CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie Warmte - gem. Gilze en Rijen

Raadscommissie Ruimte 30 november 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling van de Transitievisie Warmte10.963 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSITIEVISIE WARMTE Vastgesteld door de gemeenteraad op 20 december 2021

DOCUMENTATIEPAGINA Titel rapport:

Transitievisie Warmte

Datum:

20 december 2021

Trefwoorden:

Transitievisie Warmte, Aardgasvrij, Warmtetransitie.

Beknopte inhoud:

Voor 2050 gaan alle gebouwen in Nederland over op een alternatieve warmtebron en wordt er geen gebruik meer gemaakt van aardgas. In de Transitievisie Warmte beschrijven we hoe gemeente Gilze en Rijen in 2050 geen gebruik meer maakt van aardgas.

2

INHOUDSOPGAVE VOORWOORD

4

Gilze en Rijen in cijfers

19

SAMENVATTING

5

Woningvoorraad Gilze en Rijen

20

Waarom een Transitievisie Warmte?

5

Energiebesparing en isolatie

20

Wat staat er in de Transitievisie Warmte?

5

ALTERNATIEVEN VOOR AARDGAS

24

Wat betekent dit voor de gemeente?

6

Introductie

24

Aanpak

6

Strategieën voor aardgasvrij

24

INLEIDING

7

Kansrijke alternatieven voor Gilze en Rijen

27

STRATEGIE

30

Introductie

7

Aanleiding

7

Opgave

8

Doel en resultaat

8

Wijkaanpak energiebesparing

33

Uitgangspunten

9

FINANCIERING EN BETAALBAARHEID

36

11

COMMUNICATIE- EN PARTICIPATIE

39

Afbakening

11

BIJLAGE 1 – VERSLAGLEGGING PARTICIPATIE

43

Rol van de gemeente

11

Samenhang met andere beleidsstukken

12

CONTEXT

WERKWIJZE EN PROCES

13

Doorlopen proces

13

Samenwerkingspartners

16

Doorwerking

17

DE OPGAVE IN BEELD

Spijtvrije maatregelen AANPAK

19 3

32 33

VOORWOORD Nederland heeft het doel om in 2050 een klimaatneutrale samenleving te zijn. Dat is zo afgesproken in het Klimaatakkoord om verdere opwarming van de aarde tegen te gaan. Daarom stoppen we met het gebruik van fossiele brandstoffen zoals aardgas. Dat is een enorme transitie en gaat zeker niet vanzelf, laat staan dat het gemakkelijk is. Want op de meeste plekken gebruiken we aardgas om onze woningen, gebouwen en bedrijven te verwarmen en van warm water te voorzien. Het is daarmee een transitie van ons allemaal. Hoe we deze transitie in Gilze en Rijen willen aanpakken is beschreven in deze Transitievisie Warmte. De Transitievisie Warmte is geen eindpunt en is ook niet in beton gegoten. Het is de start van een langdurig proces waar we met vele uitdagingen te maken zullen krijgen, maar waar ook nieuwe kansen zich zullen voordoen. Door zorgvuldig en tijdig te schakelen met inwoners, stakeholders en andere belanghebbenden kunnen we zorgen dat iedereen dit pad kan blijven volgen maar vooral kan meedenken. Want een ding is zeker, er is geen planeet B. Laten we aan de slag gaan! Ariane Zwarts Wethouder Duurzaamheid

SAMENVATTING Waarom een Transitievisie Warmte? In het nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat elke gemeente een Transitievisie Warmte maakt. In deze visie beschrijft de gemeente welke alternatieven er voor aardgas zijn in de gemeente, wat per wijk de beste oplossing is en hoe de gemeente de warmtetransitie gaat organiseren. De overstap naar een alternatieve duurzame verwarming is belangrijk, omdat we hiermee bijdragen aan het beperken van de gevolgen van klimaatverandering en de opwarming van de aarde. Daarnaast voorkomen we verdere negatieve gevolgen van de gaswinning in Groningen.

Transitievisie Warmte wordt elke 5 jaar herijkt. Hierdoor kunnen we rekening houden met nieuwe ontwikkelingen en inzichten en deze meenemen in onze strategie. De gemeenteraad heeft op 29 maart 2021 de volgende uitgangspunten voor de Transitievisie Warmte vastgesteld: • • • • •

Inclusief; Flexibel en toekomstgericht; Werk met werk maken; Samen; Geen houtige biomassa.

Wat is er mogelijk in de gemeente Gilze en Rijen? Wat staat er in de Transitievisie Warmte? De Transitievisie Warmte beschrijft de eerste stappen naar een aardgasvrije gemeente. We geven een globaal inzicht in welke duurzame alternatieven mogelijk zijn. We maken in de Transitievisie Warmte nog geen definitieve keuzes, maar geven de eerste stappen vorm. De

Uit onderzoek gedaan door het Expertisecentrum Warmte en uit de MKBA van de regio blijkt er kansen liggen voor all-electric oplossingen in de gemeente. Kansen voor warmtenetten gevoed door restwarmte of geothermie zijn er niet of weinig. De strategie van een hybride oplossing met duurzaam gas kan mogelijk in de toekomst een rol spelen in de warmtetransitie in de gemeente Gilze en Rijen. Op dit moment is er

echter nog onvoldoende bekend over de beschikbaarheid of kosten om deze strategieën in deze versie van de Transitievisie Warmte mee te nemen.

Wat betekent dit voor de gemeente? We zetten in op een gefaseerde benadering, waarbij iedereen stappen kan zetten richting een aardgasvrije verwarming. De stappen die gezet kunnen worden zijn afhankelijk van het gebouw, de (robuustheid van de) oplossing en de gebouweigenaar. Gebouweigenaren van gebouwen die in of na 1992 zijn gebouwd, kunnen zich voorbereiden op de overstap naar een all-electric oplossing. Voor gebouweigenaren van oudere gebouwen ligt de focus de komende vijf jaar voornamelijk op spijtvrije maatregelen. Met spijtvrijemaatregelen bedoelen we isolerende en besparende maatregelen die zich op korte termijn terugverdienen.

Aanpak We gaan aan de slag met de gefaseerde benadering. We zetten samen met Energie Gilze Rijen in op de wijkaanpak en doen op die wijze ervaring op met het aardgasvrij maken van wijken. Daarnaast zetten we de komende vijf jaar in op bewustwording en het opzetten van informatievoorziening door middel van communicatie.

6

1 INLEIDING Introductie

Aanleiding

Voor 2050 gaan alle gebouwen in Nederland over op een alternatieve warmtebron en wordt er geen gebruik meer gemaakt van aardgas. Op die manier wordt het gebruik van fossiele brandstoffen beperkt, voorkomen we verdere overlast van de gaswinning en Groningen en zijn we ook in de toekomst niet afhankelijk van andere landen voor onze energievoorziening.

In juni 2019 heeft het kabinet het nationale Klimaatakkoord gepresenteerd met daarin meer dan 600 afspraken om de opwarming van de aarde te bedwingen en de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Deze afspraken zijn verdeeld over de sectoren elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw & landgebruik en mobiliteit. Aan de sectortafel Gebouwde Omgeving zijn de doelstellingen vormgegeven voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Eén van die doelstellingen is dat in 2030 1,5 miljoen gebouwen geen aardgas meer gebruiken. Voor 2050 is de doelstelling dat alle gebouwen in Nederland stoken en koken op een alternatieve duurzame wijze, dus zonder het gebruik van aardgas.

Elke gemeente in Nederland heeft hierin een rol te spelen. Als regisseur van de warmtetransitie is het aan de gemeente om de koers uit te zetten en te bepalen welke alternatieve warmtebronnen het beste passen bij de dorpen, wijken en inwoners binnen de gemeente. Als gemeente Gilze en Rijen hebben ook wij een plan gemaakt, de Transitievisie Warmte (hierna: “TVW”), waarin we beschrijven hoe we ervoor zorgen dat we voor 2050 van het aardgas af zijn.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in elke gemeente de gemeenteraad uiterlijk eind 2021 een TVW vaststelt. De TVW geeft inzicht in de alternatieven voor (aard)gas in de gemeente, de best passende oplossingen per wijk en welke wijken als eerste in aanmerking komen om van het gas af te gaan. Voor de wijken die als eerste van het gas af gaan maakt de gemeente daarna een wijkuitvoeringsplan, waarin gemeente, inwoners en andere partijen afspraken vastleggen over hoe en wanneer 7

de wijk van het aardgas af gaat.

wanneer de gebouwen in Gilze en Rijen overgaan op duurzame verwarming.

Opgave

Het resultaat is dan ook een visie op de wijze waarop Gilze en Rijen in 2050 een aardgasvrije gemeente is. Deze visie bestaat uit:

De opgave in de gemeente Gilze en Rijen is groot. Er staan ongeveer 12.500 woningen in onze gemeente. Veel van deze woningen zijn op dit moment voor warmte afhankelijk van aardgas. In 2019 werd meer dan 13,6 miljoen kubieke meter aardgas gebruikt om deze woningen te verwarmen. Nieuwe woningen worden al zoveel mogelijk aardgasvrij gebouwd, maar de bestaande woningen moeten voor 2050 ook aardgasvrij gemaakt worden. De TVW beschrijft de eerste stappen richting duurzame warmte.

a. Informatie over de warmtetransitie en welke technieken beschikbaar zijn om aardgasvrij te verwarmen; b. een profielschets op wijkniveau van mogelijke passende oplossingen; c. moment waarop gebouweigenaren het beste kunnen overgaan op een alternatieve warmtebron; d. handelingsperspectief voor de inwoners en ondernemers van Gilze en Rijen.

Een gemiddeld Nederlands huishouden verbruikt 1500 m³ aardgas per jaar en stoot daarmee 2,7 ton CO₂ uit. Dit betekent dat per kubieke meter aardgas er ongeveer 2 ton CO₂ wordt uitgestoten.

Doel en resultaat We hebben als gemeente geen doel om een bepaald aantal woningen aardgasvrij te maken voor 2030. We vinden het belangrijker dat we met de TVW een proces in gang brengen. Er mag geen twijfel over bestaan dat een aardgasvrije gemeente in 2050 het einddoel is. Welke technieken op dat moment beschikbaar zijn en hoe we daar het beste naartoe kunnen werken is op dit moment nog onduidelijk. De TVW moet daarom richting geven aan waarom, hoe en

8

Uitgangspunten 3.

De warmtetransitie vraagt om veranderingen en keuzes. Het doel van deze visie is om een richting te geven aan de transitie naar het aardgasvrij wonen en werken in onze gemeente. We hebben hiervoor enkele uitgangspunten opgesteld, in samenspraak met de gemeenteraad. Deze uitgangspunten zijn de algemene principes waarmee we als gemeente de warmtetransitie invulling willen geven.

De warmtetransitie is niet het enige wat speelt in de gemeente Gilze en Rijen. Met deze TVW haken we aan bij de bestaande processen en projecten binnen en buiten het gemeentehuis. Daarbij hebben we verder gekeken dan de energievraagstukken. Met de TVW hebben we aansluiting gezocht bij wat speelt in de wijken en bij de inwoners van Gilze en Rijen. Op die manier benutten we koppelkansen en pakken we de opgave pragmatisch en efficiënt op.

In deze TVW stellen wij de volgende uitgangspunten centraal: 1.

Inclusief 4.

Elke inwoner van Gilze en Rijen moet mee kunnen doen in de energietransitie. In het nationaal Klimaatakkoord is afgesproken dat bij de afweging van de verschillende alternatieve warmtebronnen de laagste maatschappelijke kosten het zwaarst meewegen.

2.

Werk met werk maken

Samen

De TVW is een document dat we gezamenlijk met interne en externe stakeholders en samen met de inwoners van de gemeente Gilze en Rijen hebben opgesteld. Ook in de uitvoering werken we samen en benutten we de kennis en ervaringen van onze partners en inwoners.

Flexibel en toekomstgericht 5.

We maken deze TVW met het oog op een aardgasvrije gemeente in 2050. In de komende jaren zullen er wat betreft de beschikbare technieken nog veel innovaties plaatsvinden. Naarmate de expertise en ervaring in de bouwsector toeneemt, zullen de kosten naar verwachting dalen. Daar spelen we op in door deze TVW elke vijf jaar te herijken en op dat moment ook de nieuwe innovaties mee te nemen.

Geen houtige biomassa

In het kader van de warmtetransitie willen we als gemeente geen gebruik maken van houtige biomassa.

9

10

2 CONTEXT Afbakening

Rol van de gemeente

In deze TVW zetten we de koers uit voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Daarbij gaat het om het vervangen van aardgas dat nu nog wordt gebruikt om te koken, voor het verwarmen van water en verwarming. De TVW gaat niet over het gebruik van aardgas bij nieuwbouw, bedrijventerreinen, industriële processen of de glastuinbouw. Deze sectoren vallen onder andere tafels van het Klimaatakkoord, daarvoor worden buiten deze visie om passende aanpakken ontwikkeld op Rijks- of sectorniveau.

Als regisseur van de warmtetransitie is het aan de gemeente om de transitie naar aardgasvrij vorm te geven. Het gemeentelijke schaalniveau biedt mogelijkheden om in te spelen op lokale kenmerken en ontwikkelingen en zorgt ervoor dat de TVW zo dicht mogelijk bij de inwoners wordt opgesteld. Tegelijkertijd is een aardgasvrije gemeente een zaak van ons allemaal, van onze inwoners, belangrijke samenwerkingspartners als de netbeheerder en woningcorporaties en de gemeentelijke organisatie. De gemeente richt het proces in, maar is voor de uitvoering afhankelijk van de gebouweigenaren. Uiteindelijk zullen zij zelf stappen moeten nemen om hun gebouwen te verduurzamen. Samenwerking en afstemming tussen de verschillende partijen is daarbij erg belangrijk.

11

Samenhang met andere beleidsstukken Deze TVW maakt onderdeel uit van drie documenten die we in het kader van het nationale Klimaatakkoord opstellen, namelijk de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) inclusief de Regionale Structuur Warmte (RSW), de Warmtevisie (ook wel Transitievisie Warmte (TVW) genoemd) en de Wijkuitvoeringsplannen (WUP). Deze documenten hangen nauw met elkaar samen. De wettelijke grondslag komt in de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet treedt op 1 juli 2022 in werking. We streven ernaar waar mogelijk het instrumentarium in de Omgevingswet toe te passen zodat na inwerkingtreding van de Omgevingswet de borging van de Transitievisie Warmte en uitvoeringsplannen daarin soepel verloopt.

Figuur 1 Samenhang in de verschillende instrumenten van de warmtetransitie

12

3 WERKWIJZE EN PROCES Doorlopen proces Deze TVW is in vijf fasen opgesteld: Fase 2 - Participatie Juni - September 2021 We hebben de participatie vorm gegeven met inwoners en gebruiken hierbij een mix van gemeente brede informatievoorziening, gerichte raadpleging en meedenkgesprekken.

Fase 0 - Plan van Aanpak December 2020 - Maart 2021 Het Plan van Aanpak met uitgangspunten is op 29 maart 2021 vastgesteld in de raad. Fase 1 - Kernprofielen Maart - April 2021 Met interne en externe stakeholders hebben we kernprofielen gemaakt waarbij we de kansen voor de warmtetransitie integraal beoordelen. Het resultaat is een overzicht per kern van mogelijke alternatieven voor aardgas, een inschatting van hoe robuust deze alternatieven zijn en een eerste tijdsplan. Parallel aan deze fase is een participatie- en communicatieplan opgesteld.

Fase 3 - Concept Transitievisie Warmte September - Oktober 2021 De input vanuit het gemeentehuis (beleid, onderzoeken en uitkomsten Fase 1) combineren we met de input vanuit onze inwoners (Fase 2). Daarmee vormen we de concept TVW.

13

Fase 4 – Besluitvorming Oktober – December 2021 We bieden de TVW aan ter besluitvorming aan de commissie Ruimte van 30 november 2021 en de gemeenteraad op 20 december 2021.

Algemene informatieavond Naast de enquête en de energiekaart hebben we in juli 2021 een informatiebijeenkomst gehouden. Het doel van deze avond was om onze inwoners gemeentebreed te informeren over ons proces en de keuzes die voorliggen. We hebben deze avond georganiseerd met Energie Gilze en Rijen, om de geïnteresseerden mee te nemen in de mogelijkheden die er zijn om te verduurzamen.

Vervolg Deze TVW is de eerste stap richting een aardgasvrij Gilze en Rijen in 2050. De komende vijf jaar gaan we aan de slag volgens de aanpak beschreven in deze visie. Na vijf jaar wordt de TVW herijkt, of eerder als maatschappelijke of technologische ontwikkelingen daarom vragen. Op die manier spelen we steeds in op ontwikkelingen en actuele informatie.

Hoe denken inwoners over aardgasvrij? Aan de hand van de informatieavond, enquête en de meedenkgesprekken hebben we meningen kunnen ophalen van ruim 100 inwoners. De meningen over aardgasvrij zijn verdeeld. Zo zijn verschillende inwoners al heel ver in het verduurzamen van hun woning, zij zien graag een versnelling in het proces. Daarentegen zien we ook dat andere inwoners meer afwachtend zijn, en gaan het liefst niet van het aardgas af.

Participatie Het is belangrijk dat we de TVW samen met onze inwoners maken. Als gemeente hebben wij een regierol gekregen in de warmtetransitie, maar uiteindelijk raakt het ons allemaal. Daarom hebben we veel ruimte gemaakt voor de inbreng van onze inwoners, die ook graag met ons meepraten, denken en doen.

Het algemene beeld dat we uit de sessies hebben gehaald is dat de transitie betaalbaar moet blijven. Daarnaast is communicatie een belangrijk aandachtspunt als gemeente, vooral de vraag wat inwoners van de gemeente kunnen verwachten speelt hierbij een rol. Een uitgebreid verslag is als bijlage aan deze visie bijgevoegd.

Website We zijn het participatietraject gestart met het realiseren van een TVW pagina op de gemeentelijke website. Hier hebben we algemene informatie geplaatst, een enquête en een energiekaart. Op de energiekaart kunnen inwoners het energielabel van hun woning, en de andere woningen in de gemeente, vinden. Met behulp van de digitale enquête halen we input op bij inwoners, deze heeft de gehele maand augustus 2021 opengestaan voor reacties.

14

Meedenkgesprekken Als vervolg op het de algemene informatieavond hebben een aantal inwoners extra tijd en energie vrijgemaakt om in de vorm van meedenkgesprekken hun ervaringen en ideeën met ons te delen. Wij hebben deze gesprekken benut om ideeën over de aanpak te kunnen toetsen en om uitgebreid met elkaar inhoudelijk in gesprek te gaan. Deze meedenkgesprekken hebben eind september 2021 plaatsgevonden.

Figuur 2 Sfeerbeeld meedenkgesprekken

15

Samenwerkingspartners Netbeheerder bestaande huurwoningen CO2-neutraal gemaakt. Aanvullend op de huidige, en de geplande, duurzaamheidsmaatregelen gaat Leystromen ook zonnepanelen aanbieden.

Enexis Netbeheer beheert en onderhoudt de infrastructuur voor elektriciteit en gas in deze gemeente. Daarbij ondersteunt en faciliteert zij bij de analyse van de mogelijkheden en bij de uiteindelijke uitvoering van de warmtetransitie voor het aanpassen en uitbreiden van deze infrastructuur. Het is daarom van belang dat Enexis in een vroegtijdig stadium wordt betrokken bij de plannen en uitvoering.

Particuliere verhuurders Onze gemeente kent ook particuliere verhuurders. Met hen worden geen concrete afspraken gemaakt zoals de prestatieafspraken bij de woningcorporaties. Met hen is het beter aan de hand van een lokale maatwerkaanpak te bekijken hoe het traject rondom het verduurzamen van hun woningen eruit gaat zien.

Het overgaan op een alternatieve warmtebron vraagt aanpassing aan de infrastructuur. Zo moet in sommige gevallen het huidige gasnet verwijderd worden en elektriciteitsnetwerk verzwaard. Dit vraagt jarenlange voorbereiding, daarom is samenwerking met de netbeheerder in een vroegtijdig stadium belangrijk.

Energie Gilze Rijen

Woningcorporaties

Energie Gilze Rijen heeft als doel actief een bijdrage te leveren aan een klimaatneutraal, duurzaam en energieonafhankelijk Gilze en Rijen. Naast dat Energie Gilze Rijen helpt bij het opzetten van duurzame energieprojecten, richt de organisatie zich op energiebesparing bij particulieren, verenigingen, instellingen en ondernemers. De gemeente Gilze en Rijen en Energie Gilze Rijen werken al langere tijd samen. Bij het opstellen van maar zeker ook bij de uitvoering van de Transitievisie Warme is de samenwerking met Energie Gilze en Rijen waardevol.

Woningcorporatie Leystromen levert ook een belangrijke bijdrage aan het verduurzamen van de woningen in Gilze en Rijen. De gemeente en de corporatie maken jaarlijks prestatieafspraken en nemen daar onder andere in op welke inzet de corporatie doet om hun woningbestand te verduurzamen. De afgelopen jaren zijn er al flinke stappen gezet. Het energielabel van de huurwoningen van Leystromen is in 2023 gemiddeld energielabel B. Waar deze doelstelling in 2023 nog niet is bereikt worden woningen projectmatig verduurzaamd door ze te voorzien van betere basisisolatie, dit leidt doorgaans tot energielabel A. Vanaf 2019 richt Leystromen zich met een pilot op het inrichten van CO2neutrale woningen. Op dit moment worden 10

16

Doorwerking

Iedereen gaat op zijn of haar eigen manier aan de slag met aardgasvrij. We hebben een aantal inwoners gevraagd om hun ervaringen en lessen met ons te delen. Zo ook Anton van Loon.

De TVW is een belangrijke eerste stap in een meerjarig proces. Het Klimaatakkoord stelt dat elke vijf jaar, of eerder wanneer nodig, de visie herzien. Op deze manier is het mogelijk om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Dit betekent dat goede ideeën van inwoners, bedrijven, stakeholders en de gemeente Gilze en Rijen de TVW de komende jaren verder kunnen aanscherpen.

“Ik woon in een woning uit 1991 en in 2016 ben ik begonnen met het nemen van maatregelen voor het verduurzamen van mijn woning. De belangrijkste reden hiervoor was het klimaat, maar ook de energierekening. Ik ben klein begonnen, met het vervangen van lampen door LED lampen. Daarna heb ik zonnepanelen laten installeren en heb ik in 2018 een hybride warmtepomp aangeschaft. Ook heb ik het glas vervangen door HR++ en de spouwmuur van mijn woning laten navullen. Ik zou graag nog meer maatregelen willen nemen, maar de constructie van mijn woning laat dat niet toe. Zo moet de gehele vloer gesloopt worden om de bestaande vloerverwarming en isolatie te verbeteren. Mijn tip is om een warmtescan uit te laten voeren. Energie Gilze Rijen heeft goede adviseurs, die je graag willen helpen. Met een warmtescan zie je direct waar de warmte je huis verlaat en misschien kun je zelfs door enkele simpele maatregelen deze warmte binnenhouden.”

De TVW wordt geborgd in het gemeentelijke omgevingsbeleid (in de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en mogelijk in toekomstige programma’s). In regionaal verband vindt afstemming plaats over grootschalige warmtebronnen (vraag en aanbod) die gemeentegrens overstijgen in de Regionale Structuur Warmte, een onderdeel van de Regionale Energie- en Klimaatstrategie van Regio Hart van Brabant.

17

18

4 DE OPGAVE IN BEELD Gilze en Rijen in cijfers De gebouwde omgeving in Gilze en Rijen bestaat uit 13.827 gebouwen, naast woningen ook o.a. horeca, zorginstellingen, scholen en bedrijfslocaties.

Hoeveelheid CO2 In het klimaatakkoord heeft Nederland afgesproken om het CO 2 uitstoot te verminderen. De doelstelling voor 2030 is om de CO2-uitstoot te verminderen met 49% ten opzichte van 1990. De CO2-uitstoot is dus een belangrijke maatstaf. In heel Nederland gaat het over megatonnen CO2, dat zijn zulke grote hoeveelheden dat de vermindering alleen mogelijk is als we in alle sectoren onze CO2-uitstoot verminderen.

Op dit moment gebruiken bijna al deze gebouwen nog aardgas voor het verwarmen van de woning. Gezamenlijk was de gebouwde omgeving in 2019 verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de totale CO2uitstoot. Deze uitstoot ontstaat voornamelijk door het gebruik van aardgas. Op dit moment zijn namelijk bijna alle woningen in Gilze en Rijen afhankelijk van aardgas, het totale verbruik in 2019 was ca. 60.000 ton CO2.

In 2019 heeft de gemeente Gilze en Rijen in totaal circa 60.000 ton CO 2 uitgestoten om de gebouwde omgeving te verwarmen. Om deze uitstoot te kunnen compenseren zijn er meer dan 2.200.000 bomen nodig.

19

Het energielabel van een woning geeft aan hoe zuinig een woning is en welke kansen voor energiebesparing er liggen. Label A staat voor ‘goed geïsoleerde woningen’ en label G voor ‘slecht geïsoleerde woningen’. Op de volgende pagina is een vergelijking gemaakt tussen de energielabels van de gemeente en de verschillende kernen apart. Op pagina 19 is een kaart van de gemeente te zien met de energielabels per woning. Sinds 1 januari 2021 is het bij de verkoop van een woning verplicht om een energielabel te registreren.

Woningvoorraad Gilze en Rijen De gemeente Gilze en Rijen heeft 26.431 inwoners en in 2019 in totaal 11.270 woningen. Het aandeel koop/huur in Gilze en Rijen is ongeveer 65/35%. Het grootste gedeelte van de woningen in Gilze en Rijen is gebouwd tussen 1965 en 1991. De oudere woningen zijn vooral in het centrum van de dorpen te vinden. Bouwjaar Voor 1930 1930 – 1945 1946 – 1964 1965 – 1991 1992 – 2005 2006 – 2019

Aantal 360 180 463 1.692 526 658

Op dit moment zijn er nog veel woningen waarvan het energielabel nog niet is geregistreerd. Om toch een inschatting te kunnen maken van de kansen voor energiebesparing in onze gemeente, zijn de voorlopige energielabels gebruikt voor woningen waarvan een geregistreerd label nog niet beschikbaar is. Op basis van het bouwjaar kan namelijk een inschatting worden gemaakt van het energielabel aan de hand van de toen geldende isolatienormen.

Energiebesparing en isolatie De eerste stap naar aardgasvrij is zoveel mogelijk energie besparen. Energie die niet wordt verbruikt is de duurzaamste vorm van energie. Naast CO2-winst levert energiebesparing ook financieel voordeel op en vermindert het onze afhankelijkheid van aardgas, waardoor de overstap eenvoudiger wordt. Daarnaast zorgt energiebesparing in de vorm van isolatie er ook voor dat de woning of het gebouw wordt voorbereid op alternatieven voor aardgas. Voor sommige alternatieven geldt namelijk dat deze op een lagere temperatuur warmte leveren dan aardgas. In het volgende hoofdstuk lichten we deze alternatieven verder toe.

20

21

Aan de hand van de bouwjaren hebben we een indicatie gegeven van de isolatiemaatregelen die mogelijk zijn. Dit is een globale indeling, en aanpassingen verschillen per gebouw. Gebouweigenaren worden daarom aangeraden om energieadvies in te winnen op maat, waarbij een energieadviseur specifiek ingaat op de kansen die er liggen voor dit gebouw. Coöperatie Energie Gilze Rijen kan inwoners hierbij helpen.

toegepast zijn, spouwmuurisolatie en vloerisolatie, worden tegenwoordig gezien als matig. Huizen uit de periode 1988 tot en met 1991 zijn op alle punten matig geïsoleerd. Er is dakisolatie, gevelisolatie en vloerisolatie aangebracht, de ramen zijn over het algemeen gedeeltelijk voorzien van dubbelglas. 1993 tot en met 2005; In 1992 werd een nieuw Bouwbesluit geïntroduceerd, waardoor hogere eisen gesteld werden aan de energieprestatie van woningen. Woningen uit deze periode zijn vaak al goed geïsoleerd. Het is voor deze woningen niet altijd noodzakelijk om extra te isoleren voordat overgegaan kan worden op een duurzaam alternatief voor aardgas. Wel kunnen aanvullende maatregelen helpen in de energiebesparing, bijvoorbeeld HR++ glazen. Het is het beste om de grotere maatregelen toe te passen als er zich een natuurlijk moment voordoet. In woningen vanaf 2005 werd HR-glas steeds meer toegepast.

Voor 1930 en monumenten Woningen die voor 1930 gebouwd zijn, zijn over het algemeen slecht geïsoleerd. Er waren ten tijde van de bouw geen isolatiestandaarden. Daarnaast zijn deze woningen moeilijker te isoleren doordat er vaak geen spouwmuur is. Voor monumenten geldt dat het aanzicht van de woning niet aangetast mag worden. Hierdoor zijn niet alle isolerende maatregelen mogelijk. Verbetering van het energielabel is mogelijk, maar in beperkte mate. 1931 tot en met 1964; Woningen gebouwd in deze periode zijn vaak met een spouwmuur gebouwd. Het laten aanbrengen van spouwmuurisolatie is vaak een efficiënte en rendabele manier om de woning beter te isoleren. Daarnaast ontbreekt in deze woning vaak vloer- en dakisolatie. Vanaf 1960 is er al in een aantal gevallen dubbelglas aanwezig, maar dat is nog niet in elke ruimte. Isolatie heeft veel voordelen, naast energetisch en financieel ook vaak op het gebied van comfort.

2006 en jonger. Woningen die gebouwd zijn na 2005, zijn vaak al voldoende geïsoleerd. Deze woningen kunnen naar verwachting zonder aanpassingen overgaan op een duurzaam alternatief voor aardgas. Gezien de technische levensduur van de CV- of HR-ketel, zijn de verwarmingssystemen van woningen die gebouwd zijn rond 2005 ook op korte termijn aan vervanging toe. Dat biedt kansen om bij de vervanging van de CV- of HR-ketel over te gaan op een (hybride) warmtepomp.

1965 tot en met 1992; Begin jaren ‘70 werden er meer eisen gesteld aan energiezuinig wonen. Benedenruimtes hebben vaak al dubbelglas, maar voor de bovenverdieping is dat niet altijd het geval. De isolerende maatregelen die 22

23 Figuur 3 Landkaart met de energielabels per woning

5 ALTERNATIEVEN VOOR AARDGAS Introductie

Strategieën voor aardgasvrij

Om de stap naar een aardgasvrije gemeente te maken, is het belangrijk dat robuuste oplossingen beschikbaar zijn. Een robuust alternatief is betrouwbaar en betaalbaar. Dat betekent dat de benodigde warmtetechniek op korte termijn bewezen toepasbaar is en de kosten daarnaast met een bepaalde zekerheid lager liggen dan andere beschikbare alternatieven.

Er zijn vijf overkoepelende strategieën voor warmte die een gemeente kan inzetten om wijken van het aardgas af te halen. Binnen deze strategieën is er nog een groot aantal varianten te bedenken. Daarnaast wordt nog volop geëxperimenteerd met andere oplossingen, maar daarvan weten we nog niet voldoende om ze goed te vergelijken met de vijf bekende strategieën. De vijf strategieën kun je verdelen over drie categorieën:

Individueel of collectief Er zijn zowel individuele als collectieve alternatieven voor aardgas. Collectieve oplossingen zijn oplossingen waarbij het mogelijk is om meerdere gebouwen aan te sluiten op één warmtebron. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een warmtenet. Bij individuele oplossingen wordt per gebouw een alternatieve warmtebron geïnstalleerd, zoals een warmtepomp.

24

All-electric

woning nodig. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het vervangen van radiatoren door vloerverwarming of het isoleren van de woning.

Met de all-electric strategie worden gebouwen verwarmd met elektriciteit. Hierbij wordt warmte uit de lucht of bodem gebruikt om de woning te verwarmen. Dat kan bijvoorbeeld met een lucht- of warmtepomp. Een elektrische warmtepomp levert warmte op een lagere temperatuur dan een traditionele CV of HR-ketel. Het is daarom belangrijk dat een gebouw goed geïsoleerd is, minimaal energielabel B, voordat dit gebouw overgaat op de all-electric oplossing. Dit kan betekenen dat eerst isolerende maatregelen nodig zijn voordat een gebouw over kan gaan op verwarming door een warmtepomp.

Bij een hoog- of middentemperatuur warmtenet zijn verregaande isolatiemaatregelen meestal niet nodig. Een grote (centrale) warmtebron is wel nodig, net zoals een grote warmtevraag in de buurt. Hoe verder de warmtebron van de bebouwing af ligt, of hoe minder gebouwen er in de buurt zijn, des te duurder het is om het warmtenet aan te leggen en te exploiteren. Bij een laag temperatuur warmtenet is de geleverde warmte niet voldoende om direct voor warm water te zorgen of een ruimte mee te verwarmen. Daarom is het nodig om de warmte op te waarderen. Dat kan op het niveau van een wijk of buurt, maar ook door een warmtepomp in elk gebouw te installeren.

Een warmtepomp levert warmte op een lagere temperatuur dan een conventionele HR- of CV-ketel. Isolatie is daarom erg belangrijk. Omdat nog niet elk gebouw voldoende geïsoleerd is, kunnen kosten voor isolatie uiteenlopen. Daarnaast is bij all-electric nodig dat het elektriciteitsnet ingrijpend wordt verzwaard.

Duurzaam gas Binnen duurzame gassen maken we onderscheid tussen groen gas en waterstof. Groen gas ontstaat als biologisch afval (zoals mest) wordt vergist en het gas dat ontstaat wordt opgewaardeerd naar dezelfde kwaliteit als aardgas. Groen gas heeft dezelfde eigenschappen als aardgas, waardoor er geen aanpassingen nodig zijn in de woning. Een ander voordeel is dat groen gas gebruikt wordt via het bestaande gasnetwerk. Groen gas is te gebruiken met een HR-ketel en CV-ketel, maar levert de meeste CO2-besparing op als de combinatie wordt gemaakt met een hybride warmtepomp. Deze hybride warmtepomp vangt een groot gedeelte van de warmtevraag op, waardoor er minder groen gas nodig is.

Warmtenet Bij een warmtenet worden gebouwen aangesloten op een collectieve warmtebron. Een warmtenet bestaat uit leidingen onder de grond. Door deze leidingen stroomt warm water van de bron naar de woning. Deze strategie bestaat in twee varianten; een warmtenet op midden- of hoogtemperatuur en een warmtenet op laagtemperatuur. Dit warmtenet kan gevoed worden door verschillende bronnen. Een hoog- of middentemperatuur warmtenet kan bijvoorbeeld gevoed worden door restwarmte uit de industrie of geothermie. Een laagtemperatuur warmtenet kan bijvoorbeeld gevoed worden door oppervlaktewarmte. Gebouwen die zijn aangesloten op een warmtenet hebben geen gasaansluiting meer, maar mogelijk zijn er nog wel aanpassingen aan de

Omdat er vaak geen extra isolerende maatregelen nodig zijn, is groen gas geschikt voor moeilijk te isoleren gebouwen (zoals monumenten). 25

Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Voor het produceren van waterstof is veel energie nodig. Op dit moment wordt waterstof voornamelijk geproduceerd van fossiele brandstoffen. Er is veel duurzame elektriciteit nodig om duurzame waterstof te maken, in het proces om elektriciteit in waterstof om te zetten gaat veel energie verloren. Waterstof heeft, net zoals groen gas, vergelijkbare eigenschappen met aardgas. In de woning zijn relatief weinig aanpassingen nodig.

industriële processen waar behoefte is aan een zeer hoge verbrandingstemperatuur. Dat maakt de beschikbaarheid van groen gas en waterstof voor de gebouwde omgeving erg onzeker. Ook weten we niet hoeveel groen gas of waterstof er in de toekomst beschikbaar zal zijn en welke kosten eraan verbonden worden. In deze versie van de TVW kunnen we duurzame gassen nog niet meenemen als betrouwbare strategieën. Op korte termijn kunnen duurzame gassen niet op een grote schaal worden ingezet. Er worden (landelijk & regionaal) wel veel pilotprojecten opgezet om te leren of en hoe we waterstof en groen gas kunnen inzetten in de warmtetransitie. De uitkomsten van die onderzoeken nemen we mee in de volgende versie van de TVW.

Zowel groen gas als waterstof leveren warmte op hoge temperatuur. Daarom zullen deze gassen in eerste instantie ingezet worden bij

26 Figuur 4 Samenvatting van de verschillende strategieën voor aardgasvrij

gebouwen gebouwd zijn volgens moderne isolatiestandaarden. Voor oudere gebouwen geldt dat er vaak meer isolerende maatregelen nodig zijn, voordat verwarming met een all-electric oplossing mogelijk is. Overigens betekent het niet dat een nieuwer gebouw per definitie makkelijker te verduurzamen is dan een ouder gebouw. Voor gebouwen uit de jaren ’60 en ’70 geldt bijvoorbeeld dat bij het na-isoleren van de gebouwen relatief veel energiewinst te behalen valt ten opzichte van gebouwen die zijn gebouwd in de jaren ’80. Ook zijn sommige oudere gebouwen eenvoudiger na te isoleren.

Kansrijke alternatieven voor Gilze en Rijen De verschillende strategieën hebben elk hun eigen voor- en nadelen. Het is daarnaast sterk afhankelijk van de kenmerken van een gebied en de gebouwde omgeving of een strategie geschikt is of niet. Daarbij gaat het voornamelijk om het al dan niet aanwezig zijn van een warmtebron, de bebouwingsdichtheid en de bouwjaren en isolatiewaarden van gebouwen. Voor de gemeente Gilze en Rijen heeft onderzoeksinstituut CE Delft onderzocht welke alternatieve kansrijk zijn. Ook het Expertisecentrum Warmte heeft de alternatieven voor Gilze en Rijen geanalyseerd. Daarnaast is ook regionaal door middel van een MKBA onderzoek gedaan naar de maatschappelijke kosten en baten van de warmteopties in de regio. De uitkomsten uit bovenstaande onderzoeken zijn vrijwel gelijk voor de gemeente. Uit deze onderzoeken komt naar voren dat een warmtenet voor Gilze en Rijen niet kansrijk is. Er zijn te weinig grootschalige warmtebronnen om zo’n warmtenet mee te voeden en de woningen en gebouwen zijn daarvoor te verspreid gebouwd. 1 Individuele oplossingen als Groen gas en all-electric lijken wel kansrijk, maar de beschikbaarheid van groen gas is erg onzeker. Voor veel gebouwen in de gemeente geldt dat all-electric oplossingen wel kansrijk zijn.

Wel zit er een groot verschil in de aanpassingen die per gebouw nodig zijn om goed met een all-electric oplossing te kunnen verwarmen. Voor nieuwere gebouwen (vanaf 1993) geldt dat een warmtepomp een betrouwbare en relatief betaalbare oplossing is. Vergaande isolerende maatregelen zijn vaak niet nodig, omdat deze

1

Een uitzondering vormt het industrieterrein Broekakkers.

27

Niet alle gebouwen zullen met een all-electric oplossing verwarmd kunnen worden. Een voorbeeld hiervan zijn monumentale panden, waarbij belemmeringen in de wetgeving ervoor zorgen dat niet zomaar alle isolerende maatregelen kunnen. Bij andere gebouwen weegt de investering niet op tegen de energetische winst.

Iedereen gaat op zijn of haar eigen manier aan de slag met aardgasvrij. We hebben een aantal inwoners gevraagd om hun ervaringen en lessen met ons te delen. Zo ook dhr. en mevr. Bles.

Mogelijk vormen hybride systemen (met groen gas of waterstof) in de toekomst een oplossing voor de gebouwen in de gemeente Gilze en Rijen. Op dit moment is er echter nog teveel onzeker over de beschikbaarheid, en de prijs, van groen gas en waterstof. Het zijn daarom nog geen betrouwbare strategieën waarop we ons kunnen voorbereiden.

“In 2006 zijn wij begonnen met het verduurzamen van onze woning. We hebben veel ingezet op isolatie. Zo zijn inmiddels de muren en het dak geïsoleerd en hebben wij overal dubbel glas laten plaatsen. Daarnaast hebben we 12 zonnepanelen geplaatst, waarvan 8 op het schuine dak en 4 op de twee dakkapellen. Natuurlijk hebben we overal Ledlampen en we koken intussen ook elektrisch (inductie). We zijn nog niet klaar. Zo zijn er nog enkele isolatiemogelijkheden die we willen uitvoeren en we willen graag elektrisch gaan rijden als dat betaalbaar wordt. Door de maatregelen die we hebben genomen hebben we veel minder gas- en elektrakosten. Toch was dat voor ons niet eens de belangrijkste reden om te verduurzamen. Dat is namelijk onze zorg voor het milieu en het nemen van onze verantwoordelijkheid voor de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Tenslotte zijn we ons aan het oriënteren op meer mogelijkheden dan alleen het omschakelen op elektriciteit als energievorm. We zien dan ook de mogelijkheden van waterstofgas via de bestaande gasleidingen. Daar zit volgens ons een grote potentie voor de toekomst.”

28

29

6 STRATEGIE Deze Transitievisie Warmte is de eerste stap richting een aardgasvrije gemeente in 2050. Juist omdat we op tijd starten met deze eerste stap, kunnen we ons goed voorbereiden op de overstap naar duurzame warmte. Er is nog veel uit te zoeken, maar met deze visie is er ook inzicht vergaard in welke opties mogelijk zijn en welke opties, op basis van techniek, de kosten en de eigenschappen van de gebouwde omgeving minder goed passen bij Gilze en Rijen. Op basis van deze inzichten kunnen we bepalen welke strategie het beste past om de warmtetransitie verder over de gemeente uit te rollen.

warmtesysteem zijn er vaak ook veel koppelkansen te benoemen, zoals de aanpak van de riolering of groenvoorziening. Op die koppelkansen kun je met de doelgerichte benadering goed inspelen. De doelgerichte benadering heeft als voordeel dat er veel kennis wordt opgedaan over het aardgasvrij maken van een wijk (er is een steile leercurve) en dat er in één traject een relatief grote groep gebouwen aardgasvrij wordt gemaakt. Het nadeel van deze benadering is dat deze vooral inzet op het laaghangende fruit en daarbij geen oplossing vormt voor woningen of gebouwen waarvan het alternatief voor aardgas niet eenduidig of eenvoudig is gerealiseerd. Vanuit de landelijke berichtgeving en het Rijk is in de eerste periode na vaststelling van het Klimaatakkoord veel aandacht geweest voor wijken waar een collectieve warmtevoorziening kansrijk is. Daarmee is ook de doelgerichte benadering als voorkeursbenadering naar voren gebracht.

Doelgerichte vs. gefaseerde benadering Bij het denken over de warmtetransitie wordt, na het vaststellen van de Transitievisie Warmte, vaak de veronderstelling gemaakt dat de gemeente wijken aanwijst die binnen een bepaalde termijn (bijvoorbeeld voor 2030) aardgasvrij zullen worden. Dit noemen we de doelgerichte benadering, waarbij de focus ligt op één (of enkele) wijken. Deze benadering past goed bij wijken waar bijvoorbeeld een collectief warmtesysteem (zoals een warmtenet) naar voren komt als kansrijke strategie. Bij een collectief

Voor onze gemeente geldt echter dat deze doelgerichte benadering niet zo goed past bij de mogelijke alternatieven voor aardgas en de wijze waarop onze gemeente is opgebouwd. Zoals in de voorgaande hoofdstukken naar voren is gebracht, zijn de wijken in Gilze en Rijen divers opgebouwd. Een collectieve warmtevoorziening zoals een warmtenet is voor ons ook niet kansrijk en onze koppelkansen zijn eerder sociaal en financieel dan (civiel-)technisch. Daarom gaan we in de aankomende jaren niet wijk voor wijk aan de slag via de doelgericht 30

benadering, maar werken we toe naar een aardgasvrij Gilze en Rijen via de gefaseerde benadering. De gefaseerde benadering kenmerkt zich door de gemeentebrede (maatwerk)aanpak, iedereen kan mee in de transitie en bereidt zich stapsgewijs voor op aardgasvrij. De stappen die gebouweigenaren zetten passen bij hun situatie, het gebouw en de uiteindelijke oplossing. Daarbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij natuurlijke overgangsmomenten. Iedereen kan stappen zetten in fase 1, ook als het uiteindelijk alternatief voor aardgas nog niet binnen handbereik ligt. Met het nemen van spijtvrije maatregelen bereiden gebouweigenaren zich voor op de uiteindelijk transitie en verminderen zij op korte termijn de afhankelijkheid van aardgas. Voor een groot aantal gebouwen in onze gemeenten geldt dat we nu al weten dat een all-electric oplossing financieel en technisch haalbaar is. De eigenaren van deze gebouwen kunnen zich richten op fase 2 en 3. De gefaseerde benadering past bij ons. We streven namelijk niet naar een snelle overstap naar duurzame warmte, maar naar een goed voorbereide transitie waarin iedereen mee kan. Een transitie waarin de gemeente de regierol heeft en gebouweigenaren faciliteert en motiveert om te verduurzamen.

31 Figuur 5 Drie stappen van de gefaseerde transitie

sterk en daarmee ook de benodigde kosten. De hybride vorm van duurzaam gas is zoals beschreven op dit moment ook nog niet robuust.

Spijtvrije maatregelen Met spijtvrije maatregelen bedoelen we isolerende en besparende maatregelen die zich op korte termijn terugverdienen. Spijtvrije maatregelen zijn een belangrijke tussenstap in de transitie naar aardgasvrij, omdat deze maatregelen er op een laagdrempelige manier voor zorgen dat ons gasverbruik daalt. Daarmee zijn deze maatregelen voor elke strategie een belangrijke tussenstap. Spijtvrije maatregelen hebben het bijkomende voordeel dat ze resulteren in een lagere energierekening voor de bewoners.

Wat betekent dat voor de gebouwde omgeving in Gilze en Rijen? Voor alle woningen en gebouwen vanaf energielabel B weten we dat een all-electric oplossing (in de vorm van een warmtepomp) een robuuste oplossing is. Met deze zekerheid over de eindoplossing kunnen gebouweigenaren van deze panden zich voorbereiden op de overstap naar aardgasvrij en kunnen daarvoor natuurlijke overgangsmomenten benutten. Voor deze gebouwen geldt dat het isolatieniveau nagenoeg voldoende is, andere isolatiemaatregelen zijn vaak niet nodig (fase 1). Eventuele aanpassingen aan het gebouw (fase 2) kunnen, afhankelijk van gebouw, wel nodig zijn. Voor de overige oudere gebouwen in onze gemeente geldt dat er verder onderzoek nodig is voordat de eindoplossing in zicht is. Voor de komende vijf jaar ligt de focus daarom voor deze gebouwen vooralsnog op het nemen van de spijtvrije (isolatie)maatregelen (fase 1).

Welke maatregelen precies onder de noemer spijtvrij vallen, verschilt per gebouw en per situatie. Het gaat in ieder geval om maatregelen die zijn bedoeld om het gasverbruik (en breder het energieverbruik) te verminderen. Vaak gaat het daarbij om het vervangen of beter isoleren van daken, vloeren of gevels (na-isolatie), het vervangen van kozijnen en het dichten van kieren en tochtgaten. Het is belangrijk om hiermee in te spelen op natuurlijke overgangsmomenten, omdat dit de investering aan de voorkant kan verkleinen.

Met deze aanpak verwachten we dat een verschuiving van 10% in het energielabel van de woningen in Gilze en Rijen in 2026 haalbaar is.

Robuustheid van de oplossing

Een hybride warmtepomp is een tussenoplossing waarmee veel gas kan worden bespaard. Bij een hybride oplossing vangt de elektrische (hybride) warmtepomp het grootste gedeelte van de warmtevraag op. Alleen op de piekmomenten is de gasgestookte ketel nog nodig.

Een robuuste oplossing wordt gezien als een oplossing die betrouwbaar en betaalbaar is. Een betrouwbare oplossing geeft zekerheid en continuïteit van de warmtelevering. Een oplossing is daarnaast betrouwbaar als deze bewezen technisch haalbaar is. Een betaalbare oplossing is wanneer de kosten draagbaar zijn voor alle betrokken. De allelectric oplossing die in de analyse naar voren is gekomen als kansrijk, is nog niet robuust voor alle gebouwen in Gilze en Rijen. De benodigde aanpassingen aan een gebouw voor een all-electric oplossingen variëren

Een hybride warmtepomp is geen eindoplossing, omdat we niet weten of er voldoende groen gas of waterstof beschikbaar zal zijn om de piekbehoefte op te vangen. Maar het kan op korte termijn een goede stap zijn. Een hybride warmtepomp gaat zeker 15 of 20 jaar mee, dat betekent dat een woning die over gaat op een hybride warmtepomp naar alle waarschijnlijkheid niet binnen 15 of 20 jaar overgaat op aardgasvrij. 32

7 AANPAK

De komende jaren gaan we aan de slag met de gefaseerde benadering. We willen dat iedereen zich stapsgewijs gaat voorbereiden op de overstap naar aardgasvrij. Om deze stappen te gaan zetten, is het nodig dat inwoners gestimuleerd en goed geïnformeerd worden. Dat werkt het beste door woningeigenaren van dichtbij te benaderen. Daarom werkt de gemeente in de uitvoering van de warmtetransitie samen met de energiecoöperatie Energie Gilze Rijen en steunt de gemeente de wijkaanpak van Energie Gilze Rijen (EGR). EGR en de gemeente werken waar het huurders betreft ook samen met woningcorporatie de Leystromen.

In het eerste jaar heeft EGR een wijkteam opgezet in vier wijken (Schildersbuurt, Wolfsweide, Steenakkers en Hofstad) en (digitale) bijeenkomsten georganiseerd, met 15-25 enthousiaste deelnemers per bijeenkomst. Om dit enthousiasme vast te houden heeft EGR de wijkaanpak gecontinueerd en met steun van de gemeente verder uitgewerkt. De kern van de wijkaanpak is dat er samenwerking wordt gestimuleerd tussen inwoners van een wijk, met een groep of groepen van woningen uit eenzelfde of vergelijkbare bouwperiode. Voor een aantal veelvoorkomende woningtypes uit de wijken wordt een stappenplan voor aardgasvrij wonen gemaakt. Met dit stappenplan laat EGR zien welke stappen er nodig zijn om een woning aardgasvrij te verwarmen en van warmwater te voorzien. Dit stappenplan wordt vervolgens tijdens een bijeenkomst gepresenteerd aan alle inwoners van de wijk. Met deze informatie kunnen de inwoners zelf aan de slag, eventueel ondersteund door het wijkteam en adviseurs van EGR.

Wijkaanpak energiebesparing Het idee voor de wijkaanpak energiebesparing is ontstaan vanuit de Regeling Reductie Energiebesparing, een landelijke subsidie die de gemeente Gilze en Rijen in 2019-2020 ontving. In het kader van deze subsidie heeft de gemeente EGR opdracht gegeven om op wijkniveau inwoners te activeren om aan de slag te gaan met energiebesparing.

In de komende periode blijft EGR doorgaan met de wijkaanpak in de vier genoemde wijken en zet de wijkaanpak ook op in twee nieuwe wijken. Verder vooruit heeft EGR de ambitie om de wijkaanpak te laten groeien, 33

Molenschot Groen

zodat ook gebieden die nog niet onder de huidige wijken vallen, kunnen aansluiten.

In 2018 is het (Europese) project SMILE opgezet in de regio Hart van Brabant. Het doel van SMILE was om kennis en ervaring op te doen met aanpakken waarmee wijken aardgasvrij of energieneutraal kunnen worden. In de regio zijn 10 wijken uitgekozen om met zo’n aanpak te experimenteren.

De succesfactoren van de wijkaanpak zijn: •

•

•

Dichtbij: advies nemen inwoners liever aan van buren of wijkgenoten. EGR is een lokale organisatie, voor en door inwoners van de gemeente. In elke wijk richten zij daarnaast een wijkteam in dat bestaat uit enthousiaste inwoners uit die wijk die hun buren ook willen helpen stappen te zetten. Elke wijk heeft daarnaast een wijkcoach, die klaar staat om vragen vanuit inwoners te beantwoorden. Inwoners uit onze gemeente sluiten zich aan bij EGR en doen als energieadviseurs op vrijwillige basis warmtescans en geven energiebesparingsadviezen. Bewustwording: EGR en de wijkteams zetten in op communicatie op het niveau van de inwoners. Nieuwsbrieven worden deur aan deur of door middel van mailing verspreid en informatieavonden zijn kleinschalig, lokaal en op maat. Informatie & advies op maat: EGR neemt de inwoners mee in alle stappen naar aardgasloos wonen. De mogelijkheden maar ook de kosten en opbrengsten verschillen per woning of woningtype. Advies en informatie op maat is daarom waardevoller dan algemene richtlijnen.

Op initiatief van de Stichting Dorpsbelang Molenschot is Molenschot als één van de wijken gekozen. Zo is Molenschot Groen ontstaan. De aanpak waarmee er in Molenschot is geoefend is geheel door inwoners (ook wel bottom-up) ontwikkeld. Eén van de kernelementen is de menukaart die het verduurzamen van een woning uitlegt aan de hand van een voor-, hoofd en nagerecht. Bij de eerste stap, het voorgerecht, worden de maatregelen genoemd die het energievraag verminderen, zoals isolatie en glasvervanging. Vervolgens zitten in de tweede stap, het hoofdgerecht, de maatregelen die duurzame energie opwekken, zoals zonnepanelen. En tenslotte worden bij het nagerecht de maatregelen genoemd die ervoor zorgen dat de woning van het aardgas af kan, bijvoorbeeld warmtepompen.

De betrokken inwoners van Molenschot Groen hebben in twee jaar tijd met drie werkgroepen gewerkt aan energiebesparing. Het resultaat is onder meer dat er in die twee jaar tijd meer dan 100 warmtescans en adviezen zijn uitgebracht in Molenschot. Daarnaast zijn er informatieavonden georganiseerd, energiecoaches opgeleid en is er een club van betrokken en enthousiaste inwoners ontstaan. De lessen uit Molenschot zijn belangrijk voor de wijkaanpak in andere wijken van de gemeente.

34

Het project SMILE is inmiddels afgerond, maar Molenschot Groen gaat door. In samenwerking met Energie Gilze Rijen blijft Molenschot Groen dorpsgenoten informeren, enthousiasmeren en adviseren over energiebesparing en verduurzaming. Daarbij neemt Molenschot als nieuwe wijk deel aan de wijkaanpak van EGR en wordt voor vijf woningen een stappenplan naar verduurzaming uitgewerkt.

35

8 FINANCIERING EN BETAALBAARHEID Het is nog niet duidelijk wat de transitie naar aardgasvrij in totaal gaat kosten. Verdere onderzoeken, maar ook landelijke pilots en regionale proeftuinen gaan meer inzicht bieden in de betaalbaarheid van de warmtetransitie. De individuele kosten, de kosten van de warmtetransitie per gebouw, verschillen daarnaast ook sterk en zijn o.a. erg afhankelijk van de bouwkundige staat van het gebouw en de oplossing voor aardgasvrij. De kosten per gebouw zijn dus op dit moment nog niet specifiek te maken. De betaalbaarheid van de transitie is voor ons wel een belangrijk uitgangspunt. Daarom hebben we dit aspect terug laten komen in onze analyse van kansrijke strategieën. We hebben beschikbare strategieën vergeleken op basis van de laagst maatschappelijke kosten. Per techniek kijken we ook naar de individuele kosten, de kosten per gebouw. Voor ons is een strategie alleen robuust als deze ook betaalbaar is. De ervaringen met de wijkaanpak in Molenschot en de overige wijken geven daarnaast inzicht in de kosten op gebouw of straatniveau.

Natuurlijke overgangsmomenten Het aardgasvrij maken van een gebouw of woning is een grote opgave, maar daarvoor hebben we de komende 30 jaar tot onze beschikking. Door deze voorbereidingstijd goed te benutten, kan worden ingespeeld op natuurlijke overgangsmomenten. Deze overgangsmomenten doen zich voor bij bijvoorbeeld de aankoop van een nieuwe woning, een (grootschalige) renovatie van het gebouw of tegen het einde van de technische levensduur van de huidige warmteinstallatie. Door op deze momenten in te spelen kunnen de investeringskosten voor de warmtetransitie slim gecombineerd worden met de gebruikelijke onderhoudskosten van een gebouw of woning. Dit levert uiteindelijke financiële voordelen op.

36

Inclusieve warmtetransitie Met de stijgende gas- en elektriciteitsprijzen wordt energiebesparing steeds belangrijker, voor alle doelgroepen. Extra aandacht gaat uit naar de huishoudens in Gilze en Rijen met een lager inkomen, voor wie de warmtetransitie een extra grote opgave kan zijn. Vanwege het lage inkomen wordt waarschijnlijk een substantieel deel hiervan besteed aan de energierekeningen. Om die reden zou het voor deze mensen gunstig zijn als zij kunnen besparen op energie, maar zij zijn waarschijnlijk nu niet in staat te investeren. Hiervoor moeten financieringsinstrumenten beschikbaar komen.

Iedereen gaat op zijn of haar eigen manier aan de slag met aardgasvrij. We hebben een aantal inwoners gevraagd om hun ervaringen en lessen met ons te delen. Zo ook familie van Gestel.

“Toen wij in 2018 dit huis kochten was het 40 jaar oud. In 2019 zijn we begonnen met het maken van plannen voor het verduurzamen van de woning. We hebben verschillende isolatiemaatregelen genomen: dubbel glas, dakisolatie en het isoleren van de kruipruimte. Daarnaast hadden we al vloerverwarming gelegd en kookten we op inductie. Hierdoor was het mogelijk in 2020 een luchtwarmtepomp aan te schaffen en zonnepanelen te leggen. Inmiddels is zelfs de gasleiding verwijderd. Het was voor ons spannend of de luchtwarmtepomp zou voldoen. Maar afgelopen koude winter heeft de pomp goed gewerkt, ook zonder bijverwarming. In warme zomers kan de pomp ook koelen zodat wij het hele jaar door een comfortabel huis hebben.

Het onderscheid tussen woningeigenaren en huurders met een smalle beurs is belangrijk. Huurders zijn afhankelijk van de verhuurder voor het verduurzamen van de woning. Woningcorporaties hebben hierbij een sleutelpositie en zijn primair verantwoordelijk voor het verduurzamen van de eigen woningvoorraad. De rol van woningcorporaties hebben wij verder toegelicht in hoofdstuk 3. Woningeigenaren zullen zelf moeten financieren. Dat is niet voor alle woningeigenaren mogelijk. Daarnaast staan ook de woningcorporaties voor een uitdaging. Zij zoeken vooral naar een balans tussen het verduurzamen van woningen en de betaalbaarheid en beschikbaarheid van huurwoningen.

Voor ons zijn er eigenlijk twee redenen geweest om te verduurzamen. We willen graag meewerken aan het verminderen van de CO2 uitstoot en hopen daarmee dat de aarde leefbaar blijft voor onze (klein)kinderen. Daarnaast bleek op onze energienota dat het verbruik van gas duurder was dan het verbruik van elektriciteit. Een luchtwarmtepomp in combinatie met zonnepanelen zou rendabeler zijn. Een tip voor alle inwoners van Gilze en Rijen: ga gebruikmaken van duurzame energie, wanneer nodig met behulp van een duurzaamheidslening. Denk niet alleen: “hoelang zal het duren voordat ik mijn investering heb terugverdiend?”. Verduurzaming loont zich niet persé in geld maar het loont in de toekomst van de jeugd!”

Het faciliteren van deze doelgroep zal de komende vijf jaar voornamelijk gebeuren door gerichte communicatie. Daarbij is voornamelijk de beschikbaarheid van een financiële regeling van belang. Verbetering van wooncomfort (bijvoorbeeld het voorkomen van tocht, schimmel of vocht) is een belangrijke motivator voor bewoners. Belangrijk bij deze doelgroep is het persoonlijke contact. Het Sociaal Domein binnen de gemeente heeft hierbij een belangrijke taak om zorgen weg te nemen en mensen op weg te helpen en elkaar tot actie aan te zetten.

37

Subsidies & leningen Subsidies en leningen zorgen ervoor dat de drempel voor de overstap naar een aardgasvrije verwarming lager wordt voor de gebouweigenaar. Het Rijk zet hiervoor al enkele instrumenten in, naar verwachting zal dit instrumentarium uitbreiden in de toekomst. De volgende subsidies zijn op dit moment beschikbaar voor gebouweigenaren (particulier & ondernemer): • •

Subsidies voor particulieren bij het treffen van maatregelen of aanschaf van installaties (ISDE); Subsidie voor VvE’s die energie willen besparen in hun gebouw en/of appartementen (SEEH)

Daarnaast zijn er de volgende leningen beschikbaar: • •

Duurzaamheidslening Gilze en Rijen Energiebespaarlening (Nationaal Warmtefonds)

Het Regionaal Energieloket Gilze en Rijen is ingericht om woningeigenaren te adviseren over de verschillende subsidies en leningen die beschikbaar zijn voor het verduurzamen van de woning. Lokaal heeft de coöperatie Energie Gilze Rijen (EGR) veel kennis in huis om inwoners te adviseren over maatregelen voor het besparen van energie om zo de maandelijkse lasten te verlagen. Voor ondernemers en andere gebouweigenaren is de website van RVO.nl een betrouwbare informatiebron.

38

9 COMMUNICATIE- EN PARTICIPATIE De opgave kent verschillende doelgroepen, die elk hun eigen uitdagingen en hobbels tegenkomen als het gaat om meedoen met de energietransitie. Zonder de bewoner lukt het niet. De warmtetransitie vindt voor een groot deel plaats achter de voordeur. Het is daarom van belang om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de wensen, behoeften en

Hoe willen we die bewustwording bereiken? Kernboodschap en doelstellingen We communiceren helder en duidelijk de kernboodschap (kleinschalig, op maat en dichtbij) en doelstellingen (zoals het streven naar aardgasvrij verwarmen in 2050). Het is een gezamenlijk streven en we gaan er in stappen naartoe werken. Daarbij faciliteert de gemeente, begeleidt inwoners en andere stakeholders.

mogelijkheden van woningeigenaren, huurders en ondernemers. Uit de voorgaande hoofdstukken blijkt dat er met maatwerk wordt toegewerkt naar een aardgasvrij Gilze en Rijen en dat de aanpak afhankelijk is van gebouwen, de oplossing en zeker ook de doelgroep.

Strategie

We willen onze inwoners zo vroeg en goed mogelijk bewust maken van kansen en ontwikkelingen. Met onze communicatie zetten we in op bewustwording en participatie. De kern van onze strategie is dat we kiezen voor kleinschalig, op maat en dichtbij. Daarnaast kiezen we voor een helder tijdpad gebaseerd op een geleidelijk proces van samen bewust worden.

Informeren en faciliteren Door regelmatig en gestructureerd te blijven voorzien in goede informatie over mogelijkheden tot het verduurzamen van de eigen woning, faciliteren we de stakeholders in onze gemeenten om zelf stappen te zetten. We gaan de duurzaamheidspagina van de gemeentelijke website als een centraal informatiepunt inrichten waarbij overzichtelijk in beeld is wat er mogelijk is, welke activiteiten er zijn en wat er wordt gefaciliteerd. Daarnaast benutten we de pagina van het Regionaal Energieloket en de adviseurs van Energie Gilze Rijen. 39

• •

Inspireren door voorbeeld De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld door de uitgangspunten zelf waar mogelijk toe te passen in de ontwikkeling van eigen gebouwen. Bestuurders brengen we vaker in beeld komen om zo zelf zichtbaar een goed voorbeeld te geven. We hebben een gezamenlijk doel: samen bewust!

Communicatie op wijkniveau (advies op maat met actieve inzet van wijkteams en energiecoaches) Communicatie op doelgroep (boodschappen voor verschillende doelgroepen met actieve inzet van ambassadeurs en koplopers)

Daarnaast maken we gebruik van koplopers en ambassadeurs. Voorbeelden van inwoners of bedrijven die duurzame toepassingen hebben gerealiseerd, bieden we een podium. Participatie Green team en lokale organisaties We willen inzetten tot het vormen van een green team, betrokken inwoners die op vrijwillige basis kunnen worden geraadpleegd als een denktank op het gebied van duurzaamheid en als aanspreekpunt voor andere inwoners. Dit is een idee dat is ontstaan in de meedenksessies, waar inwoners aangaven ook op een structurele manier te willen meedenken in de duurzame plannen van de gemeente. Bestaande organisaties, zoals Energie Gilze Rijen en Molenschot Groen hebben een belangrijke en actieve rol in het proces in het proces van bewustwording. Communicatieaanpak De communicatie bestaat uit verschillende lagen: •

Communicatie op gemeenteniveau (informeren & faciliteren) Figuur 6 Communicatietrechter

40

Communicatie op gemeenteniveau

Communicatie op doelgroep

Op het niveau van de gemeente wordt er gecommuniceerd over de globale stappen die wij gaan nemen om in 2050 van het aardgas af te zijn. Via de website www.gilzerijen.nl/transitievisiewarmte houden we inwoners en ondernemers op de hoogte van de stand van zaken rond de energietransitie en de overgang naar een aardgasvrij Gilze en Rijen. Ieder die wil, kan op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en voortgang digitaal en via de lokale media.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10762617/1