Ontwerponderbouwing Rijen NO Deelproject 1 Riekevoort-Mosselaar
Tekst van het document
Ontwerponderbouwing Project: Rijen Noord Oost, duurzame herinrichting van wijken en straten Deelproject 1: Riekevoort/Mosselaar Versie: Definitief D.d. 29 november 2021 Inhoud: • •
Inleiding Onderbouwing: 1. Verkeer en parkeren 2. Groen en biodiversiteit 3. Openbare verlichting, meubilair, speelplekken, bebording en afvalinzameling 4. Klimaatadaptatie en duurzaamheid 5. Riolering en Kabels en Leidingen
Inleiding Wat is er opgenomen in het Programma van Eisen (vastgesteld door College d.d. 29-10-2020)? Algemene eisen en randvoorwaarden (projectbreed): • Voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. • Voldoen aan van toepassing zijnde beleidsdocumenten zoals o.a. de verkeersvisie, het gemeentelijk rioleringsplan, het groenstructuurplan, het koersdocument duurzaam Gilze en Rijen, kapbeleid enz. • Voldoen aan normen en richtlijnen van betrokken overheidsinstanties, zoals bv. het Waterschap en de Provincie. • Voldoen aan de Algemeen Plaatselijke Verordening. • Gebruikmaking van de meest recente RAW-bepalingen. • De projectscope betreft de volgende straten: Riekevoort, Mosselaar, Doornbos, Zaaren, Sterkenhoeve, Wouwerbroek en Breebroek. Om de wateroverlast te kunnen verminderen is het nodig om ook in aangrenzende straten en/of elders in Rijen Noord-Oost (riolerings)maatregelen te treffen. De noodzakelijke (riolerings)maatregelen elders dan in de hierboven genoemde straten vallen buiten de scope van dit project. • Integraal project: boven- en ondergrondse herinrichting. Dus naast de maaiveldinrichting worden ook de riolering en indien nodig de K&L aangepast.
• Tijdens het ontwerptraject wordt uiteraard rekening gehouden met de financiële consequenties van de verschillende varianten en keuzemogelijkheden; dit geldt zowel voor de korte als (middel)lange termijn kosten (en kostenbesparingen). Het financiële aspect wordt meegenomen in de beoordeling van de verschillende varianten en oplossingen. Waarmee wordt in het ontwerp rekening gehouden? • Wet- en regelgeving • Gemeentelijk beleid en ambities • Vastgesteld Programma van Eisen Rijen Noord Oost (zie hierboven) • Afwegingsnotitie bomen (vastgesteld) • Bewonersparticipatie o Wensen en aandachtspunten vanuit bewoners • Afstemming stakeholders en belanghebbenden o Verkeer (politie, fietsersbond, VVN, BVL) o NLGR o Leystromen o Inclusie • Mogelijkheid tot toekomstig beheer en onderhoud • Projectdoelstellingen duurzaamheid en klimaatadaptatie
1 Verkeer Wat is er opgenomen in het Programma van Eisen (vastgesteld door College d.d. 29-10-2020)? Verkeerskundige eisen en randvoorwaarden (projectbreed): • Voldoen aan de van toepassing zijnde beleidsdocumenten zoals de verkeersvisie en het oplaadpuntenbeleid. • Handhaven van de verkeersnetwerken en –gebieden zoals opgenomen in de verkeersvisie. • Handhaven van de maximum snelheid van maximaal 30 km/h. Woonerven, uitritconstructies en andere voorrangssituaties hoeven niet te worden gehandhaafd. • Toepassing elementenverhardingen. • Uitzonderingen worden niet op voorhand uitgesloten maar principe uitgangspunt is het tweerichtingsverkeer te handhaven. • Voldoen aan de ASVV- en CROW-richtlijnen (o.a. minimale afmetingen voor de diverse wegen en paden); uitzonderingen daargelaten waar de fysieke ruimte ontbreekt • Wens: mogelijkheden onderzoeken om de veiligheid voor fietsers te verhogen. • Meenemen eisen en richtlijnen t.a.v. toegankelijkheid minder-validen en/of mensen met een beperking. • Streven is om minimaal het huidige aantal parkeerplaatsen terug te brengen. Waar mogelijk zoeken naar uitbreiding; verschuivingen kunnen plaatsvinden als gevolg van het inrichtingsplan. • Meenemen aantallen parkeerplekken voor gehandicapten volgens geldende normen. • Meenemen uitbreiding van het aantal gereserveerde parkeerplaatsen voor het laden van elektrische voertuigen.
• Particuliere inritten handhaven. • Bereikbaarheid en toegankelijkheid voor nood- en hulpdiensten (calamiteiten) moet gewaarborgd zijn. Wat is er opgehaald aan informatie bij bewoners en stakeholders? • Er wordt te hard gereden, snelheid moet omlaag. • Er is parkeerdruk, indien mogelijk extra parkeerplaatsen realiseren. • Er wordt regelmatig erg kort op de zijstraten geparkeerd; dit geeft onoverzichtelijkheid en is zodoende verkeersonveilig. Hier moeten we iets op bedenken. • Er mag nu vrij op de rijbaan geparkeerd worden; dit geeft een rommelig en onoverzichtelijk beeld. Het heeft daarom de voorkeur om parkeervakken buiten de rijbaan aan te leggen of om de parkeervakken duidelijk te markeren. • Drukte nabij de school tijdens openings- en sluitingstijden; verkeersveiligheid i.v.m. schoolgaande kinderen is een belangrijk aandachtspunt. • Veilige oversteekplekken realiseren zodat kinderen en ouderen veilig kunnen oversteken.
Onderbouwing Voorlopig Ontwerp Rijbaan: De rijbaan van de Riekevoort versmallen naar 5,50 m. De rijbaanbreedte van de Mosselaar aanpassen naar 5,00 m. Waarom deze maatregel? • De versmalling werkt optisch verkeersremmend en is dus een snelheidsremmende maatregel. De Riekevoort iets breder houden i.v.m. de doorgaande functie en het haaksparkeren. • Deze maten vallen binnen de richtlijnen uit het ASVV 2012 van het CROW voor 30 km zones. De rijbaan is nog ruim voldoende breed om verkeer elkaar te laten passeren. Snelheidsremmende maatregelen: Aanleg gelijkwaardige verhoogde kruisingsvlakken/plateaus (verkeer van rechts heeft voorrang). Waarom deze maatregel? • De plateaus hebben een verhoging (drempelwerking) en een andere kleur; daardoor werken ze attentieverhogend en snelheidsremmend. • Verkeer van rechts heeft voorrang; dit zorgt ervoor dat de snelheid uit de doorgaande rijbaan gehaald wordt; in ieder geval ter hoogte van de zijstraten. • Versmallen van de rijbaan (zie hierboven). Toelichting: De bebording voor de woonerven wordt hierdoor op enkele locaties wat naar achteren verplaatst zodat de verkeerskundige regimes (woonerf – 30 km zone) duidelijk gescheiden zijn. Waarom geen versmallingen? • Werken minder snelheidsremmend als er geen tegenliggers zijn.
• Bij onvoldoende ruimte in het profiel moet de fietser ook door de versmalling; dit gaat ten koste van de verkeersveiligheid van de fietser. Waarom geen chicanes? • Bij onvoldoende ruimte in het profiel moet de fietser ook door de chicane; dit gaat ten koste van de verkeersveiligheid van de fietser. • Deze maatregel neemt veel ruimte in beslag. Vanwege de parkeervakken is het moeilijk om hier geschikte locaties voor te vinden. • Deze oplossing is niet echt passend binnen 30 km zones. Waarom geen asverspringing (Riekevoort)? • Is een ingrijpende en kostbare maatregel. Naast aanpassingen in de bovengrondse situatie zijn met name de aanpassingen in de ondergrondse infrastructuur een grote ingreep met bijbehorende kostenpost (verleggen riolering en K&L). • De ruimte in het profiel om deze aanpassing verkeerskundig goed in te kunnen passen is te beperkt. Parkeren: Aanleg parkeerhavens buiten de rijbaan, zowel langsparkeren als haaksparkeren (waar de ruimte daarvoor beschikbaar is). Dus parkeren op de rijbaan zoals in de huidige situatie is, op enkele uitzonderingen na, niet meer mogelijk. Waarom deze maatregel? • Op de rijbaan staan geen auto’s meer (verspreid) geparkeerd. Dit komt de verkeersveiligheid van de fietser ten goede. • Het geeft een duidelijk en overzichtelijk straatbeeld. • De aanleg van parkeerhavens buiten de rijbaan (i.c.m.
verhoogde plateaus) zorgt ervoor dat het niet meer mogelijk is om auto’s zeer kort op de aanliggende zijstraat te parkeren zoals in de huidige situatie gebeurt (en nu ten koste gaat van de overzichtelijkheid en veiligheid).
Toelichting: • In zijn totaliteit brengen we in de Riekevoort ca. drie parkeergelegenheden meer terug dan in de huidige situatie. Dit is een inschatting aangezien er in de huidige situatie geen gemarkeerde parkeerplekken op de rijbaan aangegeven zijn. Het exacte aantal is in de huidige situatie dus moeilijk hard vast te stellen; we hebben daarvan een inschatting gemaakt. In de Mosselaar kunnen in de huidige situatie ca. zes auto’s op/langs de rijbaan parkeren; al voldoen deze locaties niet aan de lengte- en breedterichtlijnen. In de toekomstige situatie worden negen volwaardige parkeervakken gerealiseerd. Ook hier dus een toename van ca. drie parkeergelgenheden. • Langsparkeervakken: 6,00 m. lang en 2,00 m. breed. Naast groenstroken zijn de parkeerstroken voorzien van een uitstapstrook. De parkeerstroken worden voorzien van een vakindeling; dit zorgt voor duidelijkheid en overzichtelijkheid. Haakse parkeervakken: 5,00 m. diep en 2,50 m. breed. Achter het parkeervak 5,50 m. vrije ruimte beschikbaar houden om in- en uit te kunnen parkeren. Maatvoering conform richtlijnen ASVV 2012 van het CROW. • Vanwege de projectdoelen op het gebied van klimaatadaptatie en groen worden de parkeervakken (deels) uitgevoerd in waterdoorlatende verharding.
Hierdoor kan het regenwater infiltreren (klimaatadaptatie), wordt hittestress tegengegaan en tevens geeft dit een groene uitstraling in de straten. • Aanwezige mindervalide parkeerplaatsen volgens geldende normen en richtlijnen terugbrengen. Waarom geen schuine (haakse) parkeervakken? • Deze zijn voor straten met tweerichtingsverkeer minder geschikt. • Evenals bij haakse parkeervakken moet bij schuine parkeervakken rekening gehouden worden met voldoende vrije ruimte om in en uit te kunnen parkeren. Op verschillende locaties is de ruimte hiervoor niet aanwezig. Voetpaden: Er worden volwaardige trottoirs voor voetgangers gerealiseerd. Uitgangspunt is dat deze 1,80 m. breed zijn (niet breder). Op locaties waar dit niet haalbaar is kan versmald worden tot een breedte van 1,50 m. (niet smaller). Toelichting: • We willen de hoeveelheid verharding in de straten waar mogelijk beperken. Daarom passen we geen trottoirs breder dan 1,80 m. toe. Eventuele restruimte zetten we bij voorkeur in als groenstrook (klimaatadaptatie en biodiversiteit) i.p.v. verharding. Fietstoegankelijkheid: Er worden geen aparte verkeerskundige voorzieningen voor het fietsverkeer toegepast. Belangrijkste reden is dat we hier te maken hebben met woonstraten die geen onderdeel uitmaken van een hoofdfietsroute.
Toch is het realiseren van een fietsvriendelijke inrichting voor de fietser (veiligheid en comfort) een belangrijk doel in het ontwerptraject. Waarom deze insteek? •
Conform de ASVV 2012 van het CROW worden in een 30 km/zone geen aparte verkeerskundige voorzieningen voor het fietsverkeer toegepast; er is sprake van gemengd auto- en fietsverkeer. Zo ook hier niet. Toch moet rekening gehouden worden met voldoende ruimte voor de fietser in het straatprofiel.
Toelichting:
• •
Het aantal obstakels wordt geminimaliseerd (b.v. geparkeerde auto’s en bepaalde typen snelheidsremmende maatregelen zoals wegversmallingen en chicanes waarbij de fietser uit moet wijken). Rekening houden met de toepassing van materialen welke geschikt zijn voor de veiligheid en het comfort van het fietsverkeer (denk aan het voorkomen van gladheid, oneffenheden enz.).
Waarom geen fietsstroken of fietsstraat? • In een 30 km zone is, conform de ASVV 2012 van het CROW, sprake van gemengd verkeer tussen fietsers en auto’s. Vanwege de (landelijke) uniformiteit houden we hier zoveel als mogelijk aan vast. • De beschikbare ruimte in het straatprofiel is vaak niet aanwezig om dit verkeerskundig goed en veilig in te kunnen passen. • De Riekevoort en Mosselaar zijn géén onderdeel van een hoofd-fietsroute. • Een fietsstraat wordt aangelegd òf als onderdeel van een belangrijke doorrijroute (bijvoorbeeld onze snelfietsroute F58), òf vanwege een inrichtingskeuze (vanwege het fietsgebruik etc.). Uitgangspunt is dat, wil een fietsstraat functioneren, er een groot aantal fietsers overheen moet fietsen en het aandeel autoverkeer relatief beperkt is. Het is dan duidelijk dat de fietser de dominante weggebruiker is. Dat is hier niet het geval. Inritten: De particulier inritten worden uiteraard gehandhaafd. De inritten naar de aanliggende woonerven worden omgevormd naar gelijkwaardige kruisingen. Waarom deze maatregel? • •
De voorrangssituatie (gelijkwaardige kruisingen) is hierdoor voor alle zijstraten hetzelfde en geeft een eenduidig straatbeeld. We willen voorkomen dat er verschillende voorrangssituaties van toepassing zijn. De aanleg van gelijkwaardige kruisingen zorgt voor snelheidsremming (drempelwerking en voorrang voor verkeer van rechts).
Oversteekvoorzieningen voetgangers: In een 30 km zone zijn, conform de ASVV 2012, expliciete oversteekplaatsen normaliter niet aan de orde. Uitgangspunt is dat overal overgestoken kan worden. Toch worden in dit deelproject drie oversteekplaatsen gerealiseerd. Waarom deze insteek? •
Vanwege de aanwezigheid van een basisschool met de daarbij behorende voetgangersaantallen van met name kinderen, is ervoor gekozen een drietal oversteekvoorzieningen te realiseren. Twee daarvan bevinden zich in de Riekevoort en één in de Mosselaar.
Toelichting: • Voor de locaties is gekeken naar de looproutes van en naar de basisschool. De oversteekplaatsen in de Riekevoort bevinden zich op de verhoogde plateaus. Qua verkeersveiligheid zijn deze locaties het meest geschikt omdat hier sprake is van snelheidsremming van het autoverkeer (drempelwerking en voorrang voor rechts). • De oversteekplaatsen in de Riekevoort zullen uitgevoerd worden in duidelijke markering. Belangrijk is uiteraard dat de oversteekplaatsen duidelijk herkenbaar zijn en opvallen in het straatbeeld. • De oversteekplaats in de Mosselaar is gelegen naast de basisschool. Nog meer dan dat geldt voor de overige oversteekplaatsen is de verkeersveiligheid hier prioriteit. Op deze locatie
wordt in het vervolgtraject extra aandacht besteed aan bebording, begeleidingsmateriaal en/of markering om de verkeerssituatie zo duidelijk mogelijk te benadrukken. Over deze oversteekplaats en ook over de inrichting grenzend aan de school heeft afstemming met BS De Brakken plaatsgevonden. Inclusiviteit: In de uitwerking van het ontwerp houden we rekening met inclusiviteit; het streven is de openbare ruimte voor eenieder toegankelijk te maken. Er vinden gesprekken met een werkgroep inclusie plaats waarin we gevoed worden met aandachtspunten, ideeën en suggesties. Denk bijvoorbeeld aan: • Rolstoelvriendelijk inrichten: o Zo min mogelijk obstakels. o Bandverlagingen niet te steil uitvoeren. o Bandverlagingen in de straat op logische locaties tegenover elkaar. o Voorkomen van wortelopdruk. o Aandacht voor de toepassing van materialen (bv. ongelijke materialen als oude gebakken klinkers in een trottoir zijn voor rolstoelgebruikers onwenselijk). o Enz. •
Aandacht in de materialisatie en uitvoering voor blinden en slechtzienden: o Het fysiek markeren van de overgangen in verkeerskundige situaties (zijstraten, oversteekplaatsen enz.). o Het voorkomen van oneffenheden. o Het voorkomen van wortelopdruk. o Enz.
2 Groen en biodiversiteit Wat is er opgenomen in het Programma van Eisen (vastgesteld door College d.d. 29-10-2020)? Eisen en randvoorwaarden t.a.v. groen (projectbreed): • Voldoen aan de van toepassing zijnde beleidsdocumenten zoals onder andere groenstructuurplan, kapbeleid, Handboek Bomen (richtlijnen technische uitwerking), APV afdeling 3 bewaren van houtopstanden. Het bomenbeleid wordt momenteel opgesteld. De verwachting is dat dit in de loop van 2021 gereed en vastgesteld is. Het zal dan ook als uitgangspunt voor dit project dienen. • Er is op voorhand geen algemeen vastgestelde insteek of voorkeur ten aanzien van het behoud of juist kap van bomen. Er wordt gezocht naar een zo optimale duurzame inrichting, rekening houdende met de verschillende belangen van alle stakeholders. • Op voorhand is dan ook niet te zeggen waar en op welke locaties het noodzakelijk zal zijn om bomen te kappen. Dat hangt af van diverse aspecten zoals o.a. veiligheid, de herinrichtingsontwerpen, de noodzakelijke K&L- en rioleringswerkzaamheden, beheeraspecten en de huidige levensvatbaarheid en restlevensduur van de bestaande bomen. Tijdens het participatie- en ontwerptraject zal dit zodoende beter duidelijk worden. Het projectdoel is een duurzame en klimaatbestendige herinrichting.
Bovengenoemde aspecten worden met dat einddoel voor ogen tegen elkaar afgewogen en uiteindelijk wordt er een afgewogen besluit genomen wat te doen met de huidige bomen. • Indien het niet mogelijk is bestaande bomen te handhaven (vanwege bovenstaande aspecten) dan wordt uitgegaan van herplant volgens het geldende kapbeleid (compensatie). Bij de herplant wordt gekeken naar soorten met de juiste eigenschappen voor de betreffende straten. Te denken valt aan eigenschappen als grootte, vorm, vruchtdracht, mate van wortelopdruk, bladval enz. Indien herplant niet volledig binnen het projectgebied mogelijk is, en dat lijkt aannemelijk, worden de mogelijkheden hiervoor in de nabije omgeving gezocht. • Toepassen van bodem- en standplaatsverbetering (conform normen) bij nieuw te planten bomen en plantvakken. Indien mogelijk wordt ook bij bestaande bomen standplaatsverbetering toegepast. Standplaatsverbetering is een belangrijke maatregel om wortelopdruk tegen te gaan en/of te voorkomen. • Vanwege de gewenste biodiversiteit en klimaatbestendigheid is het streven extra (gevarieerd) groen (beplanting, gras, hagen enz.), waar fysiek mogelijk, op te nemen in het ontwerp. De soortkeuze wordt door de gemeente bepaald op basis van groenkenmerken, biodiversiteit en een zo groot mogelijke bijdrage aan klimaatadaptatie.
Uiteindelijk blijft er een lijst met soorten over waaruit de bewoners kunnen kiezen. Een meer biodiverse en klimaatbestendige inrichting zorgt er eveneens voor dat het toekomstige beheer en onderhoud hierop aangepast moet worden. • Bij de herinrichting wordt aansluiting gezocht bij het aangrenzende, in ontwikkeling zijnde nieuwbouwplan “Tussen de Leijen”. Projectdoelstellingen biodiversiteit (vastgesteld door projectgroep) Doelstellingen: • Bij nieuwe aanplant kiezen voor minimaal drie verschillende boomsoorten per straat/deelproject. Binnen het project kiezen voor minimaal tien verschillende boomsoorten. Aandachtspunten: o De toe te voegen bomen dienen aantoonbaar (d.m.v. een onderbouwing) bij te dragen aan het dierenleven. Ten aanzien van de gewenste criteria en mogelijke soortkeuzes zal het team Groen om advies gevraagd worden.
•
•
Bij zowel nieuwe als te handhaven bomen structurele groeiplaatsverbetering toepassen. Aandachtspunten: o De exacte hoeveelheid m3 is maatwerk en afhankelijk van de situatie en boven- en ondergrondse beperkingen en mogelijkheden. We houden daarbij zoveel als mogelijk rekening met de documentatie van het norminstituut bomen. Toepassen van een extensief beheerd wild gras en/of bloemenmengsel op delen van de locaties waar dit fysiek mogelijk is; denk aan de grotere groenperken en/of wadi’s.
Wat is er opgehaald aan informatie bij bewoners en stakeholders? • De bomen in de straat (platanen) zijn te groot geworden en zorgen voor overlast en schades door met name wortelopdruk. Het straatwerk wordt door de wortels omhoog gedrukt (zowel op openbaar als op particulier gebied) met onveilige situaties tot gevolg. Daarnaast zorgen de boomwortels voor schades aan particuliere eigendommen (b.v. aan funderingen en huisaansluitingen van kabels en leidingen). • De algemene voorkeur is de huidige grote bomen te vervangen voor nieuwe bomen welke kleiner blijven in hun uiteindelijke omvang zodat de huidige problemen in de toekomst niet meer zullen voorkomen.
Onderbouwing Voorlopig Ontwerp Vervanging platanen (tussen rijbaan en particuliere tuinen): De platanen worden gekapt. Er worden nieuwe bomen in straat terug geplant welke een uiteindelijk kleinere omvang zullen krijgen dan de huidige platanen. Ter onderbouwing van deze maatregel is een afwegingsnotitie opgesteld waarop besluitvorming door het college heeft plaatsgevonden. Waarom deze maatregel? • Voor de onderbouwing wordt verwezen naar het collegebesluit (d.d. 11-05-2021) incl. bijbehorende bijlagen waaronder de afwegingsnotitie. Deze zijn als bijlagen bij deze ontwerponderbouwing toegevoegd. Handhaven diverse overige bomen (onderzoek): In de straat bevinden zich, naast de platanen, nog enkele andere bomen: zachte essen (7 stuks) en haagbeuken (2 stuks). Vanwege de inrichting is het noodzakelijk om drie stuks zachte essen te verwijderen. De insteek is om de overige vier stuks zachte essen en de twee haagbeuken te handhaven. Deze zorgen niet of nauwelijks voor wortelopdruk. Of dit lukt hangt af van de technische (on)mogelijkheden welke we in het voorbereidingstraject verder onderzoeken. Daarnaast zijn er in de Riekevoort ca. 7 stuks jonge bomen aanwezig die enkele jaren geleden zijn aangeplant. Enkelen van deze kunnen we handhaven en enkelen verplanten we naar een andere locatie in de straat. Waarom deze maatregel? • We willen voorkomen dat bomen onnodig gekapt worden.
Dus het streven is, waar dit binnen de mogelijkheden van de herinrichting past, bestaande bomen te handhaven (mits toekomstbestendig). • Ook hiervoor wordt verwezen naar het eerdergenoemde collegebesluit (d.d. 11-05-2021) incl. bijbehorende bijlagen. Verwijderen bomen in groenperken t.b.v. de aanleg van wadi’s: In het plan worden wadi’s en verlagingen gerealiseerd. Om deze wadi’s aan te kunnen leggen is het noodzakelijk om bomen te kappen en (gedeeltelijk) nieuwe bomen terug te planten. Er worden één lichte verlaging en een tweetal wadi’s aangelegd waarvoor respectievelijk acht, acht en negentien bomen verwijderd moeten worden. Daarvoor komen op dezelfde locaties terug respectievelijk acht, zeven en negen bomen. Deze nieuw aan te planten bomen staan in de wadi’s; het zijn dus soorten die goed bestand zijn tegen (periodiek) natte omstandigheden. Door Vermeulen Boomadvies is een Bomen Effect Analyse opgesteld om de gevolgen voor de groenstructuur in kaart te brengen; tevens is een advies gegeven voor de verdere uitwerking. Dat advies volgen we op. Waarom deze maatregel? •
•
De aanleg van wadi’s is een klimaatadaptieve maatregel waarmee getracht wordt de negatieve gevolgen van droogte tegen te gaan. In de wadi’s kan namelijk het regenwater de bodem intrekken. Daarnaast kunnen de wadi’s dienst doen als tijdelijke buffer in situaties van hevige regenval ter voorkoming van wateroverlast op straat en in woningen. Het lokaal bufferen en laten infiltreren van regenwater is een eis van het Waterschap. Voor het grote groenvak nabij de kruising Riekevoort-Mosselaar speelt tevens het volgende: de huidige bomen staan te kort op elkaar waardoor ze elkaar hevig moeten beconcurreren om voldoende zonlicht te krijgen. Om de meest gezonde/sterke bomen weer voldoende kans te geven om zich te ontwikkelen en om in zijn algemeenheid de groenstructuur te verbeteren dient er een dunning plaats te vinden.
Waarom de bomen niet laten staan en daaromheen de wadi’s aanleggen? • Het is niet mogelijk om rondom bomen een verlaging aan te leggen. De wortels komen bloot te liggen waardoor de bomen het niet zullen overleven. Daarnaast zijn de huidige bomen niet bestand tegen de (tijdelijk) natte omstandigheden in de wadi. Waarom niet minder (of geen) wadi’s zodat we de bomen kunnen sparen? • Conform het gemeentelijk beleid en de projectdoelstellingen proberen we waar mogelijk regenwater lokaal te laten infiltreren. Ook is dit een eis van het Waterschap. Echter is het ook beleid om zoveel mogelijk groen te handhaven (mits toekomstbestendig) en waar mogelijk juist toe te voegen met als doel de groenstructuur te verbeteren. We proberen in dit geval beide doelen te bereiken maar moeten daarvoor wel een lange termijn visie voor ogen houden. Het zal namelijk een tijd duren voordat de nieuw aangeplante bomen in de wadi’s hun uiteindelijke omvang bereikt hebben. Groenvakken, groenstroken, boomspiegels: Op diverse locaties in de straten worden de bomen in grote groenvakken aangeplant. Waar mogelijk brengen we verlagingen aan in deze groenvakken om regenwater in op te vangen. De nieuwe bomen op deze locaties zijn bestand tegen de (tijdelijk) nattere omstandigheden. Op de locaties waar uitsluitend afzonderlijke boomspiegels mogelijk zijn hebben deze een minimale afmeting van 2,00 x 2,50 m.
(aangevuld met bomengranulaat onder de verharding). Naast kort gras is het mogelijk om op deze locaties middelhoge onderbeplanting, grassen en/of bloemenmengsels aan te brengen. Op sommige locaties staan de bomen in een plantvak of haag (Mosselaar). Waarom deze maatregel? • • • •
De groenvakken, groenstroken en boomspiegels geven een groene uitstraling aan de straat; zeker als er een gevarieerde onderbeplanting aangebracht wordt. Dit komt de biodiversiteit ten goede. In de verlagingen in de groenvakken kan regenwater opgevangen worden. Dit is een klimaatadaptieve maatregel; door water lokaal te laten infiltreren wordt droogte tegengegaan. Doordat de bomen in het groen staan kan er voldoende vocht de wortels bereiken. Hierdoor is de boom minder genoodzaakt haar vocht elders te zoeken, b.v. onder de verharding of in de tuinen van bewoners. In de Mosselaar is gekozen voor een haag (zoals ook in de huidige situatie) om het ongecontroleerd oversteken van kinderen naar de basisschool te voorkomen (barrièrewerking). Vanzelfsprekend geeft deze haag een groene uitstraling aan de straat.
Beplanting in de wadi’s: De wadi’s zijn hiervoor al aan bod gekomen. Dit zijn verlagingen van ca. 0,50 – 0,70 m. diep in de groenperken. Waar mogelijk brengen we in de verlagingen diverse beplanting aan: bomen, middelhoge onderbeplanting, grassen en/of bloemenmengsels. Waarom deze maatregel? • • •
Het lokaal bufferen van regenwater is een eis van het Waterschap. De groenvakken, groenstroken en boomspiegels geven een groene uitstraling aan de straat; zeker als er een gevarieerde onderbeplanting aangebracht wordt. Dit komt de biodiversiteit ten goede. In de verlagingen in de groenvakken kan regenwater opgevangen worden. Dit is een klimaatadaptieve maatregel; door water lokaal te laten infiltreren wordt droogte tegengegaan.
Boomsoorten nieuwe aanplant:
We brengen minimaal drie verschillende boomsoorten terug in de straat. Momenteel staan er categorie 1 bomen in de straat (platanen). Deze categorie komt niet terug; de nieuwe aanplant heeft maximaal categorie 2. De exact toe te passen boom- en plantensoorten gaan we in overleg met bewoners bepalen. We hebben een lijst van tien mogelijk geschikte soorten opgesteld; daarbij gekeken naar soorten die een positieve bijdrage hebben op het gebied van biodiversiteit. Aan de hand van een enquête gaan we de bewoners vragen om hun voorkeuren uit de vooraf opgestelde lijst door te geven. Op basis van de resultaten van de enquête zullen we de definitieve soorten vaststellen. Waarom deze maatregel? • • •
•
De geselecteerde boomsoorten dragen op zichzelf bij aan de biodiversiteit voor het plantenen dierenleven. De toepassing van verschillende soorten in de straten (i.p.v. één soort) zorgt voor positieve effecten op de biodiversiteit. De huidige bomen zijn erg groot geworden; op de locaties waar de bomen dicht op de huizen staan leidt dit tot overlast zoals wortelopdrukproblemen, overhangende takken enz. Dit willen we in de toekomst voorkomen. Daarom planten we bomen terug van categorie 2 of 3. Deze hebben een kleinere eindomvang dan de huidige bomen. In de wadi’s kunnen wel grotere bomen aangeplant worden. Aanplant van bomen zorgt voor het tegengaan van hittestress. Uiteraard heeft dit het grootste effect op het moment dat de bomen hun uiteindelijke omvang hebben bereikt.
‘Groene’ en waterdoorlatende parkeerplaatsen: De parkeerplaatsen worden uitgevoerd in een waterdoorlatende en groene bestrating. Hiervoor gebruiken we een grasbetonsteen; deze steen heeft openingen waar gras in kan groeien. Waarom deze maatregel? • • • •
Het regenwater kan door de stenen heen in de bodem trekken. Ook hiervoor geldt dat lokale infiltratie van regenwater bevordert wordt en droogte wordt tegengegaan (klimaatadaptieve maatregel). Deze ‘groene’ parkeerplaatsen zorgen ervoor dat de bodem minder snel opwarmt dan in het geval waarin deze volledig verhard zouden worden. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het tegengaan van hittestress. Deze maatregel is in lijn met de projectdoelstelling om zo min mogelijk verharding toe te passen en groen waar mogelijk. Deze stenen zorgen voor een groene uitstraling van de straten.
Ondergrondse groeiplaatsverbetering bij nieuwe en te handhaven bomen: Waarom deze maatregel? •
Dit zorgt ervoor dat de boom voldoende mogelijkheid heeft om haar wortelgestel te kunnen ontwikkelen en gezond te kunnen groeien. De wortels zijn hierdoor minder genoodzaakt om hun voeding en vocht elders te gaan zoeken, b.v. onder de tegelverharding of in de tuinen van bewoners.
3 Openb. verlichting, meubilair, speelplekken, bebording en afvalinzameling Wat is er opgenomen in het Programma van Eisen (vastgesteld door College d.d. 29-10-2020)? Eisen en randvoorwaarden (projectbreed): • Voldoen aan de van toepassing zijnde beleidsdocumenten zoals het Beleidsplan Openbare Verlichting. • Uitgangspunt is om de bestaande openbare verlichting zoveel als mogelijk te handhaven; de afgelopen jaren zijn de lichtmasten vernieuwd naar led-verlichting. Aangezien de inrichting van de straten zal wijzigen zijn verplaatsingen van de lichtmasten uiteraard wel aan de orde; uitgangspunt daarbij is dat het lichtniveau per straat op niveau blijft. • Meubilair (o.a. afvalbakken, bankjes, paaltjes, fietsklemmen) hergebruiken indien dit nog voldoet aan de kwalitatieve normen. Indien dit niet het geval is wordt nieuw materiaal toegepast. • Bestaande speelplekken handhaven; vervangen indien deze niet meer voldoen aan de kwalitatieve (veiligheids)eisen. Er worden geen nieuwe speellocaties toegevoegd. • Huidige bebording (verkeersborden en straatnaamborden/huisnummerborden) handhaven indien deze nog voldoen aan de kwalitatieve normen. Zo niet, dan vervangen voor nieuwe materialen. • Globaal handhaven van de huidige inzamellocaties voor afval (boven- en ondergrondse afvalcontainers); voldoen aan de randvoorwaarden om deze te kunnen ledigen.
Waar de aanbiedlocaties te klein zijn wordt gekeken naar uitbreiding. Indien sprake is van verplaatsingen dan voldoen aan de richtlijnen voor maximale loopafstanden. Wat is er opgehaald aan informatie bij bewoners en stakeholders? • In het participatietraject zijn deze onderwerpen niet of nauwelijks aan bod gekomen.
Onderbouwing Voorlopig Ontwerp Locaties afvalcontainers: In het definitieve ontwerp zijn locaties voor de opstelplaatsen van containers opgenomen. Vanwege de beperkte ruimte is het soms noodzakelijk om de parkeerplaatsen tijdens ophaaldagen in te zetten als containeropstelplaats. In de verdere voorbereiding wordt dit onderwerp verder uitgewerkt.
4 Klimaatadaptatie en duurzaamheid Wat is er opgenomen in het Programma van Eisen (vastgesteld door College d.d. 29-10-2020)? Eisen en randvoorwaarden t.a.v. klimaatadaptatie en duurzaamheid (projectbreed): • Voldoen aan de van toepassing zijnde beleidsdocumenten zoals onder andere: o Koersdocument duurzaam Gilze en Rijen; o Klimaatstresstest; o Klimaatkaart Gilze en Rijen. • Hergebruik van materialen (verharding, kolken enz.) indien deze nog voldoen aan de kwalitatieve normen; eventueel ook van materialen vrijgekomen elders uit de gemeente. • De mogelijkheden worden onderzocht om het regenwater te bergen en/of infiltreren in het projectgebied of de nabije omgeving. Te denken valt aan wadi’s, waterdoorlatende en/of waterpasserende verharding, infiltratiekoffers, buffering in het riool, infiltratieriolering, gebruik van de rijbaan als buffer enzovoorts. Als gevolg van de aangenomen motie “Afkoppelen” is dit een randvoorwaarde binnen het project geworden. In dit kader zal afstemming gezocht worden met het aangrenzende nieuwbouwplan “Tussen de Leijen”. • Vanwege de gewenste biodiversiteit en klimaatbestendigheid is het streven extra (gevarieerd) groen (beplanting, gras, hagen etc.) waar mogelijk op te nemen in het ontwerp. De locaties en toe te passen soorten beplanting en bomen zodanig kiezen dat hittestress in de buurt wordt verminderd en een biodiverse wijk ontstaat.
We vragen bewoners hierin mee te denken en te participeren. • Er zal onderzocht worden of er gebruik gemaakt kan worden van duurzame materialen. Te denken valt bijvoorbeeld aan gerecyclede betonproducten en niet uitloogbare materialen. In het ontwerptraject moet met dit aspect rekening gehouden worden. Uiteraard dienen deze materialen te voldoen aan de vastgestelde kwaliteitscriteria (KOMO en KIWA certificaten, NEN normen etc.). Verder onderzoeken of het mogelijk is de af te voeren materialen te hergebruiken als grondstof voor de productie van nieuwe materialen (ongeacht of deze in het project Rijen NO toegepast gaan worden). Projectdoelstellingen klimaatadaptatie en circulair (vastgesteld door projectgroep) Doelstellingen klimaatadaptatie: • Het risico van wateroverlast door extreme regenbuien terugdringen. Het streven is dat er bij een bui van 70 mm geen hemelwater de woningen en bedrijven mag inlopen. Aandachtspunten: o Doelstelling uit het GRP en Masterplan riolering Rijen Noord Oost; o Het Waterschap eist 60 mm berging in het gebied voordat er afgevoerd wordt op het aangrenzende watersysteem; o Water op straat als buffer is toelaatbaar; o Aanleg waterbufferende toepassingen + zorgdragen voor voldoende afvoercapaciteit de wijk uit. o De mogelijkheden en onmogelijkheden hiervoor zijn afhankelijk van meerdere factoren en projectkeuzes.
• Alleen noodzakelijke aanleg verharding (rijbaan, parkeerplaats, trottoir). De verdere openbare ruimte invullen met een groeninvulling en/of klimaatadaptieve maatregelen. • Afkoppelen regenwater: op die locaties waar het mogelijk is hemelwater bufferen en lokaal laten infiltreren d.m.v. diverse toepassingen. Aandachtspunten: o Doelstelling uit het GRP en Masterplan riolering Rijen Noord Oost;
o
•
Aanleg van wadi’s, greppels en groenstroken daar waar ruimte beschikbaar is (draagt ook bij aan de terugdringing van hittestress); o Parkeerplaatsen en/of rijbaan in waterdoorlatende/passerende verharding incl. waterbergende fundering; o Aanleg groene parkeerplaatsen d.m.v. grasbetontegelvarianten. In geval van nieuwe aanplant van bomen de locaties kiezen passend in de omgeving. De volgende factoren zijn daarbij o.a. van belang: situering t.o.v. particulier gebied, ondergrondse groeiruimte, (toekomstige) schaduwwerking ter voorkoming van hittestress, situering t.o.v. daken.
Doelstellingen circulair: • Hergebruik gebakken materialen. • Hergebruik betonmaterialen. Aandachtspunten: o Per deelproject wordt een inventarisatieronde gedaan en beoordeeld welke betonmaterialen voor hergebruik geschikt zijn. • Hergebruik niet her te gebruiken verhardingsmaterialen. Aandachtspunten: o Bestaande niet her te gebruiken verhardingsmaterialen van beton niet ter plaatse breken en gebruiken als funderingsmateriaal maar juist afvoeren naar een verwerkingsinrichting die dit materiaal (recyclinggranulaat) gebruikt als toeslagmateriaal in het primaire productieproces voor het maken van nieuwe verhardingsmaterialen van beton. Voor funderingsmaterialen alternatieve materialen gebruiken (bijvoorbeeld menggranulaat). • Specificaties nieuwe betonmaterialen. Aandachtspunten: o Voor de materialen waarvoor dit procedé al mogelijk is, is het streven om de nieuwe betonmaterialen voor (een deel) 15% (vervangingspercentage, uitgedrukt in % v/v ten opzichte van het totale volume toeslagmateriaal) van de toeslagmaterialen te laten bestaan uit secundaire toeslagmaterialen. Voor geschikte materialen zie de productbladen van bouwcirculair (https://moederbestek.nl/beton/productblad/). Wat is er opgehaald aan informatie bij bewoners en stakeholders? • In het participatietraject zijn deze onderwerpen niet of nauwelijks aan bod gekomen.
Onderbouwing Voorlopig Ontwerp Aanleg van wadi’s: In het plan worden een drietal wadi’s aangelegd. Waarom deze maatregel? • • •
De aanleg van wadi’s is een klimaatadaptieve maatregel waarmee getracht wordt de negatieve gevolgen van droogte tegen te gaan. In de wadi’s kan namelijk het regenwater de bodem intrekken. Daarnaast kunnen de wadi’s dienst doen als tijdelijke buffer in situaties van hevige regenval ter voorkoming van wateroverlast op straat en in woningen. Het lokaal bufferen en laten infiltreren van regenwater is een eis van het Waterschap. Terugdringen van hittestress.
Groenvakken, groenstroken, boomspiegels: Op diverse locaties in de straten worden de bomen in grote groenvakken aangeplant. Waar mogelijk brengen we verlagingen aan in deze groenvakken om regenwater in op te vangen. Op de locaties waar uitsluitend afzonderlijke boomspiegels mogelijk zijn hebben deze een minimale afmeting van 2,00 x 2,50 m. Waarom deze maatregel? • • • •
In de groenvakken, groenstroken en boomspiegels, en met name in de verlagingen, kan regenwater opgevangen worden. Dit is een klimaatadaptieve maatregel; door water lokaal te laten infiltreren wordt droogte tegengegaan. Tevens geven de verlagingen in situaties van hevige regenval extra buffercapaciteit en leveren ze hiermee een bijdrage aan de eis van het Waterschap. Terugdringen van hittestress. De Riekevoort heeft een breed profiel. Dit biedt ruimte om extra groen in de straat aan te brengen. Dit is in lijn met het doel om, waar mogelijk, de “vrije ruimtes” zoveel als mogelijk in te vullen met groen i.p.v. verharding.
‘Groene’ en waterdoorlatende parkeerplaatsen: De parkeerplaatsen worden uitgevoerd in een waterdoorlatende en groene bestrating. Hiervoor gebruiken we een grasbetonsteen; deze steen heeft openingen waar gras in kan groeien. Waarom deze maatregel? • • •
Het regenwater kan door de stenen heen in de bodem trekken. Ook hiervoor geldt dat lokale infiltratie van regenwater bevordert wordt en droogte wordt tegengegaan (klimaatadaptieve maatregel). Deze ‘groene’ parkeerplaatsen zorgen ervoor dat de bodem minder snel opwarmt dan in het geval waarin deze volledig verhard zouden worden. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het tegengaan van hittestress. Deze maatregel is in lijn met de projectdoelstelling om zo min mogelijk verharding toe te passen en groen waar mogelijk.
Hergebruik huidige materialen: Waar de huidige verhardingsmaterialen nog voldoen aan de kwaliteitseisen worden deze hergebruikt.
5 Riolering en Kabels en Leidingen Wat is er opgenomen in het Programma van Eisen (vastgesteld door College d.d. 29-10-2020)? • Voldoen aan de van toepassing zijnde beleidsdocumenten zoals onder andere het gemeentelijk rioleringsplan, de algemene verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI) Gemeente Gilze en Rijen en de Overeenkomst K&L Brabant Water. • Vanwege schadevorming zal de riolering in diverse straten vervangen moeten worden. Tevens wordt het gemengd stelsel aangepast naar een gescheiden stelsel (als gevolg van de motie “Afkoppelen”). Dit betekent dat in de straat een extra rioolbuis wordt aangelegd welke het regenwater van de straat en gedeeltelijk van de particuliere percelen zal opvangen waarna het afgevoerd kan worden naar lokaal oppervlaktewater en/of lokaal geïnfiltreerd in de bodem. In het ontwerptraject moet met dit aspect rekening gehouden worden. Er zal onderzocht worden tot in hoeverre het mogelijk is om de dakoppervlakken en tuinen van particulieren af te koppelen. • Er zal gezocht worden naar mogelijkheden om het regenwater, op de locatie waar dit in het projectgebied valt, in de ondergrond te infiltreren, te bergen en als laatste oplossing af te voeren via het regenwaterriool. Te denken valt aan wadi’s, waterdoorlatende en/of waterpasserende verharding, infiltratiekoffers enz.
Als gevolg van de aangenomen motie “Afkoppelen” is dit een randvoorwaarde binnen het project geworden. In het ontwerptraject moet met dit aspect rekening gehouden worden. Zoals eerder vermeld kan het zijn dat hierdoor ook (riolerings)maatregelen getroffen moeten worden in aangrenzende straten en/of elders in Rijen Noord-Oost. • Er wordt gezocht naar technische maatregelen om de wateroverlast in de straten uit de projectscope, en waar mogelijk in aangrenzende straten en omgeving, te verminderen. In het ontwerptraject moet met dit aspect rekening gehouden worden. • Op diverse locaties zullen werkzaamheden aan de K&L plaats moeten vinden. Deze werkzaamheden kunnen gevolgen hebben voor de mogelijkheden ten aanzien van het ontwerp en de uiteindelijke inrichting. K&L verleggingen worden uitgevoerd conform het standaard K&L dwarsprofiel van de gemeente. Met de NUTS bedrijven vindt hierover afstemming plaats. In het ontwerptraject moet met dit aspect rekening gehouden worden. • Bluspunten moeten zodanig in het ontwerp opgenomen worden dat deze in de toekomst buiten vrij toegankelijk zijn. Afstemming hierover vindt plaats met de brandweer en het waterleidingbedrijf. In het ontwerptraject moet met dit aspect rekening gehouden worden. • Bij gereserveerde parkeerplaatsen om elektrische voertuigen op te laden worden laadpalen geplaatst.
Hiervoor moet de ondergrondse infrastructuur geschikt zijn. In het oplaadpuntenbeleid zijn de van toepassing zijnde eisen en randvoorwaarden hiervoor opgenomen. Wat is er opgehaald aan informatie bij bewoners en stakeholders? • In het participatietraject zijn deze onderwerpen niet of nauwelijks aan bod gekomen.
Onderbouwing Voorlopig Ontwerp Afkoppelen; aanleg gescheiden stelsel: Voor geheel Rijen NO wordt is een masterplan Afkoppelen opgesteld en door het college vastgesteld. De rioleringsmaatregelen in de Riekevoort/Mosselaar zijn in overeenstemming met dit masterplan. Momenteel ligt in de straten een gemengd rioolstelsel. In dit systeem wordt het vuilwater samen met het regenwater afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Dit systeem wordt aangepast naar een gescheiden stelsel. Dat betekent dat het vuilwater gescheiden wordt van het regenwater. Het regenwater van de straat en, waar mogelijk, het regenwater van de aangrenzende daken van de huizen, wordt afgevoerd via een nieuw regenwaterstelsel. In de toekomst wordt dit regenwater afgevoerd naar oppervlaktewater in de omgeving. Het vuilwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Om dit mogelijk te maken worden er in de straat twee rioolbuizen aangelegd. Waarom deze maatregel? • •
Tegengaan van de negatieve gevolgen van droogte. Het is gemeentelijk beleid om af te koppelen. Ten eerste willen we het regenwater lokaal laten infiltreren (wadi’s, groenstroken e.d.). Omdat de capaciteit van deze lokale infiltratiemogelijkheden niet voldoende is moet er daarnaast een regenwaterstelsel aangelegd worden waarin we het regenwater in de nabije omgeving op het oppervlaktewater kunnen lozen (en niet te moeten afvoeren naar de rioolwaterzuivering).
Instandhouding Kabels en Leidingen tracés: Bij realisatie van het ontwerp kunnen de kabels en leidingen tracés grotendeels intact blijven. Vanuit technisch en financieel oogpunt is dat een gunstig gegeven. Dit aspect wordt verder uitgewerkt in de technische uitwerking.