CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - financiële besluitvorming Midden Brabant Poort fase II-III

Gemeenteraad 15 december 2025, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel financiële besluitvorming Midden Brabant Poort fase II III3.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Commissie Ruimte: Afdeling: Zaaknummer:

2 december 2025

Raadsvergadering:

15 december 2025

Ruimtelijke ontwikkeling 1114616

Portefeuillehouder: Programma:

Wethouder Scheifes

Voorstel voor financiering ontwikkeling Midden Brabant Poort fase II-III

1. Voorgesteld besluit 1. In te stemmen met de wijziging van het plangebied en de grondexploitatie Midden Brabant Poort fase II en vaststelling grondexploitatie Midden Brabant Poort fase II - III 2. In te stemmen met het verstrekken van de noodzakelijke middelen voor het aangaan van de PPS via een BV/CV Midden Brabant Poort fase II-III voor het gemeentelijke deel van 50% van de financieringsbehoefte. 2. Eerdere besluitvorming raad Vastellen structuurvisie met hierin opgenomen Midden Brabant Poort fase II - III Vaststellen grondexploitatie Midden Brabant Poort fase II in de jaarlijkse P&C cyclus Vestigen Wet Voorkeursrecht Gemeenten op plangebied Midden Brabant Poort fase II-III Besluiten tot verstrekken krediet aankoop perceel Vossenberg 7 en Vossenberg 5 3. Samenvatting De gemeente wil starten met de ontwikkeling van een nieuw duurzaam bedrijvenpark bij Midden Brabant Poort in Gilze: Midden Brabant Poort fase II-III. Met deze volgende fase van Midden-Brabant Poort geven we ondernemers toekomstperspectief en maken we ruimte om onze kernen mooier en leefbaarder te houden. Door de financiële besluitvorming van uw raad aangaande Midden Brabant Poort fase II-III, kan het college het volledige plangebied ontwikkelen en daartoe gewenste publiek private samenwerking (pps) met ontwikkelaar Roozen van Hoppe aangaan.

Op deze wijze zijn er middelen voor de verdere ontwikkeling van Midden Brabant Poort fase II-III, de aankoop van alle gronden in het gehele plangebied, de verdere voorbereiding en realisatie. In 2025 en 2026 bereid de pps de realisatie van het bedrijvenpark voor. Zij stelt een omgevingsplan op. Daarbij worden belanghebbenden en omwonenden vanaf begin 2026 actief geïnformeerd en betrokken. We zetten in op een duurzaam bedrijventerrein voor lokale en regionale MKB-bedrijven. Naar verwachting zal in het 1e kwartaal van 2027 uw gemeenteraad worden gevraagd het omgevingsplan vast te stellen.

Zaaknummer: 1114616

Voorstel 4. Inleiding In 2015 is bedrijventerrein Midden Brabant Poort fase II-III (hierna MBP II-III) reeds door uw raad opgenomen in de structuurvisie. In 2023 heeft uw raad een Wvg gevestigd op gronden in MBP II-III. Dit is gedaan als voorbereiding op de mogelijke ontwikkeling van het gebied. Gelijktijdig is gestart met onderzoeken naar de ontwikkelstrategie, ruimtelijke en financiële haalbaarheid. In 2024 en 2025 heeft uw raad reeds ingestemd met de strategische aankopen van twee kavels met opstallen aan de Vossenberg. Op 5 juni 2025 is uw raad geïnformeerd over de stand van zaken van de ruimtelijke- en financiële haalbaarheid, de gekozen ontwikkelstrategie en de planning tot 2035. Daarop heeft het college de onderhandelingen met de voornaamste grondeigenaar/ontwikkelaar Roozen van Hoppe afgerond om te komen tot een publiek private samenwerking. Deze heeft geleid tot de samenwerkingsovereenkomst MBP II-III. Door deze overeenkomst kan de gemeente eigenaar worden van circa 84% van alle gronden in het plangebied. Om deze gronden en de overige benodigde gronden aan te kunnen kopen en het plan verder uit te werken en te realiseren, moet het bestaande financiële plan (de grondexploitatie) aangepast worden en financiering voor door het college aangegane publiek private samenwerking (pps) verstrekt worden.

Het plangebied wordt daarbij vergroot van circa 5 ha naar circa 30 ha bruto. In de aangepaste gemeentelijke grondexploitatie zitten aanvullend kosten voor de resterende aankoop van gronden door gemeente en de voorbereidingsfase om te komen tot het omgevingsplan opgenomen. De complete financiering voor MBP II-III wordt daarmee ter goedkeuring aan uw raad voorgelegd. 5. Argumenten 5.1 Ruimtelijke haalbaarheid voldoende aangetoond Alle relevante ruimtelijke aspecten zijn in de haalbaarheid/definitiefase onderzocht en voldoende aangetoond. Daarmee kan de volgende fase van planvoorbereiding ingezet worden. Om de ruimtelijke haalbaarheid van de ontwikkeling aan te tonen zijn de volgende aspecten op hoofdlijnen onderzocht. Hieronder treft u de voornaamste conclusies per aspect (zie ook bijlage 1: Notitie ruimtelijke haalbaarheid MBP II en III voor een uitgebreide toelichting): 1.

Behoefteonderzoek bedrijventerreinen en regionale afspraken De regionale afspraken (2025) en het lokale behoefteonderzoek bevestigen dat de vraag tot 2040 voldoende is om Midden-Brabant Poort fase II én III te ontwikkelen. Voor Gilze en Rijen is regionaal 29 hectare zachte plancapaciteit geprogrammeerd. Midden-Brabant Poort staat hiermee integraal in de regionale programmering, waarbij gemeenten zijn gevraagd om zowel de harde – als zachte plancapaciteit te ontwikkelen.

2.

Beleidstoets op rijks-, provinciaal- en gemeentelijk niveau Rijk: In de reserveringszone A58 mogen geen gebouwen worden toegestaan. In het vlekkenplan zijn geen gebouwen geprojecteerd binnen de reserveringszone. Provincie: De ingrediënten zijn aanwezig om een deugdelijke onderbouwing te schrijven. Gemeente: Het planvoornemen om MBP II en III verder uit te breiden past binnen de kaders van de structuurvisie zoals vastgesteld door de raad.

Zaaknummer: 1114616

3.

Stikstofdepositie De uitkomst van de AERIUS-berekening op basis van de huidige uitgangspunten is dat er geen depositie plaatsvindt op Natura 2000-gebieden. Daarmee is de ontwikkeling van circa 18 hectare netto bedrijventerrein stikstoftechnisch uitvoerbaar. Om de robuustheid van deze uitkomst te toetsen zijn verschillende afroompercentages doorgerekend: zelfs bij een afroming tot 65% (waarbij 40% thans de norm is bij extern salderen) treedt er geen depositie op. Wel geldt dat de uiteindelijke vergunningverlening en beleidsuitwerking door hogere overheden nog moeten plaatsvinden. Met deze onzekerheid wordt rekening gehouden in de planning van de voorbereiding en realisatie. Eventuele financiële consequenties zijn in de grondexploitatie en de SOK meegenomen en daarmee beheersbaar.

4.

Omgevingsveiligheid Wanneer een strook van 5 meter aan weerszijde van de leiding met 0,6m wordt opgehoogd leidt dit niet tot problemen. Dit is afgestemd met de Gasunie. De veiligheidscontour kan vervallen en er is daarmee er geen veiligheidsrisico meer.

5.

Flora en fauna Ten behoeven van de voorgenomen ontwikkeling zal er aanvullend onderzoek volgen naar marterachtigen en boom bewonende vleermuizen plaatsvinden binnen het plangebied. Het gebied is niet beschermd, maar er bevinden zich wel beschermde diersoorten in het plangebied. Hiervoor zullen mitigerende maatregelen worden getroffen, zowel in de planvoorbereidings- en uitvoeringsfase als in de gebruiksfase. Dit wordt verder opgepakt in de planvoorbereidingsfase.

6.

Bedrijven en milieuzonering Hoe de milieuzonering uiteindelijk planologisch geregeld wordt (oude systematiek of nieuwe systematiek) zal in de planvoorbereidingsfase worden uitgewerkt.

7.

Bodem Er wordt verwacht dat er geen grote bodemverontreiniging is te verwachten in MBP II en III. Het benodigde asbestonderzoek wordt in de planvoorbereidingsfase uitgevoerd en daarin verder opgepakt.

8.

Geur Vanuit geur is beoordeeld dat dit gezien de afstand tot het plangebied de ontwikkeling niet in de weg zal staan.

9.

Archeologie Voor fase II geldt dat er in beginsel geen nader archeologisch onderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Er bestaat altijd het restrisico dat er tijdens de werkzaamheden toch archeologisch waardevolle vondsten worden gedaan. In zo’n geval zullen dan alsnog onderzoek en eventueel opgravingen gedaan moeten worden. Voor het deel vanaf de Vossenberg is de kans op archeologische vondsten reëel; hiervoor wordt in de planvoorbereidings- en uitvoeringsfase aanvullend onderzoek uitgevoerd, conform de wettelijke verplichtingen. In de grondexploitatie is met deze kosten rekening gehouden.

Zaaknummer: 1114616

10.

Niet gesprongen explosieven Er dient nader onderzoek uitgevoerd te worden naar niet gesprongen explosieven. De verwachting is echter dat dit, ook wanneer er niet gesprongen explosieven in het plangebied aanwezig blijken te zijn, de planontwikkeling niet in de weg zal staan. Dit wordt opgepakt in de planvoorbereidingsfase.

11.

Water In het plangebied zal voldoende oppervlaktewater moeten worden gerealiseerd, dit zal naar verwachting een aanzienlijke ruimteclaim met zich meebrengen. Om inzichtelijk te maken hoe de waterberging het beste gerealiseerd kan worden en wat de ruimteclaim naar verwachting zal zijn is het van belang dat er tijdig een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd zal worden, om bijvoorbeeld de doorlatendheid van de bodem en de grondwaterstanden in beeld te brengen. Er is nu reeds een berekening uitgevoerd op basis van de te verwachten grondwaterstand en beleid gemeente en waterschap. Hieruit blijkt dat er voldoende ruimte is voor waterberging. Dit wordt verder opgepakt in de planvoorbereidingfase. In de grondexploitatie is met deze kosten rekening gehouden.

12.

Luchtkwaliteit Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het tot ontwikkeling brengen van het plangebied.

13.

Geluid Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het tot ontwikkeling brengen van het plangebied.

14.

Netcongestie en netcapaciteit Op dit moment lijkt het plan in ieder geval uitvoerbaar te zijn ten aanzien van netcongestie indien volstaan kan worden met kleinverbruik aansluitingen. Het verkrijgen van grootverbruik aansluitingen zal voorlopig, vanwege de beperkte netcapaciteit, maatwerk blijven en kan pas deugdelijk kunnen worden uitgezocht, wanneer duidelijk is welk bedrijf zich op een kavel gaat vestigen en wat de energie en vermogensvraag van zo’n bedrijf is. Het belangrijkste restrisico is dat de capaciteit van het net op een gegeven moment dusdanig beperkt is, dat er ook geen kleinverbruik aansluitingen meer kunnen worden verkregen. Op dit moment lijkt deze situatie in Noord-Brabant echter op korte termijn nog niet aan de orde te komen. Mogelijke oplossingsrichtingen worden gezocht in samenwerking met Enexis en via innovatieve concepten zoals energiehubs en lokale opslag

15.

Verkeer Er is een berekening gemaakt voor het effect van MBP II - III op de omliggende wegen. Er moeten maatregelen worden getroffen aan het omliggend wegennet (rotonde en provinciale weg) om een goede afwikkeling van het verkeer in de toekomst te garanderen. Deze aanpassingen hebben een financiële doorwerking op het project en zijn meegenomen in de kosten van de grondexploitatie. Daarnaast is de Langenbergseweg in beheer bij de provincie, waardoor de uiteindelijke beslissing over het al dan niet treffen van maatregelen aan deze weg bij de provincie ligt. Dit zal worden opgepakt in de planvoorbereidingsfase en uitvoeringsfase.

16.

Duurzaamheid Duurzaamheid staat de haalbaarheid niet in de weg, maar vergt wel gerichte aandacht om daadwerkelijk een duurzaam en toekomstbestendig bedrijventerrein te realiseren Zaaknummer: 1114616

zonder volledig te leunen op het uitgiftepercentage. Door onder andere om zonnepanelen op alle bedrijfsgebouwen (smart grid) te plaatsen, parkmanagement, verplicht regenwateropvang en hergebruik, circulaire bouwprincipes en materialenpaspoorten, en een verplicht mobiliteitsplan per bedrijf. Daartoe heeft het college deze duurzaamheidseisen opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst. Deze eisen zijn opgenomen in de notitie duurzaamheid Midden Brabant Poort fase II-III welke als bijlage bijgevoegd is aan dit voorstel. 17.

Stedenbouw Er is een stedenbouwkundig vlekkenplan opgesteld waarin aangetoond is dat we met de uitgangspunten van een duurzaam bedrijventerrein en de stikstofruimte voor het plangebied circa 18 ha bedrijventerrein kunnen ontwikkelen in het plangebied. Er is voldoende ruimte voor groene buffers naar de omgeving en behoud bestaand bosperceel en waardevolle bomen in het plangebied. Dit model vormt ook de basis voor de financiële doorrekening van het plan.

Zaaknummer: 1114616

Verbeelding: plangebied MBP II-III met stedenbouwkundig vlekkenplan

Zaaknummer: 1114616

5.2 Financiële haalbaarheid voldoende aangetoond Er is een stedenbouwkundige grove opzet (vlekkenplan) uitgewerkt voor MBP II-III welke als basis dient voor de gemeentelijke en publiek private grondexploitatie MBP II-III. De gemeentelijke grondexploitatie fase II-III gaat werken als een grondbank waarin alle verworven gronden ingebracht worden en zeker gesteld. Er zijn ook beheer- en ontwikkelkosten in deze grondexploitatie verwerkt. De planvoorbereiding van verdere grondverwerving en omgevingsplan wordt in deze grondexploitatie gedaan. Dit levert een voorcalculatorisch positief resultaat op eindwaarde per 3112-2035 van circa € 2,62 miljoen positief voor gemeente. Dit is circa € 3,26 miljoen positiever dan de huidige grondexploitatie Midden Brabant Poort fase II. Nadat het omgevingsplan onherroepelijk is, start de publiek private samenwerking met het bouwen woonrijp maken, aankoop gronden uit de gemeentelijke grondbank tegen gemaakte kosten en verkoop van de gronden aan de gewenste bedrijven. Deze grondexploitatie sluit met een voorcalculatorisch positief eindresultaat op eindwaarde per 31-12-2035 van circa € 6,13 miljoen waarvan 50% toevalt aan de gemeente. De financiële haalbaarheid van het plan is hiermee voldoende aangetoond. Er is ook voldoende ruimte om eventuele tegenvallers op te vangen.

In de bij dit raadsvoorstel gevoegde geheime bijlagen 4a,4b Notities Grondexploitatie(s) gemeente en C.V./B.V. MBP II - III wordt een nadere toelichting gegeven op bovenstaande. 5.3 De samenwerkingsovereenkomst MBP II-III meest gunstige ontwikkelstrategie Het college heeft na het vestigen van de Wvg onderzocht welke ontwikkelstrategie de meest gunstige was om te komen tot de gewenste uitbreiding van MBP II-III. In dit specifieke geval is door het college besloten een pps aan te gaan met ontwikkelaar Roozen van Hoppe. Dit heeft de volgende voordelen: 1. Gemeente kan door deelname actief blijven sturen gedurende de voorbereiding en realisatie; Deze ontwikkeling is van gemeente van groot belang. Daarom is de wens om als gemeente een actieve rol te kiezen; 2. Door samenwerking worden ontwikkel risico’s gedeeld. Onder andere stikstof, energieopgave, grondaankopen; 3. Geen lange en kostbare onteigeningsprocedure. Ontwikkelaar kan circa 52% van alle gronden, waaronder ook een boerderij met stikstofrechten, in MBP II- III verwerven. Samen met de gronden van gemeente is daarmee 84% van het plangebied reeds verworven; 4. Gebruik maken van capaciteit, netwerk, kennis ontwikkelaar. Voor een gemeente van een dergelijke grootte is dit een groot voordeel; 5. Ontwikkelaar stemt in met door gemeente gewenste bedrijven en duurzaamheidsambities.

Dit leidt niet tot afzwakken van de kwalitatieve uitgangspunten van gemeente. Daarnaast valt te melden dat gemeente in MBP I een vergelijkbare goed functionerende PPS door middel van eenzelfde B.V./C.V. constructie heeft met deze ontwikkelaar. Deze voordelen zijn verwerkt in de SOK MBP II-III. De gemeente kan dus zelf blijven sturen en tegelijkertijd risico’s delen van de planontwikkeling. Kostbare en tijdrovende onteigening wordt vermeden. Bovendien heeft deze ontwikkelaar capaciteit, kennis en kunde die het kan inzetten. Indien u instemt met de gewijzigde grondexploitatie en financiering voor de B.V./C.V. vervalt de opschortende voorwaarde die in de samenwerkingsovereenkomst staat en is de overeenkomst van kracht. Het college is immers wel bevoegd voor het aangaan van overeenkomsten maar omdat de raad de financiering nog moet verstrekken is dit voorbehoud gemaakt in de samenwerkingsovereenkomst. De samenwerkingsovereenkomst is als een geheime bijlage bijgevoegd bij dit raadsvoorstel zodat uw raad volledige kennis kan nemen van de inhoud van de overeenkomst. Zaaknummer: 1114616

5.4 De gemeente dient haar deel van de PPS te financieren. De PPS is vormgegeven middels een nieuwe C.V./B.V. constructie zoals deze ook voor MBP fase I werkt. Hiervoor moet de raad apart financiën beschikbaar stellen voor de te maken kosten van de grondexploitatie in deze organisatie. Na raadsbesluit zal de nieuwe C.V./B.V. worden opgericht en de uitvoerende taken verder op zich nemen vanaf 2026 om te komen tot een omgevingsplan en verdere stukken voor de noodzakelijke planvoorbereiding. In deze organisatie zitten zowel gemeente als ontwikkelaar. De gemeente blijft daarnaast vanuit haar publiekrechtelijke rol toetsen en is verantwoordelijk voor het in procedure brengen en vaststellen van het omgevingsplan en blijft verantwoordelijk voor haar deel van de nog te verwerven gronden. Aangezien de gemeente voor 50% participeert in deze C.V./B.V., is zij ook verantwoordelijk voor 50% van de uit de C.V./B.V. voortvloeiende liquiditeitsbehoefte en de hiervoor benodigde financieringsbehoefte. De hiermee gepaard gaande financieringskosten komen ten laste van de C.V./B.V. Op basis van de grondexploitatie van de C.V./B.V. is door middel van een cash-flow overzicht deze liquiditeitsbehoefte inzichtelijk gemaakt. De maximale liquiditeitsbehoefte voor de C.V./B.V. bedraagt € 7,43 miljoen. 50%, dus € 3,71 miljoen, hiervan dient door de gemeente gedekt te worden.

Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar de geheime bijlage 4b Notitie Grondexploitatie C.V./B.V. MBP II - III”. 6. Risico’s en kanttekeningen 6.1 Omgevingsplan nog niet onherroepelijk De haalbaarheid is voldoende aangetoond maar pas bij een onherroepelijk omgevingsplan kan de daadwerkelijke aanleg van het bedrijventerrein starten. Mede om deze ontwikkelrisico’s te delen gaan we een pps aan. 6.2 Stikstof Een onderdeel wat in het omgevingsplan hoort maar hier speciaal vermeld wordt, is stikstof. Voor het plan is het oplosbaar zijn van stikstof met intern salderen voldoende aangetoond. Echter moet er nog vanuit hogere overheden beleid worden vastgesteld voor de realisatie/gebruiksfase en de noodzakelijke Natuurwet vergunningen. Hier wordt rekening mee gehouden in de planning van de voorbereiding en realisatie. In de grondexploitatie pps zit voldoende winst om eventueel aanvullende kosten te maken of deels verlies te nemen. Als het bedrijvenpark niet tot ontwikkeling komt, koopt de ontwikkelaar haar gronden terug voor de inbrengwaarde en overige gemaakte (plan)kosten in de grondbank. 6.3 Netcongestie Op het gebied van energie is in Nederland en ook de provincie Noord-Brabant sprake van netcongestie. In de regio Tilburg komt er wel netverzwaring aan maar is onzeker of deze tijdig en voldoende zal zijn.

Daarom is het onderdeel energie een belangrijk onderdeel wat in de planvoorbereiding en realisatie aandacht krijgt. Op dit moment is onderzocht dat we voor veel bedrijven toe kunnen met een standaard 3x80 ampère aansluiting en slimme oplossingen achter de meter. Als back-up onderzoeken we een zogenaamde energyhub die het mogelijk maakt om toch zwaardere aansluitingen te krijgen. Deze energyhub is nodig als we zwaardere bedrijvencategorieën vanuit kernen willen verplaatsen naar deze locatie. De kosten hiervan zijn verwerkt in de pps grondexploitatie. Zaaknummer: 1114616

7. Alternatieven Er zijn in de gemeente geen alternatieve locaties van een dergelijke grootte noch ligging in stedelijk gebied welke gemeente volgens de systematiek van de ladder voor duurzame verstedelijking zou kunnen aanwijzen als alternatieve locatie. Het plangebied is een logisch vervolg op Midden Brabant Poort fase I welke reeds ontwikkeld is. De druk om bedrijfslocaties te ontwikkelen en waar mogelijk lokale bedrijven te verplaatsen leeft sterk bij zowel college als uw raad. 8. Lasten, baten en dekking De totale investeringskosten in de grondexploitatie van de C.V./B.V. bedragen € 34,85 miljoen (prijspeil heden). Deze kosten worden ruimschoots gedekt door de te realiseren opbrengsten uit de verkoop van de te realiseren bedrijfskavels en de te verkopen te handhaven woningen binnen het plangebied. De grondexploitatie van de C.V./B.V. kent dan ook op basis van de huidige inzichten een voorcalculatorisch positief resultaat op eindwaarde per 31-12-2035 van € 6,13 miljoen. Het aandeel van de gemeente in dit resultaat bedraagt 50% derhalve € 3,07 miljoen. De totale investeringskosten in de aangepaste gemeentelijke grondexploitatie bedragen € 19,35 miljoen (prijspeil heden). Deze kosten worden ruimschoots gedekt door de te realiseren verkopen van gronden en opstallen aan de C.V./B.V.

De gemeentelijke grondexploitatie komt dan ook op basis van de huidige inzichten een voorcalculatorisch positief resultaat op eindwaarde per 31-12-2025 van € 2,62 miljoen. Samen met het gemeentelijke aandeel in het resultaat in de C.V./B.V. is er voor de gemeente sprake van een positief resultaat op eindwaarde per 31-12-2035 van € 5,69 miljoen. Wet- en regelgeving, het Besluit Begroting en Verantwoording en het bestemmingsplan vormen de algemene kaders van de te voeren ontwikkelstrategie. Het financieel positieve resultaat van de grondexploitatie komt ten goede aan de algemene reserve grondexploitatie en wordt meegenomen in de doorrekening van het weerstandsvermogen en verwerkt in de jaarstukken 2025. 9. Duurzaamheid en inclusie In het uitgewerkte stedenbouwkundige vlekkenplan is ruim aandacht voor het behoud en de versterking van bestaande groenstructuren en groene bufferzones richting de omliggende omgeving. Er is voldoende ruimte voor waterberging. Het plan bevat meerdere groene assen in Fase II en in fase III blijft de historische groen- en ervenstructuur behouden en wordt deze waar mogelijk versterkt. Zo ontstaat een aantrekkelijk en duurzaam bedrijventerrein en een fraaie overgang naar de omliggende omgeving en het buitengebied. Van het totale bruto plangebied van circa 30 hectare is ruim 10 hectare bestemd voor groen, natuur en waterberging.

Met de realisatie van het bedrijventerrein creëren we ruimte onder andere voor duurzame (her)huisvesting van bedrijven die momenteel elders in de gemeente zijn gevestigd. Daarmee komt op andere locaties ruimte vrij voor nieuwe ontwikkelingen. De duurzaamheidsambities voor dit bedrijventerrein zijn vastgelegd in de notitie Duurzaamheid MBP II–III, waarbij de in 2024 door de gemeenteraad vastgestelde Strategie Duurzaamheid het uitgangspunt vormt.

Zaaknummer: 1114616

10. Relatie tot ABG-Organisatie Niet van toepassing. 11. Communicatie en vorm van participatie Het betreft een grootschalige ontwikkeling. Direct na het collegebesluit zijn belanghebbenden/stakeholders actief geïnformeerd over de door de gemeente gewenste planontwikkeling MBP II-III Er zullen begin 2026 informatieavonden plaatsvinden en er vindt actief omgevingsmanagement plaats om te horen wat de verschillende stakeholders belangrijk vinden bij de planuitwerking zodat we hun adviezen en opmerkingen kunnen meewegen in de verdere planuitwerking. In het formele traject vindt medio 2026 de zogenaamde omgevingsdialoog plaats. 12. Vervolg Planning: -Publicatie aangaan pps MBP II-III in november2025 -Brieven aangaande besluit college en raadsvoorstel naar direct omwonenden in november2025 -Raadsbesluit financiering MBP II-III in december 2025 -Ondertekening Samenwerkingsovereenkomst MBP II-III door college in december 2025 -Oprichten BV/CV MBP II-III begin 2026 -Informatieavonden voor belanghebbenden/stakeholders begin 2026 -Planvoorbereiding omgevingsplan 2025-2026 -Omgevingsdialoog medio 2026 (afhankelijk van de planuitwerking) -In procedure brengen omgevingsplan 4e kwartaal 2026 door college (afhankelijk van de planuitwerking) -Vaststellen omgevingsplan door uw raad 1e kwartaal 2027 (afhankelijk van de planuitwerking) BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GILZE EN RIJEN P.A.M.

(Monique) van Bavel D.A. (Derk) Alssema Secretaris burgemeester

Bijlage(n) : Bijlage 1: Notitie ruimtelijke haalbaarheid Bijlage 2: Notitie duurzaamheid Midden Brabant Poort fase II-III Bijlage 3: Gewijzigde gemeentelijke grondexploitatie Midden Brabant Poort II-III (geheim) Bijlage 4a: Notitie grondexploitatie gemeente Midden Brabant Poort II-III (geheim) Bijlage 4b: Notitie grondexploitatie B.V./C.V. Midden Brabant Poort II-III (geheim) Bijlage 5, 5a t/m e: Samenwerkingsovereenkomst MBP II-III met bijlagen (geheim)

Zaaknummer: 1114616

Agendapunt Vergadering d.d. 15 december 2025 DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders nr. 1114616; gelet op het bepaalde in; besluit: 1. In te stemmen met de wijziging van het plangebied en de grondexploitatie Midden Brabant Poort fase II en vaststelling grondexploitatie Midden Brabant Poort fase II - III 2. In te stemmen met het verstrekken van de noodzakelijke middelen voor het aangaan van de PPS via een BV/CV Midden Brabant Poort fase II-III voor het gemeentelijke deel van 50% van de financieringsbehoefte. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2025 DE RAAD VOORNOEMD, de griffier,

de voorzitter,

M.J. Geerts

D.A. Alssema

Zaaknummer: 1114616

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16220115/2