T Bijlage 4 - quickscan flora en fauna Rijksweg 111
Tekst van het document
Quickscan Flora & Fauna
Rijksweg 111
ROS Buro ROS Ruimtelijke Ordening & Stedenbouw Hapert i.o.v. J.P. van Dorst
INHOUDSOPGAVE
1
2
INLEIDING
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
Doel
3
1.3
Leeswijzer
3
WET- EN REGELGEVING
4
2.1
Wet natuurbescherming
4
2.1.1
Bescherming van gebieden
4
2.1.2
Bescherming van soorten
4
2.1.3
Bescherming van houtopstanden
6
2.2
3
Verordening ruimte
6
PLANGEBIED
7
3.1
7
Ligging en beschrijving plangebied
Toekomstige situatie
4
datum
9
ONDERZOEKSRESULTATEN BESCHERMDE GEBIEDEN
10
4.1
Gebiedsbescherming
10
4.2
Soortbescherming
11
4.3
Conclusie
13
31 oktober 2019
pagina
2 van 13
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding Initiatiefnemer heeft het voornemen op de locatie Rijksweg 111 het bestaande tankstation uit te breiden. De uitbreiding bestaat uit een aantal wasboxen en een shop. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling vindt geen sloop van gebouwen plaats en worden geen bomen gekapt. Ten behoeve van de planologische procedure geeft de gemeente Gilze en Rijen in het principebesluit aan, dat het noodzakelijk is te onderzoeken welke natuurwaarden actueel in het gebied aanwezig zijn en op welke wijze de werkzaamheden hierop effect hebben. Dit om te voorkomen dat als gevolg van deze ontwikkeling wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden wordt overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld dient te worden.
1.2
Doel Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: -
Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
-
Een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
-
Een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of een negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, belangrijke weidevogel gebieden) of in het kader van de Verordening ruimte.
1.3
Leeswijzer In deze rapportage wordt allereerst het kader beschreven waar aan getoetst wordt. Vervolgens wordt het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het plangebied ten tijde van het oriënterend veldbezoek.
datum
31 oktober 2019
pagina
3 van 13
2
WET- EN REGELGEVING
2.1
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1
Bescherming van gebieden
De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde dier- en plantensoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
2.1.2
Bescherming van soorten
De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.
datum
1
www.rvo.nl
2
Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen
31 oktober 2019
pagina
4 van 13
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime
Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild
Het is verboden soorten in
Het is verboden soorten
levende vogels opzettelijk te
hun natuurlijke
opzettelijk te doden of te
doden of te vangen.
verspreidingsgebied
vangen.
opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk
Het is verboden de
Het is verboden de vaste
nesten, rustplaatsen en eieren
voortplantingsplaatsen of
voortplantingsplaatsen of
van vogels te vernielen of te
rustplaatsen van dieren te
rustplaatsen van dieren
beschadigen, of nesten van
beschadigen of te vernielen.
opzettelijk te beschadigen of
vogels weg te nemen.
te vernielen.
Art 3.1 lid 3
Art 3.5 lid 3
Het is verboden eieren te
Het is verboden eieren van
rapen en deze onder zich te
dieren in de natuur
hebben.
opzettelijk te vernielen of te
Niet van toepassing
rapen. Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels
Het is verboden dieren
opzettelijk te storen, tenzij
opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing
de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden
Het is verboden
plantensoorten in hun
plantensoorten in hun
natuurlijke
natuurlijke
verspreidingsgebied
verspreidingsgebied
opzettelijk te plukken en te
opzettelijk te plukken en te
verzamelen, af te snijden, te
verzamelen, af te snijden, te
ontwortelen of te vernielen.
ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wnb
datum
31 oktober 2019
pagina
5 van 13
2.1.3
Bescherming van houtopstanden
De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In deze quickscan blijft de bescherming van houtopstanden buiten beschouwing.
2.2
Verordening ruimte In de verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het NNN wordt beschermd via het planologisch kader. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Naast het NNN kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Het NNN kent geen uniform beschermingsregime. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
datum
31 oktober 2019
pagina
6 van 13
3
PLANGEBIED
3.1
Ligging en beschrijving plangebied Het plangebied Rijksweg 111 te Rijen ligt aan de Rijksweg N282 ter hoogte van Rijen. Zuidelijk grenst het plangebied aan het militaire vliegbasis Gilze-Rijen. Westelijk grenst het plangebied aan een burgerwoning behorende bij het adres Rijksweg 111B. Oostelijk grenst het plangebied aan een braakliggend terrein, waar recentelijk enkele woningen zijn gesloopt in het kader van de verbreding van de Rijksweg N282.
Afbeelding 1: ligging plangebied
datum
31 oktober 2019
pagina
7 van 13
Het grootste deel van het plangebied omvat het bestaande tankstation. Dit deel van het plangebied is grotendeels verhard. Bebouwing bestaat uit een overkapping, tankzuilen en bijbehorende voorzieningen. De locatie is landschappelijk ingepast door middels van een muur van grindkoffers. De ontwikkeling is voorzien op het oostelijke deel van het plangebied. Een deel van dit plangebied is eveneens verhard met klinkers en omheind met een hekwerk/grindkoffers. Het resterende deel betreft ruilgrond met de provincie Noord Brabant. De aanwezige woningen op deze locatie zijn recentelijk door de provincie gesloopt in het kader van de verbreding van de N282. Dit deel van het plangebied is braakliggend en bestaat uitsluitend uit omgewoeld zand. De navolgende foto’s geven een impressie van het plangebied.
Bestaand beklinkerd terrein omzoomd met grindkoffers en hekwerk
Braakliggend terrein voormalige woningbouwlocatie
datum
31 oktober 2019
pagina
8 van 13
Toekomstige situatie De voorgenomen ontwikkeling betreft de uitbreiding van het bestaande tankstation met een aantal wasboxen en een shop. De plannen zijn weergegeven in de navolgende figuur.
Afbeelding 2: nieuwe situatie
datum
31 oktober 2019
pagina
9 van 13
4
ONDERZOEKSRESULTATEN BESCHERMDE GEBIEDEN
4.1
Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden vindt in Nederland plaats door middel van Natura 2000gebieden, en provinciaal beschermde gebieden. In Noord-Brabant betreft dit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en de Groenblauwe Mantel. Het plangebied is niet gelegen binnen een van deze beschermde gebieden. Directe effecten zijn daarmee uitgesloten. Het meest dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de “het Ulvenhoutse Bos”, gelegen ca. 6 km van het plangebied. Op deze afstand is gezien de voorgenomen plannen hooguit het effect met betrekking tot stikstofdepositie van toepassing, wat vermesting en verzuring kan veroorzaken. Bij het plan wordt uitsluitend ondersteunende voorzieningen aan het tankstation toegevoegd voor de bestaande bezoeker. In de regels en op de verbeelding van dit bestemmingsplan is geborgd dat de functies ter plaatse van de beoogde uitbreiding van de bestemming ‘Bedrijf’ gaan plaats vinden uitsluitend ondersteunend zijn aan het bestaande tankstation. De bedrijfsuitbreiding leidt daarmee niet tot een toename van verkeersbewegingen. Een toename aan stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied, en een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen is daarmee uitgesloten.
Plangebied ten opzichte van NNB (groen/bruin) Met betrekking tot het Natuurnetwerk Brabant wordt opgemerkt dat de locatie niet in het natuurnetwerk ligt, maar grenst aan het Natuurnetwerk. Het meest dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk zijn de houtopstanden ten westen van het plangebied. Met betrekking deze houtopstanden, die op het achtergelegen terrein buiten het plangebied zijn gesitueerd, zijn er geen overtredingen te verwachten, aangezien er geen (onderdelen van)
datum
31 oktober 2019
pagina
10 van 13
houtopstanden gekapt zullen worden. Houtopstanden betreffen bomenrijen van meer dan 20 bomen, en bossen met een oppervlakte van minimaal 10 are. Ook is er geen effect te verwachten op het natuurnetwerk aangezien het deel van het plangebied dat zich richt naar het natuurnetwerk ongewijzigd blijft. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De nieuwe invulling met een landschappelijke inpassing van het gebied zal een positief effect hebben op de biodiversiteit.
4.2
Soortbescherming Volgens de Wet natuurbescherming zijn alle in het wild voorkomende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën, en specifieke soorten vissen, ongewervelden, en vaatplanten beschermd. Hieronder wordt per soortgroep bepaald of individuen van de soort van het plangebied gebruik kunnen maken als leefgebied of verblijfplaats. Is dit het geval, dan wordt bepaald of de voorgenomen plannen negatieve effecten hebben op deze soorten. Is dit het geval, en zijn geen alternatieven te bedenken waarbij de soort wordt ontzien, is het aanvragen van een ontheffing benodigd. Deze wordt enkel onder strenge voorwaarden verleend. Flora Een groot deel van het plangebied bestaat uit bebouwing en verharding. Op deze locatie worden geen beschermde soorten planten verwacht. Vaatplanten In de omgeving van het plangebied komt enkel de beschermde soort drijvende waterweegbree voor. Deze soort bevindt zich in natuurlijke wateren. Binnen het plangebied is dergelijk habitat niet aanwezig. Andere soorten zijn vanwege de verspreidingsgegevens en het aanwezige habitat eveneens niet te verwachten. Een negatief effect met betrekking tot vaatplanten is uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied kunnen algemene zoogdieren zoals egel, konijn, haas, vos en veldmuis voorkomen. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling.
Er gaat geen leefgebied van deze soorten verloren, waardoor de staat van instandhouding van deze soorten niet wordt aangetast. Wel geldt voor aanwezige individuen de zorgplicht. Ook zijn de zwaarder beschermde soorten wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter, eekhoorn en bever aanwezig. De bebouwing in het plangebied kan dienstdoen als leefgebied voor enkele van deze soorten. Dit blijft echter in de huidige staat behouden. Er zijn geen nesten of holen voor de eekhoorn aangetroffen in het plangebied. Daarnaast is er geen geschikt leefgebied voor de bever aanwezig. Vleermuizen In de omgeving zijn vleermuizen als gewone en ruige dwergvleermuis, gewone en grijze grootoorvleermuis, bosvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, watervleermuis en franjestaart waargenomen. Binnen het plangebied is echter geen sloop van gebouwen voorzien en er verdwijnt geen opgaand groen of open water wat kan dienen als foerageergebied of vliegroute.
datum
31 oktober 2019
pagina
11 van 13
Een negatief effect op verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen is daarmee redelijkerwijs uitgesloten. Vogels Om de nieuwe ontwikkeling mogelijk te maken, wordt geen bebouwing gesloopt en wordt er geen groen verwijderd. Zowel van de vogelsoorten waarvan de nesten enkel zijn beschermd tijdens het broedseizoen alsook van de vogelsoorten waarvan de nestlocaties jaarrond zijn beschermd zijn geen (potentiele) nestlocaties aangetroffen in het plangebied. In de bomen direct buiten het plangebied zijn geen nesten van soorten als buizerd en sperwer aangetroffen. Het is echter niet uitgesloten dat deze aanwezig zijn, gezien de bomen in het blad stonden tijdens het veldbezoek. Deze nestlocaties blijven behouden. Ook steenuil kan in de omgeving broeden. Het plangebied kan onderdeel uitmaken van het leefgebied. Echter blijft bijna het geschikte leefgebied vrijwel geheel als zodanig aanwezig, waardoor het plangebied (voor zover van toepassing) voldoende als habitat in gebruik kan blijven. Kortom, negatieve effecten op soorten met jaarrond beschermd nest, alsook zonder jaarrond beschermd nest zijn uitgesloten. Reptielen In de omgeving van het plangebied komt de levendbarende hagedis voor. Omdat er geen geschikt habitat voor deze soorten binnen het plangebied aanwezig is, is aanwezigheid hiervan niet te verwachten.
Een negatief effect op reptielen is redelijkerwijs uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied komen algemene soorten als kleine watersalamander, gewone pad , bruine kikker en bastaardkikker voor. Ook komen de zwaarder beschermde Alpenwatersalamander, kamsalamander, vinpootsalamander en heikikker voor. Omdat binnen het plangebied en in de directe omgeving geen geschikt voortplantingswater aanwezig is, is de aanwezigheid van al deze soorten redelijkerwijs uitgesloten. Het is echter nooit geheel uitgesloten dat een verdwaald individu van een algemene soort incidenteel van het plangebied gebruik maakt. Voor deze individuen geldt de zorgplicht. Vissen Gezien het ontbreken van open water is aanwezigheid van een beschermde vis binnen het plangebied redelijkerwijs uitgesloten. Negatieve effecten op vissen zijn hiermee uitgesloten.
Vlinders en libellen Uit de atlas ‘De dagvlinders van Nederland’ (2006) blijkt dat het heideblauwtje (FFtabel 3) in de buurt van het plangebied voorkomt. Het heideblauwtje leeft in zowel droge als natte heidevelden. Deze biotopen ontbreken in (de directe omgeving van) het plangebied. Het plangebied is derhalve niet geschikt voor het voorkomen van het heideblauwtje. Beschermde dagvlinders vinden voortplantingsbiotoop op specifieke waardplanten die in het plangebied niet
datum
31 oktober 2019
pagina
12 van 13
aanwezig zijn. Negatieve effecten op beschermde dagvlinders zijn hiermee uitgesloten. Het is mogelijk dat algemeen voorkomende vlindersoorten gebruikmaken van het plangebied. De Nederlandse libellen (2002) en de website Libellennet.nl maken geen melding van beschermde libelsoorten in de buurt van het plangebied. Negatieve effecten op beschermde libellen zijn hiermee uitgesloten. Dit neemt niet weg, dat het mogelijk is dat enkele algemeen voorkomende, niet beschermde, soorten volwassen libellen in het plangebied voorkomen. Mieren en kevers Beschermde soorten mieren en houtkevers zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (naald)bossen. De bosrand buiten het plangebied voldoet hieraan. In de bosrand zijn echter geen mierenhopen aangetroffen. Beschermde waterkevers zijn afhankelijk van grote, permanent stilstaande wateren. Deze wateren zijn niet in het plangebied of de directe omgeving aanwezig. Negatieve effecten op beschermde waterkevers in het plangebied zijn hiermee uitgesloten.
4.3
Conclusie -
Bij de werkzaamheden voor de aanleg van de wasboxen en shop dient men in algemene zin rekening te houden met broedende vogels. Bij voorkeur dient dit te gebeuren buiten het broedseizoen (maart – half augustus). Is dit niet mogelijk dan kan na een broedvogelcontrole door een ter zake kundige ecoloog, bij afwezigheid van een in gebruik zijnd nest, alsnog de werkzaamheden worden uitgevoerd. Bij aanwezigheid van een nest dient te worden gewacht tot alle jongen uit zijn gevlogen.
-
Voor eventueel aanwezige individuen geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat dieren niet moedwillig mogen worden gedood, en dat de dieren de kans wordt gegeven om het plangebied op eigen kracht te verlaten. In het geval van bijvoorbeeld gewone pad of egel kan het dier een handje worden geholpen door deze voorzichtig buiten het plangebied te plaatsen.
Hiernaast zijn negatieve effecten met betrekking tot beschermde soorten, gebieden of houtopstanden niet te verwachten. Vervolgonderzoek hiernaar is daarmee ook niet benodigd.
datum
31 oktober 2019
pagina
13 van 13