CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ONBP Hoofdstraat 23 Rijen (2022 06 03)

Gemeenteraad 17 oktober 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Hoofdstraat 23, Rijen26.367 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|12

Artikel 4 Waarde - Archeologie - 3 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie - 3' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 4.2.1 Verbod Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de voor ' Waarde - Archeologie - 3' mede bestemde gronden. 4.2.2 Uitzonderingen Het in lid 4.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a.

b.

c.

d.

bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd met een oppervlakte groter dan 250 m² en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen, of; bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 0. de bestaande fundering wordt gebruikt; 1. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologische deskundige.

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|13 4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 4.2.1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a.

b.

c.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 0. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 1. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 2. een verplichting de uitvoering van de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

4.3.2 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 4.3.3 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een afwijking als bedoeld in lid 4.3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|14 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag: a.

b. c. d. e. f.

het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen; het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het verlagen van het waterpeil; het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd.

4.4.2 Uitzonderingen Het in lid 4.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing, indien: a. b. c.

d. e. f.

g.

het werken of werkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 250 m², of; het werken of werkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, of; de werken en/of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen, waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|15 4.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 wordt slechts verleend, indien: a.

b.

c.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning, indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 0. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 1. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 2. een verplichting de uitvoering van de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a.

b.

de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige.

Alvorens het bevoegd gezag de vergunning verleent, winnen zij advies in bij een daarvoor deskundige en onafhankelijke instantie. 4.4.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 4.4.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|16 4.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 4.5.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag. 4.5.2 Uitzonderingen Het in lid 4.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing, indien: a. b. c. d. e.

het sloopwerkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 250 m², of; het sloopwerkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, of; de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegde gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

4.5.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.5.1 wordt slechts verleend, indien: a.

b.

c.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning, indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden kunnen worden verstoord: 0. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 1. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 2. een verplichting de uitvoering van de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

4.5.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 4.5.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|17 4.6 Wijzigingsbevoegdheid 4.6.1 Wijziging op basis van archeologisch onderzoek Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie - 3' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 4.6.2 Advies Alvorens de in lid 4.6.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|18

3 ALGEMENE REGELS Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|19

Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 6.2 Bestaande maten en afstanden 6.2.1 Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. 6.2.2 Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

6.2.3 Heroprichting In het geval (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in lid 6.2.1 en lid 6.2.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 6.3 Parkeercijfers 6.3.1 Parkeercijfers Bij het oprichten van gebouwen of het veranderen in gebruik dient de inrichting van elk perceel zodanig te zijn dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren als het eventueel laden en lossen op eigen terrein te kunnen afwikkelen. Op eigen terrein dient voorzien te zijn in voldoende parkeeraccommodatie, inclusief parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers, conform de parkeernormen volgens het gemeentelijk parkeerbeleid. 6.3.2 Afwijking Bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de parkeernorm indien de parkeerbalans in de directe omgeving niet onevenredig wordt of kan worden beïnvloed. 6.4 Rijksmonument 6.4.1 Rijksmonument Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' wordt gestreefd naar behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden van de op deze gronden aanwezige bouwwerken. De bouwwerken dienen qua profiel, bouwmassa, gevelkarakteristiek, detaillering, kleur- en materiaalgebruik, situering en oriëntatie behouden te blijven. Het behoud van de verschijningsvorm heeft hoge prioriteit. De cultuurhistorische waarden staan beschreven in bijlage 3 Beschrijving cultuurhistorische waarden Hoofdstraat 23 en 25.

6.4.2 Verbod Het is verboden de bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding rijksmonument' te slopen of zodanig te veranderen dat een aantasting ontstaat van de aanwezige cultuurhistorische waarden, zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van het bevoegd gezag. 6.4.3 Uitzondering op het verbod Het bepaalde onder lid 6.4.2 is niet van toepassing voor werken en werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagd vergunning, afwijking of anderszins mogen worden uitgevoerd. NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|20 6.4.4 Voorwaarden omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.4.2 wordt slechts verleend indien daardoor geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de in lid 6.4.1 bedoelde waarden danwel indien oorzaken van bouwtechnische aard het voortbestaan van het bouwwerk in gevaar brengen.

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|21

Artikel 7 Algemene gebruiksregels Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval verstaan: a. b. c. d. e. f.

het gebruik van gronden en/of gebouwen als seksinrichting; gebouwen te gebruiken als zelfstandige bewoning, met uitzondering van de gebouwen die zijn aangeduid dan wel bestemd als (bedrijfs)woning; uitstallings- of opslagplaats voor al dan niet voor gebruik geschikte voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan; uitstallings- of opslagplaats, dan wel als stand- of ligplaats voor kampeerwagens, woonwagens, woonboten, tenten en andere onderkomens; het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning en/of afhankelijke woonruimte; kamerverhuur aan vijf of meer personen.

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|22

Artikel 8 Algemene aanduidingsregels 8.1 Overig - IHCS - 1 In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'overig - IHCS - 1' ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, met een hogere bouwhoogte dan: a.

56 meter boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'overig - IHCS - 1';

in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen.

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|23

Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden bij omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van: a. b.

c.

de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; het bouwvlak mag worden overschreden ten behoeve van de bouw van galerijen, kozijnen, uitbouwen, balkons, erkers, luifels en reclamevoorzieningen waarbij aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan: 0. de diepte uit de voorgevel van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 1 meter, met dien verstande dat de afstand tot de voorste perceelsgrens niet minder dan 2 meter mag bedragen; 1. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 meter, met dien verstande dat voor balkons geldt dat de hoogte van de balustrade niet meer mag bedragen dan 3,5 meter, met dien verstande dat voor balkons geldt dat de balustrade niet meer mag bedragen dan 1,5 meter gemeten vanaf de bovenzijde van de grondvloer van het balkon; de bouwregels in hoofdstuk 2 voor het ondergronds bouwen met dien verstande dat: 0. de ondergrondse bouwwerken gesitueerd mogen zijn onder bestaande bebouwing, dan wel op voor bebouwing bestemde gronden; 1. de diepte van ondergrondse bouwwerken niet meer mag bedragen dan één bouwlaag met een diepte (vrije hoogte) van 4 meter gemeten vanaf peil tot onderkant fundering ondergronds bouwwerk; 2. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan de oppervlakte die boven maaiveld mag worden gerealiseerd voor hoofdgebouwen, bijgebouwen, aan- en uitbouwen; 3.

het realiseren van ondergrondse bouwwerken geen nadelige effecten op de bodem en de waterhuishouding heeft.

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|24

Artikel 10 Algemene wijzigingsregels Het bevoegd gezag kan de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|25

Artikel 11 Algemene procedureregels Op de voorbereiding van een wijziging is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|26

4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

12.2 Afwijking omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 12.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 12.1 met maximaal 10%. 12.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Het bepaalde in lid 12.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.4 Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 12.5 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 12.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 12.6 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in lid 12.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

12.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Het bepaalde in lid 12.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

|27

Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Hoofdstraat 23 Rijen".

NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

bestemmingsplan Hoofdstraat 23 Rijen

VERBEELDING

5- 8 8- 9

C-2 1

4

(w) [sba-rm]

4

WR-A3

LEGENDA plangebied

Enkelbestemmingen C-2

Bouwaanduidingen

Centrum - 2

[sba-rm]

Dubbelbestemmingen WR-A3

Waarde - Archeologie 3

Gebiedsaanduidingen

Maatvoeringen 1

maximum aantal wooneenheden

4

maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)

4

overige zone - ihcs - 1 5- 8

Functieaanduidingen (w)

specifieke bouwaanduiding - rijksmonument

8- 9

minimum goothoogte (m) maximum goothoogte (m) minimum bouwhoogte (m) maximum bouwhoogte (m)

wonen ondergrond

Bouwvlakken bouwvlak

Verbeelding Bestemmingsplan "Hoofdstraat 23 Rijen"

Gemeente: IMRO-code: Tekening nr:

Gilze en Rijen NL.IMRO.0784.BPHoofdstraat23-ON01

1-A

..-..-....

datum:

03-06-2022

ontwerp:

..-..-....

getekend:

FH

vastgesteld:

..-..-....

schaal:

1:500

onherroepelijk:

..-..-....

formaat:

A4

voorontwerp:

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BIJLAGE 1 BESCHRIJVING RIJKSMONUMENT

Smallepad 5 3811 MG Amersfoort Postbus 1600 3800 BP Amersfoort www.cultureelerfgoed.nl

Monumentnummer*: 516962

T 033 421 74 21 F 033 421 77 99 E info@cultureelerfgoed.nl

Status:

rijksmonument

Inschrijving register*:

25 april 2002

Kadaster deel/nr:

82827/86

Woonplaats*

Gemeente*

Provincie*

Rijen

Gilze en Rijen

Noord-Brabant

Straat*

Nr*

Hoofdstraat Hoofdstraat

Toev.*

Postcode*

Woonplaats*

23

5121 JA

Rijen

25

5121 JA

Rijen

Kad. object*

Appartement

Situering

Kadastrale gemeente*

Sectie*

Gilze en Rijen

A

5263

Gilze en Rijen

A

3469

Locatie

Grondperceel

Rijksmonumentomschrijving** Inleiding. Geheel vrijstaand dubbel WOONHUIS, gelegen op de hoek Hoofdstraat/Pastoor Gillisstraat, dat in 1919-1920 als zodanig ontworpen en gebouwd werd in opdracht van de heren Brouwers in vormen van de Interbellumarchitectuur. Tegenwoordig dient het ook deels als bedrijfspand en horecabedrijf. Omschrijving. De hoofdmassa van het dubbele woonhuis heeft een rechthoekige grondslag met de lengte-as evenwijdig aan de straat, en twee vrijwel haaks daarop geplaatst éénlaags aanbouwen aan de hoeken van de achterzijde. Het geheel symmetrisch opgebouwde pand bestaat uit zes traveeën van elk twee bouwlagen, opgetrokken in machinale baksteen, gemetseld in kruisverband. De hoofdmassa bezit een plat dak met schilden die gedekt zijn met rode shingles. De vensters in de dakschilden zijn latere toevoegingen en vallen buiten de bescherming. Midden op het dak, op de scheiding tussen de beide woonhuizen, bevindt zich een gemetselde gezamenlijke schoorsteen. De voorgevel aan de zijde van de Hoofdstraat is de meest imposante. Hierin komt de tweedeling van het huis goed tot uiting. Elk van de beide woonhuizen bestaat uit drie gedeelten: aan de buitenzijde een hoekerker met een 3/8ste

* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 21 april 2022

Pagina: 1 / 2

sluiting, vervolgens een smalle ingangstravee en naar het midden van het pand toe een travee met afgeknotte topgevel. De hoekerkers en topgevels bezitten elk een samengesteld dak dat wordt bekroond door een piron. Het pand heeft een omlopende en met de gevel mee verspringende, geprofileerde houten gootlijst die rust op klosjes. De beide topgevels zijn elk geornamenteerd met drie ruitvormige blokken siermetselwerk. De geleding in beide topgevels wordt verder versterkt doordat de binnenste gedeelten van het metselwerk iets terugliggend zijn behandeld. De vensters op de begane grond zijn alle recht gesloten, hebben doorlopende hardstenen onderdorpels en worden overtoogd met een strekse boog. Verder hebben de vensters schuiframen met bovenlichten met roedenverdeling en ingebouwde rolluiken. De ingangen liggen iets terug en hebben elk een hardstenen trap, vleugeldeur met ijzeren sierraam, een overhangende geprofileerde luifel en een rechthoekig bovenlicht met geometrische roedenverdeling. De erkers hebben op de verdieping een balkonloggia met opengewerkte bakstenen borstwering met hardstenen afdekplaat. Deur en vensters zijn recht gesloten en hebben glas-in-lood in de bovenlichten. De drie verdiepingsvensters in elk van de topgevels zijn langwerpig van vorm en overtoogd met rondbogen. Bovenin elk van de topgevels bevinden zich nog twee kleine vierkante venstertjes.

In de voorgevel bevinden zich verder, boven de beide ingangen, twee natuurstenen gevelstenen met als opschrift ANNO MCMXX. Tevens bevindt zich boven elke ingang een ijzeren vlaggestokhouder. Bij de ingang van nummer 23 bevindt zich een terracotta icoontegel met daarop een afbeelding van Maria met kind. Aan de voorzijde van het pand is tussen lage bakstenen staanders met hardstenen afdekplaten een ijzeren sierhekwerk met eenvoudige geometrische motieven aangebracht. De beide zijgevels komen wat materiaalgebruik en detaillering betreft ongeveer overeen met de voorgevel. Alle gevelopeningen zijn recht gesloten. De vensters hebben hardstenen onderdorpels. In de zijgevel aan de Pastoor Gillisstraat zijn onlangs, links van de ingang, twee vensters met raamwerk aangebracht, die, hoewel goed van detaillering, buiten de bescherming vallen. Dit geldt ook voor de dakvensters en dakkapel. Vrijwel haaks geplaatst op de hoeken van de achterzijde van de hoofdmassa bevinden zich twee smalle éénlaags aanbouwen onder een plat dak. Deze omsluiten als het ware een binnenplaats die overgaat in de tuin. In de achtergevel van de hoofdmassa aan de tuinzijde bevinden zich onder meer twee grote rondboogvensters met ramen met roedenverdeling. In het interieur van nummer 23 zijn nog diverse elementen bewaard gebleven zoals de houten lambrisering en de trappartij met geornamenteerde leuning en balustrade.

Enkele van de plafonds hebben een sobere, strak geometrische, gegroefde decoratie. In het interieur van nummer 25 zijn geen noemenswaardige authentieke elementen bewaard gebleven. Waardering. Het pand is van algemeen belang. Het pand heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van een sociaaleconomische ontwikkeling. Het pand heeft architectuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van het gekoppelde woonhuis en vanwege de toegepaste sobere stijlelementen. Het pand is van belang wegens de architectonische gaafheid van ex- en interieur.

Hoofdcategorie

Subcategorie

Functie

Woningen en woningbouwcomplexen

Woonhuis(K)

Woonhuis

* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 21 april 2022

Pagina: 2 / 2

BIJLAGE 2 AKOESTISCH ONDERZOEK

Transformatie Hoofdstraat 23 te Rijen Optredende geluidbelasting Rapportnummer: Rm210886aaA0

Rm210886aaA0.teey_01

2

Opdrachtgever:

Adviseur:

Aeres Milieu Noordhoven 4 Tel.: 0475-320000

6042 NW ROERMOND

Contactpersoon:

mevrouw F. Tegels

K+ Adviesgroep Jodenstraat 6 Postbus 224 Tel: 0475-470470 E-mail: info@k-plus.nl Behandeld door:

Datum

:

28-01-2022

Referentie

:

Rm210886aaA0.teey_01

6101 AS ECHT 6100 AE ECHT

mw. T.J.M. Eykenboom BSc

Rm210886aaA0.teey_01

3

INHOUD 1

Inleiding

5

2 2.1 2.2 2.2.1 2.3 2.4

Uitgangspunten Ruimtelijke gegevens Verkeersgegevens Wegverkeerslawaai Railverkeerslawaai Toegepaste rekenmethode

6 6 6 6 7 7

3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.3

Normstelling Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai Algemeen Omvang geluidzones langs wegen Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder Aftrek stille banden Stedelijk en buitenstedelijk gebied Nieuwe situaties Maximaal toelaatbare geluidbelasting Railverkeerslawaai Algemeen Omvang geluidzones langs spoorwegen Nieuwe situaties Maximaal toelaatbare geluidbelasting Bouwbesluit 2012

8 8 8 8 8 9 9 10 10 10 10 10 11 11 11

4 4.1 4.1.1 4.2 4.2.1 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4

Berekeningsresultaten Wegverkeerslawaai Hoofdstraat Railverkeerslawaai Spoorlijn Breda - Tilburg Goede ruimtelijke ordening Pastoor Gillisstraat Tuinstraat Cumulatie en Bouwbesluit

13 13 13 14 14 14 15 15 16

5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2

Evaluatie Rekenresultaten & Conclusie Algemeen Wet geluidhinder Algemeen Hoofdstraat Spoorlijn Breda - Tilburg Niet gezoneerde wegen Pastoor Gillisstraat Tuinstraat

17 17 17 17 17 18 18 18 18

Rm210886aaA0.teey_01

Bijlagen: Bijlage I Bijlage II Bijlage III

Figuren akoestisch model Berekeningsgegevens en –resultaten optredende gevelbelasting Verstrekte verkeersgegevens

4

Rm210886aaA0.teey_01

1

5

INLEIDING In opdracht van Aeres Milieu is, in het kader van de transformatie van Hoofdstraat 23 te Rijen, gemeente Gilze en Rijen, (kantoor naar woning) door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. In figuur 1.1 is de locatie globaal omcirkeld, in bijlage I is de situatie opgenomen.

Figuur 1.1: Situatie (bron: Google maps) Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Hoofdstraat en spoorlijn Breda - Tilburg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de Pastoor Gillisstraat en Tuinstraat opgenomen in het akoestisch onderzoek. De berekeningen zijn gebaseerd op: - de “Wet geluidhinder”; - het “Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012”; - het “Besluit Geluidhinder”.

Rm210886aaA0.teey_01

6

2

UITGANGSPUNTEN

2.1

Ruimtelijke gegevens Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een door de opdrachtgever verstrekte situatietekening, kaartmateriaal van de Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) en Google Streetview. In bijlage I is de gehanteerde situatietekening opgenomen.

2.2

Verkeersgegevens

2.2.1

Wegverkeerslawaai De verkeersgegevens voor de Hoofdstraat, Pastoor Gillisstraat en Tuinstraat zijn aangeleverd door ABG gemeente. De gegevens hebben betrekking op verkeerstellingen uit 2011, 2013 en 2016. Om te komen tot het maatgevende jaar 2032 is een groeipercentage van 1% conform opgave gemeente toegepast. De verdeling dag-, avond- en nachtperiode en de verdeling licht-, middel- en zware voertuigen is gebleken uit de verkeerstellingen. In tabel 2.1 is een overzicht opgenomen van de gehanteerde verkeersgegevens. Tabel 2.1: Overzicht verkeersgegevens 2032. Straat

Etmaalintensiteit

Hoofdstraat Deel 1

4.526 (2011) 5.578 (2032)

Hoofdstraat Deel 2

5.340 (2016) 6.262 (2032)

Pastoor Gillisstraat

2.116 (2013) 2.556 (2032)

Tuinstraat

1.195 (2013) 1.444 (2032)

Periode verdeling D 6,61% A 3,67% N 0,75% D 6,79% A 3,40% N 0,61% D 7,10% A 3,01% N 0,36% D 7,43% A 1,82% N 0,44%

Verdeling per voertuigcategorie Qlv Qmv Qzv 89,78% 6,18% 4,04% 95,48% 2,11% 2,41% 94,49% 4,78% 0,74% 97,84% 1,72% 0,44% 99,17% 0,55% 0,28% 98,08% 1,92% 0,00% 94,62% 2,77% 2,61% 98,04% 1,57% 0,39% 98,36% 1,64% 0,00% 97,56% 1,69% 0,75% 100,00% 0,00% 0,00% 97,62% 2,38% 0,00%

Snelheid km/h

Wegdek

50

01/81

50

01/81

30

80/81

30

80

Hierbij is: Periode: gemiddelde uuraandeel betreffende periode in procenten van de etmaalintensiteit. Qlv: gemiddeld uuraandeel lichte motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Qmv: gemiddeld uuraandeel middelzware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Qzv: gemiddeld uuraandeel zware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Snelheid: ter plaatse toegestane maximum snelheid. Wegdek: type 01: Glad asfalt. type 80: Elementenverharding in keperverband (CROW316). type 81: Niet keperverband elementenverharding (CROW316).

Rm210886aaA0.teey_01

7

Voor nadere informatie inzake de in- en uitvoerparameters wordt verwezen naar de in bijlage II opgenomen rekenbladen. De verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage III. 2.3

Railverkeerslawaai De verkeersgegevens voor de spoorweg van Boxtel naar Tilburg zijn afkomstig van het geluidregister als bedoeld in artikel 11.25 van de Wet milieubeheer. Deze zijn binnengehaald op 12 januari 2022 en zijn laatst gewijzigd op 21 december 2021. Voor nadere informatie inzake de in- en uitvoerparameters wordt verwezen naar de in bijlage II opgenomen rekenbladen.

2.4

Toegepaste rekenmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaard Rekenmethode II”, zoals deze is beschreven in het “Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012”. Bij de modellering van het akoestisch rekenmodel is gebruik gemaakt van het pakket WinHavik als ontwikkeld door dirActivity.

Rm210886aaA0.teey_01

8

3

NORMSTELLING WET GELUIDHINDER

3.1

Wegverkeerslawaai

3.1.1

Algemeen In de Wet geluidhinder dient met betrekking tot de geluidbelasting van een weg in nieuwe situaties de geluidbelasting in Lden in dB te worden bepaald. Dit is een gemiddeld geluidniveau over de dag-, avond- en nachtperiode en wordt bepaald met de volgende formule: day evening night 1  Lden = 10 lg 12 *10 10 + 4 *10 10 + 8 *10 10  24 

L

3.1.2

L

+5

L

+10

   

Omvang geluidzones langs wegen Krachtens de Wet geluidhinder worden aan weerszijden van een weg zones aangegeven (art. 74 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een weg is niet zoneplichtig indien er sprake is van: − wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied (art. 74 lid 2a. Wgh) of; − wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/h geldt (art. 74 lid 2b. Wgh). De breedte van de geluidzones als functie van het aantal rijstroken van de weg en het soort gebied is weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: Breedte geluidzones aan weerszijde van de weg in meters. Gebied Stedelijk Buitenstedelijk

3.1.3

1 of 2 rijstroken 3 of meer rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Breedte (m) geluidzones (art. 74) 200 350 250 400 600

Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder Op grond van verdere ontwikkelingen in de techniek en het treffen van geluid reducerende maatregelen aan de motorvoertuigen, is te verwachten, dat het wegverkeer in de toekomst minder geluid zal produceren dan momenteel het geval is. Binnen de Wet geluidhinder is middels artikel 110g de mogelijkheid geschapen om deze vermindering van de geluidsproductie in de geluidbelasting door te voeren. Deze aftrek mag alleen worden toegepast bij het toetsen van de geluidbelasting aan de normstelling en niet bij het bepalen van het binnenniveau (artikel 3.4 Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012). De

Rm210886aaA0.teey_01

9

hoogte van de aftrek is afhankelijk van de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen. In tabel 3.2 is een overzicht opgenomen van de hoogte van de aftrek. Tabel 3.2: Overzicht aftrek 110 g Wet geluidhinder (artikel 3.4 RMV2012). Representatieve snelheid < 70 km/h

Aftrek artikel 110g Wgh 5 dB 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 110g Wgh 57 dB bedraagt 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 110g Wgh 56 dB bedraagt 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting

 70 km/h  70 km/h  70 km/h

3.1.4

Aftrek stille banden In artikel 3.5 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is een aftrek opgenomen voor stille banden. Deze aftrek geldt alleen bij wegen met rijsnelheden van 70 km/h en hoger. Standaard is de aftrek 2 dB. In de volgende situaties is de aftrek 1 dB: - Zeer Open Asfalt Beton; - 2-laags ZOAB, met uitzondering van 2-laags ZOAB-fijn; - Uitgeborsteld beton; - Geoptimaliseerd uitgeborsteld beton; - Oppervlaktebewerking. Een overzicht van de stille bandenaftrek is opgenomen in tabel 3.3. Tabel 3.3: Overzicht stille banden aftrek. Representatieve snelheid < 70 km/h  70 km/h

 70 km/h

3.1.5

Wegverharding Alle ZOAB, 2-laags ZOAB, uitgeborsteld beton, geoptimaliseerd uitgeborsteld beton, oppervlaktebewerking Alle andere verhardingen dan bovenstaand vermeld

Correctie artikel 3.5 (stille banden aftrek) 0 dB 1 dB

2 dB

Stedelijk en buitenstedelijk gebied Gebieden binnen de bebouwde kom, met uitzondering van de gebieden binnen de bebouwde kom gelegen binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, worden als stedelijk aangemerkt. Als buitenstedelijke gebieden worden gebieden buiten de bebouwde kom, alsmede de bovengenoemde uitgezonderde gebieden binnen de bebouwde kom aangemerkt.

Rm210886aaA0.teey_01

3.1.6

10

Nieuwe situaties In al die gevallen waar in de aanleg van een geluidgevoelig object en/of een zoneplichtige weg door vaststelling of herziening van een bestemmingsplan wordt voorzien, is er sprake van 'nieuwe situaties'.

3.1.7

Maximaal toelaatbare geluidbelasting Normen met betrekking tot de geluidbelasting in 'nieuwbouw situaties' zijn in artikel 82 t/m 87 van de Wet geluidhinder vermeld. In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat een zogenaamde voorkeursgrenswaarde niet mag worden overschreden. Indien de voorkeursgrenswaarde wel maar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden, kan onder bepaalde voorwaarden bij Algemene Maatregel van Bestuur ontheffing worden verleend voor een hogere toelaatbare geluidbelasting. Wanneer de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden is onder zeer strikte regels nieuwbouw mogelijk. Het plan dient dan te voorzien in zogenaamde dove-gevels. In de Wet geluidhinder worden voor nog niet geprojecteerde woningen in binnenstedelijk gebied de volgende eisen gesteld: - voorkeursgrenswaarde: 48 dB (art. 82 lid 1) - maximale ontheffingswaarde binnenstedelijk gebied 63 dB (art. 83 lid 2) Niet geprojecteerd betekent dat het vigerende bestemmingsplan geen woonbebouwing toestaat of dat de huidige locatie geen woonbebouwing heeft zodat het bestemmingsplan moet worden herzien. In het kader van de Wet geluidhinder is sprake van een nieuwe situatie.

3.2

Railverkeerslawaai

3.2.1

Algemeen In de Wet geluidhinder dient met betrekking tot de geluidbelasting van een weg in nieuwe situaties de geluidbelasting in Lden in dB te worden bepaald. Dit is een gemiddeld geluidniveau over de dag-, avond- en nachtperiode en wordt bepaald met de volgende formule:

3.2.2

Omvang geluidzones langs spoorwegen Krachtens een bij het Besluit geluidhinder behorende kaart worden aan weerszijden van een spoorweg zones aangegeven (art. 1.4 BG). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een spoorweg is niet zoneplichtig

Rm210886aaA0.teey_01

11

indien de spoorweg niet aangegeven is op eerder genoemde kaart behorende bij het Besluit geluidhinder. De hoogte van het geluidproductieplafond ligt tussen de 71 en 74 dB. Op grond van artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder bedraagt de breedte van de geluidzone 900m. 3.2.3

Nieuwe situaties In al die gevallen waar in de aanleg van een geluidsgevoelig object en/of een zoneplichtige weg door vaststelling of herziening van een bestemmingsplan wordt voorzien, is er sprake van 'nieuwe situaties'.

3.2.4

Maximaal toelaatbare geluidbelasting Normen met betrekking tot de geluidbelasting in 'nieuwe situaties' zijn in afdeling 4.2 van het Besluit geluidhinder opgenomen. In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat een zogenaamde voorkeursgrenswaarde niet mag worden overschreden. Indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn dan wel stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard kunnen burgemeester en wethouders onder bepaalde door de gemeente vastgestelde beleidsregels een hogere toelaatbare waarde vaststellen. Aan deze ontheffing kunnen aanvullende voorwaarden worden verbonden. Wanneer de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden en het bouwplan binnen meerdere geluidbronnen is gelegen dan dient de gecumuleerde belasting naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet tot onaanvaardbare geluidbelastingen te leiden. In het Besluit geluidhinder worden voor nog niet geprojecteerde woningen de volgende eisen gesteld: − voorkeursgrenswaarde: 55 dB (art. 4.9, lid 1); − maximale ontheffingswaarde:

68 dB (art. 4.10).

Niet geprojecteerd betekent dat het vigerende bestemmingsplan geen woonbebouwing toestaat of dat de huidige locatie geen woonbebouwing heeft zodat het bestemmingsplan moet worden herzien. In het kader van de Wet geluidhinder is sprake van een nieuwe situatie.

3.3

Bouwbesluit 2012 In het Bouwbesluit 2012 zijn in afdeling 3.1 voorschriften opgenomen voor bescherming tegen geluid van buiten. Als bij industrie-, weg- en spoorweglawaai de betreffende

Rm210886aaA0.teey_01

12

voorkeursgrenswaarde wordt overschreden stellen gemeenten op basis van de Wet geluidhinder een zogenoemd hogere-waardenbesluit vast, waarin plaatselijk hogere geluidbelastingen worden toegestaan («hoogst toelaatbare geluidbelasting») die in het bestemmingsplan worden opgenomen. In dergelijke zones mag alleen worden gebouwd wanneer de door de aanvrager van een omgevingsvergunning te realiseren karakteristieke geluidwering hoger is dan de in artikel 3.2 gegeven minimumwaarde van 20 dB. Voor bestaande bouw dient te worden uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. Wanneer dergelijke zones niet zijn vastgesteld, zoals bij 30 km/h wegen dan dient overeenkomstig artikel 3.2 te worden voldaan aan de minimumeis van 20 dB. Deze eisen gelden alleen voor nieuwbouwsituaties. Voor verbouw of bestaande bouw wordt gesteld dat de geluidwering van de gevel dient te voldoen aan het Rechtens Verkregen Niveau. Uit het oogpunt van gezondheid en comfort is voor het vaststellen van de hiervoor benodigde gevelgeluidwering aansluiting gezocht bij de streefbinnenwaarde van 38 dB bij saneringsprojecten conform het Besluit Geluidhinder.

Rm210886aaA0.teey_01

4

13

BEREKENINGSRESULTATEN Uitgaande van voornoemde uitgangspunten zijn de te verwachten toekomstige optredende gevelbelastingen bepaald. Als waarneemhoogte is uitgegaan van ongeveer het midden van de gevel, een en ander afhankelijk van het aantal bouwlagen en de gebouwhoogte. De ligging van de waarneempunten is opgenomen in de in bijlage I opgenomen figuren. Navolgend is per weg aangegeven het waarneempunt, de waarneemhoogte, de berekende waarde, de gehanteerde aftrek artikel 110g, de toetsingswaarde, de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde. De bijbehorende rekenbladen zijn opgenomen in bijlage II. De toetsingswaarden zijn tegen een gekleurde achtergrond weergegeven. De betekenis hiervan is als volgt: Groen: de voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden in het kader van de Wet geluidhinder worden geen restricties opgelegd. Geel: de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Aan de hand van door de gemeente vastgestelde beleidsregels kan onder bepaalde voorwaarden ontheffing worden verleend voor een hogere toelaatbare geluidbelasting. Oranje: de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. Voor de betreffende gevel kan geen hogere toelaatbare grenswaarde worden vastgesteld. Woningbouw is niet toegestaan of het plan moet ter plaatse voorzien in een “dove” gevel.

4.1

Wegverkeerslawaai

4.1.1

Hoofdstraat Tabel 4.1: Berekeningsresultaten Hoofdstraat (in dB). Waar- Waar- Berekende neem- neemwaarde punt hoogte 1 1.5 67 1 4.5 68 1 7.5 67 2 1.5 67 2 4.5 68 2 7.5 67 3 1.5 39 3 4.5 40 3 7.5 37 4 4.5 40 4 7.5 38 5 1.5 40

Aftrek Toetsingsartikel waarde 110g Wgh Wgh 5 62 5 63 5 62 5 62 5 63 5 62 5 34 5 35 5 32 5 35 5 33 5 35

Bestemming

wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen

VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63

Rm210886aaA0.teey_01

14

Vervolgtabel 4.1: Berekeningsresultaten Hoofdstraat (in dB). Waar- Waar- Berekende neem- neemwaarde punt hoogte 6 1.5 44 7 1.5 51 8 1.5 56 8 4.5 55 8 7.5 55

4.2

Railverkeerslawaai

4.2.1

Spoorlijn Breda - Tilburg

Aftrek Toetsingsartikel waarde 110g Wgh Wgh 5 39 5 46 5 51 5 50 5 50

Bestemming

wonen wonen wonen wonen wonen

VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63

Tabel 4.2: Berekeningsresultaten Hoofdstraat (in dB). Waarneempunt 1 1 1 2 2 2 3 3 3 4 4 5 6 7 8 8 8

4.3

Waar- Berekende Toetsings- Bestemming VoorkeursMaximale neemwaarde waarde grenswaarde grenswaarde hoogte Bgh Wgh Wgh 1.5 48 48 wonen 55 68 4.5 51 51 wonen 55 68 7.5 55 55 wonen 55 68 1.5 49 49 wonen 55 68 4.5 50 50 wonen 55 68 7.5 54 54 wonen 55 68 1.5 50 50 wonen 55 68 4.5 52 52 wonen 55 68 7.5 53 53 wonen 55 68 4.5 51 51 wonen 55 68 7.5 53 53 wonen 55 68 1.5 49 49 wonen 55 68 1.5 48 48 wonen 55 68 1.5 49 49 wonen 55 68 1.5 49 49 wonen 55 68 4.5 52 52 wonen 55 68 7.5 55 55 wonen 55 68

Goede ruimtelijke ordening De Pastoor Gillisstraat en Tuinstraat kennen een snelheidsregime van 30 km/uur, zodat deze wegen niet hoeven te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de wegen echter wel beschouwd. Om een afweging te kunnen maken is wel aansluiting gezocht bij de Wet geluidhinder en is dat toetsingskader dus ook gehanteerd voor deze wegen. De toetsingsgegevens zijn in tabel 4.3 en 4.4 cursief weergegeven.

Rm210886aaA0.teey_01

4.3.1

15

Pastoor Gillisstraat Tabel 4.3: Berekeningsresultaten Pastoor Gillisstraat (in dB). Waar- Waar- Berekende neem- neemwaarde punt hoogte 1 1.5 50 1 4.5 51 1 7.5 50 2 1.5 51 2 4.5 51 2 7.5 51 3 1.5 54 3 4.5 53 3 7.5 53 4 4.5 49 4 7.5 52 5 1.5 55 6 1.5 54 7 1.5 38 8 1.5 35 8 4.5 38 8 7.5 38

4.3.2

Aftrek Toetsingsartikel waarde 110g Wgh Wgh 5 45 5 46 5 45 5 46 5 46 5 46 5 49 5 48 5 48 5 44 5 47 5 50 5 49 5 33 5 30 5 33 5 33

Bestemming

wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen

VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63

Tuinstraat Tabel 4.4: Berekeningsresultaten Tuinstraat (in dB). Waar- Waar- Berekende neem- neemwaarde punt hoogte 1 1.5 42 1 4.5 44 1 7.5 43 2 1.5 44 2 4.5 45 2 7.5 45 3 1.5 17 3 4.5 17 3 7.5 15 4 4.5 17 4 7.5 16 5 1.5 23 6 1.5 17 7 1.5 26 8 1.5 26 8 4.5 26 8 7.5 27

Aftrek Toetsingsartikel waarde 110g Wgh Wgh 5 37 5 39 5 38 5 39 5 40 5 40 5 12 5 12 5 10 5 12 5 11 5 18 5 12 5 21 5 21 5 21 5 22

Bestemming

wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen wonen

VoorkeursMaximale grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63 48 63

Rm210886aaA0.teey_01

4.4

16

Cumulatie en Bouwbesluit Om te bezien of sprake is van een goede ruimtelijke ordening zijn de geluidbelastingen van alle wegen gecumuleerd. Het resultaat is weergegeven in tabel 4.5. De genoemde waarden zijn exclusief aftrek artikel 110g Wgh. Het Bouwbesluit stelt alleen eisen aan de gevelgeluidwering voor situaties waar een Hogere Waarde is verleend. Dit betekent dat geen eisen gelden bij 30 km/uur wegen die een verhoogde geluidbelasting veroorzaken. Voor verbouwsituaties dient te worden voldaan aan het rechtens verkregen niveau. Uit het oogpunt van gezondheid en comfort is voor het vaststellen van de hiervoor benodigde gevelgeluidwering aansluiting gezocht bij de streefbinnenwaarde van 38 dB bij saneringsprojecten conform het Besluit Geluidhinder. In de kolom eis gevelgeluidwering is de benodigde karakteristieke gevelgeluidwering opgenomen gebaseerd op de hoogste geluidbelasting van de gezoneerde wegen volgens de Wgh en de streefbinnenwaarde bij saneringsprojecten van het Besluit Geluidhinder. Tabel 4.5: Gecumuleerde geluidbelasting (in dB). Waar- Waarneem- neempunt hoogte 1 1 1 2 2 2 3 3 3 4 4 5 6 7 8 8 8

1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 1.5 4.5 7.5 4.5 7.5 1.5 1.5 1.5 1.5 4.5 7.5

Hoofd straat

Rail

67 68 67 67 68 67 39 40 37 40 38 40 44 51 56 55 55

48 51 55 49 50 54 50 52 53 51 53 49 48 49 49 52 55

Berekende waarde L*RL Pastoor Gillis straat 44 50 47 51 51 50 45 51 47 51 50 51 46 54 48 53 49 53 47 49 49 52 45 55 44 54 46 38 45 35 48 38 51 38

Tuin straat

Totaal wvl

42 44 43 44 45 45 17 17 15 17 16 23 17 26 26 26 27

67 68 67 68 68 68 55 56 56 54 56 56 56 53 57 57 58

Eis gevel geluid wering 29 30 29 29 30 29 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20 20

Rm210886aaA0.teey_01

5

EVALUATIE REKENRESULTATEN & CONCLUSIE

5.1

Algemeen

17

In opdracht van Aeres Milieu is, in het kader van de transformatie van Hoofdstraat 23 te Rijen, gemeente Gilze en Rijen, door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Hoofdstraat en spoorlijn Breda - Tilburg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de Pastoor Gillisstraat en Tuinstraat opgenomen in het akoestisch onderzoek. 5.2

Wet geluidhinder

5.2.1

Algemeen De Wet geluidhinder geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De definitie van een gevel luidt: “de bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van een constructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die tenminste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33dB (bij verkeerslawaai)”.

5.2.2

Hoofdstraat -

-

De voorkeursgrenswaarde wordt wel, maar de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de Hoofdstraat is maximaal 63 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Bij de gemeente Gilze en Rijen kan een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat het de transformatie van een bestaand pand, kantoor naar woning, betreft. Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding zou kunnen worden overwogen. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren. De geluidbelasting kan daarmee niet worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde of lager. De kosten voor dergelijke maatregelen worden geraamd op €30.000,- (100 m * 6m * €50,-) en stuiten daarmee op bezwaren van financiële aard. Het betreft een enkele woning waar in eerste instantie geen bouwwerkzaamheden plaatsvinden en de voorkeursgrenswaarde kan hiermee niet bereikt worden.

Rm210886aaA0.teey_01

-

-

5.2.3

Indien een hogere waarde wordt vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen. Dit kan betekenen dat het bouwplan dient te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Hieronder wordt veelal verstaan dat de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor elk van de te onderscheiden geluidbronnen. Volgens tabel 4.1 t/m 4.4 is zichtbaar dat het gebouw beschikt over tenminste één geluidluwe gevel, ter plaatse van waarneempunt 3,4 en 7. Conform Bouwbesluit worden in deze situatie geen eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering. Er dient te worden voldaan aan het rechtens verkregen niveau. Uit het oogpunt van gezondheid en comfort is het wel aan te bevelen maatregelen aan de gevel te treffen. Voor het vaststellen van de hiervoor benodigde gevelgeluidwering is aansluiting gezocht bij de streefbinnenwaarde van 38 dB bij saneringsprojecten conform het Besluit Geluidhinder, zie tabel 4.5.

Spoorlijn Breda - Tilburg -

De gevelbelasting bedraagt maximaal 55 dB. De voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt niet overschreden. In het kader van de Wet geluidhinder wordt vanwege railverkeerslawaai geen restricties aan het onderzochte bouwplan opgelegd.

5.3

Niet gezoneerde wegen

5.3.1

Pastoor Gillisstraat -

-

-

5.3.2

18

Er is sprake van een 30 km/zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt de weg wel beschouwd en wordt ook het toetsingskader van de Wet geluidhinder gehanteerd. De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is maximaal 55 dB, zonder aftrek artikel 110g. Zou die aftrek wel worden gehanteerd, dan is de geluidbelasting 50 dB waarmee deze boven de voorkeursgrenswaarde zou liggen wanneer getoetst zou worden aan de Wet geluidhinder. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Omdat geen sprake is van een gezoneerde weg, hoeft ook geen hogere waarden ten aanzien van deze weg worden aangevraagd. Formeel hoeven ten gevolge van deze weg geen maatregelen te worden getroffen aan de gevel. Uit het oogpunt van wooncomfort en gezondheid wordt echter geadviseerd wel maatregelen te treffen om een binnenniveau van 33 dB te garanderen. Hiervoor wordt verwezen naar tabel 4.5 kolom comforteis.

Tuinstraat -

Er is sprake van een 30 km/zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11914433/1