Oplegnotitie D66 mbt RIB Tussentijdse evaluatie basisondersteuning
Tekst van het document
Oplegnotitie Fractie : D66 Stuk : RIB Tussentijdse evaluatie basisondersteuning (21 april 2026) Commissie : Samenleving Datum : 1 juni 2026 Reden bespreking van dit stuk in de commissie: Inleiding Uit de evaluatie over Q1 2025 ontstaat het beeld van een consortium van vijf organisaties dat met goede intenties is gestart. Tegelijkertijd laat de uitwerking van de visie, de onderlinge samenwerking en de bereikte resultaten nog ruimte voor verbetering zien. Op dit moment wordt dit ook nog onvoldoende zichtbaar gemaakt in de praktijk. De tussenevaluatie van Queste benoemt een aantal aandachtspunten in de huidige werkwijze:
Er wordt nog niet gewerkt vanuit een volledig gedeelde en doorleefde visie; De vertaling van deze visie naar de uitvoering vraagt verdere concretisering; In de uitvoering spelen organisatorische afstemmingsvraagstukken die voortgang beïnvloeden; Hoewel de organisatie op papier helder is ingericht, blijkt in de praktijk sprake van versnippering en organisatorische knelpunten; Op bestuurlijk niveau is de governance nog niet overal eenduidig, met onduidelijkheid over regie en eigenaarschap; De financiële processen worden als complex en beperkt transparant ervaren; Het is nog onvoldoende inzichtelijk in hoeverre de beoogde maatschappelijke effecten en output worden gerealiseerd, mede doordat het registratiesysteem nog in ontwikkeling is; De integratie van VIP-voor-elkaar verloopt niet optimaal.
De evaluatie benoemt ook positieve elementen, met name de betrokkenheid en inzet van de deelnemende partijen. Conclusie De evaluatie laat zien dat het consortium op dit moment niet voldoet aan de verwachtingen en dat een aantal randvoorwaarden voor een effectieve samenwerking verdere uitwerking vraagt. Met name op het gebied van gezamenlijke sturing, uitvoering en inzicht in resultaten liggen er duidelijke verbeterpunten. De toekomst Voor onze fractie roept de evaluatie de vraag op in hoeverre deze samenwerkingsvorm in de huidige opzet effectief is. Ook is het de vraag of deze werkwijze aantoonbaar een verbetering vormt ten opzichte van de eerdere situatie. Op dit moment zien wij de meerwaarde onvoldoende terug in de resultaten.
1
Dat leidt bij ons tot de zorg dat de huidige organisatievorm relatief complex en kostbaar is, terwijl de maatschappelijke opbrengsten nog beperkt zichtbaar zijn. Wij vinden het daarom belangrijk om kritisch te bezien of deze inrichting de juiste basis biedt voor de beoogde doelen, of dat bijsturing nodig is. Daarnaast zijn wij van mening dat de positie van de lokale organisatie VIP-voorelkaar binnen het consortium heroverwogen moet worden. Op basis van de huidige inzichten lijkt deze samenwerking voor VIP-voor-elkaar meer knelpunten dan voordelen op te leveren. Wij vinden het daarom passend om te onderzoeken of een andere positionering beter aansluit bij de doelstellingen en het functioneren van deze organisatie. De volgende aspecten willen wij aan de portefeuillehouder vragen: 1. Waarom heeft het één jaar geduurd voordat de evaluatie met ons werd gedeeld? 2. Is de wethouder van mening dat de prestaties van het consortium basisondersteuning volgens onze (gemeentelijke) verwachtingen heeft gepresteerd? 3. Zijn er over de acht punten die in de Inleiding zijn genoemd inmiddels betere signalen te geven (die gestaafd worden door feiten)? 4.
Bent u bereid om de huidige opzet van het consortium en de samenwerking kritisch te heroverwegen en, waar nodig, te komen tot een effectievere inrichting? Daarbij vragen wij u ook expliciet de optie te betrekken om de huidige constructie aan te passen of te beëindigen, bijvoorbeeld door vanaf 2027 de subsidierelatie anders vorm te geven. 5. Bent u met ons van mening dat het wenselijk is om de positie van VIPvoor-elkaar binnen het consortium opnieuw te beoordelen, en daarbij te onderzoeken of een (gedeeltelijke) loskoppeling kan bijdragen aan een effectievere en doelmatigere uitvoering van haar taken? De volgende aspecten willen wij met de commissieleden bespreken: - Het tekortschieten van de samenwerking binnen het consortium van de basisondersteuning - Betere wegen om de basisondersteuning voor Gilze en Rijen te bereiken Aan de andere commissieleden hebben wij de volgende vragen: De vragen 2, 4 en 5 aan de portefeuillehouder Wij willen dit stuk in 2 termijnen behandelen
2