CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Vroegtijdige publieksparticipatie bij omgevingsvergunning bopa en omgevingsplan

Raadscommissie Ruimte 24 februari 2026, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vroegtijdige publieksparticipatie bij omgevingsvergunning bopa en omgevingsplan2.411 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Commissie Ruimte: Afdeling: Zaaknummer:

24 februari 2026

Raadsvergadering:

5 maart 2026

Ruimtelijke ontwikkeling 1079981

Portefeuillehouder: Programma:

Wethouder Machielsen Ruimtelijke ordening

Voorstel tot het nemen van besluiten over vroegtijdige publieksparticipatie bij omgevingsvergunningen voor een bopa en bij wijziging van het omgevingsplan

1. Voorgesteld besluit 1. het “Aanwijzingsbesluit vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026” vaststellen; 2. de “Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsplan Gilze en Rijen 2026” vaststellen; 3. het “Mandaatbesluit kennisgeving voornemen vaststellen omgevingsplan Gilze en Rijen 2026” vaststellen. 2. Eerdere besluitvorming 3 juni 2025: Behandeling in commissie Ruimte: Evaluatie beleidsnota “Omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen” (1104978) 10 februari 2025:

Gemeenteraad besluit tot vaststellen participatievisie “Samen voor een fijne samenleving” (1095947)

16 december 2023:

Gemeenteraad besluit tot het vaststellen van de Inspraakverordening gemeente Gilze en Rijen 2024 (1047349)

22 november 2021:

Gemeenteraad besluit tot het aanwijzen van gevallen waarin participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht is en de gemeenteraad besluit tot het vaststellen van participatiebeleid bij omgevingsvisie en omgevingsplan (352129)

30 september 2019:

Gemeenteraad besluit tot het vaststellen van de beleidsnota “Omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen” (Wet ruimtelijke ordening / Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) (RS19.00127)

3. Samenvatting Het is voor een aanvrager om een omgevingsvergunning niet verplicht om aan participatie invulling te geven. Hierop bestaat één uitzondering. Als het gaat om aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) kan de gemeenteraad gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie voor een aanvrager wél verplicht is. In 2021 stelde uw raad een lijst van gevallen vast. Wij stellen voor deze lijst te actualiseren en uit te breiden. Bij de wijziging van een omgevingsplan moet worden aangegeven hoe participatie vorm wordt/is gegeven. Wij stellen voor hiervoor beleidsregels vast te stellen, zodat dit op uniforme wijze gebeurt. Hiermee bouwen we voort op de in 2019 vastgestelde beleidsnota “Omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen”. We stellen tevens voor om de bevoegdheid tot het kennisgeven van het voornemen tot vaststellen van het omgevingsplan te mandateren aan het college van burgemeester en wethouders.

Zaaknummer: 1079981

Voorstel 4. Inleiding Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De wetgever verlangt van gemeenten dat zij participatiebeleid opstellen. We geven hieraan invulling met de eerder vastgestelde participatievisie ‘Samen voor een fijne samenleving’. Op 1 januari 2025 trad de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking. Vanaf dat moment hebben we 2 jaar de tijd om de huidige inspraakverordening te verbreden naar een participatieverordening. De participatievisie en de participatieverordening vormen de kern van hoe we met participatie omgaan in de gemeente Gilze en Rijen. Voor twee verschillende instrumenten uit de Omgevingswet is het nodig en gewenst om nadere aanvullende/in de plaats tredende - besluiten te nemen. Deze besluiten gaan over de vraag óf, en zo ja, hoe participatie bij het gebruik van deze specifieke instrumenten wordt toegepast. Ten eerste bij aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (verder: bopa). De nog voor te bereiden en vast te stellen participatieverordening heeft hier namelijk geen betrekking op. Ten tweede bij wijzigingen van het omgevingsplan. Gelet op het bijzondere karakter van het omgevingsplan, is het gewenst hier meer specifieke regels voor te stellen dan in de participatieverordening. 5. Argumenten 1.1.

U bent bevoegd een aanwijzingsbesluit te nemen voor gevallen waarin participatie verplicht is De Omgevingsregeling bepaalt dat een aanvrager om een omgevingsvergunning niet kan worden verplicht om aan participatie te doen. In uitzondering hierop bepaalt de Omgevingswet dat als het gaat om een omgevingsvergunning voor een bopa een aanvrager hier wél toe kan worden verplicht. Een omgevingsvergunning voor een bopa heeft betrekking op activiteiten die niet in het omgevingsplan passen. De gemeenteraad is het bevoegde bestuursorgaan om gevallen van activiteiten aan te wijzen waarin verplicht participatie moet worden toegepast. 1.2.

Het is gewenst om het huidige aanwijzingsbesluit te actualiseren Op 22 november 2021 heeft uw raad gevallen van activiteiten aangewezen waarin een aanvrager om omgevingsvergunning voor een bopa verplicht aan participatie moet doen. Dit besluit was een beleidsneutrale omzetting van de gevallen van activiteiten uit de voorgaande beleidsnota “Omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen” (2019). Dit besluit bevat niet de Omgevingswet-terminologie. We stellen voor het aanwijzingsbesluit hier op aan te passen. Daarnaast heeft uw raad in 2021 in de nota “Handreiking zonne-energie” ook een geval benoemd waarin het wenselijk is dat participatie plaatsvindt (zonneveld). Doordat dit geval niet in het aanwijzingsbesluit staat, kunnen we dat niet verplichten. We stellen daarom voor het aanwijzingsbesluit uit 2021 hierop aan te vullen.

1.3.

Het is gewenst om het aantal gevallen van activiteiten beperkt uit te breiden Uit de participatievisie volgt dat om participatie uit te voeren er wel voldoende capaciteit moet zijn om dit te doen. Ook moet participatie nadrukkelijk meerwaarde hebben. Om die reden beperken we de gevallen van activiteiten waarbij participatie verplicht is tot activiteiten met een ‘beduidende impact’ op de fysieke leefomgeving. In 2019 en 2021 hebben we enkel de zogenoemde ‘aangewezen bouwplannen’ aangemerkt als activiteit met ‘beduidende impact’. Er zijn nog meer activiteiten met een ‘beduidende impact’ waarbij participatie van de omgeving gewenst is. Het gaat dan om gebruikswijzigingen naar hoog milieuhinderlijke bedrijfsfuncties, het realiseren van woonvormen waarbij huisvesting in een pand plaatsvindt anders dan in het verband van een huishouden (bv. huisvesting arbeidsmigranten, logiesfunctie werknemers, Zaaknummer: 1079981

opvang van asielzoekers, woon-zorgcombinaties met intensieve begeleiding) en het realiseren van bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 meter. We stellen voor deze activiteiten toe te voegen aan het aanwijzingsbesluit. Het aanwijzingsbesluit is toegevoegd in Bijlage 1 bij dit voorstel. 2.1.

U bent bevoegd beleidsregels vast te stellen voor participatie bij wijzigingen omgevingsplan Het Omgevingsbesluit bepaalt dat in 2 fasen van de procedure tot wijzigen van het omgevingsplan participatie een rol speelt. Ten eerste bij de voorafgaande kennisgeving van het voornemen om het omgevingsplan te wijzigen. Hierin moet de uit te voeren participatie worden beschreven. Ten tweede bij het besluit tot vaststellen van de wijziging van het omgevingsplan. Hier moet worden verantwoord op welke wijze participatie heeft plaatsgevonden. Uw raad is bevoegd de kennisgeving te doen en de wijziging omgevingsplan vast te stellen. In een beleidsregel kan uw raad aangeven hoe het die bevoegdheden uitoefent en op welke wijze participatie daarin vorm wordt gegeven.

2.2.

De huidige beleidsregel bevat enkele juridische omissies Op 22 november 2021 heeft uw raad het “Participatiebeleid Omgevingsvisie en Omgevingsplan” vastgesteld. Dit document is bedoeld als beleidsregel, maar is dit in juridisch opzicht niet. Een beleidsregel is een besluit waarin u aangeeft hoe u van een bepaalde bevoegdheid gebruik gaat maken. In het document uit 2021 worden echter (nieuwe) bevoegdheden (aan het college) toegekend, in plaats van dat het gebruik van de hiervoor genoemde bevoegdheden wordt uitgelegd. We stellen daarom voor dit document in te trekken en te vervangen door de voorliggende beleidsregel.

2.3.

Het is gewenst om separate regels voor participatie te stellen bij wijzigingen omgevingsplan De nog voor te bereiden en vast te stellen participatieverordening heeft een generiek karakter. Deze zal daarom bepalen dat voor iedere visie, beleidsnota, programma, plan of project een participatieplan moet worden geschreven en hierover besluitvorming moet plaatsvinden. In dit participatieplan wordt dan telkens de keuze voor de vorm en het proces van de participatie expliciet gemaakt. Voor het wijzigen van het omgevingsplan is dat een minder geschikte werkwijze, om de volgende redenen: • op grond van het Omgevingsbesluit moet in de kennisgeving dat een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid al worden beschreven hoe invulling wordt gegeven aan participatie. Het opstellen van een separaat participatieplan, met de bijhorende besluitvorming, is dan niet zinvol en leidt tot meer bestuurlijke lasten; • met een wijziging van het omgevingsplan kan eenzelfde aanpassing van de fysieke leefomgeving worden bewerkstelligd als met een omgevingsvergunning voor een bopa. Het ligt dan in de rede om de regels voor participatie bij het gebruik van beide instrumenten op elkaar af te stemmen. Dit is beter mogelijk met specifieke regels; • opeenvolgende wijzigingen van het omgevingsplan kunnen telkens betrekking hebben op vergelijkbare situaties (bv.

meerdere keren toevoegen van één woning, verspreid over de gemeente), het is dan van belang om telkens participatie aan de hand van dezelfde criteria toe te passen en niet te komen tot verschillende soorten participatieplannen; • in een participatieverordening staat participatie en het opstellen van het verslag hiervan door het betrokken bestuursorgaan centraal. Bij aanpassingen in de fysieke leefomgeving is het juist gewenst dat initiatiefnemers (van ruimtelijke ontwikkelingsprojecten) zélf de participatie uitvoeren (aan de hand van gemeentelijke regels). Met beleidsregels geven we hieraan – zoveel mogelijk – invulling.

Zaaknummer: 1079981

In aanvulling op de participatievisie is bij de beleidsregel ook een toelichting gevoegd over de specifiek gemaakte keuzes over participatie bij wijzigingen van het omgevingsplan. De beleidsregel is toegevoegd aan Bijlage 2 bij dit voorstel. 3.1.

Het is gewenst de bevoegdheid tot het kennisgeven van het voornemen tot vaststellen van een omgevingsplan te mandateren, waarbij het college bevoegd wordt ondermandaat te verlenen De Omgevingswet bepaalt dat van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen kennis moet worden gegeven. Deze bepaling is gericht aan het bestuursorgaan dat bevoegd is (een wijziging van) het omgevingsplan vast te stellen. In veel gevallen is dat de gemeenteraad. Uit oogpunt van efficiency en ter voorkoming van bestuurlijke drukte is het wenselijk deze bevoegdheid te mandateren aan het college van burgemeester en wethouders (waarbij ondermandaat is toegestaan). Hierbij betrekken wij dat het college de kennisgeving kan publiceren in het Gemeenteblad. Voorheen gold het Besluit ruimtelijke ordening. Op basis van dat besluit kon het college ook reeds kennisgevingen plaatsen van bestemmingsplannen die werden voorbereid. Het mandaatbesluit is toegevoegd aan Bijlage 3 bij dit voorstel.

6. Risico’s en kanttekeningen 1.1. Bij omgevingsvergunning-aanvragen kunnen we maar beperkt eisen stellen aan participatie De wetgever heeft bepaald dat we aan aanvragen om een omgevingsvergunning géén aanvullende (vorm)eisen aan participatie mogen stellen. We kunnen een aanvrager dus niet verplichten om bijvoorbeeld een informatieavond te houden, als hijzelf participatie alleen kort mondeling uit wenst te voeren. We kunnen alleen eisen stellen aan welke gegevens en bescheiden over participatie bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een bopa moeten worden ingediend. Aan de hand hiervan moet het college beoordelen of participatie in voldoende mate heeft plaatsgevonden. Hierover kunnen beleidsregels worden vastgesteld, zodat duidelijk is aan welke criteria een aanvraag moet voldoen wil deze in behandeling worden genomen. Het vaststellen van deze beleidsregels is een bevoegdheid van het college. Het college heeft de “Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026” vastgesteld. Deze beleidsregel is ter kennisname toegevoegd aan de bijlagen bij dit raadsvoorstel (Bijlage 4). 1.2.

De wettelijke regels over participatie en de uitleg hiervan door de rechter zijn in ontwikkeling Zowel de Omgevingswet als de Wet versterking participatie op decentraal niveau bevatten wettelijke regels over participatie. Beide wetgevingstrajecten hebben elkaar beïnvloed, waardoor ingewikkelde regels over participatie zijn ontstaan. De regering heeft aangegeven dat wanneer laatstgenoemde wet in werking treedt, wordt nagegaan of de participatieregels als opgenomen in het stelsel van de Omgevingswet aangepast moeten worden. Als dit het geval is, kan dat leiden tot het moeten aanpassen of intrekken van de voorliggende besluiten. We verwachten ook dat rechtspraak zal worden ontwikkeld die van invloed kan zijn op de beleidsregels over participatie. Zo bepaalde een rechter dat participatie wel van ‘enige betekenis’ moet zijn1, maar nog niet wanneer hier sprake van is.

7. Alternatieven Indien u het voorgestelde aanwijzingsbesluit niet neemt, blijft het aanwijzingsbesluit uit 2021 gelden. Voor een aantal ontwikkelingen kunnen we, als daar een aanvraag om omgevingsvergunning voor een bopa voor wordt ingediend, participatie niet verplicht stellen. U kunt ook meer of minder gevallen van activiteiten aanwijzen dan voorgesteld. Hierbij verzoeken wij u aandacht te hebben voor de uitvoerbaarheid van het besluit in relatie tot de beschikbare ambtelijke capaciteit. Indien u de 1

ECLI:NL:RBGEL:2024:2126, r.o. 21.3

Zaaknummer: 1079981

voorgestelde beleidsregel niet vaststelt, blijft het “Participatiebeleid Omgevingsvisie en Omgevingsplan” gelden. Dit kan negatieve juridische gevolgen hebben en hoge bestuurlijke lasten met zich mee brengen. U kunt de beleidsregel ook aanpassen. 8. Lasten, baten en dekking Er zijn met dit voorstel geen kosten gemoeid, met dien verstande dat de bestuurlijke lasten juist kunnen worden beperkt doordat procedures efficiënter kunnen worden doorlopen. 9. Duurzaamheid en inclusie Met de voorgestelde besluiten wordt juridisch geborgd dat participatie een plaats heeft in de processen voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit en het wijzigen van het omgevingsplan. We stellen verplicht dat participatie in ieder geval bestaat uit ‘een ontmoeting’ tussen initiatiefnemer en omgeving. Daarmee wordt bijgedragen aan inclusie. 10. Relatie tot ABG-Organisatie In alle drie de ABG-gemeenten wordt gelijktijdig een vergelijkbaar aanwijzingsbesluit, beleidsregel en mandaatbesluit ter besluitvorming aangeboden. Dit zodat in alle drie de gemeenten dezelfde werkwijze van toepassing is, mits in alle drie de gemeenten wordt ingestemd met het voorstel. 11.

Communicatie en vorm van participatie Na besluitvorming door de gemeenteraad worden de besluiten op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt en zullen daarmee voor eenieder gemakkelijk toegankelijk zijn. Om te borgen dat participatie juist wordt toegepast zal hiervoor op de gemeentelijke website een pagina worden ingericht. Op onder meer de gemeentelijke website zal worden het beleid worden uitgelegd en zal een koppeling worden gelegd met de (te ontwikkelen) participatie-leidraad en participatie-toolkit. 12. Vervolg Na besluitvorming door de gemeenteraad worden de besluiten bekend gemaakt, waarna zij in werking treden. BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GILZE EN RIJEN P.A.M. (Monique) van Bavel Secretaris

Bijlage(n):

D.A. (Derk) Alssema burgemeester

1. Aanwijzingsbesluit vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026 2. Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsplan Gilze en Rijen 2026 3. Mandaatbesluit kennisgeving voornemen vaststellen omgevingsplan Gilze en Rijen 2026 4. Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026

Zaaknummer: 1079981

Agendapunt Vergadering d.d. 5 maart 2026 DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders nr. 1079981; gelet op het bepaalde in artikel 16.29 en artikel 16.55, zevende lid van de Omgevingswet; gelet op het bepaalde in titel 4.3 en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op het bepaalde in artikel 10.2, eerste en tweede lid van het Omgevingsbesluit;

besluit: 1. het “Aanwijzingsbesluit vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gilze en Rijen 2026” vaststellen; 2. de “Beleidsregel vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsplan Gilze en Rijen 2026” vaststellen; 3. het “Mandaatbesluit kennisgeving voornemen vaststellen omgevingsplan Gilze en Rijen 2026” vaststellen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 maart 2026

DE RAAD VOORNOEMD,

de griffier,

de voorzitter,

M.J. Geerts

D.A. Alssema

Zaaknummer: 1079981

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16518995/1