Raadsvoorstel Tussen de Leijen
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Commissie Ruimte Raadsvergadering: Cluster: Afdeling
21 maart 2023 3 april 2023 Ruimtelijke ordening Ruimtelijke ontwikkeling
Agendapunt: Portefeuillehouder: Programma:
7. Wethouder Machielsen
Voorstel tot het nemen van een wijzigingsbesluit ex artikel 6:19 Awb ten aanzien van het bestemmingsplan “Tussen de Leijen” en om kennis te nemen van een aantal aanvullende stukken.
1. Voorgesteld besluit 1. De raad besluit dat dit wijzigingsbesluit het besluit van 31 januari 2022 met het gemeentelijk kenmerk nr. 358632 als volgt wijzigt: A. De verbeelding van het bestemmingsplan ‘Tussen de Leijen’ wordt gewijzigd door daarin de specifieke bouwaanduiding (die een geluidluwe gevel verplicht stelt) uit te breiden conform de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0784.BPTDLeijen-VG02. B. De volgende planregels worden toegevoegd aan het bestemmingsplan ‘Tussen de Leijen’ zoals eveneens opgenomen in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0784.BPTDLeijen-VG02: ‘artikel 8.1, onder f: het toevoegen van verharding in strijd met het bepaalde in artikel 8.2’ ‘artikel 8.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging Alvorens de gronden binnen het plangebied in gebruik genomen worden voor de doeleinden als bedoeld in artikel 3 tot en met 5 dient aangetoond te zijn dat het plangebied ontwikkeld wordt met een waterberging van (in totaal) 7.233 m 3 in het plangebied, waarbij een waterberging met die capaciteit na realisatie in stand moet worden gehouden.’
2. Eerdere besluitvorming 31 januari 2022
De raad van de gemeente Gilze en Rijen besloot het bestemmingsplan “Tussen de Leijen” vast te stellen.
3. Samenvatting Uw raad heeft het bestemmingsplan “Tussen de Leijen” op 31 januari 2022 vastgesteld. Tegen dit bestemmingsplan is beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De beroepsgronden zijn beoordeeld. Uit deze beoordeling is naar voren gekomen dat in het bestemmingsplan op enkele onderdelen aanvullingen c.q. verbeteringen aangebracht kunnen worden. Deze aanpassingen zijn uitsluitend bedoeld om de verdediging van het bestemmingsplan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zo sterk mogelijk te maken en doen niet af aan
het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Het gaat om een wijzigingsbesluit ex artikel 6:19 Awb op grond waarvan een reeds genomen besluit op onderdelen mag worden aangepast. De raad is bevoegd om dit besluit te nemen.
Voorstel 4. Inleiding Uw raad heeft op 31 januari 2022 het bestemmingsplan “Tussen de Leijen” (gewijzigd) vastgesteld. Dit bestemmingsplan vormt de juridisch-planologische basis onder de realisatie van maximaal 375 woningen aan de noordoostzijde van de kern van Rijen. Tegen het ontwerpbestemmingsplan werden zienswijzen ingediend. In de ‘Nota van Zienswijzen en (ambtshalve) wijzigingen Ontwerpbestemmingsplan ronde 1 en 2 “Tussen de Leijen” zijn deze zienswijzen weerlegd. Na vaststelling door uw raad is door twee partijen beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “Afdeling”). De beroepen tegen het bestemmingsplan zijn beoordeeld en door het advocatenkantoor is een verweerschrift in concept voorbereid. Er zijn enige schoonheidsfoutjes in het bestemmingsplan te vinden, die overigens niet afdoen aan het doel van het bestemmingsplan: het voorzien in woningen waaraan dringend behoefte bestaat. Het advies van de advocaat is om - zekerheidshalve - een wijzigingsbesluit te nemen. Met een wijzigingsbesluit wordt het eerder genomen besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan gewijzigd vanwege enkele zaken die aanscherping verdienen. Hierna wordt toegelicht op welke onderdelen wijziging van het eerder genomen besluit wordt voorgesteld en waarom die wijziging wordt voorgesteld.
Dit raadsvoorstel vervangt een eerder voorstel dat aan uw raad is gedaan. Dat raadsvoorstel was nog niet gereed voor besluitvorming omdat er nog afstemming met de stikstofdeskundige plaatsvond. Er is van de gelegenheid gebruik gemaakt om uw raad te voorzien van een duidelijk voorstel op grond waarvan het helder is welke onderdelen van het bestemmingsplan worden gewijzigd en welke documenten u ter kennisneming worden aangeboden. Naast een aantal zaken die vallen onder het wijzigingsbesluit (omdat ze de inhoud van het bestemmingsplan wijzigen), zijn er nieuwe dan wel geactualiseerde rapporten opgesteld die met het verweerschrift worden meegezonden aan de Afdeling. Omdat het stukken zijn die zien op het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan niet wijzigen, leek het ons goed dat uw raad hiervan kennisneemt. Hier hoeft dus geen wijzigingsbesluit voor te worden genomen. Ook is de provinciale Interim Omgevingsverordening aangepast, opdat deze beter aansluit op hetgeen het bestemmingsplan mogelijk maakt. Wij verzoeken uw raad om daar eveneens kennis van te nemen. Ook hierover hoeft geen nieuw besluit te worden genomen. 5. Argumenten 1.1 Raad is bevoegd om wijzigingsbesluit te nemen Het betreft de wijziging van een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan.
Op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) ligt de bevoegdheid tot vaststelling van een bestemmingsplan bij de raad. Dit geldt evenzeer voor de wijziging van een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan. U dient dan ook te besluiten over de wijziging van dit besluit. In beginsel mag uw raad een gewijzigd bestemmingsplan vaststellen als het volgende zich voordoet:
-
-
De aanpassingen zien op ingediende zienswijzen of beroepsgronden die zijn aangevoerd, waarbij de aanpassingen naar aard en omvang niet zodanig groot zijn, dat een wezenlijk ander plan wordt vastgesteld. Het gaat om wijzigingen van ondergeschikte aard die de raad in het plan wil doorvoeren, zonder dat zienswijzen/beroepsgronden daartoe aanleiding gaven.
Aan het advocatenkantoor is advies gevraagd of in dit geval het plan gewijzigd mag worden, zonder eerst een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Volgens het advocatenkantoor mag uw raad het wijzigingsbesluit nemen, zonder eerst een nieuw ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. Deze conclusie is gerechtvaardigd, omdat de voorgestelde aanpassingen naar aard en omvang niet zodanig groot lijken, dat een wezenlijk ander plan wordt vastgesteld. Eerder gaat het om een herstel van enkele omissies. In de rechtspraak wordt bovendien niet zo snel aangenomen dat sprake is van een wezenlijk ander plan. In dit geval is het belangrijkste argument voor het standpunt dat geen sprake is van een “wezenlijk ander plan”, dat een te nemen wijzigingsbesluit geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zal maken (zie ook: ABRvS 4 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1978, r.o. 4.2). 1.2 Beroepsgronden geven aanleiding het eerder genomen besluit te wijzigen Ten aanzien van de volgende punten (die te herleiden zijn naar beroepsgronden) zou geoordeeld kunnen worden dat het plan verbeterd c.q. aangevuld kan worden. 1.2.1 Een verplichting tot realisering van de waterberging ontbreekt. In de aangevoerde beroepsgronden tegen het bestemmingsplan is onder meer opgenomen dat een verplichting om waterberging te realiseren en in stand te houden ontbreekt in het bestemmingsplan.
Het is de bedoeling om de waterberging in het plangebied conform het rapport van Antea over de waterhuishouding te realiseren en in stand te houden (bijlage 10 bij de plantoelichting). Dit is ook in het belang van de woningbouw. Het gaat hierbij om het realiseren van een waterberging van (in totaal) 7.233 m3 in het plangebied. Het realiseren van een dergelijke waterberging is uitvoerbaar en beoogd. De aanpak is beschreven in bijlage 10 bij de plantoelichting. Hoewel het de bedoeling is om te zorgen voor een toereikend waterbergend vermogen, is dat niet met zoveel woorden opgenomen in de planregels van het bestemmingsplan. Het verdient de voorkeur om een dergelijke regeling toch op te nemen. Dit verbetert de rechtszekerheid en zorgt ervoor dat het argument van appellanten geen stand kan houden. Om die reden wordt een voorstel gedaan voor een planregeling die ervoor zorgt dat een toereikende waterhuishouding in het plangebied moet worden gerealiseerd. Hiermee wordt het nogmaals duidelijk dat het gebied geschikt blijft voor waterberging en dat het waterbergend vermogen behouden blijft. De kwaliteit van de juridische regeling wordt hierdoor sterker. 1.2.2 De bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - geluidsluwe gevel’ is onduidelijk voor de woningen die zijn gesitueerd aan de noordoostzijde van het plangebied.
De verbeelding van het bestemmingsplan is niet geheel duidelijk voor de woningen die zijn gesitueerd aan de noordoostzijde van het plangebied. Volgens de planverbeelding op ruimtelijkeplannen.nl is de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - geluidsluwe gevel’ niet van toepassing buiten het aangewezen bouwvlak. Het is echter de bedoeling dat ook de voorziene woningen aan de noordoostzijde van het plangebied gerealiseerd worden met een geluidsluwe gevel en deze ook buiten het bouwvlak doorloopt.
Het betreft een technische omissie op de verbeelding. In zoverre kan gesproken worden van een – met name – uiterlijke aanpassing die past bij de bedoelde opzet van het reeds vastgestelde bestemmingsplan en zorgt voor een duidelijker verbeelding. Voor de zekerheid wordt daarom voorgesteld om een verbeterde versie van de verbeelding vast te stellen. In dat kader is de verbeelding met identificatie NL.IMRO.0784.BPTDLeijen-VG02 opgesteld (verwezen zij ook naar de bijgevoegde stukken, en in dit verband met name de aangepaste verbeelding bestemmingsplan “Tussen de Leijen”, 08A-0436124-BP-VG-DL-230103). Het raadsvoorstel ziet op de vaststelling van deze versie van de verbeelding als behorende tot het bestemmingsplan. De verbeelding zal de huidige verbeelding op ruimtelijkeplannen.nl (waar bestemmingsplan geraadpleegd kunnen worden door eenieder) vervangen. 1.3 Overige zaken De twee punten onder 1.2 zien op wijzigingen in het bestemmingsplan. De volgende punten zijn weliswaar ook van belang, maar leiden niet tot een wijziging in het bestemmingsplan. Er is dus geen formeel besluit voor nodig. Het gaat om een verbetering van de grondslag van het bestemmingsplan (op provinciaal niveau) en om een nadere toelichting op de onderbouwing van het bestemmingsplan (ten aanzien van behoefte en stikstofgevolgen). 1.3.1
De Interim Omgevingsverordening is door de provincie verbeterd.
Volgens de provinciale Interim omgevingsverordening (Iov) mag de raad (grootschalige) woningbouw middels een bestemmingsplanprocedure mogelijk maken als het (plan)gebied is aangeduid als ‘Verstedelijking afweegbaar’. Een gedeelte van het plangebied was door de provincie nog niet aangeduid als ‘Verstedelijking afweegbaar’. Inmiddels is dit hersteld. Bij besluit van 13 september 2022 heeft de provincie het volledige plangebied aangeduid als ‘Verstedelijking afweegbaar’ en heeft de provincie de toelichting op het besluit om het gehele plangebied te scharen onder die aanduiding verbeterd. Dit besluit is bekendgemaakt en de gronden beschikken in ieder geval vanaf dat moment over de vereiste aanduiding met een onderbouwing waarom de provincie hiervoor heeft kunnen kiezen. Omdat de strijdigheid met de verordening een belangrijke beroepsgrond is tegen de vaststelling van het bestemmingsplan, is het zinvol om uw raad hierbij te informeren dat de provincie bij besluit van 13 september 2022 het gestelde gebrek heeft gerepareerd. U hoeft hier geen besluit voor te nemen. 1.3.2
De onderbouwing van de behoefte en de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, is aangevuld.
De behoefte aan een woningbouwontwikkeling moet (in beginsel) toegelicht worden in een bestemmingsplan. Op grond van artikel 3.1.6., tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt ook wel de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ genoemd. Bij de beschrijving van de behoefte gaat het om de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Bij de kwantitatieve behoefte wordt de ontwikkeling die mogelijk wordt
gemaakt afgezet tegen het bestaande aanbod. Bij de kwalitatieve behoefte gaat het om de behoefte aan het specifieke karakter van de voorziene stedelijke ontwikkeling. Door Antea Group is op 10 januari 2020 een rapport opgesteld – “ladderonderbouwing” – waarin geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze ladderonderbouwing is opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting op het vastgestelde bestemmingsplan. Volgens het advocatenkantoor is de ladderonderbouwing op zichzelf goed onderbouwd. De ladderonderbouwing kan echter vollediger. Daar is in beroep door de procespartijen ook op gewezen. Naar aanleiding van de aangevoerde beroepsgronden heeft Antea Group een actualisatie van de ladderonderbouwing opgesteld. In de actualisatie heeft Antea Group de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan de nieuwe woningen nader uitgewerkt en verduidelijkt. Dit nieuwe rapport is daarmee een verbetering van het eerdere rapport. Het rapport wordt eveneens als onderdeel van het verweerschrift met de Afdeling gedeeld. Ook hier is geen besluit voor nodig. 1.3.2 De onderbouwing van gevolgen voor beschermde natuurgebieden vanwege stikstofdepositie is gecontroleerd. Vlak voor de vaststelling van het bestemmingsplan is de berekeningsmethode (het softwareprogramma Aerius) aangepast.
Die aanpassing dateert van 13 januari 2022 en de vaststelling van het bestemmingsplan vond plaats op 31 januari 2022. Aan Antea is gevraagd of de berekeningsmethode van 13 januari 2022 aanleiding geeft om te twijfelen over de stikstofgevolgen zoals die al zijn beschreven in het stikstofrapport (bijlage 18 bij de toelichting van het bestemmingsplan). In het stikstofrapport heeft Antea geconcludeerd dat significant negatieve effecten ten aanzien van stikstof op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten en dat het aspect stikstofdepositie besluitvorming niet in de weg staat. Antea heeft ons inmiddels laten weten dat er geen aanleiding bestaat om aan te nemen dat de berekeningsmethode van 13 januari 2022 wel had geleid tot de conclusie dat het plan leidt tot significant negatieve effecten. De aanpassingen in die berekeningsmethode zijn niet van dien aard dat daarmee de stikstofgevolgen van het plan significant zouden uitpakken. Bovendien was het in praktische zin niet mogelijk om in de aanloop naar 31 januari 2022 gebruik te maken van de berekeningsmethode. Het softwareprogramma functioneerde toen nog onvoldoende. Zorgvuldigheidshalve is nagegaan of stikstof inderdaad geen belemmering vormde voor de uitvoering van de woningbouwplannen en Antea heeft bevestigd dat dit het geval is gelet op de berekeningsmethode uit januari 2022.
Met de advocaat en Antea is hierover gesproken, en de conclusie van partijen is dat uw raad op het gebied van stikstof in redelijkheid kon komen tot vaststelling van het bestemmingsplan. De besluitvorming was zorgvuldig. Voorstel wijzigingsbesluit Op grond van het voorgaande is het voorstel om een wijzigingsbesluit te nemen. Concreet brengt het voorgaande mee, dat wordt voorgesteld het plan als volgt te wijzigen: 1. Opnemen voorwaardelijke verplichting waterberging. Voorgesteld wordt om in de planregels te verduidelijken, dat voldoende waterberging zal worden gerealiseerd zoals beschreven in het waterhuishoudkundig plan van Antea (bijlage 10 bij de toelichting van het bestemmingsplan). Met de voorgestelde aanvullende planregel wordt verduidelijkt dat het gebied geschikt blijft voor waterberging en dat het waterbergend vermogen behouden blijft.
2. Verduidelijking bouwaanduiding. Voorgesteld wordt de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - geluidsluwe gevel’ op de planverbeelding te verduidelijken ter reparatie van een technisch gebrek. Bij het raadsbesluit is een toelichting opgenomen, “TOELICHTING OP DIT RAADSBESLUIT”, waarmee de voorgestelde aanpassingen zijn geduid en toegelicht. Het is belangrijk, met het oog op de planning van de Afdeling, dat dit wijzigingsbesluit op korte termijn genomen wordt. Na vaststelling zal het besluit op de gebruikelijke wijze bekend worden gemaakt, en zal het gewijzigde plan op ruimtelijkeplannen.nl worden gepubliceerd. Slechts personen die tegen de wijzigingen (waterberging en bouwaanduiding) bedenkingen hebben, kunnen hiertegen beroep instellen bij de Afdeling. Het beroep van de appellanten die al beroep hadden ingesteld, is van rechtswege ook gericht tegen het wijzigingsbesluit. 6. Risico’s en kanttekeningen 1. Het voorstel om een wijzigingsbesluit te nemen, wordt gedaan om het procesrisico in beroep te verkleinen. Geconstateerde omissies worden hiermee hersteld, het leidt tot een verbetering van het reeds vastgestelde bestemmingsplan. 2. De beroepen zijn, na wijziging van het besluit, van rechtswege tegen het gewijzigde besluit gericht. De procespartijen die al beroep hebben ingesteld, kunnen hierop reageren. Afgewacht moet worden welke reactie hierop volgt.
In deze fase kan niet uitgesloten worden dat ook andere partijen beroep zullen instellen. Dit gebeurt echter meer niet dan wel. Daar komt bij dat dit geen reden moet zijn om dit wijzigingsbesluit niet te nemen. 7. Alternatieven 1. Als dit wijzigingsbesluit niet wordt genomen, dan kan tijdens de procedure bij de Afdeling aangestuurd worden op instandlating van de rechtsgevolgen. De Afdeling komt in dit kader een ruime mate van beoordelingsvrijheid toe maar de kans is aanwezig dat de Afdeling hiertoe niet bereid is als er op meer punten twijfels bestaan. 2. Er kan gezinspeeld worden op het toestaan van een bestuurlijke lus door de Afdeling. In dat geval wordt door de Afdeling hangende de procedure een termijn aan de raad gesteld om gebreken te herstellen. De vraag is of de Afdeling hiertoe bereid zal zijn en het leidt daarnaast tot een vertraging. Ook deze optie is om die reden niet verstandig. 8. Lasten, baten en dekking Investering: Geen Eenmalige kosten: De benodigde kosten voor de juridische ondersteuning en de aanpassing van de plantoelichting en planverbeelding worden gedekt door de geraamde kosten voor de planontwikkeling in de grondexploitatie van Tussen de Leijen. Het resultaat van de grondexploitatie van Tussen de Leijen verandert niet. Structurele kosten: Geen Dekking: N.v.t.
9. Duurzaamheid en inclusie Het betreft een wijziging van een eerder genomen besluit. Dit brengt geen verandering in de wijze waarop de aspecten “duurzaamheid” en “inclusie” in het eerder genomen besluit zijn betrokken. 10. Relatie tot ABG-Organisatie Dit voorstel heeft geen relatie met de ABG-organisatie. 11. Communicatie en vorm van participatie Zoals eerder al aangegeven, zal het besluit op de gebruikelijke wijze bekend worden gemaakt en gepubliceerd worden. Vanwege de (aard van de) wijziging is het niet nodig eerst een ontwerpplan ter inzage te leggen. Nu geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden, maar het herstel van gebreken betreft, hoeft ook geen participatieproces opgestart te worden. 12. Vervolg Planning: Het gewijzigde besluit wordt op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt en op ruimtelijkeplannen.nl geplaatst. Een kennisgeving zal in het Gemeenteblad gepubliceerd worden. Het gewijzigde besluit zal aan de Afdeling gezonden worden, zodat dit besluit betrokken wordt in de beroepsprocedure. De procespartijen kunnen ook nog op het gewijzigde besluit reageren. Het is nog niet bekend wanneer de Afdeling de zaak ter zitting zal behandelen. Er is nog geen zittingsdatum bepaald.
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GILZE EN RIJEN P.A.W. (Pierre) Kop D.A. (Derk) Alssema Loco secretaris burgemeester
Bijlage(n) :
Nieuwe bijlagen bij de toelichting op het bestemmingsplan “Tussen de Leijen”: 1. 2. 3. 4.
LAD01-0436124-01G_met renvooi (“wijzigingen aangeduid”) LAD01-0436124-01G 20230111_Tussen de Leijen_Regels (“wijzigingen aangeduid”) Aangepaste verbeelding bestemmingsplan “Tussen de Leijen” 08A-0436124-BP-VG-DL-230103 5. Publicatie Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant tot wijziging van de grenzen van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ in het Provinciaal blad op 16 september 2022.
Agendapunt Vergadering d.d. 3 april 2023 DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders met kenmerk 358632; gelet op het bepaalde in de artikelen 3.1, 3.8 en 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening; gelet op het bepaalde in artikel 11, tweede lid, van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet; gelet op de besluiten van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant van 25 januari 2021 en 13 september 2022 tot wijziging van de grenzen van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ op grond van de Interim omgevingsverordening; gelet op het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 14 december 2021 tot het nemen van het ‘Besluit Hogere Waarde Wegverkeerslawaai’; besluit: 1. dat dit wijzigingsbesluit het besluit van 31 januari 2022 met het gemeentelijk kenmerk nr. 358632 als volgt wijzigt: A. De verbeelding van het bestemmingsplan ‘Tussen de Leijen’ wordt gewijzigd door daarin de specifieke bouwaanduiding (die een geluidluwe gevel verplicht stelt) uit te breiden conform de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0784.BPTDLeijen-VG02. B.
De volgende planregels worden toegevoegd aan het bestemmingsplan ‘Tussen de Leijen’ zoals eveneens opgenomen in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0784.BPTDLeijen-VG02: ‘artikel 8.1, onder f: het toevoegen van verharding in strijd met het bepaalde in artikel 8.2’ ‘artikel 8.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging Alvorens de gronden binnen het plangebied in gebruik genomen worden voor de doeleinden als bedoeld in artikel 3 tot en met 5 dient aangetoond te zijn dat het plangebied ontwikkeld wordt met een waterberging van (in totaal) 7.233 m 3 in het plangebied, waarbij een waterberging met die capaciteit na realisatie in stand moet worden gehouden.’
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 3 april 2023
DE RAAD VOORNOEMD,
de griffier,
de voorzitter,
S. van Dijk
D.A. Alssema
TOELICHTING OP DIT RAADSBESLUIT Het voorliggend besluit is een wijzigingsbesluit, als bedoeld in artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht. Het gaat hier om een besluit dat is genomen door hetzelfde bestuursorgaan (de raad van de gemeente Gilze en Rijen – hierna: “de raad”), op basis van dezelfde bevoegdheid (artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening) en dezelfde feitelijke grondslag (het mogelijk maken van de woonwijk ‘Tussen de Leijen’ als ruimtelijke ontwikkeling) als het raadsbesluit van 31 januari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Tussen de Leijen’ (hierna: “het bestemmingsplan”). Het gaat om een beperkte aanpassing van de verbeelding en de planregels. Dat wordt hierna toegelicht. Tegen het raadsbesluit van 31 januari 2022 is beroep ingesteld door twee partijen. Naar aanleiding van deze beroepen worden twee onderdelen gewijzigd in het bestemmingsplan. Het betreft een technisch gebrek in de verbeelding en de toevoeging van een planregeling die borgt dat voldoende waterberging wordt gerealiseerd (hetgeen overigens al de bedoeling was). De toelichting op dit wijzigingsbesluit is aanvullend op de motivering die ten grondslag ligt aan het raadsbesluit van 31 januari 2022.
Aanpassing planverbeelding Volgens de planverbeelding behorend bij het besluit van 31 januari 2022, zoals weergegeven op ruimtelijkeplannen.nl, is de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - geluidsluwe gevel’ niet van toepassing buiten het aangewezen bouwvlak. Dat is niet in overeenstemming met het bestemmingsplan dat is vastgesteld op 31 januari 2022. De opgenomen begrenzing loopt door tot buiten het bouwvlak. Dit is een technisch gebrek dat wordt aangepast in de planverbeelding als onderdeel van dit wijzigingsbesluit. Opnemen voorwaardelijke verplichting waterberging Een van de uitgangspunten van het bestemmingsplan is om de waterberging conform het waterhuishoudkundig plan van Antea (bijlage 10 bij de toelichting van het bestemmingsplan) te realiseren. Dit betekent dat een waterberging met een capaciteit van ten minste 7.233 m 3 gerealiseerd wordt. In beroep is aangevoerd dat het niet geborgd is dat dit zal gebeuren. Omwille van de rechtszekerheid is het zinvol om dit middels een voorwaardelijke verplichting op te nemen. Met de voorgestelde aanvullende planregel - in samenhang bezien met het waterhuishoudkundig plan van Antea - wordt nogmaals verduidelijkt dat het gebied geschikt blijft voor waterberging en dat het waterbergend vermogen behouden blijft.
In zoverre wordt ook voldaan aan het bepaalde in de provinciale omgevingsverordening omtrent het verantwoorden van de waterbergende functie van het gebied.
RECHTSMIDDELENCLAUSULE Beroep Het voorliggend besluit is een wijzigingsbesluit, als bedoeld in artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht. Als u het niet eens bent met dit besluit, kunt u een beroepschrift indienen, maar slechts voor zover het gaat om de toekenning van de bouwaanduiding en het opnemen van de planregels over de waterberging. Dit kan tot zes weken na de bekendmaking van dit besluit. In het beroepschrift moet u het volgende opnemen: uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waarmee u het niet eens bent en de reden(en) van uw beroep. U moet het beroepschrift ook ondertekenen. Het beroepschrift kunt u richten aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Postbus 20019, 2500 EA Den Haag). Vermeldt u bij het indienen van het beroepschrift tegen welk plandeel het beroep zich richt. Degenen die reeds eerder beroep hebben ingesteld tegen het bestemmingsplan hoeven niet opnieuw beroep in te stellen tegen het wijzigingsbesluit. Deze beroepen worden geacht mede tegen dit wijzigingsbesluit te zijn gericht. Het wijzigingsbesluit zal onverwijld ter beschikking worden gesteld aan de Raad van State. Crisis- en herstelwet Let op dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is op dit besluit. Het betreft namelijk de wijziging
van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een project als bedoeld in categorie 1.1 van bijlage 1 van deze wet. Dit betekent onder meer dat u in het beroepschrift moet aangeven welke beroepsgronden u aanvoert tegen het besluit. Het is dus niet mogelijk om een zogenaamd “pro forma-beroepschrift” in te dienen (een beroep op aan te vullen gronden). Na afloop van de termijn van zes weken kunnen geen nieuwe beroepsgronden meer worden aangevoerd. Als de beroepsgronden buiten de beroepstermijn worden ingediend, is het beroep niet-ontvankelijk. Vermeld in het beroepschrift dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is. Voorlopige voorziening Het instellen van beroep schorst het besluit niet. Degene die beroep instelt kan daarnaast een verzoek om een voorlopige voorziening (schorsing) indienen bij de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Postbus 20019, 2500 EA Den Haag).
BIJLAGEN BEHOREND BIJ DIT BESLUIT 1. Raadsbesluit, inclusief toelichting (“TOELICHTING OP DIT RAADSBESLUIT”). 2. De bijlagen bij het raadsbesluit. Het betreft: 6. Nieuwe bijlagen bij de toelichting op het bestemmingsplan “Tussen de Leijen”: 7. LAD01-0436124-01G_met renvooi (“wijzigingen aangeduid”) 8. LAD01-0436124-01G 9. Aangepaste regels bestemmingsplan “Tussen de Leijen” 10. 20230111_Tussen de Leijen_Regels (“wijzigingen aangeduid”) 11. Aangepaste verbeelding bestemmingsplan “Tussen de Leijen” 12. 08A-0436124-BP-VG-DL-230103 3. Publicatie Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant tot wijziging van de grenzen van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ in het Provinciaal blad op 16 september 2022.