CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Vroegtijdige publieksparticipatie bij omgevingsvergunning bopa en omgevingsplan aangepast

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vroegtijdige publieksparticipatie bij omgevingsvergunning bopa en omgevingsplan5.570 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Commissie Ruimte: Afdeling: Zaaknummer:

24 februari 2026

Raadsvergadering:

5 maart 2026

Ruimtelijke ontwikkeling 1079981

Portefeuillehouder: Programma:

Wethouder Machielsen Ruimtelijke ordening

Voorstel tot het nemen van besluiten over vroegtijdige publieksparticipatie bij omgevingsvergunningen voor een bopa en bij wijziging van het omgevingsplan

1. Voorgesteld besluit het “Aanwijzingsbesluit vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026” vaststellen; 1. het “Aanwijzingsbesluit vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026” vaststellen; 2. de “Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsplan Gilze en Rijen 2026” vaststellen; 3. het “Mandaatbesluit kennisgeving voornemen vaststellen omgevingsplan Gilze en Rijen 2026” vaststellen. 2. Eerdere besluitvorming 3 juni 2025: Behandeling in commissie Ruimte: Evaluatie beleidsnota “Omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen” (1104978) 10 februari 2025:

Gemeenteraad besluit tot vaststellen participatievisie “Samen voor een fijne samenleving” (1095947)

16 december 2023:

Gemeenteraad besluit tot het vaststellen van de Inspraakverordening gemeente Gilze en Rijen 2024 (1047349)

22 november 2021:

Gemeenteraad besluit tot het aanwijzen van gevallen waarin participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht is en de gemeenteraad besluit tot het vaststellen van participatiebeleid bij omgevingsvisie en omgevingsplan (352129)

30 september 2019:

Gemeenteraad besluit tot het vaststellen van de beleidsnota “Omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen” (Wet ruimtelijke ordening / Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) (RS19.00127)

3. Samenvatting Het is voor een aanvrager om een omgevingsvergunning niet verplicht om aan participatie invulling te geven. Hierop bestaat één uitzondering. Als het gaat om aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) kan de gemeenteraad gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie voor een aanvrager wél verplicht is. In 2021 stelde uw raad een lijst van gevallen vast. Wij stellen voor deze lijst te actualiseren en uit te breiden. Bij de wijziging van een omgevingsplan moet worden aangegeven hoe participatie vorm wordt/is gegeven. Wij stellen voor hiervoor beleidsregels vast te stellen, zodat dit op uniforme wijze gebeurt. Hiermee bouwen we voort op de in 2019 vastgestelde beleidsnota “Omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen”. We stellen tevens Zaaknummer: 1079981

voor om de bevoegdheid tot het kennisgeven van het voornemen tot vaststellen van het omgevingsplan te mandateren aan het college van burgemeester en wethouders.

Voorstel 4. Inleiding Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De wetgever verlangt van gemeenten dat zij participatiebeleid opstellen. We geven hieraan invulling met de eerder vastgestelde participatievisie ‘Samen voor een fijne samenleving’. Op 1 januari 2025 trad de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking. Vanaf dat moment hebben we 2 jaar de tijd om de huidige inspraakverordening te verbreden naar een participatieverordening. De participatievisie en de participatieverordening vormen de kern van hoe we met participatie omgaan in de gemeente Gilze en Rijen. Voor twee verschillende instrumenten uit de Omgevingswet is het nodig en gewenst om nadere aanvullende/in de plaats tredende - besluiten te nemen. Deze besluiten gaan over de vraag óf, en zo ja, hoe participatie bij het gebruik van deze specifieke instrumenten wordt toegepast. Ten eerste bij aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (verder: bopa). De nog voor te bereiden en vast te stellen participatieverordening heeft hier namelijk geen betrekking op. Ten tweede bij wijzigingen van het omgevingsplan. Gelet op het bijzondere karakter van het omgevingsplan, is het gewenst hier meer specifieke regels voor te stellen dan in de participatieverordening. 5. Argumenten 1.1.

U bent bevoegd een aanwijzingsbesluit te nemen voor gevallen waarin participatie verplicht is De Omgevingsregeling bepaalt dat een aanvrager om een omgevingsvergunning niet kan worden verplicht om aan participatie te doen. In uitzondering hierop bepaalt de Omgevingswet dat als het gaat om een omgevingsvergunning voor een bopa een aanvrager hier wél toe kan worden verplicht. Een omgevingsvergunning voor een bopa heeft betrekking op activiteiten die niet in het omgevingsplan passen. De gemeenteraad is het bevoegde bestuursorgaan om gevallen van activiteiten aan te wijzen waarin verplicht participatie moet worden toegepast. 1.2.

Het is gewenst om het huidige aanwijzingsbesluit te actualiseren Op 22 november 2021 heeft uw raad gevallen van activiteiten aangewezen waarin een aanvrager om omgevingsvergunning voor een bopa verplicht aan participatie moet doen. Dit besluit was een beleidsneutrale omzetting van de gevallen van activiteiten uit de voorgaande beleidsnota “Omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen” (2019). Dit besluit bevat niet de Omgevingswet-terminologie. We stellen voor het aanwijzingsbesluit hier op aan te passen. Daarnaast heeft uw raad in 2021 in de nota “Handreiking zonne-energie” ook een geval benoemd waarin het wenselijk is dat participatie plaatsvindt (zonneveld). Doordat dit geval niet in het aanwijzingsbesluit staat, kunnen we dat niet verplichten. We stellen daarom voor het aanwijzingsbesluit uit 2021 hierop aan te vullen.

1.3.

Het is gewenst om het aantal gevallen van activiteiten beperkt uit te breiden Uit de participatievisie volgt dat om participatie uit te voeren er wel voldoende capaciteit moet zijn om dit te doen. Ook moet participatie nadrukkelijk meerwaarde hebben. Om die reden beperken we de gevallen van activiteiten waarbij participatie verplicht is tot activiteiten met een ‘beduidende impact’ op de fysieke leefomgeving. In 2019 en 2021 hebben we enkel de zogenoemde ‘aangewezen bouwplannen’ aangemerkt als activiteit met ‘beduidende impact’.

Zaaknummer: 1079981

Er zijn nog meer activiteiten met een ‘beduidende impact’ waarbij participatie van de omgeving gewenst is. Het gaat dan om gebruikswijzigingen naar hoog milieuhinderlijke bedrijfsfuncties, het realiseren van woonvormen waarbij huisvesting in een pand plaatsvindt anders dan in het verband van een huishouden (bv. huisvesting arbeidsmigranten, logiesfunctie werknemers, opvang van asielzoekers, woon-zorgcombinaties met intensieve begeleiding) en het realiseren van bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 meter. We stellen voor deze activiteiten toe te voegen aan het aanwijzingsbesluit. Het aanwijzingsbesluit is toegevoegd in Bijlage 1 bij dit voorstel. 2.1.

U bent bevoegd beleidsregels vast te stellen voor participatie bij wijzigingen omgevingsplan Het Omgevingsbesluit bepaalt dat in 2 fasen van de procedure tot wijzigen van het omgevingsplan participatie een rol speelt. Ten eerste bij de voorafgaande kennisgeving van het voornemen om het omgevingsplan te wijzigen. Hierin moet de uit te voeren participatie worden beschreven. Ten tweede bij het besluit tot vaststellen van de wijziging van het omgevingsplan. Hier moet worden verantwoord op welke wijze participatie heeft plaatsgevonden. Uw raad is bevoegd de kennisgeving te doen en de wijziging omgevingsplan vast te stellen. In een beleidsregel kan uw raad aangeven hoe het die bevoegdheden uitoefent en op welke wijze participatie daarin vorm wordt gegeven.

2.2.

De huidige beleidsregel bevat enkele juridische omissies Op 22 november 2021 heeft uw raad het “Participatiebeleid Omgevingsvisie en Omgevingsplan” vastgesteld. Dit document is bedoeld als beleidsregel, maar is dit in juridisch opzicht niet. Een beleidsregel is een besluit waarin u aangeeft hoe u van een bepaalde bevoegdheid gebruik gaat maken. In het document uit 2021 worden echter (nieuwe) bevoegdheden (aan het college) toegekend, in plaats van dat het gebruik van de hiervoor genoemde bevoegdheden wordt uitgelegd. We stellen daarom voor dit document in te trekken en te vervangen door de voorliggende beleidsregel.

2.3.

Het is gewenst om separate regels voor participatie te stellen bij wijzigingen omgevingsplan De nog voor te bereiden en vast te stellen participatieverordening heeft een generiek karakter. Deze zal daarom bepalen dat voor iedere visie, beleidsnota, programma, plan of project een participatieplan moet worden geschreven en hierover besluitvorming moet plaatsvinden. In dit participatieplan wordt dan telkens de keuze voor de vorm en het proces van de participatie expliciet gemaakt. Voor het wijzigen van het omgevingsplan is dat een minder geschikte werkwijze, om de volgende redenen: • op grond van het Omgevingsbesluit moet in de kennisgeving dat een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid al worden beschreven hoe invulling wordt gegeven aan participatie. Het opstellen van een separaat participatieplan, met de bijhorende besluitvorming, is dan niet zinvol en leidt tot meer bestuurlijke lasten; • met een wijziging van het omgevingsplan kan eenzelfde aanpassing van de fysieke leefomgeving worden bewerkstelligd als met een omgevingsvergunning voor een bopa. Het ligt dan in de rede om de regels voor participatie bij het gebruik van beide instrumenten op elkaar af te stemmen. Dit is beter mogelijk met specifieke regels; • opeenvolgende wijzigingen van het omgevingsplan kunnen telkens betrekking hebben op vergelijkbare situaties (bv.

meerdere keren toevoegen van één woning, verspreid over de gemeente), het is dan van belang om telkens participatie aan de hand van dezelfde criteria toe te passen en niet te komen tot verschillende soorten participatieplannen; • in een participatieverordening staat participatie en het opstellen van het verslag hiervan door het betrokken bestuursorgaan centraal. Bij aanpassingen in de fysieke leefomgeving is het juist gewenst dat initiatiefnemers (van ruimtelijke ontwikkelingsprojecten) zélf de Zaaknummer: 1079981

participatie uitvoeren (aan de hand van gemeentelijke regels). Met beleidsregels geven we hieraan – zoveel mogelijk – invulling. In aanvulling op de participatievisie is bij de beleidsregel ook een toelichting gevoegd over de specifiek gemaakte keuzes over participatie bij wijzigingen van het omgevingsplan. De beleidsregel is toegevoegd aan Bijlage 2 bij dit voorstel. 3.1.

Het is gewenst de bevoegdheid tot het kennisgeven van het voornemen tot vaststellen van een omgevingsplan te mandateren, waarbij het college bevoegd wordt ondermandaat te verlenen De Omgevingswet bepaalt dat van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen kennis moet worden gegeven. Deze bepaling is gericht aan het bestuursorgaan dat bevoegd is (een wijziging van) het omgevingsplan vast te stellen. In veel gevallen is dat de gemeenteraad. Uit oogpunt van efficiency en ter voorkoming van bestuurlijke drukte is het wenselijk deze bevoegdheid te mandateren aan het college van burgemeester en wethouders (waarbij ondermandaat is toegestaan). Hierbij betrekken wij dat het college de kennisgeving kan publiceren in het Gemeenteblad. Voorheen gold het Besluit ruimtelijke ordening. Op basis van dat besluit kon het college ook reeds kennisgevingen plaatsen van bestemmingsplannen die werden voorbereid. Het mandaatbesluit is toegevoegd aan Bijlage 3 bij dit voorstel.

6. Risico’s en kanttekeningen 1.1. Bij omgevingsvergunning-aanvragen kunnen we maar beperkt eisen stellen aan participatie De wetgever heeft bepaald dat we aan aanvragen om een omgevingsvergunning géén aanvullende (vorm)eisen aan participatie mogen stellen. We kunnen een aanvrager dus niet verplichten om bijvoorbeeld een informatieavond te houden, als hijzelf participatie alleen kort mondeling uit wenst te voeren. We kunnen alleen eisen stellen aan welke gegevens en bescheiden over participatie bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een bopa moeten worden ingediend. Aan de hand hiervan moet het college beoordelen of participatie in voldoende mate heeft plaatsgevonden. Hierover kunnen beleidsregels worden vastgesteld, zodat duidelijk is aan welke criteria een aanvraag moet voldoen wil deze in behandeling worden genomen. Het vaststellen van deze beleidsregels is een bevoegdheid van het college. Het college heeft de “Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026” vastgesteld. Deze beleidsregel is ter kennisname toegevoegd aan de bijlagen bij dit raadsvoorstel (Bijlage 4). 1.2.

De wettelijke regels over participatie en de uitleg hiervan door de rechter zijn in ontwikkeling Zowel de Omgevingswet als de Wet versterking participatie op decentraal niveau bevatten wettelijke regels over participatie. Beide wetgevingstrajecten hebben elkaar beïnvloed, waardoor ingewikkelde regels over participatie zijn ontstaan. De regering heeft aangegeven dat wanneer laatstgenoemde wet in werking treedt, wordt nagegaan of de participatieregels als opgenomen in het stelsel van de Omgevingswet aangepast moeten worden. Als dit het geval is, kan dat leiden tot het moeten aanpassen of intrekken van de voorliggende besluiten. We verwachten ook dat rechtspraak zal worden ontwikkeld die van invloed kan zijn op de beleidsregels over participatie. Zo bepaalde een rechter dat participatie wel van ‘enige betekenis’ moet zijn1, maar nog niet wanneer hier sprake van is.

7. Alternatieven Indien u het voorgestelde aanwijzingsbesluit niet neemt, blijft het aanwijzingsbesluit uit 2021 gelden. Voor een aantal ontwikkelingen kunnen we, als daar een aanvraag om omgevingsvergunning voor een 1

ECLI:NL:RBGEL:2024:2126, r.o. 21.3

Zaaknummer: 1079981

bopa voor wordt ingediend, participatie niet verplicht stellen. U kunt ook meer of minder gevallen van activiteiten aanwijzen dan voorgesteld. Hierbij verzoeken wij u aandacht te hebben voor de uitvoerbaarheid van het besluit in relatie tot de beschikbare ambtelijke capaciteit. Indien u de voorgestelde beleidsregel niet vaststelt, blijft het “Participatiebeleid Omgevingsvisie en Omgevingsplan” gelden. Dit kan negatieve juridische gevolgen hebben en hoge bestuurlijke lasten met zich mee brengen. U kunt de beleidsregel ook aanpassen. 8. Lasten, baten en dekking Er zijn met dit voorstel geen kosten gemoeid, met dien verstande dat de bestuurlijke lasten juist kunnen worden beperkt doordat procedures efficiënter kunnen worden doorlopen. 9. Duurzaamheid en inclusie Met de voorgestelde besluiten wordt juridisch geborgd dat participatie een plaats heeft in de processen voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en het wijzigen van het omgevingsplan. We stellen verplicht dat participatie in ieder geval bestaat uit ‘een ontmoeting’ tussen initiatiefnemer en omgeving. Daarmee wordt bijgedragen aan inclusie. 10. Relatie tot ABG-Organisatie In alle drie de ABG-gemeenten wordt gelijktijdig een vergelijkbaar aanwijzingsbesluit, beleidsregel en mandaatbesluit ter besluitvorming aangeboden.

Dit zodat in alle drie de gemeenten dezelfde werkwijze van toepassing is, mits in alle drie de gemeenten wordt ingestemd met het voorstel. 11. Communicatie en vorm van participatie Na besluitvorming door de gemeenteraad worden de besluiten op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt en zullen daarmee voor eenieder gemakkelijk toegankelijk zijn. Om te borgen dat participatie juist wordt toegepast zal hiervoor op de gemeentelijke website een pagina worden ingericht. Op onder meer de gemeentelijke website zal worden het beleid worden uitgelegd en zal een koppeling worden gelegd met de (te ontwikkelen) participatie-leidraad en participatie-toolkit. 12. Vervolg Na besluitvorming door de gemeenteraad worden de besluiten bekend gemaakt, waarna zij in werking treden. BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GILZE EN RIJEN P.A.M. (Monique) van Bavel Secretaris

Bijlage(n):

D.A. (Derk) Alssema burgemeester

1. Aanwijzingsbesluit vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026 2. Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsplan Gilze en Rijen 2026 3. Mandaatbesluit kennisgeving voornemen vaststellen omgevingsplan Gilze en Rijen 2026 4. Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026

Zaaknummer: 1079981

Agendapunt Vergadering d.d. 5 maart 2026 DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders nr. 1079981; gelet op het bepaalde in artikel 16.29 en artikel 16.55, zevende lid van de Omgevingswet; gelet op het bepaalde in titel 4.3 en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op het bepaalde in artikel 10.2, eerste en tweede lid van het Omgevingsbesluit;

besluit: het “Aanwijzingsbesluit vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026” vaststellen; 1 Gevallen van activiteiten waarin vroegtijdige publieksparticipatie verplicht is 1 Participatie van en overleg met derden, voorafgaand aan het indienen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is, is verplicht indien de aanvraag betrekking heeft op één of meerdere gevallen van activiteiten als vermeld in het tweede lid; 2 Als gevallen van activiteiten als bedoeld in het eerste lid worden onderscheiden: 3 het oprichten van een of meer gebouwen met een woonfunctie; 4 het oprichten van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; 5 de uitbreiding van een gebouw met ten minste 100 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; 6 het oprichten van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 100 m² bruto-vloeroppervlakte; 7 de verbouwing en wijziging van de gebruiksfunctie van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste vijf woonfuncties betreft; 8 de verbouwing en wijziging van de gebruiksfunctie van een of meer aaneengesloten

gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 100 m² bedraagt; 9 het wijzigen van de gebruiksfunctie van een gebouw en/of een aaneengesloten terrein van meer dan 100 m² naar een bedrijfsfunctie met een hoge milieuhinder voor de omgeving (vgl. met bedrijven behorende tot milieucategorie 3.1 of hoger op grond van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009)); 10 het realiseren van een woonvorm waarbij de huisvesting van personen in een pand plaatsvindt anders dan in het verband van een huishouden. Van huisvesting anders dan in de vorm van een huishouden is sprake als personen niet in een vast verband samenleven, er geen sprake is van continuïteit in de samenstelling van de groep en er geen sprake is van onderlinge Zaaknummer: 1079981

verbondenheid. Een dergelijke woonvorm kan betreffen enige vorm van huisvesting van arbeidsmigranten, het bieden van een logiesfunctie voor werknemers, de georganiseerde opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen of het bieden van een opvang waarbij de bewoners zijn aangewezen op noodzakelijke en aanwezige permanente begeleiding en/of therapie ter plaatse of in de directe omgeving. Huisvesting in verband met pre-mantelzorg wordt hier niet onder begrepen; het realiseren van een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een hoogte van meer dan 40 meter; de realisatie van een zonnepark; of - de uitbreiding, vestiging of omschakeling naar een veehouderij; - de uitbreiding van een bestaand glastuinbouwbedrijf; - de vestiging van mestbewerking of een toename van de gebruiksoppervlakte van bebouwing voor mestbewerking; als bedoeld in de provinciale omgevingsverordening. 2 Slotbepaling Het aanwijzingsbesluit “Lijst van gevallen van activiteiten, waarin participatie en overleg met derden verplicht is” van 22 november 2021, kenmerk 352129, wordt ingetrokken. 3 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.

4 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit vroegtijdige publieksparticipatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit gemeente Gilze en Rijen 2026 de “Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsplan Gilze en Rijen 2026” vaststellen; 1 Toepassingsbereik 1 Deze regeling is van toepassing op een kennisgeving als bedoeld in artikel 16.29 van de Omgevingswet. 2 Deze regeling is voorts van toepassing op: 3 de formele voorbereidingsprocedure van een omgevingsplan als bedoeld in artikel 16.30 van de Omgevingswet; 4 het besluit tot vaststelling van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet.

2 Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: initiatiefnemer de persoon of organisatie die of het bestuursorgaan dat: het bevoegd gezag verzoekt een besluit te nemen omtrent de vaststelling van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet; of het college van burgemeester en wethouders verzoekt om medewerking aan de voorbereiding van een besluit omtrent de vaststelling van een omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet; omdat die persoon of organisatie of dat bestuursorgaan een voorstel heeft voor het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving dat in strijd is met het geldende omgevingsplan, waarbij dat verzoek heeft geleid tot het kennisgeven van een voornemen een omgevingsplan vast te stellen als bedoeld in artikel 16.29 van de Omgevingswet. Indien een Zaaknummer: 1079981

gemeentelijk bestuursorgaan zelf een dergelijk voorstel (en voornemen) heeft, is het vereiste van een verzoek niet van toepassing; niveau van beïnvloeding de mate van betrekken van een derde betrokkene (burger, bedrijf, maatschappelijke organisatie) door een (representant van) initiatiefnemer, zodanig dat deze derde betrokkene veel of weinig invloed heeft in het besluitvormingsproces, te onderscheiden in de volgende niveaus van beïnvloeding (aflopend wat betreft zwaarte): meebeslissen de derde betrokkene heeft een stem in de keuzes die worden gemaakt in de besluitvorming voor het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving; coproduceren de derde betrokkene levert een zeer intensieve bijdrage aan dan wel is medeverantwoordelijk voor het opstellen van een voorstel voor het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving dat ten grondslag ligt aan de formele voorbereidingsprocedure van het besluit; adviseren de derde betrokkende levert een inhoudelijke bedrage aan een voorstel voor het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving dat ten grondslag ligt aan de formele voorbereidingsprocedure van het besluit; raadplegen de derde betrokkene krijgt keuzes voorgelegd dan wel legt keuzes voor bij een initiatiefnemer voor het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving, waarbij het

de initiatiefnemer vrij staat om die bijdrage (niet bindend voor de besluitvorming) mee te nemen in een voorstel dat ten grondslag ligt aan de formele voorbereidingsprocedure van het besluit; informeren de derde betrokkene wordt geïnformeerd over een initiatief dat betrekking heeft op het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving, waarbij de derde betrokkene de mogelijkheid heeft vragen te stellen aan de initiatiefnemer; ontwikkeling mogelijk maken van een functie of activiteit die op grond van het vigerende omgevingsplan niet is of kan worden toegelaten; representatie het aandeel van het vooraf bepaalde aantal derde betrokkenen dat daadwerkelijk deelneemt aan een participatietraject; vroegtijdige publieksparticipatie het betrekken van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij het besluitvormingsproces voordat de formele voorbereidingsprocedure van dat besluit aanvangt, zodanig dat zij informatie, kennis, belangen en standpunten kunnen delen en er gelegenheid is tot uitwerking en beoordeling hiervan. Een zienswijzenprocedure is een vorm van participatie, maar niet een vorm van vroegtijdige participatie. Andere bestuursorganen vormen – bij de toepassing van deze regeling - geen onderdeel van het publiek en worden betrokken bij het besluitvormingsproces op grond van artikel 2.2, eerste lid van de Omgevingswet.

Zaaknummer: 1079981

DE KENNISGEVING 3 Kennisgeving van het voornemen tot vaststellen van het omgevingsplan 1 In de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen, bedoeld in artikel 16.29 van de Omgevingswet, wordt aangegeven hoe vroegtijdige publieksparticipatie plaatsvindt, waarbij als uitgangspunt geldt dat wordt vermeld: 2 wie worden betrokken, rekening houdende met het bepaalde in artikel 5; 3 waarover zij worden betrokken (beschrijving initiatief, reikwijdte-bepaling); 4 wanneer zij worden betrokken; 5 wat de rol is van het bevoegd gezag en een initiatiefnemer bij het betrekken van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties, waarbij tevens het niveau van beïnvloeding als bedoeld in artikel 6 wordt aangegeven; en 6 welk participatietraject wordt gevolgd, waarbij dit traject in ieder geval voldoet aan het bepaalde in artikel 7; 7 In afwijking van het eerste lid kan in de daar bedoelde kennisgeving worden aangegeven dat géén vroegtijdige publieksparticipatie plaatsvindt, indien het voorgenomen vast te stellen omgevingsplan: 8 géén van de in artikel 4, eerste lid genoemde ontwikkelingen met een beduidende impact op de fysieke leefomgeving omvat; en/of 9 betrekking heeft op een of meerdere van de wijzigingen van ondergeschikte aard als aangegeven in artikel 4, tweede lid; 10 In afwijking van het eerste lid kan in de daar bedoelde kennisgeving worden aangegeven dat

géén vroegtijdige publieksparticipatie plaatsvindt, indien derde betrokkenen al op een andere manier zijn betrokken bij datgene dat wordt beoogd met het omgevingsplan te regelen en voldoende aannemelijk is dat daardoor alle relevante feiten en af te wegen belangen kenbaar zijn; 11 In afwijking van het tweede lid, heeft vroegtijdige publieksparticipatie altijd plaats bij een omzetting van het tijdelijke deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet naar het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, indien deze omzetting integraal van aard is en een aanzienlijk deel van het gemeentelijk grondgebied betreft. Hiervan kan uitsluitend worden afgeweken als toepassing wordt gegeven aan de gemeentelijke inspraakverordening.

4 Gevallen als bedoeld in artikel 3, tweede lid 1 Als ontwikkelingen met een beduidende impact op de fysieke leefomgeving worden onderscheiden: 2 het oprichten van een of meer gebouwen met een woonfunctie; 3 het oprichten van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; 4 de uitbreiding van een gebouw met ten minste 100 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; 5 het oprichten van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 100 m² bruto-vloeroppervlakte; 6 de verbouwing en wijziging van de gebruiksfunctie van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste vijf woonfuncties betreft; 7 de verbouwing en wijziging van de gebruiksfunctie van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot -vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 100 m² bedraagt; het wijzigen van de gebruiksfunctie van een gebouw en/of een aaneengesloten terrein van meer dan 100 m² naar een bedrijfsfunctie met een hoge milieuhinder voor de omgeving (vgl. met bedrijven

Zaaknummer: 1079981

behorende tot milieucategorie 3.1 of hoger op grond van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009)); het realiseren van een woonvorm waarbij de huisvesting van personen in een pand plaatsvindt anders dan in het verband van een huishouden. Van huisvesting anders dan in de vorm van een huishouden is sprake als personen niet in een vast verband samenleven, er geen sprake is van continuïteit in de samenstelling van de groep en er geen sprake is van onderlinge verbondenheid. Een dergelijke woonvorm kan betreffen enige vorm van huisvesting van arbeidsmigranten, het bieden van een logiesfunctie voor werknemers, de georganiseerde opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen of het bieden van een opvang waarbij de bewoners zijn aangewezen op noodzakelijke en aanwezige permanente begeleiding en/of therapie ter plaatse of in de directe omgeving. Huisvesting in verband met pre-mantelzorg wordt hier niet onder begrepen; het realiseren van een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een hoogte van meer dan 40 meter; de realisatie van een zonnepark; of - de uitbreiding, vestiging of omschakeling naar een veehouderij; - de uitbreiding van een bestaand glastuinbouwbedrijf; - de vestiging van mestbewerking of een toename van de gebruiksoppervlakte van bebouwing voor mestbewerking; als bedoeld in de provinciale omgevingsverordening.

1 Als wijzigingen van ondergeschikte aard worden onderscheiden: 2 het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een onherroepelijke omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; 3 het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een instructie(regel) van het Rijk of de Provincie, voor zover het bevoegd gezag hierbij geen beleidsruimte heeft; 4 het wijzigen van de regels het omgevingsplan voor zover er sprake is van het herstellen van een kennelijke onvolkomenheid of onduidelijkheid in de tekst, mits dit geen gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving; of 5 het wijzigen van het omgevingsplan voor zover dit een direct gevolg is van een onherroepelijke uitspraak van een bestuursrechter.

5 Bepalen kring van betrokkenen 1 De kring van derde betrokkenen bij vroegtijdige publieksparticipatie kan bestaan uit: 2 direct derde betrokkenen: bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties die in hetzelfde geografische gebied zijn gevestigd als het initiatief, binnen welk gebied (in)direct zicht is op het beoogde initiatief en/of waarbinnen gevolgen van dat initiatief kunnen worden ervaren als verlies van privacy, verandering van uitzicht, schaduwwerking, verkeer- en parkeerhinder, milieuhinder (geluid, geur, risico, etc.) of inperking van gebruiksmogelijkheden en/of bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties die in hetzelfde geografische gebied zijn gevestigd als waar het voorgenomen besluit tot vaststelling van het omgevingsplan betrekking op heeft; indirect derde betrokkenen bij het geografische gebied: bedrijven en maatschappelijke organisaties die niet zijn gevestigd in het onder a.

bedoelde geografische gebied, maar die hier naar verwachting wel veelvuldig gebruik van maken, bijvoorbeeld omdat het verkeer in belangrijke mate wordt afgewikkeld via dit gebied (route schoolgaande kinderen, bevoorradingsroute) of omdat het gebied deel uitmaakt van eenzelfde zone van parkeerregulering; indirect derde betrokkenen met een deelbelang: een lokale vereniging, stichting of groep, die feitelijke werkzaamheden verricht en die een specifiek belang behartigt dat naar verwachting is betrokken bij het beoogde initiatief, zoals een natuur-, milieu- of landschapsvereniging, een heemkundekring of een bewonersvereniging. Zaaknummer: 1079981

1 In aanvulling op het eerste lid geldt dat indien het initiatief betrekking heeft op: 2 een kleinschalig zonnepark, het geografische gebied als bedoeld in het eerste lid, onder a niet kleiner is dan een straal van 500 meter rondom het initiatief. 6 Bepalen niveau van beïnvloeding 1. Het niveau van beïnvloeding van het besluitvormingsproces door een derde betrokkene is minimaal gelijk aan dat van ‘raadplegen’ (én ‘informeren’). 2. Het niveau van beïnvloeding van het besluitvormingsproces door een derde betrokkene kan nooit gelijk zijn aan dat van ‘meebeslissen’. 7 Participatietraject 1. Een participatietraject bestaat uit een of meerdere ontmoetingen in persoon tussen direct en indirect derde betrokkenen en (de representant van) een initiatiefnemer, georganiseerd in de omgeving van de locatie waarop het initiatief betrekking heeft, waarbij de derde betrokkenen vooraf worden genodigd, (visuele) informatie krijgen over de aard, omvang, situering en ruimtelijke uitstraling van het beoogde initiatief en/of de voorgenomen inhoud van het besluit tot vaststelling van het omgevingsplan en de gelegenheid krijgen hierop binnen een redelijke termijn te reageren. Niet vereist is dat iedere genodigde derde betrokkene daadwerkelijk verschijnt. 2.

In afwijking van het eerste lid kan een ontmoeting in persoon tussen een genodigde derde betrokkene en (de representant van) een initiatiefnemer achterwege blijven, indien de genodigde derde betrokkene dat niet op prijs stelt. Op tijdig aangeven van de genodigde derde betrokkene stelt (de representant van) een initiatiefnemer de in het eerste lid bedoelde informatie schriftelijk of elektronisch aan de derde betrokkene beschikbaar en biedt de derde betrokkene de gelegenheid binnen een redelijke termijn schriftelijk of elektronisch te reageren. DE MOTIVERING VAN HET (ONTWERP-)BESLUIT 8 Motivering van het (ontwerp-)besluit tot vaststellen van het omgevingsplan 1 De motivering van een besluit tot vaststelling van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet, en het ontwerp daarvan als bedoeld in artikel 16.30 van de Omgevingswet, gaan vergezeld van een verslag met daarin een zakelijke weergave van de plaatsgevonden inspanningen, gericht op het verwerven of vergroten van het maatschappelijk draagvlak voor een voorstel voor het beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving en/of voor een voorgenomen besluit tot vaststelling van het omgevingsplan.

Uitgangspunt voor de verslaglegging is dat deze zakelijke weergave in ieder geval voldoende inzicht geeft in: 2 welke burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties daadwerkelijk vroegtijdig hebben geparticipeerd (geanonimiseerd); 3 over welk voorstel / wijziging omgevingsplan de derde betrokkenen zich hebben kunnen uitspreken; 4 wanneer / op welke momenten de derde betrokkenen zich hebben kunnen uitspreken; 5 welk participatietraject is gevolgd; 6 welke informatie, kennis, belangen en standpunten derde betrokkenen naar voren hebben gebracht (bij de initiatiefnemer); 7 of (en hoe) de inbreng van derde betrokkenen heeft geleid tot aanpassing van het eerst beoogde voorstel en/of voorgenomen besluit tot vaststelling van het omgevingsplan en waarom (niet); en 8 hoe derde betrokkenen zijn geïnformeerd over het vervolgproces. 1. Uit het verslag als bedoeld in het eerste lid kan in afdoende mate worden afgeleid dat het proces van vroegtijdige publieksparticipatie op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. 2. Het eerste lid is niet van toepassing indien in de kennisgeving als bedoeld in artikel 3 van deze regeling is aangegeven dat géén vroegtijdige publieksparticipatie plaatsvindt. Zaaknummer: 1079981

3. Voor een geval als bedoeld in het derde lid bevat de motivering van het besluit tot vaststelling van het omgevingsplan een verantwoording waarom geen vroegtijdige publieksparticipatie is toegepast. 9 Beoordeling zorgvuldigheid vroegtijdige publieksparticipatie Een zorgvuldig doorlopen proces van vroegtijdige publieksparticipatie als bedoeld in artikel 8, tweede lid houdt in ieder geval in dat wordt voldaan aan de volgende uitgangspunten: . er is in voldoende mate invulling gegeven aan datgene dat in de kennisgeving is vermeld over vroegtijdige publieksparticipatie; . er is sprake van afdoende representatie, uitsluitend voor zover dit kan worden beïnvloed door een initiatiefnemer; . derde betrokkenen hebben in het participatietraject voldoende gelegenheid gehad om informatie, kennis, belangen en standpunten naar voren te brengen; . derde betrokkenen hebben de mogelijkheid gehad zich uit te kunnen spreken over de wijze van verslaglegging, waarbij als uitgangspunt voor de wijze van verslaglegging geldt dat de derde betrokkene zijn/haar inbreng in het participatietraject voldoende herkenbaar terug zou moeten kunnen zien in het verslag. Niet vereist is dat alle door derde betrokkenen ingebrachte informatie, kennis, belangen en standpunten (volledig) in het verslag zijn opgenomen; en .

de resultaten van het participatietraject moeten nog voldoende actueel zijn op het moment dat het ontwerpbesluit tot vaststelling van het omgevingsplan ter inzage wordt gelegd. 10 Aanvullen verslag na afloop van terinzagelegging 1. Indien uit een zienswijze, ingebracht in de procedure als bedoeld in artikel 16.30 van de Omgevingswet, volgt dat de verslaglegging als bedoeld in artikel 8, eerste lid onvolledig of incorrect zou zijn, wordt de indiener van die zienswijze in de gelegenheid gesteld om hierover in te spreken bij het bevoegd gezag voorafgaand aan het nemen van een besluit omtrent vaststelling van het omgevingsplan. 2. De schriftelijke zakelijke weergave van het inspreken, bijvoorbeeld in de vorm van door het bevoegd gezag opgestelde (beknopte) notulen, kan een onderdeel vormen van de in artikel 10.2, tweede lid van het Omgevingsbesluit bedoelde weergave van het resultaat van het betrekken van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het besluit. 11 Slotbepaling De beleidsregel Participatiebeleid Omgevingsvisie en Omgevingsplan van 22 november 2021, kenmerk 352129, wordt ingetrokken. 12 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.

13 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsplan Gilze en Rijen 2026. het “Mandaatbesluit kennisgeving voornemen vaststellen omgevingsplan Gilze en Rijen 2026” vaststellen. 1 Mandateren bevoegdheid De gemeenteraad mandateert de bevoegdheid tot het kennisgeven van een voornemen tot het vaststellen van een omgevingsplan, zoals bedoeld in artikel 16.29 van de Omgevingswet, aan het

Zaaknummer: 1079981

college van burgemeester en wethouders. Het is het college van burgemeester en wethouders toegestaan ondermandaat te verlenen. 2 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst. 3 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit kennisgeving voornemen vaststellen omgevingsplan Gilze en Rijen 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 maart 2026

DE RAAD VOORNOEMD,

de griffier,

de voorzitter,

M.J. Geerts

D.A. Alssema

Zaaknummer: 1079981

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16677820/1