Rapport TNO 2017 R10771A maatregelen rattle noise
Tekst van het document
het vervangen van glaslatten en rugvulling (na inspectie op speling),
-
het profiel van glas-in-lood voorzien van kit, het monteren van tochtstrips in de kozijnen en indien nodig verstellen van de ophanging en/of vergrendeling of vervanging ervan. Indien nodig moet een ventilatievoorziening (rooster, bijvoorbeeld in het raam of in het kozijn, mogelijk bij een ander raam in dezelfde ruimte) worden geplaatst. Indien binnen de woningen rattle-gevoelige onderdelen aanwezig zijn kunnen deze worden “beschermd” door de gebouwschil niet alleen rattle-ongevoelig te maken maar ook beter geluidisolerend. Hiervoor zijn de volgende maatregelen: - glas verzwaren: enkelglas vervangen door enkelglas van 15 mm of dubbelglas vervangen door dubbelglas 8-15-6 of 10-15-6, -
glas-in-lood ramen voorzien van voorzetglas van 15 mm, het monteren van tochtstrips in de kozijnen en indien nodig verstellen van de ophanging en/of vergrendeling of vervanging ervan. (B) Glas-in-lood ramen voorzien van voorzetglas (A/B) monteren tochstrips/ verstellen ophanging
(A/B) monteren tochstrips/ verstellen ophanging
(A) stopverf vernieuwen of vervangen door glaslatten en rugvulling
(A) profiel ramen voorzien van kit
(A) stopverf vernieuwen of vervangen
(B) glas verzwaren of vervangen door dubbelglas
In verband met thermische isolatie en algemene geluidisolatie verdient het de voorkeur enkelglas niet door enkelglas te vervangen maar door gespecificeerd dubbelglas. Dat zal zeer waarschijnlijk vervanging van het kozijn noodzakelijk maken (de glasdikte neemt toe van 4 mm naar 30 mm) maar die vervanging is wellicht toch ook al noodzakelijk bij vervanging enkelglas (toename dikte van 4 mm naar 15 mm). In verband met thermische isolatie verdient het de voorkeur bij gebruik van dubbelglas te kiezen voor de HR++ variant (bijvoorbeeld met Argon vulling). In verband met algemene geluidisolatie en thermische isolatie verdient het de voorkeur het glas-in-lood op te nemen in de spouw van dubbelglas (met spouwbladen van tenminste 6 mm). Indien nodig moeten ventilatievoorzieningen (roosters, bijvoorbeeld in het raam of in het kozijn worden aangebracht, mogelijk bij een ander raam in dezelfde ruimte.
TNO-rapport | TNO 2017 R10771AA | december 2017
B.3
Buitendeuren
B.3.1
Gevoeligheid voor rattle
Bijlage B | 6/11
Het gaat om: 1. rattle van de deuren zelf door invallende drukgolven en 2. doorgifte van geluid naar binnen 1. Ratelende onderdelen a) Glas in de sponning b) Deur in zijn kozijn c) Beslag (klopper, deurknop, etc.) Ad a: Zie B.2.1. Ad b: Zie B.2.2. Ad c: Het deurbeslag kan “kritisch” bevestigd zijn, bijvoorbeeld een deurklopper waarvan het zwaartepunt recht onder het ophangpunt/draaipunt ligt, een deurknop met speling, etc. Als geluid invalt op de deur en de deur daardoor gaat trillen kunnen deze onderdelen steeds even loskomen en terugvallen c.q. ratelen. 2. Doorgifte van drukgolven naar binnen Voor de doorgifte van drukgolven naar binnen gaat het om de geluidisolatiewaarde R van de deur die bij lage frequenties voornamelijk bepaald wordt door de massa per vierkante meter. Achterdeuren in oudbouw zijn vaak zeer licht uitgevoerd, al dan niet voorzien van licht enkelglas. Maar ook voordeuren hebben een relatief lage massa per vierkante meter, vooral als ze voorzien zijn van panelen en/of (enkel) glas.
B.3.2
Maatregelen voor buitendeuren Indien de doorgifte van drukgolven naar binnen niet bestreden hoeft te worden omdat er binnen geen rattle-gevoelige onderdelen zijn of omdat deze zelf al behandeld worden, kan volstaan worden met het wegnemen van speling. -
Voor wat betreft ramen in de deur: zie B.2.2. Tochtstrips kunnen worden gemonteerd in de kozijnen en indien nodig kan de ophanging en/of de vergrendeling beter worden afgeregeld of worden vervangen. Indien nodig moet een ventilatievoorziening (rooster, bijvoorbeeld in het kozijn, mogelijk bij een raam in dezelfde ruimte) worden toegevoegd.
Indien binnen de woningen rattle-gevoelige onderdelen aanwezig zijn, kunnen deze worden “beschermd” door de gebouwschil niet alleen rattle-ongevoelig te maken maar ook beter isolerend. - Een deur kan worden vervangen door een deur van massief hout met een dichtheid van tenminste 800 kg/m 3 (deurdikte: 40 mm).
TNO-rapport | TNO 2017 R10771AA | december 2017
-
Bijlage B | 7/11
Wat betreft ramen in de deur: zie A.2.2. Ramen kleiner dan 0,05 m2 hoeven niet vervangen te worden door zwaarder glas of dubbelglas. Tochtstrips kunnen worden gemonteerd in de kozijnen en indien nodig kan de ophanging en/of de vergrendeling beter worden afgeregeld of worden vervangen. Deze maatregel werkt dus zowel voor het wegnemen van speling als voor de isolatie tegen het doorgeven van drukgolven van buiten naar binnen. Indien nodig moet een ventilatievoorziening (rooster, bijvoorbeeld in het kozijn, mogelijk bij een raam in dezelfde ruimte) worden toegevoegd.
(A/B) monteren tochstrips/ verstellen ophanging (A/B) ramen in deuren: zie pakket Buitenramen
(A/B) monteren tochstrips/ verstellen ophanging (B) deuren vervangen door deur van massief hout
B.4
Constructie-onderdelen binnen de woning
B.4.1
Gevoeligheid voor rattle De constructieonderdelen binnen ratelen zelf niet maar worden door de lucht dermate in trilling gebracht dat daaraan verbonden objecten (servies op een tafel op een lichte vloer) tot rattle worden gebracht. Van belang zijn: 1. plafonds, 2. vloeren, 3. wanden en 4. binnenramen en binnendeuren. 1. Plafonds Van belang is het gewicht van de vloeren boven het plafond. Bij een massa per oppervlakte van minder dan 100 kg/m 2 is er sprake van een “lichte” vloer. Zware “constructieve” plafonds, zijnde plafonds die in feite de onderkant zijn van een stenige, dus niet-lichte, basisvloer (zoals kanaalplaatvloeren), zijn niet rattlegevoelig. Rattle-gevoelig zijn: -
lichte constructieve plafonds (zoals de onderkant van een houten vloer), plafonds onder de constructieve vloer, zoals stucwerk aan de balken van houten plafonds en verlaagde plafonds bestaande uit gipsplaten aan regels.
TNO-rapport | TNO 2017 R10771AA | december 2017
Bijlage B | 8/11
De gevoeligheid bestaat eruit dat de door instraling van laagfrequente drukgolven veroorzaakte trillingen in het plafond worden doorgegeven aan lamparmaturen. Armaturen met losse onderdelen (zoals kroonluchters) kunnen dan gaan ratelen. 2. Vloeren Vloeren met een massa per vierkante meter van minder dan 100 kg/m 2 hebben kans om rattle te veroorzaken. Ook bij zware vloeren kan rattle optreden, namelijk bij bepaalde type dekvloeren (zie verderop). Invallende luchtdrukgolven brengen de vloer in trilling, waarna op de vloer rustende meubels, verlichtingsarmaturen etc. mee gaan trillen alsmede de daaraan verbonden c.q. daarop geplaatste objecten (zoals servies op een tafel). Indien de eerste eigenfrequentie van de vloer samenvalt met dominante frequenties in de aanstoting treedt er resonantie op in de vloer en wordt de kans op rattle navenant hoger. De dominante frequenties bij Chinook-helikopters (de veroorzakers van rattle) liggen tussen de 12 en de 40 Hz. Lichte vloeren dienen dus ten eerste te worden verstijfd, om de eigenfrequentie naar 50 Hz of hoger te brengen, en/of te worden verzwaard, om de massa richting 100 kg/m 2 te brengen. Een typische vooroorlogse vloer heeft een massa van ongeveer 30 kg/m 2 en een overspanning van 4 meter.
Zo’n vloer kan worden aangepakt door onder de vloer een stalen ligger halverwege de overspanning aan te brengen, die afdraagt op de voor- en achtergevel, om de eigenfrequentie te verhogen, en op de vloer vezelcementplaten van 15 mm te schroeven. De hoogte van de ligger (bijvoorbeeld een H-profiel) wordt bepaald aan de hand van de lengte van de overspanning van de ligger, waarbij maatgevend is dat de eerste eigenfrequentie van de ligger boven de 50 Hz ligt. Het aanbrengen van een ligger kan vooral voor verdiepingsvloeren problematisch zijn, vanwege de plafondhoogte in de kamer(s) eronder en/of gebrek aan sterkte op de afdraagpunten in de gevel (vaak boven een raam). Een alternatief voor de stalen ligger is het aanbrengen van stalen strips onder de balken, zowel in de lengte van de balken als er loodrecht op, of het plaatsen van dwarsbalken. In alle gevallen geldt, ook voor de stalen balk, dat de extra elementen dragend c.q. op stuit dienen te worden aangebracht, dus bijvoorbeeld op spanning dienen te worden gebracht met behulp van wiggen e.d. Een speciaal risico zijn zwevende dekvloeren, laminaatvloeren en harde vloerafwerkingen op een zachte tussenlaag. Deze zullen van zichzelf, onafhankelijk van de ondervloer door geluid in trilling worden gebracht. Daarbij speelt de vaak zeer geringe massa van deze vloeren een belangrijke rol. 3.
Wanden Binnenwanden met een massa per vierkante meter van minder dan 100 kg/m 2 hebben kans om rattle te veroorzaken. Ook voorzetwanden zijn rattle-gevoelig. De luchtdrukgolven brengen de wand in trilling, die op zijn beurt daaraan bevestigde schilderijen, lampen e.d. in trilling brengt. Het gaat in principe altijd om wanden van licht plaatmateriaal, zoals hout en gips, op regels. Stenige binnenwanden, zoals halfsteense wanden, en wanden van kalkzandsteen zijn zwaar genoeg. Het gaat ook alleen om wanden die volledig doorlopen tussen twee overliggende wanden. Wanddelen die bijv. een open keuken gedeeltelijk afschermen of waarin een permanente grote sparing zit (deurgat zonder deur) zijn niet rattle-gevoelig.
TNO-rapport | TNO 2017 R10771AA | december 2017
Bijlage B | 9/11
Lichte wanden worden vaak toegepast bij renovatie, maar ook in nieuwbouw, waar ze onder andere populair zijn vanwege de vrije indeelbaarheid van de woning die er mee mogelijk wordt gemaakt. 4. Binnenramen en binnendeuren Naast de constructieonderdelen die indirect tot rattle leiden zijn er onderdelen die zelf ratelen: binnendeuren en binnenramen. Dit kan komen door invallende luchtdrukgolven (die via de gevel de woning zijn binnengekomen) of door het trillen van de wand waarin het binnenraam of de binnendeur is bevestigd. Ratelende onderdelen zijn a) glas in de sponning, b) raam of deur in zijn kozijn, c) glas-in-lood, glaasjes in de “sponning” van het lood en d) beslag (zoals klopper en deurknop). Voor toelichting zie B.2.1 en B.3.1.
B.4.2
Maatregelen 1. Plafonds Indien er sprake is van lichte constructieve vloeren die het plafond vormen of waaraan het plafond bevestigd is: zie hieronder bij punt 2, Vloeren. Indien er sprake is van een verlaagd plafond onder een niet-lichte constructieve vloer moeten de contactdozen in het verlaagde plafond worden ophangen aan de constructieve vloer met een starre verbinding. Het plafond zal daar ter plekke voor moeten worden verwijderd en daarna weer worden hersteld en het gehele plafond opnieuw gestuct. Hoewel niet gebruikelijk in de woningbouw kan er sprake zijn van een verlaagd plafond dat bestaat uit regels en losse platen (systeemplafond, zoals vaak wordt toegepast in de utiliteitsbouw). In dat geval kunnen plafondregels en kabels e.d. die op de platen liggen kunnen “kritisch” liggen en voor rattle zorgen. De maatregel bestaat in dat geval uit: -
het verwijderen van de plafondplaten,
-
de regels op alle hoeken voorzien van klemmen, het terugbrengen van de plafondplaten, waarbij kabels, contactdozen, e.d. op een verende laag (schuimplaten) worden gelegd, het vervangen van lichtarmaturen met losse onderdelen (lamellen e.d.) door niet-rattle gevoelige armaturen.
-
2. Vloeren Indien de massa minder is dan 100 kg/m 2, moet de vloer worden verzwaard met 15 mm vezelcementplaten, vernageld (bevestigd met 1 schroef per 60 x 60 cm2).
TNO-rapport | TNO 2017 R10771AA | december 2017
Bijlage B | 10/11
Indien de massa na verzwaring nog steeds onder de 100 kg/m 2 ligt, moet de vloer ook worden verstijfd door een van de volgende opties: - introductie van een extra draagweg c.q. verkorting van de overspanning met een stalen ligger met eigenfrequentie > 50 Hz halverwege de overspanning, - het aanbrengen van een grid van stalen strips onder de balken (maatvoering nader te bepalen) of - het aanbrengen van dwarsbalken (balken loodrecht op de draagrichting) (maatvoering nader te bepalen). Indien er sprake is van een zwevende dekvloer kan deze niet worden verwijderd of aangepast, omdat de dekvloer is aangebracht voor een geluidisolerende werking. Voor vloeren met een zwevende dekvloer is dus geen oplossing, anders dan het verminderen van het doorlaten van laagfrequente drukgolven via de schil van de woning, dus het verbeteren van de isolatie van de schil. Indien er een harde dekvloer op een zachte tussenlaag aanwezig is (zonder dat deze een bijzonder akoestische reden heeft) moet de zachte tussenlaag worden vervangen door een dunne, stijve laag zoals 2 mm rubbergranulaat. Indien er sprake is van een laminaatvloer moeten eventuele tussenlagen worden verwijderd, zo nodig de oneffen ondervloer worden afgevlakt met vezelcementplaat en een dunne, stijve laag worden toegepast zoals 2mm rubbergranulaat. (vloer) zachte tussenlaag vervangen door dunne stijve laag
(vloer) oneffenheden ondervloer wegwerken met vezelcementplaat en een dunne, stijve laag
(vloer) vloer verzwaren met 15 mm vezelcementplaten
(vloer) vloer verstijven door bijv. dwarsbalken (plafonds) contactdozen ophangen aan constructieve vloer
(plafonds) kabels op verende laag leggen
(plafonds) armaturen vervangen
(plafonds) alle hoeken voofzien van klemmen
3. Wanden Oplossingen betreffen verzwaring en als dat niet kan, verstijving (om een eigenfrequentie hoger dan 50 Hz te bereiken waardoor opslingering door resonantie in ieder geval niet optreedt). Indien er sprake is van wanden met een massa van minder dan 100 kg/m 2, zoals gips op een metal-studconstructie, kan de wand worden vervangen door een stenige wand, bijvoorbeeld van kalkzandsteen. Indien dat geen optie is, of als het gaat om voorzetwanden, kunnen de wanden worden verstijfd door het toevoegen van staanders, met een tussenafstand van 45 cm, in de vorm van stalen C-profielen van 100 mm hoog, 40 mm breed en 5 mm dik. De smalle zijde van het C-profiel wordt bevestigd aan de wand.
TNO-rapport | TNO 2017 R10771AA | december 2017
(wand) lichte tussenwanden vervangen door steens wanden
Bijlage B | 11/11
(wand) voorzetwanden en lichte metal-stud wanden verstijven door toevoegen staanders
4. Binnenramen en binnendeuren De oplossing is het wegnemen van speling. Dit betekent dat de ramen en deuren zoveel als mogelijk gehandhaafd blijven. Zie voor de uitwerking A.2.2 en A.3.2.
B.5
Voorwerpen binnen de woning Indien de in de vorige paragrafen beschreven maatregelen worden uitgevoerd, daar waar nodig, is geen rattle meer te verwachten in de woning. Indien niet alle benodigde (bouwkundige) maatregelen kunnen worden getroffen resteert het nemen van maatregelen om het rammelen van losse voorwerpen (zoals radiatoren of de huisraad) te voorkomen. Rattle-gevoelige voorwerpen zijn met name: -
lijsten (foto’s, schilderijen, etc.) aan wanden,
-
lampen (kroonluchters e.d.),
-
servies (geplaatst naast elkaar en/of op een glad oppervlak), radiatoren.
Bij voorwerpen die hangen aan wanden, zoals fotolijsten, kan een vast extra steunpunt worden gecreëerd in de vorm van een wig onderaan een lijst, bij voorkeur met een zacht materiaal. Voor een radiator die gaat rammelen als de wand waaraan deze hangt of de vloer waarop deze steunt bij een bepaalde frequentie in trilling komt, is het meestal eenvoudig om het probleem te verhelpen door de radiator beter vast te zetten. Voor veel andere voorwerpen is er weinig anders te doen dan het plaatsen op een zachte ondergrond of het veranderen van de huisinrichting en/of de huisraad (zoals het vervangen van een kroonluchter door een lamp zonder losse onderdelen), waarmee het een privé-zaak voor de bewoners wordt.
TNO-rapport | TNO 2017 R10771AA | december 2017
C
Bijlage C | 1/6
Uitvoeringsprotocol Om per woning definitief vast te kunnen stellen welke rattle-reducerende maatregelen dienen te worden genomen, is een opzet gemaakt voor een uitvoeringsprotocol. Dit protocol beschrijft de stappen die doorlopen moeten worden om de benodigde bouwkundige maatregelen vast te stellen. Dit protocol bestaat uit enkele onderdelen, die in dit hoofdstuk achtereenvolgend behandeld zullen worden: 1. beschrijving van het protocol 2. inspectieformulier 3. begrippenlijst.
C.1
Beschrijving protocol Doel Het vaststellen van de te nemen bouwkundige maatregelen tegen rattle voor elke individuele woning in het aandachtsgebied 16. Rollen en taken OPDRACHTGEVER: Defensie AANNEMER: uitvoerder van bouwkundige maatregelen, te benoemen door OPDRACHTGEVER INSPECTEUR: onafhankelijke partij, te benoemen door OPDRACHTGEVER BEHEERDER: de beheerder van het pand (bewoner/eigenaar, verhuurder, etc.) Namens de OPDRACHTGEVER bepaalt de INSPECTEUR wat er in een woning zou moeten gebeuren. Zijn overwegingen en bevindingen legt de INSPECTEUR vast in het inspectieformulier. Op dat formulier vult de INSPECTEUR ook het onderdeel “Bestek” in, met daarin dermate precieze duiding, aantallen etc., zodat de AANNEMER op grond hiervan een calculatie kan uitvoeren. Het inspectieformulier wordt overlegd aan de OPDRACHTGEVER en de BEHEERDER. De AANNEMER levert een calculatie aan (op grond van het bestek). OPDRACHTGEVER en BEHEERDER kunnen ondersteund met deze informatie besluiten nemen binnen een door OPDRACHTGEVER nog te op te stellen kader: -
Uitvoering conform advies van de INSPECTEUR; Uitvoering met aanpassingen, bijvoorbeeld gewenst door de BEHEERDER, door de AANNEMER met de BEHEERDER als meerwerk te verrekenen; Gedeeltelijk uitvoering of geen uitvoering.
16 a) algemene definitie: gebied van onderzoek, b) specifiek: daar waar de rattle-toeslag > 0 dB en
binnen de contour (incl. toeslag) > 40 Ke
TNO-rapport | TNO 2017 R10771AA | december 2017
Bijlage C | 2/6
Dit protocol gaat verder in op het werk van de INSPECTEUR. Uitvoering – voorwerk De uitvoering van het protocol bestaat uit twee stappen: het voorwerk en de inspectie zelf. Wij adviseren voordat de inspectie van de woningen start, de globale inventarisatie die gedaan is door TNO en Level Acoustics & Vibration door te nemen. Tijdens de inspectie is het volgende inspectiemateriaal nodig: - zuignap, - glasdiktemeter, - heel drop device (n.t.b.), - fototoestel, - inspectieformulier, - bestekformulier. Uitvoering – inspectie De inspectie start binnen, in de woning. Daar worden vloeren, wanden en binnendeuren en –ramen gecontroleerd. Er wordt beoordeeld of de binnenzijde van de woning rattle-gevoelig is of niet. De rattle-check vindt als volgt plaats: -
Vloer: uitvoeren van een “heel drop”17. Criterium: merkbare trillingen18.
-
Wand: kloppen op de wand. Criterium: geluid van lichte en/of holle wand. Binnendeur: trekken aan deurknop van dichte deur. Criterium: waarneembare rattle van de deur. Binnenraam (in deur of in muur): zuignap op glas aanbrengen en trekken. Criterium: waarneembare rattle van het raam.
-
Indien de binnenzijde van de woning niet gevoelig is, hoeven alleen de buitenramen en –deuren gecheckt te worden op rattle-gevoeligheid. Het is dan niet meer van belang of de gevel (ramen en dak) geluiddoorlatend is, omdat er binnen geen risico is op rattle. De rattle-check van de buitendeuren en –ramen vindt op dezelfde manier plaats als die van de binnendeuren en –ramen. Indien de gevel rattlegevoelig is, dienen de zwakke onderdelen geregistreerd en beschreven te worden, waarna oplossingen kunnen worden genoteerd. Ook indien de binnenzijde van de woning wel rattle-gevoelig is, dienen de buitenramen en –deuren gecheckt te worden op rattle-gevoeligheid. Als deze niet rattlegevoelig zijn kan de oplossing binnen worden gezocht, welke mogelijk minder ingrijpend is. Indien rattle in de woning oplossen toch niet lukt (hier moet dus de
17
Een heel drop voert een persoon uit door op de bal van de voet te balanceren en dan het eigen gewicht te laten neerkomen op de hiel. Het balanceren gebeurt met gestrekte knieën en het neerkomen op de hiel op ontspannen wijzen (laten vallen).
18
Een objectief criterium voor rattle-gevoeligheid van vloeren en wanden is een soortelijk gewicht van 100 kg/m2: beneden dat soortelijk gewicht ontstaat kans op rattle vanwege aan een vloer of wand verbonden huisraad zoals schilderijen, serviesgoed, etc. In de huidige Nederlandse bouwstijl zijn vloeren en wanden vaak óf veel lichter, óf veel zwaarder dan dat. Het is echter raadzaam om toch een objectievere methode voor het vaststellen van soortelijke dichtheid te hanteren dan luisteren en voelen. Daartoe kan een smartphone-app worden ontwikkeld en/of een mechanisch instrumentje.
TNO-rapport | TNO 2017 R10771AA | december 2017
Bijlage C | 3/6
afweging worden gemaakt tussen impact van de ingreep buiten vs. binnen) dan verschuift de inspectie weer terug naar buiten (volgende stap). Indien de gevel rattle-gevoelig is of de rattle binnen niet op te lossen is, dan betekent dit het vaststellen van aanpassing aan buitenramen- en deuren. Indien bepaalde deuren en ramen niet hoeven te worden vervangen uit oogpunt van rattlegevoeligheid, dan dienen die ramen en deuren wel nog gecheckt te worden op geluidoorlaatbaarheid van laagfrequent geluid. Ook het dak dient gecontroleerd te worden. Bovenstaande werkwijze is in onderstaande flow-chart samengevat.
Figuur B1: Flow-chart voor de te nemen stappen in het uitvoeringsprotocol.
Uit de globale inventarisatie is gebleken dat er geen woningen in het aandachtsgebied aanwezig zijn met zeer lichte gevels (bv. houtskeletbouw). In dit protocol richten we de aandacht bij de doorlaatbaarheid van de schil daarom alleen op ramen, deuren en het dak. Bij uitzonderingen raden we aan hierover contact op te nemen.
C.2
Formulier Het formulier voor de inspecteur bestaat uit drie elementen: 1. de flow-chart, waarop de bevindingen kwalitatief kunnen worden genoteerd; 2. een bestek, waarin per bouwkundig element kwantitatief beschreven wordt welke maatregelen er nodig zijn en waaruit snel de kosten kunnen worden gecalculeerd; 3. een bijlage, ten behoeve van de inspecteur, met uitleg over de uit te voeren inspectie. Een voorbeeld van een formulier is hieronder bijgevoegd.
TNO-rapport | TNO 2017 R10771AA | december 2017
Uitvoeringsprotocol Rattle-onderzoek Woninginspectie aandachtsgebied Gilze-Rijen . Straat:………………………… Huisnummer:………………… Datum:………………………..
Algemene beschrijving op gevoeligheidsaspecten 1.
Rattlegevoeligheid in de woning:
2.
Rattlegevoeligheid schil:
3.
Doorlaatbaarheid schil:
Ontwikkeld door Level Acoustics & Vibration, juni 2017
Bijlage C | 4/6
TNO-rapport | TNO 2017 R10771AA | december 2017
Bijlage C | 5/6
Toelichting uitvoering inspectie 1. Rattle-gevoeligheid in de woning De inspectie start in de woning. Daar worden vloeren, wanden en binnendeuren en –ramen gecheckt. Er wordt beoordeeld of de binnenzijde van de woning rattlegevoelig is of niet. 1.1 Vloeren: Bepalen of de vloer lichter is dan 100 kg/m 2. Lichte vloeren zijn rattlegevoelig. Met behulp van heel drop: in het midden van een overspanning van een vloer gaan staan, dus midden in de kamer, niet in een hoek. Op de tenen gaan staan en het volledige gewicht op de hakken laten vallen (eenmalig). Met behulp van device (n.t.b.) constateerden of de vloer te licht is. Constateren van zwevende of harde dekvloeren of aanwezigheid laminaat op tussenlaag. 1.2 Wanden: met de hand tikken op verschillende plekken op de wand. Gipskartonnen wanden zijn rattle-gevoelig, steens wanden zijn niet rattlegevoelig. Het betreft hier enkel de wanden die doorlopen tussen twee overliggende wanden (dus wanden die bv. een keuken deels afsluiten hoeven niet geïnspecteerd te worden). 1.3 Plafond: constateren van verlaagd of systeemplafond. Constateren van armaturen die aan het verlaagd plafond hangen. 2. Rattle-gevoeligheid van de schil De inspectie wordt vervolgd aan de buitenzijde, door de rattle-gevoeligheid van de schil te bekijken. 2.1 Inspecteer het glas in de kozijnen (ook van ramen in deuren).
Gebruik eventueel de zuignap om voldoende grip op het raam te krijgen. Wanneer het glas beweegt/ratelt in het kozijn is het gevoelig voor rattle. Constateren van glas-in-lood ramen en ratelende voorzetramen. 2.2 Bekijk ramen en deuren in hun sponning. Wanneer deuren/ramen bewegen in hun sponning zijn zij gevoelig voor rattle. Constateer ratelend beslag (deurkloppers, deurknoppen, enzovoorts). 3. Geluiddoorlaatbaarheid van de schil Voor de elementen in de schil die op zichzelf niet rattle-gevoelig zijn, dient soms nog gecheckt te worden of deze wel laagfrequent geluid doorlaat (alleen als er in de woning risico is op rattle). 3.1 Bepaal de dikte van het glas. Voor glas in deuren dient ook bepaald te worden wat de dikte is. Ramen van minder dan 0,05m 2 hoeven niet te worden geïnspecteerd. Enkelglas (met name dunner dan 15 mm) en dubbelglas van minder dan 8-15-6 is laagfrequentgeluiddoorlatend. NB: in de praktijk zal waarschijnlijk altijd laagfrequentgeluiddoorlatend glas worden aangetroffen. 3.2 Bepaal de dikte van buitendeuren. Lichte deuren en massieve houten deuren van minder dan 40 mm dik zijn rattle-gevoelig. 3.3 Bekijk het dakbeschot. Niet na-geïsoleerde houten daken laten geluid door.
TNO-rapport | TNO 2017 R10771AA | december 2017
Bijlage C | 6/6
Bestekformulier <voorbeeld>
Waar
Wat
Hoeveelheid
Materiaalkosten
Arbeidskosten
Inpandig
Binnendeuren, voorzien van kierdichting
4 deuren, 2 meter/deur
20 euro
1 uur
Gevel
Ramen, 8-15-6
4 m2 + 3 m2 + 5 m2
7,5m2 x 150 euro/m2
8 uur
Ramen, nieuw kozijn
10 m + 8 m + 1m
19 m x 20 euro/m
12 uur
Binnenzijde 4 mm triplex
50 m2
20 euro
2 uur
Dak
TNO-rapport | TNO 2017 R10771AA | december 2017
D
Bijlage D | 1/1
Samenvatting kostenberekening
KOSTENBEREKENING Maatregelen tegen rattle noise voor woningen binnen 40 Ke (incl. rattle-toeslag) rond vliegbasis Gilze-Rijen glasprijs glas 10-15-6 per m2 € 80 per stuk
prijzen excl. btw
Tussenwoning kozijnoppervlak
voorgevel achtergevel totaal
weging
9 m2 16 m2 25 m2 2 stuks 7 stuks 85 m2 15 %
Hoekwoning / 2-onder-1-kap kozijnoppervlak voorgevel achtergevel zijgevel totaal buitendeuren ventilatieroosters dakoppervlak weging
9 m2 16 m2 5 m2 30 m2 2 stuks 7 stuks 100 m2 10 %
buitendeuren ventilatieroosters dakoppervlak
Vrijstaande woning kozijnoppervlak
voorgevel achtergevel zijgevels totaal
weging
12 m2 20 m2 12 m2 44 m2 2 stuks 7 stuks 120 m2 35 %
Grote vrijstaande woning kozijnoppervlak voorgevel achtergevel zijgevels totaal buitendeuren ventilatieroosters dakoppervlak weging
20 m2 46 m2 24 m2 90 m2 4 stuks 12 stuks 250 m2 40 %
buitendeuren ventilatieroosters dakoppervlak
Gemiddeld per aan te passen woning Totaal 201 over alle aan te passen woningen Stijgerwerk Bouwplaatskosten Verzekering Winst en risico aannemer Overige kosten
kozijn € 600
dak € 110
buiten- ventilatiedeur rooster totaal € 1.400
gewogen
€ 80
€ 2.000 € 15.000 € 2.800 € 560 € 9.350 € 29.710
€ 4.457
€ 34.760
€ 3.476
€ 46.480
€ 16.268
€ 95.260
€ 38.104
€ 2.400 € 18.000 € 2.800 € 560 € 11.000
€ 3.520 € 26.400 € 2.800 € 560 € 13.200
€ 7.200 € 54.000 € 5.600 € 960 € 27.500
€ 62.305 83 %
3% 5% 0,3% 3% 6%
TOTAAL Gemiddeld over alle woningen, per woning
€ 10.394.260
€ 311.828 € 519.713 € 31.183 € 311.828 € 623.656 € 12.192.467 (excl. btw) € 60.659