Technische vragen en antwoorden concept programma mobiliteit
Tekst van het document
Fractie Vraag Antwoord D66 Welke wegen binnen de gemeente De beoogde wegen die in aanmerking komen voor inrichting als gebiedsontsluitingsweg 30 km/u worden concreet beoogd om omgevormd (GOW30) zijn opgenomen op bladzijde 21 van het concept Programma Mobiliteit. Het betreft de wegen te worden tot gebiedsontsluitingsweg 30 die op de kaart met een donkerrode kleur zijn aangeduid. Deze wegen kennen momenteel een km/u (GOW30)? Kunt u per voorgestelde snelheidsregime van 50 km/u. weg aangeven op basis van welke criteria De selectie van deze wegen is in de eerste plaats gebaseerd op het criterium verkeersveiligheid, dat deze keuze is gemaakt (zoals zwaarwegend is. Uit analyse blijkt dat deze wegen in hun huidige vorm onvoldoende (kunnen) voldoen verkeersintensiteit, functie in netwerk, aan de richtlijnen die gelden voor een 50 km/u-inrichting. De beschikbare fysieke ruimte is in veel OV-route, hulpdienstenroute, gevallen beperkt, waardoor een veilige en conforme inrichting op 50 km/u lastig realiseerbaar is. verkeersveiligheidsdata en ruimtelijke Daarnaast kenmerken deze wegen zich door een relatief groot aantal in- en uitritten, gemengd gebruik context)? door gemotoriseerd verkeer en fietsers, alsmede frequente oversteekbewegingen. Deze combinatie van factoren maakt een verlaging van de snelheid naar 30 km/u vanuit verkeersveiligheidsoogpunt wenselijk.
Tegelijkertijd is bij de afweging nadrukkelijk rekening gehouden met de netwerkfunctie van deze wegen. Een deel van deze wegen vervult een belangrijke rol in de bereikbaarheid van de gemeente, onder andere voor hulpdiensten, openbaar vervoer en bezoekers. De betreffende GOW30-wegen kennen over het algemeen hogere verkeersintensiteiten en een meer doorgaande verkeersfunctie dan omliggende erftoegangswegen. Vanuit verkeerskundig perspectief is het daarom wenselijk deze wegen in de voorrang te houden. Deze combinatie van een gebiedsontsluitende functie met een lagere snelheid past binnen het principe van een GOW30. Tot slot moet worden opgemerkt dat, om tot een definitief besluit te komen, een nadere uitwerking nodig is. Daarbij worden o.a andere omgevingsaspecten, zoals geluidsreductie en de bereikbaarheid voor hulpdiensten, nader in beeld gebracht en meegewogen.
D66
Op welke data en analysemethoden is de “risicogestuurde aanpak” voor verkeersveiligheid gebaseerd? Kunt u specificeren welke bronnen zijn gebruikt (bijv. ongevalsdata, snelheidsmetingen, meldingen van bewoners, conflictanalyses) en hoe deze zijn gewogen in de beleidskeuzes?
De risicogestuurde aanpak voor verkeersveiligheid sluit aan bij de landelijke beleidslijn van het Rijk, zoals vastgelegd in onder andere het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV). Deze aanpak richt zich niet uitsluitend op geregistreerde ongevallen, maar nadrukkelijk ook op het identificeren van risicofactoren in het verkeerssysteem. Voor de onderbouwing van deze aanpak wordt gebruikgemaakt van diverse databronnen en analysemethoden. Belangrijke bronnen zijn onder meer: - ongevalsdata (onder andere via het Nationaal Dataportaal Wegverkeer – NDW); - de SPV Viewer, waarin risicofactoren en indicatoren voor verkeersonveiligheid zijn opgenomen; - beschikbare snelheidsgegevens; - verkeersintensiteiten en netwerkgegevens; - signalen en meldingen van bewoners; - en, waar beschikbaar, aanvullende analyses zoals conflictobservaties. In de verdere uitwerking van het Programma Mobiliteit in uitvoeringsplannen worden deze databronnen in samenhang geanalyseerd. Dit gebeurt door zowel risicofactoren (proactief) als ongevalsgegevens (reactief) te betrekken. Op basis hiervan worden locaties geïdentificeerd waar de kans op ongevallen het grootst is of waar de impact het meest ernstig kan zijn. De verschillende bronnen worden niet afzonderlijk, maar in onderlinge samenhang beschouwd.
Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar indicatoren zoals snelheidsovertredingen, inrichting van de weg, menging van verkeersdeelnemers en intensiteit van gebruik. Deze integrale afweging vormt de basis voor de prioritering van maatregelen. Het doel van deze werkwijze is om te komen tot een onderbouwde en effectieve inzet van maatregelen die bijdragen aan zowel de verkeersveiligheid als de leefbaarheid.
D66
D66
D66
Welke verkeers- en mobiliteitsprognoses Bij het opstellen van het programma is uitgegaan van de prognoses van het Brabants Verkeersmodel zijn gebruikt om de effecten van geplande BBMA. Netwerkkeuzes tussen GOW en ETW sluiten hierop aan. Dit is geen stilstaand proces. Waar de en voorziene woningbouw en wereld veranderd wordt proactief doorgerekend wat de effecten zijn. Die nieuwe inzichten kunnen gebiedsontwikkeling in te schatten? Kunt aanleiding geven voor verandering. u aangeven hoe deze prognoses zijn doorvertaald naar netwerkkeuzes, capaciteit van wegen en OVvoorzieningen? Welke bestuurlijke afspraken of externe Het programma schetst een wensbeeld waarvoor wij ons inspannen richting de concessieverlener (de commitments (bijv. provincie, provincie) en de concessiehouder (in het geval van het regulier busvervoer: Arriva). Deze inspanningen concessieverlener, vervoerders) liggen passen binnen onze inzet van de afgelopen jaren op dit thema. ten grondslag aan de voorgestelde Een van de resultaten is de opname in de nieuwe busconcessie Oost van de provincie van een volwaardige halte bij Midden-Brabant Poort per medio 2027. verbeteringen in het openbaar vervoer (zoals hogere frequenties, nieuwe Met de introductie van Bravo-flex wordt de OV-bereikbaarheid naar alle kernen verbeterd.
Er is echter verbindingen en avondmet name nog ruimte voor verbetering waar het gaat om hogere frequenties op meerdere tijdstippen /weekendbediening)? Welke onderdelen van de dag. zijn reeds geborgd en welke zijn nog afhankelijk van toekomstige besluitvorming? Hoe definieert de gemeente een Dit is nadere uitwerking die plaatsvindt in de vernieuwde nota parkeernormen. “acceptabele parkeerdruk op buurtniveau”? Welke kwantitatieve norm of bandbreedte wordt gehanteerd (bijvoorbeeld bezettingsgraad, tijdstip van meting, seizoen), en hoe wordt deze norm toegepast bij nieuwe ontwikkelingen en
D66
D66
Hoe wordt het STOMP-principe concreet Het ontwerpprincipe STOMP zal in de uitvoeringsplannen nader worden uitgewerkt tot een praktisch en toegepast in de besluitvorming bij tastbaar kader voor de inrichting van de verkeersruimte. Het STOMP-principe dient als een van de infrastructurele projecten? Kunt u inzicht middelen om de ambities op het gebied van verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid te geven in het afwegingskader waarin realiseren. wordt bepaald wanneer prioriteit wordt In meerdere concrete projecten, zoals de geplande herinrichting van de stationsomgeving en de Lange gegeven aan voetganger, fiets, OV, Wagenstraat laten wij zien wij dat er meer ruimte ontstaat ten gunste van voetgangers, fietsers en een deelmobiliteit of auto, inclusief prettiger verblijf. voorbeelden van recente of geplande Hoe onderscheidt de gemeente binnen dit Dit is een nadere uiterwerking die plaatsvindt in de nog op stellen uitvoeringplannen. In dit programma programma tussen (a) maatregelen die stellen we doelen, principes en het wensbeeld vast. reeds bestuurlijk zijn vastgesteld of financieel gedekt, (b) maatregelen die afhankelijk zijn van externe partijen, en (c) maatregelen die als ambitie of toekomstbeeld worden gezien? Kunt u daarbij ook aangeven welke fasering en financiële dekking per categorie beschikbaar is?