Geredigeerd Bijlage 7. 2024-08-06 EV-rapportage
Tekst van het document
AVIV
omgevingsveiligheid & risicoanalyse
Adviesgroep AVIV BV Piet Heinstraat 12 7511 JE Enschede
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
Project Datum
245841 6 augustus 2024
/ aviv.nl
Avï\?
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
Project
245841
Datum
6 augustus 2024
Auteur Review
5.1.2.e
Versie nr.
2
Opdrachtgever
AROM
5.1.2.e
5.1.2.e
5.1.2.e
Laan door de Veste 1 5708 ZZ Helmond
VIV
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Normstelling externe veiligheid 2.1 Plaatsgebonden risico 2.2 Aandachtsgebied 2.3 Voorschriftengebied 2.4 Omgevingsplan 2.5 EV-beleid Noord-Brabant
5 5 6 6 8 8
3 Uitgangspunten beoordeling 3.1 Plangebied
4 EV beoordeling spoor 4.1 Plaatsgebonden risico 4.2 Brandvoorschriftengebied 4.3 Explosieaandachtsgebied
10 10
11 11 11 11
5 Conclusies
14
Referenties
15
3
VIV
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
1
Inleiding Men is voornemens een kantoorgebouw te realiseren aan het Anne Frankplein 12 te Rijen. Het plan is om de ‘vleugels’ van de bestaande bebouwing te slopen en nieuwbouw te plegen ten behoeve van een kantoor. Het plangebied is weergeven in figuur 1. Hiermee is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De planlocatie ligt binnen 200 m van de spoorlijn Breda aansl. - Tilburg aansl. waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.
k
-
j 2E, / -
H.
Ki
T
_ Figuur 1.
________________ Planindeling Anne Frankplein 12 te Rijen
Inzicht in de externe veiligheidsrisico’s is daarom nodig. De externe veiligheidsrisico’s worden getoetst aan de omgevingswet. De resultaten daarvan worden in deze rapportage gepresenteerd.
4
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
2
VIV
Normstelling externe veiligheid Het transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor of water brengt risico’s met zich mee doordat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van een dergelijke transportroute wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Onder de Omgevingswet blijft de beoordeling van de externe veiligheidsrisico’s op basis van een plaatsgebonden risico (PR) bestaan. Het PR is de kans op overlijden van een onbeschermd persoon die continu op één plek aanwezig is als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. De voormalige invloedsgebieden voor bepaling van het groepsrisico (GR) zijn vervangen door aandachtsgebieden.
De Omgevingswet rust op drie pijlers:
1. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) [1] Beschrijft de activiteiten met gevaarlijke stoffen en bijbehorende te berekenen of aan te houden PR-afstanden en aandachtsgebieden. 2. Besluit activiteit leefomgeving (Bal) [2] Beschrijft de activiteiten met (gevaarlijke) stoffen met een kleinere gevaarzetting dan die genoemd in het Bkl en bijbehorende aan te houden (veiligheids)afstanden. 3. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) [3] Beschrijft typen bouwwerken en de eisen waaraan deze moeten voldoen. Ad. 1) In bijlage VII van het Bkl worden de volgende activiteiten onderscheiden: A. Activiteiten met vastgestelde afstanden zonder vergunningplicht (verwijzing naar Bal). B. Activiteiten met vastgestelde afstanden met vergunningplicht (voorheen o.a. categoriale Bevi-inrichtingen). C. Activiteiten met bij ministeriële regeling vastgestelde afstanden (o.a. basisnet). D. Activiteiten met te berekenen afstanden zonder vergunningplicht (o.a. buisleidingen). E. Activiteiten met te berekenen afstanden met vergunningplicht (voorheen o.a. Beviinrichtingen).
2.1
Plaatsgebonden risico Voor zeer kwetsbare gebouwen1 (bijv, ziekenhuis, penitentiaire inrichting, kinderdagverblijf) en kwetsbare gebouwen en locaties (bijv, woningen, grote kantoren) is de plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 per jaar een grenswaarde (art. 5.7 Bkl) waar niet van afgeweken mag worden. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties is dit een standaardwaarde (art. 5.11 Bkl) waar gemotiveerd van af geweken mag worden.
1 De definities van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties zijn opgenomen in Bkl Bijlage VI.
5
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
2.2
VIV
Aandachtsgebied De onder de voormalige wetgeving gehanteerde groepsrisicografiek (fN-curve) is vervangen door aandachtsgebieden. Een aandachtsgebied is het gebied waarbinnen aanwezigen mogelijk kunnen overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Op basis van drie typen effecten die kunnen optreden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen, worden drie verschillende aandachtgebieden bepaald: • Brandaandachtsgebied (BAG). • Explosieaandachtsgebied (EAG). • Gifwolkaandachtsgebied (GAG). De gemeente moet binnen deze aandachtsgebieden rekening houden met de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. Het noemen van het aantal van tien personen betekent niet dat de kans berekend moet worden. Maar het mag dus wel, bijvoorbeeld als onderbouwing voor eventuele aanvullende maatregelen binnen een aandachtsgebied.
In het geval van transportroutes zijn zowel het EAG als het BAG van toepassing. Het brandaandachtsgebied bedraagt 30 m aan weerszijden van een transportroute. Het explosieaandachtsgebied bedraagt 200 m aan weerszijden van een transportroute. Binnen het EAG kunnen verschillende effecten optreden: overdruk en warmtestraling. Een zogenaamde BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion), een vuurbal door de explosieve verbranding van vrijgekomen brandbaar gas, veroorzaakt beide effecten. Het EAG is de zone waarbinnen onder de voormalige regelgeving verantwoording afgelegd dient te worden over de hoogte van het groepsrisico. Voortransportroutes geldt vooralsnog geen gifwolkaandachtsgebied 2.
2.3
Voorschriftengebied Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen (ze is verplicht een besluit te nemen over het wel of niet aanwijzen van voorschriftengebieden binnen een aandachtsgebied (art. 5.14 Bkl)). Dat kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. Locaties binnen aandachtsgebieden waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten moeten altijd als voorschriftengebied aanwijzen worden (art. 5.14 Bkl). In dit deel van het aandachtsgebied gelden dan aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. Binnen een gifwolkaandachtsgebied is het niet mogelijk een voorschriftengebied aan te wijzen waar aanvullende bouweisen gelden. De te treffen bouwkundige maatregel tegen een
2
Met het aanpassen van het Besluit kwaliteit leefomgeving (waarschijnlijk januari 2025) is men voornemens langs Basisnetroutes een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter aan te wijzen.
6
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
VIV
gifwolk is het afsluitbaar maken van automatische ventilatie. Dit is al een standaard bouwkundige eis in het Besluit bouwwerken leefomgeving.
2.3.1
Brandvoorschriftengebied
Binnen het brandaandachtsgebied van 30 m kan door het bevoegd gezag in het omgevingsplan een voorschriftengebied aangewezen worden (art. 5.14 Bkl). Deze afstand is vergelijkbaar met die van de voormalige plasbrandaandachtsgebieden (PAG) [4], Als in de voormalige wetgeving een PAG aangewezen is in de Regeling Basisnet (spoor en weg) dan wordt het brandaandachtsgebied van rechtswege een brandvoorschriftengebied (zie artikel 2.24 van de omgevingsregeling [5]). Een gemeente kan het brandvoorschriftengebied voor het Basisnet niet (gedeeltelijk) 'uit' zetten in het omgevingsplan, via de discretionaire bevoegdheid3. Binnen een brandvoorschriftengebied gelden voor nieuw te bouwen gebouwen aanvullende bouweisen (art. 4.91 t/m 4.95 van het Bbl) die betrekking hebben op de brandwerendheid, de brandklasse van het buitenoppervlak en het dak, de vluchtroute en de sterkte bij brand. Voor glas geldt als aanvullende bouwkundige maatregel brandklasse D. Deze eisen hebben tot doel om mensen in een gebouw beter te beschermen tegen de effecten van een brand. Voor gedeelten van het bouwwerk buiten het voorschriftengebied gelden geen aanvullende bouweisen uit het Bbl.
Als onder de voormalige wetgeving geen PAG is aangewezen en de gemeente heeft geen brandvoorschriftengebied in het omgevingsplan aangewezen, dan gelden binnen het brandaandachtsgebied geen aanvullende bouweisen. Een brandvoorschriftengebied mag niet groter zijn dan het brandaandachtsgebied.
2.3.2
Explosievoorschriftengebied
Binnen het explosieaandachtsgebied kan door het bevoegd gezag een voorschriftengebied aangewezen worden (art. 5.14 Bkl). Binnen een aangewezen explosievoorschriftengebied geldt voor nieuw te bouwen gebouwen een aanvullende bouweis (art. 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving) die betrekking heeft op het voorkomen van letsel door scherfwerking. Een explosievoorschriftengebied mag niet groter zijn dan het explosieaandachtsgebied.
3
Het plan is om deze bepalingen bij de eerstvolgende aanpassing van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsregeling te verwijderen. Gemeenten kunnen dan ook binnen deze brandvoorschriftengebieden (wat nu plasbrandaandachtsgebieden zijn) gebruik maken van hun discretionaire bevoegdheid [www.iplo.nl].
7
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
2.4
VIV
Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft elke gemeente één omgevingsplan voor haar grondgebied.
2.5
EV-beleid Noord-Brabant Om aan te tonen of een gemeente passende bescherming kan bieden aan de nieuwe populatie en/of de populatie beperkt kan worden, heeft de provincie Noord-Brabant een stappenplan ontwikkeld [8], Om te komen tot een passende bescherming voorde nieuwe populatie die een gemeente wil toevoegen, maakt de provincie Noord-Brabant onderscheid tussen maatregelenniveaus. De maatregelenniveaus zijn onderverdeeld in drie categorieën: • Maatregelenniveau A: wettelijke basisbescherming • Maatregelenniveau B: bron- en omgevingsmaatregelen • Maatregelenniveau C: aanvullende bouwkundige maatregelen
2.5.1
Maatregelenniveau A: wettelijke basisbescherming Hierbij wordt gekeken of er meer afstand gehouden kan worden tot aan de bron en/of het aantal personen binnen het aandachtsgebied beperkt kan worden. Daarnaast geldt het wettelijke basisbeschermingsniveau waarbij invulling moet worden gegeven aan artikel 5.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit bestaat uit de volgende onderdelen: basis risicocommunicatie (artikel 46 Wet Veiligheidsregio ’s); toepassen van de beste beschikbare technieken (BBT); de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening; aanwezigheid van bedrijfshulpverlening (conform ARBO-wet); hanteren constructieve veiligheidsklasse passend bij het type gebouw (conform Bbl); grenswaarde plaatsgebonden risico; de eventuele aanwijzing van een bedrijfsbrandweer. Wanneer er sprake is van een beperkte verantwoording, is maatregelenniveau A het eindpunt. Indien dit niet het geval is, dient maatregelenniveau B doorlopen te worden.
2.5.2
Maatregelenniveau B: bron-en omgevingsmaatregelen
Dit maatregelenniveau biedt aanvullende bescherming boven op het wettelijke minimum. Bij maatregelenniveau B wordt gekeken naar de al aanwezige bescherming in de omgeving en extra bronmaatregelen (Best Beschikbare Technieken (BBT). Voorbeelden van extra BBT zijn: 1. Het realiseren van een calamiteitenkelder voor productopvang. 2. Het aanbrengen van gasdetectie met automatisch inbloksysteem. 3. Het plaatsen van een sprinklerinstallatie bij een laad- en losplaats.
8
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
VIV
Als het nemen van omgevingsmaatregelen en/of bronmaatregelen niet de gewenste bescherming biedt, wordt maatregelenniveau C behandeld. 2.5.3
Maatregelenniveau C: aanvullende bouwkundige maatregelen Maatregelenniveau C is aanvullend op de voorgaande maatregelenniveaus. Nadat de al aanwezige bescherming en de mogelijkheid tot bron- en omgevingsmaatregelen zijn beoordeeld, kijk je naar de mogelijkheid om aanvullende bouwmaatregelen te nemen. Voorbeelden van aanvullende bouwmaatregelen zijn splinterwerend glas of stevigere wanden. Dit resulteert in een maatregelenpakket om tot passende bescherming te komen bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen.
9
VIV
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
3
Uitgangspunten beoordeling Figuur 2 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van de spoorlijn Breda aansl. Tilburg aansl. waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De in de beoordeling gehanteerde uitgangspunten worden in dit hoofdstuk beschreven. 0 —
200
400 m
_l
I
h gi
0
J Plangebied
I—I—I- Spoor
Figuur 2.
3.1
Plangebied en risicobron
Plangebied In de huidige situatie is sprake van een kantoorgebouw. Volgens de BAG-populatieservice zijn binnen dit gebouw 90 personen overdag aanwezig [6], Het plan is om de ‘vleugels’ van de bestaande bebouwing te slopen en nieuwbouw te plegen ten behoeve van een kantoor. Het kantoor heeft een totale bruto vloer oppervlak (BVO) van 4.750 m2 en bestaat uit 240 werkplekken en ca. 60 overlegplekken in spreekkamers. In de toekomstige situatie worden maximaal 300 personen verwacht [7], Zij zijn alleen overdag aanwezig. Volgens het EV-beleid van de provincie Noord-Brabant wordt de ontwikkeling aangemerkt als een ‘kwetsbaar gebouw’ [8],
10
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
VIV
4 EV beoordeling spoor De provincie Noord-Brabant heeft een EV-beleidsvisie opgesteld voor ontwikkelingen binnen aandachtsgebieden. In dit hoofdstuk wordt de toekomstige ontwikkeling getoetst aan dit beleid. De resultaten van deze toets worden in dit hoofdstuk beschreven.
4.1
Plaatsgebonden risico Bij het Basisnet Spoor gelden voor het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar (PR) de afstanden die in bijlage 2 van de regeling Basisnet zijn opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling ligt ter hoogte van traject 12S [4], Voor dit trajectdeel is de afstand gelijk aan 8 m. Een afstand van 8 m betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op het midden van de spoorbundel op 1 m afstand niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Het plangebied ligt ca. 60 m van de spoorlijn. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voorde ontwikkeling.
4.2
Brandvoorschriftengebied Vanwege de omvang van het vervoer van brandbare vloeistoffen was in de regeling Basisnet die gold tot 31 december 2023, een plasbrandaandachtsgebied aangewezen. Dit is een zone van 30 m aan weerszijden van een transportroute waarbinnen rekening gehouden moet worden met de mogelijk effecten van een plasbrand. Onder de Omgevingswet zijn plasbrandaandachtsgebieden omgezet in brandvoorschriftengebieden [5, art. 2.24], Om deze reden geldt voor deze spoorlijn een brandvoorschriftengebied (BVG) van 30 m. Het plangebied ligt op ca. 60 m van de spoorlijn en daarmee buiten het BVG. Dit wordt getoond in figuur 3.
4.3
Explosieaandachtsgebied Het plangebied ligt binnen het EAG van 200 m. Het explosieaandachtsgebied wordt getoond in figuur 3. Voor het beoordelen van deze ontwikkeling dient het stappenplan van de provincie Noord-Brabant doorlopen te worden. Doordat het plangebied meer dan 50 personen betreft, wordt de ontwikkeling aangemerkt als een ‘kwetsbaar gebouw’ [8], Ook is de personendichtheid in de omgeving volgens de BAG-populatieservice hoger dan 25 personen per hectare [6], Hierdoor is maatregelenniveau A niet voldoende en dient maatregelenniveau B gebruikt te worden.
Maatregelenniveau B stelt dat passende bron-/omgevingsmaatregelen moeten worden genomen om de personen binnen het plangebied optimaal te beschermen. Hoewel een aarden wal of een verhoogd talud (bronmaatregelen) niet realistisch lijken, gezien de
11
VIV
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
beschikbare ruimte, zijn heldere risicocommunicatie en onderhoud van schuil- en vluchtmogelijkheden (omgevingsmaatregelen) in elk geval wel mogelijk.
Indien de gemeente van mening is dat omgevingsmaatregelen onvoldoende bescherming bieden, dient maatregelenniveau C te worden toegepast, waarin naar bouwkundige maatregelen wordt gekeken.
—0-A EL
150
300 m
i
J
ƒ
\
*“a *$L3 52% 9
Ë LHgae_ &B
0
• e
V1/ •
3
• •
ddQbcdpne MP09oo 0Q s, 50*,
%
DLLL □
Plangebied
I
H-+ Spoor
Brandvoorschriftengebied
Explosieaandachtsgebied
Figuur 3.
Bebouwing binnen EAG
De bouwkundige maatregelen die kunnen worden genomen, zouden het personen in het plangebied kunnen beschermen tegen een BLEVE op de spoorlijn. Zo kunnen de muren van het plangebied verstevigd worden en kan scherfvrij glas worden geplaatst, wat bescherming biedt tegen de gevolgen van een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion). Vanzelfsprekend dienen de kosten van de bouwkundige maatregelen in verhouding te staan met de totale ontwikkelkosten om de ontwikkeling mogelijk te maken. Bestaande gebouwen in de omgeving kunnen extra bescherming bieden in het geval een BLEVE plaatsvindt op grotere afstand van het plangebied. De kans op een BLEVE op het spoor is overigens zeer klein.
12
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
VIV
Voorde ontwikkeling dient advies te worden gevraagd aan de veiligheidsregio met betrekking tot de bereikbaarheid van het gebied, de bestrijdbaarheid van incidenten en de zelfredzaamheid van personen in het plangebied
13
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
VIV
5 Conclusies In verband met de voorgenomen ontwikkeling aan de Anne Frankplein 12 in Rijen zijn de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Breda aansl. - Tilburg aansl. onderzocht. De belangrijkste conclusies naar aanleiding van de beoordeling zijn in dit hoofdstuk benoemd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Aandachtsgebied Het plangebied ligt buiten het brandvoorschriftengebied.
Het plangebied ligt binnen het explosieaandachtsgebied. Na het doorlopen van het stappenplan van de provincie Noord-Brabant is op te merken dat de ontwikkeling binnen maatregelenniveau B of C valt. Indien de ontwikkeling in maatregelenniveau C valt, dienen aanvullende bouwkundige maatregelen te worden genomen.
Voor de ontwikkeling dient advies te worden gevraagd aan de veiligheidsregio.
14
Externe veiligheid / Anne Frankplein 12 te Rijen
VIV
Referenties 1.
Ministerie BZK
2018
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Stb. 2018, 292. Laatst gewijzigd Stb. 2023, 492
2.
Ministerie BZK
2018
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Stb. 2018, 293. Laatst gewijzigd Stb. 2023, 470
3.
Ministerie BZK
2018
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Stb. 2018, 291. Laatst gewijzigd Stb. 2023, 470
4.
Ministerie l&M
2014
Regeling Basisnet Staatscourant 19 maart 2014, nr. 8242 Laatst gewijzigd Stb. 2024, nr. 11143
5.
Ministerie l&W
2019
Omgevingsregeling Stb. 2019, 56288. Laatst gewijzigd Stb. 2023, 35941
6.
IOV
2024
BAG-Populatieservice, versie juli 2024 https://populatieservice.ev-signaleringskaart.nl
7
AROM
2024
E-mail, d.d. 24 juli 2024
8.
Provincie NoordBrabant
2024
Toelichting Stappenplan afweging groepsrisico binnen aandachtsgebieden
15