CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief 2023

Gemeenteraad 7 maart 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot kennisnemen van de kaderbrief 2023 van de Veiligheidsregio Midden- en West Brabant5.719 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief 2023 Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 1

Inhoudsopgave 1 2 3

Inleiding ................................................................................................................ 3 Taakstelling ........................................................................................................... 3 Beleidsmatige ontwikkelingen ................................................................................ 3 3.1 3.2 3.3

Evaluatie Wet veiligheidsregio’s ................................................................................................... 3 Risico- en crisiscommunicatie ....................................................................................................... 4 Ontwikkelingen brandweer ....................................................................................................... 4

3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.3.6 3.4 3.5

Omgevingswet ............................................................................................................................ 6 Klimaat, energie en circulariteit .................................................................................................... 6

3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.6 3.7 3.8 3.9

4

Vrijwilligers ............................................................................................. 4 Tweede loopbaan ................................................................................... 5 Vakbekwaamheid ................................................................................... 5 Gebiedsgerichte opkomsttijden ............................................................ 5 brandweerposten ................................................................................... 5 Post Moerdijk Haven .............................................................................. 5 Klimaatverandering ................................................................................ 6 Energietransitie ...................................................................................... 6 Duurzaam en circulair ............................................................................ 7

Informatie gestuurde veiligheid .................................................................................................... 7 Informatieveiligheid .................................................................................................................... 7 Redzame samenleving ................................................................................................................. 8 (Nieuwe) wet- en regelgeving ....................................................................................................... 8

3.9.1 Wet open overheid (Woo) .......................................................................... 8 3.9.2 Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmbev) ...................... 9 3.9.3 Besluit digitale toegankelijkheid Overheid .......................................... 9 3.9.4 Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen ............................................. 9 3.9.5 Beleidscyclus 2023-2027 ........................................................................... 10 3.9.6 Expertisebureau Risicobeheer ................................................................... 10 3.9.7 Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA)/ Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) ........................................................... 10 Financiële uitgangspunten .............................................................................. 11 4.1 4.2 4.3 4.4

Algemeen ................................................................................................................................ 11 Sleutels kostenverdeelmodel conform ingroeimodel .............................................................. 11 Loon- en prijsontwikkeling ......................................................................................................... 12 Ontwikkelingen bijdrage BDuR ................................................................................................... 12

2

1

Inleiding

Voor u ligt de kaderbrief van 2023 van Veiligheidsregio MWB (VRMWB). Hierin beschrijven we zowel de beleidsmatige ontwikkelingen als de financiële uitgangspunten voor de Beleidsbegroting 2023. De beleidsbegroting 2023 wordt op 14 april aan het Algemeen Bestuur aangeboden en ter zienswijze voorgelegd aan de gemeenten.

2

Taakstelling

In de vergadering van 22 februari 2021 heeft het Algemeen Bestuur opdracht gegeven tot het uitwerken van een extra taakstelling en hiervan de gevolgen voor zowel VRMWB als gemeenten aan te geven. VRMWB is gevraagd om in 2023, de mogelijkheden inzichtelijk te maken en met een concreet voorstel (inclusief consequenties voor dienstverlening en uitvoering van taken) te komen. De planning is erop gericht om een Beleidsbegroting 2023 vast te stellen in het Algemeen Bestuur van 13 juli 2022. Dit betreft een beleidsarme begroting waarin geen onomkeerbare voorstellen worden gedaan. De takendiscussie wordt in de komende maanden vertrouwelijk behandeld in de bestuursvergaderingen en niet in de openbaarheid gebracht om het proces zorgvuldig te kunnen doorlopen. Dit heeft tot gevolg dat in deze kaderbrief 2023 alleen verwezen wordt naar de taakstelling en dat de scenario’s in een separaat vertrouwelijk voorstel worden uitgewerkt voor bespreking in het Algemeen Bestuur. De besluitvorming hierover wordt later door middel van een begrotingswijziging verwerkt. Afhankelijk van de besluitvorming in kader van de taakstelling, worden de onderstaande beleidsmatige ontwikkelingen niet financieel doorvertaald in de Beleidsbegroting 2023.

3

Beleidsmatige ontwikkelingen

In dit hoofdstuk zetten we een aantal belangrijke ontwikkelingen op een rij. Die laten enerzijds zien dat wij worden geconfronteerd met een veranderende vraag en met andere, nieuwe verwachtingen vanuit het openbaar bestuur (rijk en gemeenten) en de samenleving. Anderzijds benadrukken ze de tendens waarin wij onze preparatie, paraatheid en slagkracht behalve voor fysieke risico’s en incidenten ook moeten inzetten voor maatschappelijke veiligheidsopgaven en maatschappelijke continuïteit. De ontwikkelingen tonen bovendien aan dat wij nog meer dan voorgaande jaren invulling moeten geven aan de schakel tussen rijk en gemeenten; dat het belang van onze regiefunctie verder toeneemt en dat we hiervoor behalve capaciteit ook aanvullende vaardigheden en competenties nodig hebben; dat we nog vaker zullen optreden in onze landelijke en regionale adviesfunctie; dat we op onderdelen onze ambities en prestaties verder moeten aanscherpen. Het voorsorteren en inspelen op deze ontwikkelingen maakt deel uit van de transitie die op dit moment gaande is. Immers, ook hier is sprake van verandering en intensivering van taken en van een bredere inzet.

3.1

Evaluatie Wet veiligheidsregio’s

Eind 2020 verscheen de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s (Commissie Muller). Of de adviezen uit de evaluatie leiden tot nieuwe wetgeving en hoe een mogelijk nieuwe wet eruit zal zien, is nog niet duidelijk. Ook is nog niet te zeggen of de evaluatie leidt tot extra rijksbudgetten voor de veiligheidsregio’s. Een belangrijk onderdeel van de evaluatie betreft de rol van de veiligheidsregio’s bij grote, vaak nog onvoorstelbare crises. Sowieso worden crises steeds omvangrijker en complexer. Ze duren

3

bovendien langer en vertonen kameleonachtige verschijningsvormen. Zoals de coronacrisis: van gezondheidscrisis naar openbare orde en maatschappelijke crisis. De aanpak van crises moet niet langer uitsluitend zijn gebaseerd op klassieke plannen en draaiboeken, maar veel meer op een dynamisch, informatie gestuurd, risicoproces. Er is meer flexibiliteit nodig met een betere afstemming tussen regionale en landelijke crisisplannen en met een betere samenwerking op het gebied van crisisbeheersing en crisisbestrijding: tussen het rijk en de veiligheidsregio’s, tussen de veiligheidsregio’s onderling en tussen de veiligheidsregio’s en hun partners waaronder de gemeenten. De veiligheidsregio’s moeten zich toeleggen op permanente monitoring van risico’s en het analyseren daarvan. Voorsorterend op de nieuwe Wet veiligheidsregio’s gaat onze Veiligheidsregio aan de slag gaat met de cyclus monitoring-preparatie-respons-herstel. Van het monitoren en duiden van risico’s maken we een specifiek werkveld. Verder flexibiliseren we onze crisisorganisatie en zorgen we tevens voor robuustheid in het geval van een langdurige en kameleonachtige crisis.

De verwachting is dat de landelijke kosten voor het Rijk en Veiligheidsregio’s de komende 4 jaar oplopen van 25 miljoen tot 83 miljoen voor het versterken van de netwerkregie, doorontwikkeling informatiemanagement, 24/7 ondersteuning landelijke faciliteiten en doorontwikkeling netwerk. Of hier extra rijksbudget tegenover staat, is nog niet te zeggen. Bij de aanname dat genoemde kosten evenredig zijn voor de veiligheidsregio’s is de inschatting dat het gaat om extra kosten tussen de 1 en 3 mln.

3.2

Risico- en crisiscommunicatie

Nieuwe dreigingen zoals terrorisme, cyber en klimaat zorgen ervoor dat ons werkveld verandert. Niet alleen zijn we inzetbaar in het fysieke domein, maar regelmatig wordt een beroep op ons gedaan voor situaties in het sociale domein. Er wordt door gemeenten steeds vaker gevraagd om crisiscommunicatie-expertise van de Veiligheidsregio in geval van langdurige, gemeente overstijgende crises. Zie Fort Oranje, de boerenprotesten en Corona. Crisis- en risicocommunicatie vloeien tijdens dit soort crises naadloos in elkaar over. We brengen risicocommunicatie en crisiscommunicatie meer met elkaar in samenhang. We starten via risicocommunicatie met het voorbereiden op het redzamer maken van onze omgeving, waarbij we inspelen op de behoeften en beleving van onze inwoners en bedrijven en gebruik maken van hun veerkracht en improvisatie. Bij crisiscommunicatie is er daadwerkelijk sprake van een ramp of crisis en gaat het over de gevaren en handelingsperspectieven die op dat moment aan de orde en de gevolgen van die ramp of crisis. De ‘koude’ fase helpt de ‘warme’. Gezien de ambities, de ontwikkelingen die op ons af komen, de aanbevelingen vanuit de evaluatie van de wet VR en waar we tegenaan lopen in de praktijk maken we, voor een succesvolle en toekomstbestendige risico- en crisiscommunicatie een uitvoeringsplan en starten we in 2023 met de implementatie daarvan.

3.3

Ontwikkelingen brandweer

Er doet zich een aantal ontwikkelingen voor, die van belangrijke invloed zijn op onze brandweerzorg en brandweerorganisatie. 3.3.1

Vrijwilligers

We hebben structureel 30-50 vacatures en het werven van nieuwe vrijwilligers wordt steeds problematischer. Daarbij hebben we ook te maken met een Europese richtlijn, die de rechtspositie van professionele en vrijwillige brandweermedewerkers gelijk stelt. In de toekomst is kazerneren en consigneren daarom niet meer mogelijk. In 2022 wordt een landelijk implementatieplan vastgesteld wat tot een kostenverhoging zal leiden. Vanuit het Veiligheidsberaad is gesteld dat de minister van J&V deze extra kosten moet dragen, maar hierover is nog geen eensgezindheid.

4

We willen onze huidige vrijwilligers behouden en koesteren, maar gaan ook op zoek naar ‘de nieuwe vrijwilliger’ die niet de klassiek repressieve taken uitvoert, maar zich inzet voor educatie en coaching op het gebied van veiligheid in brede zin. Bij onze Risk Factory gaan in 2022 de eerste vrijwilligers nieuwe stijl aan de slag. Ook moeten we de komende jaren actief investeren in een meer diverse en inclusieve opbouw van onze organisatie. 3.3.2 Tweede loopbaan Onze ’24-uurs medewerkers in een bezwarende functie’ hebben recht op een tweede loopbaan. Het gaat het in totaal om 220 medewerkers. In 2026 zal de eerste lichting van hen de tweede loopbaan kunnen ingaan. Voor enkele tientallen komt richting 2030 het einde van hun eerste loopbaan in zicht. Ons huidige beleid voorziet in het (samen met betrokkenen) opstellen van een loopbaanplan: zowel de huidige als nieuw intredende 24-uurs medewerkers worden in een vaste frequentie bevraagd op wensen, ambities en mogelijkheden. Naarmate men langer in dienst is, wordt die begeleiding en bevraging steeds intensiever. We houden er rekening mee dat in de toekomst anders tegen het fenomeen ‘bezwarend’ kan worden aangekeken. Het brandweervak verandert immers. Dit kan leiden tot een andere kijk op het 20-jarig dienstverband. De verwachting is verder gerechtvaardigd dat de werving van nieuwe 24-uurs medewerkers niet probleemloos zal verlopen.

Jonge mensen committeren zich immers minder makkelijk en zeker minder lang aan hun werk. Met andere woorden: de huidige zeer ervaren medewerkers maken op den duur plaats voor medewerkers met minder ervaring die bovendien minder lang aan boord zullen blijven. Hierdoor ligt het gevaar van ‘ervaringsverdunning’ op de loer. Eerder is berekend dat de kosten voor het tweede loopbaanbeleid

structureel voor de VRMWB circa € 1,8 miljoen bedragen. Het gaat hierbij om kosten voor onder andere opleidingen, stages en inhuur van derden. Het genoemde financiële effect is in de begroting niet gedekt en is daarom opgenomen in de Risicoparagraaf. 3.3.3

Vakbekwaamheid

Het brandweervak wordt steeds gevarieerder en bovendien complexer. Er zijn nieuwe en andere dan alleen de klassieke opgaven, die nieuwe vakbekwaamheidseisen meebrengen (o.a. Omgevingswet, klimaat en energie). Daarnaast treedt de brandweer steeds vaker naar voren in het geval van sociale en maatschappelijke crises. Het aantal brandincidenten laat een dalende tendens zien, maar dát vraagt juist weer om meer oefeningen en trainingen. 3.3.4

Gebiedsgerichte opkomsttijden

In afwachting van een nieuwe landelijke handreiking gebiedsgerichte opkomsttijden en de aanpassing van het Besluit Veiligheidsregio’s willen we eind 2022 ons concept Dekkingsplan nieuwe stijl presenteren. Met deze handreiking kunnen alle veiligheidsregio’s op uniforme wijze een dekkingsplan opstellen dat uitgaat van gebiedsrisico’s en de mogelijkheid van motivatie van afwijking voor risico objecten. Naast het concept Dekkingsplan nieuwe stijl zullen we afhankelijk van de voortvarendheid van de aanpassing van het Besluit Veiligheidsregio’s eind 2022 een verlenging van het huidige Dekkings- en spreidingsplan 2019-2023 voorstellen dat in juli 2023 getekend kan worden.

3.3.5

brandweerposten

De rol van onze brandweerposten is aan verandering onderhevig. Ze kunnen ook als locatie dienen, waar activiteiten plaatsvinden op het gebied van een redzame samenleving (educatie, coaching, training). Ook het beschikbaar stellen van posten voor uiteenlopende maatschappelijke activiteiten behoort tot de mogelijkheden. Verder kan het fenomeen van ‘satellietposten’ in beeld komen, dat de mogelijkheid biedt om meer rendement uit individuele posten te halen. 3.3.6

Post Moerdijk Haven

In opdracht van het bestuur worden een tweetal scenario’s uitgewerkt voor de beroepspost Moerdijk Haven. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja onder welke condities de post Moerdijk Haven de bedrijfsbrandweer taak voor de vijf betrokken BRZO bedrijven moet continueren. De

5

uitkomst van deze scenario’s kan financiële effecten hebben voor de begroting van VRMWB. Mogelijk moet een bedrag van € 450.000,- worden opgenomen in de begroting. Verwachting is dat medio 2022 het DB en AB hierover een beslissing nemen.

3.4

Omgevingswet

De Omgevingswet brengt voor de veiligheidsregio’s een intensieve taakverandering mee op het gebied van risicobeheersing. Er zijn nieuwe kwaliteiten en producten nodig. De Omgevingswet beoogt een kwalitatief betere leefomgeving door dialoog met alle betrokkenen en een daardoor goed afgewogen besluitvorming. Het zwaartepunt van de rol van de veiligheidsregio ligt op advisering en ondersteuning van gemeenten, die met hun beleid moeten zorgen voor een veilige leefomgeving. Dit vraagt, specifiek van risicobeheersing, om een meer (proactieve) advisering en beïnvloeding aan de voorkant van het proces en om beschikbaarheid in de vorm van toezicht en bewustmaking aan de achterkant. Het samen werken aan een veilige en gezonde leefomgeving biedt tevens de mogelijkheid om de nodige aandacht te besteden aan nieuwe ontwikkelingen en nieuwe risico’s: verdichting bij inhalen woningtekorten, evenementen met complicerende risicofactoren, energietransitie en functiemenging in gebouwen (bijv. wonen, werken, mobiliteit). We gaan nieuwe adviesproducten leveren rond omgevingsvisies, -plannen en -programma’s. Het toezicht krijgt een meer risicogericht karakter en tegelijkertijd zullen er meer complexe situaties op de agenda staan. De verwachting is tevens dat gemeenten meer behoefte zullen hebben aan maatwerkadviezen in verband met lokale risicosituaties die om specifieke aandacht vragen.

Daarnaast zal er ook afstemming zijn met de Omgevingsdienst, de GGD en de waterschappen.

Onderzoeksbureau Cebeon heeft berekend dat de implementatie van de Omgevingswet de veiligheidsregio’s gezamenlijk 20-30 miljoen euro kosten. Daarnaast zal er, na de invoering van de wet, sprake zijn van gezamenlijk 15-20 miljoen euro structurele meerkosten voor de veiligheidsregio’s. Wat de door Cebeon berekende effecten voor VRMWB heeft zal in 2022 in kaart worden gebracht. 3.5

Klimaat, energie en circulariteit

Met de klimaatverandering, energietransitie en circulaire economie krijgen we er nieuwe aandachtsgebieden bij. 3.5.1

Klimaatverandering

De aan de klimaatverandering verbonden veiligheidsrisico’s behoeven nauwelijks nog uitleg: overstromingen, wateroverlast, hittestress, langdurige droogte en lagere grondwaterstanden die een probleem kunnen vormen voor onze bluswatervoorziening. De veiligheidsrisico’s lijken overwegend van fysieke aard, maar de dreigingen kunnen ook van maatschappelijke invloed zijn. Het in positie komen om deze, vaak nieuwe risico’s afdoende te beheersen en te bestrijden, vraagt om een vernieuwingsslag. 3.5.2

Energietransitie

Ook de energietransitie brengt nieuwe veiligheidsrisico’s mee. Er ontwikkelt zich ‘een elektrificatie van de samenleving’: windmolenparken, zonneparken, warmtenetten, warmtepompen, accu’s in auto’s en straks elektriciteitsbatterijen in woningen en wijken. Ook (het zeer brandbare) waterstof als energiebron en ondergrondse CO2-opslag doen hun intrede. Allemaal veranderingen die ingrijpen in onze omgeving, waarbij we bedacht moeten zijn op de bijbehorende risico’s en die zowel op het gebied van advisering (dus aan de voorkant) als bij incidenten met energiebronnen onze inzet vragen.

6

3.5.3

Duurzaam en circulair

Daarnaast hebben we onze eigen verduurzamingsopgave als Veiligheidsregio. Bij de omschakeling naar een klimaat neutrale bedrijfsvoering hoort ook het anders omgaan met steeds schaarser wordende grondstoffen. We moeten onze footprint in beeld brengen om bij te dragen aan het doel ‘Nederland circulair in 2050’. Bijvoorbeeld met onze gebouwen en voertuigen. Het gaat hierbij om besparen, opwekken, duurzaam inkopen en/of compenseren van CO2. Onze opgave voor de komende jaren is tweeërlei. We moeten aan compleet nieuwe programma’s bouwen én we moeten aan vakbekwaamheid werken: kennis opbouwen en overdragen aan onze grote groep medewerkers. Al deze noodzakelijke ambities zullen leiden tot het maken van nieuwe keuzes bij onze financiële middeleninzet.

3.6

Informatie gestuurde veiligheid

Informatie speelt een steeds grotere rol om als Veiligheidsregio optimaal te presteren en te kunnen adviseren. Slimmer en beter gebruikmaken van data maakt onze informatiepositie sterker en maakt het mogelijk om op het juiste moment de juiste beslissingen te nemen en effectiever te opereren. Informatie is ‘key’ voor een veiliger samenleving. Het vervullen van onze kerntaak als verbinder en regisseur valt of staat met het voorhanden hebben, analyseren, duiden en delen van up to date informatie. Ook geo-data, beelden en data van steeds meer ‘sensoren’ in de samenleving worden alleen maar belangrijker. Informatie is cruciaal om te kunnen sturen op vakbekwaamheid, het terugdringen van risico’s en het optreden bij incidenten en crises inclusief de voorbereiding daarop. Bij onze Veiligheidsregio is inmiddels sprake van een informatietransitie. Dat zien we terug in technische ontwikkelingen, onze informatie-architectuur en in de verdergaande digitalisering van onze werkprocessen. Met onze nieuwe afdelingen Programmamanagement en IOA (Informatie, Onderzoek, Analyse) stimuleren en faciliteren we uiteenlopende pilots en de ontwikkeling van prototypes en proofs of concept. Verdere professionalisering is een eis van het rijk, wordt verwacht door onze partners en doen we om samen de regio veiliger te maken.

De veranderingen in de landelijke crisisorganisatiestructuur betekenen dat er nu al kwartier wordt gemaakt voor een landelijk ‘Knooppunt Crisisbeheersing Regio Rijk’ (KCR2). De lat komt dus steeds hoger te liggen. Zo sluiten we aan bij de innovaties van informatiseringkoplopers als de gemeenten Tilburg en Breda. Innoveren op het gebied van informatie gestuurde veiligheid kan niet zonder investeren: in techniek, functionaliteiten en vakbekwaamheid. De invoering van KCR2 leidt tot structurele meerkosten . Of hier extra rijksbudget tegenover staat, is nog niet te zeggen.

3.7

Informatieveiligheid

Op het gebied van informatieveiligheid leggen we de lat al hoog, maar moet het ambitieniveau nog verder omhoog. Ons toetreden tot de Vitale Infrastructuur vraagt zelfs om een versnelling. Met de snelle ontwikkelingen op het gebied van informatie nemen ook de risico’s toe. Gevaren voor de maatschappelijke continuïteit liggen daarbij op de loer. Bovendien liggen we als Veiligheidsregio onder een vergrootglas, als het om de relatie gaat tussen informatisering en een betrouwbare overheid. Informatieveiligheid is als aandachtsgebied steeds belangrijker. Die veiligheid is nodig als fundament onder de vier pijlers van onze informatie: beschikbaarheid, integriteit, vertrouwelijkheid en -als rode draad- privacy. De afgelopen jaren hebben we op het gebied van digitalisering en informatisering veel bereikt. Wanneer we kijken naar het ‘volwassenheidsniveau’ volgens het CMMI-model (Capability, Maturity Model Integration), zijn we binnen de score 1-5 op steeds meer onderdelen van een 2 naar een 4 7

gegaan. Maar we moeten de lat nog veel hoger leggen. De minister van Justitie en Veiligheid heeft aangekondigd dat hij vanuit de ervaringen met de coronacrisis de veiligheidsregio’s naar alle waarschijnlijkheid gaat aanwijzen als onderdeel van de Vitale Infrastructuur. Dat vereist dat ons volwassenheidsniveau op alle onderdelen ten minste naar een 4 moet. We willen voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Om deze ambities waar te maken, moeten we versnellen. Bovendien moet informatieveiligheid nog nadrukkelijker binnen alle onderdelen van de organisatie worden geborgd. Op het gebied van informatieveiligheid zijn nieuwe investeringen nodig in technische security, het op peil brengen en houden van het vereiste vakbekwaamheidsniveau, in audits en menskracht. Hoeveel kosten hier precies mee gemoeid zijn is nog niet bekend. Of hier extra rijksbudget tegenover staat, is ook nog niet te zeggen.

3.8

Redzame samenleving

Als Veiligheidsregio maken we steeds meer werk van risicogerichtheid. Dit ‘werken aan de voorkant’ werpt zijn vruchten af. Maar de samenleving vraagt ons om een volgende stap te zetten. We constateren dat er in de samenleving een duidelijke vraag is naar hulp en ondersteuning bij veiligheid die verder gaat dan onze doorgaans fysiek gedreven aanpak; dus minder klassiek en eerder maatschappelijk gedreven. In beginsel heeft de Veiligheidsregio de skills hiervoor in huis en is er ook de nodige ervaring en motivatie om de vraag uit de samenleving positief te beantwoorden. Dat impliceert dat we vanuit een te ontwikkelen concept ‘maatschappelijke veiligheid’ de veranderende vraag en de toenemende behoefte aan en invloed van burgerparticipatie als uitgangspunt nemen. We sluiten aan bij doelgroepen waar de kwetsbaarheid en de kans op redzaamheidsresultaat het grootst is. We zetten onze aanwezige expertises in en professionaliseren verder om de boogde rol op ons te nemen. We bouwen verder aan onze data-expertise om als volwaardige partner in veiligheid te functioneren. En we opereren nog nadrukkelijker als netwerkorganisatie. Vanuit deze benadering laten we onze kennis en kunde ook ten voordele komen van andere vakgebieden, zodat gemeenten daarop kunnen besparen.

3.9

(Nieuwe) wet- en regelgeving

3.9.1 Wet open overheid (Woo) De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en heeft tot doel om de transparantie van overheden en semi-overheden te verbeteren. De belangrijkste wijziging in de Wet Open Overheid (Woo) betreft de actieve openbaarmaking, openbaarmaking uit eigen beweging. Er is een groot aantal documenten aangewezen die in ieder geval actief openbaar moeten worden gemaakt en ontsloten. Daarnaast is de passieve openbaarmaking, de openbaarmaking op verzoek, op een aantal vlakken zodanig aangescherpt dat het afhandelen van de verzoeken nog arbeidsintensiever wordt. De Woo gaat uit van digitalisering en stelt eisen aan de documenten en de ontsluiting daarvan. De Woo vereist het op orde brengen van de informatiehuishouding en het aanpassen van processen (zowel organisatorisch als technisch) De Woo gaat op 1 mei 2022 in. De nieuwe regels voor passieve openbaarmaking gelden vanaf 1 mei 2022, de regels voor actieve openbaarmaking worden gefaseerd ingevoerd in 2023 e.v. De gemeenten zijn in de meicirculaire 2021 geïnformeerd over de compensatie van de meerkosten die zij maken in verband met de uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie.

De structurele middelen zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris (elk bestuursorgaan krijgt een contactfunctionaris. Deze helpt de mensen bij hun vragen over informatie en het zoeken en vinden van de juiste informatie) en het beheer en onderhoud van systemen. De veiligheidsregio zal het eerste jaar (2022) procedures, processen en 8

systemen moeten aanpassen, hiervoor worden implementatiekosten gemaakt. Vanaf 2023 moeten in het kader van de Woo in ieder geval de Woo-relevante documenten worden gepubliceerd die vanaf 2023 worden gemaakt. Dit zijn de structurele kosten. Het is nog niet goed in te schatten wat de incidentele en structurele kosten zijn van de implementatie van de Woo. 3.9.2 Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmbev) Met de invoering van de Wmbev krijgen burgers en ondernemers het recht om digitaal met de overheid te communiceren. De veiligheidsregio moet specifieke digitale kanalen aanwijzen die burgers en ondernemers daarvoor kunnen gebruiken. Bij het gebruik van de digitale weg gelden nieuwe waarborgen, zoals notificatie, ontvangstbevestiging en termijnverlenging bij storing. Ook wordt de overheid verplicht om passende ondersteuning te bieden bij bestuurlijk verkeer. Deze ondersteuning moet zijn afgestemd op de aard van de dienstverlening en de doelgroepen. De Wbmev ligt momenteel nog bij de Eerste Kamer, maar de verwachting is dat deze per 1 juli 2022 of per 1 januari 2023 in werking zal gaan treden. 3.9.3 Besluit digitale toegankelijkheid Overheid De Wet digitale toegankelijkheid gaat naar verwachting in op 1 juli 2022.

De impact van het voldoen aan het besluit digitale toegankelijkheid overheid (BDTO) is uitgesplitst in impact tijdens de implementatieperiode en de structurele impact. Op het aspect organisatie is de impact groot: voldoen aan het BDTO vraagt een organisatie brede aanpak, omdat toegankelijkheid doorwerkt in alle processen van alle afdelingen. Structureel komen er extra taken bij rondom monitoring, controle en nabewerking van documenten en bewustwording op peil houden. Het BDTO stelt eisen aan meerdere technische voorzieningen. Voor de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen wordt gesproken over totale incidentele kosten tussen de € 58 en € 94 miljoen voor implementatie binnen twee jaar. Het zijn onder meer kosten voor het projectteam en out-of-pocket kosten voor aanpassing van de techniek, uitvoeren van nulmetingen en toetsen, trainingen voor personeel en inhuur. Structureel is er jaarlijks tussen de € 25 en € 32 miljoen nodig om aan de eisen van het besluit te voldoen. Deze kosten zijn voor monitoring en bewustwording, controle en nabewerkingen van content en voor het opstellen van de toegankelijkheidsverklaringen. De structurele en incidentele kosten voor onze veiligheidsregio zijn nog niet goed in te schatten.

3.9.4 Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) strekt er toe de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kader stellende rol van deelnemers aan de regelingen bij taken die worden uitgevoerd te versterken. Men tracht dit te bereiken door het versterken van de positie van de gemeenteraden bij besluitvorming, het invoeren/verduidelijken van controle-instrumenten en het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling. De Gemeenschappelijke regeling zal na inwerkingtreding van de gewijzigd Wgr binnen twee jaar moeten worden aangepast aan de nieuwe regels. Voorafgaand aan deze aanpassing moeten afspraken gemaakt worden met gemeenten over de zaken die zij in de gemeenschappelijke regeling willen opnemen. Er moeten door de gemeenten onder andere unanieme keuzes worden gemaakt met betrekking tot inbrengen van zienswijzen bij besluiten, het instellen van een raadscommissie, participatie en evaluatie. De wijziging van de Wgr treedt naar verwachting per 1 juli 2022 in werking en gelet op het overgangstermijn zal de Gemeenschappelijke Regeling in 2023 worden vastgesteld.

Gelet op de tijdrovende procedure voor het wijzigen van de eigen gemeenschappelijke regeling moet tijdig worden begonnen met het maken van afspraken met de gemeenten over de gewenste inhoud van die regeling.

9

3.9.5 Beleidscyclus 2023-2027 Het beleidsplan vormt het strategische beleidskader van de Veiligheidsregio voor een planperiode van vier jaar. Het is een wettelijke planfiguur, een instrument voor de vertaling van bestuurlijke verantwoordelijkheden en ambities naar operationele voorbereiding en taakuitvoering. Het huidige beleidsplan “Samen werken aan veiligheid en veerkracht” is van kracht tot en met juni 2023. Dit betekent dat het volgende beleidsplan de jaren 2023-2027 bestrijkt. Samen met de gemeenten, partners en de samenleving geven we in 2022 invulling aan dit nieuwe beleidsplan. Net zoals voor het huidige beleidsplan ligt daar een proces van ‘Strategische Omgevingsanalyse’ aan ten grondslag. In deze analyse kijken we uitgebreid ‘van buiten naar binnen’ en betrekken we gemeenten, partners, maatschappelijke organisaties en marktpartijen bij de koers die we kiezen en keuzes die we samen maken. Het concept Beleidsplan wordt in januari 2023 voorlopig vastgesteld in het Algemeen Bestuur en ter zienswijze worden aangeboden aan de gemeenteraden. In juli 2023 stelt het Algemeen Bestuur het Beleidsplan definitief vast. 3.9.6 Expertisebureau Risicobeheer De Veiligheidsregio’s zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met de verharding van de verzekeringsmarkt.

Dit is aanleiding geweest voor Veiligheidsregio’s te overwegen om tot eigen risicodragerschap voor bepaalde risico’s over te gaan en te onderzoeken welke juridische, financiële en contractuele vorm dit kan krijgen. De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) heeft in het voorjaar van 2021 besloten tot de oprichting van de Stichting Risicobeheer (hierna te noemen: Expertisebureau Risicobeheer). Nadat het Veiligheidsberaad op 4 oktober 2021 eveneens heeft ingestemd vindt op dit moment de regionale uitvraag van ‘wensen en bedenkingen’ plaats. Fase 1: Expertisebureau Risicobeheer Voor de jaren 2022 en 2023 is een businesscase voor het Expertisebureau Risicobeheer opgesteld. De bijdrage per veiligheidsregio wordt pondsgewijs verdeeld, omdat het gaat om kosten die iedere veiligheidsregio maakt ongeacht de omvang. Het gaat om kosten voor de medewerkers in de stichting (ca 2 á 3 fte), inkoop en beheer van de ongevallenverzekering, ICT voor risicobeheer en ondersteuning bedrijfsvoering. De kosten zijn begroot op circa € 22.500 inclusief BTW per regio per jaar. Fase 2: Waarborgfonds en verbreding taakveld Expertisebureau Risicobeheer Fase 2 start vanaf 2024. In deze fase vindt continuering van het Expertisebureau Risicobeheer plaats en wordt verbreding overwogen. Daarnaast wordt beoogd om per 2024 een Waarborgfonds op te richten.

Voor het Waarborgfonds wordt begin 2022 een businesscase opgesteld en ter besluitvorming voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Daarbij is de verdeelsleutel voor de kosten en de bijdrage aan het fonds een specifiek thema. 3.9.7

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA)/ Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) Op 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden. Deze Wet regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in de civiele sector. Ambtenaren krijgen een arbeidsovereenkomst in plaats van een aanstelling en de –door het bestuur vastgestelde arbeidsvoorwaardenregeling- wordt vervangen door een CAO. Voor personeel van Veiligheidsregio’s geldt echter uitstel in verband met de complexe situatie van het werkgeverschap (beroeps-, vrijwillig – en ander personeel en 24/7 beschikbaarheid en inzetbaarheid). De inwerkingtreding voor personeel van Veiligheidsregio’s vindt op een later, nog niet bekend, tijdstip plaats. In april 2021 is de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) opgericht. De WVSV treedt in werking met ingang van 1 januari 2022 en treedt namens alle Veiligheidsregio’s op als vakorganisatie ook in het kader van arbeidsvoorwaarden. De invoering van de Wnra is nog onderdeel van gesprek. Er vindt nog onderzoek plaats naar de scenario’s of invoering volledig, gedeeltelijk of niet meer wordt gedaan. Medio 2022 wordt de keuze voor een scenario voorbereid en ter besluitvorming aan de RCDV 10

voorgelegd. Dit wordt vervolgens gedeeld met de minister waar een keuze wordt gemaakt. Afhankelijk hiervan wordt de impact voor de Veiligheidsregio’s duidelijk. De invoering van de Wnra betekent een aanpassing van het arbeidsvoorwaardelijk pakket en heeft impact op de manier van werkgeverschap en arbeidsvoorwaarden. De contributie aan de werkgeversvereniging WVSV bedraagt € 20.000. De financiële gevolgen van de inwerkingtreding van de Wnra zijn nu nog onbekend.

4 Financiële uitgangspunten 4.1

Algemeen

Het Algemeen Bestuur hanteert als uitgangspunt dat hogere, noodzakelijke uitgaven als (in)direct gevolg van wet- en regelgeving en/of onvermijdbaar zijn op grond van de wettelijk vastgestelde beleidsdocumenten verrekend kunnen en mogen worden via het kostenverdeelmodel, dat de basis vormt voor de gemeentelijke bijdrage aan Veiligheidsregio MWB. In deze kaderbrief wordt voor het jaar 2023 geen verhoging van de gemeentelijke bijdrage op grond van nieuw beleid voorgesteld. Daar waar er sprake is van nieuw beleid, volgen we de lijn “oud voor nieuw“. Hierbij maken we een aantal kanttekeningen zoals: Met de behandeling van de kadernota 2022 in de vergadering van 22 februari 2021 heeft het Algemeen Bestuur opdracht gegeven tot het uitwerken van een extra taakstelling (bovenop de 2,5% in 2021 e.v.) en het in beeld brengen van de gevolgen hiervan voor zowel VRMWB als gemeenten. Doel hierbij is het creëren van transparantie in de dienstverlening en het kunnen nemen van weloverwogen beslissingen voor de toekomst. In 2022 komen we met concrete voorstellen (inclusief consequenties voor dienstverlening en uitvoering van taken) die verwerkt worden in de begroting van 2023. 2. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 juli 2022. Wat de door Cebeon berekende effecten voor VRMWB heeft zal in 2022 in kaart worden gebracht. 3.

Het besluit van de minister om alle veiligheidsregio’s binnen afzienbare tijd tot de vitale infrastructuur te laten behoren heeft mogelijk ingrijpende financiële consequenties, die we nu nog niet kunnen voorzien. In 2022 komt hier meer duidelijkheid over. 4. Elementen in de rechtspositie van de brandweervrijwilligers zijn in strijd met Europese wet- en regelgeving, met name de Europese Deeltijdrichtlijn. Het afschaffen van kazerneren en consigneren heeft binnen de VRMWB een structureel financieel effect van tussen de 1,6 en 2 miljoen euro. 1.

4.2

Sleutels kostenverdeelmodel conform ingroeimodel

In 2018 heeft het Algemeen Bestuur de volgende uitgangspunten voor de actualisatie van het kostenverdeelmodel vastgesteld, te weten: • • •

De sleutel CEBEON ten behoeve van verdeling gemeentefonds is de basis voor de sleutel van het kostenverdeelmodel. De sleutel wordt jaarlijks geüpdatet bij begroting (t+2) (m.a.w. meicirculaire 2021 wordt toegepast in beleidsbegroting 2023). De meest recent beschikbare sleutel wordt gehanteerd. Jaarlijks wordt de sleutel na uitkomst meicirculaire beschikbaar gesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (t-1).

Tevens heeft het Algemeen Bestuur besloten tot een overgangsperiode van drie jaar van 2019 tot

11

2021, om te komen tot definitieve sleutels vanaf 2021. In juli 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de definitieve sleutels voor 2021, waarin ook de effecten van de herindeling van de gemeente Haaren zijn verwerkt. De basis van deze sleutels zijn de Cebeonmaatstaven van 2018. Voorgesteld wordt deze verdeelsleutelsystematiek ook voor 2022 te handhaven, maar voor 2023 de maatstaven te actualiseren naar de Cebeon verdeelsleutels t.b.v. verdeling gemeentefonds, op basis van meicirculaire 2022. Deze sleutels leiden niet tot een verandering van de totale bijdrage voor de gemeentelijke bijdragen (excl. Loon-en prijsontwikkelingen, ed.). De sleutels worden alleen gebruikt om de verdeling tussen de gemeenten onderling te berekenen. Per gemeente kunnen wel verschuivingen plaatsvinden, afhankelijk van de ontwikkeling van de maatstaven en de uitkeringsfactor. In 2022 zal het Algemeen Bestuur een besluit nemen over de geactualiseerde maatstaven en de effecten voor de gemeenten (in apart besluit of integraal in het begrotingsproces). Momenteel wordt, in opdracht van het Rijk, onderzocht hoe het gemeentefonds opnieuw kan worden verdeeld. De invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds staat gepland voor 2023. De jaarlijkse bijdrage van het Rijk aan gemeenten via dit fonds bedraagt zo’n € 30 miljard en wordt vanaf 2023 anders verdeeld.

4.3

Loon- en prijsontwikkeling

In 2018 is bestuurlijk besloten om de gehanteerde methodiek ten behoeve van de loon- en prijsontwikkeling te continueren. De loon- en prijsontwikkeling wordt bepaald door het CPB gepubliceerde index loonvoet sector overheid en index prijs bruto binnenlands product voor het jaar 2023 en de correcties van deze indices voor het jaar 2021 en 2022 van de in de begroting 2022 verwerkte cijfers. In de begroting wordt uitgegaan van de jongste CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de conceptbegroting. Dit jaar komt er vanuit het CPB geen november/december 2021 raming, vandaar dat in dit voorstel de cijfers van de publicatie van september 2021 worden weergegeven. Voorgesteld wordt om met dezelfde geprognosticeerde indexatiecijfers (sep 2021) te werken in de begroting 2023 als in deze kaderbrief. Dat sluit beter aan op de P&C cyclus van Veiligheidsregio MWB. Daarnaast zijn dan de indexatiecijfers in beide producten eenduidig. Omdat Veiligheidsregio MWB werkt met een correctiesysteem, waarbij achteraf op werkelijke indexatiecijfers wordt gecorrigeerd, heeft dit geen effect op de gemeentelijke bijdragen. De laatst bekende raming die is afgegeven door het CPB betreft de kerngegevenstabel van september 2021. Daarin zijn de volgende ramingen afgegeven: Loonindex Prijsindex

2021 0,70% 2,30%

2022 2,50% 1,80%

Op basis van de indices uit bovenstaande tabel en degene die in de begroting 2022 verwerkt zijn, is een gewogen gemiddelde index berekend waarmee de bijdrage van de gemeenten wordt aangepast. Deze index is in onderstaande tabel weergegeven. 2023 Gewogen loon- en prijsindex 2,9%

4.4

2024 2,40%

2025 2,42%

Ontwikkelingen bijdrage BDuR

Zowel in de junibrief 2021 als in de beschikking van december 2021 zijn geen beleidswijzigingen opgenomen. Wel is een loonbijstelling voor 2021 meerjarig in de bijdrage BDuR verwerkt. Op basis van de beschikking 2021 (d.d. 6 december 2021) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt

12

onderstaande bijdrage voor VRMWB verwacht:

Ontwikkeling bijdrage BDuR

2023

Beleidsbegroting 2022 (beschikking 2020) Loonbijstelling

€ €

9.656.000 314.603

Beschikking 2021

€

9.970.603 €

2024

2025

9.970.603 €

9.970.603 €

2026*

9.970.603

* de Rijksbijdrage wordt 3 jaar vooruit geprognotiseerd. Voor 2026 is hetzelfde bedrag als 2025 aangehouden.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11229339/1