CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel tot vaststelling Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gilze en Rijen 2024

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststelling Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gilze en Rijen 20243.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Commissie Samenleving: Afdeling: Zaaknummer:

3 juni 2024

Raadsvergadering:

17 juni 2024

Intern advies & ondersteuning 1076182

Portefeuillehouder:

Burgemeester Alssema

Programma:

1 Bestuur, dienstverlening en veiligheid

Voorstel tot vaststelling Algemene plaatselijke verordening gemeente Gilze en Rijen 2024

1. Voorgesteld besluit 1. Vast te stellen de Algemene plaatselijke verordening gemeente Gilze en Rijen 2024 2. Eerdere besluitvorming De huidig geldende Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Gilze en Rijen is vastgesteld op 12 mei 2022, waarbij de meest recente wijzigingen, vanwege de Omgevingswet, gelden met ingang van 1 januari 2024. 3. Samenvatting Wetswijzigingen, voortschrijdend inzicht en adviezen van de VNG geven aanleiding om de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Gilze en Rijen 2022 te updaten en een nieuwe Algemene plaatselijke verordening gemeente Gilze en Rijen 2024 vast te stellen. Hiertoe dient een besluit te worden genomen door de gemeenteraad.

Voorstel 4. Inleiding Voorgesteld wordt om de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Gilze en Rijen (hierna: APV) te updaten en daartoe een nieuwe APV vast te stellen. Om duidelijk inzichtelijk te maken welke updates worden gedaan, is als bijlage toegevoegd de huidig geldende APV 2022, dus inclusief de meest recente wijzigingen vanwege de Omgevingswet, met daarin alle voorgestelde wijzigingen bijgehouden. 5. Argumenten 1.1 Met een update is de Algemene plaatselijke verordening weer helemaal bij de tijd. Door de APV te updaten en daartoe een nieuwe APV vast te stellen is deze weer helemaal bij de tijd. De voorgestelde update dan wel wijzigingen zijn op hoofdlijnen als volgt: De komst van de Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet heeft gevolgen voor de APV. Dit omdat in de APV ook regels staan over de fysieke leefomgeving. De APV is met behulp van een wijzigingsbesluit reeds technisch aangepast aan de Omgevingswet. Vanaf het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt er een overgangsfase waarin naast technische ook inhoudelijke aanpassingen zullen moeten worden verricht. Voorgesteld wordt om voor wat betreft de APV-aanpassingen in verband met de

Zaaknummer: 1076182

Omgevingswet de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling ‘in the lead’ te laten zijn door aan hen over te laten op welk moment en op welke wijze deze aanpassingen worden geïmplementeerd in het omgevingsplan. Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg Momenteel is het voor het college niet mogelijk om nadere regels vast te stellen voor het plaatsen van bijvoorbeeld bouwcontainers en bouwmaterialen op de openbare weg. In de praktijk blijkt het gewenst om hiervoor toch bepaalde spelregels te bepalen. Daarom wordt voorgesteld deze bevoegdheid in de APV op te nemen. In de huidige tijd van extremere weersomstandigheden blijkt dat meer groen, en dus minder verstening, een positief effect heeft op het beperken van de gevolgen van die omstandigheden. Ook zorgt meer groen ervoor dat de hitte op warme dagen minder hoog oploopt en er meer regenwater in de grond zakt bij hevige buien. Ook heeft meer groen een positief effect op de biodiversiteit. Boomspiegeltuintjes en geveltuintjes dragen bij aan het creëren van meer groen. Momenteel is het echter niet mogelijk voor het college om voor deze tuintjes nadere regels vast te stellen, terwijl dit wel gewenst is. Daarom wordt voorgesteld ook deze bevoegdheid in de APV op te nemen. Artikel 2:14 Winkelwagentjes Sinds corona is het minder gebruikelijk dat winkelbedrijven het statiegeldsysteem op de winkelwagentjes gebruiken.

Hierdoor zien we in de praktijk het ‘zwerfkarrenprobleem’ toenemen. Daarom wordt voorgesteld het ‘oude’ winkelwagentjesartikel 2:14 van de APV weer terug in te voeren. Hierdoor worden winkelbedrijven verplicht achtergelaten winkelwagentjes direct te verwijderen en op deze winkelwagentjes een herkenningsteken aan te brengen. Daarnaast wordt hiermee ook een verbod ingevoerd voor burgers om winkelwagentjes na gebruik onbeheerd achter te laten. Artikel 2:24 Definities Momenteel is het organiseren van een klein evenement op een plaats waarbij ook gebruik gemaakt wordt van een openbare parkeerplaats niet vergunningvrij. Dit terwijl in de praktijk blijkt dat dit gebruik lang niet altijd voor problemen of overlast zorgt. Om die reden wordt voorgesteld in artikel 2:24 op te nemen het uitgangspunt dat het klein evenement niet mag plaatsvinden op een parkeerplaats, tenzij dit geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten. Zo kan een klein evenement vaker vergunningvrij plaatsvinden, zolang dit maar niet leidt tot belemmering voor verkeer en hulpdiensten. Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten Het is voor slijters verboden in hun slijterij een proeverij te organiseren. Artikel 25e van de Alcoholwet maakt het voortaan echter mogelijk om bij verordening vrijstelling van dit verbod te verlenen, zodat betaalde proeverijen in slijtlokaliteiten zijn toegestaan.

Zo’n vrijstelling geldt dan voor alle slijters in de gemeente. Door een nieuw artikel 2:34g in te voegen wordt in die vrijstelling voorzien. De voorwaarden waaraan een proeverij vervolgens moet voldoen staan in artikel 6.1 van het Alcoholbesluit. Zo mogen maximaal één proeverij per dag en maximaal drie proeverijen per week worden gegeven. Het wordt met de huidige update niet voorgesteld, maar overwogen kan worden om een artikel (2:34g) in de APV op te nemen, dat het voor slijterijen mogelijk maakt om buiten reguliere openingstijden betaalde proeverijen te houden. Artikel 2:37 Nachtregister In dit artikel staat momenteel dat de houder van een inrichting tot het verschaffen van nachtverblijf verplicht is een nachtregister bij te houden dat is ingericht volgens een door de burgemeester vastgesteld model. De verplichting een nachtregister bij te houden is al wettelijk bepaald in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht. In onze gemeente wordt geen verplicht vastgesteld model voor Zaaknummer: 1076182

dat nachtregister gehanteerd. Om die reden wordt voorgesteld dit artikel te laten vervallen, omdat bij handhaving ervan juist wel een verplicht model moet worden gebruikt door de houder. Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister In afwijking van de model-APV worden er met het huidige artikel 2:38 APV meer gegevens uitgevraagd dan ingevolge artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht (WvS) wordt voorgeschreven. Vanuit de Autoriteit Persoonsgegevens is te kennen gegeven dat dit naar hun mening (vermoedelijk) leidt tot strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Er is in het verleden weliswaar gemotiveerd besloten tot het uitvragen van meer persoonsgegevens dan rechtstreeks uit het WvS voortvloeit, waarbij wordt opgemerkt dat dit zou zijn toegestaan omdat het opvragen van die extra gegevens een ander doel dient dan het doel dat aan het WvS-artikel ten grondslag ligt, maar in de praktijk is gebleken dat de noodzaak van deze extra gegevens niet direct evident is. Om die reden wordt voorgesteld dit artikel aan te passen door hier de uitvraag van persoonsgegevens waarvan de noodzaak niet direct evident duidelijk is, te schrappen.

Wel wordt voorgesteld de verplichting om het aantal medereizigers te verstrekken te behouden, aangezien dit niet direct als persoonsgegeven heeft te gelden, terwijl dit bij calamiteiten en in noodsituaties wel helpt snel(ler) te bepalen hoeveel personen mogelijk bij het voorval betrokken zijn. Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik Lachgas is vanaf 1 januari 2023 een softdrug. Het verboden gebruik ervan wordt daarmee voortaan duurzaam gereguleerd door APV-artikel 2:74a ‘Openlijk drugsgebruik’. Artikel 2:48b APV is daarmee overbodig geworden. Voorgesteld wordt dan ook het lachgasverbod in dit artikel, conform de model-APV, te laten vervallen. Artikel 2:48a (nieuw) Hinderlijk drankgebruik Als wordt ingestemd met het vorige voorstel, dan wordt voorgesteld artikel 2:48a te gebruiken om hierin een verbod op hinderlijk drankgebruik op te nemen (of als de huidige tekst van 2:48a toch blijft gehandhaafd hiervoor een nieuw artikel 2:48b in de APV op te nemen). Hiermee is het voortaan mogelijk op te treden tegen personen die vanwege drank of drankgebruik voor overlast of hinder zorgen of zullen zorgen. Artikel 2:50a (nieuw) Messen en andere voorwerpen als steekwapen In den lande is het wapenbezit in het algemeen en het gebruik van steekwapens in het bijzonder fors toegenomen.

Gelet daarop stelt de VNG in zijn model-APV voor om een nieuw artikel in de APV op te nemen met het doel om bescherming te bieden tegen mogelijke aantasting van de openbare orde en veiligheid, door het bij zich hebben (dragen) van messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt te verbieden. Het artikel is een aanvulling op de Wet wapens en munitie (Wwm) en verbiedt het bij zich hebben van andere dan in de Wwm aangeduide messen of van voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, maar waarbij nog geen sprake is van een situatie waarin, gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze voorwerpen worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij zijn bestemd om letsel aan personen toe te brengen of te dreigen. Hierdoor kan aantasting van de openbare orde preventief worden voorkomen en wordt de openbare veiligheid bevorderd. Met behulp van dit artikel kan het college openbare plaatsen of daaraan grenzende voor publiek toegankelijke gebouwen of daarbij behorende erven aanwijzen waar het bij zich hebben van messen en andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt verboden is. Messen en voorwerpen die zijn ingepakt, bijvoorbeeld omdat deze in een winkel zijn aangeschaft en nog in de verpakking zitten, en die niet voor onmiddellijk gebruik voorhanden zijn, vallen niet onder het verbod.

Voorgesteld wordt om dit artikel, conform de model-APV, op te nemen in de APV. Artikel 2:50b (nieuw) Slapen op of aan de weg Zaaknummer: 1076182

Op diverse bedrijventerreinen in de gemeente (met name bedrijventerreinen Haansberg, Broekakkers/Broekakkers-Zuid en Midden-Brabant Poort) veroorzaken in hun vrachtwagen overnachtende chauffeurs veel overlast. Momenteel biedt de APV geen mogelijkheid om daartegen voldoende op te kunnen treden. Daarom wordt voorgesteld een verbod op te nemen in de APV om tussen zonsondergang en zonsopgang op of aan de te liggen of te slapen buiten de daartoe door het bevoegde gezag aangewezen/geautoriseerde plaatsen en/of tussen zonsopgang en zonsondergang te liggen of te slapen, nadat door de ter zake bevoegde opsporingsambtenaar of toezichthouder in het belang van de openbare orde of veiligheid is aangezegd, dat dit moet worden beëindigd. Artikel 2:65 Bedelarij Op grond van artikel 2:65 van de Model-APV is het verboden te bedelen op openbare plaatsen in een door het college aangewezen gebied. Voorgesteld wordt om, conform de model-APV, aan dat artikel het motief ‘voorkoming of beëindiging van overlast’ toe te voegen. Aanleiding daarvoor is een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens, waarin het Hof oordeelt dat de menselijke waardigheid wordt aangetast als iemand niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen en dat deze beschermd wordt door artikel 8 EVRM (het recht op de eerbiediging van het privéleven).

Dit recht kan op grond van artikel 8, tweede lid, EVRM beperkt worden, mits deze beperking een legitiem doel dient, een wettelijke basis heeft en noodzakelijk is voor de democratische samenleving. De laatste voorwaarde vereist een afweging van de belangen van het individu en die van de maatschappij. Met een afweging in het kader van ‘voorkomen of beëindiging van overlast’ is daaraan voldaan. Artikel 2:71 Definitie Bij ministeriële regeling op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit wordt bepaald welk vuurwerk aan particulieren beschikbaar mag worden gesteld. De toevoeging van de categorieaanduidingen F1, F2 of F3 in de definitie is daarom overbodig. Voorgesteld wordt dit artikel conform de model-APV aan te passen. Artikel 2:73a Carbidschieten Het huidige artikel 2:73a biedt geen mogelijkheid om in voorkomende gevallen een ontheffing te kunnen verlenen van het verbod op carbidschieten. Soms is het kunnen verlenen van een dergelijke ontheffing wenselijk. Om die reden wordt voorgesteld om aan dit artikel een ontheffingsmogelijkheid toe te voegen. Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen De VNG stelt met zijn model-APV voor om in dit artikel een aantal juridisch-technische en redactionele wijzigingen door te voeren. Zo wordt ‘bevel’ bijvoorbeeld gewijzigd in ‘besluit tot opleggen’.

Verder kan er, als iemand de openbare verstoort, overlap ontstaan tussen de bevoegdheid van de officier van justitie om met een gedragsaanwijzing op grond van artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a van het Wetboek van Strafvordering op te treden en de bevoegdheid van de burgemeester om op grond van deze bepaling met een gebiedsontzegging op te treden. Daarom wordt voorgesteld om in dit artikel vast te leggen dat dan voorrang wordt gegeven aan een gedragsaanwijzing door de officier van justitie boven een gebiedsontzegging door de burgemeester. Artikel 2:80 (nieuw) Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf Voorgesteld wordt om conform de model-APV een nieuw artikel 2:80 APV op te nemen waarbij een sluitingsbevoegdheid voor publiek openstaande bedrijfspanden wordt toegevoegd ter bestrijding van ondermijning. Dit artikel geeft de burgemeester de mogelijkheid over te gaan tot sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of daarbij behorend erf als overlast, verstoring van de openbare orde of

Zaaknummer: 1076182

aantasting van het woon- en leefklimaat dreigt. Het hierna voorgestelde nieuwe artikel 2:81 bevat vervolgens een aanvullende sluitingsbevoegdheid als sprake is van een vergunningplicht. De burgemeester kan met behulp van artikel 2:80 optreden als in of vanuit een voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf strafbare feiten plaatsvinden waardoor de openbare orde of het woon- of leefklimaat nadelig wordt beïnvloed of als ondernemers van (dienstverlenende) bedrijven zoals garages, autoverhuurbedrijven, uitzendbureaus of winkels, overlast (blijven) veroorzaken of ter plaatse strafbare feiten plegen, deze faciliteren, gedogen of op andere wijze toestaan. Ook geeft het artikel de burgemeester de mogelijkheid om op te treden als er in of vanuit een pand (niet zijnde een woning) wordt gegokt, waarvoor geen toestemming is gegeven op grond van de Wet op de Kansspelen. Dit artikel is een aanvulling op de bevoegdheden van de burgemeester om op grond van APV-artikel 2:30 of artikel 13b van de Opiumwet overlastgevende inrichtingen, zoals horecabedrijven en seksinrichtingen, of woningen op grond van artikel 174a Gemeentewet te sluiten.

Artikel 2:81 (nieuw) Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Voorgesteld wordt om conform de model-APV een nieuw artikel 2:81 APV op te nemen waarbij een vergunningplicht wordt toegevoegd voor aan te wijzen bedrijfsmatige activiteiten ter bestrijding van ondermijning. De vergunningplicht maakt het voor de gemeente vervolgens ook mogelijk om een Bibob-toets uit te voeren. Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen waarvoor een verbod geldt om deze zonder vergunning uit te oefenen. Hij kan deze bevoegdheid inzetten als dat nodig is om verstoring van de openbare orde of nadelige beïnvloeding van de leefbaarheid tegen te gaan, als die wordt veroorzaakt door een onveilig en malafide ondernemersklimaat vanuit een gebouw, een branche of in een gebied. Daarom wordt het ook wel de ‘ondermijningsvergunning’ genoemd. De inzet van deze bevoegdheid moet wel goed worden gemotiveerd. Daarbij is van belang dat de uitoefening van een bedrijf in de regel heeft te gelden als het verrichten van een dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn. Op een vergunningstelsel dat de uitoefening van dienstenactiviteiten reguleert, heeft artikel 9 van de Dienstenrichtlijn betrekking.

Dit betekent dat de burgemeester dient te onderbouwen dat een aanwijzingsbesluit tot het onderwerpen van dienstverrichters aan een vergunningstelsel een gerechtvaardigde beperking van het vrij verrichten van diensten inhoudt (de openbare orde en veiligheid zijn een dwingende reden van algemeen belang), niet discriminatoir en doelmatig is en het nagestreefde doel niet door een minder beperkende maatregel kan worden bereikt (de maatregel is geschikt, noodzakelijk en evenredig). Bij de uitoefening van een bedrijfsmatige activiteit gaat het om bedrijfsmatige activiteiten in voor het publiek openstaande gebouwen of op daarbij behorende erven, zoals winkels (al dan niet met een horecacomponent) of dienstverlenende bedrijven. Als bedrijfsmatige activiteit wordt niet aangemerkt (de uitoefening van) een slijtersbedrijf, horecabedrijf of andere openbare inrichting of een seksbedrijf, waarvoor al een vergunningplicht geldt op grond van artikel 3 van de Alcoholwet, respectievelijk artikel 2:28 of artikel 3:3 van de APV. Bij die vergunningaanvragen vindt al een vergelijkbare toetsing plaats. Ook de weigerings- en intrekkingsgronden zijn vergelijkbaar. In voorkomend geval kan sluiting plaatsvinden op basis van andere artikelen, zoals bijvoorbeeld het voorgestelde nieuwe artikel 2:80. De systematiek van dit artikel gaat uit van een gebouw-, gebieds- of branchegerichte aanpak.

Hiermee kan maatwerk in de gemeente geleverd worden. De burgemeester kan met een aanwijzingsbesluit nieuwe en reeds gevestigde ondernemers onderwerpen aan een systeem van verplichte vergunningen. De burgemeester wijst een bedrijfsmatige activiteit en gebouw of gebied uitsluitend aan als naar zijn oordeel de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid onder druk staat dan wel nadelig kan worden beïnvloed. Het is voor een aanwijzing niet noodzakelijk dat zich concrete incidenten hebben voorgedaan. Een aanwijzing kan ook preventief worden gegeven voor

Zaaknummer: 1076182

een branche, gebouw of gebied waar extra aandacht nodig is bijvoorbeeld om de leefbaarheid en openbare orde en veiligheid ten goede te keren. Artikel 3:7 Weigeringsgronden In artikel 3:7 van de APV zijn de weigeringsgronden voor een vergunning voor het uitoefenen van een seksbedrijf opgenomen. In artikel 3:7, tweede lid, aanhef en onder b, is bepaald dat een schikking wordt gelijkgesteld met een veroordeling. Hiervoor is in het verleden aansluiting gezocht bij het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet. In de Algemene wet inzake rijksbelastingen is de schikking vervangen door een bestuurlijke strafbeschikking, waarin een geldboete kan worden opgelegd (artikel 76, tweede lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen). Voorgesteld wordt om het APV-artikel hiermee, conform de model-APV, in overeenstemming te brengen door deze aan te passen. Overigens is deze wijziging ook in het Alcoholbesluit, dat het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet per 1 juli 2021 vervangt, op deze wijze doorgevoerd. Artikel 4:5a (nieuw) (Geluid)hinder door dieren Intern is verzocht om een bepaling op te nemen in de APV waarmee voor degenen die de zorg hebben voor een dier de verplichting wordt vastgelegd om te voorkomen dat hierdoor (geluid)hinder veroorzaakt voor de omgeving.

Dit omdat er steeds meer signalen worden ontvangen van overlast door dieren en de huidige APV geen mogelijkheden biedt daartegen op te treden. Met het opnemen van het voorgestelde nieuwe artikel 4:5a in de APV wordt aan het verzoek tegemoetgekomen. Artikel 5:4 Defecte voertuigen Intern is vanuit team Handhaving verzocht om naast ‘andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken’ ook het ontbreken van een APK-keuring of kenteken toe te voegen aan de verbodsbepaling in artikel 5:4 APV. Hiermee kan beter en krachtiger worden opgetreden tegen parkeren van ongewenste voertuigen. Voorgesteld wordt om aan dit verzoek tegemoet te komen. Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan Bij de meest recente update van de APV is op advies van de VNG een nieuw artikel 5:10 (Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan) aan de APV toegevoegd. Inmiddels is echter gebleken dat zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter en wordt voorgesteld de inhoud van deze bepaling te laten vervallen en te vervangen door een bepaling waarin het aanbieden van deelvoertuigen wordt gereguleerd (zie hierna). Artikel 5:10 (nieuw) Aanbieden van deelvoertuigen Deelmobiliteit zit in de lift en met name het gebruik en aanbod van deeltweewielers neemt geweldig toe. Deelmobiliteit heeft veel voordelen, maar kent ook uitdagingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de overlast van deelscooters en deelfietsen die overal en nergens staan geparkeerd en de stoep blokkeren. We willen deelmobiliteit faciliteren en stimuleren, maar ook graag (kunnen) reguleren. Om die reden wordt voorgesteld om een vergunningenstelsel in te voeren voor het aanbieden van deelvoertuigen. Met een vergunningstelsel heeft de gemeente grip op het veilig gebruik van deelmobiliteit. Aanbieders kunnen dan niet zomaar hun diensten aanbieden, maar moeten hiervoor een vergunning hebben en zich aan de vergunningvoorschriften houden. Omdat deelauto’s in de praktijk weinig overlast veroorzaken en er meer regulering is ten aanzien van auto’s (bijvoorbeeld ten aanzien van parkeren), wordt voorgesteld om auto’s uit te zonderen van de vergunningplicht.

Zaaknummer: 1076182

Voorgesteld wordt om het college bevoegdheden te geven om categorieën van deelvoertuigen aan te wijzen die in aanmerking komen voor een vergunning. Daarnaast wordt voorgesteld het college de bevoegdheid te geven plekken aan te wijzen waar het verboden is om deelvoertuigen te stallen of ter gebruik aan te bieden, of plekken aan te wijzen waar dit juist wel is toegestaan. Daarnaast wordt voorgesteld om het college de bevoegdheid te geven om nadere regels vast te stellen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het stellen van indieningsvereisten voor de aanvraag voor een vergunning, het stellen van voorwaarden waaronder een vergunning wordt verleend, de wijze van verdeling van de vergunningen alsmede de toetsingscriteria hiertoe, het vaststellen van een tijdvak waarbinnen een vergunningaanvraag kan worden ingediend, of het vaststellen van specifieke (kwaliteits)eisen. 6. Risico’s en kanttekeningen 1.1 Het niet updaten van de APV brengt juridische risico's met zich mee en maakt de gemeente minder slagvaardig. Als de APV niet wordt geüpdatet, dan kan dit juridische consequenties hebben omdat er in de huidige APV regels staan die juridisch niet langer zijn toegestaan en daarmee impliciet onverbindend zijn.

Daarnaast zijn er belangrijke regels die juist een plek in de APV dienen te krijgen omdat hiermee (krachtiger) kan worden opgetreden tegen bepaalde (nieuwe) maatschappelijke ontwikkelingen en zo bijvoorbeeld ook ondermijning beter kan worden bestreden en/of voorkomen. 7. Alternatieven Het alternatief is om de Algemene plaatselijke verordening niet te updaten. Dit wordt niet geadviseerd. 8. Lasten, baten en dekking Investering: Er gaat geen investering gemoeid met dit voorstel. Eenmalige kosten: Dit voorstel brengt geen eenmalige kosten met zich mee. Structurele kosten: Dit voorstel brengt geen structurele kosten met zich mee. Dekking: Dekking is niet van toepassing. 9. Duurzaamheid en inclusie Er is geen directe relatie tussen duurzaamheid en inclusie en de Algemene plaatselijke verordening. 10. Relatie tot ABG-Organisatie Er is zoveel als mogelijke aansluiting gezocht bij de model-APV van de VNG. Ook in de twee andere ABG-gemeenten wordt om die reden een voorstel tot het updaten van de Algemene plaatselijke verordening voorgelegd. Op deze wijze worden de verordeningen zoveel als mogelijk geharmoniseerd, hetgeen ook met name de efficiency ten goede komt. Omdat de APV een breed scala aan onderwerpen bevat, is echter ook daar waar gewenst voldoende aandacht gegeven aan het behouden van gewenste gemeentelijke couleur locale. 11.

Communicatie en vorm van participatie Na vaststelling dient dit besluit op de gebruikelijke wijze digitaal te worden bekendgemaakt in het elektronisch gemeenteblad. Het besluit zal ook intern op deugdelijke wijze worden

Zaaknummer: 1076182

gecommuniceerd, zodat de uitvoerende medewerkers op de hoogte zijn van de nieuwe bepalingen en deze op correcte wijze kunnen toepassen. 12. Vervolg Planning: Na vaststelling van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Gilze en Rijen 2024 door de gemeenteraad zal deze direct op de wettelijk voorgeschreven wijze worden gepubliceerd zodat de verordening ook daadwerkelijk in werking treedt.

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GILZE EN RIJEN P.A.M. (Monique) van Bavel D.A. (Derk) Alssema Secretaris burgemeester

Bijlage(n): Bijlage 1: Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Gilze en Rijen 2022; Bijlage 2: Algemene plaatselijke verordening gemeente Gilze en Rijen 2024 met bijgehouden wijzigingen; Bijlage 3: Algemene plaatselijke verordening gemeente Gilze en Rijen 2024 (met de wijzigingen geaccepteerd).

Zaaknummer: 1076182

Agendapunt 11. Vergadering d.d. 17 juni 2024 DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders nr. 1076182;

gelet op het bepaalde in; besluit: 1. de Algemene plaatselijke verordening gemeente Gilze en Rijen 2024 vast te stellen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 juni 2024 DE RAAD VOORNOEMD, de griffier,

de voorzitter,

S. van Dijk

D.A. Alssema

Zaaknummer: 1076182

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14251402/1