OMWB Kaderbrief 2025
Tekst van het document
Inkomsten
en
Kaderbrief 2025 19,4
6,8
miljoen
miljoen
Programma VTH-taken
1.350 Declarabele norm
283 1,7
miljoen
Advies en Projecten
Formatie
1,9
miljoen
Overig
per fte
Totaal aantal declarabele uren
228
55
Primair proces
Overhead
fte
Programma Collectieve taken
uur
fte
fte
308.000 uur
1 februari 2024
Uitgaven
Uitvoering taken 91%
en
20
9,6
0,2
miljoen
miljoen
miljoen
Uitvoering taken
Overhead
Onvoorzien
18,3
1%
0,2
2%
0,4
Overhead 6%
1,1
57%
5,4
9%
0,9
www.omwb.nl
0,2
27%
2,6
5%
0,5
miljoen
miljoen
miljoen
miljoen
miljoen
miljoen
miljoen
miljoen
miljoen
Personeelslasten
Rente en afschrijvingen
Huisvesting en organisatie
Overige kosten
Personeelslasten
Huisvestingskosten
Facilitaire kosten
ICTbudgetten
Overige kosten
Ontwikkelingen met impact op de begroting (toelichting vindt u in paragraaf 2.1.1 van de begroting)
sluit omgevingsrecht (Bor) ingang van 2019 volledig e menteerd in de regio - en West-Brabant.
2%
Energie en duurzaamheid Energiebesparing bij bedrijven, en dus toezicht en handhaving vanuit de OMWB, krijgt steeds meer aandacht.
MWB-norm Vanaf 2019 werken we volgens de MWB-norm. Het doel: de kwaliteit van onze producten en diensten verbeteren. Daarnaast wordt de norm grondslag voor een duurzame
Zorgvuldige veehouderij en volksgezondheid De Provincie Noord-Brabant streeft ernaar in 2020 tot de meest innovatieve, duurzame en slimme agrofoodregio’s van Europa te behoren. Dit heeft invloed op onze VTH-taken.
Verbod op asbestdaken 2024 Asbestdaken die in contact staan met de buitenlucht zijn vanaf 2024 verboden. Om de doelstellingen te behalen is meer saneringscapaciteit nodig én moeten eigenaren gestimuleerd worden om te gaan saneren.
Omgevingswet De OMWB bereidt zich samen met deelnemers voor op de Omgevingswet door middel van pilots, proactieve consultaties en samenwerkingsverbanden. Dit vraagt ook om aanpassing van de werkprogramma’s en ontwikkeling van competenties van medewerkers.
Bestuurlijke ontwikkelingen De gemeenteraadsverkiezingen hebben plaatsgevonden. Dat betekent bestuurlijke wisselingen en het inwerken van de nieuwe bestuursleden.
ICT-budgetten De OMWB vernieuwt het ICT-landschap om te werken en klaar te zijn voor toekomstige ontwikkelingen. Dit zien we ook terug in de begrote uitgaven voor 2019. Meer informatie vindt u in paragraaf 2.2.3 van de begroting.
>
Inhoudsopgave
<
1. Inleiding
3
Datagedreven werken
19
2. Beleidsmatige ontwikkelingen.
5
Geografisch informatiesysteem (GIS)
20
Introductie
5
Huisvesting
21
Omgevingswet
6
Organisatie
22
Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel
7
Circulaire economie
8
4. Financiële uitgangspunten
23
Stikstof
9
4.1 Algemene uitgangspunten
23
Zeer Zorgwekkende Stoffen
10
4.2 MWB-norm
23
Energietransitie
11
4.3 Baten en tariefontwikkeling
23
Klimaatverandering
12
4.4 Lasten
24
Biodiversiteit / groene wetgeving
13
4.5 Investeringen
25
Kaderrichtlijn Water
14
4.6 Financiële impact 2025 en later
25
Gezondheid
15
4.7 Weerstandsvermogen
27
Schone Lucht Akkoord
16
Doorontwikkeling VTHKA
17
Bijlage 1: Bronvermeldingen
28
Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV)
17
Brandveiligheid
18
OMWB Kaderbrief 2024
3. Bedrijfsvoering
19
2
>
1.
Inleiding De kaderbrief wordt opgesteld als beginpunt voor de P&C cyclus, waarbij de kaders voor de te verwachte ontwikkelingen op milieu en duurzaamheidsgebied op middellange termijn worden geduid, evenals de financiële uitgangspunten. Bij de financiële uitgangspunten is van de diverse ontwikkelingen de mogelijke financiële impact voor de deelnemers opgenomen. Deze impact wordt nog definitief in bedragen vertaald in de begroting 2025, en besluitvorming over de op te nemen bedragen vindt dan plaats. De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) werkt aan een schone, gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. De thema’s waar de OMWB zich mee bezig houdt (o.a. stikstof, PFAS, luchtkwaliteit, uitstoot industrie, energie, natuur) zijn zeer divers, voor het landelijk gebied, stedelijk gebied en de industrie. Het kan gaan over stikstof, PFAS, uitstoot van industrie, energievraagstukken, asbest etc. En de dynamiek op al deze onderwerpen is groot; we zitten immers in meerdere transities tegelijk (klimaat, landbouw, energie, digitaal). Kortom, er komt heel wat op ons af! Het belang van de kwaliteit van onze leefomgeving wordt steeds belangrijker. Voor onze gezondheid, veiligheid en voor de duurzaamheid van de natuur en de fysieke leefomgeving. Het zijn allemaal maatschappelijk actuele thema’s die impact en belang hebben voor iedere inwoner en ondernemer.
De OMWB heeft een belangrijke rol bij de aanpak van deze vraagstukken. Met vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering kunnen we deze transities een duw in de goede richting geven. Dit betekent voor onszelf dat we doorlopend moeten investeren in de kennis en deskundigheid van ons personeel, én in de juiste informatiesystemen om risicogericht en data-gestuurd te kunnen werken. De doorontwikkeling tot een professionele omgevingsdienst is cruciaal om deze rol ook daadwerkelijk waar te maken.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
3
>
Het Interbestuurlijk Programma (IBP) wordt in 2024 afgerond. En in 2025 verwachten we dat een aantal daarbinnen ontwikkelde programma’s worden doorgezet. Zo zal het bureau Omgevingsdienst NL zijn vruchten afwerpen, doordat onderwerpen landelijk voor alle omgevingsdiensten getrokken worden, de kennisinfrastructuur landelijk opgebouwd wordt en een Omgevingsdienst NL Academy de inhoudelijke opleidingen verzorgen. In 2024 is een start gemaakt met de implementatie van de Omgevingswet. Ook vindt in 2024 de besluitvorming plaats over het Gemeenschappelijk Uitvoerings kader. We verwachten dat we in 2025 steeds meer toe kunnen werken naar de daarin beschreven regionale prioriteiten. Inhoudelijk blijven we de komende jaren geconfronteerd met lastige keuzes rondom de stikstofproblematiek. Die beïnvloedt onze vergunningverlening enorm. Daarnaast moeten we ons voorbereiden op de Kaderrichtlijnwater, die in 2027 van kracht wordt. Ook deze Europese richtlijn kan tot stagnering leiden. Voor de energietransitie doet de OMWB veel aan controles en advisering van bedrijfsleven en industrie om energiezuiniger te worden. En ten aanzien van de uitstoot van de industrie, doen
Ten aanzien van alle ontwikkelingen die op ons af komen, schatten wij in dat we
ook in onze provincie bedrijven actief mee bij de maatwerkafspra-
extra capaciteit benodigd is en investeringen in een geografisch informatiesys-
ken over CO2- reductie en verduurzaming, die het Rijk maakt
teem en het programma datagedreven werken. Daarnaast willen we investeren
met de twintig grootste uitstoters in Nederland. Net zoals bij de Rotterdamse Haven zal ook Moerdijk, als industrieel cluster, grote (ruimtelijke) veranderingen onder-
in de huisvesting aan de Spoorlaan in Tilburg om aantrekkelijk te blijven als werkgever en de werkomgeving te laten voldoen aan de eisen van de huidige tijd (duurzaamheid, nieuwe manier werken, hybride werken etc.).
gaan vanwege de ontwikkelingen rond waterstof en ammoniak.
Bovenstaand geeft een eerste inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen waar de OMWB naar verwachting de komende jaren mee te maken zal hebben. Bij al onze medewerkers is er veel passie voor ons vak en enthousiasme om hier gezamenlijk de schouders onder te zetten!
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
4
>
2.
Beleidsmatige ontwikkelingen De OMWB heeft zicht op landelijke en regionale ontwikkelingen die van belang (kunnen) zijn voor de toekomstbestendigheid van de dienst, meerwaarde hebben voor onze eigenaren en van toegevoegde waarde zijn om te kunnen blijven werken aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving. In deze kaderbrief worden deze ontwikkelingen geschetst. Zij zijn deels nieuw en deels vloeien zij voort uit reeds ingezette werkzaamheden / taakuitvoering. In de Strategische Agenda van de OMWB komen de ontwikkelingen terug. De strategische agenda geeft hierbij op lokaal en regionaal niveau invulling aan de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Van de onderwerpen verwoord in de kaderbrief wordt steeds kort de probleemstelling en de noodzaak om als overheden te handelen belicht. Elk onderwerp eindigt met een kader waarin de (mogelijke) impact voor de OMWB is weergegeven. Tevens staat hierbij vermeld uit welke post deze ontwikkeling naar verwachting bekostigd gaat worden. De nieuwe ontwikkeling kan gefinancierd worden uit één van de volgende posten: - P1/P2 (werkprogramma basis en/of verzoektaak) - P3 (collectieve taken programma) - Bedrijfsvoering - Concernuren - Subsidie Voor slechts een beperkt aantal posten kan een concreet bedrag worden vermeld. Voor de onderwerpen kan op dit moment geen bedrag worden vermeld. Hopelijk kan op termijn alsnog een bedrag worden vermeld.
Het uitgangspunt is en blijft dat nieuwe ontwikkelingen niet direct leiden tot een verhoging van de financiële bijdrage aan de OMWB. Indien dit uit oogpunt van een adequate uitvoering niet mogelijk is, wordt er een aangepast voorstel gemaakt dat als toelichting bij het werkprogramma wordt gevoegd.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
5
>
Omgevingswet De Omgevingswet trad op 1 januari 2024 in werking. Alle overheden hebben zich zo goed als mogelijk voorbereid op de komst van deze nieuwe wet. Het is niet realistisch om te veronderstellen dat de implementatie van de Omgevingswet vlekkeloos zal verlopen. Gedurende 2024 krijgen de gemeenten en de OMWB te maken met een hectische periode. We zullen erachter komen dat niet alles werkt zoals we hadden verwacht en er zullen de nodige maatregelen getroffen moeten worden. Een gedeelte van de hiervoor benodigde aanpassingen is vrij makkelijk te realiseren. Maar er is ongetwijfeld ook een aantal onderwerpen waarbij de overheden en hun ketenpartners (nieuwe) afspraken moeten maken. Vervolgens moeten zaken geïmplementeerd worden. Naast deze eventuele verzuimen staat 2024 in het teken van het monitoren van de kentallen per product. Deze data worden gebruikt om het werkprogramma binnen een periode van twee à drie
Impact OMWB 2025 en verder:
jaar ‘Omgevingswetproof’ te maken Daarbij worden nieuwe afspraken gemaakt
Impact
Fin. post
over budget en aantallen. Op voorhand is reeds landelijk vast komen te staan
Input leveren van de kerndocumenten Omgevingswet
P1/P2
dat de kosten per product stijgen en de inkomsten (leges) zullen dalen.
Invulling van de kerndocumenten bepaalt mede de wijze hoe de OMWB haar VTHKA-taken uitvoert.
P1/P2
De gemeenten moeten allemaal voor 1 januari 2032 een omgevingsplan heb-
Data opbouw kentallen en doorvertaling naar het Omgevingswetproof werkprogramma.
P3
ben vastgesteld. De OMWB levert voor het vormen van het omgevingsplan een bijdrage en gaat daarnaast milieudata opbouwen en beheren om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te monitoren. Daarmee staat 2025 voornamelijk in het teken van de doorontwikkeling van de Omgevingswet.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
6
>
Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel De adviescommissie Aartsen heeft een rapport opgesteld (‘Om de Leefomgeving’) [Bron 1]. In dit rapport geeft de commissie inzicht in wat is bereikt met het VTH stelsel, hoe dat past bij de bedoeling van het VTH stelsel en wat aanvullend nodig is om het VTH stelsel te verbeteren. Dit is vervat in het Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel (IBP). Het programma heeft een looptijd van twee jaar (2022-2024). In 2025 vraagt de implementatie van de doelen uit het programmaplan veel aandacht. Naast de toekomstbestendigheid van het stelsel heeft de commissie zich vooral gericht op de omgevingsdiensten en hun functioneren. Binnen IBP is de OMWB inmiddels door een visitatiecommissie bezocht. In 2025 geeft de OMWB verder invulling aan de leer- en verbeterpunten zoals
Impact OMWB 2025 en verder:
datagedreven werken, het voldoen aan de robuustheidscriteria (opstellen
Impact
Fin. post
innovatiekalender) de koppeling van de innovatiekalender aan de strategische
Implementeren van acties uit IBP
subsidie
agenda; kennisdeling en de regionale risicoanalyse/programmering. De laatste
Doorontwikkelen van het gedachtegoed uit het IBP.
P1/P2/P3
is al in lijn met het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) 2024-2027.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
7
>
Circulaire economie De rijksoverheid werkt samen met het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en andere overheden (waaronder de OMWB) aan een duurzame economie voor de toekomst. In deze circulaire economie bestaat (idealiter) bijna geen afval en worden (secundaire) grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. In het Nationale Programma Circulaire Economie staat wat nodig is om in 2050 in Nederland volledig circulair te zijn [Bron 2]. Een circulaire economie (CE) is gericht op het optimaal inzetten en hergebruiken van grondstoffen in de verschillende schakels van de productieketen: van de winning van grondstoffen tot consumptie. Grondstoffen dreigen schaars te worden door een groeiende bevolking en toenemende welvaart in de wereld. Hierdoor wordt het steeds belangrijker om de beschikbare grondstoffen zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Dit geeft ook nieuwe kansen voor bedrijven:
Impact OMWB 2025 en verder:
nieuwe markten, meer samenwerking en minder grondstoffenverbruik. De
Impact
Fin. post
transitie naar een circulaire economie is volgens de Europese Commissie
Op de voet volgen van nieuwe ontwikkelingen en inventariseren voor welke bedrijven de ontwikkeling van toepassing is.
P3
Eventueel communicatie opstarten richting bedrijven.
P1/P2
Doorvertalen nieuwe ontwikkelingen naar vergunningverlening en toezicht.
P1/P2
Trainen van medewerkers om ze voor te bereiden op de komst van circulaire economie.
concern
‘de gelegenheid om onze economie te transformeren en nieuwe en duurzame concurrentievoordelen voor Europa te genereren’. Daarnaast zorgt circulaire economie ook voor ongeveer 10% minder broeikasgassen, 20% waterbesparing en 25% minder import van primaire grondstoffen. De OMWB speelt een belangrijke rol in deze transitie. Deze bestaat uit het stimuleren van bedrijven door middel van het bijbrengen van bewustwording, maar ook toezicht en handhaving op nieuwe richtlijnen. Het is wenselijk om de pilot die momenteel loopt bij de provincie Noord-Brabant en gemeente Tilburg uit te breiden naar meer gemeenten en bedrijven om de awareness te vergroten en te zorgen van een reductie van grondstoffen en afvalstoffen.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
8
>
Stikstof Stikstof is overal om ons heen. Het is een belangrijke voedingstof voor
Voor de OMWB heeft stikstof met name invloed op de agrarische vergunningen
planten en van zichzelf niet schadelijk voor de mens. Sommige stik-
en toezichtactiviteiten in relatie tot de stikstofneerslag rondom natuurgebie-
stofverbindingen brengen wel schade toe aan onze gezondheid en aan
den. In de industrie speelt stikstofdioxide een rol bij vergunningverlening.
de natuur. De uitstoot moet daarom omlaag. Het stikstofvraagstuk is ingrijpend en complex en er zijn veel belangen mee gemoeid. Bij de stikstofcrisis van de laatste jaren draait het om twee stofjes: stikstof uit bronnen als verkeer en industrie (NOx) en stikstofverbindingen uit boerenbedrijven, meestal in de vorm van ammoniak. Deze slaan neer in de natuur waardoor bodem en water voedselrijker worden. Daardoor groeien sommige planten beter dan andere. Dat gegeven vormt een bedreiging voor de biodiversiteit. Stikstofverbindingen zijn ook slecht voor de mens maar in de huidige stikstofcrisis gaat het daar weinig over. De stikstofverbindingen veroorzaken namelijk smog en fijnstof. Daardoor kunnen gezondheidsproblemen ontstaan, zoals astma. Tenslotte speelt stikstof in de vorm van nitraat een rol voor het behalen van de doelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) [Bron 3]. De Natuurdoelanalyses van de Natura 2000-gebieden in Noord-Brabant laten een verslechterd beeld zien van de natuur. De verplichte Europese natuurdoelen [Bron 4] kunnen met de huidige maatregelen niet worden behaald. Dat heeft als gevolg dat aanvragen voor vergunningverlening met stikstofeffecten
Impact OMWB 2025 en verder:
op Natura 2000-gebieden tijdelijk stil komen te liggen. De provincie heeft als
Impact
Fin. post
onderdeel van de vernieuwing van de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof een
Volgen van landelijke ontwikkelingen op het gebied van stikstof.
P3
pakket met aanvullende bronmaatregelen opgesteld om de stikstofuitstoot fors
Stikstofbeleid doorvertalen naar VTH-producten- en diensten.
P1/P2
terug te dringen.
Bedrijven informeren over de gevolgen van nieuw stikstofbeleid.
P1/P2
Verder geeft de provincie Noord-Brabant in haar Beleidskader Milieu de ambitie weer om de WHO-advieswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide in lucht te behalen in plaats van dat ze zich richt op het voldoen aan de minder strenge EU-grenswaarden. Gemeenten hebben stikstof veelal nog niet opgenomen in hun omgevingsplannen.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
9
>
Zeer Zorgwekkende Stoffen Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn chemische stoffen die gevaar-
De OMWB heeft in de periode 2019 – 2021 een ZZS-uitvraag gedaan bij provinciale
lijk zijn voor de volksgezondheid of milieu doordat ze bijvoorbeeld
bedrijven om inzichtelijk te krijgen of en welke ZZS (en potentiële ZZS) in een
carcinogeen (kankerverwekkend), mutageen (schadelijk voor erfelijk
bedrijf voorkomen en worden geëmitteerd. Naar aanleiding van de uitkomsten van
materiaal) of reprotoxisch (mogelijk effect op de voortplanting en de
de ZZS-inventarisatie zijn de provinciale bedrijven met een ZZS-emissie naar lucht
ontwikkeling van de ongeboren vrucht) zijn of zeer slecht afbreekbaar
aangeschreven om te voldoen aan de minimalisatieplicht. In 2022 zijn we gestart
en bioaccumulerend (de eigenschap waarbij stoffen zich in organismen
met de ZZS-uitvraag bij vergunningplichtige gemeentelijke bedrijven. De OMWB
of organen van organismen kunnen ophopen). De criteria die worden
houdt ook expliciet toezicht op de naleving. Dit geldt voor de vergunningplichtige
gebruikt om een zeer zorgwekkende stof te identificeren zijn vastge-
bedrijven maar ook voor meldingsplichtige bedrijven. Bij het uitvoeren van con-
legd in de REACH-verordening [Bron 5].
troles gaan we uit van de meest actuele inzichten op het gebied van ZZS. Tijdens bezoeken wordt ZZS onder de aandacht gebracht en doen we een beroep op de
Het Nederlandse beleid is erop gericht de uitstoot naar de lucht en lozingen
‘ondernemersverantwoordelijkheid’.
naar het water van ZZS te beperken. Het doel is om deze stoffen zoveel mogelijk uit de leefomgeving te weren. Dat gebeurt door: • het beperken van de uitstoot of lozingen op basis van voorschriften in vergunningen; • het vervangen van deze stoffen door minder gevaarlijke stoffen. In 2024 wordt een inventarisatie afgerond. Er zullen aanvullende werkzaamheden nodig zijn aan de hand van de uitkomsten van de inventarisatie. Deze worden dan in 2025 uitgevoerd. Vanaf 1 januari 2016 geldt een minimalisatieverplichting voor alle ZZS. De extra aandacht vanuit de Omgevingswet voor volksgezondheid maakt de aanpak van ZZS nog relevanter en geeft ook betrokkenheid op het dossier van
Impact OMWB 2025 en verder:
de GGD. Hoewel de gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid steeds
Impact
Fin. post
meer aandacht krijgen is er nog maar beperkt zicht op welke bedrijven werken
Advies van de OVV doorvertalen naar de uitvoering van de OMWB.
P1/P2
Handelen conform de (strengste) regels rondom reductie van emissies van ZZS.
P1/P2
Programmeren van de taken in het werkprogramma.
P1/P2
Overdracht van kennis naar de VTH-medewerkers.
concern
of gewerkt hebben met ZZS. Zonder dit beeld worden er dagelijks ZZS geloosd in het milieu. Het rapport ‘Industrie en omwonenden’ van de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft een duidelijk beeld geschetst dat er binnen de overheid het nodige moet veranderen op het gebied van communicatie, (technische) kennis en de doorvertaling naar VTH.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
10
>
Energietransitie Het klimaat verandert wereldwijd en ook in Nederland. De gemiddelde temperatuur over de afgelopen eeuw is gestegen, de hoeveelheid en intensiteit van neerslag zijn toegenomen en zeer warme dagen komen vaker voor. Het realiseren van de klimaatdoelen Parijs (2015) [Bron 6] en Dubai 2023 is nodig om verdere opwarming van de aarde en de gevolgen daarvan zo veel mogelijk te voorkomen. Om aan de afspraken te voldoen moet Nederland overstappen van fossiele brandstoffen op duurzame energiebronnen zoals zon en wind. De oorlog in Oekraïne met als gevolg schaarste van fossiele brandstoffen zorgt voor een stimulans om gebruik te maken van duurzame energie. Er zijn diverse mogelijkheden om op een duurzame manier energie (in Nederland) op te wekken. Bij het opwekken van duurzame energie of het gebruik hiervan kunnen ook milieurisico’s optreden. Bijvoorbeeld bij het opwekken, transpor-
Impact OMWB 2025 en verder:
teren en gebruiken van waterstof bestaat de kans op brand en explosie. Alle
Impact
Fin. post
alternatieve manieren van energie kennen eigen oplossingen en uitdagingen en
Bijhouden van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van energietransitie en de doorvertaling maken welke invloed dit kan hebben op het bedrijfsleven.
P3
Energietransitie doorvertalen naar VTH-producten- en diensten
P1/P2
risico’s. De bedrijven zijn op zoek naar nieuwe technieken, wat betekent dat de OMWB de trends in de gaten moet houden om adequaat te kunnen handelen. Zo kan de OMWB de invloed van het opwekken, transporteren en gebruiken van duurzame energiebronnen op het milieu minimaliseren door bij bedrijven passende vergunningverlening (maatwerk) en toezicht te hanteren. Landelijke ontwikkelingen van o.a. de grootverbruikers worden op de voet gevolgd om tijdig hierop te anticiperen.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
11
>
Klimaatverandering Klimaatverandering heeft rechtstreekse invloed op ons advieswerk en
gewerkt worden aan het beschermen van de veiligheid en een gezonde duur
de activiteiten waar wij vergunningen voor verlenen en toezicht op
zame leefomgeving in onze regio. Klimaatadaptatie heeft duidelijke raakvlak-
houden. Denk aan de gevolgen van droogte, hogere temperaturen en
ken met andere thema’s zoals energie, Water en Bodem Sturend en de Kader-
wateroverlast voor de bedrijfsvoering van ondernemers, op versprei-
richtlijn Water [Bron 3].
ding van grondwaterverontreiniging of onze inzet bij calamiteiten. Daarnaast zijn ook nieuwe milieurisico’s te definiëren als gevolg van
De komende jaren worden maatregelen in relatie tot klimaatadaptatie via beleid
de verandering van het klimaat, bijvoorbeeld effecten van extreme
gestimuleerd. De OMWB gaat na of aan dit onderwerp gerelateerde pilots moge-
vernatting in combinatie met het riool overstorten waardoor de water
lijk zijn. Deze zijn dan voornamelijk gericht op ondersteuning, ontzorging en be-
kwaliteit beïnvloed wordt (verspreiding pathogenen, verontreiniging,
wustwording, maar vinden ook hun weg via bijvoorbeeld directe toezichttaken.
nutriënten). Ook ontoereikende koeling bij processen als gevolg van opwarming van het koelwater vormt een nieuw milieurisico. Bij de grootste uitstoters wordt via maatwerkafspraken gewerkt aan het terugdringen van de schadelijke bronnen. Deels kan dit via normering, deels zal het instrument van bijbrengen van bewustwording ingezet worden. Het terugdringen geschiedt ook door inzet van andere energiebronnen. Er ligt een verbinding met de Energietransitie. Klimaatverandering voltrekt zich sneller dan gedacht. Het KNMI geeft in zijn Klimaatscenario’s ‘23 [Bron 7] aan dat de zeespiegel sneller stijgt, droogte is toegenomen en extremere neerslag in de toekomst is te verwachten. De gevolgen hiervan zijn ingrijpend en ook in de regio Midden- en West-Brabant merkbaar. Denk aan toenemende wateroverlast, extreme droogte, verzakkende infrastructuur, toenemende verzilting en hittestress in dichtbebouwd gebied. Gemeenten, Provincie en bedrijven bereiden zich voor op deze veranderingen. Dat heet klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie wordt daarmee een onvermijdbaar onderwerp voor de OMWB, gelet op de wettelijke taken die dan hieraan verbonden zijn. Daarnaast biedt het kansen en mogelijkheden voor de OMWB om de taken uit te breiden als de expertise van dit onderwerp wordt vergroot. Door expertise op te bouwen kan
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
Impact OMWB 2025 en verder: Impact
Fin. post
Bijhouden van nieuwe ontwikkelingen op gebied van klimaatverandering en de invloed voor Midden- en West-Brabant en specifiek voor bedrijven.
P3
Maken van een doorvertaling van klimaatverandering naar de VTH-producten, mede in relatie tot de Kaderrichtlijn Water (KRW) en ‘Water en bodem sturend’.
P1/P2
Overdracht van kennis naar de VTH-medewerkers.
concern
12
>
Biodiversiteit / groene wetgeving De laatste jaren neemt de biodiversiteit - de verscheidenheid aan levende organismen op onze planeet - drastisch af, vooral door menselijke activiteiten zoals veranderingen in landgebruik, vervuiling en klimaat. De Europese Commissie heeft in mei 2020 de nieuwe biodiversiteitsstrategie 2030 gepresenteerd. Dit gebeurde na oproepen van het Parlement in januari 2020 om de belangrijkste oorzaken van het verlies aan biodiversiteit aan te pakken en wettelijk bindende doelstellingen vast te stellen. Europese wetgeving dwingt (“EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030”) de lidstaten de natuur terug in ons leven te brengen. Het is zaak dat tegen 2050 de ecosystemen van de wereld zijn hersteld, veerkrachtig zijn en adequaat worden beschermd voor de toekomst. Gezonde ecosystemen zorgen voor essentiële behoeften die wij als vanzelfsprekend beschouwen. Planten zetten
Impact OMWB 2025 en verder:
bijvoorbeeld zonne-energie om en maken het beschikbaar voor andere levens-
Impact
Fin. post
vormen. Bacteriën en andere levende organismen breken organisch materiaal
Bijhouden van nieuwe ontwikkelingen op gebied van biodiversiteit en groene wetgeving.
P3
Maken van een doorvertaling van Europese wetgeving en groene wetgeving naar de VTHKA-producten van de OMWB.
P1/P2
Overdracht van kennis naar de VTH-medewerkers.
concern
af tot voedingsstoffen die zorgen voor een gezonde bodem voor planten om in te groeien. Bestuivers zijn essentieel voor de voortplanting van planten, die garant staat voor onze voedselvoorziening. Planten en oceanen zijn immers belangrijke koolstofputten. De watercyclus is daarnaast afhankelijk van levende organismen. Kort gezegd zorgt biodiversiteit voor schone lucht, fris water, een goede kwaliteit van de bodem en bestuiving van gewassen. Het helpt om klimaatverandering te bestrijden, vergroot het hiervoor benodigde aanpassingsvermogen aan onze kant en het vermindert de impact van natuurrampen. Aangezien levende organismen met elkaar verbonden zijn binnen dynamische ecosystemen, kan het verdwijnen van één soort verstrekkende gevolgen hebben voor onze voedselketen.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
13
>
Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die [Bron 3]
OMWB niet toe bevoegd is. De OMWB richt zich de komende jaren met name
voorschrijft dat de waterkwaliteit van de Europese wateren aan be-
op de indirecte lozingen. Intensivering van de samenwerking om de doelstellin-
paalde eisen moet voldoen. De doelstelling van de KRW is dat uiterlijk
gen uit 2027 te behalen is noodzakelijk.
in 2027 in heel Europa de kwaliteit van alle wateren zowel chemisch (schoon) als ecologisch (gezond) op orde moet zijn. Om dit te bereiken, zorgt de richtlijn voor de bescherming van alle waterelementen: rivieren, meren, kustwateren en grondwater. De richtlijn gaat uit van internationale stroomgebieden, soms verder samengevoegd tot stroomgebiedsdistricten. Voor Nederland gaat het om het stroomgebied van respectievelijk de Schelde, de Maas, de Rijn en de Eems. De richtlijn bepaalt dat de EU-lidstaten voor elk stroomgebied gezamenlijk actieprogramma’s moeten opstellen waarin alle aspecten van water aan de orde moeten komen. Deze actie ligt in de eerste plaats bij de waterschappen en Rijkswaterstaat maar ook bij provincie en gemeenten vanuit hun rol als bevoegd gezag voor vergunningverlening voor indirecte lozingen. De meeste waterlichamen voldoen niet aan de gewenste waterkwaliteit volgens de KRW-beoordeling. De chemische kwaliteit voldoet meestal niet en de ecologische kwaliteit is matig, ontoereikend of slecht. Dit laatste komt vooral door de geringe biologische kwaliteit. De OMWB opereert binnen twee stroomgebieden, namelijk de Schelde en de
Impact OMWB 2025 en verder:
Maas. De doelstellingen van de KRW hebben ook betrekking op bedrijven die
Impact
Fin. post
indirect afvalwater lozen op de riolering en grondwaterverontreinigingen die
Afstemmen van de nodige acties om de doelstelling van de KRW te behalen.
P3
Intensiveren van VTH op gebied van (indirecte) lozingen.
P1/P2
Programmeren van de taken in het werkprogramma.
P1/P2
Overdracht van kennis naar de VTH-medewerkers.
concern
van invloed zijn binnen het watersysteem van het betreffende stroomgebied. Voor beide stroomgebieden geldt dat de doelstellingen van de KRW op dit moment niet worden gehaald. Een extra inspanning van de gezamenlijke overheden is nodig, zoals beschreven in het KRW-impulsprogramma van het Rijk [Bron 8]. De OMWB ondersteunt de waterschappen, gemeenten en Provincie bij het verbeteren van de waterkwaliteit binnen het stroomgebied en functioneert ook als oog- en oorfunctie richting het waterschap voor zaken waar de
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
14
>
Gezondheid Naar aanleiding van casussen als Tata Steel en Chemours neemt de
ring van zijn VTH-taak. Gezondheid wordt meegenomen in de beoordeling van
belangstelling voor het voorkomen van gezondheidsschade bij burgers
een aanvraag. Hiervoor zoekt de dienst samenwerking met de GGD-en, zie ook
toe. De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) publiceerde in april
de toelichting over het Schone Lucht Akkoord. Daarnaast krijgen gemeenten
2023 het rapport ‘Industrie en omwonenden’ [Bron 9].
de mogelijkheid in het omgevingsplan regels op te nemen en decentrale omgevingswaarden vast te leggen om bijvoorbeeld overbelasting door opeenstape-
De OvV onderzocht hoe burgers in Nederland worden beschermd tegen de
ling van milieu- en gezondheidseffecten te verminderen. De OMWB kan hierbij
risico’s van soms jarenlange schadelijke industriële uitstoot en lozingen. On-
samen met de GGD adviseren. De OMWB verwacht in de toekomst ook een
derdeel van het onderzoek is de vraag in hoeverre rekening wordt gehouden
grote bijdrage te leveren aan het meten van de luchtkwaliteit zoals nu plaats-
met gezondheidseffecten voor omwonenden bij het toestaan en controleren van
vindt bij de randweg van Bergen op Zoom.
langdurige industriële uitstoot. De OvV concludeert dat verbetering op meerdere vlakken noodzakelijk is voor de bescherming van de gezondheid van omwonenden. Zo wordt de betrokken ministeries verzocht te bewerkstelligen dat de bevoegde gezagen hun verantwoordelijkheden kunnen waarmaken. De bevoegde gezagen zullen de Omgevingsdiensten op dit onderdeel in moeten schakelen. Tevens wordt gevraagd om te borgen dat het voorzorgsprincipe zwaarder gewogen wordt in het systeem van het vergunnen van persistente stoffen. De ambitie van de provincie Noord-Brabant is ‘drie gezonde levensjaren erbij voor iedere Brabander in 2030’, zoals genoemd in haar Beleidskader Gezondheid 2021-2030 [Bron 10]. Daarbij zet de provincie in op preventie, want aan de voorkant van het zorgstelsel is veel meer gezondheidswinst te halen dan aan de achterkant. Mogelijke acties om gezondheidswinst te behalen zijn: • Schone lucht (50% gezondheidswinst via het Schone Luchtakkoord); • Goede fiets- en wandelinfrastructuur voor een actieve leefstijl; • Gezond aanbod van voedsel t.b.v. een gezond voedingspatroon;
Impact OMWB 2025 en verder:
• Verbeteraanpak met betrekking tot hitte- en wateroverlast;
Impact
Fin. post
• Nabijheid van natuur en groen om te kunnen bewegen.
Afstemmen van de nodige acties om de doelstellingen van GGD en Provincie Noord-Brabant te behalen.
P3
Intensiveren van VTH op gebied van gezondheid.
P1/P2
Programmeren van de taken in het werkprogramma.
P1/P2
Overdracht van kennis naar de VTH-medewerkers.
concern
Gezondheid in het kader van de Omgevingswet wordt voor de taakuitvoering van de OMWB een thema. Naast een schone en veilige leefomgeving gaat de OMWB zich ook bezighouden met een gezonde leefomgeving vanuit de uitvoe-
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
15
>
Schone Lucht Akkoord Het Schone Lucht Akkoord (SLA) richt zich op een betere luchtkwaliteit en een afname van gezondheidsschade. Het akkoord streeft naar een afname van de gezondheidsschade door luchtvervuiling met 50% in 2030 t.o.v. 2016. Dit moet bereikt worden met behulp van maatregelen tegen vervuiling uit binnenlandse bronnen (houtstook, industrie, binnenvaart en havens, landbouw, wegverkeer en mobiele werktuigen). De Provincie en een beperkt aantal gemeenten (in december 2023 waren dit er zes) in Midden- en West-Brabant hebben het SLA onder tekend. Onderdeel van het akkoord is een subsidieregeling voor de deelnemende provincies en gemeenten. Uitgevoerde projecten gaan onder andere over scherpere vergunningen voor bedrijven, werken met emissiearme werktuigen in de bouw en campagnes tegen houtstook.
Impact OMWB 2025 en verder: Impact
Fin. post
De provincie Noord-Brabant biedt met het project ‘Regionale samenwerking
Intensiveren van VTH op het gebied van SLA bij bedrijven.
P1/P2
Schone Lucht’ ondersteuning aan gemeenten bij hun afweging om SLA-deelne-
Programmeren van de taken in het werkprogramma.
P1/P2
mer te worden en bij de invulling van hun deelname. Hiermee komt de Provin-
Overdracht van kennis naar de VTH-medewerkers.
concern
cie tegemoet aan het knelpunt dat met name de kleinere gemeenten ervaren. Het gebrek aan capaciteit en middelen beperkt hen in de mogelijkheden voor toetreding tot het SLA. Overigens nam een deel van de gemeenten in Middenen West-Brabant ook niet deel aan het akkoord omdat het ‘onder de rook van Antwerpen of Rotterdam zitten’ als demotiverend werd ervaren. De OMWB ziet vanuit de VTH-uitvoering het “scherper vergunnen” bij industriële emissies als een belangrijk aangrijpingspunt voor gemeenten om hun SLA-deelname inhoud te geven. Ook voorlichting geven aan bedrijven om de bewustwording te verhogen maakt deel uit van het instrumentarium.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
16
>
Doorontwikkeling VTHKA
invulling aan te geven. De OMWB is volgend aan de Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten en daarmee dus ook afhankelijk van het tempo. Naast de OMWB
Met het VTHKA-instrumentarium zorgt de OMWB voor een optimale
draaien ook de DCMR en ODNZKG mee. De OMWB participeert in landelijke
uitvoering van het werkprogramma. We ontwikkelen de uitvoering van
werkgroepen en haalt en brengt zodoende informatie. Er zijn op dit moment
onze VTHKA-processen (Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving,
geen bedrijven die voldoende medewerking (kunnen) verlenen aan invulling
Klachten, Advies) blijvend door de implementatie van nieuwe werkwij-
op AGA en de Robuuste Vergunning. Om die reden richt de OMWB zich op dit
zen, methoden en technieken.
moment vooralsnog alleen op DIGI-V®.
Bijbehorende programma’s en projecten: • Altijd Actuele Digitale Vergunningen (AADV);
Impact OMWB 2025 en verder:
• Kwaliteitszorgsysteem;
Impact
Fin. post
• Brandveiligheid.
Volgen van landelijke ontwikkelingen.
P3
Deelname aan landelijke werkgroepen en kennisopbouw.
P3
Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV)
Opgehaalde kennis vertalen naar de eigen organisatie (uitvoering).
P1/P2
In de praktijk bleek dat er sprake is van onoverzichtelijkheid door de vele stape-
Afhankelijk van het landelijke tempo implementeren van werkzaamheden.
concern
lingen van (wijzigings)besluiten en de tijdrovende en omslachtige processen rond het actualiseren van vergunningen. Hierdoor ontstond behoefte om vergunningverlening slimmer te organiseren. Dit zou tegelijkertijd ook meer duidelijkheid geven aan de opdrachtgevers. Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV) moet
Kwaliteitszorgsysteem
deze knelpunten oplossen.
Onze ambitie om de volgende kwaliteitsstap te zetten (excellente omgevingsdienst) komt onder meer tot uitdrukking in ons kwaliteitsmanagementsysteem
Het ontwikkelen van AADV is gebundeld in het programma AADV. Ook is er
dat we inrichten om zo voortdurend oog te hebben en te houden voor het
een ontwikkelprogramma AADV. De provincie Zuid-Holland is hierin de grote
verbeteren van onze processen en producten. Het bestuur heeft structureel
trekker. Het programma kent drie sporen:
€ 200.000 in de begroting opgenomen voor de ontwikkeling van kwaliteits-
• de applicatie voor Digitale Voorschriftenregister (DIGI-V®);
management. In 2022 is de basis gelegd met een aanbevelingennotitie met
• de altijd actuele gestructureerde aanvraag (AGA);
richtinggevende uitspraken, het aannemen van een programmamanager en de
• de robuuste vergunning.
aankoop van een ondersteunende applicatie.
AADV richt zich in eerste instantie op de provinciale Seveso-vergunningen. Een volgende stap is de overige provinciale vergunningen en daarna de gemeentelijke vergunningen. In 2025 is de inzet voornamelijk gericht op de start van het omzetten van de circa 230 provinciale vergunningen. De OMWB heeft opdracht van de provincie Noord-Brabant om AADV te volgen en indien mogelijk er
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
17
>
Intern is het besturingsmodel OMWB ontworpen dat de basis vormt voor het
betrokken bij de uitvoering voor het beschermen van de omgevingsveiligheid.
kwaliteitsmanagementsysteem van de OMWB.
De Veiligheidsregio treedt in sommige gevallen op als (wettelijke) adviseur binnen dit wettelijke kader en heeft op grond van de Wet veiligheidsregio’s zijn
Structuur
OMWB jaarplan - Doelen - Kaders - Begroting - Strategische Projecten
Missie Visie strategie document
Missie/Visie en strategie
eigen taken en bevoegdheden. De uitvoering is gefragmenteerd. Om te zorgen OMWB jaarplan
Jaarlijks Directe beoordeling
Aandachtspunten, her prioritering, extra middelen
Aanpassingen in: - KPI’s - Bezetting - Afdelingsprojecten
3x per jaar
voor een adequaat brandveiligheidsniveau is het noodzakelijk dat samenwer-
Teamplannen: - KPI’s - Bezetting - Afdelingsprojecten
king tussen de verschillende overheidsinstanties plaatsvindt, waarbij de rollen,
Uitvoering jaarplan (via teamplannen)
taken en bevoegdheden helder zijn belegd. Vanwege de gefragmenteerde uitvoering is het wenselijk om een ‘Uitvoerings-
T-rapportage/BURAP
kader brandveiligheid VTH’ op te stellen waarin deze afspraken zijn weerge-
Uitvoering teamplannen
geven. Door uitvoering te geven aan dit kader wordt (op termijn) invulling gegeven aan een adequate uitvoering van brandveiligheid.
Update teamplannen
Impact OMWB 2025 en verder: Impact
Fin. post
Doorontwikkelen en eventueel bijsturen kwaliteitszorgsysteem.
concern
Brandveiligheid Onder brandveiligheid verstaan we het beschermen van bouwwerken en mensen voor het ontstaan van brand en de gevolgen van brand. Brandveiligheid is een onderwerp binnen VTH dat meerdere invalshoeken heeft. De VTH-uitvoering kent twee sporen. Enerzijds de bescherming van het milieu (en veiligheid) en anderzijds bouwkundige aspecten. Het wettelijk kader is neergelegd in de Omgevingswet, het Seveso en het Besluit bouwwerken leefomgeving. Daarnaast wordt in de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) aandacht besteed aan brandveiligheid. De lokale en regionale overheden hebben hun specifieke bevoegdheid binnen dit wettelijke kader. De omgevingsdiensten zijn namens de bevoegde gezagen van gemeenten en provincie
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
Impact OMWB 2025 en verder: Impact
Fin. post
Intensiveren van VTH op gebied van brandveiligheid.
P1/P2
Programmeren van de taken in het werkprogramma.
P1/P2
Overdracht van kennis naar de VTH-medewerkers.
concern
18
>
3.
Bedrijfsvoering Datagedreven werken In 2025 zet de OMWB het programma datagedreven werken voort dat in 2024 is begonnen. Het programma is erop gericht de inspanningen op het gebied van het verzamelen, ontwikkelen en toepassen van data en daaruit resulterende informatie organisatiebreed en in samenhang voort te brengen. In het programma wordt de balans gezocht tussen enerzijds het ontwikkelen van informatieoplossingen en anderzijds het inrichten van de noodzakelijke processen, taken en rollen om het datagedreven werken op robuuste wijze te kunnen implementeren in onze organisatie. De gedachte hierbij is dat het programma daarmee op termijn opgaat in de reguliere werkwijze van de OMWB onder de bestaande lijnverantwoordelijkheid. In Q1 2024 wordt het programmaplan opgeleverd en in Q2 is het huidige portfolio op het gebied van informatieoplossingen/analyses bij het programma ondergebracht. Nadat in Q3 2024 de volwassenheidsniveaus van onze teams rondom datagedreven werken in kaart zijn gebracht werken we in Q4 2024 aan het opstellen van een visie in relatie tot het datagedreven werken en de bijbehorende ontwikkelagenda. Deze visie en agenda zijn bepalend tijdens het tweede programmajaar in 2025. In dat jaar zal, naast het opleveren van de gewenste informatieoplossingen, een inrichtingsvoorstel worden uitgewerkt.
Daarmee moet het datagedreven werken op termijn op robuuste wijze verankerd zijn in de organisatie. Daarnaast gaat de OMWB binnen het programma aan de slag met de aanbevelingen en implementatievoorstellen vanuit het IBP. We voorzien dat door deze (landelijke) ontwikkelingen het (technisch) fundament verder versterkt moet worden, met een informatie-architect en een BI engineer.
Impact OMWB 2025 en verder:
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
Impact
Fin. post
Grotere nadruk op het verzamelen en registreren van data.
P1/P2
Terugkerende budgetclaims binnen het programma Collectieve Taken.
P3
Inrichtingsvoorstel met daarin nieuwe rollen, taken en processen.
concern 19
>
Geografisch informatiesysteem (GIS) Vrijwel alles wat de OMWB doet is te relateren aan een locatie op de
deelnemers. Daarnaast wordt de ontsluiting van dossiers van specifieke bedrij-
kaart. Of het nu gaat om een geluidsmeting, een risicoberekening, een
ven en/ of MBA’s via deze applicatie mogelijk gemaakt. In 2024 wil de OMWB
handhavingszaak, een milieuklacht of een verleende vergunning. Hier-
een aanbesteding voor een geo-applicatie doen en de bijbehorende organisatie
bij kan het gaan om een adres, een perceel, een gebouw, een ruimte-
inrichten. Vervolgens willen we dit in 2025 verder uitrollen.
lijk plan, een gemeente of bepaalde objecten in de omgeving zoals een weg of spoor. De data die we vastleggen bij activiteiten van de OMWB,
Deze impuls in deze verdere professionalisering heeft budgettaire gevolgen.
bijvoorbeeld de klachtenintake, het toezicht, de vergunningverlening
We voorzien een toename van 2,5 Fte schaal 10/11 en bijkomende licentiekos-
en de metingen zijn vervolgens aan die locaties te koppelen.
ten die ongeveer € 100.000,- gaan bedragen.
Gegevens op de kaart plotten helpt bij het maken van analyses. Verbanden zijn zichtbaar die dat eerder niet waren. Dit vormt input voor verdere analyse om te bepalen er sprake is van een causaal verband of dat een andere factor dit verklaart. Voor een groot gedeelte zijn de gegevens al beschikbaar. Zo gebruiken we BAG-adressen die relatief eenvoudig zijn om te zetten naar X/Y coördinaten. We kunnen alle producten die wij als OMWB maken relateren aan deze adressen, waardoor de resultaten van die producten zijn te presenteren op de kaart. Deelnemers en ketenpartners vragen steeds vaker om data en analyses. Bijvoorbeeld voor het GUK, waarbij het gebiedsgericht en regionaal analyseren een belangrijk onderdeel is. Of voor de asbestunit, die een kaartweergave verlangt van asbestdaken en deze ook wil delen met de ketenpartners. Data en analyses komen bovendien ook van pas bij (te ontwijkkelen) omgevingsplannen. Het huidige gangbare Power BI biedt weliswaar bruikbare informatie over uitputting en voortgang maar kan niet aan bovengenoemde specifieke behoefte voldoen. Toekomstige situatie
Impact
Fin. post
De OMWB heeft als onderdeel van zijn dataplatform een geodatabase nodig
2,5 fte GIS-medewerkers.
bedrijfsvoering
die geschikt is voor data met een geografische component. Data van de OMWB
Licenties GIS.
€ 100.000,bedrijfsvoering
Intensiveren gebruik GIS-mogelijkheden in VTH-toepassingen.
P1/P2
wordt hier in een formaat opgeslagen zodat deze geschikt is om op een kaart te presenteren. Deze data komen via ons dataplatform terecht in de database. De verschillende kaartlagen kunnen dan weer worden aangeboden aan de
<<
<
Impact OMWB 2025 en verder:
OMWB Kaderbrief 2025
20
>
Huisvesting Na de (hernieuwde) keuze voor Tilburg als standplaats heeft de orga-
De gemoeide investeringen zijn geschat op ruwweg € 2.000.000 in 2025.
nisatie uitvoerig gekeken naar de toekomst van deze werkplekomge-
Een nadere uitwerking van de benodigde kosten volgt nog. Om deze investe-
ving. Dit kwam mede voort uit het gegeven dat de huidige werkple-
ring rendabel te maken zetten we in op het aangaan van een nieuw contract
komgeving (onder andere de huidige indeling in kantoortuinen) niet
met de verhuurder voor een periode van tien jaar.
meer voldoet en tot onvrede onder medewerkers leidde. De ervaringen in de coronatijd leerden ons bovendien dat medewerkers vaker thuiswerken en digitale vergaderingen een vast onderdeel van het werk vormen. Zo ontstond de wens om (meer) hybride te kunnen werken. Niet alleen de lessen uit het verleden dwingen ons tot aanpassingen. Het pand is nu 11 jaar door de OMWB in gebruik en diverse onderdelen (vloerbedekking en dergelijke) zijn aan vervanging toe. Inhoudelijke ontwikkelingen zoals de Omgevingswet maken dat we moeten kijken naar een goede manier van (samen-)werken met deelnemers en partners. Daarbij zijn ook andere zaken van invloed. Zo geldt er inmiddels een verkoopverbod op de TL-verlichting die we in ons kantoor gebruiken. Daarvoor moeten we naar alternatieven op zoek, die conform de huurovereenkomst voor onze rekening komen. Ook toenemende eisen en wensen voor meer duurzaam gebruik van het pand en materialen zijn hierin belangrijk. In 2024 gaan we intensief met een externe partner en eigen medewerkers aan de slag om de inzichten uit eerdere onderzoeken en enquêtes een plek te geven binnen nieuwe werkplekconcepten. Het kantoorpand moet uiteindelijk verschillende soorten werkplekken herbergen.
Naast de werkplek voor de dagelijkse werkzaamheden moet het kantoor ook mogelijkheden te bieden voor vergaderingen, projectmatig werk in kleine groepen, kleine overlegplekken, inloopplekken en belcellen. Medewerkers moeten het gevoel hebben ergens thuis te horen, in een omgeving die voor de komende jaren (technisch)
Impact OMWB 2025 en verder:
op orde is. We willen binnen dit werkplekconcept duurzaamheid een centrale
Impact
Fin. post
plek geven. Dit borgen we door elementen van BREEAM-NL toe te passen in
Inrichten nieuwe werkplekken.
€ 2.000.000,bedrijfsvoering
het uiteindelijke ontwerp.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
21
>
Organisatie In de voorafgaande paragrafen is geschetst welke inhoudelijke ontwikkelingen spelen. De dynamiek is groot, en de OMWB zal in haar werkprogramma’s rekening gaan houden met meerdere extra taken. We voorzien daarnaast dat de resultaten van het Interbestuurlijk programma in 2024 gepresenteerd worden, en dat gaat consequenties hebben voor onze organisatie. Op het gebied van onder andere het verzamelen van data en handhaving zullen extra inspanningen nodig zijn. Naast deze extra taken lukt het ons niet goed om het werkprogramma te halen. Hiervoor zijn allerlei oorzaken. Eén daarvan is voldoende personeel. We zijn genoodzaakt om extra medewerkers aan te nemen om zo de afgesproken werkprogramma’s te halen. Het aantal medewerkers zal derhalve toenemen. De huidige span of control bij de afdeling uitvoering is groot. Iedere hiërarchisch leidinggevende geeft op dit moment leiding aan 40 tot 60 medewerkers. Gezien de mogelijke groei van de organisatie en de te grote teams willen we investeren in het verkleinen van de span of control. Daarnaast willen we het cluster Strategie en Ontwikkeling versterken. Zoals reeds aangegeven, is de hoeveelheid inhoudelijke onderwerpen fors. Om deze ontwikkelingen beter te schetsen en te duiden is een investering in menskracht noodzakelijk.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
22
>
4.
Financiële uitgangspunten In voorgaande tekst is op thema’s een kwalitatieve doorkijk geschetst van verwachte en beoogde ontwikkelingen en trends voor de aanstaande planperiode. In deze paragraaf worden de financiële uitgangspunten benoemd voor de Begroting 2025 en de Meerjarenraming 2026-2028. 4.1 Algemene uitgangspunten De OMWB hanteert de volgende algemene financiële uitgangspunten bij het opstellen van de begrotingsdocumenten: • De Begroting 2025 gaat uit van het bestaande beleid, rekening houdend met de financiële effecten die betrekking hebben op de in deze kaderbrief genoemde beleidsontwikkelingen. • De Begroting 2025, inclusief meerjarenraming 2026–2028, is structureel financieel sluitend. • Basis voor het financieringsmodel 2025 voor de deelnemende gemeenten is de MWB-norm. • Om mogelijke tegenvallers adequaat te kunnen opvangen, wordt rekening gehouden met een post ‘Onvoorzien’ van € 150.000. • De Begroting 2025 wordt opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV). 4.2 MWB-norm Conform de bestuurlijke afspraak zou de MWB-norm tot en met 2024 gelden. Echter, doordat de uitwerking van het GUK langer op zich laat wachten, blijft de MWB-norm een jaar langer als basis voor de financiering gelden.
4.3 Baten en tariefontwikkeling Als uitgangspunt voor de tarief bepaling 2025 is als basis het nacalculatorisch uurtarief per 1 december 2022 gehanteerd. Op het nacalculatorisch tarief worden vervolgens aanpassingen voorgesteld naar actuele inzichten (inflatie, ziekteverzuim, et cetera). Conform de Financiële verordening
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
23
>
OMWB 2023, artikel 3, volgt een correctie met een herberekening over de twee jaren vóór het begrotingsjaar, mocht de begrote en werkelijke indexering van elkaar afwijken. De indexeringspercentages zijn volgens de Septembercirculaire 2023 als volgt: Begroting
Begrotingswijziging
Circulaire 2023*
Begroting
Circulaire 2023*
Circulaire 2023*
2023
2023
2023
2024
2024
2025
Loonvoet sector overheid
2,3%
3,3%
4,0%
4,2%
6,7%
5,8%
Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
1,5%
5,9%
5,9%
2,4%
3,5%
1,6%
* Uit tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB MEV 2024 en CEP 2023
4.3.1 Cao-ontwikkelingen De Cao Gemeenten/SGO 2024-2025 loopt vanuit 2024 door tot en met 31 maart 2025. Voor de periode na deze datum is nog geen cao vastgesteld. Conform onze financiële richtlijnen wordt voor de tariefbepaling 2025 (indien er op dat moment nog geen cao is vastgesteld) uitgegaan van de prijsindexen uit de Macro Economische Verkenningen 2025, die zijn gepubliceerd in de septembercirculaire 2023 van het Centraal Planbureau. 4.3.2 Ziekteverzuim De eerder ingezette maatregelen op daling van het ziekteverzuim hebben inmiddels tot effect geressorteerd. Voor de begroting 2025 wordt gerekend met een streefpercentage van 5% (2024: 5,5%). Bovenstaande ontwikkeling werkt door in de declarabiliteitsnorm en het gemiddelde tarief. 4.4 Lasten Het belangrijkste onderdeel van de kostenstructuur betreffen de personele kosten. Dit is circa 80% van de totaal begrote lasten en bestaat uit kosten behorend bij personeel in loondienst en inhuur derden. Dit laatste is wenselijk in termen van flexibiliteit en noodzakelijk vanwege de krapte van de arbeidsmarkt.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
24
>
4.4.1 Personeel in loondienst
4.4.4 Kosten kwaliteitsmanagement
Het personeelsbestand valt uiteen in medewerkers inzetbaar voor uitvoe-
In het verlengde van het kosteneffectiviteitsonderzoek zijn in 2022 en 2023
ring van het primaire proces en medewerkers ondersteunend daaraan in de
incidentele kosten van € 250.000 per jaar gealloceerd ten behoeve van kwali-
bedrijfsvoering. De met de deelnemers afgestemde werkprogramma’s 2024
teitsmanagement. Met ingang van boekjaar 2022 bedragen de jaarlijks terug-
dienen als basis voor de begroting 2025. Het werkaanbod is geraamd tussen
kerende kosten € 200.000. Deze structurele kosten zijn reeds toegelicht in
de 355.000 en 360.000 declarabele uren. Werkzaamheden worden in begin-
paragraaf ‘Kwaliteitszorgsysteem’.
sel door eigen medewerkers uitgevoerd, aangevuld met inhuur van derden. Gedurende 2023 is de verhouding fte van eigen medewerkers ten opzichte van
4.5 Investeringen
inhuur behoorlijk gestegen. Het is onze ambitie om deze stijgende lijn door
In 2025 moet een aantal bedrijfsmiddelen opnieuw aangeschaft of vervangen
te zetten, waarbij we naar een verhouding tussen eigen personeel en inhuur
worden. Het uitgangspunt is dat het Algemeen Bestuur met het vaststellen van
toewerken waarbij voldoende flexibiliteit aangehouden wordt om in te kunnen
de begroting goedkeuring verleent aan deze (vervangings-)investeringen. Voor
(blijven) spelen op een mogelijk veranderend werkaanbod. Uit het programma
het inrichten van een huisvestingsconcept (zie paragraaf ‘Huisvesting’ in hoofd-
Strategisch HRM zullen in 2025 de onderdelen vitaliteit en recruitment verder
stuk ‘Bedrijfsvoering’) wordt voor 2025 een investering geraamd van ruwweg €
uitgevoerd worden. Dit draagt bij aan de versterking van onze positionering op
2.000.000. Deze investering wordt gedurende een periode van 10 jaar afge-
de arbeidsmarkt.
schreven en betekent derhalve een jaarlijkse last van € 200.000.
De uitvoering van taken voortvloeiend uit de specifieke uitkering (SPUK) ‘toe-
Met het vaststellen van de begroting worden ook de vermelde afschrijvingster-
zicht en handhaving energiebesparingsplicht (THE) heeft impact op de forma-
mijnen voor investeringen vastgesteld. De afschrijvingstermijn voor de techni-
tie. Het effect hiervan wordt in de Begroting 2025 verder uitgewerkt.
sche apparatuur is met ingang van 2025 verlaagd aangezien deze in de praktijk te lang bleek. In de begroting 2025 is dit verder uitgewerkt en toegelicht.
4.4.2 Personeel niet in loondienst Als gevolg van de situatie op de arbeidsmarkt is de OMWB bij de uitvoering van
4.6 Financiële impact 2025 en later
haar taken genoodzaakt extern personeel in te huren. Dit geldt voornamelijk
Hieronder een overzicht met daarin de onderwerpen waarvan de financiële
voor het primair proces. Daarnaast streeft de OMWB ernaar om door middel
impact redelijkerwijs is in te schatten. Zoals reeds in de ‘Introductie’ in deze
van inhuur voldoende flexibiliteit aan te houden om te kunnen op- of afscha-
kaderbrief vermeld, kan voor slechts een beperkt aantal posten een concreet
len bij een wijzigend werkaanbod. Aangezien externe inzet duurder is dan de
bedrag worden vermeld. Voor de onderwerpen waar nog geen bedrag staat
uitvoering met eigen personeel leidt dit tot extra kosten.
vermeld, verricht de OMWB onderzoek om de kosten alsnog zo concreet mogelijk te kunnen vermelden.
4.4.3 Overige (materiële) kosten Deze worden opgenomen op basis van de meest recente inzichten rondom de ontwikkeling van overige kosten (huur, servicekosten, ICT-licenties, et cetera); rekening houdende met bovenstaande indexering.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
25
>
Personele kosten Om tegemoet te komen aan de werkprogramma’s en de verwachte toekomstige ontwikkelingen, is een geschatte uitbreiding van de formatie noodzakelijk. Teneinde de span of control van de diverse afdelingen niet nog verder te laten oplopen zijn er maatregelen nodig. De specifieke maatregelen gaan voortkomen uit een op te starten onderzoek naar deze span of control. Daar waar toewijzing van personeel mogelijk is aan de specifieke thema’s uit deze kaderbrief, is dat in onderstaande tabellen opgenomen (inclusief toewijzing aan de programma’s). Hierbij is een uitsplitsing gemaakt naar tarief verhogende maatregelen en maatregelen zonder effect op tarief. Tarief verhogende maatregelen: Onderwerp
Functie / Kostenpost
Fte
Financiële impact
Programma
Structureel / incidenteel
Versterking VTH-stelsel
Strategisch adviseur
0,5
€ 75.000
Bedrijfsvoering
Structureel
Datagedreven werken
Business information architect
1,0
€ 120.000
Bedrijfsvoering
Structureel
Datagedreven werken
BI Engineer
1,0
€ 100.000
Bedrijfsvoering
Structureel
Geografisch informatiesysteem/ datagedreven werken
GIS/GEO
2,5
€ 250.000
Bedrijfsvoering
Structureel
GIS/GEO
Licentiekosten
€ 100.000
Bedrijfsvoering
Structureel
Investering huisvestingsconcept
Afschrijvingslast
€ 200.000
Bedrijfsvoering
10 jaar
Werkprogramma algemeen
Maatregelen beheersing span of control
€ 300.000
Bedrijfsvoering
Structureel
Totaal
5,0
€ 1.145.000
Maatregelen zonder effect op het tarief: Onderwerp
Functie
Fte
Financiële impact
Programma
Structureel / incidenteel
Omgevingswet
LOK RO - Beleidsmedewerker Omgeving A
1,0
€ 120.000
P2
Structureel
VV IMKB –vergunningverlener B
0,55
€ 50.000
P1
TMO Technisch adviseur A
1,0
€ 100.000
P3
TZ LABW Medewerker toezicht en handhaving A
3,1
€ 300.000
P1/P2
Kaderrichtlijn Water
TZ LABW - Medewerker Toezicht en handhaving A
1,0
€ 100.000
P1/P2
Structureel
Gezondheid – lucht
TMO Technisch adviseur A
1,0
€ 100.000
P1/P2
Structureel
Altijd Actuele Digitale Vergunning
Senior vergunningverlener
0,89
€ 100.000
P1/P2
Structureel
8,54
€ 870.000
Biodiversiteit - bodem
Totaal
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
Structureel
26
>
4.5 Tarief Uitgangspunt voor de tariefbepaling 2025 is het tarief van € 108,75, zoals vastgesteld in de begroting 2024. Op dit tarief is een correctie doorgevoerd voor het streefpercentage voor ziekteverzuim (paragraaf 5.3.2). Daarnaast is het tarief gecorrigeerd voor de indexatie 2025 (loonstijging en prijsstijging) volgens de September circulaire 2023. Tenslotte zijn de in deze kaderbrief genoemde maatregelen verwerkt. Indexatie – Loonstijging en prijsstijging Voor de indexering wordt, zoals in paragraaf 5.3 vermeld, gebruik gemaakt van de indexen uit de Macro Economische Verkenningen, die zijn gepubliceerd in de September circulaire 2023 van het Centraal Planbureau. De volgende indexen worden toegepast: Loonvoet sector overheid: 5,8% Prijs netto materiële overheidsconsumptie: 1,6% 4.7 Weerstandsvermogen
Conform de vastgestelde begroting 2024 beslaan de lonen afgerond 80% van de totale lasten (exclusief de post ‘Onvoorzien’) en de overige lasten (waar de
In de begroting 2025 wordt een geactualiseerd inzicht in het risicopro-
prijsverhoging relevant is) 20%. Dit leidt tot een gewogen gemiddelde indexe-
fiel en het weerstandsvermogen opgenomen. Het weerstandsvermogen
ring van 4,96%.
is de relatie tussen de risico’s waarvoor geen specifieke maatregelen zijn getroffen en de capaciteit van middelen en mogelijkheden die de OMWB
Schematische weergave van het tarief
heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV-artikel 11). Hoe groot
In onderstaand schema wordt de impact van de hiervoor genoemde maatrege-
die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico-inschatting
len op het tarief van 2025 weergegeven.
en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen.
Omschrijving
Bedrag per uur
Tarief 2024
€ 108,75
Effect
Om te voorkomen dat bij niet afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie) wijzigingen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB gewenst. De OMWB streeft een ‘voldoende’ weerstandscapaciteit
Aanpassing ziekteverzuim van 5,5% naar 5,0%
-0,5%
€ 108,14
-€ 0,61
Indexering 2025
4,96%
€ 113,51
€ 5,36
Impact voorstellen kaderbrief
€ 116,85
€ 3,37
Tarief 2025
€ 116,85
na. Dat betekent een weerstandsratio tussen 1,0 en 1,4.
* I n de berekening in bovenstaande tabel is conform de financiële richtlijnen van de OMWB uitgegaan van de prijsindexen uit de Macro Economische Verkenningen 2025.
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
27
>
Bijlage 1
Bronvermeldingen Bron 1: “ Om de Leefomgeving”, Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur, 4 maart 2021 Bron 2: N ationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030, 03 februari 2023 Bron 3: K aderrichtlijn water, RICHTLIJN 2000/60/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid, 23 oktober 2000. Bron 4: N atura 200 doeldocument, Duidelijkheid bieden, richting geven en ruimte laten, juni 2006 (versie 1.1) Bron 5: V erordening nr. 1907/2006 van Europees Parlement en de Raad, 18 december 2003 Bron 6: K limaatakkoord Parijs, 28 juni 2019 Bron 7: K NMI’23, Klimaatscenario’s voor Nederland, 9 oktober 2023 Bron 8: V ormgeving KRW-Impulsprogramma , 5 juni 2023 Bron 9: O vv, Industrie en omwonenden, april 2023 Bron 10: B eleidskader gezondheid 201-2030, drie gezonde levensjaren erbij voor iedere Brabander!, 19 mei 2021
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025
28
>
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Postbus 75 5000 AB Tilburg 013 206 01 00 info@omwb.nl www.omwb.nl
<<
<
OMWB Kaderbrief 2025