Technische vragen en antwoorden 23-055 RIB clientervaringsonderzoek Wmo 2022
Tekst van het document
8 23-055 RIB clientervaringsonderzoek Wmo CDA 2022
De onafhankelijk clientondersteuning wordt door de KBO en door MEE aangeboden. Hoe zijn de aanvragen procentueel verdeeld over deze beide organisaties?
De verdeling en precieze aantallen zijn ons niet bekend. Van de cliënten die deel hebben genomen aan het ceo Wmo 2022 én cliëntondersteuning hebben ontvangen geeft 37% aan gebruik te hebben gemaakt van een professional (MEE) en 63% van een vrijwilliger (KBO).
8 23-055 RIB clientervaringsonderzoek Wmo CDA 2022
op welke wijze worden inwoners op de hoogte Bij de bevestigingsbrief (Wmo melding) wordt deze mogelijkheid standaard gebracht van de mogelijkheid van onafhankelijke benoemd en ontvangen zij een folder. Daarnaast geeft de Wmo consulent clientondersteuning bij WMO aanvragen? deze mogelijkheid nog aan bij het inplannen van het keukentafelgesprek. Wanneer de indruk bestaat dat een inwoner misschien niet alles van het gesprek zal kunnen begrijpen dan schakelt de consulent actief clientondersteuning in.
8 23-055 RIB clientervaringsonderzoek Wmo D66 2022
1. Bekendheid waar men terecht kan voor We zijn aan het onderzoeken of we de verschillende toegangen (naar zorg) hulp/zorg: 10% wist niet waar hij/zij moest zijn beter op elkaar kunnen afstemmen, waardoor we elkaar beter kunnen vinden (stijging t.o.v. 2021, toen het 6% was!) en 18% en waardoor de bekendheid naar de voorzieningen/mogelijkheden wordt antwoordt neutraal. Slechts 72% wist dit, en dan vergroot. Ook is er vanuit de basisondersteuning aandacht voor het vergroten zijn dit nog de mensen die voor een groot deel al van de bekendheid van het Dorpsteam en diens mogelijkheden. in zorg zaten. Ook uit andere bronnen blijkt dat de bekendheid met Wmo voorzieningen veel lager is dan wat we zouden willen: Ouderenmonitor GGD: slechts 45% weet waar men terecht kan voor bv. steun i.v.m. gezondheidsproblemen (bv hulp in huishouding, vervoer, woningaanpassing) en 44% voor steun bij mantelzorg. De huidige manieren helpen blijkbaar niet of onvoldoende. Wat gaat de gemeente doen om deze bekendheid nu echt te verhogen? Graag in termen van concrete acties.
8 23-055 RIB clientervaringsonderzoek Wmo D66 2022
2. In de RIB wordt geconstateerd dat de Bij de bevestigingsbrief (Wmo melding) wordt deze mogelijkheid standaard bekendheid van de onafhankelijke benoemd en ontvangen zij een folder. Daarnaast geeft de Wmo consulent clientondersteuning is teruggelopen van 65% naar deze mogelijkheid nog aan bij het inplannen van het keukentafelgesprek. 48% en dat is heel veel minder. Wordt dat niet ter Wanneer daarna gevraagd wordt waarom men hier geen gebruik van maakt, voorbereiding van de keukentafelgesprekken wisselen de antwoorden, zoals: liever iemand uit het eigen netwerk aanwezig gecommuniceerd met de cliënten? En tijdens deze of liever juist niemand aanwezig. Wanneer de indruk bestaat dat de inwoner gesprekken aan gememoreerd. A. Zo nee, waarom het gesprek misschien niet helemaal zal kunnen begrijpen dan schakelt de niet? B. Zo ja, wat is dan de reactie van de consulent zelf actief clientondersteuning in. hulpvragers?
8 23-055 RIB clientervaringsonderzoek Wmo D66 2022
8 23-055 RIB clientervaringsonderzoek Wmo D66 2022
3. Voor 25% van de hulpvragers was de wachttijd te lang. A. Wat is er inmiddels aan gedaan om deze te verkorten? B. Welke obstakels hebben wij als gemeente wel en welke niet in de hand? C. Is het aantal hulpvragen voor Wmo-maatwerk feitelijk toegenomen? Wat is de cijfermatige ontwikkeling van zorgtoewijzing (per type hulpvraag)? D. Er wordt in de RIB aangegeven dat er personeelstekorten zijn bij zorgaanbieders. D.1 Zijn die er nog? D.2 Zo ja in welke sectoren/type hulpvragen? D.3 Wat wordt er aan gedaan?
Er zijn nog steeds personeelstekorten bij zorgaanbieders. Met name in de huishoudelijke ondersteuning zien we dit, maar ook in de andere sectoren is hier sprake van. Enerzijds proberen aanbieders hun openstaande functies aantrekkelijk te maken en hebben ze aandacht voor de werving van hun personeel. A. We verwachten dat deze wachttijd gaat over de wachttijd bij zorgaanbieders. Wij als gemeente schalen op/af in onze FTE’s afhankelijk van de lengte van onze wachtlijsten. Voor wat betreft aanbieders, zij proberen hun openstaande functies aantrekkelijk te maken en hebben ze aandacht voor de werving van hun personeel. B. Het personeelstekort is een groot, landelijk probleem waar we als gemeente weinig invloed op hebben. Wel staan we in nauw contact met aanbieders; voor inwoners waar spoed aan de orde is, wordt snel geschakeld. C. Uit de maraps is gebleken dat het aantal aanvragen cumulatief ongeveer gelijk is gebleven aan 2021. Gekeken over de afgelopen, meerdere jaren zagen we wel een stijging, welke vooral te maken lijkt te hebben met de dubbele vergrijzing en het langer thuis wonen. Aantal voorzieningen 2022: Begeleiding: 2021 – 510, 2022 – 524. Huishoudelijke hulp: 2021 – 840, 2022 – 911. Rolstoelen: 2021 – 217, 2022 – 224. Vervoersvoorzieningen: 2021 – 1211, 2022 – 1230. Woonvoorzieningen: 2021 – 278, 2022 – 295. D. Ja die zijn er nog.
Dit geldt voor nagenoeg alle sectoren, denk aan huishoudelijke ondersteuners, monteurs van voorzieningen, ambulant begeleiders. Aanbieders proberen hun openstaande functies aantrekkelijk te maken en hebben ze aandacht voor de werving van hun personeel.
4. Uit de tabel van paragraaf 2.6 blijkt dat het 3%/4% van de respondenten geeft inderdaad aan dat ze geen nut ervaren. De percentage personen dat zegt resultaat/nut te overige respondenten geven aan tevreden te zijn of er neutraal erin te staan. ervaren tussen de 75% en 80% ligt. M.a.w. één op A. Wanneer hulpvragen niet behaald zijn, wordt in evaluatiegesprekken de vier a vijf heeft er geen nut van gehad. besproken waar dit aan ligt en wat er aan gedaan wordt om dit op te pakken. A. Wordt dit aspect (geen effect) vanuit het Deze afspraken worden in het verslag vastgelegd. Sociaal team opgepakt bij hun gesprekken met cliënten (evaluatie van de lopende of genoten Dit wordt, op vanuit de uitvoering na, niet verder gemonitord. zorg)? Zo ja, wordt dit gemonitord? En wat wordt daar vervolgens mee gedaan? Zo nee, waarom B. Ja dit doen ze. Aanbieders evalueren tussentijds samen met de inwoner. niet? Hier wordt niet standaard over gerapporteerd aan de gemeente, in het kader B. Aangenomen mag worden dat ook de van de AVG. Waar noodzakelijk wordt hierin wel de zorgaanbieders hierop periodiek evalueren, samenwerking/afstemming in opgezocht. minimaal bij het stoppen van de voorziening, maar ook tussentijds (resultaatmeting). B.1 Doen ze dit? B.2 En zo ja, rapporteert men hierover aan de gemeente. B.3 Zo nee, waarom niet?