RIB beantwoording vragen fracties rapport P2
Tekst van het document
(RAADS)INFORMATIEBRIEF -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan
gemeenteraad
Van
college van burgemeester en wethouders
Portefeuillehouder
burgemeester Alssema en wethouder Vermorken
Onderwerp
beantwoording vragen onderzoek P2
Datum
20 juli 2021
Zaaknummer
< nog toevoegen >
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Geachte leden van de raad, Via de griffier ontvingen wij op 9 juli jl. van een aantal raadsfracties technische vragen naar aanleiding van het advies van bureau P2 getiteld ‘’Hoe verder met de ABG?’’. De vragen zijn onderstaand cursief weergegeven. De beantwoording is in het reguliere lettertype. Een deel van de vragen heeft een inhoudelijk-technisch karakter; deze zijn beantwoord door onderzoeker Paul Manders van P2. Het andere deel van de vragen, betreft politiek-bestuurlijke vragen. Deze zijn beantwoord door het college. In de beantwoording wordt per blok aangegeven van wie het antwoord afkomstig is. Uiteraard berust de eindverantwoordelijkheid voor de gehele beantwoording zoals gebruikelijk bij het college.
VVD 1. In de inleiding staat: De reden daarvan is de besluitvorming in 2020 in de drie raden met betrekking tot de regiokeuze en (centrale) huisvesting. College van B&W en Raad vragen zich af of deze stagnerende samenwerking nog kan verbeteren en maken zich zorgen of de vraagstukken van de toekomst kunnen worden aangepakt met een “haperende” bestuurlijke organisatie. Daarnaast bestaan er zorgen over de omvang van de kosten die Gilze en Rijen maakt in ABG. De verhouding maatwerk standaardisatie is daar mede debet aan, aldus College en Raad. De twee punten in rood komen in het rapport indirect aan de orde, is hier meer over te zeggen? Antwoord P2: “Is hier meer over te zeggen” is een ruim geformuleerde vraag. Essentie voor de aanleiding is dat de bestuurlijke besluitvorming, lees de uitvoering van het convenant Doorzicht, in 2020 onverwacht haperde rondom de regiokeuze en centrale huisvesting. Daarnaast is de verhouding “betalen en genieten” uit balans, aldus Gilze en Rijen. In de raadsbijeenkomst eind 2020 was de gezamenlijke conclusie van zowel gemeenteraad als college van B&W over deze ontstane situatie: “Zo niet langer verder”. De Raad verzocht het College (exit)scenario’s voor de toekomst te onderzoeken waarmee Gilze en Rijen haar inhoudelijke opgaven kan realiseren.
Antwoord college: Bedacht moet worden dat sinds eind 2020 er inmiddels wel vooruitgang is geboekt op de belangrijke dossiers betalen & genieten, huisvesting ambtelijke organisatie en regiokeuze.
1
2. Schaalgrootte speelt een rol als het gaat om operationele kwaliteit. Maar werken de lange afstanden niet juist tegen? Antwoord P2: Lange afstanden is relatief. Vanuit medewerkersperspectief gaat het om tijd/bereikbaarheid van de werklocatie. Afstand in kilometers speelt daarbij een beperkte rol. Snelle bereikbaarheid en bereikbaarheid per openbaar vervoer daarentegen zijn belangrijker dan afstand. Vanuit burgerperspectief is bereikbaarheid van dienstverlening van belang. Veel geschiedt al online en decentrale servicepunten zijn gangbaar. Ook bestuurlijke nabijheid is, zeker in de huidige situatie, eenvoudig. 3. De personeelskosten bij ontvlechten zijn geschat middels wat kengetallen. Vallen die niet wat laag uit? Antwoord P2: Er is in de gemeenschappelijke regeling niets geregeld over uittredingskosten. Er is gekozen voor uitgangspunten bij een “con amore afscheid/minnelijke schikking”. Een vechtscheiding kost meer. De praktijk zal echter moeten uitwijzen welke kosten in deze specifieke context ontstaan. De huidige indicatie is derhalve een “best guess”. 4. De bestuurlijke kwaliteit en besluitvorming lijkt ook te lijden onder consensus die in 3 raden nodig is. Rapport gaat hier aan voorbij. Kunt u hier iets over zeggen? Antwoord P2: Consensus betreft besluitvorming. De perspectieven institutionele, bestuurlijke en operationele kwaliteit gaan ook daarover.
Zo is de (getrapte verantwoording) governance bij samenwerking complexer dan bij bijvoorbeeld herindeling. Zie p. 26. Maar ook bestuurlijke drukte en weinig harmonisatie van beleid compliceren indien consensus het uitgangspunt is. 5. De ideale gemeentegrootte lijkt in de tijd te veranderen maar kan een gemeente met 5-6.000 inwoners de taken die sinds 2015 op ons afgekomen zijn wel aan? Antwoord P2: De vraag of een gemeente met 5.000-6.000 inwoners al haar taken aan kan, is buiten de scope van dit onderzoek. In zijn algemeenheid zijn geen (onderzoeks)referenties met deze schaalgrootte bekend, wel zien we dat schaalgrootte toeneemt in de afgelopen decennia. Antwoord college: Gilze en Rijen had op 1 januari 2021 26.723 inwoners. Aangezien het onderzoek zich richt op Gilze en Rijen, is deze vraag niet te beantwoorden.
Groen Gilze en Rijen 6. Wij willen de vraag over de financiële gevolgen van een herindeling van de ABG toch graag beantwoord hebben. Als je de inwoners wel informeert over wat een eenzijdige uittreding kost, vinden wij van GGR dat ook de financiële gevolgen van een herindeling inzichtelijk gemaakt dienen te worden. Kunt u daarvoor zorgen? Antwoord P2: Deze vraag is geen onderdeel van de opdracht, echter in zijn algemeenheid geldt dat vanuit het Gemeentefonds eenmalig een bedrag aan frictiekosten wordt uitgekeerd. Vaak is dat niet kostendekkend. Ten opzichte van de huidige situatie (3 keer een vast bedrag vanuit het Gemeentefonds) val je terug naar één vast bedrag vanuit het Gemeentefonds. Dat zal waarschijnlijk lager zijn dan de som van de 3. Daar staat tegenover dat een organisatie etc. voordeliger zal zijn dan werken met/voor 3 besturen. In zijn algemeenheid zal herindeling waarschijnlijk niet heel veel goedkoper of duurder zijn dan de huidige situatie, maar zoals gezegd is dit een aparte onderzoeksvraag. Antwoord college: Het gemeentefonds wordt momenteel herijkt, waarbij ook het basisbedrag per gemeente verhoogd lijkt te zullen worden.
2
D66 7. Haperende organisatie (p. 3). Kan toegelicht worden wat er zoal aan de hapert aan de ABGorganisatie, zowel bestuurlijk als ambtelijk, volgens het college en de raad? Dat blijft in dit rapport ongewis. Antwoord P2: Zie het antwoord op vraag 1. 8. Kunnen de 6 criteria van de ”zeef” (p. 9-11) nader toegelicht worden? Antwoord P2: De essentie van zeef 1 is een globaal ´expert judgement´. In de kern betreft het dan: - Bestuurlijke drukte: aantal bestuurders, aantal overleggen, aantal commissies etc.; - Politiek op afstand: rol en invloed van de raad (in zeef 2 is dit uitgebreider opgepakt onder “governance”); - Harmonisatie uitvoering: standaardisatie processen; - Harmonisatie beleid: standaardisatie beleid en (lokale) regelgeving/handhaving; - Prijs/Prestatie: mogelijkheden voor efficiënt werken, beschikbare expertise; - Kansrijk : inschatting van het realistisch gehalte om de optie binnen enkele jaren te realiseren. 9. Kan toegelicht worden waarom scenario 15 (of een variant daarvan: delen van ABG met bv. Dongen, Goirle) niet door de zeef komen? En waarom staat daar bv. bij kansrijk een -/-, terwijl bij scenario 10 (herindelen) een ? staat (p. 11). Beide zijn niet op heel korte termijn toepasbaar, maar ontlopen elkaar op kansrijkheid niets (of wel dan?). Gelet op opmerkingen hierna zou deze optie alsnog opgenomen dienen te worden.
Antwoord P2: Bij herindeling staat een vraagteken omdat in de huidige samenwerking het politiek niet haalbaar is, los van wenselijkheid. Bereidheid bij eventuele andere partners is een vraagteken. Het vraagteken betreft herindelen in algemene zin. Optie 15 is explicieter over eventuele partners. De inschatting is dat ABG herindelen/uitbreiden met partners eerder compliceert dan iets oplost. Het is daarmee niet kansrijk. 10. Correctie m.b.t. Referentie 3 (p. 18): de “normen” van Bleker/De Koningh en Wiegel betroffen niet de “ideale schaal” maar minimumnormen waar gemeenten voortaan aan zouden moeten voldoen (wens Wiegel). Antwoord P2: Eens, die interpretatie is correct. 11. Toepassing criterium “democratisch gehalte” op het schema van p. 26. Waarom in kolom D bij de drie WGR-constructies (ABG) een +, terwijl de gelaagdheid juist tot problemen leidt (zoals in de praktijk bij ABG ook blijkt). Zo kan een raadslid bv. geen info over de ambt. organisatie van het college krijgen, maar is van ABG-bestuur afhankelijk (concreet voorbeeld: medewerkersbelevingsrapport). Er zijn dus wel degelijk verschillen tussen de WGR en de gemeentewet varianten (resp. een + en een -). Antwoord P2: Formeel bestaan er inderdaad verschillen tussen de WGR en Gemeentewet als het gaat om legitimatie en democratisch gehalte. Echter, de wetgever heeft voorzien in een aanpassing van de WGR (zie p.
27) waardoor de raad meer invloed kan krijgen en burgerparticipatie beter kan worden vormgegeven. De nieuwe (WGR) wetgeving maakt dus lokaal meer maatwerk mogelijk waardoor het verschil met de Gemeentewet op de door u genoemde onderdelen nauwelijks meer hoeft te verschillen indien daartoe (lokaal) besloten wordt. Ten slotte: het aspect informatievoorziening is meegenomen bij het gezichtspunt governance en daar is verschil gemaakt in de beoordeling.
3
12. Tabel bestuurlijke kwaliteit (p. 29): - Waarom staat er bij Doorzicht ontwikkelen/Tandem: matig tot goed? Het is toch zonneklaar o.g.v. de ervaringen tot nu toe dat dit bestuurlijk ABG-construct qua kwaliteit van het besluitvormingsproces uiterst matig is. Zie alle zeilen die nu bijgezet moeten worden als één van de gemeente dwars ligt. - Waarom staat er bij herindeling: geen garantie? Nee, garantie heb je nooit, maar dat kun je wel bij elke cel in elke tabel zetten. Overbodige opmerking dus. - Waarom staat er bij herindeling, onder ‘positie regionaal’: matig tot goed? Het is toch evident dat een grotere gemeente een sterkere positie geeft (was ook jouw mondelinge toelichting). Dus: goed. - Bij kolom Harmonisatie; waarom staat er bij Doorzicht ontwikkelen/tandem: goed, indien..? Je krijgt nooit 100% harmonisatie (want dan moet je fuseren), en je zit er in de praktijk altijd ver vanaf (gemeenten willen toch eigen beleid). Dus moet het oordeel m.i. zijn: matig (en redelijk als er veel geharmoniseerd wordt). Antwoord college: De hier gestelde vragen betreffen stellingnames in oordeelsvormende zin, waar we in deze beeldvormende fase geen reactie op geven.
U kunt deze stellingnames betrekken bij het oordeelsvormende en besluitvormende debat over de resultaten en gevolgtrekking van het onderzoek in raadscommissie en raad aan de hand van het raadsvoorstel dat het college momenteel op laat stellen. 13. Tabel operationele kwaliteit (p. 32): Hoofdboodschap is: “schaal doet er toe” Dat is correct. Maar gelet op je eerdere referenties (p. 17), nl een efficiënte/ kostenoptimale/minder kwetsbare schaal van rond 60.000- 80.000, verwacht ik bij bv. kolom kwaliteit dienstverlening en een nog toe te voegen kolom kosten doelmatigheid/kwetsbaarheid, dat alle ABG-scenario’s en zeker de Tandem: slecht tot matig zouden moeten scoren. En waarom staat bij herindelen bij kwaliteit dienstverlening ‘kansrijk’ en niet bv. ‘goed’ net als bij de ABG-constructies en Tandem? Antwoord P2: Het eerste deel van uw vraag wordt voor kennisgeving aangenomen, het blijft een inschatting. ‘Kansrijk’ is een positieve kwalificatie, maar wat minder zeker dan goed. Operationele kwaliteit na een herindeling is mede afhankelijk van de financiële positie van de partner(s) en de politieke stabiliteit (zo weinig mogelijk versnippering na herindelingsverkiezingen). 14. Waarom zijn bij het onderdeel Financiën (p. 33) de financiële voordelen van het scenario herindelen buiten beschouwing gelaten? Denk alleen al aan het tot ong.
60-65% terugdringen van de kosten voor burgemeesters, wethouders, raadsleden en griffie? Dit betreft structurele kostenvermindering! Nog los van de bestuurlijke en ambtelijke ‘drukte’ bij WGR-constructies, die ook geld kost. Graag deze kosten alsnog in beeld brengen en ‘wegen’ met de andere scenario’s in een tabel. Antwoord P2: Herindelen kent financiële voor- en nadelen. Zie ook de beantwoording van vraag 6. Wij zijn het eens voor wat betreft kansen voor lagere bestuurskosten, echter stijgen vaak salariskosten en neemt de formatie-omvang wethouders eerder toe dan af. De bestuurskosten maken, zo bezien, op de totale begroting naar verwachting niet het verschil om een keuze op te baseren. Antwoord college: Zie ook het antwoord op vraag 6. 15. ICT (p. 34): graag specificatie van de eenmalige kosten. Plus antwoord op de vraag of ontvlechten altijd nodig is, of voor alle onderdelen nodig is. Nu zijn de afzonderlijke administraties van AC, BN en GR toch ook apart? Plus de vraag of er ook naar andere ambt. ontvlechtingen gekeken is (vgl. Montfoort/IJsselstein: vooralsnog geen ICT-ontvlechtingskosten) 16. ICT (p. 34); graag onderbouwing van de structurele kosten., En waarom alleen voor dit onderdeel structurele kosten opgevoerd, terwijl er ook structurele fin. voordelen zitten aan andere scenario’s? 4
Antwoord P2 (vraag 15 en 16): De inschatting van de eenmalige en structurele financiële effecten is gebaseerd op informatie van onze ICT-partner Equalit en ons eigen ICT management. We hebben daarmee ons inziens een voldoende betrouwbaar beeld van deze kostenpost. De kosten zijn sterk situatie-afhankelijk. Belangrijke kostendrijvers zijn de ontvlechting op het platform, het uiteenrafelen van databases en het (opnieuw) inrichten van programmatuur en workflows. De kosten zijn fair in beeld gebracht en niet verdisconteerd naar toekomstige (hogere) structurele kosten. Aangezien de huidige ICT-kosten in lijn lopen met representatieve gemiddelden, worden geen structurele kostenvoordelen verwacht. Wel zal bij een aantal posten (denk aan audits) de schaalvoordelen worden gemist. De genoemde incidente en structurele (meer)kosten moeten worden gezien in het licht van de huidige jaarlijkse ICT-kosten voor ABG ad € 3,7 miljoen. 17. Personeel (p. 35): Hoe zijn de fractiekosten te rijmen met de huidige arbeidsmarkt voor ambtenaren (tekort aan personeel)? Er zal getrokken worden aan de ambtenaren i.p.v. dat er sommigen boventallig worden (er is toch een ‘war on talent – zie p. 38?). Dat blijkt ook uit andere ambt. ontvlechtingen (zoals Montfoort/IJsselstein, Ommen/Hardenberg). M.a.w. de fractiekosten zijn m.i. vooralsnog op nihil te ramen.
Antwoord P2: We denken dat u doelt op frictiekosten in plaats van fractiekosten. Vaak vertrekt goed personeel (als eerste) en dat moet worden ingevuld. Daarvoor maak je kosten in de “war on talent”. Boventallig personeel dient een plek elders te krijgen en dat zijn langdurige processen omdat bij boventalligheid ook vaak sprake is van moeilijker plaatsbaar personeel. Overigens, indien niet-herplaatsbaar personeel NIET afvloeit, blijven ze structureel drukken op de begroting. Personele kosten op nihil ramen achten we niet realistisch. De uitgangspunten zijn een “best guess”. Zie ook het antwoord op vraag 3. 18. Begeleidingskosten (p. 36): graag onderbouwing, en ook afgezet tegen ervaringen van andere ambt. ontvlechtingen. De ervaring leert dat als er minnelijk wordt geregeld (en dat is tot op heden bij andere ambt. ontvlechtingen het geval) de begeleidingskosten mee kunnen vallen. Antwoord P2: Wij hanteren als uitgangspunten een éénzijdige uittreding (optie Grexit) met minnelijke schikking. In de gemeenschappelijke regeling is niets geregeld over kostenverdeling bij uittreding of liquidatie. De begeleidingskosten kunnen mee en tegen vallen, dat is vooraf niet voorspelbaar als er niets geregeld is.
Het bedrag van € 500K is indicatief als volgt opgebouwd: • 160K interne begeleiding (2 mensjaren à gemiddelde loonkosten 80K); • 150-200K consultancy kosten (herplaatsing, commissies, organisatie, functieduiding en waardering, etc.); • 30K juridische kosten (begeleiding minnelijke ontvlechting); en • 50K (10% reservering voor locatie-, herinrichtings- en verhuiskosten, inrichten processen, communicatie, etc.). In zijn algemeenheid vallen de kosten eerder tegen dan mee. 19. Conclusies Financiën (p. 37): - Eenmalige kosten zijn schromelijk overdreven (zie vragen 9-11) - Berenschot (zie rapport 2019) ziet flinke verschillen tissen ABG-constructie en één gemeente. Kan oplopen in de miljoenen. Dus is “nog enige doelmatigheidswinst” te behalen een onacceptabel eufemisme. Het gaat over miljoenen structureel - wel verschil overigens tussen ‘Doorzicht doorontwikkelen’ en ‘herindelen’. Graag zichtbaar maken wat de potentiële doelmatigheidswinst voor beide opties is o.g.v. deze Berenschot- benchmark. Zie ook vraag 8 (bestuurlijke kostenvermindering meteen erbij betrekken, om een compleet beeld te geven).
5
Antwoord college: Het eerste punt is een mening en deze kunt u betrekken bij het debat. Bij het tweede punt blijkt (wederom) de volstrekt afwijkende interpretatie die de D66-fractie heeft ten aanzien van de uitkomsten van het Berenschot-onderzoek. Dat er bij een andere variant dan doorontwikkelen van ABG miljoenen euro´s efficiencyvoordeel zijn te behalen, is op geen enkele wijze te herleiden uit het Berenschot-rapport. Het besparen van geld op de ambtelijke organisatie kan alleen door in te leveren op beleidsambities, uitvoeringskwaliteit en dienstverlening en daarvan is het college, gelijk een meerderheid van de raad, pertinent geen voorstander. Graag verwijzen wij u naar de inbreng van het college in de debatten die wij de afgelopen jaren in uw raad en raadscommissies gevoerd hebben over dit uit 2019 daterende onderzoek. 20. Risico’s (p. 38): - Risico weglopen personeel (elders aantrekkelijkere werkgevers) is er nu ook al, en merken we volop. Het is de vraag of dit erger wordt als toekomst ABG nog even boven de markt blijft hangen. Ervaringen van elders (ambt. ontvlechtingen) geven niet aan dat onzekerheid tot weglopen leidt. Graag dit element erbij betrekken. - Eenzijdig uittreden is idd risicovoller (jur. procedures). Maar valt op te lossen met arbitrage (zoals mediater Bas Eenhoorn bij Montfoort/IJsselstein)- zie meegestuurd artikel. Daardoor ook geen/weinig imagoschade.
Graag dit element erbij betrekken. Antwoord college: Er is momenteel geen bovenmatige uitstroom van personeel. Zie de beantwoording van de technische vragen over de ABG-begroting 2022 (raad van 16 juni, agendapunt 5). Op vraag 2 van de PvdA geven wij onder meer het volgende aan: In 2019 hebben 24 medewerkers de organisatie verlaten. Dit is 7% uitstroom/verloop. Dit is relatief laag, vergeleken met gemeenten van gelijke grootte, namelijk 8,7% (Personeelsmonitor, 2019). Er is dus geen sprake nu van onzekerheid of gebrek aan perspectief. Het is het college er alles aan gelegen dat dit ook zo blijft. Het risico in geval van onrust, gebrek aan toekomst of grootscheepse veranderingen is ons inziens terecht benoemd in de rapportage. Het uitgangspunt voor de exit-scenario´s is een ´con amore´ minnelijke schikking. Arbitrage is echter geen garantie dat er geen gedoe (en kosten) ontstaan. Arbitrage is ook iets anders dan mediation. Het risico van juridische procedures en kosten is ons inziens terecht benoemd in de rapportage. 21. Samenvattende conclusies (p. 39 en 40): volgens mij zouden op basis van de opmerkingen in eerdere vragen de conclusies flink bijgesteld moeten worden. In zijn algemeenheid worden de WGR constructies (veel) te gunstig voorgesteld, en zouden deze pas interessant worden bij een grotere schaal dan de 3 ABG-gemeenten (want: “schaal doet er FLINK toe”).
Optie herindeling onderscheidt zich positiever van de andere opties dan op p. 40 voorgesteld. Onduidelijk is waarom daar bij risico’s -/+ staat. Dit vergt veel toelichting. Antwoord college: Het eerste deel van uw vraag betreft een stellingname in oordeelsvormende zin, waar we in deze beeldvormende fase geen reactie op geven. U kunt deze stellingname betrekken bij het oordeelsvormende en besluitvormende debat over de resultaten en gevolgtrekking van het onderzoek in raadscommissie en raad aan de hand van het raadsvoorstel dat het college momenteel op laat stellen. Antwoord P2: Een debat over de inrichting en organisatie van binnenlands bestuur en de effectiviteit en efficiency van verschillende opties of schaalgrootte is geen wiskundig-lineaire aangelegenheid met eenduidige uitkomsten. Onderzoek is, naast de specifiek lokale context en de eigen politieke visie van de spelers, een van de bouwstenen die mee richting geven aan de uitkomst. De bedoeling en waarde van dit onderzoek is juist dit debat te faciliteren. Zie ook p. 4.
6
22. Aanbevelingen (p. 41): - Waar is op gebaseerd dat herindeling “gelet op de huidige ABG situatie” geen reëel politiek scenario is? Omdat BN dat niet wil? Maar blijft dat zo als het alternatief is dat ze – hypothetisch gesproken - alleen (komen te) staan? Of alleen even niet op heel korte termijn relevant? Maar als inwoners dat toch zouden willen? Of bij een andere politieke constellatie? M.a.w. of dat herindeling wel of niet plausibele optie is, is niet onderzocht, en hangt af van veel omstandigheden en dreigingen. Onbewezen stelling dus! - De derde aanbeveling is dus ook niet bewezen - De twee onderste stellingen kunnen betwijfeld worden o.g.v. eerdere opmerkingen. Antwoord college: Dat er geen of nauwelijks politiek draagvlak is voor de optie herindeling is gebleken tijdens alle ABG-radenavonden die in deze raadsperiode hebben plaatsgevonden. Voor het overige betreft deze vraag een stellingname in oordeelsvormende zin, waar we in deze beeldvormende fase geen reactie op geven. U kunt deze stellingname betrekken bij het oordeelsvormende en besluitvormende debat over de resultaten en gevolgtrekking van het onderzoek in raadscommissie en raad aan de hand van het raadsvoorstel dat het college momenteel op laat stellen. 23. Aanbevelingen (p.
42): - Derde conclusie klopt niet (zie eerder) - De aanbeveling “wacht niet te lang gelet op het gevoelen in Gilze en Rijen” is niet te plaatsen. Want “Gilze en Rijen” zijn we toch zelf? En waarom de evaluatie naar Q4 21/Q1 22 halen als er begin volgend jaar verkiezingen zijn? Met wellicht (in één, twee of drie gemeenten) andere politieke meningen, en dus nog meer onrust als besluiten dan toch weer anders kunnen worden? En waarom deze aanbeveling als op p. 5 staat: “niet forceren”? Voor een echte evaluatie is (veel) meer nodig dan dit rapport en dan een ABG-directie/bestuur die het huisvestingsdossier er doorgejast wil hebben. Daar is draagvlak vanuit de politiek en de juiste afweging t.b.v. de inwoners voor nodig! Antwoord P2: Over het aanbevolen tijdpad merken wij het volgende op: In de gesprekken met de verschillende fracties einde 2020 is door veel fracties aangedrongen op helderheid omtrent de toekomstige positie van Gilze en Rijen in ABG vóór de perspectiefnota van 2021. Tegelijkertijd bestond de wens om dit proces als Raad en College gezamenlijk en zorgvuldig te doorlopen. Dit onderzoek is daarvoor één van de bouwstenen. Het strekt tot aanbeveling om dat proces van gezamenlijkheid verder te verbreden naar de partners in ABG. Het is daarbij van belang om niet te lang te wachten, gelet op de eerder geuite gevoelen van de fracties.
Ook richting personeel is het raadzaam om onzekerheid niet te lang te laten duren. Zorgvuldigheid vraagt daarentegen om een weloverwogen proces. Het is aan de Raad en het College om keuzes over het te volgen proces te maken. Antwoord college: Voor het overige betreft deze vraag een stellingname in oordeelsvormende zin, waar we in deze beeldvormende fase geen reactie op geven. U kunt deze stellingname betrekken bij het oordeelsvormende en besluitvormende debat over de resultaten en gevolgtrekking van het onderzoek in raadscommissie en raad aan de hand van het raadsvoorstel dat het college momenteel op laat stellen.
-0-0-0-0-
7