CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderzoeksrapport - ondersteuning bij psychische kwetsbaarheid GR

Raadscommissie Samenleving 16 februari 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Ter kennisname stukken:14.198 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Vaak is er sprake van beperkte sociale bronnen, waardoor mensen met een psychische kwetsbaarheid (mede) zijn aangewezen op professionele ondersteuning. Het is dus belangrijk dat er een individuele ondersteuningsstructuur is voor mensen met een ernstige psychische kwetsbaarheid die er is wanneer dat nodig is, die bijdraagt aan de ontwikkeling van sociale bronnen (en daar ook onderdeel van en ondersteunend aan is), die integraal is (ondersteuningswensen moeten in samenhang met elkaar worden opgepakt) en die perspectief geeft (Hoof et al., 2016). 3.3 Psychische hulp en behandeling Veel mensen met een ernstige psychische kwetsbaarheid geven aan dat er sinds de tijd dat zij leven met een psychische kwetsbaarheid te weinig is gevraagd naar wat er met hen is gebeurd, wat precies hun kwetsbaarheid is en wat precies hun weerbaarheid is. Het is nodig dat er voldoende goede psychische hulp en behandeling beschikbaar komen voor mensen met een psychische kwetsbaarheid en dat er daarbij voldoende aandacht is voor het omgaan met kwetsbaarheden, het levensverhaal en het herstelvermogen van mensen met een psychische kwetsbaarheid (Hoof et al., 2016). 3.4 Toegang tot en ondersteuning bij werk, onderwijs en inkomen Veel mensen met een psychische kwetsbaarheid zouden graag een betaalde baan willen indien er daarbij ruimte is voor hun kwetsbaarheid.

Werk is naast een belangrijke bron van inkomsten ook een belangrijke bron van sociale contacten. Het is nodig om de bereidheid van werkgevers om ook mensen met een psychische

kwetsbaarheid in dienst te nemen actief te mobiliseren. Daarnaast is het nodig om ondersteuning op maat aan zowel de werkgever als de werknemer te ontwikkelen, zodat het werk en de werkomstandigheden naar tevredenheid van beide partijen georganiseerd kan worden. Problemen rond de toegankelijkheid van de arbeidsmarkt worden door het Trimbos Instituut en door Bureau Beke genoemd als risicofactor voor verward gedrag (Planije & Hoof, 2016; Kuppens, Van Wijk, Van Ham & De Jager, 2016). Ook voor het kunnen volgen van onderwijs is het noodzakelijk dat er meer individueel maatwerk en meer individuele ondersteuning kan worden geboden. Daarnaast is aandacht nodig voor de financiële situatie van mensen met een ernstige psychische kwetsbaarheid (Hoof et al., 2016). Ook voor het voorkomen van verward gedrag is het belangrijk dat armoede en schuldenproblematiek worden voorkomen en worden aangepakt, omdat dit grote stressfactoren kunnen zijn (Planije & Hoof, 2016). 3.5 Ontmoeting, uitwisseling en emancipatie De belangrijkste wens van veel mensen met een ernstige psychische kwetsbaarheid is het hebben van meer betekenisvolle sociale contacten. Daarom moet ‘ontmoeting’ de rode draad zijn in een inclusieagenda. Het is nodig om op allerlei manieren de mogelijkheden tot ontmoeting te faciliteren en organiseren. Dat kan in individuele netwerken, in de wijk en in de regio.

Het kan ook in allerlei samenstellingen: mensen met een psychische kwetsbaarheid onderling, of mensen met een psychische kwetsbaarheid en mensen die minder kwetsbaar zijn. Daarnaast kan ontmoeting ook plaatsvinden met medewerkers van de GGZ en met medewerkers van maatschappelijke organisaties. Het is van groot belang om in het proces van sociale inclusie ook het includeren en emanciperen van mensen met een psychische kwetsbaarheid het uitgangspunt te laten zijn. Anders is sociale inclusie als einddoel niet haalbaar. Maatschappelijke initiatieven door en voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, zoals zelfregiecentra en herstelacademies, moeten daarom ook gefaciliteerd worden (Hoof et al., 2016).

4. Organiseren van een goede ondersteuningsstructuur Veel mensen met een ernstige psychiatrische kwetsbaarheid beschikken over beperkte sociale bronnen (vrienden, familie en collega’s), terwijl zij juist behoefte hebben (soms ook voor langere tijd) aan extra ondersteuning. Voor deze ondersteuning (mentaal, sociaal, praktisch en maatschappelijk) zijn zij vaak mede op professionele ondersteuning aangewezen. In hoofdstuk drie werd beschreven dat een ondersteuningsstructuur er moet zijn wanneer dat nodig is, moet bijdragen aan de ontwikkeling van sociale bronnen van mensen en integraal en perspectiefvol moet zijn. Een belangrijke vraag is hoe gemeenten tot een dergelijke ondersteuningsstructuur kunnen komen. Welke elementen moet een goede ondersteuningsstructuur bevatten? In dit hoofdstuk worden de belangrijkste elementen weergegeven. 4.1 Ondersteuning vanuit de GGZ Vanuit de GGZ ontvangen mensen met een psychische kwetsbaarheid vaak ondersteuning, maar vaak is dit laag-intensieve ondersteuning vanuit algemene GGZvoorzieningen. ACT teams en FACT teams bieden aan een klein deel van totale groep mensen relatief intensieve zorg (vergeleken met andere ambulante GGZ voorzieningen), maar ook FACT-cliënten ontvangen gemiddeld genomen slechts één contact per week.

De zorgintensiteit is dus beperkt en veel mensen met een psychische kwetsbaarheid zouden graag meer ondersteuning willen ontvangen. Hoof et al. (2016) geven aan er meer capaciteit nodig is vanuit de GGZ voor het bijdragen aan een ondersteuningsstructuur. Dit zou georganiseerd kunnen worden door een andere verdeling van de GGZ-middelen. Zowel professionals als mensen die in het verleden verward gedrag hebben vertoond, benadrukken verder dat een stabiele basis in de hulpverleningsrelatie en continuïteit van zorg van groot belang zijn (De Wit, Van Straaten & Nagelhout, 2018). 4.2 Ontwikkelen van nieuwe organisatievormen Naast het ophogen van de capaciteit voor het bijdragen aan een ondersteuningsstructuur vanuit de GGZ is het belangrijk dat er organisatievormen worden ontwikkeld. Organisatievormen die cliënten, hun naasten en professionals (vanuit de GGZ en vanuit andere zorg- en maatschappelijke voorzieningen) beter in staat stellen om elkaar en elkaars omgeving te leren kennen en die ervoor zorgen dat zij gemakkelijker toegankelijk voor elkaar zijn. Dit kan onder andere bereikt worden door middelen en menskracht vanuit de GGZ te verplaatsen naar meer geïntegreerde voorzieningen in de wijk.

Door het werken vanuit geïntegreerde voorzieningen op wijkniveau en door samen te werken met en rondom individuele cliënten in de wijk kunnen (samenwerkings-)relaties ontstaan die natuurlijker en wederkeriger zijn. (Samenwerkings-)relaties tussen verschillende mensen met een psychische kwetsbaarheid, hun sociale netwerken, hun zorgprofessionals en ook de netwerken rond andere voorzieningen en activiteiten in de wijk. Alle activiteiten van de zorgprofessionals en andere mensen binnen dergelijke ondersteuningsnetwerken moeten in dienst staan van waar de client naartoe wil en wat hij of zij daarvoor nodig heeft. Zo ontstaat een gezamenlijk perspectief. Werkwijzen als ‘open dialogue’, ‘eigen kracht conferenties’ en ‘resource groups’ zijn hierbij nuttige hulpmiddelen

(Hoof et al., 2016). 4.3 Versterken van de arbeidsparticipatie Betaald werk is voor veel mensen de belangrijkste bron van sociale contacten, zingeving en zelfvertrouwen. Mensen met een psychische kwetsbaarheid die betaald werk hebben geven daarnaast aan dat werk een hele belangrijke rol speelt bij hun herstel. Het is dus belangrijk om de arbeidsmarkt voor mensen met een psychische kwetsbaarheid toegankelijker te maken. Om dit te realiseren, moet de bereidheid van werkgevers om deze doelgroep in dienst te nemen actief worden opgespoord en gemobiliseerd. Daarnaast moet ondersteuning op maat aan zowel de werkgever als aan de werknemer worden geboden. De methodiek Individual Placement and Support (IPS) is een goed voorbeeld van hoe dit georganiseerd kan worden. Ook de ‘sociale arbeidsmarkt’ behoeft aandacht. Er is een tekort aan banen met lagere functie-eisen. Het is belangrijk om werk met lagere functie-eisen betaalbaarder en aantrekkelijker te maken. Te denken valt daarbij aan activiteiten in het sociaal domein en in de domeinen van zorg en dienstverlening. Naar dit soort sociale en maatschappelijke activiteiten is wel vraag, maar vanwege te hoge arbeidskosten blijven deze nu vaak liggen (Hoof et al., 2016). 4.4 Eigen initiatieven van mensen met een psychische kwetsbaarheid Mensen met een psychische kwetsbaarheid zijn niet per definitie lijdzame patiënten of uitgesloten burgers.

Velen van hen laten dit met hun individuele initiatieven en activiteiten zien. Daarnaast bestaan er diverse gezamenlijke, maatschappelijke initiatieven die georganiseerd worden voor en door mensen met een psychische kwetsbaarheid. Dit draagt bij aan de emancipatie van deze doelgroep. Te denken valt hierbij aan initiatieven en projecten rondom werk, wonen, voorlichting, advies en onderlinge steun. Op diverse plaatsen zijn herstelacademies of zelfregiecentra ontstaan. Dit zijn laagdrempelige plaatsen waar mensen ideeën en ervaringen kunnen uitwisselen rondom persoonlijk en maatschappelijk herstel. Samen met anderen kunnen mensen met een psychische kwetsbaarheid hier nieuwe activiteiten en initiatieven uitwerken. Daarmee zijn het broedplaatsen voor de ontwikkeling van gedeelde ervaringskennis over het leven met een psychische kwetsbaarheid en over wat er nodig is voor sociale participatie. Vanuit deze plaatsen worden ook verbindingen gelegd tussen mensen met een psychische kwetsbaarheid en anderen in de wijk of lokale omgeving. En tussen ervaringskennis en andere kennis over sociale inclusie voor mensen met een psychische kwetsbaarheid (Hoof et al., 2016).

4.5 Organiseren van ontmoetingen Het organiseren van mogelijkheden tot ontmoeting en uitwisseling tussen mensen met een psychische kwetsbaarheid onderling, tussen mensen met en zonder een psychische kwetsbaarheid en tussen mensen met een psychische kwetsbaarheid en GGZ-medewerkers en allerlei maatschappelijke organisaties is van heel groot belang. Ontmoeting en uitwisseling – in individuele netwerken, in de wijk of in de regio zorgt ervoor dat je elkaar leert kennen en dat er wederzijdse betrokkenheid ontstaat. Daarmee leg je de basis voor de ontwikkeling van gezamenlijke activiteiten. Daarnaast zijn ontmoeting en uitwisseling ontzettend belangrijk om (excluderend) wij-zij denken te doorbreken (Hoof et al., 2016). Zowel mensen met een psychische

kwetsbaarheid als professionals geven aan dat er door de media een stigmatiserend beeld is ontstaan van personen met verward gedrag als gevaarlijke mensen. Dit kan ertoe leiden dat er angst en ontwijking ontstaat in de omgeving, in plaats van bezorgdheid en signalering (De Wit, Van Straaten & Nagelhout, 2018). Door direct contact tussen mensen verdwijnen vooroordelen en stigma’s. Binnen gemeenten kunnen we mogelijkheden tot ontmoeting en uitwisseling op veel verschillende manieren organiseren of faciliteren. Op verschillende plekken in Nederland zijn er al initiatieven zoals ontmoetingsplekken van mensen met een psychische kwetsbaarheid onderling, uitwisselingsbijeenkomsten van cliënten en hulpverleners (multiloog), en voorlichtings- en uitwisselingsbijeenkomsten van mensen met een psychische kwetsbaarheid bij scholen, politie, gemeenten en wijkvoorzieningen, ‘buurtcirkels’ en evenementen (Hoof et al., 2016). 4.6 Preventie en (vroeg)signalering Het is belangrijk dat er korte lijnen zijn als er zorgen zijn van de politie of van omwonenden van mensen met een psychische kwetsbaarheid (Hoof et al., 2016). Professionals en mensen met een psychische kwetsbaarheid die in het verleden ‘verward gedrag’ hebben vertoond, geven aan dat signalering en preventie van problematiek onder personen met verward gedrag tekort schiet.

Pas als problemen zo hoof zijn opgelopen dat ze complex en meervoudig worden, komen hulp en begeleiding op gang. En mensen met verward gedrag lopen zelf aan tegen ingewikkelde formulieren, wachtlijsten of doorverwijzingen. Ook zoekt een deel van de mensen geen hulp meer, vanwege negatieve ervaringen met hulpverlening in het verleden (De Wit, Van Straaten & Nagelhout, 2018). Wijkteams hebben een belangrijke rol in het signaleren van verward gedrag en van het begeleiden – en zo nodig doorverwijzen – van mensen met verward gedrag, maar deze rol komt nog onvoldoende uit de verf. Wijkteams komen niet voldoende toe aan preventie en vroegsignalering en ze hebben ook niet altijd voldoende kennis en ervaring in huis voor het tijdig herkennen en op de juiste manier inzetten van zorg en ondersteuning bij psychisch kwetsbare mensen in de wijk. Het versterken van wijk- en netwerkteams door extra inzet en psychiatrische deskundigheid (onder meer van ervaringsdeskundigen) kan bijdragen bij aan preventie van crisissituaties (Von Meyenfeldt et al., 2020). De training ‘Mental Health First Aid’ voor professionals (en optioneel ook voor burgers) kan bijdragen aan vroegtijdige signalering (Drost et al., 2017).

4.7 Vangnet bij crisissituaties In hoofdstuk drie en in de eerste twee paragrafen van dit hoofdstuk staat beschreven hoe we de sociale inclusie van mensen met een psychische kwetsbaarheid kunnen versterken. Het vergroten van sociale inclusie leidt er over het algemeen toe dat de kans op escalatie van psychische en sociale problemen afneemt. Toch kan het voorkomen dat mensen in een crisis terecht komen en dat zij (tijdelijk) meer intensieve ondersteuning nodig hebben. Er wordt steeds vaker gepleit voor alternatieven voor psychiatrische opnamen, zoals Intensive Home Treatment (24/7 begeleiding thuis gedurende een crisisperiode), het opschalen van ambulante ondersteuningstrajecten (zo intensief en lang als nodig), en het ontwikkelen van kleinschalige respijtvoorzieningen in de wijk (kortdurend verblijf in

een niet-klinische setting, maar wel met de directe beschikbaarheid van – soms ervaringsdeskundige – ondersteuners) (Hoof et al., 2016). Een belangrijke aanvulling op crisisdiensten van de GGZ zijn 24/7 Crisis- en Interventieteams (CIT) die inwoners ondersteunen bij psychosociale crisissen. In het Hart van Brabant is dit aanbod afkomstig van samenwerkende zorgaanbieders, in ’sHertogenbosch en omgeving is er een CIT dat wordt gerund door een organisatie voor Sociaal Werk (Farent Sociaal Werk). Dit is van grote waarde in crisissituaties die door de crisisdienst van de GGZ niet kunnen worden opgepakt, maar waarbij wel acuut hulp nodig is (Farent Sociaal Werk, 2021). De crisiskaart is een belangrijk hulpmiddel voor mensen met een psychische kwetsbaarheid wanneer zij in een crisissituatie terecht komen. Dit middel draagt ertoe bij dat mensen zelf een stem hebben in welke aanpak zij nodig hebben (Drost et al., 2017). 4.8 Proeftuinen Proeftuinen zijn plaatsen, wijken of praktijken waar geëxperimenteerd kan worden met veelbelovende organisatievormen die te veel afwijken van de huidige organisatiestructuren in een regio om ze direct regio-breed te kunnen invoeren. Proeftuinen genereren leermomenten en kunnen tussen én binnen betrokken organisaties (en zowel bij aanbieders als financiers) fricties creëren die bijdragen aan beweging en vernieuwing.

Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een proeftuin geïntegreerde GGZ in de wijk, een proeftuin geïntegreerde financiering van alle activiteiten die nodig zijn om mensen met een psychische kwetsbaarheid in staat stellen om deel te nemen aan het arbeidsproces, of een proeftuin van een GGZwijkteam dat voor vijftig proces bestaat uit ervaringsdeskundigen (Hoof et al., 2016).

5. Aanpak in Nederland op het gebied van inbreng van mensen met verward gedrag en hun omgeving en preventie en levensstructuur Het aanjaagteam verwarde personen stelde in 2016 handvatten op voor goede zorg en hulp voor mensen met verward gedrag. Dit zijn negen bouwstenen die nauw met elkaar samenhangen (Drost et al., 2017). Voor gemeenten en hun samenwerkingspartners vormen deze bouwstenen de basis voor een sluitende aanpak. Dit hoofdstuk gaat in op de eerste twee bouwstenen, omdat dit de bouwstenen zijn waar het project van de gemeenten zich op richt. Dit zijn ‘inbreng van mensen met verward gedrag en hun omgeving’ en ‘preventie en levensstructuur’.2 Het geeft weer wat de minimale vereisten zijn bij deze bouwstenen en wat de stand van zaken is in Nederland. Ook laat dit hoofdstuk zien wat de belemmeringen zijn bij de realisatie van deze bouwsteen en welke goede voorbeelden er zijn in Nederland. 5.1 De bouwsteen ‘Inbreng van mensen met verward gedrag en hun omgeving’ Minimale vereisten bij bouwsteen 1: Inbreng mensen met verward gedrag en hun omgeving’. De minimale vereiste bij de inbreng van mensen met verward gedrag en hun omgeving is dat er wordt gewerkt vanuit het perspectief van mensen met verward gedrag en dat hun inbreng op alle niveaus, zowel in de uitvoering als in het beleid, structureel is geborgd.

De professional staat naast de personen met verward gedrag en hun directe omgeving en signalen – ook vanuit de directe omgeving – worden serieus genomen. Er is aandacht voor verschillende belevingen en bejegeningen op grond van verschillen in etnische achtergronden. De directe omgeving is van belang voor zowel vroegtijdige signalering als de weg naar herstel. Terugkoppeling aan de directe omgeving vindt plaats indien de persoon met verward gedrag daar zelf toestemming voor geeft. En bij het maken van beleid, in wijkteams en in zorginstellingen, is er sprake van gestructureerde inbreng van cliënten en van familieorganisaties (Drost et al., 2019). Invulling van de eerste bouwsteen door verschillende regio’s in Nederland De laatste meting van de stand van zaken op het gebied van realisering van de bouwstenen in regio’s in Nederland vond plaats in 2019. De resultaten van deze meting geven aan dat zeven regio’s ervaringsdeskundigen inzetten bij de uitvoering van zorg of ondersteuning. Zij maken bijvoorbeeld deel uit van buurtteams en gebiedsteams GGZ, of zijn in dienst bij aanbieders van beschermd wonen, GGzinstellingen en ziekenhuizen. Daarnaast gaven negentien regio’s aan dat cliënten en familieorganisaties betrokken worden bij het maken van beleid of dat zij deelnemen in projecten ten aanzien van de aanpak van verward gedrag.

In Nederland lijkt de bouwsteen ‘inbreng van mensen met verward gedrag’ vooral te worden ingevuld door aandacht te besteden aan vroegsignalering van en 2 De overige bouwstenen zijn ‘vroegtijdige signalering’, ‘melding’, ‘beoordeling en risicotaxatie’,

‘toeleiding’, ‘passend vervoer’, ‘passende ondersteuning, zorg en staf’, en ‘informatievoorziening’ (Drost et al., 2017).

voorlichting over personen met verward gedrag. Er wordt daarbij bijvoorbeeld ingezet op samenwerking tussen lokale teams en het meldpunt niet-acuut. Ook worden er trainingen gegeven, zoals de Mental Health First Aid training en de training ‘Grip op verwardheid’. De hulpkaart/crisiskaart wordt in mindere mate gebruikt (Drost et al., 2019). Belemmerende factoren bij de realisatie van deze bouwsteen De regio’s die hebben ingezet op het realiseren van de bouwsteen ‘inbreng mensen met verward gedrag en hun omgeving’ ervaren hierbij dikwijls knelpunten. In de eerste plaats worden er belemmeringen genoemd ten aanzien van de inzet van ervaringsdeskundigen. Bijvoorbeeld dat het complex is om ervaringsdeskundigen te vinden die ook voldoende executiekracht hebben om activiteiten structureel uit te voeren, en dat organisaties niet altijd zijn toegerust op het begeleiden van ervaringsdeskundigheden bij hun werkzaamheden (met name ervaringsdeskundigen die nog maar kort in hun herstel zitten). Ook is er vaak een gebrek aan structurele financiering voor de inzet van ervaringsdeskundigen in de zorg.

Andere belemmeringen bij het realiseren van de inbreng van mensen met verward gedrag en hun omgeving zijn wachtlijsten bij wijkteams en FACT-teams, het gebrek aan een gedeelde norm bij ketenpartners over wat het betekent om vanuit het perspectief van de client te werken en regels met betrekking tot privacy waardoor geen informatie kan worden gedeeld met andere partners of met naasten of hun omgeving. Vanuit diverse regio’s wordt aangegeven dat het tijd en bewustwording kost om een structurele samenwerking met ervaringsdeskundigen te creëren op basis van gelijkwaardigheid. Het is belangrijk om elkaar te leren kennen en om met en van elkaar te leren (Drost et al., 2019). Versterkende factoren bij deze bouwsteen Het kan helpen om verbinding te zoeken met reeds bestaande structuren waar ervaringsdeskundigen/clienten bij betrokken zijn en om aan te sluiten bij wat ervaringsdeskundigen goed kunnen en waar zij energie van krijgen. Daarnaast is het belangrijk om te zorgen voor voldoende begeleiding van ervaringsdeskundigen wanneer zij deelnemen aan projecten, bijvoorbeeld in de vorm van coaching (Drost et al., 2017). Toegekende subsidies door ZonMw ZonMw heeft subsidies toegekend aan diverse projecten die de inbreng van mensen met verward gedrag en hun omgeving beogen te versterken.

Aan verschillende regio’s is subsidie toegekend voor het ontwikkelen van de crisiskaart (Amsterdam, Hart van Brabant, Limburg, Noord-Holland, Oost-Brabant, Rotterdam-Rijnmond, Zeeland). Daarnaast is subsidie toegekend voor het ontwikkelen van een deescalerende en herstelondersteunende crisisaanpak (Amsterdam), voor een lokale aanpak van verward gedrag bij alcoholverslaafde Somalische en Oost-Afrikaanse mannen (Amsterdam), voor het ontwikkelen van een sluitende aanpak personen met verward gedrag (Oost-Veluwe), voor het stimuleren van de ontwikkeling van een lokale aanpak op mensen met verward gedrag (Twente en Ijsselland) (Drost et al., 2017).

5.2 De bouwsteen ‘Preventie en levensstructuur’ Minimale vereisten bij de bouwsteen ‘Preventie en levensstructuur’ De minimale vereiste bij de bouwsteen ‘Preventie en levensstructuur’ is dat preventie centraal staat, met bij elke persoon aandacht voor sociale contacten, zinvol (vrijwilligers) werk of dagbesteding, een passende en betaalbare woning, financieel de zaken op orde, gezondheid en een goede levensstructuur met weinig stress. Bij deze bouwsteen staat de leefwereld van de persoon met verward gedrag en zijn directe leefomgeving centraal. Er is aansluiting bij de eigen kracht van mensen en (h)erkenning van het feit dat de directe leefomgeving een belangrijke factor is. De omgeving ziet vaak als eerste dat het niet goed gaat en/of vangt hen op. Ook is er aandacht voor de directe omgeving en de andere gezinsleden, want aan hun hulp zitten ook grenzen. Het is belangrijk dat gemeente en ketenpartners op basis van gezamenlijke informatie zicht hebben op de personen om wie het gaat. De gemeente neemt de regie en brengt relevante partners bijeen om te zorgen voor een integrale, persoonsgerichte aanpak met aandacht voor een stabiele levensstructuur. Deze aanpak kenmerkt zich door continuïteit.

Als een zorg of straftraject is afgesloten, dan is warme overdracht naar de wijk of naar passende ondersteuning noodzakelijk, zodat de persoon in zicht blijft en de benodigde vervolgondersteuning ontvangt. Deze vervolgondersteuning moet in principe geen einddatum kennen, omdat sommige mensen hun leven lang zorg en ondersteuning nodig hebben (Drost et al., 2019). Invulling van de tweede bouwsteen door verschillende regio’s in Nederland De bouwsteen ‘preventie en levensstructuur’ wordt vooral op gemeentelijk niveau ingevuld of op het niveau van wijken en buurten. Zo worden er bijvoorbeeld in en met bestaande buurtnetwerken methodieken ontwikkeld om in de buurten herkenning, wederzijds respect en zorg voor elkaar te stimuleren. Daarbij wordt gebruik gemaakt van bijvoorbeeld buurtgesprekken en toneeloptredens. In wijkteams is het werken vanuit de sociale netwerkstrategie de basismethode bij het in contact treden met betrokkenen. De betrokkene en zijn directe leefomgeving staan hierbij centraal. Daarnaast wordt invulling gegeven aan ‘preventie en levensstructuur’ door de inzet van een wijkfunctionaris zorg en veiligheid of een wijk GGD’er.

In een aantal regio’s in Nederland word de directe leefomgeving van een persoon met verward gedrag betrokken bij de zorg en ondersteuning, bijvoorbeeld doordat er integraal gekeken wordt naar iemand hulpvraag en dat van eventuele familie en naasten (Drost et al., 2019). Belemmerende factoren bij de realisatie van deze bouwsteen Bij het realiseren van de bouwsteen ‘Preventie en levensstructuur’ komen gemeenten tot dusver diverse belemmeringen tegen. In de eerste plaats zijn er belemmeringen ten aanzien van informatie-uitwisseling en als gevolg van privacy wet- en regelgeving. Dit kan het delen van signalen en informatie in preventieve zin lastig maken en kan leiden tot handelingsverlegenheid bij professionals, zeker indien

de persoon om wie het gaat zelf geen toestemming geeft voor het delen van informatie. Soms moeten zaken eerst verergeren voordat er gedaan kan worden wat nodig is. Er zijn ook belemmeringen ten aanzien van financiering. Met de tekorten in het sociaal domein komt de inzet op preventie en inclusie onder druk te staan. Daarnaast is het bieden van begeleiding financieel niet goed mogelijk wanneer iemand geen ‘titel’ heeft. Ook is er soms onvoldoende budget voor lokale samenwerking tussen wijkteams en GGZ (Drost et al., 2019). Versterkende factoren bij het realiseren van deze bouwsteen Bij het realiseren van de bouwsteen ‘preventie en levensstructuur’ helpt het om aan te sluiten bij bestaande structuren en voorzieningen, om draagvlak van bestuurders voor preventie aandacht te geven, en om ervaringsdeskundigen in te zetten (Drost et al., 2017). Toegekende subsidies door ZonMw ZonMw heeft diverse subsidies toegekend voor het realiseren van de bouwsteen ‘preventie en levensstructuur’. Zo werd subsidie toegekend aan het project ‘Goed georganiseerd Zelfstandig’, de ontwikkeling van een mobiele app (Amersfoort). De pilot ‘Herstelondersteunend GGZ-netwerk’ kreeg een subsidie (Groningen), evenals het project ‘Vangnet in de wijk: verbinden, versterken en verduurzamen’ (Haaglanden).

In Haaglanden kreeg ook het project ‘Aanpak wijkgerichte participatie mensen met GGZ problematiek een subsidie toegekend. Verder werd subsidie toegekend aan het project ‘Verbinding, de nieuwe GGZ in de wijk’ (Hollands Midden), aan een maatjesproject voor verwarde personen (Limburg), aan een plan gericht op de versterking van de ondersteuningsstructuur en vroegsignalering in de wijk (Noord-Holland), aan een pilot ‘Stevige structurele begeleiding’ in Arnhem, aan de uitrol van een wijk-GGD’er in de gemeente Gorinchem, en aan een plan van aanpak Stigmabestrijding volgens Samen Sterk Zonder Stigma (Utrecht).

6. Conclusie Deze rapportage bevat de resultaten van een literatuurstudie naar passende ondersteuning voor mensen met een psychische kwetsbaarheid (en mogelijk een risico op verward gedrag). Het doel van deze literatuurstudie was het verschaffen van inzicht in bevindingen omtrent de behoeften van en passende ondersteuning voor mensen met een psychische kwetsbaarheid op het gebied van sociale participatie. De vragen die in deze literatuurstudie centraal stonden zijn: 1) Wat is er bekend over de behoefte van mensen met een psychische kwetsbaarheid als het gaat om meedoen in de maatschappij? 2) Welke ondersteuning kan het beste voorzien in de behoeften van mensen met een psychische kwetsbaarheid? 3) Zijn er goede voorbeelden bekend van ondersteuning vanuit de sociale basis voor mensen met een psychische kwetsbaarheid? 6.1 Behoeften van de doelgroep en mate van sociale participatie Onderzoek naar behoeften van mensen met een psychische kwetsbaarheid laat zien dat veel mensen met een psychische kwetsbaarheid een sterke wens hebben om sociaal en maatschappelijk actief te zijn. Vooral onder de jongere generaties is deze wens groot. De meerderheid van de mensen met een psychische kwetsbaarheid wil graag een socialer en actiever leven leiden en maatschappelijk actief zijn.

Hoewel de omstandigheden van mensen met een psychische kwetsbaarheid per persoon verschillen, kunnen we op basis van de bevindingen concluderen dat de meeste mensen met een psychische kwetsbaarheid wel degelijk behoefte hebben om te participeren in de maatschappij – ieder vanzelfsprekend naar eigen vermogen. Hoewel de behoefte aan sociale participatie er duidelijk is, heeft bijna de helft van de mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid het gevoel niet meer mee te tellen in de maatschappij. De mate waarin zij participeren in de samenleving is laag. Er is veel sprake van eenzaamheidsproblematiek. Psychische kwetsbaarheid vormt een belangrijk risico op sociale uitsluiting, en tegelijkertijd draagt sociale uitsluiting weer bij aan psychische problematiek. Mensen met een psychische kwetsbaarheid geven aan dat zij behoefte hebben aan ondersteuning bij maatschappelijke participatie, met name psychologische ondersteuning en ondersteuning bij sociale contacten, relaties, opleiding en werk. Daarnaast hebben zij behoefte aan gelijke kansen en erkenning, acceptatie en begrip van hun problematiek. We kunnen op basis van de literatuur concluderen dat de geboden ondersteuning bij veel mensen met een psychische kwetsbaarheid tekort schiet in Nederland.

6.2 Passende ondersteuningsstructuur Veel mensen met een (ernstige) psychiatrische kwetsbaarheid zijn voor de benodigde ondersteuning (mentaal, sociaal, praktisch en maatschappelijk) aangewezen op professionals. Een ondersteuningsstructuur moet er zijn wanneer dat nodig is, moet bijdragen aan de ontwikkeling van sociale bronnen van mensen en

moet integraal en perspectiefvol zijn. Er is behoefte aan het ophogen van de capaciteit vanuit de GGZ (hogere zorgintensiteit) en aan organisatievormen die cliënten, hun naasten en professionals beter in staat stellen om elkaar en elkaars omgeving te leren kennen en ervoor zorgen dat zij gemakkelijk toegankelijk zijn voor elkaar. (Dit kan o.a. bereikt worden door middelen en menskracht vanuit de GGZ te verplaatsen naar geïntegreerde voorzieningen in de wijk). Verder is het belangrijk om de arbeidsmarkt toegankelijker te maken voor mensen met een psychische kwetsbaarheid en daartoe moet de bereidheid van werkgevers om deze doelgroep in dienst te nemen actief worden opgespoord en gemobiliseerd. Daarnaast moet ondersteuning op maat worden geboden aan zowel de werkgever als de werknemer. Heel belangrijk is dat er ruimte wordt gecreëerd voor eigen initiatieven van mensen met een psychische kwetsbaarheid, omdat dit bijdraagt aan de emancipatie van deze mensen. Te denken valt daarbij aan initiatieven en projecten rondom werk, wonen, voorlichting, advies en onderlinge steun. Dit zijn vaak broedplaatsen voor de ontwikkeling van gedeelde ervaringskennis over het leven met een psychische kwetsbaarheid en over wat nodig is voor sociale participatie. Ook worden vanuit deze plaatsen verbindingen gelegd tussen mensen met een psychische kwetsbaarheid en anderen in de wijk of lokale omgeving.

Dit draagt bij aan mogelijkheden voor ontmoeting en uitwisseling tussen mensen met een psychische kwetsbaarheid onderling, tussen mensen met en zonder psychische kwetsbaarheid en tussen mensen met een psychische kwetsbaarheid en professionals. Hierdoor wordt stigmatisering tegengegaan en acceptatie van de doelgroep bevorderd. (Vroeg)signalering en preventie van problematiek is verder van cruciaal belang. Wijkteams spelen een belangrijke rol in het signaleren, begeleiden en zo nodig doorverwijzen van mensen met een psychische kwetsbaarheid, maar komen hier doorgaans onvoldoende aan toe. Daarnaast missen zij vaak de deskundigheid die hiervoor noodzakelijk is. Indien er sprake is van een crisis is het belangrijk dat er (tijdelijk) meer intensieve ondersteuning kan worden geboden, waar mogelijk geen psychiatrische opname maar alternatieve ondersteuning thuis of in respijtvoorzieningen in de wijk. We kunnen op basis van het onderzoek concluderen dat het ondersteunen van mensen met een psychische kwetsbaarheid bij participatie en het voorkomen van uitval behoorlijk veelomvattend is en dat de ondersteuningsstructuur in veel gemeentes nog ontoereikend is.

6.3 Goede voorbeelden die navolging verdienen Uit het literatuuronderzoek blijkt dat er in Nederland op veel plaatsen initiatieven zijn – vaak gestart met financiële ondersteuning vanuit ZonMw – die gericht zijn op het versterken van de sociale participatie van mensen met een psychische kwetsbaarheid en op het voorkomen van uitval. De volgende initiatieven zijn veelbelovend (en staan nader beschreven in deze rapportage). • Open dialogue; • Eigen Kracht Conferenties; • Resource groups; • Individual Placement and Support; • Herstelacademies;

• • • • • • • • • •

Zelfregiecentra; Multiloog; Voorlichtings- en uitwisselingsbijeenkomsten van mensen met psychische kwetsbaarheid; Trainingen ‘Mental Health First Aid’ en ‘Grip op verwardheid’; Intensive Home Treatment; Kleinschalige respijtvoorzieningen in de wijk; 24/7 Crisis- en Interventieteams voor psychosociale problematiek; Crisiskaart; Buurtgesprekken en toneeloptredens om in buurten herkenning, wederzijds respect en zorg voor elkaar te stimuleren; WijkGGD of wijkfunctionaris zorg en veiligheid.

Geraadpleegde literatuur Drost, V., van Haaren, P., Jongebreur, W. & Nijhuis, J. (2017). Monitorrapportage ‘stand van het land’ goed werkende aanpak personen met verward gedrag. Den Haag: Significant. Drost, V., van Haaren, P., Klein Hofmeijer, E., van der Maas, G. & Onstenk, A. (2019). ‘Stand van het land 2019. Aanpak voor personen met verward gedrag. Den Haag: Significant Public. Farent Sociaal Werk (2021). Wij pakken wat politie niet kan oplossen en GGZ niet moet opnemen. Geraadpleegd op 3 februari 2021, van https://www.farent.nl/nieuws/wij-pakken-wat-politie-niet-kan-oplossen-en-ggzniet-moet-opnemen/ Hoof, F. van, Nuijen, J., Kroon, H. & Knispel, A. (2016). Psychische kwetsbaarheid, sociale inclusie en verbindende zorg. Utrecht, Trimbos Instituut. Kuppens, J., Wijk, A. van, Ham, T. van & Jager, D. (2016). Stijging meldingen verwarde personen in de regio Rotterdam. Arnhem: Bureau Beke. Meyenfeldt, L. von., Boerema, I., Wennekers, M. & Veldboer, L. (2020). Versterken van wijkteams bij verward gedrag. Een verkennend onderzoek naar de pilot Samenwerken in de wijk in Zaanstad en Purmerend. Amsterdam: Werkplaats Sociaal Domein Amsterdam en Omgeving, Hogeschool van Amsterdam en GGD ZaanstreekWaterland. Planije, M. & Hoof, F. van (2016). Verwarring in Flevoland. Verkennend onderzoek naar signalen over ‘verwarde personen’. Utrecht: Trimbos-instituut.

Schakelteam Personen met verward gedrag (2018). Weerbarstige werkelijkheid. Den Haag: Schakelteam Personen met verward gedrag. Wit, N. de, Van Straaten, B. & Nagelhout, G. (2018). Verward of verwarrend? Een verdiepend onderzoek naar personen met verward gedrag in de regio RotterdamRijnmond en Zuid-Holland Zuid. Den Haag: Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11085145/1