Inspreektekst Agendapunt 10 Sjoerd Borst
Tekst van het document
INSPREEKTEKST BIJ AGENDAPUNT 10 VAN DE RAADSVERGADERING d.d. 22 september 2025
Geachte raad en college,
Er was eens een boom ... Ik heb geleerd dat als je aandacht wil hebben voor je verhaal, je moet beginnen met “er was eens ...”. En we zijn nu al wat later op de avond, dus misschien is dat nodig.
Mijn verhaal begint met “Er was eens een boom”. In mijn verhaal ga ik jullie meenemen naar hetgeen bomen betekenen. Dat ze van cruciaal belang zijn voor de biodiversiteit, omdat ze een thuis bieden aan talloze planten, dieren, insecten en andere organismen. Dat bomen schadelijke stoffen uit de lucht en het 1
water filteren, hetgeen bijdraagt aan een gezonde
leefomgeving.
Dat
bomen
CO2
opslaan, zodat ze helpen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. En dat ze ook zorgen voor verkoeling in de zomer en het vasthouden van water bij extreme regenval.
Er was eens een boom ... Weet u, onderzoek wijst uit dat bomen in de buurt van woningen de verkoopwaarde kunnen verhogen. Ze bieden recreatiemogelijkheden en trekken toeristen aan. Bomen zijn goed voor ons geestelijk welzijn. Ze verstoppen de steenmassa en remmen geluidsoverlast. Bomen hebben een positief effect op de gezondheid van mensen. Zieke mensen voelen zich eerder beter in een groene omgeving. Mensen uit een groene omgeving zijn minder agressief dan mensen uit een betondorp. 2
Afijn, er was dus eens een boom ... Er was eens een boom, een onbekende, grote, enorme boom ergens in een straat en geplant door niemand weet nog wie. Hij leefde daar breeduit met vele takken. Kinderen klommen in zijn kruin via de majestueuze takken die hij in de loop der tijd had gevormd. Soms viel een kind uit de boom en leerde gelijk wat zwaartekracht betekent.
De boom droeg de forse stem van de wind of de doodse stilte van de avondlucht. 's Winters was het leven kaal. Zwiepend op de harde wind en met zijn twijgen als toegeklemde vuisten vol nieuwe beloften stond hij maar te wachten tot het lente werd. Ga je gang, knipoogde dan de voorjaarszon, en dan kwam hij weer toe aan zijn oude, groene uitbundigheid: zijn takken liepen 3
weer uit en schoten bloesem uit ingehouden knoppen. Het was een lust het oog. En als dan de zomer kwam, maakte hij een donkere hand gevuld met schaduw, gratis, voor iedereen. En soms was de boom een paraplu tegen de stromende regen. Zo leefde die boom met al zijn takken, jaar in jaar uit, zijn krachten verbergend en weer ontplooiend, op en neer in telkens vier seizoenen.
Maar ... de oplettende luisteraar heeft het al door. Mij verhaal speelt zich af in het verleden. Er WAS eens een boom, want er waren mensen die vonden dat al die blaadjes in het najaar vervelend waren. En ook die poepjes op hun heilige koe, van vogels die nestelden in deze grote boom, daar hadden ze ook genoeg van. De zo geliefde schaduw van de boom was een doorn
in
het
oog 4
van
mensen
met
zonnepanelen. En de straat werd opgedrukt door
zijn
wortels,
omdat
deze
boom
onvoldoende ruimte had gekregen tijdens de aanplant. Immers ... een boom in een straat zal toch nooit groot worden, dus waarom een grote plaats aan hem geven? We kunnen daar veel beter parkeerplaatsen maken.
De eigenaar van de boom was het daarmee eens, maar … hoe kon hij die boom kappen? Eigenlijk zou de boom behouden moeten worden vanwege het klimaat, de biodiversiteit, stikstofproblemen
en
een
gezonde
leefomgeving.
Daarop riep hij zijn medewerkers bijeen en zei: “Verzin een list!” De medewerkers gingen aan de slag. “We zullen de boom ziek verklaren”, zie de eerste, ”dan begrijpt iedereen dat de boom 5
weg moet.” “We gaan ‘m ringen,” zei de tweede, “want voor een dode boom heb je geen kapvergunning nodig.” “Als de bewoners de boom weg willen hebben,” zei een ander, “dan noemen we dat zwaarwegend maatschappelijk belang.” “Nee,” zei een vierde, “we verzinnen een pilot, dan omzeilen we het kapbeleid, de raad en ook nog eens de geiten-wollen-sokkenmensen. Dan kunnen we rustig onze gang gaan, zolang de pilot duurt”. Het bewandelen van geitenpaadjes was begonnen.
Uiteindelijk werd er een man ingehuurd met een grote motorzaag. De boom was verdwenen. En de mensen huilden, want het werd in de zomer veel te heet in hun straat, en het lawaai van het verkeer bracht de mensen tot wanhoop. En de mensen met zonnepanelen moesten hun stroom gebruiken om hun huizen te koelen. En ze 6
misten het gefluit van de vogels in de vroege ochtenden.
En
tijdens
een
najaarsstorm
waaiden alle pannen van het dak. Pas toen dachten de mensen aan de boom, die er ooit was.
Als je bomenkap overlaat aan de mensen in een straat, dan blijft er niets over. Mensen en bomen hebben een haat-liefdeverhouding, waarbij de mens zich laat leiden door die paar dagen per jaar dat-ie last ondervindt. En niet eens heel veel last, maar de mens is van nature een klager, die, als er niets meer te klagen valt, iets zoekt om over te klagen. En bomen krijgen overal de schuld van. En bomen zeggen niets terug, dus die discussie is makkelijk gewonnen. In de Breebroek worden rücksichtslos alle bomen (op een enkele na) gekapt. Dat zou moeten omdat er nieuwe riolering aangelegd 7
gaat worden. Ook voor de populieren dreigt de kap, want “ze zouden in de toekomst misschien wel eens schade kunnen opleveren.” Redenen, té ver gezocht in de ogen van de NLGR. En gemakzuchtig, want een ontwerp maken met behoud van bomen is lastiger dan tekenen op een blanco vel papier.
De NLGR vindt dat dit plan terug moet naar de tekentafel en opnieuw moet worden gemaakt, maar dan met behoud van zoveel mogelijk bomen. Minimaal 30% van de kroonprojectie behouden. Gewoon, omdat bomen zo belangrijk zijn voor een gezonde leefomgeving, het klimaat en de biodiversiteit.
Dank voor uw aandacht.
8