Startnotitie Warmteprogramma Gilze en Rijen
Tekst van het document
Concept startnotitie Warmteprogramma Gemeente Gilze en Rijen
1. Aanleiding en context Startnotitie Voor het Warmteprogramma gaat de gemeente voor het eerst met een startnotitie werken. Hierdoor wordt de raad in een vroeg stadium van het proces beter in positie gebracht. Aangezien het de eerste keer is dat we met een startnotitie werken, zien we dit als een experiment waarvan we met z’n allen kunnen leren.
Warmteprogramma De gemeenteraad van Gilze en Rijen stelde op 20 december 2021 de Transitievisie Warmte vast. Per 1 januari 2026 vervangt de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) deze visie door een verplicht Warmteprogramma. Dit Warmteprogramma moet uiterlijk op 20 december 2026 worden vastgesteld door het college van B&W van de gemeente Gilze en Rijen. Het Warmteprogramma ondersteunt de overstap naar aardgasvrij wonen en sluit aan bij landelijke klimaatdoelstellingen: in 2030 moeten 1,5 miljoen woningen verduurzaamd of aardgasvrij zijn en 500.000 extra woningen op een warmtenet zijn aangesloten.
Gemeentelijke regie Het Warmteprogramma is wettelijk verplicht, maar biedt daarnaast ook kansen om als gemeente regie te nemen in deze complexe transitie. Met duidelijke plannen kan draagvlak worden gecreëerd, kunnen investeringen worden gestimuleerd en kan er worden gewerkt aan een eerlijke en haalbare ‘warmte’-toekomst.
Energiesysteemverkenning In Q3 2025 is in opdracht van de gemeente Gilze en Rijen een Energiesysteemverkenning opgestart. Doel is om in kaart te brengen hoe vraag en aanbod van energie er tot 2050 uit kunnen zien, en wat dit betekent voor het inrichten van een energiesysteem dat in balans is. Deze verkenning wordt gelijktijdig ook voor de gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau uitgevoerd.
2. Doel en reikwijdte Doel Het Warmteprogramma biedt een duidelijke en gestructureerde aanpak voor de transitie naar duurzame warmtebronnen.
Scope Het programma richt zich in ieder geval op de gebouwde omgeving: • Woningen (huur en koop) • Utiliteitsbouw • Bestaande bouw Het Warmteprogramma loopt tot 2035 met een doorkijk naar 2050 en wordt elke vijf jaar herijkt.
1
Opgave Op basis van bekende en geschatte energielabels is door DeWarmteTransitieMakers berekend dat er in de gemeente Gilze en Rijen circa 5.984 woningen geïsoleerd moeten worden naar de standaard van energielabel B. Dit aantal betreft het totaal aantal woningen met energielabels C tot en met G.
Gerelateerde thema’s Het Warmteprogramma kan verschillende thema’s raken, waaronder de energieinfrastructuur (ruimte voor leidingen en elektriciteitsstations), landschappelijke inpassing (warmtebuffers, zonnepark) en ook het milieu-geluidsaspect.
3. Participatie De Omgevingswet schrijft niet voor welke vorm participatie moet hebben, maar er moet wel voldaan worden aan een motiveringsplicht. Hierin moet worden onderbouwd hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen betrokken zijn en wat de resultaten hiervan zijn. In januari 2025 hebben de gemeenteraden van Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen een gezamenlijke visie op participatie vastgesteld: “Samen voor een fijne samenleving". In deze visie zijn vijf ambities geformuleerd die leidend zijn in het organiseren van participatietrajecten en in het meedoen aan participatietrajecten van inwoners of andere externe initiatiefnemers. Deze ambities zijn als volgt: 1. 2. 3. 4. 5.
Iedereen mag en kan meedoen Participatie staat aan de basis van ons handelen De wederzijdse betrokkenheid van inwoners en de gemeenten vergroten Betrokkenheid en eigenaarschap We zijn omgevingsbewust en werken omgevingsgericht
Participatie voor het warmteprogramma Het warmteprogramma is bindend als beleidsdocument voor gemeenten, maar het heeft pas directe gevolgen voor bewoners en bedrijven zodra een concreet besluit voor een wijk wordt genomen. In de huidige planvormende fase is het daarom niet passend om brede participatie onder alle inwoners te organiseren. In plaats van brede participatie wordt gesproken met vertegenwoordigers van partijen die direct betrokken zijn bij de gebouwde omgeving.
Planning Hieronder worden de processtappen weergegeven die we doorlopen om te komen tot het warmteprogramma. Wanneer we uitvoering gaan geven aan het warmteprogramma, zullen er opnieuw participatiemoment worden ingepland waarbij we de wijk in gaan.
2
Fase 1 en 2 De eerste twee fases zijn vooral gericht op het verzamelen van informatie. Hierin spelen dus vooral de interne stakeholders een rol. Fase 3 In deze fase gaan we samen met een aantal externe stakeholders het gesprek aan. Enexis speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol in het verkennen van de mogelijkheden op het net. Daarnaast onderzoeken we samen met de woningcorporaties de koppelkansen. Tot slot heeft energiecoöperatie: Energie Gilze en Rijen een breed beeld van de gemeente en haar inwoners en speelt zij een grote rol in het vertalen van de gemeentelijke plannen. Fase 4 In fase vier vragen we feedback en advies van bewonersgroepen, wijkverenigingen en de gemeenteraad. Zij dragen geen directe verantwoordelijkheid voor het opstellen van het warmteprogramma, maar spelen wel een belangrijke rol in de toetsing ervan. We doen dit in een tweetrapsraket: nadat we de feedback van de externe stakeholders hebben verwerkt, geven we de raad de gelegenheid om wensen en bedenkingen in te dienen op de aangepaste conceptversie van het warmteprogramma. Fase 5 Deze fase betreft de formele vaststelling van het warmteprogramma. Gedurende zes weken voorafgaand aan de vaststelling ligt het warmteprogramma ter inzage en kunnen er zienswijzen worden ingediend.
Gemeenteraad: De gemeenteraad wordt op verschillende momenten en op verschillende participatieniveaus meegenomen in het traject richting Warmteprogramma. De volgende participatiemomenten vormen in ieder geval onderdeel van het traject: - Fase 2: Een raadsinformatieavond (oktober 2025). - Fase 2: Deze startnotitie (vaststelling door gemeenteraad in Q4 2025). - Fase 4: Na afronding van het participatieproces onder externe actoren bieden wij het concept warmteprogramma aan de raad aan voor het indienen van wensen en bedenkingen (Q2 &Q3 2025). Wij adviseren de raad om in te stemmen bovenstaand scenario. Een andere optie is om in fase 5 na de ter inzageperiode nog een keer terug te komen bij de gemeenteraad. Wij zullen sowieso de raad informeren door middel van een raadsinformatiebrief. De raad heeft dan zelf de keuze om het warmteprogramma te agenderen. Indien het warmteprogramma na de officiële inzageperiode opnieuw door de gemeenteraad behandeld wordt heeft dit grote gevolgen voor de tijdsplanning. Dit betekent dat het besluitvormingsproces, vanwege de interne cyclus, met ongeveer 5 maanden wordt verlengd en we de landelijke vastgestelde deadline van 31 december niet halen.
3
Participatieniveaus Hieronder staan voor elk participatieniveau de desbetreffende actoren en de passende rol in het proces onder elkaar. Erna wordt dit verder toegelicht. Niveau
Rol in proces
Actoren
Meebepalen
Kaders en richting bepalen
College, portefeuillehouder, gemeenteraad, werkgroep, stuurgroep
Meewerken
Inhoudelijke input leveren en keuzes mee vormgeven
Woningbouwcorporatie, Enexis, Energie Gilze Rijen, ambtelijk
Meedenken
Adviseren, ervaringen delen, feedback geven
Gemeenteraad, bewonersgroepen, wijkverenigingen
Meeweten
Via consultatie en communicatie op de hoogte blijven
Inwoners, ondernemers, natuurorganisaties
Werkorganisatie: Het Warmteprogramma is een groot en veelomvattend programma, waar doorlopend aan wordt gewerkt. Er is een Werkgroep opgericht die zich bezighoudt met het opstellen van het warmteprogramma. Daarnaast is er een Stuurgroep opgericht waaraan ook de wethouder deelneemt. Zowel de Werkgroep als de Stuurgroep hebben als rol meebepalen.
Externe stakeholders: Om stappen te kunnen zetten in het vormgeven van het Warmteprogramma, is het belangrijk om ook externe stakeholders te betrekken en te bevragen. Dat zijn de participatiemomenten. Meewerken: Deze groep helpt actief mee aan het realiseren van doelstellingen door taken uit te voeren. - Enexis - Woningbouwcorporatie - Intern ambtelijk - Energie Gilze Rijen Meedenken: Hieronder vallen mensen die adviseren en feedback geven, maar geen directe verantwoordelijkheid dragen voor het opstellen van het warmteprogramma. - Gemeenteraad - Bewonersgroepen en wijkverenigingen Meeweten: Het is belangrijk dat mensen op de hoogte zijn en blijven, ook al hebben zij geen actieve rol in het totstandkomingsproces. - Woningeigenaren - Dorpsteam - Defensie - Onderwijs - Natuurmonumenten - Natuur- en Landschapsvereniging Gilze en Rijen (NLGR) - Brabants Landschap, Staatsbosbeheer, BMF - Makelaars - Seniorenverenigingen
4
-
Ondernemers Provincie Noord-Brabant Brabant Water Agrariërs / ZLTO
4. Juridische en beleidsmatige kaders Een warmteprogramma moet aansluiten bij verschillende beleidskaders op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Landelijk gaat het om de WGIW (vanaf 2025 verplicht), de Klimaatwet (55% CO₂-reductie in 2030, klimaatneutraliteit in 2050), het Nationaal Warmteprogramma, de aankomende Wet collectieve warmte en de Omgevingswet, die ruimtelijke inpassing, vergunningverlening en participatie van inwoners regelt. Regionaal en lokaal zijn de REKS en de woningbouwopgave belangrijke bouwstenen. Daarnaast spelen randvoorwaarden zoals netcongestie, beschikbare subsidies, klimaatadaptatie en betaalbaarheid voor bewoners een belangrijke rol.
Aanwijsbevoegdheid De aanwijsbevoegdheid geeft gemeenten de mogelijkheid specifieke gebieden aan te wijzen waar de gasvoorziening kan worden beëindigd, om zo de transitie naar duurzame warmtebronnen te versnellen. Indien de gemeente Gilze en Rijen daadwerkelijk deze aanwijsbevoegdheid wil inzetten, zal in een later stadium, bij het vaststellen van het omgevingsplan, hierover een besluit genomen moeten worden.
Milieueffecten rapportage: (plan)MER Een MER (milieueffectrapportage) is een rapport dat de milieugevolgen van een specifiek project of plan analyseert. Een planMER is specifiek voor de milieugevolgen van een plan of programma, zoals het Warmteprogramma. De plan-MER brengt verwachte milieueffecten in kaart van de keuzes die in een Warmteprogramma worden gemaakt, bijvoorbeeld met betrekking tot luchtkwaliteit, geluidshinder en biodiversiteit. De gemeente kan een plan-MERbeoordeling uitvoeren om te bepalen of een milieueffectrapportage nodig is. Deze is met name nodig als er sprake is van een aanpak per wijk (wijkaanpak) of een grootschalige aanpak.
5. Financiële aspecten en middelen Voor het opstellen van het warmteprogramma zijn geen extra middelen nodig. De coördinatie en de invulling van het projectteam, evenals de uitbesteding van de Energiesysteemverkenning, worden gedekt met de CDOKE-gelden.
6. Risico’s en aandachtspunten Landelijke wetgeving Niet alle landelijke wetgeving in relatie tot het warmteprogramma is vastgesteld. De Wgiw is aangenomen door de Eerste Kamer en treedt op 1 januari 2026 in werking. Het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) is een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Dit is een nadere uitwerking van de Wgiw en geeft nadere invulling aan aanwijsbevoegdheid. Het Bgiw moet nog worden gepubliceerd in de Staatscourant en is dan pas definitief. Ook op het gebied van de planMer komen nog nadere richtlijnen.
5
Het warmteprogramma zal uiterlijk in 2026 vastgesteld moeten worden. Dit vraagt om een pragmatische aanpak van het proces, met de mogelijkheid om flexibel mee te kunnen bewegen. Indien nodig vindt bijsturing plaats op basis van nieuwe informatie en wetgeving.
Regionaal Warmtebedrijf Brabant De provincie Noord-Brabant, Enexis en EBN onderzoeken de haalbaarheid van een publiek meerderheidsbelang in een warmtebedrijf voor collectieve warmte. Dit warmtebedrijf moet bijdragen aan een aardgasvrije gebouwde omgeving, in lijn met de aankomende Wet Collectieve Warmte. Voor de gemeente Gilze en Rijen is het relevant om deze ontwikkeling te volgen, met name omdat de provincie hiermee op verschillende manieren (zoals juridisch en financieel) steun zou kunnen bieden aan kleinschalige warmtenetten.
Netcongestie Het overstappen op warmtepompen verhoogt het elektriciteitsverbruik, waardoor het netwerk moet worden verzwaard en uitgebreid. Samenwerking met netbeheerder Enexis is essentieel om overbelasting en wachttijden bij nieuwe aansluitingen te voorkomen.
Beschermde diersoorten Bij woningisolatie moet rekening worden gehouden met beschermde soorten, zoals vleermuizen. De gemeente stelt een SoortenManagementPlan (SMP) op om natuurbehoud en bouwprojecten te combineren.
7. Kaderstelling De Raadsinformatieavond op 6 oktober 2025 hebben wij enerzijds benut om de gemeenteraad te informeren. Anderzijds hebben wij de gemeenteraad om kaders gevraagd ten aanzien van een drietal onderwerpen:
Uitgangspunten warmteprogramma De uitgangspunten van de Transitievisie warmte (2021) van de gemeente Gilze en Rijen zijn als volgt: 1. 2. 3. 4. 5.
Inclusief– iedereen moet kunnen meedoen Flexibel en toekomstgericht – inspelen op innovaties Werk met werk maken – aansluiten bij bestaande initiatieven Samen – inwoners, interne en externe stakeholders Geen houtige biomassa
Kan de gemeenteraad bevestigen dat de uitgangspunten uit de Transitievisie Warmte (2021) het vertrekpunt vormen voor de verdere uitwerking van het Warmteprogramma? << antwoord hier >>
6
Scope van het warmteprogramma Het Warmteprogramma gaat vooralsnog niet over het gebruik van aardgas bij nieuwbouw, bedrijventerreinen, industriële processen of de glastuinbouw. Echter, vanuit het perspectief van een energiesysteem in balans – waarin niet alleen naar warmte maar ook naar andere energiedragers wordt gekeken – is het belangrijk om hier een bewuste keuze in te maken en eventueel van af te wijken. De precieze uitwerking volgt natuurlijk wanneer de energiesysteemverkenning is afgerond. We willen jullie nu alvast laten nadenken over de verschillende scenario’s. Mogelijke scenario’s nieuwbouw 1. We nemen nieuwbouw mee in het warmteprogramma. Nieuwbouw wordt al sinds 1 juli 2018 verplicht aardgasvrij gebouwd. De inzet van de aanwijsbevoegdheid speelt bij nieuwbouw dan ook geen rol. Het kan echter logisch zijn om toch de verwarming van nieuwbouw mee te nemen in het warmteprogramma vanwege bijvoorbeeld: • Het gebruik van schaarse warmtebronnen. • Het effect op de beschikbare capaciteit van het elektriciteitsnet. • Het aantal aansluitingen op een warmtenet en daarmee de businesscase. 2. We ontwikkelen een zelfstandig (vrijwillig) programma onder de omgevingswet voor de verwarming van nieuwbouw. Nieuwbouw maakt geen onderdeel uit van de verduurzamingsopgave van de gebouwde omgeving, gezien deze al aardgasvrij is.
Nieuwbouw vraagt daarom om een aparte aanpak en kan worden opgenomen in een zelfstandig programma. Mogelijke scenario’s industrie- en bedrijventerreinen 1. We nemen industrie- en bedrijventerreinen mee in het warmteprogramma. Ondernemers vormen onderdeel van de gemeente en worden dan ook meegenomen worden in de totstandkoming van het warmteprogramma. Een koppeling is ten gunste van het gehele energiesysteem van Gilze en Rijen waar vraag en aanbod samenkomen. 2. We nemen industrie- en bedrijventerreinen niet mee in het warmteprogramma. De aanpak op bedrijventerreinen vraagt om een andere aanpak dan die in een woonwijk. Op de bedrijventerreinen in Gilze en Rijen zijn we bezig met de greendeals; deze vallen buiten de scope van warmteprogramma. In hoeverre vindt de gemeenteraad het wenselijk om de scope van het warmteprogramma uit te breiden? << antwoord hier >>
Proces In hoeverre wil de gemeenteraad aandachtspunten meegeven ten aanzien van het proces? << antwoord hier >>
7