RIB evaluatie Wet verplichte ggz
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan
de leden van de raadscommissie Samenleving
Van
het college van burgemeester en wethouders
Portefeuillehouder
burgemeester Alssema
Onderwerp
evaluatie Wet verplichte ggz
Datum
29 juni 2021
Zaaknummer
349386
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Geachte leden van de gemeenteraad, Inleiding Op 1 januari 2020 is de Wet verplichte geestelijke gezondheidzorg (Wvggz) in werking getreden. In december 2019 (GV 251421) besloot uw college over de wijze waarop we de nieuwe gemeentelijke taken, die uit de Wvggz voortvloeien, georganiseerd hebben binnen de regio Hart van Brabant. Uitvoering van deze wet is in de eerste helft van dit jaar geëvalueerd. In deze informatiebrief informeren we u over de bevindingen van deze evaluatie. De wet ver plichte Ggz De Wvggz vervangt samen met de Wet Zorg en Dwang (Wzd) de toenmalige Wet bijzondere opnamen psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz1). Op grond van de Wvggz kan verplichte zorg worden opgelegd in situaties waarin sprake is van een ‘ernstig nadeel als gevolg van psychiatrisch problematiek’. Deze verplichte zorg kan bestaan uit opname, ambulante hulp en/of verplichte medicatie. Doelstelling van de wet is om gedwongen zorg minder vaak en kortdurender op te leggen, de rechtspositie van cliënten en hun naasten te verbeteren en de kwaliteit van zorg te verhogen. De wettelijke taken zijn belegd bij het Openbaar Ministerie, GGz-organisaties en gemeenten.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het opleggen van een crisismaatregel, en voor uitvoering van een verkennend onderzoek na een melding voor verplichte zorg. De gemeenten in de regio HvB hebben deze taken belegd bij het CIT en bij het regionale team bemoeizorg.
1
De Wet zorg en dwang (Wzd) richt zich op mensen met een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening. (De gemeente heeft in de uitvoering van deze wet geen taken.)
Evaluati e 2020 De regio Hart van Brabant heeft de uitvoering van de gemeentelijke taken geëvalueerd. GGz Breburg heeft hun ervaringen met regiogemeenten gedeeld. Hieronder worden de belangrijkste bevindingen kort uiteengezet. a) De algehele conclusie is dat de samenwerking goed loopt en het proces naar behoren ingericht is en werkt. De meldingen worden tijdig en goed behandeld en hiervoor is voldoende formatie beschikbaar. Er is geen reden om de manier waarop we de in HvB de uitvoering van de gemeentelijke taken van de Wvggz hebben georganiseerd, te wijzigen. b) Het aantal meldingen is relatief beperkt. In 2020 zijn in Gilze en Rijen twee meldingen voor verkennend onderzoek gedaan en twee verzoeken voor een crisismaatregel ingediend. Wanneer we de aantallen in de regio Hart van Brabant afzetten tegenover landelijke aantallen, zien we dat deze aantallen relatief wat lager zijn ten opzichte van het aantal inwoners. Het aandeel HvB aan de landelijke cijfers is dus lager dan men op basis van inwoneraantal zou verwachten. Een verklaring zou kunnen zijn dat we een laagdrempelige ingang hebben voor personen met verward gedrag, het CIT, en dat doordoor minder Wvggz-meldingen worden gedaan. De aantallen crisismaatregelen, meldingen en verkennende onderzoeken waren in de 2e helft 2020 wat lager dan in de 1e helft 2020. Corona heeft niet geleid tot veel meer crisiszorg.
c) Het regionaal Wvggz-budget 2020, opgebouwd uit de rijksmiddelen die elke gemeenten hiervoor ontvangt, was toereikend: de uitvoeringskosten waren lager dan begroot. Het overschot wordt teruggestort naar de regiogemeenten. d) De beschikbare formatie voor de uitvoering van de Wvggz was toereikend. Er zijn minder uren besteed dan beschikbare formatie, maar er dient rekening mee te worden gehouden dat aantallen en complexiteit van meldingen verward gedrag sterk kunnen variëren. Bij acute meldingen dient er ook acuut formatie beschikbaar te zijn. e) Er is behoefte om de samenwerking tussen de regionale structuren en de lokale partners te verbeteren. Deze samenwerking is gericht op: o uitwisseling van informatie over de procesmatige voortgang; o uitwisseling van informatie ten behoeve van een verkennend onderzoek; o betere - passende en tijdige – zorg gedurende de aanvraag/meldingsprocedure, bij afwijzing van verplichte zorg, en na afloop van verplichte zorg. f) De ervaringen van GGz Breburg over uitvoering en werking van de wet zijn voorzichtig positief. Na opstartproblemen aan het begin van het jaar is de doorlooptijd van (juridische) processen verkort. Om een uitspraak te kunnen doen over een eventuele afname van aantallen en duur van verplichte zorg, hebben zij nog onvoldoende gegevens.
Zij ervaren al wel dat de kwaliteit van zorg en de rechtspositie van cliënten en hun naasten is verbeterd, mede door de inzet van ervaringsdeskundigheid. Om de integraliteit van zorg nog verder te verbeteren, is de samenwerking tussen GGz en gemeenten een aandachtspunt. Vervolg We continueren de regionale aanpak en hebben daarbij aandacht voor het verbeteren van de samenwerking, zoals bedoeld onder e) en f). We dragen hiervoor de rijksmiddelen die we voor uitvoering van de Wvggz ontvangen over aan Tilburg. Bij onderbesteding wordt dit naar rato terugbetaald.