RIB bijlage implementatie Omgevingswet november 2023
Tekst van het document
Implementatie Omgevingswet ABG November 2023
November 2023
1. INLEIDING 1.1 AANLEIDING De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het beschermen en het benutten van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet bevat daarvoor de kaders van het recht. Denk daarbij aan: bouwen, ruimtelijke ordening, natuur, water en milieu. In 4 algemene maatregelen van bestuur en een ministeriële regeling werkt de wetgever de Omgevingswet uit. En regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving. Het vraagt om een transitie op 3 verschillende sporen:
Het vernieuwen van het wettelijke stelsel met gebruikmaking van de gemeentelijke instrumenten. Van belang daarbij is de toepassing van participatie door het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij deze instrumenten. Het ontwikkelen van één digitaal loket (Digitaal Stelsel Omgevingswet ofwel DSO) voor het aanvragen van vergunningen, raadplegen van de geldende regels per locatie, en op termijn informatie over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het doorvoeren van organisatorische veranderingen op het gebied van taken, cultuur, structuur, technologie, processen en mensen. Daarmee kunnen we inwoners en ondernemers met een initiatief sneller en beter van dienst zijn.
Dit document is opgebouwd op basis van deze 3 sporen: in hoofdstuk 2 wordt de stand van zaken met betrekking tot de gemeentelijke instrumenten (wet) behandeld, in hoofdstuk 3 de informatievoorziening (digitaal stelsel) en in hoofdstuk 4 de werkprocessen (anders werken). 1.2 UITGANGSPUNTEN ABG-GEMEENTEN Het ambitieniveau voor de invoering van de Omgevingswet is eind 2017/begin 2018 aan verschillende bestuurs- en radenbijeenkomsten van de ABG-gemeenten voorgelegd en vastgesteld. Hieruit kwam naar voren dat we als basis de calculerende - onderscheidende strategie aanhouden. Dit houdt in het kort in dat we alleen in beweging komen waar de Omgevingswet aanwijsbaar voordeel oplevert en waar verandering wordt nagestreefd. De ABG-gemeenten hebben ervoor gekozen voor een beleidsneutrale omzetting richting Omgevingswet. 2
Op 4 april 2019 heeft de ABG-directie het implementatieplan Aan de slag met de Omgevingswet in de ABGgemeenten vastgesteld.
3
2. GEMEENTELIJKE INSTRUMENTEN 2.1 INSTRUMENTEN IN DE BELEIDSCYCLUS Er zijn 4 nieuwe gemeentelijke kerninstrumenten die tezamen de beleidscyclus vormgeven: Beleidsontwikkeling: de omgevingsvisie is de opvolger van de structuurvisie en betreft één integrale langetermijnvisie van de raad voor de hele fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie geeft ook richting aan de programma’s van het college, die een uitwerking van het beleid uit de omgevingsvisie bevatten en maatregelen ter uitvoering van dat beleid. Beleidsdoorwerking: het omgevingsplan is de opvolger van het bestemmingsplan maar met een verbrede reikwijdte. In het omgevingsplan worden door de raad regels gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Uitvoering: voor wat betreft de omgevingsvergunning is het van belang dat het initiatief centraal staat (ja, mitshouding). Standaard is de reguliere procedure van 8 weken van toepassing. Het college is in principe het bevoegd gezag. De raad kan in het omgevingsplan bepalen welke activiteiten vergunningplichtig zijn. Terugkoppeling: toezicht en handhaving vormt het sluitstuk van het college van de beleidscyclus. De raad wordt hierover (jaarlijks) geïnformeerd en houdt daarmee toezicht op de uitvoering.
Vervolgens kan monitoring en evaluatie leiden tot de ontwikkeling van nieuw beleid. 2.2 BELEIDSONTWIKKELING De Omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Het is een politiek-bestuurlijk document waarin het beleid voor de fysieke leefomgeving op integrale wijze beschreven wordt. Integraal betekent volgens de wetgever dat de visie betrekking heeft op alle terreinen van de fysieke leefomgeving en dat de Omgevingsvisie samenhang vertoont. De gemeenteraad stelt op grond van artikel 3.1 van de Omgevingswet (verplicht) één omgevingsvisie voor het gemeentelijke grondgebied vast. Ook voor de raden van de ABG-gemeenten geldt deze verplichting. De overgangstermijn loopt naar huidige inzichten tot 31 december 2026. De omgevingsvisie is hierbij ook richtinggevend en kaderstellend voor (eventueel vast te stellen) programma’s onder de Omgevingswet. Met dit laatste wordt invulling gegeven aan de door het Rijk gewenste doorwerking van de omgevingsvisie in andere instrumenten onder de Omgevingswet. Dit principe van doorwerking ligt ten grondslag aan de beleidscyclus. Een programma is niet verplicht om te hebben maar kan worden gebruikt voor 4
een verdere uitwerking van beleid. Daar waar de ABG-gemeenten hebben gekozen voor een beleidsneutrale omzetting richting Omgevingswet zou het strategische beleid in de visie verwerkt kunnen worden en het uitvoeringsbeleid meegenomen kunnen worden in het Omgevingsplan. Met deze insteek in het achterhoofd wordt nu niet ingestoken op het instrument programma. Stand van zaken: medio 2021 heeft iedere raad kennisgenomen van het projectplan Omgevingsvisie. In april 2022 is op basis van het programma van eisen het traject voor het opstellen van de Omgevingsvisies gestart. Adviesbureau Stantec heeft via een aanbesteding de opdracht gekregen om voor iedere gemeente een Omgevingsvisie op te stellen. Voor Baarle-Nassau ligt er al een Omgevingsvisie uit 2019 maar deze wordt geactualiseerd. Gedurende het traject worden de raden intensief betrokken en uiteraard participeren ook de inwoners in dit traject. Het is zaak om het bestaande strategische beleid in de visies op te nemen evenals de lopende trajecten rond o.a. gebiedsvisies. Urgente vraagstukken waar geen actueel beleid voor is, worden in de Omgevingsvisie meegenomen. Daarvoor zijn de bestaande beleidsdocumenten gescreend met de vraag of ze relevant zijn voor de Omgevingsvisies. Na input van de raden, stakeholders en inwoners, zijn de hoofdlijnen van de themavisies in beeld gebracht.
Op dit moment wordt gewerkt aan de visies per gebied. Ook daar worden inwoners en raden nadrukkelijk bij betrokken. In de loop van 2024 zijn de omgevingsvisie klaar voor terinzagelegging en daarna vaststelling. 2.3 BELEIDSDOORWERKING Het omgevingsplan moet gaan gelden als één plan voor het gehele grondgebied van de gemeente. Alle regels die betrekking hebben op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving of op activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving worden bijeengebracht in één gebiedsdekkend omgevingsplan. Het omgevingsplan heeft een integraal karakter en omvat de gehele fysieke leefomgeving. Daarom zal er een veelheid aan regels, die op allerlei niveaus hun werking hebben, in het omgevingsplan een plek moeten krijgen. Het gaat daarbij om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (vergelijkbaar met de huidige bestemmingen uit bestemmingsplannen) maar ook om regels over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving. Op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt iedere gemeente een omgevingsplan van rechtswege. Dit betekent dat de huidige bestemmingsplannen en voormalige Rijksregels (bruidsschat) samenkomen in één omgevingsplan: het tijdelijke omgevingsplan.
Deze regels (al dan niet inhoudelijk gewijzigd) moeten op termijn (voor 1 januari 2032) volgens de nieuwe systematiek en regels van de Omgevingswet naar het nieuwe deel van het omgevingsplan zijn omgezet. Daarnaast zijn er regels voor de fysieke leefomgeving die nu nog in gemeentelijke verordeningen staan, bijvoorbeeld in de APV en de Bouwverordening. Deze maken geen deel uit van het tijdelijke omgevingsplan en moeten ook in het nieuwe deel van het omgevingsplan worden opgenomen. Stand van zaken: omdat de bestemmingsplannen onderdeel zijn van het tijdelijke omgevingsplan, loopt er een traject om de data op www.ruimtelijkeplannen.nl op orde te brengen. Deze bestemmingsplannen worden namelijk via een overbruggingsfunctie getoond in het DSO. Dit betekent dat er eind dit jaar nog een beheersverordening ter vaststelling aan de raad zal worden aangeboden en/of een paraplubestemmingsplan in ontwerp ter visie zal worden gelegd. Daarmee worden witte vlekken op www.ruimtelijkeplannen.nl gerepareerd en regels over archeologie en parkeren toegevoegd. Er is een handboek opgesteld voor het wijzigen van het omgevingsplan. Dit handboek biedt duidelijkheid aan een stedenbouwkundige adviesbureau van een initiatiefnemer over de consequenties van de Omgevingswet voor het wijzigen van het omgevingsplan en laat zien welke keuzes de ABG-gemeenten hiertoe hebben gemaakt.
Het handboek helpt stedenbouwkundige adviesbureaus bij het voorbereiden van een planwijziging. Het handboek wordt komende maanden nog uitgebreid met het werken met de TAM-IMRO (de tijdelijke 5
alternatieve maatregel voor het wijzigen van het omgevingsplan gedurende de periode dat de plansoftware nog onvoldoende functionaliteiten biedt). In het verlengde van het handboek ontwikkelt BRO een planbibliotheek met algemene regels en regels voor het stedelijk gebied van de ABG-gemeenten zodat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen snel en relatief eenvoudig gefaciliteerd kunnen worden. Ook zal komende maanden worden gebruikt om op basis van deze planbibliotheek alvast een pilotplan te publiceren. Dit parallel aan de bestemmingsplanprocedure voor het woningbouwproject Galder. Op deze manier wordt invulling gegeven aan het oefenen en testen van de digitale keten en ontstaat inzicht in de inhoudelijke opbouw en raadpleegbaarheid van het omgevingsplan. Daarnaast stelt BugelHajema een deelomgevingsplan voor het buitengebied in de gemeente Baarle-Nassau op. De raad van de gemeente Baarle-Nassau is op 13 oktober 2022 middels een presentatie bijgepraat over de stand van zaken rondom dit plan en de planning. Momenteel vindt inventarisatie van de planologische en feitelijke situatie in het buitengebied plaats. De planologische situatie is opgenomen in een viewer. Deze viewer zal worden gebruikt om burgers en bedrijven te betrekken bij de voorbereiding van het plan en het in beeld brengen van de feitelijke situatie.
Verder worden er inhoudelijke uitgangspunten en afwegingen in beeld gebracht, zodat hier bestuurlijk keuzes over kunnen worden gemaakt. Daarnaast wordt gewerkt aan de totstandkoming van een regelset voor het buitengebied. Dit plan en de kennis en ervaring die hiermee wordt opgedaan, kan dan eveneens worden toegepast bij de andere gemeenten. Er vindt afstemming plaats tussen deze twee trajecten (buitengebied en planbibliotheek) zodat de structuur en opbouw van het omgevingsplan van elke gemeente eenduidig is. 2.3 UITVOERING EN TERUGKOPPELING De aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt via het DSO ingediend. Daarbij dient de initiatiefnemer aan te geven of hij aan participatie heeft gedaan, en zo ja, hoe en wat de resultaten zijn. Standaard is de reguliere procedure van 8 weken van toepassing, ook bij het (buitenplans) afwijken van het omgevingsplan (nu 26 weken). Het college is in principe het bevoegd gezag en de vergunning van rechtswege verdwijnt. Een bijzonderheid is dat de raad in het omgevingsplan kan opnemen welke activiteiten vergunningplichtig zijn. Deze worden omgevingsplanactiviteiten genoemd; activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan zijn buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (vergelijkbaar met de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan).
Stand van zaken: er wordt op dit moment met een externe partij gewerkt om de Legesverordening Omgevingswetproof te krijgen en hierbij gelijk de Wet Kwaliteitsborging op een juiste manier te implementeren. Dat geldt ook voor de verordening commissie ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast is er een aantal verordeningen dat een juridisch technische wijziging moet ondergaan (bijv verwijziging naar het juiste wetsartikel). Deze zullen eind dit jaar of in de loop van volgend jaar aan de raden worden aangeboden ter vaststelling.
6
3. INFORMATIEVOORZIENING Een goede informatievoorziening is noodzakelijk ter ondersteuning van de werkprocessen en de inrichting van de gemeentelijke instrumenten. Daarvoor is aansluiting nodig op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Deze technische aansluiting op het DSO gaat over drie “sporen”: 1. ontvangen vergunningaanvragen 2. aanleveren vragenbomen ten behoeve van het doen van een vergunningcheck 3. publiceren omgevingsdocumenten zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan Daarnaast dient voor elk spoor het juiste softwarepakket te worden aangeschaft. Stand van zaken: de softwarepakketten die nodig zijn om straks te kunnen werken met het DSO zijn allemaal aangeschaft en geïnstalleerd. De functionaliteiten van de plansoftware worden nog verder doorontwikkeld. Totdat dit is gerealiseerd, bereiden we ons voor op het kunnen werken met een door het Rijk voor dit soort situaties voorziene tijdelijke alternatieve maatregel (TAM-IMRO). Koppelingen zijn in de testomgeving gerealiseerd. Op dit moment wordt gewerkt aan het inrichten van de Omgevingswetprocessen in Centric Leefomgeving (afgekort: CLO). De inrichting vraagt veel afstemming tussen diverse afdelingen die (een deel van) het proces moeten gaan toepassen. Daarnaast worden er ook stappen gezet om het samenwerken met de ketenpartners in de regio via de Samenwerkingsruimte van het DSO te laten verlopen.
Op beide vlakken vinden er nog veel testen en oefeningen plaats om vertrouwd te raken met de nieuwe werkomgeving. Door meer ervaring, kennis en nieuwe inzichten gaat CLO steeds beter aansluiten bij de gewenste werkprocessen.
4. WERKPROCESSEN De Omgevingswet vraagt om een andere “mindset”. Initiatieven zullen benaderd moeten worden met ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’. Laten we vooral proberen ontwikkelingen mogelijk te maken en niet vast te houden aan regels die het onmogelijk maken. Dit vraagt een hele andere insteek van de ambtenaren maar ook van het bestuur. De inwoners van de gemeenten weten heel goed in wat voor gemeente ze willen wonen en welke ontwikkelingen zij graag zien. Als lokale overheid zal je meer een faciliterende/ondersteunende rol krijgen richting je inwoners om te kijken hoe we gezamenlijk ontwikkelingen mogelijk kunnen maken. Dit proces zal met vallen en opstaan tot stand komen want je kunt niet verwachten dat we ineens een “knop” omzetten en iedereen tevreden kunnen maken. De werkprocessen moeten hierop worden ingestoken. Daarmee kunnen we inwoners en ondernemers met een initiatief sneller en beter van dienst zijn. Stand van zaken: een externe partij heeft de werkprocessen die samenhangen met vergunningaanvragen onder de Omgevingswet in beeld gebracht. Daarnaast is er een draaiboek opgesteld voor het werkproces bij omgevingsplanwijzigingen op aanvraag. Ook worden er stappen gezet in het inregelen van de “intaketafel” en de “omgevingstafel”, die bijdragen aan de nieuwe mindset. Met de ketenpartners worden afspraken gemaakt over de samenwerking onder de Omgevingswet.
De werkprocesbeschrijvingen hebben de blauwdruk gevormd voor de inrichting van CLO om daarmee een goede ondersteuning van een werkproces te creëren. Daarbij worden ook formats (brieven, kennisgevingen, et cetera) op de nieuwe wetgeving en de bijbehorende werkprocessen aangepast en in het zaaksysteem opgenomen. Er loopt van september t/m november 2023 een opleidingstraject. Hierbij wordt rekening gehouden met de behoefte van de medewerkers. Dit om medewerkers kort voor inwerkingtreding van de Omgevingswet voor te bereiden op de nieuwe manier van werken. Diverse medewerkers zijn overigens al aangesloten bij één of
7
meerdere werkgroepen en komen op die manier reeds in aanraking met de implementatie van de Omgevingswet.
5. FINANCIEEL Voor het vaststellen van de omgevingsvisie is een budget gereserveerd. Dit budget is per ABG-gemeente verschillend en is in de begroting opgenomen. De hoogte van het budget is mede gerelateerd aan de mate van up-to-date zijn van o.a. het huidige strategische beleid; zo heeft de gemeente Baarle-Nassau op dit moment namelijk al een omgevingsvisie. Dat geldt niet voor de andere twee ABG-gemeenten. Het restant van het budget is steeds jaarlijks overgeheveld met het uitstellen van de Omgevingswet. Daarnaast hebben we bij de septembercirculaire 2022 extra middelen (€ 224.000) ontvangen voor de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. We verwachten in 2023 voldoende middelen te hebben voor de implementatie.
8