Geredigeerd Bijlage 8. 24S061-RA-01
Tekst van het document
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten
Anne Frankplein te Rijen Kenmerk 24S061-RA-01, versie 1,08-08-2024 Postbus 92
Industrieweg 24
www.saricon.nl
3360 AB Sliedrecht
3361 HJ Sliedrecht
contact@saricon.nl
Tel. +31 (184) 422 538
KvK-nummer: 23.063.102 BTW-nummer: NL001556617B01
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten Foto omslag Lancaster-bommenwerpers van No. 44 Squadron RAF op 29 september 1942. Bron: Imperial War Museum, TR 198._________________ Project Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten Anne Frankplein te Rijen ABG-gemeenten Opdrachtgever Documentcode 24S061-RA-01 Versie 1 Aantal pagina’s 28
Datum concept Datum herzien Datum definitief Opgesteld
08-08-2024 I. te Duits, BA Integraal Veiligheidskundige/ Adviseur Ontplofbare Oorlogsresten
Geaccordeerd
5.1.2.e
Manager Versie
Paragraaf
Pagina
Doorgevoerde wijziging
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd, opgesla gen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaargemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur.
Het is de opdrachtgever toegestaan voor intern gebruik kopieën te maken zonder vooraf gaande toestemming van de auteur. (Artikel 16 Auteurswet 1912).
Voor verdere informatie, vragen en/of suggesties: Saricon B.V. Industrieweg 24, 3361 HJ Sliedrecht
Telefoon: +31 (0) 184 422538 www.saricon.nl
contact@saricon.nl
24S061-RA-01
(
.
T
De 8
Pagina 1 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
Inhoudsopgave 1
SAMENVATTING
3
2
INLEIDING
4
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3
ONDERZOEKSGEBIED ONTPLOFBARE 00RL0GSRESTEN
3.1 3.2 3.3 3.4 4
Vooronderzoek. Overzicht verdacht gebied....................................... Verticale afbakening (relevante) verdachte gebieden
LOCATIESPECIFIEKE OMSTANDIGHEDEN
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 6
Huidig gebruik. Toekomstig gebruik Werkzaamheden ten behoeve van hettoekomstig gebruik Onderzoeksgebied risicoanalyse
ANALYSE UITGEVOERD ONDERZOEK.
4.1 4.2 4.3
5
Aanleiding en opdrachtomschrijving Probleemstelling Doelstelling Onderzoeksmethode Verantwoording Leeswijzer
Kwetsbare objecten en plaatsen Aanwezigheid van onder- en bovengrondse infrastructuur. Grondwaterpeil en (water)bodemsoort............................. Bodemingrepen na-conflictperiode.................................... Detectiebeperkingen
INVENTARISATIE VAN RISICO'S
6.1 6.2 6.3 6.4
Soorten en verschijningsvorm ontplofbare oorlogsresten Ontstekers Invloedsfactoren Gevaarsfactoren
24S061-RA-01
4 4 4 4 5 5
6.5 6.6 6.7
7
6 6 7 7
11 11 12 12
9
21
Waarschijnlijkheid dat explosieven tot uitwerking komen Gevolgen bij verwachte uitwerkingsfactoren Risicobeoordeling Noodzakelijke maatregelen
21 21 21 23
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
8.1 8.2 8.3
6
Risicogebied uitwerkingsfactoren Leemten in kennis
BEOORDELING VAN RISICO'S
7.1 7.2 7.3 7.4 8
19 20 20
UlTWERKINGSFACTOREN
24
Conclusie Advies vervolgtraject. Risicokaart ontplofbare oorlogsresten
24 24 24
25
BIJLAGEN
9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6
25 25 25 27 28 29
Bijlage 1: DISTRIBUTIELUST
Bijlage 2: Bronnenlijst. Bijlage 3: Verantwoordelijkheid Bijlage 4: Definitie van de term 'verdacht gebied' Bijlage 5: Protocol Spontane Vondst 00 Bijlage 6: Certificaat CS-VROO
13
13 13 13 14 14
15 15 16 17 18
Pagina 2 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
1 Samenvatting In verband met ontwikkelingswerkzaamheden heeft Saricon een Risicoanalyse (RA) Ont plofbare Oorlogsresten (OO) uitgevoerd in opdracht van ABG-gemeenten.
Voor de gemeente Gilze en Rijen is in 2013 een NGE-Risicokaart opgesteld. Uit het histo risch vooronderzoek (HVO) met kenmerk RO-130100, versie 1.0 van 30 september 2013 op gesteld door REASeuro is geconcludeerd dat binnen de projectlocatie een verhoogde kans bestaat op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog, te we ten; KKM, hand-en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers, geschutmunitie, submunitie en afwerpmunitie. Gezien de uit te voeren werkzaamheden zijn er risico's in relatie tot de mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten. Geadviseerd wordt om in het RA-gebied voorafgaand aan de ge plande werkzaamheden een opsporing uitte laten voeren met betrekking tot de verdachte lagen.
24S061-RA-01
Pagina 3 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
2 Inleiding 2.1
Aanleiding en opdrachtomschrijving
In verband met herontwikkelingswerkzaamheden heeft Saricon een Risicoanalyse (RA) Ont plofbare Oorlogsresten (OO) uitgevoerd in opdracht van ABG-gemeenten. Het gebied be vindt zich aan het Anne Frankplein te Rijen. In het kader van de voorgenomen werkzaamheden, is het uiteindelijk doel van de RA om te komen tot aanbevelingen inzake opsporing, bestemmingswijziging en of andere maatregelen om risico’s te beheersen. De RA is uitgevoerd conform de offerte met kenmerk: 2024-S-088-AB-01 d.d. 3 mei 2024. Op 12 juni 2024 is opdracht gegeven voor de uitvoer van de RA.
2.2
Probleemstelling
Op basis van het uitgevoerde historisch onderzoek van REASeuro, dat in hoofdstuk 4 be sproken wordt, blijkt dat het gebied geheel verdacht is op uiteenlopende soorten munitie. De aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten vormt een risico voor werknemers, perso neel en omwonenden tijdens de realisatiefase van het project, doordat een explosief in de bodem door contact of grondtrillingen ongecontroleerd in werking kan treden. Voor de veilige en verantwoorde uitvoering van het project is het noodzakelijk om de specifieke risico’s van explosieven voor de projectwerkzaamheden te inventariseren en te beoordelen, gevolgd door een advies inzake de te nemen maatregelen.
2.3
Doelstelling
bestemmingswijziging of andere maatregelen om de risico’s te beheersen) worden bepaald door een objectenstudie en een risicoanalyse.
2.4
Onderzoeksmethode
Saricon heeft gebruik gemaakt van de nieuwe richtlijnen die zijn opgesteld door de Stichting Veilig Omgaan met Explosieven Stoffen (VOMES). Het betreft het Certificatieschema Voor onderzoek & Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO). Saricon is nauw betrok ken geweest bij de totstandkoming van het nieuwe certificatieschema. Tevens zijn de richtlij nen die omschreven zijn in het document “Richtlijn voor het opstellen van een deel RisicoInventarisatie & Evaluatie Ontplofbare Oorlogsresten SIVOON”, d.d. 18-02-2021 in deze risi coanalyse gebruikt.
Het vooronderzoek vormt de basis van de RA en dient daarom te voldoen aan de vigerende wetgeving. Als blijkt dat het vooronderzoek niet voldoet aan de huidige wetgeving of om een andere reden niet als een goede basis kan dienen voor de RA, dan zal een aanvullend onderzoek worden uitgevoerd.
Voor deze RA is gebruikgemaakt van een geografisch informatiesysteem (GIS). Het GIS be treft een digitale kaart met gekoppelde database, waarin zo veel mogelijk historische infor matie (met een geografische component) is verzameld die van belang kan zijn voor het be palen van de kans op aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Zo worden in GIS de his torische luchtverkenningfoto’s en stafkaarten uit de periode 1940-1945 gepositioneerd ten opzichte van de huidige topografie, bij voorkeur de BGT. Vervolgens worden alle op lucht foto’s zichtbare indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten verwerkt. Ook andere indicaties en contra-indicaties worden zo veel mogelijk vertaald naar een locatie in het RD-coördinatenstelsel en opgeslagen in het GIS. De gegevensset in het GIS is de basis voor de beoordeling of sprake is van verdachte gebieden binnen het onderzoeksgebied, als mede voor een juiste afbakening van deze gebieden.
Doelstelling van de opdracht van de RA is om een methode te beschrijven waarmee de voor genomen werkzaamheden binnen het verdachte gebied veilig kunnen worden uitgevoerd. In de RA wordt beoordeeld of bij aanvang van de uit te voeren werkzaamheden veiligheids maatregelen moeten worden genomen. De aanbeveling (methode van opsporing,
24S061-RA-01
Pagina 4 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
2.5
Verantwoording
Bij de totstandkoming van de RA zijn de volgende disciplines betrokken geweest die voldoen aan de deskundigheidseisen die worden gesteld in het CS-VROO:
Integraal Veiligheidskundige I. te Duits; GIS-deskundige 5.1.2.e ; Senior-adviseur/ munitietechnicus 5.1.2.e Civieltechnicus 5.1.2.e Bovengenoemde disciplines werken onder verantwoordelijkheid van 5.1.2.e instemt met de inhoud van de rapportage.
2.6
die
Leeswijzer
In hoofdstuk 3 wordt het onderzoeksgebied risicoanalyse vastgesteld op basis van het toe komstige gebruik. Hoofdstuk 4 geeft een weergave van de reeds uitgevoerde onderzoeken. In hoofdstuk 5 worden de locatiespecifieke omstandigheden beschreven. Vervolgens vindt er in hoofdstuk 6 een inventarisatie van risico’s plaats, die in hoofdstuk 7 worden beoordeeld. In hoofdstuk 8 is de conclusie omschreven en zijn er adviezen gegeven voor de veilige uitvoe ring van de werkzaamheden.
24S061-RA-01
Pagina 5 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
3 Onderzoeksgebied ontplofbare oorlogsresten 3.1
A
1
7/0
F
Huidig gebruik
Momenteel is het gebouw nog in de oude staat en heeft een kantoorruimte als functie. Het huidige pand is in onderstaande figuren weergegeven.
n m4
mHTMHA - I
©
.2
4)
_L
ir aa
__ I
,EhmnEEB ' ■
T
T
--
-
Figuur 2. Huidige staat aan het Anne Frankplein te Rijen (bron: Google Maps).
il 1
IF E
lil. uEE 3 e .
nAt
3.2
Toekomstig gebruik
ABG-gemeente Rijen is voornemens om het ‘ambtenarenkantoor’ te gaan vernieuwen. Hier voor wordt een gedeelte van het gebouw behouden en een gedeelte gesloopt en hergebruikt vooreen nieuwe indeling.
ggrsecae
__________
Figuur 1. Huidige staat aan het Anne Frankplein te Rijen (bron: Google Maps).
24S061-RA-01
Pagina 6 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
Q
Q
O
Q
Q
Q
3.4
O
1
Onderzoeksgebied risicoanalyse
§
O ;
Op basis van de uit te voeren werkzaamheden is het gebied bepaald dat onderwerp is van de risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten.
te behouden casco ca. 426 m’ BVO per bouwlaag 3 • 426 - 1.278 m’ BVO
Het projectgebied dat is vastgesteld door de opdrachtgever omvat het onderzoeksgebied ontplofbare oorlogsresten. ®
O
O
9
uitbreiding ca. 1.272- BVO beg. grond
O
®
O nieuwe toestand footprint 1.698 m’ totale BVO = ca. 4.750 m»
Het onderzoeksgebied risicoanalyse is de deelverzameling van het projectgebied en het ver dachte gebied uit het vooronderzoek inclusief een bufferzone. Het projectgebied is het ge bied waarbinnen de voorgenomen activiteiten voor het toekomstig gebruik gaan plaatsvin den.
®
X
O
Activiteiten die plaatsvinden buiten verdachte projectgebied veroorzaken mogelijk effecten die invloed kunnen uitoefenen op ontplofbare oorlogsresten binnen het verdachte gebied en omgekeerd. Om dit te ondervangen wordt een bufferzone toegevoegd rondom het verdachte gebied. Het verdachte projectgebied inclusief de bufferzone wordt als onderzoeksgebied risi coanalyse aangemerkt. Binnen het onderzoeksgebied risicoanalyse worden alle uit te voeren grondroerende activiteiten beoordeeld.1
* O --O
o
r O
o
6
O
O
o G
Figuur 3. Voorlopig ontwerp stramienplan (bron: RoosRos Architecten).
3.3
Werkzaamheden ten behoeve van het toekomstig gebruik
Een gedeelte van de bebouwing zal gesloopt moeten worden. Voor de nieuwe bebouwing zal het gebied bouwrijp gemaakt moeten worden en zal het gedeeltelijk ontgraven moeten worden m.b.t. een bouwcunet. De fundering zal op staal worden uitgevoerd. Die bestaat uit poeren, waarvan de onderkant op 0,80 meter tot 1,00 meter onder het maaiveld komt te lig gen.
1 Afkomstig uit de richtlijn voor het opstellen van een deel Risico-inventarisatie & Evaluatie Ontplofbare Oorlogsresten SIVOON.
24S061-RA-01
Pagina 7 van 29
9•0
N
A 5
2,
29 9° eye
P•
(•9
5 9
7523
820
G}o®
©
o 9gp P
o®’ G)
9
g05
,*
o
Go
<%
G®-
/
o e o,
%
«T
0)
\
$ 3
0)
ga
l
K
esfh )
oU
7
3 B/
(09 c8
'Plein
9
(3
°
oPa“e co"laf e2o® -
e .e,,e
eM
wfF
10
.
2
/
A
a
,cs®
X
/?
I
e
.ao®
/! I
(69)
0333
‘ ",a
9
(8)
(c
\ %\ \\ \\ \
/ 4•
1.8 f
■
f\ /f
F /
2 X.6o
82
g.7 L/
"efÈ
6
1
<
,33
. D eC%
99 s0
0993
G
e M,
,0* B
X,g26e
L H.. _LI
1e
- w-- •o
to°
4
g•
+
g‘
9- ' .
_0BuPA
0
(g)
N.
2oëj o’ ©
2909
(6
Figuur 4. Het RA-gebied weergegeven in combinatie met de werkzaamheden.
2912
RA-gebied ,4
o L
5
10 L
20 Meter J
k q
3
Bebouwing naoorlogs
(
I
©
L
-ss
T
I I I
I
AL3
L
I
U
I
A
I I
9*o
o
g 6
V-.
@ *
I I
N
8 2 3,
I I I
it
# 5
8
\
au do
I I I I I
ungepu3""g0t
•0)
g6$)
\
h
y.
NW
yj
3
)
N
JAA |
(
V
A\ \
nmnnnnniiin A pohagrenacde
(98,676%
ï
(
1
I I
M 2
J
I l
8
I I I I I I I
J \ •\
\ N
V
I
1 I I I 1
_E \
1 I
1 I
N
\
I I
\ I __ __ - lil
1
(
I
I I
5 K« #
L
Je
L.4 -
I 7
Ll/
12.5
253
U 50YMëtër
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
4 Analyse uitgevoerd onderzoek 4.1
Vooronderzoek //
Bij aanvang van de risicoanalyse wordt bij relevante overheden en eventuele andere instan ties nagegaan of er in het onderzoeksgebied in het verleden een vooronderzoek, risicoana lyse en/of opsporing heeft plaatsgevonden. Saricon heeft hiervoor de VEO Bommenkaart en heeft informatie ontvangen van de ABG-gemeenten (Werkt voor de gemeenten AlphenChaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen).
3
: ■
I
2
Voor de gemeente Gilze en Rijen is in 2013 een NGE-Risicokaart opgesteld. Het HVO met kenmerk RO-130100, versie 1.0 van 30 september 2013 opgesteld door REASeuro voldoet aan het WSCS-OCE.
' • .i' i 9?
)
Behalve bovenstaand onderzoek is door de gemeente een in 2019 door REASEuro opge stelde Projectgebonden Risicoanalyse (PRA) aangeleverd voor een snelfietsroute Breda-Tilburg. Het gaat hierbij om de PRA met kenmerk RO-190223 versie 1.0, d.d. 30 oktober 2019 door REASeuro.
a dmEh
2A
Saricon acht deze voldoende bruikbaar en het onderzoek om deze reden niet aangevuld conform het CS-VROO. 500 Meter
Een deel van dit tracé loopt direct ten zuiden van de projectlocatie. Het stuk bevat gegevens met betrekking tot de verticale afbakening van de verdachte gebieden die bruikbaar zijn voor vervolgonderzoek. Maar gezien de verschillende aard van de voorgenomen werkzaamheden is de PRA niet direct toepasbaar op dit project.
24S061-RA-01
Figuur 7. Verdachte gebieden uit het historisch onderzoek van REASeuro.
______
Pagina 11 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
4.2
Overzicht verdacht gebied
In de verdachte gebieden moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van de vol gende hoofd- en subsoorten: Tabel 4.2. Soorten en verschijningsvorm ontplofbare oorlogsresten Verschijningsv Hoofdsoort Subsoort/kalib Aantal Herkomst er orm KKM, hand- en (niet) gewor Divers geweergranaten, pen/verschoten munitie voor gra naatwerpers Geschutmunitie Brisant 2 inch (niet) verschoten Divers t/m 10,5 cm Brisant 2 cm Weggeslingerd Duitsland Submunitie Brand en brisant 1 kg en 10 kg Weggeslingerd Duitsland Brisant 10 kg Afgeworpen Duitsland Brisant Afwerpmunitie 50 kg Weggeslingerd Duitsland Brisant 50 kg, 30 Ibs., Afgeworpen Divers 250 kg,250 Ibs.en 500 Ibs. Over de aantallen aan te treffen zijn op basis van het beschikbare feitenmateriaal geen zin nige uitspraken te doen.
Tabel 4.3. Diepteligging ontplofbare oorlogsresten Hoofdsoort Verschijningsvorm KKM, hand- en geweergra (niet) geworpen/verschoten naten, munitie voor granaat werpers Geschutmunitie (niet) verschoten Weggeslingerd Submunitie Weggeslingerd Afgeworpen Afwerpmunitie Weggeslingerd Afgeworpen
Diepteligging 0,5 m-mv WOII
1,5 m-mv WOII 1,00 m-mv WOII 1,00 m-mv WOII 1,50 m-mv WOII 1,00 m-mv WOII 3,00 m-mv WOII
De verschijningsvorm ‘weggeslingerd’ is op basis van massaexplosie verdacht gemaakt. Op 30 mei 1942 en 30 juli 1943 zijn er treinen ontploft.
Het gebied is meerdere malen gebombardeerd door de aanwezigheid van vliegveld Rijen en de spoorlijn. Ook hebben er artilleriebeschietingen en grondgevechten plaatsgevonden.
4.3
Verticale afbakening (relevante) verdachte gebieden
In de Projectgebonden Risicoanalyse (PRA) voor een snelfietsroute Breda-Tilburg is een ver ticale afbakening gedaan voorde verdachte gebieden. Saricon neemt deze resultaten over, omdat deze diepteliggingen reëel lijken voor dit gebied. Het gaat om de volgende dieptes:
24S061-RA-01
Pagina 12 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
Aanwezigheid van onder- en bovengrondse infrastructuur
5 Locatiespecifieke omstandigheden
5.2
De voor de risicoanalyse relevante locatiespecifieke omstandigheden worden in dit hoofdstuk in beeld gebracht.
Omdat het terrein reeds bebouwd is en een kantoor als functie heeft, zijn er kabels en leidin gen aanwezig. Met de aanwezigheid van kabels en leidingen dient rekening te worden ge houden tijdens de detectie. Deze kunnen tevens detectieverstoringen geven,
Kwetsbare objecten en plaatsen
5.1
Grondwaterpeil en (water)bodemsoort
5.3 Door Saricon is de risicokaart van Nederland geraadpleegd om te bepalen of er bij detectiewerkzaamheden en/of onschadelijk maken van munitieartikelen zich objecten bevinden welke extra aandacht vragen of grotere risico’s meebrengen. Er zijn in het RA gebied geen risico’s benoemd. Wel zijn er in de nabije omgeving enkele kwetsbare objecten aangemerkt en ligt er een spoor (met station) op beperkte afstand.
In de nabije omgeving is een grondwatermonitoringput geraadpleegd aan de Laagstraat met kenmerk GLD000000058351. Bij het benaderen van ontplofbare oorlogsresten is de ver wachting dat er geen beperkingen worden ondervonden door de grondwaterstand. De grond soort in het RA-gebied betreft zand.
9
N
A West W
A
9 9 9
9
Q
9
RA-gebied
Kwetsbare objecten:
w
Woonverblijf
o
Onderwijsinstelling
Waterstand (meter t.o.v NAP)
P
5.1.2.e
Tehuis
Cksieg
P
Publieksgebouw
K
Kantoor / bedrijf
Haansberg
== Intercitylijn
125
250
=C U
o
C D
buisleidingdeel o
co
• Ongeval_op_water_vlak
Terreingrens
500 Meter
Rok,ISWe,
5.1.2.e
Figuur 9. Grondwatermomtonngsput geraadpleegd via Dinoloket.
Figuur 8. Uitsnede risicokaart Nederland.
24S061-RA-01
Pagina 13 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
5.4
Bodem ingrepen na-conflictperiode
Er is geen volledig onderzoek na-conflictperiode uitgevoerd omdat dit in deze situatie niet zinvol werd geacht. Wel is globaal gekeken naar de naoorlogse ontwikkelingen in het gebied.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het gebied nog niet bebouwd. Verwacht wordt dat het destijds een tuin was. De aanwezige bebouwing is naoorlogs en is tot onderzijde fundering geroerd geweest. Ook de aangelegde infrastructuur is naoorlogs. Omdat het gebied zich in zandgrond bevindt, wordt verwacht dat enkel de toplaag hier geroerd is geweest.
5.5
Detectiebeperkingen
Het opsporen van ontplofbare oorlogsresten kan uitgevoerd worden met diverse soorten de tectoren. Het gebruik van het type detector is afhankelijk van het zoekdoel, oftewel de hoofd soort van het ontplofbare oorlogsrestant en de diepteligging hiervan. De wijze van detectie is te onderscheiden in oppervlaktedetectie en dieptedetectie.
Oppervlaktedetectie kan uitgevoerd worden tot een beperkte diepte en is afhankelijk van de grootte en de maximale diepteligging van het op te sporen object. Dieptedetectie zal meestal toegepast worden bij het opsporen van vliegtuigbommen die tot op grote diepte aangetroffen kunnen worden.
Voor detectie worden diverse typen detectoren gebruikt de meest voorkomende zijn de pas sieve en actieve detectoren: Een passieve detector, ook wel magnetometer genoemd, meet alleen verstoringen in het van nature aanwezige aardmagnetische veld die worden veroorzaakt door ferrometalen (dus ijzer, nikkel of kobalt) in de bodem. Een actieve detector genaamd metaaldetector wekt zelf een magnetisch veld op middels een stroombron en een spoel. Wanneer een object binnen het opgewekte magnetisch veld komt wordt de verstoring geregistreerd (respons). Zowel ferrometalen (ijzer, nikkel of kobalt) als non-ferrometalen zoals koper, lood, aluminium, zink, brons, messing, zilver, goud geven respons. Dit type detector kan enkel voor zeer beperkte diepte worden ingezet. Het bereik is afhankelijk van de grootte van de toegepaste spoel.
In en nabij het RA-gebied zullen nabij het spoor kabels, leidingen, straatmeubilair en mogelijk ferrohoudende materialen aanwezig zijn, die een detectie negatief kunnen beïnvloeden. Ook dient tijdens de sloopt van de bebouwing rekening te worden gehouden met achterblijvend materiaal. Geadviseerd wordt om dit zo veel mogelijk te beperken, omdat dit verstoringen kan opleveren.
Figuur 10. Uitsnede risicokaart Nederland.
24S061-RA-01
Pagina 14 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
6 Inventarisatie van risico’s 6.1
Soorten en verschijningsvorm ontplofbare oorlogsresten
De conditie en verschijningsvorm van ontplofbare oorlogsresten is van invloed op de risico’s bij het aantreffen ervan. Daarom worden de volgende verschijningsvormen getypeerd: Afgeworpen Verschoten / gegooid / gelegde / weggeslingerd Opgeslagen / gedumpt / begraven Als restant uit springputten of explosie Als onderdeel van (vliegtuig)wrakken en/ of gezonken vaartuigen Ter plaatse kunnen, gezien de verworven informatie, zoals eerder verwoord, de volgende ontplofbare oorlogsresten worden verwacht: Tabel 6.1 Soorten en verschijningsvorm ontplofbare oorlogsresten Verschijningsv Hoofdsoort Subsoort/kalib Aantal er orm KKM, hand- en (niet) geworgeweergranaten, pen/verschoten munitie voor gra naatwerpers Geschutmunitie Brisant 2 inch (niet) verschoten t/m 10,5 cm Brisant 2 cm Weggeslingerd Submunitie Brand en brisant 1 kg en 10 kg Weggeslingerd Brisant 10 kg Afgeworpen Brisant Afwerpmunitie 50 kg Weggeslingerd Brisant 50 kg, 30 Ibs., (30 Ib. is brand) 250 kg,250 Ibs.en 500 Ibs.
Herkomst Divers
Divers Divers Divers Divers Divers Divers
Kleinkalibermunitie Kleinkalibermunitie (KKM) is munitie voor handvuurwapens en mitrailleurs met een kaliber tot 20 mm. KKM wordt voornamelijk verschoten uit pistolen, revolvers, pistoolmitrailleurs, (jacht)geweren en middelbare en zware mitrailleurs. De meeste KKM-artikelen bevatten geen springstof als lading. Een van de belangrijkste uitzonderingen hierop zijn de Duitse 13- en 15 mm-brisantgranaatpatronen. Ook kan KKM zijn voorzien van een pyrotechnische lading of in een enkel geval van witte fosfor.
Handgranaten Handgranaten zijn munitieartikelen die bedoeld zijn om met de hand te werpen. Een handgra naat heeft (afhankelijk van zijn vulling) tot doel om te detoneren, brand te stichten, een rook gordijn te leggen, enz. De vulling kan bestaan uit springstof, kruit.,een pyrotechnisch mengsel, een hypergolisch mengsel of witte fosfor.
Geweergranaten Geweergranaten zijn munitieartikelen die bedoeld zijn om met een geweer te verschieten. Een geweergranaat wordt afgeschoten met behulp van een geweer door middel van een afvuurc.q. scherpe patroon. De opbouw van de gevechtslading van een geweergranaat is in het al gemeen te vergelijken met de opbouw van die van de handgranaat. Ook de door de Duitse strijdkrachten tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte pistoolgranaten vallen onder de hoofdgroep geweergranaten. Munitie voor granaatwerpers Munitie voor granaatwerpers is bedoeld om met een granaatwerper te verschieten. Deze mu nitie worden afgeschoten of gelanceerd vanuit een wapensysteem dat speciaal is ontworpen voor dat munitieartikel. Deze munitie gaf de militair extra vuurkracht mee en kon tegen diverse doelen worden gebruikt. Granaatwerpers werden vooral gebruikt als antitankwapen. De meest bekende granaatwerpers uit de Tweede Wereldoorlog zijn de Duitse “Panzerfaust” en de Britse “PIAT”.
Submunitie Submunitie is munitie die zijn opgenomen in een ander munitieartikel en op enig moment hiervan vrijkomen en zelfstandig hun weg vervolgen.
Geschutmunitie Geschutmunitie is munitie die bedoeld is om met geschut/artillerie te worden verschoten en heeft een kaliber van 20 mm of groter. Geschutmunitie is een verzamelnaam voor allerlei soor ten ontplofbare oorlogsresten die worden verschoten door kanonnen, houwitsers,
24S061-RA-01
Pagina 15 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
I
I
terugstootloze vuurmonden of mortieren. De ontplofbare oorlogsresten kunnen, naast mortier granaten, bestaan uit munitie als patroon, munitie waarvan de granaat en de huls met hierin de voortdrijvende lading gescheiden zijn, of munitie bestaande uit granaat en een losse kar doeszak met voortdrijvende lading.
De te verwachten ontstekers die op de Britse brisantbommen waren geplaatst, zijn:5 Tabel 6.2.1 Britse ontstekers Ontsteker Soort ontsteker Werkingsprincipe Land van herkomst
Het explosief met de zwaarste springlading van bovengenoemde soorten is de Duitse 10,5 cm brisantgranaat met 1700 gram springstof. De ontstekers die voornamelijk verwacht wor den zijn de AZ23 (schokbuis) en de AZ1 serie.
Voorgespannen slagpinveer Ophoudveer
Verenigd Koninkrijk
Staartpistool No. 28
Chemisch lange vertraging Schok
Staartpistool No. 30
Schok
Ophoudveer
Verenigd Koninkrijk
Staartpistool No. 37
Chemisch lange vertraging
Verenigd Koninkrijk
Neuspistool No. 27
Schok
Voorgespannen slagpinveer Scheurdraad
Neuspistool No. 42
Schok
Scheurdraad
Verenigd Koninkrijk
Neuspistool No. 44
Schok
Diafragma
Verenigd Koninkrijk
Staartpistool No. 17
Afwerpmunitie
Afwerpmunitie is munitie dat van een vliegtuig wordt losgelaten, ook wel vliegtuigbommen te noemen.
Geallieerde afwerpmunitie zijn veelal mechanisch werkende ontstekers, waarbij de explosieketen wordt ontstoken door een slagpin die in een slaghoedje slaat. Deze zijn met name ge voelig voortouchering en beweging. Duitse afwerpmunitie werd voornamelijk voorzien van een elektrische ontsteker, op basis van condensator weerstand werkingsprincipe. Op basis van de leeftijd van deze elektrische ont stekers, is het onwaarschijnlijk dat de condensator nog geladen is.
Ontstekers
De meest voorkomende soort ontstekers die op de vliegtuigbommen kunnen zijn geplaatst, zijn in deze paragraaf weergegeven.4 In verband met het nabijgelegen vliegveld, kan niet uit gesloten worden dat CLV-ontstekers (chemisch lange vertragende ontstekers) zijn gebruikt, /uit de gegevens van het historisch onderzoek blijkt dat deze ook daadwerkelijk zijn ingezet. Het meest logisch zijn, gezien het doelwit en de reeds aangetroffen vliegtuigbommen, de in de volgende tabel weergegeven ontstekers.
2
Gezien de meeste data van afworp is de kans op aantreffen van een 500 Ib. het meest reëel. In theorie kunnen er ook bommen met een grotere explosieve inhoud zijn gebruikt. Dit is echter niet te verwachten. 3 U.S.N.B.D.S. British rockets and Fuzes (15 juli 1945).
24S061-RA-01
Verenigd Koninkrijk
Op de Amerikaanse vliegtuigbommen wordt verwacht de volgende ontstekers aan te kunnen treffen: Tabel 6.2.2 Amerikaanse ontstekers Ontsteker Soort ontsteker Werkingsprincipe Land van herkomst
De vliegtuigbom met de grootste explosieve inhoud is een zijnde een Amerikaanse GP bom van 500 Ib.2 De explosieve inhoud is 267 Ib. (121,1 kg) TNT dan wel 274 Ib. (124,3 kg) Comp. B.3
6.2
Verenigd Koninkrijk
4 5
Nose Fuze (AN-)M103-serie
Schok
Scheurdraad
Verenigde Staten van Amerika
Tail Fuze (AN-)M 101-serie
Schok
Ophoudveer
Verenigde Staten van Amerika
Tail Fuze (AN-)M100 serie
Schok
Ophoudveer
Verenigde Staten van Amerika
Tail Fuze ( M113 en (AN)M 116 series Tail Fuze (AN-)M123 serie Tail Fuze (AN-)M124
Schok (met vertra ging variërend van 4 tot 15 sec) Chemisch lange vertraging Chemisch lange vertraging
Ophoudveer
Verenigde Staten van Amerika
Voorgespannen slagpinveer Voorgespannen slagpinveer
Verenigde Staten van Amerika Staten Verenigde van Amerika
U.S.N.B.D. British Bombs and Fuzes, pyrotechnics, detonators. (zonder plaatsnaam, 01.12.1944). U.S.N.B.D. British Bombs and Fuzes, pyrotechnics, detonators. (z.p., 1 december 1944).
Pagina 16 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
De verwachte ontstekers voor de Duitse 50 kg vliegtuigbommen zijn: Tabel 6.2.3 Duitse ontstekers Ontsteker Soort ontsteker EIAZ 25* Schok
EIAZ 55*
Schok
Werkingsprincipe Condensator weer stand
Land van herkomst Duitsland
Condensator weer stand
Duitsland
*iEIAZ = Elektrische Aufslagzünder
6.3
Bij werkzaamheden waarbij machines worden ingezet zoals trilblokken, heiblokken, trilplaten voor verdichting, etc. ontstaan schokgolven in de bodem. In veel gevallen zijn die schokgol ven zodanig groot, dat zij de (achtergrond)triHing in de bodem verhogen tot minstens 1,0 m/s2 Trillingen hebben de volgende effecten:
Zetting van de bodem; Trillingen op de ontsteker.
Invloedsfactoren
Gezien de uit te voeren werkzaamheden zijn de volgende invloedsfactoren van toepassing: Tabel 6.3. Invloedsfactoren Invloedsfactor aanraken/toucheren (direct contact) slag op/ stoot (direct contact) deformatie (direct contact) beweging (direct contact/geen direct contact) trillingen (geen direct contact) brand/temperatuur (geen direct contact); wijziging van (lucht/water)druk (geen direct contact) blootstellen aan de buitenlucht (geen direct contact) statische elektriciteit (geen direct contact) akoestische signalen (geen direct contact) wijziging van de afwijking van het aardmagnetisch veld (geen direct contact)
het ongecontroleerd ontgraven van grond in verdacht gebied; het dumpen van in verdacht gebied ontgraven grond; het plegen van handelingen aan een explosief uit de Tweede Wereldoor log door ondeskundigen. het inheien of intrillen van palen in- of nabij een verdacht gebied;
Van toepassing Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Nee Nee Nee
Bij het uitvoeren van de grondwerkzaamheden kan een eventueel aanwezige munitieartikel ongecontroleerd tot werking komen. Deze risicomomenten kunnen optreden bij:
Zetting van de bodem Door trillingen zal zetting van de bodem optreden. Grond verliest zijn samenhang (zetting) als de versnelling groter wordt dan 1,0 m/s2. Saricon stelt dat door deze zetting een vliegtuig bom kan bewegen en een neusontsteker met een diafragma of een scheurdraad tot werking kan komen. Op een afstand van 10,00 meter vanaf een volgens traditionele methoden te heien paal is de versnelling kleiner dan 1,0 m/s2 (frequentie 10-20 Hz) en wordt geen verschuiving van bete kenis verwacht.6 Zodoende is er sprake van een risico op een ongecontroleerde detonatie van een vliegtuigbom met een neusontsteker met een diafragma of scheurdraad binnen een straal van 10,00 meter bij een (achter)grondtrilling vanaf 1,0 m/s2.
Invloed van trillingen op de ontsteker Een tweede gevolg van trillingen in de bodem - behalve dat van de zetting van de bodem is dat trillingen ook invloed hebben op onderdelen in de ontstekers zelf. Er kan onderscheid worden gemaakt in twee effecten van trillingen in de ontsteker:
Effect van trillingen op losse delen; Effect van resonantie;
Ifco, ‘mogelijke ondergrondse bomexplosies als gevolg van trillingen veroorzaakt door heien’. 89080-02, 4 juli 1990. 6
24S061-RA-01
Pagina 17 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
Hieronder staan deze effecten beschreven.
meter (invloedsgebied) rondom trilling veroorzakende werkzaamheden in het verdachte ge bied, om aanwezigheid van afwerpmunitie uitte sluiten.
Trilling losse delen Saricon stelt dat ontstekers met het werkingsprincipe voorgespannen slagpinveer en ophoudveer tot werking kunnen komen als gevolg van de trilling op zichzelf. Echter, een ontste ker met een ophoudveer zal naar verwachting van Saricon een veel hogere trillingsfrequentie nodig hebben om tot werking te komen dan een ontsteker met het werkingsprincipe voorge spannen slagpinveer. Er zijn hier echter geen waardes van bekend of onderzocht.
Vliegtuigbommen met overige ontstekers vallen onder beheersmaatregel B: Maatregelen treffen waarmee wordt voorkomen dat tijdens werkzaamheden mogelijk aanwezige afwerpmunitie getoucheerd wordt.
Resonantie Een derde gevolg van trillingen in de bodem is resonantie van de slagpin bij een bepaalde trillingsfrequentie waarbij de slagpin in beweging komt. Dit betreft ontstekers met een ophoudveer. De waarde van deze frequentie is onbekend. Het effect van trillingen op de ontsteker heeft met name betrekking op ontstekers met een voorgespannen slagpinveer. Voor dit effect wordt door Saricon eveneens een veiligheidsstraal van 10 meter geadviseerd en wordt het gestelde in het “ Afwegingskader Trillingen in CE (afwerpmunitie) verdacht gebied” gevolgd. Afwegingskader Er is heden ten dage nog steeds onduidelijkheid over de vraag welk tri11ingsniveau binnen een verdacht gebied aanvaardbaar is, in relatie tot het risico van het ongewenst tot werking komen van afwerpmunitie. In 2015 en 2016 heeft TNO hier wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. TNO beveelt vervolgonderzoek aan om te komen tot een wetenschappelijk onderbouwde normstelling. Dit onderzoek heeft echter (nog) niet plaatsgevonden.
Omdat een wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt, moet in de praktijk op basis van be schikbare kennis en praktijkervaring worden gehandeld. Daarom hebben praktijkdeskundigen onder de leden van de Vereniging Explosieven opsporing (VEO) een "Afwegingskader Tril lingen in (afwerpmunitie) verdacht gebied”, versie april 2019, opgesteld. Dit afwegingskader is af gestemd met andere stakeholders. Het afwegingskader gaat over trillingen in de bodem die worden overgedragen op het bomlichaam en daardoor uiteindelijk kunnen inwerken op de ontsteker. Het afwegingskader heeft geen betrekking op zetting of verschuiving van de bo dem die kunnen leiden tot wijzigen van de positie van het bomlichaam en de mogelijke ge volgen daarvan.
Saricon adviseert in de 10-meterstraal aan te houden indien er werkzaamheden plaatsvinden die trillingen met een versnelling van meer dan 1 m/s2 veroorzaken. Deze afstand komt tot stand door gebruikte maken van het Afwegingskader Trillingen in (afwerpmunitie) verdacht gebied. De verwachting is, gezien de werkzaamheden, dan deze activiteiten niet plaats zul len vinden.
6.4
Gevaarsfactoren
Gezien de geplaatste ontstekers en de inhoud van het explosief uit de Tweede Wereldoorlog zijn de volgende gevaarsfactoren van toepassing: Tabel 6.4. Gevaarsfactoren Gevaarsfactor Voorgespannen slagpinveer (Gevoeligheid van) explosieven stoffen Witte fosfor Pyrotechnische of brandladingen Veroudering Vertragingsinrichting Antistoringsinrichting (valstrik) Wapeningstoestand van de ontsteker
Van toepassing Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Ja
De slagpin van een schokontsteker kan bij verplaatsing van de grond, bij beweging van het bomlichaam naar binnen worden gedrukt. De voorgespannen slagpinveer van een ontsteker met chemisch lange vertraging kan bij beweging of trillingen vrijkomen en de ontsteker laten werken waardoor de bom detoneert.
Uit dit afwegingskader blijkt dat ontstekers met voorgespannen slagpinveer (zoals chemisch lange vertraging-ontstekers) vallen in beheersmaatregel A: Detectie uitvoeren tot 10,00
24S061-RA-01
Pagina 18 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
6.5
Uitwerkingsfactoren
De effecten van een ongecontroleerde detonatie van een explosief uit de Tweede Wereld oorlog zijn in deze paragraaf semi kwantitatief uiteengezet op basis van scenario’s. Deze zijn niet voor alle mogelijk aan te treffen ontplofbare oorlogsresten in deze RA verwerkt, maar al leen bepaald op de detonatie van de zwaarste vliegtuigbom, zijnde een Britse 500 Ib. vlieg tuigbom gevuld met 124,3 kg springstof.
Bij de detonatie van een met springstof gevuld munitieartikel komt een zeer grote hoeveel heid energie vrij. De vrijgekomen energie uit zich in een deel thermische energie en een deel mechanische energie. De uitwerkingsverschijnselen van een detonatie zijn:
Scherfwerking; Gasdruk; Schokgolf; Hitte. De luchtdruk, schokgolf en scherfwerking kunnen een alom vernietigende uitwerking hebben op de directe omgeving van het detonatiepunt en lichamelijk letsel veroorzaken met als mo gelijk gevolg de dood.
Scherfwerking Scherfwerking ontstaat doordat bij een explosie het stalen lichaam verscherft en door de drukwerking met een enorme snelheid wordt weggeblazen. Scherfwerking (fragmentatie) wordt onderscheiden in primaire scherven van het projectiellichaam en secundaire scherven, afkomstig uit de directe omgeving, zoals grind, puin, glasscherven, etc. Primaire en secun daire scherfwerking kunnen dodelijk letsel veroorzaken in de omgeving van het detonatie punt. Het gebied rond de ligplaats van het munitieartikel waar bij een detonatie gerede kans bestaat dat men door scherven of secundaire scherven van bijvoorbeeld puin wordt getrof fen, wordt de schervengevarenzone genoemd.
Figuur 11. Scherven afkomstig van een projectiel dat was gevuld met springstof, na detonatie.
Het gebied rond de ligplaats van een 500 Ib. vliegtuigbom waar bij detonatie een gerede kans bestaat dat men door scherven van de vliegtuigbom of secundaire scherven van bij voorbeeld puin wordt getroffen, wordt de schervengevarenzone genoemd en bedraagt 1.130 meter.7 Let wel: het gaat bij deze afstand om een open ontgraving, zonder beschermende maatregelen en zonder afscherming van omringende gebouwen.
Hoe dieper een munitieartikel onder het maaiveld is gelegen bij detonatie, hoe minder ver de scherven zullen reiken. Dit betekent dat bij een detonatie waarbij de scherven niet volledig worden afgeschermd door een grondkolom zowel personeel in de uitvoering van het project als derden in de nabije omgeving risico lopen om door scherfwerking te worden getroffen.
Gasdruk Gasdruk is een direct gevolg van de uitwerking van een snelle uiteenzetting van de hete, gasvormige reactieproducten die worden gevormd tijdens de detonatie. Door gasdrukwerking, ook wel luchtdrukwerking genoemd kan kratervorming plaatsvinden aan de opper vlakte. De diameter van een krater die wordt veroorzaakt door een ondiep gelegen
7 Bron: Handboek Explosive Ordnance Disposal Support to National Operations (LAND-ENG-EOD-01), d.d. 12 juni 2020 van het ministerie van Defensie. Hiermee vervalt de VS 9-861 2e druk.
24S061-RA-01
Pagina 19 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
I brisantbom van 500 Ib. varieert volgens het LAND-ENG-EOD-01 tussen de 16,00 meter en 25,00 meter. Hierbij wordt uitgegaan van kleigrond.
I
Hitte Bij de detonatie ontstaat een sterke temperatuurtoename door de exotherme chemische re actie. De hete gassen die ontstaan, veroorzaken een vuureffect op het punt van detonatie.
Tabel 6.5.1. Uitwerkingsfactoren gasdruk
Netto explosief gewicht (NEG) (kg)
Kraterd ia meter in meters in klei
Minimaal
Maximaal
0-25 25-65 65-125 125-250 250 - 500 500-1250
7
13
12 16 20 25
17 25
40
46
6.6
Risicogebied uitwerkingsfactoren
Risicogebied uitwerkingsfactoren is het gebied waarbinnen de uitwerkingsfactoren plaatsvin den. Deze uitwerkingsfactoren kunnen, afhankelijk van de soort ontplofbare oorlogsresten, lichamelijk letsel veroorzaken.
30 36
6.7
Indien een vliegtuigbom detoneert na te zijn geraakt door een heipaal of damwand volgt de gasdruk de weg van de minste weerstand naar het aardoppervlak. De machine kan door de gasdruk en rondvliegend puin zwaar beschadigd raken en omver worden geworpen. Perso nen die zich achter glas bevinden in de directe omgeving van het detonatiepunt lopen tevens risico te worden geraakt door glassplinters van de door de gasdruk bezwijkende ramen.
Leemten in kennis
Het is niet exact bekend op welke wijze het projectgebied in het verleden bouwrijp is ge maakt en tot welke er dus naoorlogse grondroering heeft plaatsgevonden.
Schokgolf Een schokgolf is een heftige trilling die ontstaat bij de detonatie van springstof en zich voort plant door de omringende materie. Hoe dichter de omringende materie, hoe verder de schok golf zich kan voortplanten en daardoor op grotere afstand leidingen, fundamenten enz. kan vernielen of beschadigen. Bij een detonatie van een brisantbom van 500 Ib. ondergronds kan ondergrondse infrastructuur volgens het LAND-ENG-EOD-01 tot op de volgende afstand schade oplopen: Tabel 6.5.2. Uitwerkingsfactoren schokgolf
Netto explosief gewicht NEG (kg)
Afstand tot het explosief in meters
0-25 25 -125 125-250 250 - 500
7 7 12 17
24S061-RA-01
Stalen pijpen
Gietijzeren en betonnen buizen 9_____________ 14
17____________ 22
Gemetselde riolering 14________ 14 27 40
Fundamenten
17 17 50 84
Pagina 20 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
7 Beoordeling van risico’s 7.1
Waarschijnlijkheid dat explosieven tot uitwerking komen
De kans dat explosieven uit de Tweede Wereldoorlog ongewenst tot uitwerking komen ten gevolge van het toekomstig gebruik.
De ontstekers van de genoemde soorten afwerpmunitie zijn alle gevoelig voor slag of stoot, mechanische belasting of herpositionering door grondverzet, waardoor ze tot werking kun nen komen. Gezien de voorgenomen werkzaamheden zit het risico voornamelijk in het be roeren van grond (graafwerkzaamheden) of het toucheren van een munitieartikel bij het in brengen van palen en grondankers waardoor een explosief uit de Tweede Wereldoorlog tot uitwerking kan komen.
De kans dat ontplofbare oorlogsresten ongewenst tot uitwerking komen ten gevolge van het project is een niet aanvaardbaar risico gezien de gevolgen die dit kan hebben in de omge ving van het RA-gebied.
7.2
Gevolgen bij verwachte uitwerkingsfactoren
Een ongewenste detonatie van een explosief uit de Tweede Wereldoorlog zal de volgende gevolgen hebben: Economische gevolgen. Dit betreft niet alleen directe schade aan gebouwen in de omgeving, maar ook gederfde inkomsten vanwege stilliggende werkzaamheden en herstelkosten voor de wederopbouw van bebouwing; Milieuschade. Gevolgen voor personen en levende have (letsel / slachtoffers) zowel als direct gevolg van de detonatie als door gevolgen van de hierboven genoemde milieuschade.
24S061-RA-01
7.3
Risicobeoordeling
De risicobeoordeling wordt uitgevoerd op basis van de methode van Fine & Kinney. Hierbij worden de risico’s benoemd die op basis van de uit te voeren werkzaamheden verwacht wor den. Vervolgens wordt er per risico een kwantitatieve inschatting gemaakt. Dit gebeurt op ba sis van kans (waarschijnlijkheid), blootstelling (duur) en het effect (gevolgen). Hieruit volgt een risicoscore waar een risicoklasse is gekoppeld. Tabel 7.3.1. Risicokwantificatie K*B*E Waarde Aard te nemen maatregelen >320 5 Zeer hoog risico, overweeg stopzetting 160-320 4 Hoog risico, directe maatregelen vereist 70-<160 3 Wezenlijk risico, maatregelen noodzakelijk 20 - < 70 2 Mogelijk ernstig risico, aandacht vereist <20 1 Zeer licht risico, mogelijk aanvaardbaar
Aan de hand van deze risicoklasse wordt bepaald of beheersmaatregelen noodzakelijk zijn en worden deze indien nodig gegeven. Op basis van de aard van de te nemen maatregelen wordt een conclusie gekoppeld, afkomstig uit het CS-VROO, die geldig is voor het verdacht gebied. De volgende conclusies zijn mogelijk: Tabel 7.3.2. Maatregelen gekoppeld aan het CS-VROO Conclusies afkomstig uit het CS-VROO____________ 1 Er wordt vanwege de grondroerende activiteit in het kader van het voorgenomen toe komstig gebruik geen uitwerking van de ontplofbare oorlogsresten verwacht. Er hoeven geen passende maatregelen worden genomen___________________________ 2 Er wordt vanwege de grondroerende activiteit in het kader van het toekomstig ge bruik wel uitwerking van de ontplofbare oorlogsresten verwacht, maar de uitwer kingsfactoren vormen geen gevaar voor mens en dier. Er hoeven geen passende maatregelen worden genomen.___________________________________________ 3 Er wordt vanwege de grondroerende activiteit in het kader van het toekomstig ge bruik wel uitwerking van de ontplofbare oorlogsresten verwacht, maar de uitwerkingsfactoren zijn door het treffen van passende maatregelen beheersbaar.
Pagina 21 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
Onderwerp 24S061 Rijen Anne Frankplein 5.1.2.e 5.1.2.e Naam 5.1.2.e
Datum
Ongewenst tot uitwerking komen van een vliegtuigbom tijdens graafwerkzaamheden in verdacht gebied door slag of stoot
2
Verwijderen van (naoorlogse) bestaande bebouwing / insfrastructuur
3
Graafwerkzaamheden in de vastgestelde naoorlogs geroerde grondlagen
SAFETY & RISK CONSULTANCY
Risico bepaling F&K R
Klasse
B
E
6
1
40
240
4
0/2
1
40
8
1
0,5
1
40
20
2
Risico
1
SARICON
29-7-2024
Beheersmaatregel
Hieronder uitgewerkt in noodzakelijke maatregelen
Figuur 12. Uitgevoerde risicobeoordeling op basis van de methode van Fine & Kinney.
Risico verw.
Noodzakelijke beheersmaatregelen
1
Opsporing conform CS-000 t.b.v. het vrijgeven van de werkzaamheden in verdacht gebied
2
Geen noodzakelijke beheersmaatregelen nodig. Werkzaamheden kunnen op reguliere wijze plaatsvinden
3
Geen noodzakelijke beheersmaatregelen nodig. Werkzaamheden kunnen op reguliere wijze plaatsvinden. Wel dient het protocol spontane vondst gevolgd te worden
Conclusie CS-VROO
3
1 1
Figuur 13. Noodzakelijke beheersmaatregelen en conclusies op basis van het CS-VROO.
24S061-RA-01
Pagina 22 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
7.4
Noodzakelijke maatregelen
De gevolgen bij een ongecontroleerde detonatie van een explosief zijn in een worstcasescenario catastrofaal. Bij een detonatie kan levensgevaar of schade aan de gezondheid van per soneel betrokken bij de uitvoering van het project optreden. Er is bovendien sprake van een gevaar voor veiligheid of gezondheid van derden. Krachtens de Arbowetgeving is de werkge ver verplicht doeltreffende maatregelen te nemen om dit gevaarte voorkomen. Gezien de in ventarisatie van de risico's is volgens Saricon een opsporing noodzakelijk binnen het RA-gebied.
24S061-RA-01
Pagina 23 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
8 Conclusie en aanbevelingen 8.1
Conclusie
In verband met herontwikkelingswerkzaamheden heeft Saricon een Risicoanalyse (RA) Ont plofbare Oorlogsresten (OO) uitgevoerd in opdracht van ABG-gemeenten. Het gebied be vindt zich aan het Anne Frankplein te Rijen. Het RA-gebied is op basis van een vooronderzoek verdacht verklaard op uiteenlopende soorten.
8.2
Indien er werkzaamheden plaatsvinden waarbij trillingen hoger dan een versnelling van 1,0 m/s2 optreden, dient er rekening te worden gehouden met een invloedsstraal van trillingen. Saricon doet de dringende aanbeveling om voor het realiseren van het toekomstig gebruik (en de uitvoering van de daarvoor benodigde werkzaamheden) contact te leggen met de gemeente binnen het Risicogebied uitwerkingsfactoren, als bevoegd gezag van de openbare orde en veiligheid.
8.3
Risicokaart ontplofbare oorlogsresten
Op de kaart wordt het risicogebied weergegeven, gespecificeerd naar Risicogebied invloeds factoren en Risicogebied uitwerkingsfactoren. De conclusie wordt ook op de kaart weergege ven. Deze risicokaart is separaat aangeleverd met kenmerk 24S061-RK-01.
Advies vervolgtraject
Op basis van de RA adviseren wij het volgende: Sloop/verwijderen van straatmeubilair en bebouwing in verdacht gebied De werkzaamheden ten behoeve van het verwijderen van de huidige bovengrondse straatmeubilair en bebouwing kunnen op reguliere wijze worden uitgevoerd.
Grondroerende activiteiten in verdacht gebied Daar waar grondroerende werkzaamheden plaatsvinden in verdacht gebied advi seert Saricon een oppervlaktedetectie uit te laten voeren tot de maximale diepteligging van de munitieartikelen (3,00 meter minus maaiveld). Afhankelijk van de detectieresultaten en de diepte van de werkzaamheden kan de opdrachtgever vervolgens de keuze maken welke gemeten objecten benaderd dienen te worden. Voordat een oppervlaktedetectie uitgevoerd kan worden dient de oppervlakte van het terrein op geschoond te zijn. Saricon gaat uit dat het reeds bebouwde gebied tot onderzijde fundatie niet meer verdacht is. Voor de rest van het (onbebouwde) projectgebied gaat Saricon uit van een grondroering van maximaal 30 cm i.v.m. het bouwrijp maken van het gebied in het verleden.
24S061-RA-01
Pagina 24 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
9 Bijlagen 9.1
Bijlage 1: Distributielijst
Tabel 9.1. Bronnenlijst ABG-gemeenten Saricon
9.2
Bijlage 2: Bronnenlijst
tabel 9.2 is de bronnenlijst opgenomen. Tabel 9.2. Bronnenlijst Literatuur n.v.t. Rapporten / documenten ‘Richtlijn voor het opstellen van een deel Risico-lnventarisatie & Evaluatie Ontplofbare Oorlogsresten’, SIVOON NGE-Risicokaart gemeente Gilze en Rijen met kenmerk RO-130100, versie 1.0 van 30 september 2013 opgesteld door REASeuro. Projectgebonden Risicoanalyse (PRA) voor een snelfietsroute Breda-Tilburg. Het gaat hierbij om de PRA met kenmerk RO-190223 versie 1.0, d.d. 30 oktober 2019 door REASeuro.
Handboek Explosive Ordnance Disposal Support to National Operations (LAND-ENGEOD-01), d.d. 12 juni 2020 van het ministerie van Defensie. Hiermee vervalt de VS 9-861 2e druk._________________________________________________________________ U.S.N.B.D. British Bombs and Fuzes, pyrotechnics, detonators. (z.p., 1 december 1944). Bodemgegevens Grondwatermonitoringput aan de Laagstraat met kenmerk GLD000000058351 via Dinoloket Websites https://www.topotijdreis.nl https://www.dinoloket.nl https://www.ahn.nl/ahn-viewer
24S061-RA-01
9.3
Bijlage 3: Verantwoordelijkheid
De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat de opdrachtgever een verantwoordelijkheid heeft voor een gezonde en veilige werkomgeving. Een opdrachtgever is verplicht in de ontwerp fase van een project risico’s bij de uitvoering te inventariseren. Daaronder vallen ook risico’s rond de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Nederland kent echter geen wet- en regelgeving of landelijk beleid dat richting geeft aan de omgang met publieke risico’s rondom ontplofbare oorlogsresten. Er bestaan dus geen landelijke normen over welke ont plofbare oorlogsresten -risico’s eigenlijk aanvaardbaar zijn. Het lokaal bevoegd gezag moet aangaande de acceptatie van ontplofbare oorlogsresten -risico’s dus eigen afwegingen ma ken op grond van haar algemene verantwoordelijkheid voor de openbare veiligheid. Vooronderzoeken ontplofbare oorlogsresten waren in het verleden doorgaans gericht op specifieke projectgebieden. De afgelopen tien jaar is echter een ontwikkeling te zien geweest waarbij overheden - doorgaans gemeenten - of andere partijen een vooronderzoek laten opstellen voor hun totale beheersgebied; dus los van de vraag waarop korte of middellange termijn projectwerkzaamheden staan gepland. Hiermee hebben meer en meer gemeenten de noodzaak ingezien van het ontwikkelen van beleid over de acceptatie van risico’s rondom ontplofbare oorlogsresten.
Echter: het lokaal bevoegd gezag wordt in gevallen dat het géén opdrachtgever is van een vooronderzoek slechts zelden betrokken bij het opstellen of accorderen ervan. Hiermee lijkt sprake van een weeffout of hiaat in de wetgeving. Daaraan ten grondslag ligt een kennelijk gebrek aan onderkenning van het feit dat het proces van aanmerken en afbakenen van ver dachte gebieden in zichzelf reeds een afweging inzake de openbare veiligheid is. In de prak tijk ligt deze afweging nu vaak volledig bij de marktpartij die het vooronderzoek heeft opge steld. Daarmee ontbreekt in het vooronderzoek geregeld oog voor proportionaliteit en voor de potentiële financiële gevolgen van het aanmerken van verdachte gebieden. Beleid hier over moet immers juist van de overheid komen.
Deze situatie wordt in de hand gewerkt door de verplichting de conclusies van een vooron derzoek te rapporteren in één van twee mogelijke uitkomsten: een gebied is ofwel ‘verdacht’ ofwel ‘onverdacht’; gradaties daartussenin bestaan niet. Hierdoor zijn marktpartijen bij twijfel eerder geneigd te kiezen voor de uitkomst ‘verdacht’. Zij kunnen namelijk angst voelen om verantwoordelijk te worden gehouden bij een spontane vondst van ontplofbare oorlogsresten in gebied dat zij als onverdacht hebben aangemerkt. Men kiest dan voor ‘het zekere voor het onzekere’ en presenteert dit als een verstandige handelwijze. Het proces van aanmerken en afbakenen van verdachte gebieden is sinds de totstandko ming van de eerste regelgeving in 2007 vaak ten onrechte voorgesteld als een activiteit die volledig via objectieve vaststellingen en metingen is uit te voeren; als een activiteit die ‘juist’
Pagina 25 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
of ‘onjuist’ kan worden uitgevoerd en die een resultaat kan opleveren dat ‘klopt’ of niet. Vol gens eenzelfde denkwijze wordt het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten binnen ver dacht gebied bij opsporingswerkzaamheden - of juist het uitblijven van vondsten - dan opge voerd als anekdotisch bewijs voor de ‘juistheid’ of ‘onjuistheid’ van de grenzen van een ver dacht gebied. Pas in de recente jaren, ongeveer sinds 2016, komt erbij zowel opdrachtgevers als opdracht nemers onderkenning van dergelijke denkfouten en van de bovengenoemde hiaten in de wet- en regelgeving. Daarmee volgt in de nabije toekomst hopelijk een aanzet voor het weg nemen ervan.
24S061-RA-01
Pagina 26 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
9.4
Bijlage 4: Definitie van de term ‘verdacht gebied’
Wat betekenen de termen verdachte gebieden en onverdachte gebieden nu eigenlijk? In de afgelopen jaren is hierover op initiatief van Saricon een discussie op gang gekomen. Deze termen zijn vanuit wette lijke normen niet afdoende omschreven, een gevolg van de proble matiek beschreven in paragraaf 2.6. De volgende vaststellingen kunnen worden gedaan. De keuze om al dan niet een op ontplofbare oorlogsresten verdacht gebied aan te merken, en de keuze voor een afbakeningsmethode, hebben tot dusver vaak eenzijdig gelegen bij de organisaties die het vooronderzoek uitvoeren. Omdat het hier in feite gaat om een financiële afweging, een afweging ‘wat veiligheid mag kosten’, behoren die keuzes eerder thuis bij een overheid, i.c. de gemeente.
Inzake het aanmerken en afbakenen van de verdachte gebieden moet de gemeente dus (mede) verantwoordelijkheid nemen. Want hoe meer en hoe groter de verdachte gebieden, hoe kleiner het risico; maar hoe minder werkbaar de gecreëerde situatie wordt.
Taak van het bedrijf dat het vooronderzoek uitvoert moet vooral zijn om de goede historische gegevens aan te leveren op basis waarvan een gemeente of andere overheid zo’n risico-afweging kan maken. Het bedrijf kan hierover wel een advies aandragen dat is gebaseerd op deze historische gegevens, kennis en ervaring. De omvang van een verdacht gebied moet in een redelijke verhouding staan tot het maxi maal aantal nog aan te treffen ontplofbare oorlogsresten, voorzover uit de historische bron nen is vast te stellen. Wat een ‘redelijke verhouding’ is, is nu niet in een wettelijke norm be paald.
Een verdacht gebied is een gebied waarbinnen het verstandig1 is om, in het geval van grond roerende werkzaamheden, fysieke opsporing van ontplofbare oorlogsresten uit te voeren en/of andere beheersmaatregelen te treffen.
Merk op dat de mate waarin de kans ‘verhoogd’ moet zijn om te kunnen spreken van een verdacht gebied, ook met deze definitie niet benoemd is. De term ‘verdacht gebied’ is hierbo ven dus wel gedefinieerd, maar niet generiek gekwantificeerd. Het kwantificeren zou immers door het bevoegd gezag moeten plaatsvinden. De term ‘verdacht gebied’ betekent in ieder geval niet (of niet per se), dat in zo’n gebied ontplofbare oorlogsresten worden verwacht, noch dat zich hier vermoedelijk nog ontplofbare oorlogsresten bevinden. Nog altijd is het met nadruk zo dat zich binnen de verdachte gebieden geen ontplofbare oorlogsresten hoeven te bevinden; en dat ook buiten verdachte gebieden ontplofbare oorlogsresten kunnen worden aangetroffen.
Bij de beoordeling van een ontplofbare oorlogsresten -bodembelastingkaart en de bijbeho rende rapportage, kan daarom ook nooit sprake zijn van een ‘juiste’ of een ‘onjuiste’ afbake ning van de verdachte gebieden door de opstellers. In feite is er nooit één ‘juiste’ afbake ningsmethode, en heeft veel te maken met de uitgangspunten bij het onderzoek en de vraag welke risico’s en restrisico’s acceptabel zijn vooreen opdrachtgever.8
In het nu voorliggende vooronderzoek mag de term ‘verdacht gebied’ worden begrepen als het gebied waarvan opdrachtgever en opdrachtnemer gezamenlijk vaststellen dat er rondom bodemmerende werkzaamheden maatregelen moeten worden genomen in verband met een ‘verhoogde kans’ op nog aanwezige ontplofbare oorlogsresten. Deze maatregelen kunnen bestaan uit onderzoek naar contra-indicaties in de vorm van naoorlogs grondverzet; het op stellen van risicoanalyses of werkprotocollen, of opsporen van ontplofbare oorlogsresten.
NB. Een ‘actief opsporingsbeleid’ voor ontplofbare oorlogsresten is voor deze verdachte gebieden niet aan de orde. Indien geen significante bodemroerende werkzaamheden zijn voorzien, hoeft geen opsporing plaats te vinden. 8
24S061-RA-01
Pagina 27 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
9.5
Bijlage 5: Protocol Spontane Vondst 00
Ondanks het uitvoeren vooronderzoeken op basis van historisch feitenmateriaal, het maken van risicoanalyses en het uitvoeren van fysieke opsporing van ontplofbare oorlogsresten, kan nooit een volledige garantie worden gegeven dat deze niet meer in de ondergrond aan wezig zijn. De kans bestaat daarom dat er bij (graaf)werkzaamheden spontaan ontplofbare oorlogsresten worden aangetroffen. In dat geval dienen de hieronder weergegeven stappen te worden gevolgd. De hulpverleningsdiensten onder leiding van het bevoegd gezag openbare orde en veiligheid zijn verantwoordelijk voor de maatregelen en afhandeling na het spontaan aantreffen van ontplofbare oorlogsresten.
Protocol Spontane Vondst OO
Aantreffen OO of verdacht object bij werkzaamheden
Het object niet beroeren 2.
Maatregelen treffen: werkzaamheden staken, personen uit de omge ving, afzetten terrein en projectleiding inlichten.
3.
Melden vondst via alarmnummer 112: Naam, functie, telefoonnummer Ligplaats van het object Omschrijving van het object, zoals vorm en kleur Eventuele bijzonderheden omtrent locatie
4.
Politie komt ter plaatse en is leidend in de aanpak en eventuele op schaling. Aanwijzingen van de politie moeten strikt worden opgevolgd. Mogelijk komen andere hulpdiensten ook ter plaatse.
5.
Opschaling (door politie) na vondst OO.
De politie beslist of namens bevoegd gezag de EOD wordt ingescha keld. In overleg tussen politie en EOD wordt de prioriteit van de af handeling van de melding bepaald. De EOD is verantwoordelijk voor de ruiming. 6.
Vervolg werkzaamheden In overleg met bevoegd gezag en opdrachtgever wordt bepaald of de vondst als incident is te beschouwen, of dat er meer ontplofbare oor logsresten verwacht worden. De werkzaamheden worden hervat of er worden aanvullende maatregelen genomen.
24S061-RA-01
Pagina 28 van 29
SARICON SAFETY & RISK CONSULTANCY
5.1.2.e
Bijlage 6: Certificaat CS-VROO Pagina Ivanl
TUVNORD
Certificaat
TÜVNORD TÜVNORD Nederland BX.
CS-VROO
voor het kwaliteitssysteem volgens
Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogstesten De certificatie instelling TÜV NORD Nederland verklaart hiermee dat het gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat het gehanteerde kwaliteitssysteem voldoet aan de eisen uit het bovengenoemde certificatieschema en dat de certificatie heeft plaatsgevonden volgens haar certificatiereglement voor de organisatie
Saricon B.V. Industrieweg 24 3361 HJ Sliedrecht Dit certificaat is afgegeven op basis van het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten, vastgesteld d.d. 29 januari 2021, waarmee voldaan wordt aan de kaderbepalingenvan het Arbeidsomstandighedenbesluit. De eisen in dit certificatieschema hebben betrekking op het kwaliteitssysteem van de organisatie inzake het Vooronderzoek en Risicoanalys van ontplofbare oorlogsresten. De certificatie is onderworpen aan een jaarlijkse evaluatie door TÜVNORD Nederland.
Toepassingsgebied
Deelgebied: Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten. Deelgebied: Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten.
Registratienummer KvK nummer
13864-20.1 23063102
5.1.2.e
Managing Di rector
Certificaat geldig van Certificaat geldig tot Datum eerste certificatie
21-06-2024 21-06-2027 08-07-2021
.Sceg
•VOME5
TÜVNORD Nederland B.V.
Ekkersrijt 4401,5692 SonenBreugel tuv.nl Tüv®
24S061-RA-01
TUVNORDGROUP
Pagina 29 van 29