RIB gedeelde mobiliteit Oost-Brabant
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan
Gemeenteraad
Van
College van burgemeester en wethouders
Portefeuillehouder
Wethouder Diepstraten
Onderwerp
Gedeelde mobiliteit Oost-Brabant
Datum collegevergadering
7 december 2021
Behandeld medewerker
Gertjan Smit
Zaaknummer
362849
RIB-Nummer
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------1. Inleiding Met de visie “Gedeelde mobiliteit is maatwerk” (2018) heeft de provincie een beweging ingezet naar gedeelde mobiliteit. Onder gedeelde mobiliteit verstaan we alle mobiliteit die voor iedereen toegankelijk is en die je vaak samen gebruikt. Om op een zorgvuldige, gestructureerde manier te zorgen voor een Brabantbrede invoering van gedeelde mobiliteit wordt door de provincie per concessiegebied een proces doorlopen met de regio’s en gemeenten. Hart van Brabant en Noordoost-Brabant vormen samen het concessiegebied Oost-Brabant. In dit concessiegebied is het proces eind 2020 opgestart. Met deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de stand van zaken van dit proces. 2. Inhoudelijk Wat is gedeelde mobiliteit? Onder gedeelde mobiliteit verstaan we alle mobiliteit die voor iedereen toegankelijk is en die je vaak samen gebruikt. Dit kan de bus of de trein zijn, maar ook een deelauto of deelfiets. Ook meerijden met iemand of reizen met een flexconcept past binnen gedeelde mobiliteit. De kern van gedeelde mobiliteit is dat verschillende mobiliteitsvormen op elkaar zijn afgestemd en opereren als één inclusief systeem waardoor een reiziger zelf de reis kan samenstellen die past bij zijn of haar mobiliteitsbehoeften.
Belangrijk is hierbij dat de reiziger dit op een laagdrempelige en begrijpelijke manier kan doen. Dat vraagt om verbindende schakels in zowel de fysieke wereld (mobiliteitshubs) als de digitale wereld (mobiliteit als dienst). Dit is niet iets wat je alleen kan realiseren, het vraagt om een gezamenlijke aanpak als één overheid met inachtneming van ieders verantwoordelijkheden. Lokale kennis en kunde en aansluiting op gemeentelijke beleid is essentieel voor maatwerk. Om op een zorgvuldige, gestructureerde manier te zorgen voor een Brabantbrede invoering van gedeelde mobiliteit doorlopen provincie, regio’s en gemeenten per concessiegebied een gezamenlijk proces. Samen kijken we naar de beste manier om de ambitie op gedeelde mobiliteit te realiseren.
In het concessiegebied Oost-Brabant is dit proces eind 2020 opgestart met de vorming van een bestuurlijke kopgroep. Hierin zitten portefeuillehouders vanuit gemeenten die alle gemeenten, regio’s en regiotaxi-organisaties vertegenwoordigen en het voorbereidend werk (laten) doen. Kernboodschap 1. Gemeenten, regio’s en provincie spreken samen de ambitie uit te willen bouwen aan gedeelde mobiliteit. Dit hebben ze opgetekend in een ambitiedocument. Met gedeelde mobiliteit werken we samen aan de mobiliteit van de toekomst. Daarmee houden we Brabant en de regio inclusief, bereikbaar en economisch sterk. De regio’s Hart van Brabant en Noordoost-Brabant onderzoeken samen met de Provincie hoe wederzijdse ambities op het vlak van mobiliteit elkaar kunnen versterken. Ook de regiotaxiorganisaties en het Reizigersoverleg Brabant nemen deel in dit proces. In de eerste helft van 2021 zijn in verschillende rondes met alle gemeenten gesprekken gevoerd over “gedeelde mobiliteit” ter voorbereiding van het opstellen van een gezamenlijke ambitie. Dit is nu vertaald in een ambitiedocument. 2. Het ambitiedocument wordt concreet in een aantal beloften aan de reiziger Dit zijn beloften waar de provincie in de basis voor staat en zorgen dat er een volwaardig systeem van gedeelde mobiliteit is.
De kern van deze beloften: In concessiegebied Oost-Brabant kan iedereen straks van halte naar halte met minimaal 1 mobiliteitsvorm reizen. Deze belofte geldt ook voor reizigers uit de kleinste kernen omdat we het systeem van gedeelde mobiliteit voor iedereen toegankelijk maken. Dus elke kern heeft minimaal 1 halte. Dit betekent t.o.v. nu dat gedeelde mobiliteit beter toegankelijk is op meer plaatsen. De mobiliteitsvorm kan een vorm van regulier ov zijn, maar bijvoorbeeld ook een Flexconcept, een deelsysteem of het meerijden met iemand. De verschillende vervoersopties worden voor de reiziger begrijpelijk gemaakt zodat de reiziger zelf kan kiezen. De reis moet op één manier gepland, geboekt en betaald kunnen worden, bijvoorbeeld via een app. Dit betekent t.o.v. nu dat er meer keuzemogelijkheden zijn voor de reiziger. Met goed bereikbare haltes en een goed ontwikkeld en samenhangend vervoersysteem kan de reiziger altijd met maximaal 1 overstap de dichtstbijzijnde grotere (bus)stations in Tilburg, ’sHertogenbosch, Eindhoven, Boxmeer, Cuijk, Oss en Uden bereiken. Dit betekent ten opzichte van nu dat je snel(ler) op grote knooppunten bent. De provincie garandeert dat er minimaal op maandag tot en met vrijdag overdag (7-18uur) een reis gemaakt kan worden van halte naar halte tegen ov-tarief.
Dit kan via een buslijn of buurtbus zonder overstap, maar ook met een overstap als een hubtaxi je naar een overstappunt brengt. Dit betekent t.o.v. nu dat er altijd minimaal 1 betaalbare optie is van halte naar halte, ook op plekken waar dit nu niet zo is. Dit is een minimum, buslijnen in de concessie zijn altijd tegen ovtarief en kunnen ook buiten deze tijden en in de weekenden rijden. 3. Bij de uitwerking van deze beloften werken we samen vanuit eigen verantwoordelijkheid De provincie blijft concessies verlenen voor het lijngebonden vervoer (alle buslijnen inclusief buurtbus). Daarnaast is afgesproken dat we een deel van het vervoer op minder zware stromen (Flex-vervoer) gaan combineren met het WMO-vervoer contract. Voor het laatste zijn gemeenten verantwoordelijk en hierdoor zetten we belangrijke stappen om ov en doelgroepenvervoer meer te integreren. Daarnaast kijken we hoe we “Samen initiatieven”, zoals deeldiensten en vrijwilligersinitiatieven gezamenlijk kunnen uitrollen. Door deze nieuwe werkwijze maken we optimaal gebruik van elkaars mogelijkheden, in plaats van als elke overheid afzonderlijk te handelen.
Impact Covid
We werken samen aan het mobiliteitssysteem van de toekomst. Daarbij hanteren we het aflopen van de huidige concessies als momenten om het nieuwe systeem in te voeren. De huidige contracten lopen nog enige tijd, waarbij COVID-19 zorgt voor grote onzekerheid op de markt en in de landelijke aanbesteding kalender. Hierdoor wordt mogelijk geschoven met de looptijd van contracten en het ingaan van nieuwe contracten. Voor het concessiegebied Oost-Brabant (bestaande uit de regio’s Hart van Brabant en Noordoost-Brabant) wil dit zeggen dat de nieuwe situatie naar alle waarschijnlijkheid ingaat per medio 2027. Het traject van gedeelde mobiliteit richt zich dus op de situatie vanaf 2027. De ambities die we samen onderzoeken gaan daarmee over de toekomst en niet zo zeer over de huidige situatie. In de lijn van de ambitie kunnen we nu al wel gaan voorbereiden, stappen zetten en lokaal experimenteren. In de huidige situatie zorgen de lagere reizigersaantallen als gevolg van Covid op sommige plaatsen voor noodzakelijke aanpassingen in de huidige dienstregelingen. Hierover is meer te vinden in de Statenmededeling hierover die ook is verzonden aan alle gemeenten in Brabant. 3. Procedureel Met het ambitiedocument gedeelde mobiliteit is een belangrijke stap gezet om hieraan invulling te geven in concessiegebied Oost-Brabant. Dit gaan we de komende periode verder uitwerken.
Hierbij zorgt de provincie voor het volgende: De uitwerking van de nieuwe concessie. Hierbij hoort ook het uitwerken van de intentie om de aanbesteding van de ov-concessie uit te stellen (beoogde ingangsdatum eind 2026/2027). De uitwerking van de concessie is de verantwoordelijkheid van de provincie, maar hierbij worden gemeenten betrokken bij de verdere uitwerking van het buslijnennet. De provincie ontwikkelt samen met de regio’s en gemeenten de komende jaren verder op hubtaxi en haltetaxi als onderdelen van het Flex vervoer volgens de uitgangspunten zoals benoemd in het ambitiedocument. De provincie zal de komende periode ook investeren in onderzoek naar wat reizigers in het gebied belangrijk vinden in afstemming met gemeenten en regio’s. De huidige beschikbare middelen voor de ov-concessie en regiotaxi blijven ook in de toekomst beschikbaar. Daarnaast zijn er aanvullende budgetten die worden ingezet voor de ontwikkeling van Flex, Samen initiatieven en infrastructuur en mobiliteitshubs. Gemeenten, regio’s en provincie werken samen aan de volgende punten: We gaan gezamenlijk het Flex- vervoer (hub- en haltetaxi) en het Wmo-vervoer/doelgroepenvervoer aanbesteden in. Het gezamenlijk aanbesteden zorgt voor meer efficiency en meer combinatiemogelijkheden. We kijken gezamenlijk naar een ingroei, ook in de komende aanbestedingen.
De nieuwe vormen van Flex gaan uiterlijk ingevoerd worden met ingang van de nieuwe concessie half 2027. Gezamenlijk gaan we verder met het ondersteunen en faciliteren van Samen-initiatieven (vrijwilligersprojecten en (deel-) mobiliteitsdiensten). We werken samen aan het tot stand brengen van mobiliteitshubs. Hierbij starten we met onderzoek van mogelijke kansrijke locaties. Bij de uitrol van gedeelde mobiliteit zorgen we dat dit straks ook goed aangesloten kan worden op Mobiliteit als Dienst (de app waarmee je meerdere vervoersvormen kan boeken en plannen). Om dit mogelijk te maken hanteren we allemaal dezelfde (landelijk) afgesproken minimale eisen aan aanbieders van (deel)mobiliteit. We houden gezamenlijk aandacht voor de doorstroming van buslijnen. Gemeenten hebben hier ook een belangrijke rol in als wegbeheerder.
Op plekken waar nu geen haltes zijn (zoals kleine kernen, buurtschappen en bedrijventerreinen) onderzoeken we verder, op basis van informatie vanuit gemeenten, of het realiseren van haltes voor flex-vervoer of samen initiatieven toegevoegde waarde heeft voor reizigers. Als dit zo is kunnen we vervolgstappen gaan zetten.
Bijlage(n): 1. Ambitiedocument gedeelde mobiliteit Oost-Brabant 2. Ambitiedocument op hoofdlijnen