Memo gedeputeerde energie en (militaire)luchtvaart
Tekst van het document
Memo van de gedeputeerde
Datum
M.J.G. Spierings
31 maart 2023
Gedeputeerde Energie, Circulaire economie en Milieu
Documentnummer
Onderwerp
5247595
Voortgang gesprekken over belemmeringen als gevolg van de aanwezigheid van de (militaire)luchtvaart
Aan
Provinciale Staten van Noord-Brabant Kopie aan
Brabantbrede Stuurgroep
Geachte Statenleden,
RES Van
Via deze memo wil ik u graag informeren over de voortgang van gesprekken met Defensie inzake de belemmeringen die de aanwezigheid van de (militaire)luchtvaart in Brabant met zich meebrengt voor de ontwikkeling van windprojecten.
In de statenmededeling ‘Voortgang RES’en’ (10 januari 2023, RES = Regionale Energie Strategie) hebben wij u geïnformeerd over de belemmering die de aanwezigheid van (militaire) vliegvelden binnen en buiten Brabant heeft voor de ontwikkeling van windprojecten in een deel van Brabant. Zoals wij in genoemde statenmededeling hebben toegelicht, blijkt uit de praktijk en verschillende onderzoeken dat de huidige generatie windturbines in delen van Brabant vaak niet geplaatst kan worden. Dit komt enerzijds door de aanwezige hoogtebeperkingen rondom de militaire vliegvelden en anderzijds omdat windturbines in een aantal gevallen een onacceptabele verstoring geven op het radarbeeld van de radarsystemen van defensie. Ook de in Brabant aanwezige laagvlieggebieden en – zones vormen een grote uitdaging voor de plaatsing van windturbines. Deze zones met hoogtebeperkingen en de laagvlieggebieden beslaan zeer grote delen van met name de RES-regio’s Hart van Brabant, Noordoost-Brabant en de Metropoolregio Eindhoven. De zogenaamde ‘radartoets’ is van toepassing op nagenoeg geheel Nederland.
Telefoon
mspierings@brabant.nl Bijlage(n)
-
Medio maart heeft een gesprek met de staatsecretaris van Defensie plaatsgevonden om te verkennen of en hoe de mogelijkheden tot het plaatsen van windturbines kunnen worden vergroot. Tijdens dit gesprek is door hem aangegeven dat Defensie graag bijdraagt aan (het mogelijk maken van) de energietransitie, met behoud van de operationele belangen van Defensie. Dat betekent ook dat in samenwerking moet
1/2
worden gezocht naar de mogelijkheden en de spanningspunten. Defensie zal daarbij ook willen kijken naar de mogelijkheden vanuit het perspectief van andere belangen (bijv. natuur of woningbouw). In de keuzen van oplossingen moet het uitlegbaar zijn waarom een Defensiebelang moet wijken, maar een ander ruimtelijk belang niet.
Datum
30 maart 2023
Gezien de wens van de provincie en RES-regio’s om helderheid te hebben over de (on)mogelijkheden van plaatsing van windturbines in relatie tot defensiebelangen vóór de uiterlijke streefdatum voor vergunningverlening van 1 januari 2025, is het wenselijk daar zo spoedig mogelijk duidelijkheid over te hebben. Afgesproken is om voor de zomer 2023 tot uitspraken te komen over de oplossingsrichtingen. De prioriteit zal daarbij op de regio Hart van Brabant liggen, aangezien de knelpunten in relatie tot de windprojecten in de Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS) daar het grootst zijn. Daarnaast is afgesproken om niet alleen door te kijken naar de vergunningverlening voor 2025 voor het behalen van de doelstellingen voor 2030, maar ook aandacht te hebben voor de opgave voor de energietransitie na 2030.
Documentnummer
De vraagstukken zijn complex, waardoor er maatwerk nodig zal zijn. Oplossingen die voor de regio Hart van Brabant worden gevonden, hoeven dan ook niet in andere regio’s toepasbaar te zijn.
Met vriendelijke groet,
M.J.G. Spierings
2/2