leeswijzer - samenvatting erfgoed vs
Tekst van het document
Leeswijzer / Samenvatting bij concept Erfgoedbeleid -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan
Raadscommissie Samenleving
Van
College van burgemeester en wethouders
Portefeuillehouder
Wethouder Zwarts
Onderwerp
Leeswijzer/Samenvatting bij concept Erfgoedbeleid
Datum collegevergadering
20 oktober 2021
Behandeld medewerker
Toon van den Wijngaard
Zaaknummer
359450
RIB-Nummer
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Inleiding Met onze memo van 12 oktober 2021 ontving u de conceptstukken voor erfgoedbeleid. Het concept erfgoedbeleid zal tijdens de commissievergadering van 3 november 2021 door adviesbureau BAAC aan u worden toegelicht. Vanwege de omvangrijkheid van de concept stukken ontvangt u ter voorbereiding op deze toelichting een leeswijzer / samenvatting. Hieronder vindt u de leeswijzer /samenvatting voor zowel het begeleidende /onderbouwende rapport van het gedeelte archeologie als voor het gedeelte cultuurhistorische waarden Archeologie Hoofdstuk 1: Inleiding In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op de aanleiding voor het opstellen van de beleidskaart. Gemeenten dienen te beschikken over archeologiebeleid. Dit gaat gepaard met een actualisatie van de verwachtings- en beleidskaart die dateert uit 2010. Er wordt een overzicht gegeven van de wettelijke kaders die van toepassing zijn en de verantwoordelijkheden die hieruit voortkomen voor respectievelijk Rijk, provincie en gemeenten. Gemeenten hebben een belangrijke rol bij het behoud en beheer van het ondergrondse erfgoed. In hoofdstuk 1 wordt verder de relatie tussen archeologie en ruimtelijke ordening geschetst.
Het gaat hier om het belang van het bekend zijn van archeologische waarden bij ruimtelijke plannen. Archeologisch waardevolle elementen kunnen dan in ruimtelijke plannen worden opgenomen. Ook de te verwachten archeologische waarden in de gemeente moeten in beeld zijn. Deze worden verbeeld in de kaarten van bijlage 6, 7 en 8. Ten slotte wordt in hoofdstuk 1 de ligging van het gebied toegelicht. Dit is het gehele grondgebied van de gemeente Gilze en Rijen.
Hoofdstuk 2: Onderzoeksopzet In dit hoofdstuk wordt uiteengezet dat het rapport met bijlagen in vier fasen tot stand is gekomen. De eerste fase heeft geleid tot de archeologische informatiekaart (bijlage 2) en historische relictenkaart (bijlage 3). Hierbij zijn historische elementen ingetekend op basis van historische kaartmateriaal. In fase 2 is een inventarisatie gemaakt van de landschappelijke en geomorfologische opbouw van het gebied. Het resultaat van fase 2 is de archeo-landschappelijke eenhedenkaart (bijlage 4). De resultaten van fase 1 en 2 hebben geleid tot de archeologische verwachtingskaarten van bijlage 6 en 7. Dit is fase 3. Fase 4 heeft geleid tot de archeologische beleidskaart (bijlage 8) Hoofdstuk 3: Landschappelijke ontwikkeling en ondergrond Hier wordt verwezen naar de bestaande rapporten uit 2010. De landschappelijke ontwikkeling en bewoningsgeschiedenis binnen de gemeente Gilze en Rijen worden hier besproken. Voor zover van toepassing zijn deze verwerkt bij de actualisatie van dit erfgoedbeleid. Hoofdstuk 4: Archeologische informatiekaart Deze informatiekaart (bijlage 2) geeft een beeld van de bekende archeologische vindplaatsen en historische elementen. In de landelijke database ARCHIS, die beheerd wordt door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE), worden alle vindplaatsen geregistreerd.
Voor Gilze en Rijen zijn er momenteel 63 vindplaatsen geregistreerd. In dit hoofdstuk wordt ook ingegaan op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Hierop staan rijksmonumenten en terreinen waarvan de archeologische waarde vastligt. De AMK-terreinen binnen de gemeente Gilze en Rijen zijn terug te vinden in bijlage 9A. Voor de archeologische informatiekaart zijn ook nog andere bronnen geraadpleegd. Een belangrijke bron zijn hierbij de uitgevoerde archeologische onderzoeken. Voor Gilze en Rijen zijn dit er 157. Ook zijn nog historische bronnen geraadpleegd in de vorm van historische topografische kaarten, historische kadastrale kaarten en literatuur. Hoofdstuk 5: De totstandkoming van de archeologische verwachtingskaarten De verwachtingskaart is bedoeld om onontdekte archeologische vindplaatsen te beschermen. Er is een ´Verwachtingskaart Jagers en Verzamelaars´ (bijlage 6) en een ´Verwachtingskaart Boeren en Staatse samenlevingen´ (bijlage 7). Beide kaarten zijn verdeeld in zones die de archeologische verwachting weer geven -> laag, middel of hoog. Hoofdstuk 6: Archeologie en Beleid Voor het archeologisch erfgoed is een beleidskaart opgesteld. Hierin zijn de bekende en te verwachten archeologische waarden gecombineerd. De beleidskaart is onderverdeeld in 10 categorieën. Aan elke categorie worden beleidsregels gekoppeld.
Het is de bedoeling om deze categorieën op te nemen op de plankaart van de komende Omgevingsplannen. Hierna worden de 10 categorieën kort benoemd:
Categorie 1: Betreft de wettelijk beschermde archeologische (rijks- of gemeentelijke) monumenten binnen de gemeente. Onze gemeente heeft tot op heden geen monumenten die tot deze categorie behoren. Wel is er de mogelijkheid om in de toekomst dergelijke monumenten aan te wijzen. Regime: Uitgangspunt is behoud van de archeologische waarden van deze monumenten en voorkomen van bodemverstoringen.
Categorie 2: Bestaat uit de AMK-terreinen. Dit zijn terreinen waarbij onderzoek heeft aangetoond dat archeologische waarden aanwezig zijn. Deze terreinen staan vermeld op de Archeologische Monumentenkaart. De AMK-terreinen binnen de gemeente Gilze en Rijen zijn terug te vinden in bijlage 9A. Verder vallen onder deze categorie de wettelijk beschermde monumenten, de overige terreinen van waarde, de gebufferde historische elementen en de zones met een verwachting op militaire relicten. Regime: Uitgangspunt is behoud van de archeologische waarden van deze monumenten en voorkomen van bodemverstoringen. Vrijstelling voor gebieden die kleiner zijn dan 100 m2 en voor ingrepen ondieper dan 30 cm.
Categorie 3: Bestaat uit de historische dorpskernen met een verwachting op het aantreffen van resten van vroegere dorpsbewoning. Regime: Uitgangspunt voor de historische kernen is behoud van de archeologische waarden na te streven Vrijstelling voor gebieden die kleiner zijn dan 100 m2 en voor ingrepen ondieper dan 40 cm.
Categorie 4: Deze categorie bestaat uit de (geïntegreerde) gebieden waaraan een verwachting is toegekend voor aanwezigheid van archeologische resten, zoals aangegeven op de twee verwachtingskaarten. Regime: Nastreven behoud archeologische waarden en voorkomen van bodemverstoringen. Vrijstelling voor gebieden die kleiner zijn dan 100 m2 en voor ingrepen ondieper dan 40 cm.
Categorie 5: Dezelfde zones als categorie 4, maar welke zijn afgedekt met een in dikte variërend pakket stuifzand. In het stuifzand worden geen archeologische resten verwacht, in het sediment eronder wel. Regime: Nastreven behoud archeologische waarden en voorkomen van bodemverstoringen. Vrijstelling voor gebieden die kleiner zijn dan 100 m2 en voor ingrepen ondieper dan 50 cm.
Categorie 6: Deze categorie bestaat uit de gebieden waar bijzondere, aan water gerelateerde resten met hoge informatiewaarde kunnen worden verwacht (vennen en beekdalen). Regime: Behoud van archeologische waarden nastreven. Bodemverstoringen dieper dan 30 cm dienen te worden vermeden. Vrijstelling voor gebieden kleiner dan 1000 m2.
Categorie 7: Bestaat uit gebieden zonder archeologische verwachting.
Categorie 8: Zones met een onbekende verwachting. Over deze zones kan op basis van de modellen geen uitspraak worden gedaan over de verwachting op archeologische resten, omdat het bodemtype niet bekend is. Regime: De gebieden in categorie 7 en 8 zijn vrijgesteld.
Categorie 9: Afgegraven of vergraven gebieden waarin geen archeologische resten worden verwacht. Regime: Gebieden in categorie 9 zijn vrijgesteld.
Categorie 10: Zijn de reeds onderzochte gebieden. Regime: Afhankelijk van resultaten eerdere onderzoeken.
Los van bovenstaande categorie-indeling is bij een vrijstelling voor een gebied de Erfgoedwet altijd van kracht. Zo bestaat er een meldingsplicht indien spontaan archeologische resten worden gevonden. In de praktijk betekent dit dat spontaan gevonden archeologische resten gemeld dienen te worden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Cultuurhistorische Waardekaart Naast archeologie is het van belang dat cultuurhistorisch waardevolle objecten, elementen of gebieden in stand gehouden worden. Dit is immers ook een belangrijk deel van ons erfgoed. Bureau BAAC heeft hiervoor een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld. Deze is tot stand gekomen door een inventarisatie van de bekende historisch-geografische- en bouwhistorische elementen. Dit is aangevuld met het in kaart brengen van historische structuren. Zo is de kaart ´Cultuurhistorische Inventarisatie´ tot stand gekomen. Aansluitend is de Cultuurhistorische Waardenkaart gemaakt. Bij dit proces is Heemkring Molenheide betrokken. De input die door de Heemkring is geleverd, is verwerkt in cultuurhistorische waardenkaart. Indien gewenst, zal tijdens de toelichting die u krijgt op 3 november nadere duiding gegeven worden over deze input. Om te zorgen dat cultuurhistorische waarden beschermd worden, dienen deze ook in de komende Omgevingsplannen opgenomen te worden.
In de toelichting bij de Cultuurhistorische Waardenkaart wordt voorgesteld om dit als volgt te borgen: 1. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart zijn ´Cultuurlandschappen / Attentiegebieden´ aangewezen die gekenmerkt worden door cultuurhistorische elementen die intact zijn gebleven en ook landschappelijk gaaf zijn. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, zo lang de landschappelijke kwaliteit wordt gewaarborgd. Bij een ruimtelijke ontwikkeling groter dan 0.5 ha binnen een attentiegebied moet een cultuurhistorische effectrapportage opgesteld worden. Hiermee kunnen de gevolgen voor de cultuurhistorische waarden worden beoordeeld en kan een afweging worden gemaakt hoe hier mee om te gaan.
Regulier onderhoud en beheer in attentiegebieden zijn vrijgesteld. 2. Gebieden met cultuurhistorische elementen die aangetast zijn en/of minder landschappelijk gaaf zijn, worden aangemerkt als ´Cultuurlandschap, niet zijnde attentiegebieden´. Voorgesteld wordt om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de (nog) aanwezige landschappelijke kwaliteit. Daarom is het voorstel om bij ruimtelijke ontwikkelingen die groter zijn dan 1 ha een cultuurhistorische effectrapportage op te stellen. Ook hier geldt dat regulier onderhoud en beheer zijn vrijgesteld. Commissie Samenleving 3 november Tijdens de vergadering van de commissie Samenleving op 3 november verzorgt bureau BAAC een toelichting op de Archeologische verwachting- en beleidsadvieskaart en op de Cultuurhistorische waardenkaart. Ook is er ruimte voor vragen en discussie. Tijdens deze toelichtingen door bureau BAAC wordt naast de inhoudelijke aspecten ook specifiek ingegaan op de wettelijke kaders voor archeologie en cultuurhistorie en de verantwoordelijkheden voor de gemeente. Ook wordt aandacht geschonken aan de ruimte die er is voor het maken van gemeentelijke beleidsmatige keuzes binnen de wettelijke kaders.