Raadsvoorstel delegatiebesluiten Omgevingswet
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raadsvergadering: Behandelend medewerker: Cluster: Afdeling
22 november 2021 Bart Nieuwenhuizen/Ronald Naaktgeboren Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke ontwikkeling
Agendapunt: Portefeuillehouder:
Wethouder Diepstraten
Programma:
810
Voorstel tot het nemen van (delegatie)besluiten in het kader van de Omgevingswet
1. Samenvatting Aanleiding De implementatie van de Omgevingswet vraagt diverse noodzakelijke en vereiste raadsbesluiten om op een goede wijze sturing te kunnen geven aan de beleidscyclus, zoals deze geschetst is in de oplegnotitie die terug te vinden is in bijlage 1. Met onderhavig voorstel wordt de raad gevraagd een besluit te nemen over een zevental besluitpunten die hier betrekking op hebben. Gevraagde beslissing U wordt als raad gevraagd een besluit te nemen over de onderstaande besluitpunten, die hier kortheidshalve zijn samengevat: 1. aanwijzen gevallen bindend advies van de raad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; 2. aanwijzen gevallen verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; 3. participatiebeleid bij omgevingsvisie en omgevingsplan; 4. delegeren delen van het omgevingsplan naar college; 5. delegeren voorbereidingsbesluit naar college; 6. instellen gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit; 7. deze besluiten in te laten gaan op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Voor deze punten zijn zes aparte besluiten geformuleerd. Beoogd effect Zie kop 2 ‘Onderbouwing, aanpak, uitvoering’. 2. Onderbouwing, aanpak, uitvoering De besluiten hebben vooral betrekking op het faciliteren van ruimtelijke ontwikkelingen die met het omgevingsplan en een omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt.
Deze besluiten zijn met name van technische aard, noodzakelijk voor de uitvoeringspraktijk. Met deze besluiten zijn geen grote wijzigingen in het beleid van de gemeente beoogd, anders dan noodzakelijk voor een goede toepassing van de Omgevingswet en de daaraan gekoppelde beleidscyclus. Met andere woorden we laten qua besluitvorming alles liggen bij het College en de raad waar dat nu ook al ligt.
Zaaknummer: 352129
Voor een uitleg per besluit wordt verwezen naar de oplegnotitie. Elk (type) besluit wordt hierin nader toegelicht door in te gaan op: • het doel van het besluit; • de huidige en toekomstige situatie onder de Omgevingswet; • de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het opstellen van het conceptbesluit; • de stand van zaken met betrekking tot het conceptbesluit. 3. Alternatieven Het niet nemen van deze besluiten zorgt er onder andere voor dat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet de raad bepaalde verplichtingen uit de Omgevingswet niet nakomt en de bevoegdheidsverdeling tussen de raad en het college niet optimaal c.q. in lijn met het gedachtegoed van de Omgevingswet geregeld is. 4. Lasten, baten en dekking Investering Niet van toepassing. Eenmalige kosten Niet van toepassing. Structurele kosten Niet van toepassing. Dekking Niet van toepassing. 5. Duurzaamheid Er is geen relatie met het thema duurzaamheid. 6. Commissiebehandeling 2 November 2021. 7. Relatie ABG-Organisatie In de gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau worden dezelfde (delegatie)besluiten voorgelegd. 8. Risico’s Niet van toepassing. 9. Vervolg Planning In de besluiten is opgenomen dat deze tegelijkertijd in werking treden met de Omgevingswet.
Zaaknummer: 352129
Communicatie De betreffende besluiten worden, via de gebruikelijke weg (een publicatie in het gemeenteblad), gepubliceerd. BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GILZE EN RIJEN
R.M. (René) Wiersema Secretaris Bijlage(n):
D.A. (Derk) Alssema burgemeester
1. Oplegnotitie raadsbesluiten
Zaaknummer: 352129
Agendapunt
Vergadering d.d. 22 november 2021 DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders nr. 352129; gelet op het bepaalde in de artikelen 2.8, 4.14, 16.15a, 16.15b, 16.55 lid 7, 17.9 van de Omgevingswet en de artikelen 4.21, 10.2 en 10.7 van het Omgevingsbesluit, besluit: 1. Tot het aanwijzen de lijst van categorieën van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, die betrekking hebben op een aanvraag om een omgevingsvergunning, waarvoor de raad als adviseur optreedt, vast te stellen, zoals opgenomen in de bij dit raadsbesluit behorende als zodanig gewaarmerkte ‘Bijlage A - Lijst van categorieën van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarvoor de raad als adviseur optreedt’. 2. Tot het aanwijzen van gevallen van activiteiten, waarin participatie van en overleg met derden verplicht is, voordat een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, kan worden ingediend, volgens de lijst zoals opgenomen in de bij dit raadsbesluit behorende als zodanig gewaarmerkte ‘Bijlage B - Lijst van gevallen van activiteiten, waarin participatie en overleg met derden verplicht is’. 3. Tot het vaststellen van het participatiebeleid bij omgevingsvisie en omgevingsplan, zoals opgenomen in de bij dit raadsbesluit behorende als zodanig gewaarmerkte ‘Bijlage C Participatiebeleid’. 4.
Met betrekking tot de bevoegdheid van de raad tot delegatie van delen van het omgevingsplan: a. De bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders, voor zover: I. die delen van het omgevingsplan betrekking hebben op de delen van bestemmingsplannen en beheersverordeningen die regels voor een wijzigingsbevoegdheid en/of een uitwerkingsplicht (artikel 3.6 Wro) bevatten en krachtens het overgangsrecht als omgevingsplan gelden; II. het betreft het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 4.17 van de Omgevingswet; III. het betreft het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een instructie(regel) van de provincie als bedoeld in afdeling 2.5 van de Omgevingswet. b. Te bepalen dat een afschrift van de door het college van burgemeester en wethouders genomen besluiten, zoals genoemd onder 4, onder a, ter kennis wordt gebracht van de gemeenteraad.
Zaaknummer: 352129
5. a. De bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit voor een locatie met het oog op de voorbereiding van het in het omgevingsplan te stellen regels, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. b. Te bepalen dat een voorbereidingsbesluit dat wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, zoals genoemd onder 5, onder a, onverwijld ter kennis wordt gebracht van de gemeenteraad. 6. De huidige monumenten- en welstandcommissies (Omgevingadvies te Roosendaal respectievelijk het Monumentenhuis Brabant te Geertruidenberg) gezamenlijk in te stellen als de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de taken en bevoegdheden over te dragen aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit: a. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft de minimale taak te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument. b. De commissieleden te benoemen voor een eerste termijn van vier jaar met de optie deze te verlengen met nog eens vier jaar. c. Te benoemen als lid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor een eerste termijn: I. de heer M. de Jong, als deskundige op het gebied van monumentenzorg; II. mevrouw M. van de Looi, als deskundige op het gebied van monumentenzorg; III. de heer D. Ellens, als deskundige op het gebied van monumentenzorg, architectuur en stedenbouw; IV. de heer F.
van den Hout, als deskundige op het gebied van architectuur en stedenbouw; V. de heer G. Vermeulen, als deskundige op het gebied van architectuur en stedenbouw; VI. de heer E. de Bruijn, als deskundige op het gebied van bouw- en, restauratiearchitectuur; VII. mevrouw C. Kersten, als deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg; VIII. de heer M. Visser, als deskundige op het gebied van landschap inrichting. 7. Te bepalen dat dit besluit tegelijkertijd in werking treedt met de Omgevingswet. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 22 november 2021 DE RAAD VOORNOEMD, de griffier,
de voorzitter,
S. van Dijk
D.A. Alssema
Zaaknummer: 352129
Bijlage A - ‘Lijst van categorieën van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarvoor de raad als adviseur optreedt’, behorende bij besluitpunt 1 van het raadsbesluit van 22 november 2021, kenmerk 352129 Lijst van categorieën van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, die betrekking hebben op een aanvraag om een omgevingsvergunning, waarvoor de raad als adviseur optreedt zoals bedoeld in artikel 16.15a en 16.15b van de Omgevingswet. Een advies van de raad is vereist, indien: 1. Sprake is van realisering van woningbouw met inbegrip van daarbij behorende bouwwerken en overige daartoe behorende voorzieningen, als het te realiseren aantal woningen meer dan tien bedraagt of het aantal recreatiewoningen meer dan vijf bedraagt. 2. Het de (ver)bouw van maatschappelijke voorzieningen, commerciële voorzieningen (o.m. winkels, kantoren, bedrijfsruimten) betreft, waarvan als gevolg de vloeroppervlakte aan voorzieningen met meer dan 250 m² toeneemt, met inbegrip van daarbij behorende bijgebouwen en andere voorzieningen. 3. Sprake is van een aanvraag in afwijking van (een) door de gemeenteraad vastgestelde omgevingsvisie en/of welstandsbeleid, tenzij het een ontwikkeling betreft waarbij de gemeenteraad eerder al met een afwijking van die omgevingsvisie of gelijkwaardig strategisch beleid heeft ingestemd. 4.
Sprake is van een aanvraag die betrekking heeft op nieuwvesting of uitbreiding van een agrarisch bedrijf ten behoeve van intensieve veehouderij met een bouwvlak groter dan 1,5 hectare, tenzij het een ontwikkeling betreft waarvoor de gemeenteraad reeds eerder een afwijking van de provinciale Omgevingsverordening, heeft aangevraagd. 5. Sprake is van een initiatief dat betrekking heeft op de opwek van duurzame energie, welke niet passend is binnen de daarvoor vastgestelde beleidskaders.
Zaaknummer: 352129
Bijlage B - ‘Lijst van gevallen van activiteiten, waarin participatie en overleg met derden verplicht is’, behorende bij besluitpunt 2 bij het raadsbesluit van 22 november 2021, kenmerk 352129 Lijst van gevallen van activiteiten, waarin participatie en overleg met derden verplicht is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, die betrekking hebben op een aanvraag om een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet. Bij welke ruimtelijke ontwikkelingsprojecten willen we dat er sprake is van participatie? Wij stellen participatie van en overleg met derden uitsluitend verplicht voor de volgende ruimtelijke ontwikkelingsprojecten: 1. De bouw van één of meer woningen. 2. De bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. 3. De uitbreiding van een gebouw met ten minste 100 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen. 4. De functiewijziging van een of meer gebouwen die ‘legaal’ voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functie(s) tenminste 100 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt. 5. De bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 100 m² bruto-vloeroppervlakte. 6.
De uitbreiding en/of vestiging van, of omschakeling naar een veehouderij; - de uitbreiding van een bestaand glastuinbouwbedrijf; - de vestiging van mestbewerking/vergisting of een toename van de gebruiksoppervlakte van bebouwing voor mestbewerking/vergisting; als bedoeld in de Provinciale Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Zaaknummer: 352129
Bijlage C - ‘Participatiebeleid Omgevingsvisie en Omgevingsplan’, behorende bij besluitpunt 3 bij het raadsbesluit van 22 november 2021, kenmerk 352129
Participatiebeleid Omgevingsvisie en Omgevingsplan Artikel 1 Reikwijdte participatiebeleid Voor de omgevingsvisie en het omgevingsplan geldt er een motiveringsplicht voor de gemeenteraad, hoe inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Voor het omgevingsplan geldt tevens een kennisgevingsplicht. Het participatiebeleid dat de gemeenteraad voor deze twee onderdelen vaststelt, is bindend voor het vaststellend bestuursorgaan en ook van toepassing op het voorbereidend bestuursorgaan. Met dit participatiebeleid geeft de gemeenteraad haar visie op de toepassing van participatie bij een beleidsvoornemen tot wijziging van het gemeentelijk beleid dat betrekking heeft op de fysieke leefomgeving bij het gebruik van een omgevingsvisie en het omgevingsplan in de zin van de Omgevingswet. Artikel 2 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van dit beleidskader wordt verstaan onder: • Participatie: het betrekken van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding tot wijziging van gemeentelijk beleid dat betrekking heeft op de fysieke leefomgeving bij het gebruik van een omgevingsvisie, een omgevingsplan en/of een programma in de zin van de Omgevingswet.
• Beleidsvoornemen: een voornemen tot het wijzigen van bestaand gemeentelijk beleid dat betrekking heeft op de fysieke leefomgeving bij het gebruik van een omgevingsvisie of een omgevingsplan in de zin van de Omgevingswet. Artikel 3 Participatie 1. Het college van B&W besluit bij de voorbereiding van een beleidsvoornemen of participatie onderdeel uitmaakt van beleidsontwikkeling. 2. Participatie is in ieder geval verplicht, indien: a. het redelijkerwijs is te verwachten dat bij de voorbereiding van een beleidsvoornemen de gevolgen voor de fysieke leefomgeving aanzienlijk zijn of aanzienlijk kunnen zijn; b. (de verwachting is dat) het beleidsvoornemen een grote maatschappelijke impact heeft. 3. Het college van B&W kan besluiten om van participatie af te zien, indien: a. inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; b. het beleidsvoornemen van ondergeschikte betekenis is, dan wel uitsluitend of hoofdzakelijk om juridisch-technische dan wel redactionele redenen plaatsvindt; c. er sprake is van uitvoering van regelingen van hogere regelgeving waarbij de gemeenteraad weinig tot geen beleidsvrijheid heeft, of verzoeken of aanwijzingen van andere overheden worden opgevolgd; d.
de inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen al op een andere manier in een vroeg stadium bij de voorbereiding van het beleidsvoornemen zijn betrokken en voldoende aannemelijk is dat de gemeenteraad daardoor alle relevante belangen bij de afweging heeft kunnen betrekken; e. het belang van participatie voor de besluitvorming over de uitvoering van een beleidsvoornemen volgens het college van B&W niet opweegt tegen het algemeen spoedeisend belang; f. het belang van participatie niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad richting kwetsbare groepen in de samenleving. 4. Het college van B&W brengt het procesbesluit als bedoeld in het eerste lid ter kennis aan de gemeenteraad. Zaaknummer: 352129
Artikel 4 Participatieproces 1. Het college van B&W stelt bij de start van elk participatieproces vast op welke wijze participatie wordt toegepast. 2. Daarbij neemt het college van B&W over in elk geval de volgende punten een besluit: a. het doel en de intentie van participatie en de schaal waarop de participatie aan de orde is; b. het niveau van participatie, waarbij een keuze wordt gemaakt uit: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen; c. wie de deelnemers zijn van het participatieproces; d. of duidelijk is aangegeven op welke onderdelen de inbreng van betrokkenen nog van invloed is en welke onderdelen slechts ter informatie zijn; e. de wijze en het tijdstip waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; f. de wijze waarop deelnemers over de voortgang op de hoogte worden gehouden; g. hoe de communicatie rondom een participatieproces is georganiseerd; h. de wijze en het tijdstip waarop het college van B&W reageert op de uitkomsten van het participatieproces; i. of en zo ja hoe de evaluatie van het participatieproces plaatsvindt; j. de begroting en kosten van het participatieproces. 3. Het college van B&W maakt in het geval van een omgevingsplan voorafgaand aan het participatieproces op gepaste wijze het voornemen hiertoe bekend. In deze kennisgeving worden in ieder geval de punten 2b, 2c en 2e meegenomen. 4.
Indien het door omstandigheden nodig is om de inrichting van het participatieproces tussentijds aan te passen, zorgt het college van B&W ervoor dat dit op gepaste wijze bekend wordt gemaakt. 5. Het college van B&W brengt het procesbesluit als bedoeld in art. 4 lid 1 ter kennis aan de gemeenteraad. Artikel 5 Eindverslag participatieproces 1. Ter afronding van het participatieproces stelt het college van B&W een eindverslag op. 2. Het eindverslag bevat in elk geval: a. een overzicht van het gevolgde participatieproces; b. een weergave van de inbreng van de deelnemers; c. een reactie van het college van B&W op de inbreng als bedoeld onder 2b, met redenen omkleed welke punten al dan niet van invloed zullen zijn op het beleidsvoornemen; d. een overzicht van de afspraken die op basis van het participatieproces zijn gemaakt. 3. Voor de beantwoording van de inbreng van adviesorganen zijn de specifieke afspraken tussen het college van B&W en het adviesorgaan van toepassing. 4. Het college van B&W draagt er zorg voor dat het eindverslag openbaar wordt gemaakt. 5. Het college van B&W legt het eindverslag ter kennisgeving voor aan de gemeenteraad.
Zaaknummer: 352129
Artikel 6 Citeerregel Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Participatiebeleid Omgevingsvisie en Omgevingsplan’. Toelichting: Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de Handreiking Participatie onder de Omgevingswet en het raadsbesluit Verplichte participatie bij Omgevingsvergunning.
Zaaknummer: 352129