoeren zoals beschreven in dit uitvoeringsprogramma om de doelstellingen uit het beleidsplan VTH 2020-2024 te behalen, vallen binnen de middelen die zijn opgenomen in de begroting van 2021. Als blijkt dat de middelen niet toereikend zijn kunnen ze in de 1e of 2e tussentijdse rapportage bijgesteld worden of wordt het uitvoeringsprogramma aangepast.
22
5 Procesgerichte taken Ook in de komende jaren wordt kwaliteitsmanagement één van de belangrijkste pijlers in het kader van de uitvoering van vergunningverlening en handhaving.
5.1
Borging van kwaliteit en voortgang uitvoeringsprogramma
Kwaliteitsmanagement is een middel om constante verbetering van handhavings-, toezichts- en vergunningverleningsactiviteiten te bereiken. Hiermee zullen de prestaties en het vermogen van de organisatie over de gehele linie in stand gehouden en verbeterd worden. Kwaliteitsmanagement heeft de volgende doelstellingen: Uniformiteit in de uitvoering van activiteiten op gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hierdoor wordt eenzelfde hoge kwaliteit gewaarborgd. Een betere controle op de uitvoering van taken. Efficiënte en effectieve overdracht tussen de medewerkers onderling. Het duidelijk in kaart brengen en vastleggen van de werkprocessen en verantwoordelijkheden in de bedrijfsvoering. Activiteiten Opstellen beleidsplan, uitvoeringsprogramma, jaarverslag Monitoring handhaving en Omgevingswet Totaal
5.2
Begrote uren 120 200 320
Afstemming/Voorlichting/Regionale samenwerking
Interne afstemming Interne afstemming binnen de eigen organisatie is van wezenlijk belang. De handhavingsjuristen hebben regelmatig overleg met verschillende toezi hthouders i e de ers hille de lusters, de ollega s a Ruimtelijke Ordening en de algemene juristen. Tussen vergunningverleners en toezichthouders vindt regelmatig overleg plaats, vooral in gevallen waar sprake is van een vergunningaanvraag. Daarnaast vindt in bijzondere gevallen, informatie-uitwisseling plaats, ter voorbereiding van een controle. Voor specifieke controles, zoals recreatie, wordt overleg gepleegd met andere domeinen (met name sociaal domein) en/of clusters (bijv. financiën en GEO). Via onder andere portefeuillehoudersoverleggen vindt er natuurlijk ook regelmatig overleg/afstemming plaats met de burgemeester als verantwoordelijk portefeuillehouder. Externe afstemming In het VTH beleidsplan 2020-2024 komt de afstemming met externe partijen ruimschoots aan bod. Wij verwijzen dan ook naar het VTH beleidsplan. Afstemming met deze partners is opgenomen in de urenplanning onder algemeen. Hier worden geen aparte uren voor geraamd. Communicatie Belangrijk speerpunt voor de komende jaren is om handhaving te voorkomen en te bevorderen dat burgers en bedrijven uit zichzelf de regels naleven. Burgers moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen.
Om ze bewust te maken van deze verantwoordelijkheid en ze te bewegen de regels na te leven (preventieve handhaving) is het onder andere van belang dat er goede voorlichting wordt gegeven, we goed bereikbaar zijn voor vragen, regels duidelijkheid en uitlegbaar zijn en deze ook zo uitleggen. Ook wanneer het toch tot een formeel handhavingstraject (repressieve handhaving) komt is communicatie met de burger van belang. Zo zal er na het constateren van een overtreding, door de toezichthouder en/of juridisch medewerker inzicht moeten worden gegeven in de aard van de overtreding(en) en het eventueel te volgen handhavingstraject. Het is daarvoor van belang om voor het starten van het formele handhavingstraject eerst contact te leggen met de overtreder. Na dit contactmoment zal het handhavingstraject veelal aanvangen met een vooraankondiging of vooraanschrijving van handhaving waarin de mogelijkheid wordt geboden de overtreding te beëindigen voordat er een formeel besluit (last onder dwangsom of last onder bestuursdwang) volgt en hopelijk door onder andere de goede communicatie niet nodig is. Dit geldt niet wanneer er sprake is van spoedeisendheid of zwaarwegende belangen waar een meer voortvarende manier van handhaven op zijn 23
plaats is (bijvoorbeeld het toepassen van spoedeisende bestuursdwang). Echter ook in deze gevallen is goede communicatie essentieel. Steeds meer wordt getracht via overleg of (pre)mediation een handhavingszaak op te lossen. Soort overleggen Interne afstemming en overleg Handhaving Afstemming/ voorlichting en advies burgers Externe overleggen/regionale samenwerking Totaal
Begrote uren 150 70 25 245
24
6 Borging k aliteit In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze de kwaliteit van de handhavingsactiviteiten zal worden gewaarborgd. Voor strategie en werkwijze wordt verwezen naar de Beleidsplan VTH 2020-2024.
6.1
Uitvoering, monitoring en verantwoording
De resultaten van de uitvoering worden jaarlijks gemonitord, geëvalueerd en gerapporteerd. Als er significante afwijkingen zijn tussen planning en realisatie dan worden deze verklaard in het jaarverslag. Indien nodig wordt vervolgens ook de planning weer bijgesteld. Een van de kwaliteitscriteria betreft de monitoring. Het bestuursorgaan dient met behulp van een geautomatiseerd systeem de resultaten en de voortgang te bewaken van: 1. a. de uitvoering van het uitvoeringsprogramma; en b. het bereiken van de in het handhavingsbeleid gestelde doelen. 2. In het systeem worden voorts in het kader van de handhaving verkregen gegevens geregistreerd. Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving beschikken over enkele geautomatiseerde systemen waarin elke verleende vergunning en strijdige situatie, op het gebied van Milieu, Ruimtelijke Ordening, Bouwen, APV en bijzondere wetten, Recreatie en toerisme, waartegen wordt gehandhaafd, wordt ingevoerd, bijgehouden en gemonitord. Door de registratie op het netwerk van de ABG-organisatie kan iedere werknemer op de hoogte zijn tegen welke situaties wordt gehandhaafd, wie de behandelend ambtenaar is, hoever de handhavingsprocedure is gevorderd en of de handhavingsprocedure al dan niet is afgehandeld. Dit bevordert een integrale werkwijze.
6.2
Kwaliteit van de capaciteit
Voor een adequate uitvoering van de taken is naast voldoende personele capaciteit ook de kwaliteit van de personele capaciteit van belang. De afdeling dient over voldoende deskundigheid en/of financiële middelen voor het inhuren van deskundigheid te beschikken voor een goede taakuitvoering en het ontwikkelen van kennis en vaardigheden.
6.3
Werkprocessen
Op 1 januari 2016 is de ABG-organisatie van start gegaan. Dit betekent o.a. dat de processen zijn aangepast aan de nieuwe ambtelijke organisatie. 2021 is alweer het zesde jaar dat deze organisatie werkzaam is. Hoewel er altijd sprake zal zijn van een erfenis uit het verleden, zijn de hedendaagse werkprocessen universeel voor alle drie de ge ee te . Ook het opstelle a eleids ota s e erorde i ge ordt u zo eel ogelijk u i erseel gedaan, uiteraard daar waar nodig en wenselijk aangepast aan de plaatselijke situatie.
25
7 Ontwikkelingen Hieronder volgt een overzicht van de plaatselijke, regionale en landelijke ontwikkelingen.
7.1
Omgevingswet
Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De wet bundelt bijvoorbeeld 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Daardoor moet het straks makkelijker zijn om bijvoorbeeld een bouwproject te starten, zoals woningbouw op voormalige bedrijventerreinen. Verder biedt de wet meer ruimte voor particuliere ideeën. Dit komt doordat er meer algemene regels gelden, in plaats van gedetailleerde vergunningen. Het doel staat voorop en niet het middel om er te komen. De houding bij het beoordelen van plannen is ja its i plaats a ee te zij . )o o tstaat rui te oor edrij e e orga isaties o et ideeë te komen. Door de corona perikelen is de inwerkingtreding van de Omgevingswet uitgesteld met een jaar tot 1 januari 2022. Of deze nieuwe datum ook haalbaar is, zal afhangen van de ontwikkelingen in 2021. Intern wordt inmiddels druk gewerkt aan de gevolgen van invoering van de deze wet. Daarvoor is ook een budget beschikbaar gesteld. Dit budget wordt benut voor het inhuren van externe deskundigheid, het organiseren van bijeenkomsten voor medewerkers, bestuurders, raadsleden en bewoners en organisaties. Daarnaast zijn er uren geraamd per betrokken medewerker. Deze zijn opgenomen onder procesgerichte taken of algemene werkzaamheden.
7.2
Private kwaliteitsborging in de bouw
Als het gaat om Wabo vergunningverlening en toezicht staat er een stapsgewijze invoering van de Wet Private kwaliteitsborging op stapel. Hiermee worden de verantwoordelijkheden in de bouw anders neergelegd en wordt de markt primair verantwoordelijk voor de kwaliteit van de bouw. In plaats van de gemeente controleert een (private) kwaliteitsborger gedurende het ontwerp- en uitvoeringsproces of er gebouwd wordt volgens het Bouwbesluit. Voor de gemeente vervalt dan grotendeels de technisch-inhoudelijke toetsing aan het Bouwbesluit. Hiervoor in de plaatst komt er een aantal, voornamelijk administratieve, taken bij. Zoals de controle of het juiste instrument van kwaliteitsborging is toegepast en een controle of er sprake is geweest van een erkende kwaliteitsborger. In de vergunning fase toetsen we in het voorgenomen stelsel dus niet langer aan bouwtechnische voorschriften. Gemeenten houden bij vergunningverlening wel hun taken in het kader van de toetsing aan bestemmingplannen, bouwverordening, welstand en omgevingsveiligheid. Een groot deel van de werkzaamheden in het kader van de vergunningverlening voor het bouwen zal dus blijven bestaan. Wij besteden wij de bouwbesluit- en constructieve toets voor een groot deel uit aan een externa partij. Dit hoeft dan niet meer. Hierdoor heeft deze wetwijziging nauwelijks gevolgen voor de formatie bij vergunningverlening.
Voor wat betreft de toezicht; onze taak om tijdens de bouw te controleren of conform Bouwbesluit wordt gebouwd, vervalt. In plaats daarvan toetsen wij of toegelaten instrumenten voor kwaliteitsborging worden toegepast die geschikt zijn voor de risicoklasse van het bouwwerk en of de gekozen kwaliteitsborger gerechtigd is om het instrument toe te passen. Wel houden wij het toezicht en de handhaving voor de bestaande voorraad bouwwerken. De Wet kwaliteitsborging borging voor het bouwen zal bij inwerkingtreding alleen gelden voor bouwwerken vallend onder Gevolgklasse 1. Welke bouwwerken hieronder vallen is vastgelegd in het (concept) Besluit kwaliteitsborging (zie afbeelding hierna). Het gaat samengevat om de volgende bouwwerken:
Grondgebonden woningen Woonboten Vakantiewoningen Bedrijfspanden van maximaal 2 bouwlagen, inclusief een klein kantoor / kantine Fiets- en voetgangersbruggen Overige bouwwerken geen gebouw zijnde tot maximaal 20 meter hoog
Bovenstaande bouwwerken vallen niet onder gevolgklasse 1 indien het monumenten zijn, indien er sprake is van een gelijkwaardige oplossing voor brand- of constructieve veiligheid, indien een melding of vergunning brandveilig gebruik nodig is of indien er een milieuvergunning nodig is. In dat geval vallen de bouwwerken – net als andere bouwwerken – vooralsnog onder het bestaande regime van de gemeentelijke toetsing.
26
In de eerste 3 jaar na invoering van de Wkb wordt geëvalueerd of en zo ja met welke eventuele aanpassingen ook de rest van de bouwwerken onder de Wkb gaan vallen. De wet treedt gelijktijdig met de Omgevingswet in werking.
7.3
Programma Aanpak Stikstof (PAS)
De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State vergunningen het Programma Aanpak Stikstof ongeldig verklaard. De uitspraak van de Raad van State heeft verschillende gevolgen. Zowel voor toestemmingverlening en vergunningen, als voor activiteiten die met het PAS waren vrijgesteld van de vergunningplicht. De vergunningverlening voor, en de bouw van, nieuwe huizen, wegen, industrie en agrarische bedrijven is hierdoor in 2020 deels stil komen te liggen of liep vertraging op. Inmiddels is er een nieuwe versie beschikbaar van het nationale instrumentarium voor stikstofdepositie (Aerius) waardoor vergunningaanvragenweer door kunnen gaan. Aanbesteding nieuwe VTH-applicatie Het huidige VTH- orkflo systee GI“VG gaat er a ge orde . GI“VG is iet O ge i gs etproef e de leverancier heeft aangegeven dit systeem niet verder te ontwikkelen. We zijn daarom in 2020 op zoek geweest naar een nieuw systeem. Dat hebben we samen met andere Equalit-gemeenten gedaan. De aanbesteding hiervan heeft plaatsgevonden. Va af half gaa e erke et het pakket Leefo ge i g a Ce tri .
Voordat we met het pakket kunnen werken moet het pakket ingericht worden. Ook moeten er diverse koppelingen met andere pakketten en sjablonen gemaakt worden. Dit doen we samen met Equalit en deelnemende gemeenten. Uitgangspunt voor de inrichting van de processen zijn de door de VNG opgestelde GEMMA werkprocessen.
7.4
BENG
Vanaf 1 januari 2021 gelden er nieuwe energieprestatie-eisen voor nieuwbouw. Na twintig jaar nemen we afscheid van de energieprestatie coëfficiënt (EPC). Daarvoor in de plaats komen nieuwe eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (Beng). Hierbij wordt er onder meer gekeken naar de energiebehoefte van een gebouw. De EPC geeft één waarde voor de energieprestatie van een gebouw. Binnen die waarde kan een matige score op het ene aspect worden goedgemaakt door een extra hoge score op een ander aspect. Bijvoorbeeld slechte isolatie compenseren door zonnepanelen. Dat is in BENG niet meer mogelijk. Een gebouw moet namelijk gelijktijdig aan de drie BENG-indicatoren voldoen. Het is niet mogelijk een onvoldoende op de ene indicator te compenseren met een ruime voldoende op een andere. Maar er zijn wel relaties tussen de drie indicatoren. Voor elke indicator geldt straks een eis die varieert voor woningen, utiliteitsgebouwen, onderwijsgebouwen en gezondheidszorggebouwen. Zo mag het primair energiegebruik van nieuwe woningen straks niet hoger zijn dan 25 kWh per m2 per jaar. Ter vergelijking: dit komt ongeveer overeen met een EPC van 0,2. Voor alle soorten gebouwen geldt dat minimaal 50 procent van het gebouwgebonden energiegebruik afkomstig moet zijn van duurzame bronnen. De drie indicatoren zijn: - Energiebehoefte: hoeveel energie heeft een gebouw nodig voor verwarming en koeling.
- primair energieverbruik: de hoeveelheid fossiele brandstof die per jaar die nodig is voor verwarming, koeling, warm water en installaties - aandeel hernieuwbare energie: het percentage hernieuwbare energie van het totale energiegebruik. Zoals toepassing van PV, zonneboiler, bodemenergie, omgevingswarmte, biomassa en externe warmtelevering (mits hernieuwbaar).
27
Bijlage 1: Werkprogramma OMWB
28
Bijlage 2: Risicomatrix
29