Geredigeerd Bijlage 5. 2024-11-13 Rapportage trillingsonderzoek spoor
Tekst van het document
cohere CONSULTANTS
Trmmum >• —■}
•
Tk
i
66
I1
E186 022 50 ,403024* m
-
jm "Imne
anm (
|
-=e,
hh,
5.1.2.e
(Ee EA1 c
£
T.l
A=B. -K _4L
-
Sea
-
hhs-
n3h---
TRILLINGSONDERZOEK
ANNE FRANKPLEIN 12 RIJEN
AROM Juridisch Adviesbureau
Project
Trillingsonderzoek Herziene ontwikkeling Anne Frankplein
Titel rapport
Trillingsonderzoek Herziene ontwikkeling Anne Frankplein
Referentie
Opdrachtgever
CC-REP20241101 AROM Juridisch Adviesbureau
Status
Concept
Versie
1.0
Datum
12 november 2024
Opgemaakt door
ir. EJ. Vlijm
Gecontroleerd door
5.1.2.e
Bestandsnaam
cc-rep20241101 trillingsonderzoek herziene ontwikkeling annefrankplein 12 rijen
5.1.2.e
concept 1.0 Paraaf
Digitaal ondertekend door Eliam Vlijm DN: cn=Eliam Vlijm, c=NL, o= Cohere Consultants, email=eliam. vlijm@cohereconsult.com Datum: 2024.11.13 10:25:21 +01'00'
Copyright © 2021 Cohere Consultants. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, in geautomatiseerde bestanden opgeslagen en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Cohere Consultants. In overeenstemming met artikel 15a van het Nederlandse auteursrecht is het toegestaan delen van deze publicatie te citeren, daarbij gebruik makend van een duidelijke referentie naar deze publicatie.
Cohere Consultants | www.cohereconsult.com | info@cohereconsult.com Postadres: Postbus 1755, 3800 BT Amersfoort | Bezoekadres: Bergstraat 29, 3811 NE Amersfoort
INHOUD 1
Inleiding
1
2
Uitvoering metingen
2
3
4
5
6
7
2.1
Metingen
2
2.2
Meetopstellingen
2
2.3
Meetperiodes
4
2.4
Specificaties meetapparatuur
4
2.5
Uitvoeringsaspecten
4
Toetsingskader trillingen
5
3.1
Streefwaarden trillingsniveaus Vmax (maximum) en Vper (periodiek)
5
3.2
Kwalificatie voor hinder door weg- en railverkeer
6
3.3
Schadetoetsing SBR-richtlijn deel A
6
8
Meetresultaten
4.1
Resultaten maximale trillingsniveaus Veff,max
8
4.2
Hoogste niveaus alle locaties
11
4.3
Resultaten periodieke (gemiddelde) trillingsniveaus Vper
12
14
Quick Scan
5.1
Treinbeeld
14
5.2
Spooropbouw en onregelmatigheden
15
5.3
Bodemopbouw
16 17
Predictie toekomstige Nieuwbouw
6.1
Voorzien ontwerp
17
6.2
Predictie toekomstige niveaus
19
Conclusies en aanbevelingen
7.1 Referenties
24
Conclusies
24
26
Bijlage I. maatgevende Trillingssignalen en frequentie-inhoud
Cohere Consultants | www.cohereconsult.com | 5.1.2.e Postadres: Postbus 5.1.2.e 5.1.2.e Bezoekadres: 5.1.2.e
27
5.1.2.e
1 INLEIDING
Ten behoeve van de herontwikkeling van het Anne Frankplein 12 te Rijen is een trillingsonderzoek uitgevoerd. De herontwikkeling voorziet in een kantorencomplex (gemeentehuis) op de locatie waar nu al een kantoorgebouw staat. Het kantoorgebouw wordt aanzienlijk uitgebreid. De locatie is naast een spoorlijn waar goederenverkeer passeert waardoor hinder als gevolg van spoortrillingen zou kunnen optreden. Hinder dient in dit geval voorkomen te worden. Met het trillingsonderzoek is inzicht verkregen in welke trillingsniveaus er in de omgeving optreden door het huidige spoorverkeer. Er is ook een doorkijk gegeven naar de toekomstige nieuwbouw met als doel mogelijke triIIingshinder voor deze nieuwbouw te voorkomen. Het onderzoek put uit eerder uitgevoerd onderzoek naar dezelfde locatie. In een eerder stadium werd namelijk voorzien dat het huidige kantoorgebouw zou worden getransformeerd naar een appartementencomplex. In het eerder uitgevoerd onderzoek zijn in 2022 op zes locaties trillingsmetingen uitgevoerd. De metingen zijn nog steeds representatief, omdat er geen aanwijzing is dat het treinverkeer structureel is veranderd. De resultaten van het eerdere onderzoek zijn beschreven in een rapportage met referentie CC-REP20230202.
In dit onderzoek zijn de trillingsmetingen uit 2022 geanalyseerd en is een quickscan uitgevoerd naar de triIIingsgevoeligheid van de locatie en de toekomstige nieuwbouw. Vervolgens is een predictie van verwachte trillingsniveaus gemaakt op basis van factoren uit literatuur en ervaring uit trillingsmetingen. Een gedetailleerde predictie op basis van het ontwerp en uitwerking van mitigerende maatregelen ligt buiten de scope van dit onderzoek. In de voorliggende rapportage worden de resultaten beschreven.
1
2 UITVOERING METINGEN 2.1
Metingen In Figuur 1 worden de meetpunten weergegeven. In deze figuur wordt het huidige kantoorgebouw aan het Anne Frankplein 12 weergegeven. Het bestaande gebouw is deels onder een hoek van ongeveer 45 graden en deels haaks op de spoorlijn georiënteerd (zie Figuur 1). De toekomstige nieuwbouw heeft een vergelijkbare geometrie. In Figuur 1 zijn met groene stippen de zes meetpunten weergegeven waar in de volgende paragraaf op wordt ingegaan.
Figuur 1 Meetlocaties trillingsmetingen bestaande gebouw.
B
6
c
B
----
6
O D
C
E
5
3,4
+ 3
1,2
• !
E
5
4
D
• 1
2.2
2
Meetopstellingen Op zes meetpunten zijn over de periode van een week trillingsmetingen uitgevoerd. De meetpunten zijn onder te verdelen in meetpunten 1 en 2 welke op maaiveld zijn gelegen. Het derde en vierde meetpunt is aan de fundering van het bestaande gebouw bevestigd. Het vijfde meetpunt is midden op de vloer op de begane grond aan de zijde van het spoor gelegen en het zesde meetpunt op de tweede verdieping:
2
Meetlocatie 1: maaiveld (west); Meetlocatie 2: maaiveld (oost; Meetlocatie 3: fundering (west) Meetlocatie 4: fundering (oost) Meetlocatie 5: beganegrondvloer (midden) Meetlocatie 6: tweedeverdiepingsvloer (midden)
In Figuur 2 worden de meetpunten met foto's weergegeven.
Figuur 2 Meetpunten 1 t/m 6.
. ' fik ga saEyeex
98881191 11181198
3,”. ►
( 8 99 28
238
AN
Meetpunt 375-2
13 i I i :E9
I
E
MV -
34e
3:
t,
AU..9 0%
Meetpunt 2
2
Ebass
emmimasa==
14
7
fee=: mme
N
6
)
o
é ce.
3;2 “..q *3 e-
fe Te
meiewam
gb
63’2
2
X
I
(6
■
0: / 76,22243 9*73
,4ge B2S“ea
Meetpunt 3
è IK
■
Meetpur
27
M2*E
■
•Vm
5.1.2.e
Meetpunt 6
>
95
Meetpunt 5
„cake-
V
tti1"
"2211022232
'..Hl
3
Bij de plaatsing van de meters 1 en 2 is de bovenste bodemlaag van ongeveer 30 cm verwijderd en is dit aangevuld met zand waar boven op de trillingsmeters zijn geplaatst. Het aanvulzand is daarbij aangestampt.
2.3
Meetperiodes In Tabel 1 wordt de meetperiode weergegeven.
Tabel 1. Meetperiode trillingsmetingen.
meetperiode
Type meting
I 2.4
I
Weeklange meting
16 augustus 13:00 - 23 augustus 13:00 2022
]
Specificaties meetapparatuur In Tabel 2 worden de specificaties van de ingezette meetapparatuur weergegeven.
Tabel 2. Type trillingsmeters.
Type meting
[ 2.5
I
Weeklange meting meetpunten 1 t/m 6
type Profound Vibra 5.1.2.e
]
Uitvoeringsaspecten De metingen zijn uitgevoerd door TAUW B.V. De verwerking van de ruwe meetdata, de interpretatie en nadere verwerking is uitgevoerd door Cohere Consultants. Voor de metingen geldt de volgende definitie van meetrichtingen: X-richting: horizontaal parallel aan het spoor; Y-richting: horizontaal loodrecht op het spoor; Z-richting: verticaal.
4
3 TOETSINGSKADER TRILLINGEN
Bij toetsing van hinder door trillingen wordt in Nederland doorgaans de SBR-richtlijn deel B gehanteerd, aangezien er momenteel geen wetgeving bestaat met daarin grenswaarden voor trillingshinder [ref. 1], De
SBR-richtlijn deel B kent twee toetsingsgrootheden, namelijk Vmax en Vper. De Vmax representeert het maximale
te verwachten trillingsniveau. De Vper is een periodiek trillingsniveau, wat wil zeggen een (energetisch)
gemiddelde waarde over een beoordelingsperiode. Zie ook hoofdstuk 9 van de SBR-richtlijn.
3.1
Streefwaarden trillingsniveaus Vmax (maximum) en Vper (periodiek) De SBR-richtlijn maakt gebruik van streefwaarden. Over het algemeen is voor een mens een Vmax groter dan 0,1 voelbaar. De richtlijn geeft aan dat er bij nieuwbouw wordt voldaan aan de richtlijn als de V,maxrniveaus onder de streefwaarde Al (0,1 voor woningen) liggen. Er wordt ook voldaan aan de richtlijn als de V,max"-niveaus
hoger zijn dan de streefwaarde Al, maar onder de streefwaarde A2 (0,2 voor woningen) én als Vper onder de streefwaarde A3 ligt (0,05 voor woningen). Tabel 3 geeft de streefwaarden weer voor een nieuwe situatie (waaronder nieuwbouw langs het spoor), Tabel 4 geeft de streefwaarden weer volgens de richtlijn voor een bestaande situatie. De streefwaarden voor een bestaande situatie zijn ruimer dan die voor nieuwbouw.
Onderscheid wordt gemaakt tussen de dag-, avond- en nachtperiode, waarvoor geldt: Dagperiode:
07:00-19:00
Avondperiode:
19:00-23:00
Nachtperiode:
23:00-07:00
Figuur 3 geeft de toetsing schematisch weer.
Tabel 3 Gehanteerde streefwaarden volgend uit de SBR B (nieuwbouw). Gebouwfunctie
Streefwaarde dag- en avondperiode
Streefwaarde nachtperiode
Vmax (Al)
Vmax (A2)
Vper (A3)
Vmax (Al)
Vmax (A2)
Vper (A3)
0,1
0,4
0,05
0,1
0,2
0,05
wonen
0,1
0,4
0,05
0,1
0,2
0,05
kantoor en onderwijs
0,15
0,6
0,07
0,15
0,6
0,07
bijeenkomsten
0,15
0,6
0,07
0,15
0,6
0,07
kritische werkruimte
0,1
0,1
0,1
0,1
gezondheidszorg
5
Tabel 4 Gehanteerde streefwaarden volgend uit de SBR B (bestaande bouw).
Streefwaarde dag- en avondperiode
Gebouwfunctie
Streefwaarde nachtperiode
Vmax (Al)
Vmax (A2)
Vper (A3)
Vmax (Al)
Vmax (A2)
Vper (A3)
gezondheidszorg
0,2
0,8
0,1
0,2
0,4
0,1
wonen
0,2
0,8
0,1
0,2
0,4
0,1
kantoor en onderwijs
0,3
1,2
0,15
0,3
1,2
0,15
bijeenkomsten
0,3
1,2
0,15
0,3
1,2
0,15
kritische werkruimte
0,1
0,1
0,1
0,1
Figuur 3 Toetsingsschema trillingshinder SBR richtlijn deel B.
V max < Ai nee
ja
Vmax < A2 nee
ja. Vper <A3 nee
ja
Voldoet
3.2
Voldoet niet
Kwalificatie voor hinder door weg- en railverkeer De SBR-richtlijn geeft ter aanvulling in bijlage V waarden voor de kwalificatie van hinder voor weg- en railverkeer. Deze waarden zijn gegeven in Tabel 5. Bij de afweging van maatregelen kan hier rekening mee
worden gehouden.
Tabel 5. Hinderkwalificatie voor weg- en railverkeer volgens SBR B bijlage V.
3.3
Vmax
Hinderkwalificatie
<0,1
geen hinder
0,1-0,2
weinig hinder (bestaande situaties)
0,2-0,8
matige hinder
0,8-3,2
hinder
>3,2
ernstige hinder
Schadetoetsing SBR-richtlijn deel A Voor het toetsen van schade als gevolg van optredende trillingen is niet de SBR-richtlijn deel B, maar de SBRrichtlijn deel A van toepassing. Deze richtlijn geeft grenswaarden afhankelijk van gebouwcategorie en
bouwkundige staat. In het meest ongunstige geval (gebouwcategorie 2 en gevoelige of monumentale status) volgt een onderste rekenwaarde van de grenswaarde (bij 10 Hz) van Vr=Vkar/(vs* Vt) = 5/(1,7*1,6)= 1,84 mm/s.
Voor niet-trillingsgevoelige gebouwen (huidige en toekomstige gebouw worden als niet-trillingsgevoelig ingedeeld) volgt Vr=3,l mm/s Deze grenswaarde ligt fors hoger dan de streefwaarde voor A2=0,2 voor
6
trillingshinder bij wonen in de nachtperiode. Schadetoetsing is daarom meestal niet maatgevend (in paragraaf 4.1.2 worden de gemeten waarden aan de fundering van het bestaande gebouw getoetst).
7
4 MEETRESULTATEN
4.1
Resultaten maximale trillingsniveaus Veff,max In het plangebied is op zes locaties gemeten (zie hoofdstuk 2). Het resultaat van de metingen worden in dit
hoofdstuk besproken. Eerst wordt ingegaan op de maximale trillingsniveaus Veff.max1 en vervolgens op de
periodieke niveaus Vper en de frequentie-inhoud van de gemeten signalen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de resultaten van meetpunten op maaiveld (1 en 2), aan de fundering (3 en 4) en midden op de vloer (5 en 6).
4.1.1
Meetpunten 1 en 2 (Maaiveld) Tabel 6 geeft de meetresultaten van de vijftien metingen met de hoogst gemeten niveaus op locatie 1 maaiveld
(west) en Tabel 7 de meetresultaten van de vijftien metingen met de hoogst gemeten niveaus op locatie 2 maaiveld (oost). Naast de hoogstgemeten Veff.max niveaus is ook een statistisch Veff.max,stat waarde berekend. Dit
wordt in de SBR-richtlijn deel B omschreven in artikel 9.6. De statistische waarde geeft een beeld van het te hanteren toetsniveau Vmax wanneer er veel variatie en onduidelijkheid is over de maatgevende bron. De
statische waarde kan dan verschillen van het maximaal gemeten niveau. Uit de resultaten blijkt dat dit niet het geval is.
Tabel 6. Top 15 hoogst gemeten niveaus locatie 1 maaiveld (west)
i
Datum*
Tijdstip*
Veff,max X
Veff,max Y
Veff,max Z
22/08/2022
20:51:30
0,23
0,25
0,22 0,22
19/08/2022
15:40:00
0,21
0,23
17/08/2022
20:09:00
0,19
0,23
0,22
17/08/2022
13:53:00
0,19
0,22
0,22
18/08/2022
07:45:00
0,19
0,21
0,22
22/08/2022
08:46:00
0,18
0,21
0,21
19/08/2022
20:05:00
0,18
0,21
0,21
17/08/2022
18:45:00
0,17
0,20
0,21
19/08/2022
12:21:30
0,17
0,20
0,21
22/08/2022
06:45:00
0,17
0,20
0,21
18/08/2022
00:28:30
0,17
0,20
0,20
19/08/2022
11:47:30
0,17
0,20
0,20
De benaming Veff.max betreft individuele opgetreden trillingsniveaus, de benaming Vmax betreft het overall
hoogste niveau. 8
20:42:00
0,17
0,20
0,20
19/08/2022
11:15:00
0,16
0,20
0,20
17/08/2022
09:48:00
0,16
0,19
0,20
19/08/2022
Veff,max,stat** 0,23 0,22 0,25 *Tijdstip hoort bij z-richting. **Veff,max,stat is bepaald volgens de methode in de SBR-richtlijn deel B. Dit betreft een statistisch maximum op basis van de maximaal 15 hoogstgemeten niveaus. Alleen de waarden hoger dan 50% van het hoogste niveau Veff,max dienen meegenomen te worden.
Tabel 7. Top 15 hoogst gemeten niveaus locatie 2 maaiveld (oost) Datum*
Tijdstip*
Veff,max X
Veff,max Y
Veff,max Z
22/08/2022
17:14:30
0,21
0,35
0,28
21/08/2022
12:51:30
0,20
0,31
0,25
22/08/2022
17:53:00
0,19
0,27
0,25
20/08/2022
18:43:00
0,19
0,26
0,24
19/08/2022
05:21:00
0,18
0,26
0,24
16/08/2022
20:45:00
0,17
0,25
0,23
19/08/2022
17:56:30
0,17
0,25
0,23
16/08/2022
16:42:30
0,17
0,23
0,22
17/08/2022
03:12:30
0,17
0,22
0,22
20/08/2022
01:30:00
0,16
0,21
0,22
18/08/2022
21:10:00
0,16
0,21
0,21
22/08/2022
16:53:00
0,16
0,21
0,21
22/08/2022
18:42:00
0,16
0,21
0,21
18/08/2022
10:23:30
0,16
0,21
0,21
17/08/2022
00:45:00
0,15
0,21
0,21
0,21
0,35
0,28
Veff,max,stat *Tijdstip hoort bij z-richting.
4.1.2
Meetpunten 3 en 4 (fundering) Tabel 8 geeft de meetresultaten van de vijftien metingen met de hoogst gemeten niveaus op locatie 3
fundering (west) en Tabel 9 de meetresultaten van de vijftien metingen met de hoogst gemeten niveaus op
locatie 4 fundering (oost).
Tabel 8. Top 15 hoogst gemeten niveaus locatie 3 fundering (west) Datum*
Tijdstip*
Veff,max X
Veff,max Y
Veff,max Z
17/08/2022
20:09:00
0,12
0,10
0,22
17/08/2022
13:53:00
0,11
0,10
0,21
21/08/2022
13:08:00
0,10
0,10
0,21
19/08/2022
15:39:30
0,10
0,09
0,20
21/08/2022
21:14:30
0,10
0,09
0,19
18/08/2022
22:15:00
0,10
0,09
0,19
19/08/2022
09:11:00
0,10
0,09
0,19
17/08/2022
22:50:00
0,10
0,08
0,19
19/08/2022
20:42:00
0,10
0,08
0,19
9
20:51:30
0,09
0,08
0,19
16/08/2022
20:08:00
0,09
0,08
0,19
18/08/2022
07:45:00
0,09
0,08
0,19
17/08/2022
21:16:00
0,09
0,08
0,19
18/08/2022
20:10:00
0,09
0,08
0,18
20/08/2022
18:46:30
0,09
0,08
0,18
0,12
0,10
0,22
Veff,max Y
Veff,max Z
22/08/2022
Veff,max,stat *Tijdstip hoort bij z-richting.
Tabel 9. Top 15 hoogst gemeten niveaus locatie 4 fundering (oost)
x
Datum*
Tijdstip*
Veff,max
17/08/2022
20:09:00
0,09
0,15
0,19
22/08/2022
06:24:00
0,08
0,13
0,19
17/08/2022
13:53:00
0,08
0,11
0,17
19/08/2022
12:21:00
0,08
0,10
0,16
18/08/2022
13:02:30
0,08
0,10
0,16
17/08/2022
22:50:00
0,08
0,10
0,16
18/08/2022
00:28:30
0,08
0,10
0,16
19/08/2022
12:21:30
0,08
0,10
0,16
20/08/2022
02:39:30
0,07
0,10
0,16
19/08/2022
20:42:00
0,07
0,09
0,16
19/08/2022
15:40:00
0,07
0,09
0,16
22/08/2022
20:51:30
0,07
0,09
0,15
21/08/2022
13:08:00
0,07
0,09
0,15
23/08/2022
05:26:30
0,07
0,09
0,15
18/08/2022
07:10:30
0,07
0,09
0,15
0,09
0,15
0,19
Veff,max,stat *Tijdstip hoort bij z-richting.
Meetresultaten ten behoeve van schadetoets (Vtop-niveau)
Wanneer een schadetoets wordt uitgevoerd, wordt gekeken naar een meetpunt aan een star punt van het gebouw zoals de meetpunten aan de fundering. Hierbij wordt het Vtop-niveau getoetst, wat het maximale trillingsniveau in mm/s betreft. Van beide meetpunten aan de fundering gezamenlijk is het hoogstgemeten Vtop-niveau .0,50 mm/s (betreft meetpunt 3). In paragraaf 3.3. is aangegeven dat de rekenwaarde van de grenswaarde Vr =3,1 mm/s bedraagt (dit geldt voor een categorie 2 niet-triIIingsgevoelig gebouw). Volgens de richtlijn geldt dat voor een beperkte meting een veiligheidsfactor van Yv=1,4 gehanteerd moet worden waardoor volgt Vd= Vtop*yv = 0,7 mm/s. Er wordt ruimschoots voldaan omdat geldt Vd < Vr. Zelfs in het geval dat het gebouw als trillingsgevoelig wordt aangemerkt wordt ruimschoots voldaan. Voor het bestaande (maar ook naar verwachting het toekomstige gebouw) wordt daarom geen schade als gevolg van de gemeten trillingen verwacht.
4.1.3
Meetpunten 5 en 6 (midden vloer) Tabel 10 geeft de meetresultaten van de vijftien metingen met de hoogst gemeten niveaus op locatie 5 midden vloer begane grond en Tabel 11 de meetresultaten van de vijftien metingen met de hoogst gemeten niveaus op locatie 6 midden vloer tweede verdieping.
10
Tabel 10. Top 15 hoogst gemeten niveaus locatie 5 midden vloer begane grond
Datum*
Tijdstip*
Veff,max X
Veff,max Y
Veff,max Z
21/08/2022
08:15:00
0,10
0,11
0,33
21/08/2022
09:45:30
0,08
0,10
0,33
21/08/2022
10:15:00
0,08
0,09
0,31
19/08/2022
08:15:00
0,08
0,09
0,30
21/08/2022
08:45:00
0,08
0,09
0,30
21/08/2022
10:44:30
0,08
0,09
0,30
21/08/2022
10:45:00
0,08
0,08
0,30
22/08/2022
10:15:30
0,08
0,08
0,30
23/08/2022
07:21:00
0,07
0,08
0,30
16/08/2022
16:35:30
0,07
0,08
0,29
17/08/2022
11:51:30
0,07
0,08
0,29
18/08/2022
12:15:00
0,07
0,08
0,29
19/08/2022
11:47:00
0,07
0,08
0,29
19/08/2022
14:33:00
0,07
0,08
0,29
19/08/2022
14:41:30
0,07
0,08
0,29
0,10
0,11
0,33
Veff,max,stat *Tijdstip hoort bij z-richting.
Tabel 11. Top 15 hoogst gemeten niveaus locatie 6 midden vloer tweede verdieping
Datum*
Tijdstip*
Veff,max X
Veff,max Y
Veff,max Z
19/08/2022
15:40:00
0,19
0,17
0,28
21/08/2022
13:08:00
0,19
0,14
0,27
18/08/2022
00:28:30
0,18
0,14
0,27
19/08/2022
20:42:00
0,18
0,14
0,27
17/08/2022
12:58:30
0,18
0,14
0,27
22/08/2022
20:07:00
0,16
0,13
0,26
19/08/2022
08:10:30
0,16
0,13
0,24
17/08/2022
20:09:00
0,16
0,13
0,24
18/08/2022
20:10:30
0,16
0,13
0,24
21/08/2022
16:52:00
0,15
0,13
0,24
17/08/2022
21:44:00
0,15
0,13
0,24
22/08/2022
20:52:00
0,15
0,13
0,24
18/08/2022
13:15:30
0,15
0,13
0,24
22/08/2022
11:40:00
0,15
0,13
0,24
22/08/2022
13:28:00
0,15
0,13
0,24
0,19
0,17
0,28
Veff,max,stat *Tijdstip hoort bij z-richting.
4.2
Hoogste niveaus alle locaties Uit een vergelijking tussen Tabellen 6 en 7 met Tabellen 8 en 9 blijkt dat op maaiveld de horizontale meetrichting vrijwel dezelfde ordegrootte van niveaus laat zien als de verticale meetrichting (zelfs soms hoger). Echter, aan de fundering is de verticale meetrichting maatgevend ten opzichte van de horizontale
meetrichtingen. Ook blijkt het maximale trillingsniveau voor het oostelijke meetpunt aan de fundering lager te
liggen dan op maaiveld. Voor het westelijke meetpunt ligt het niveau op maaiveld en aan de fundering gelijk als het om de verticale meetrichting gaat (Vmax=0,22) Het oostelijke meetpunt op maaiveld valt enigszins op omdat de tijden van de events met hoogste niveaus afwijken van de andere meetpunten.
11
Voor het punt midden op de begane grond (meetpunt 5) worden opmerkelijke tijden gevonden met een
constant kwart voor / kwart over karakter.
Dit duidt erop dat er mogelijk geen sprake is van
(goederen(treinpassages, maar dat er sprake is van een reizigersvervoer. In dit geval is naar verwachting sprake
van buspassages en dus geen treinpassages omdat de signalen erg kort lijken te zijn voor treinpassages. Van alle zes de meetpunten is het event met het hoogst gemeten niveaus weergegeven in Tabel 12. In de tabel
is voor alle meetpunten het gemeten niveau rondom het tijdstip van het hoogst gemeten niveau van één van
de meetpunten weergegeven. Hiermee wordt een beeld gekregen hoe de niveaus van de verschillende meetpunten zich tot elkaar verhouden voor een aantal maatgevende events (naar verwachting meestal
goederentreinpassages). Uit de tabel blijkt dat voor specifieke passages het niveau op maaiveld voor vier van
de passages in dezelfde orde ligt als aan de fundering (in ieder geval één van de meetpunten aan fundering). De hoogst gemeten niveaus op de voeren tonen relatief hoge niveaus ten opzichte van fundering en maaiveld. Hieruit blijkt dat er mogelijk sprake is van opslingering.
Tabel 12 Overzicht hoogst gemeten verticale niveaus Vmax alle zes locaties
Datum*
Tijdstip*
Meetpunt 1 (mv west)
Meetpunt 2 (mv oost)
Meetpunt 3 (fnd west)
Meetpunt 4 (fnd oost)
Meetpunt 5 (vloer bg)
22/08/2022
20:51:30
0,22
0,18
0,19
0,15
0,22
Meetpunt 6 (vloer 2e vdp) 0,24
0,16
0,18
22/08/2022
17:14:30
0,17
0,28
0,11
0,10
17/08/2022*
20:09:00
0,22
0,20
0,22
0,19
0,18
0,24
0,33
0,13
0,22
0,28
21/08/2022
08:15:00
0,15
0,12
0,17
0,10
19/08/2022
15:40:00
0,22
0,18
0,20
<0,10
*Hoogst gemeten niveau voor zowel meetpunt 3 als meetpunt 4
In de bijlage van dit rapport zijn de tijdsignalen en de corresponderende frequentie-inhoud van de hoogste
niveaus op alle locaties terug te vinden. Wanneer wordt gekeken naar de gemeten signalen ter plaatse van
meetpunt 1 (maaiveld west), valt hier een typische goederentrein in te herkennen, met dominante frequenties
rond de 5 en 10 Hz. Ter plaatse van meetpunt 2 (oostelijk meetpunt maaiveld) valt echter de piek rond 40-50 Hz, en in een geval ook rond de 30 Hz duidelijk op. Deze pieken, die in mindere mate ook bij meetpunt 1 terug te zien zijn, zijn echter niet te relateren aan een voorbijrijdende (goederen-)trein. Ook wordt de energie rond deze frequenties nauwelijks overgedragen naar de fundering van de bestaande bouw. Voor de prognose worden daarom de westelijk meetpunten (die ook het dichtst op het spoor gelegen zijn als uitgangspunt
gehanteerd). Kijkend naar de trillingssignalen ter plaatse van de beganegrondvloer valt een dominante trillingsfrequentie van ongeveer 15 Hz op. Ook deze frequentie laat zich niet relateren aan voorbijrijdende (goederen-)treinen. Het is waarschijnlijker dat deze trillingen worden veroorzaakt door busverkeer, zeker ook gezien de regelmaat
waarmee deze trillingen zijn geobserveerd (mogelijk corresponderend met dienstregeling van de bus). Op de tweedeverdiepingsvloer is deze trilling niet waargenomen.
4.3
Resultaten periodieke (gemiddelde) trillingsniveaus Vper Volgens de SBR-richtlijn deel B moet per beoordelingsperiode een Vper-niveau worden berekend op basis van aantal opgetreden Veff,max-niveaus binnen de periode met een waarde boven de Veff,max = 0,1. De resultaten van
de hoogst gemeten Vper-niveaus worden weergegeven in Tabel 12. Dit zijn niveaus waarin geen filtercriterium is toegepast, behalve dat de perioden waarin de meters zijn geplaatst buiten beschouwing zijn gelaten. Voor
de gemeten Vper-niveaus geldt gelijk aan de gemeten Veff,max niveaus dat meetpunt 6 opvalt in X- en Y-richting. De streefwaarde voor Vper bedraagt 0,05 en wordt niet overschreden.
12
Tabel 12 Hoogst gemeten niveaus Vper zonder filtering storingen
Datum
Vper X
Vper Y
Vper Z
Meetpunt 1
0,025
0,03
0,035
Meetpunt 2
0,025
0,03
0,035
Meetpunt 3
0,01
0,01
0,03
Meetpunt 4
0,01
0,01
0,03
Meetpunt 5
<0,01
<0,01
0,05
Meetpunt 6
0,01
0,03
0,06
Vooral meetpunt 6 kent storingen door lopen. Dit verklaart hogere Vper niveaus.
13
5 QUICK SCAN Naast het uitvoeren van trillingsmetingen is ook een quickscan uitgevoerd naar de trillingsgevoeligheid van de
locatie en de toekomstige nieuwbouw. Hierbij is in overeenstemming met de handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen [ref. 3] gekeken naar het treinbeeld, de spooropbouw en de bodemgesteldheid, en zijn de eigenschappen van de toekomstige voorziene nieuwbouw beschouwd.
5.1
Treinbeeld Figuur 4 geeft een overzicht van het spoor nabij het plangebied. Het spoor naast het plangebied betreft de
spoorlijn tussen Breda en Tilburg. Op deze corridor vindt veel personen- en goederenvervoer plaats. In Figuur
5 worden foto's van passerende passagierstreinen weergegeven. De internationale intercity die tweemaal per uur per richting passeert wordt getrokken door TRAXX-locomotieven zoals weergegeven in de foto linksonder
van Figuur 5. Naast treinverkeer viel tijdens het plaatsen van de trillingsmeters op dat er regelmatig busverkeer in het
plangebied was. Hiervan geeft Figuur 6 een impressie. Omdat er sprake is van een klinkerweg is de verwachting
dat passerende bussen ook trillingen kunnen veroorzaken. Figuur 4 Situatie spoor nabij plangebied, (bron: BasisBeheerKaart maps.prorail.nl)
3—[
5243 7896
/
O '
9
8)/ 45) ï'
10,8 0,8
7719,
4263 6152
7720 5111
7
Q
3163.3
5843
O
5839
1117
Sétlopsplei
4824
GdeiFHRyen—,
6
X9
’ 1
9.
‘27 5151
3266 4055
\ 3838
,^8970
N
ee
4787 -
5875
2857
2480
\
4056
11.1
1
/2209,
I
i/
2481
‘araj ‘e)
3259
/ 3203 \ 3265 ( >:3375/
M.“
3378
’3373-^ ______________4385_______
V3283 £9
/
/ 4846 3276
3386
•e
I/ —L
I
1 2939
I
ooan
,
I, 1/ 4447 //r
Weg
3019
14
9 .4630
53291984/2336/2337/
5.1.2.e
4893
3255
/
5319
%
2283
5322 55865587-
I
327-
3b---.
-2 8227 g
5321
I1
5842
—9
-—6
4626
9
10,8,
4892
n "£2,; 63 tgele
10,9
58411
4786
*
471247
plangebied
0
4265
6
5046
4X0
T--p
R..©
5.1.2.e
r 4194711.
Qo 0 9/- m 0g
0 01 •33
9
5840
2805
3162
21
Q2
Q ©
Figuur 5 Passerende treinen nabij station Rijen (linksboven type SLT, rechtsboven intercity type ICM (koploper) linksonder getrokken materieel TRAXX locomotief, rechtsonder goederentrein)
H
-
Il
lui
I
ada"
mAA“
F
186071-4
$
Figuur 6 Passerende bussen langs meetlocaties
a
/0 •Meetpunt 1
-
Ac 222 —es,*e 2uuhese
1 ;0 " % wfd
5.2
ei
Meetpunt 3 I
--8.
2222
a
6*25
Spooropbouw en onregelmatigheden Het spoor ter plaatse van station Gilze-Rijen kent een doorgaand dubbel hoofdspoor. Daarnaast is er een opstelspoor aanwezig. In Figuur 7 worden beiden weergegeven. Figuur 8 geeft een overzicht van het plangebied. Ten westen van het station is een tweetal spoorwegovergangen aanwezig, waarvan de dichtstbijzijnde zich op ca. 150 m van het plangebied bevindt. Het invloedsgebied van deze onregelmatigheid bedraagt 50-100 meter. Er wordt een mogelijk beperkte invloed verwacht op het plangebied.
15
Figuur 7 Sporen gezien vanuit station Rijen
1314] =
Ep
1
M Doorgaand spoor ES richting Tilburg
1
plangebied
443
5 11
plangebied
opstelspoor Doorgaand spoor richting Breda
/ 7-' . -;/
1
7
+.
Ska
a
2060
N
1
\ I
do
l Eeë
T
X
8 Xa5
Figuur 8 Overzicht Plangebied. 3 5.1.2.e
5.1.2.e
10,8
plangebied 10.9
123
3Bv.$93 WIAR. 1934
11
Geleh
$933
11.1
1401
“14, 3
0#
Gilze Rijen
3 spoorwegovergangen
5.3
Bodemopbouw Ter plaatse van de voorgenomen nieuwbouw heeft nog geen grondonderzoek plaatsgevonden. DINOIoket verstrekt echter wel inzicht in de lokale grondslag. Enkele nabije bodemkundige booronderzoeken geven een beeld van verschillende zandlagen van fijne en midden categorie. Nabij het station Gilze-Rijen zijn in de voorbije jaren diverse geotechnische booronderzoeken verricht die dit beeld bevestigen. Op basis van deze gegevens ligt een voorkeur voor een fundering op staal in de lijn der verwachting.
16
PREDICTIE TOEKOMSTIGE NIEUWBOUW 6.1
Voorzien ontwerp Figuur 9 geeft een indruk van de toekomstige nieuwbouw, bestaande uit een kantorencomplex wat deels is opgebouwd uit het bestaande gebouw en is uitgebreid met een gedeelte wat vrijwel axi-symmetrisch is gepositioneerd ten opzichte van het bestaand gebouw. Figuur 10 geeft dit weer.
Figuur 9 3D afbeelding van ontwerp nieuwe kantoorgebouw (gemeentehuis)
~e
F 9 7•
4
17
24,
hhh.
4
Figuur 10 Gebruik van axi-symmetrie van bestaande gebouw in nieuwe deel
' *3,
e .
♦
-e •le ♦ • *
f
7
A
♦
€
•)
♦ 9
e’e
••
•24
•20
•20
Het stramienplan van het toekomstige gebouw kent een regelmatig patroon zoals weergegeven in Figuur 11.
De overspanningslengtes van vloeren volgen dit patroon grotendeels. Hierop wordt verder ingegaan in de volgende paragraaf. Het deel van het bestaande gebouw dat wordt behouden is in de figuur aangegeven met
een grijs vlak.
Figuur 11 Stramienplan van toekomstige kantoorgebouw
Stramienplan
9 4800 mm
9 26400 mm Q 5400 mm
+
5400 itim
0
+
o
5400 mm
5400
[2590 mm.
1
AN
0
6
/7
9
te behetden en casco ; 7 ca. 426 5.1.2.e BVO per boüvlag 3 *426, 1.278 m- BVjp'
S)
$ 9
<
s3
\ o
®
9
<
(\ N
uitbreiding , \ ca. 1.272é BVO beg. grand
o
9
®
o nieuwe toestand footprint 1.698 m2 totale BVO = ca. 4.750 m2
L
2
o
< o
\ 2588
ö
r
5400
—
5400 26400 mm
ó
Ö
18
ö
+ o
(2 4800 mm
$400 mm
ö
ö
O
Figuur 12 3D afbeelding van de gevel
I
I
II
Inwmji.n iiiiH .....imunuulll H
\
LI" "
-e
6
L
N 4 —a-
In Tabel 13 worden enkele constructieve eigenschappen beschreven. De opbouw van het nieuw te bouwen deel kent vergelijkbare eigenschappen als het bestaande deel.
Tabel 13. Constructieve eigenschappen Nieuwbouwgedeelte Eigenschap
6.2
Beschrijving
Type materiaal
Kanaalplaatvloeren kalkzandstenen wanden
Hoofddraagconstructie
Kalkzandstenen binnenwanden, metselwerken buitenwanden
Type dak
Plat dak
Type fundering
Fundering op staal met poeren
Buitengevel
Buitengevel houtwerk aan buitenzijde
Predictie toekomstige niveaus Voor het bepalen van het verwachte trillingsniveau binnenin de woning midden op de vloer is een aantal aspecten van belang:
De overdracht van trillingen in de bodem naar fundering; De voortplanting van trillingen vanuit fundering de gebouwconstructie in; Eigenfrequentie van vloeren en eventuele opslingering hiervan. Op de verschillende onderdelen wordt kort ingegaan.
Overdracht van bodem naar fundering Over het algemeen kan gesteld worden dat door een beperkte overdracht het trillingsniveau op de fundering lager ligt dan in de bodem. Hoeveel het trilIingsniveau afneemt is afhankelijk van de stijfheid en de massa van de fundering ten opzichte van de stijfheid- en massa-eigenschappen van de bodem. Daarbij speelt een belangrijke rol welke golflengtes in de bodem optreden en hoe deze zich verhouden tot de geometrie van de constructie. Een algemene factor die in de CUR166 wordt gehanteerd voor de overdracht van bodem naar
19
fundering betreft een factor van 0,7. Oftewel, het niveau op de fundering bedraagt ongeveer 0,7 maal het niveau in de bodem [ref. 5],
Op basis van de resultaten van de uitgevoerde metingen kan deze factor van 0,7 niet zondermeer worden aangenomen. Uit Tabel 12 blijkt dat het gemeten trillingsniveau voor de bestaande bouw veelal van dezelfde orde-grootte is als het corresponderende trillingsniveau op maaiveld. Een verklaring kan gevonden worden in enerzijds de relatief lage frequentie-inhoud van de trillingssignalen door goederentreinen (pieken hoofdzakelijk bij 10 Hz en ook bij 5 Hz) en de stijve zandondergrond wat lange golflengtes geeft. Op basis van de meetresultaten is het realistischer om van een overdrachtsfactorvan 1,0 uitte gaan. Dezeoverdrachtsfactor kan worden verlaagd door de toepassing van een stijvere fundering met een grotere massa, of door het toepassen van een paalfundering. Met het oog op de toekomstige nieuwbouw is het daarom vooral van belang dat zoveel mogelijk stijfheid en massa in de fundering en gebouwconstructie wordt gecreëerd.
De overdracht van trillingen in de bodem naar fundering kan worden gereduceerd door een stijve massieve fundering te realiseren.
Wordt nader gekeken naar het (voor)ontwerp van de fundering van het toekomstige gebouw, dan blijkt dat een zelfde soort fundering wordt voorzien als van het bestaande deel. Dit betreft een fundering op staal opgebouwd uit poeren. Het funderingsontwerp is weergegeven in Figuur 13. Figuur 14 geeft de tekening van de fundering het bestaande gebouw weer. De afstand tussen poeren, de grootte van de poeren en regelmaat is vergelijkbaar. Verwacht wordt daarom dat de fundering van het toekomstige gebouw een vergelijkbaar gedrag zal tonen als van het bestaande gebouw. Daarbij geldt dat het bestaande deel het dichtst op het spoor staat. In de prognose worden daarom de gemeten trillingsniveaus aan de fundering van het bestaand gebouw als representatief (en maatgevend) gezien voor het gehele gebouw.
Figuur 13 Funderingsontwerp (VO) van nieuwe ontwikkeling is uitbreiding van al bestaande deel en kent een vergelijkbaar ontwerp met poeren (zie Figuur 14) HEBT60
B
B
B
0
9
B
B
□
E.
4HEA160
C
E
n
str 600x250
D
HEA160 HEBI80
A
A< ♦
A
HEA180
B
-HEA160 I
A
B
*HEA1B0
A
*A ♦
Pv- al
str 600x250
$. "e D
B
A
B
HEB160
C NAHEA160as®-
HEA180
A
‘HEA180
<%
*
HEB160
HEA160
‘HEA180
A
c
D
Q
A
HEA160
HAE160
4
c
HEA160
D
mEe
Eu
•HEA180
A
A
A
/
HEA160
HEA180
D
C
<
HEA160
~HEA180
C
C
CHEA180
C
B
B
E
V HEA160
HEA160
■
*A
S
c
HEA180
HEA160—
B
E
o) C
el
A
(HEA180
A
D
B
HEA180
HEA160
B
C
<
HE8180
4) c B Cucum
HEA160
B
HEB160
str 600x250
HEA160
A
B
x HEB160
A
N 3
X0> c
XB
V
HE8180
HEB160
HEA160 Xz
A
<> •3
A
O
D
(@ C
HEA160
HEB160
A
92 8
/ HEA140 0 4) D
HEB180
5140 ABG - Kantoor RoosRos ArchiTech 19-03-2024
HEA180
B
str 600x250
HEA180 " HEA'80
HEA160
CONCEPT VO
9 C
HEA180
B
c
HEA160
HEA160
m
HEA160
’‘B
str 600x250
c
E HEA160
HEA160
HEA160
23-179 - ABG kantoor Opzet constructie VO
22-03-2024 2-5
20
1160
B
: Project : Onderwerp : Datum : Bladnummer
BOXSEL
ENGINEERING
Figuur 14 Funderingstekening bestaande gebouwdeel 9
©
gkA
B
G
G
69
6
ri
—,D
B
H
9
8
-
■
I
8'
X
aFc
af
■
00-
—eD----
,1J
>• Pa
■
. (.7 1
E4
% G--
AE 1 2: -
0
Q
Q
9
©
lï
N
at
gA55, ëg
I.
€
4
M
w
ttt.
doorsnede 2
doorsnede *
ë=e” —u
I
T
■:
& : r
I
"121 doorsnede t
doorsnede 5
doorsnede t
Voortplanting van trillingen vanuit fundering de gebouwconstructie in Hoe trillingen zich via de fundering voortplanten in de gebouwconstructie hangt af van het type constructie, de massa- en stijfheidsverdeling en de mate van demping. Daarbij is van belang in welke richting de trilling optreedt en van welke frequenties en golflengtes er sprake is. Verschillende vormen van gebouwbewegingen kunnen optreden. Zo kan een verticale beweging van de fundering leiden tot een horizontale beweging van de vloer met name op de hoogste verdieping. Een verticale beweging ter plaatse van de oplegging van de vloer kan leiden tot opslingering in het midden van de vloer.
Een horizontale beweging van het gebouw kan optreden doordat het gebouw in totaal roteert of schrankt. In dat geval worden op de hogere verdiepingen vaak in horizontale richting hogere niveaus gevonden dan op de begane grond. Kijken we naar de resultaten van de trillingsmetingen dan zien we op de tweede verdieping (meetpunt 6) wel in verticale richting hogere niveaus ten opzichte van fundering en maaiveld, maar niet in horizontale richting. Dit duidt mogelijk op een vorm van opslingering en niet in schranken of roteren. Het bestaande deel van het gebouw blijft constructief grotendeels zoals het is. Het nieuwe deel van het gebouw wordt axi-symmetrisch gerealiseerd ten opzichte van het bestaande gebouw. Daarbij wordt er uiteindelijk één totale integrale constructie gerealiseerd. Dit volgt uit Figuur 15 waarin de indeling van de begane grond van het nieuwe gebouwontwerp is weergegeven.
21
Figuur 15 Indeling begane grond toekomstig gebouw PLGR 00
p
+9
0^0
o
8
uo, E U
2 g43y 0 O 9) o
20U-
QëR* S¥ó. N
00
X2
X6
9 ®
22
6 9
0 Do
3
O
®
E n-
X6
nieuwe toestand footprint 1.698 m2 totale BVO = ca. 4.750 m
o 1/
69 o
9
®
ó 6 »
9
9 ‘6 /
9 SëV Ó
4
o
o
o
ö
+
29.o
Het toekomstige deel heeft dus een vergelijkbare opbouw als het bestaande deel. Het bestaande deel staat het dichtst op het spoor. Verwacht wordt daarom dat de gemeten trillingsniveaus in het bestaande deel representatief/maatgevend zijn voor het gehele toekomstige gebouw. Het toekomstige gebouw kent een zelfs wat gunstigere vorm vanwege de symmetrie van het gebouw waardoor een eventueel schrankeffect (horizontale richting) eerder minder dan meer zal zijn dan op basis van alleen het bestaande deel.
Opslingering van vloeren Opslingering van vloeren kan optreden wanneer de dominante frequentie-inhoud van de trillingssignalen overeenkomt met de eigenfrequentie van de vloer. De mate van opslingering hangt vervolgens af van hoeveel demping er optreedt. Dit hangt weer samen met de massa van de vloer. Over het algemeen geldt dat hoe meer massa, hoe gunstiger. De ervaring leert dat in sommige gevallen een opslingerfactor van ongeveer 3 kan optreden. Deze factor is meestal het geval bij lichte, houten vloeren. Voor stijvere, betonnen vloeren hanteren wij een maximale opslingerfactor van 22 . Opslingering vindt plaats wanneer de eigenfrequentie van een vloer vrijwel gelijk is aan de dominante frequentie van een trillingssignaal als gevolg van treinverkeer. De dominante frequentie in de gemeten trillingssignalen als gevolg van voorbijrijdende goederentreinen ligt rond de 10 Hz, een frequentie die veelal correspondeert met de eerste eigenfrequentie van vloeren. Uit de trillingsmetingen in het bestaande gebouw volgt mogelijk enige mate van opslingering maar niet veel. In eerste instantie wordt daarom een vergelijkbare mate van opslingering van vloeren in het toekomstige gebouw verwacht. De meetresultaten zijn daarom representatief als predictie voor het toekomstige gebouw.
Echter, meetpunten 5 en 6 midden op vloeren in het bestaande gebouw zijn mogelijk niet representatief voor alle vloeren van het toekomstige gebouw. Er is daarom als extra toets gekeken wat voor trillingsniveaus
2
Een factor 2 komt overeen met 6dB 'floor resonance' die in de Amerikaanse richtlijn van de FTA wordt genoemd [ref. 4], 22
worden verwacht als er wel sprake is van een mate van opslingering van een vloer. In deze extra toets is van een opslingerfactor voor betonnen vloeren uitgegaan van 1,0-2,03.
Resultaten van de predictie Uit het voorgaande volgt dat de gemeten trillingsniveaus in het bestaande gebouwdeel representatief en maatgevend zijn voor het voorziene gebouwontwerp. De prognose voor het toekomstige gebouw komt daarmee overeen met de gemeten niveaus in het bestaande deel. Dit wordt weergegeven in Tabel 14.
Wanneer er wordt uitgegaan van een situatie met opslingering dan wordt in de toets uitgegaan van het trillingsniveau aan de fundering waar vervolgens een opslingerfactor op wordt toegepast. Hierbij is het trillingsniveau gemeten aan de westelijke meetpunten als uitgangspunt gehanteerd. Het maximale trillingsniveau op maaiveld en fundering bedraagt Vmax=0,22. Met de opslingerfactor (1,0-2,0) volgt vervolgens een trillingsniveau op de vloer van Vmax = 0,22- 0,44. De resultaten gelden voor Vmax als gevolg van maatgevende (goederen)treinen die zowel overdag als 's nachts passeren. Tabel 14. Predictie van verwachte niveaus Vmax*
Maximaal gemeten Veff,max
Prognose trillingsniveaus Vmax
In bestaande gebouw op vloer
Op vloer toekomstige gebouw
verticaal: 0,33
verticaal: 0,33
horizontaal: 0,19
horizontaal: 0,19
Extra toets in geval van opslingering vloer In bestaande gebouw op fundering
Op vloer toekomstige gebouw
verticaal: 0,22
verticaal: 0,22 - 0,44
horizontaal: 0,12 *1De predictie van trillingsniveaus kent altijd een mate van onzekerheid. De spreiding in de voorziene trillingsniveaus resulteert o.a. uit het
wel of niet optreden van opslingering. Opslingering van vloeren treedt op in verticale richting. Een algehele opslingering van het gebouw
wordt niet verwacht vanwege de gunstige geometrie en ligging t.o.v. het spoor.
Uit Tabel 14 volgt dat op basis van de metingen wordt verwacht dat V,'max=0,33. Wanneer voor een specifieke vloer in het toekomstige gebouw toch onvoorzien opslingering optreedt dan volgt een bovengrensprognose van Vimax=0,44. Verwacht wordt dat dit een conservatieve schatting is omdat het nieuwe gedeelte verder van het spoor ligt dan het maatgevende funderingspunt waar mee is gerekend.
Voor een kantoorgebouw geldt voor bestaande bouw een A2 streefwaarde van V,max=1, 2 (zie Tabel 4). Voor nieuwbouw bedraagt deze streefwaarde A2=0,6. (zie Tabel 3). Aan beide streefwaarden wordt daarom voldaan. Bij de toetsing aan A2 geldt aanvullend dat aan de A3 streefwaarde voor Vper moet worden voldaan. Dit is ook het geval. Op basis van deze predictie wordt verwacht dat trillingsniveaus door treinverkeer in het toekomstige gebouw onder de streefwaarden van de SBR-richtlijn deel B voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw voor kantoorgebouwen blijven.
3
Een mate van opslingering lijkt mogelijk ook de oorzaak van de enigszins hogere niveaus midden op vloeren in het bestaande gebouw.
23
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 7.1
Conclusies Uit de resultaten van het trillingsonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: Uit de meetresultaten van het bestaande gebouw volgt een beeld van verwachte trillingsniveaus als gevolg van treinverkeer. Wordt gekeken naar de westelijke meetpunten op maaiveld en aan de fundering (meetpunten 1 en 3) dan worden ordegrootte dezelfde niveaus gevonden in verticale richting met een Vmax:=0,22. In horizontale meetrichting liggen de niveaus op maaiveld hoger dan aan de fundering. Aan de fundering is de verticale meetrichting maatgevend. Het oostelijke meetpunt op maaiveld laat hogere niveaus zien, maar gezien de karakteristieken van de signalen (die afwijken van de andere meetpunten op maaiveld en fundering) gaat het hier niet om treinpassages. De westelijke meetpunten worden gehanteerd voor de prognose van trillingsniveaus door spoor in het toekomstige gebouw; Op de beganegrondvloer (meetpunt 5) zijn hogere niveaus gemeten dan aan de fundering en op maaiveld met een maximum van Veff,max = 0,33 wat boven de streefwaarde A2=0,2 ligt. De tijdstippen van optreden alsook de afwijkende frequentiekarakteristieken, geven de verwachting dat het niet om goederentreinpassages gaat maar waarschijnlijk passerende bussen. De dominante frequentie bedraagt telkens rond de 15 Hz.
Dit duidt er ook op dat de eigenfrequentie van de vloer op de begane grond van het bestaande gebouw rond de 15 Hz ligt. Voor de toekomstige nieuwbouw moet dergelijke opslingering als gevolg van buspassages worden voorkomen om trillingshinder door wegverkeer te voorkomen. Op de tweede verdieping wordt in verticale richting ook een iets hoger niveau gemeten dan aan de fundering en op maaiveld. In horizontale richting worden lagere niveaus gemeten. Mogelijk is er sprake van enige mate van opslingering op de tweede verdieping. Dat in horizontale richting geen hogere niveaus zijn gemeten wekt de verwachting dat van schranken dan wel roteren van het gehele gebouw niet of nauwelijks sprake is. Dit is ook de verwachting gezien de gunstige geometrie en ligging t.o.v. het spoor. De toekomstige nieuwbouw heeft een vergelijkbare geometrie waardoor ook geen ongunstig schrank- dan wel rotatie effect wordt verwacht. Voor de prognose van trillingsniveaus op de vloeren van de toekomstige nieuwbouw wordt uitgegaan van de gemeten trillingsniveaus in het bestaande deel. Het gebouwontwerp van het toekomstige gebouwdeel heeft namelijk veel gelijkenissen met het bestaande deel als het gaat om funderingsontwerp (met poeren) en constructieve opbouw. Er volgt voor de prognose daarom een maatgevend trillingsniveau Vrmax—0,33.
Aanvullend is gekeken wat het trillingsniveau in een ongunstige situatie zou zijn als er toch sprake is van opslingering van een vloer in het nieuwe gedeelte van het gebouw. Daarbij is gerekend met het meest maatgevende funderingsmeetpunt van het bestaande gebouw en vervolgens met een opslingeringsfactor. Uit de prognose volgt dan een Vmax niveau in verticale richting tussen de 0,22 en 0,44. Verwacht wordt dat Vmax=0,44 een bovengrens is. Uitgaan van het funderingsmeetpunt aan het
24
bestaande bouwdeel is conservatief omdat deze het dichtst op het spoor ligt. De prognose geldt voor goederentreinpassages die zowel overdag, 's avonds als 's nachts passeren. De streefwaarde A2 voor de nachtperiode is maatgevend en bedraagt voort kantoorgebouwen voor nieuwbouw A2=0,6. Voor bestaande bouw bedraagt deze streefwaarde A2=l,2. Op basis van de prognose volgt dat trillingsniveaus in het toekomstige kantoorgebouw voldoen aan de SBR-richtlijn deel B. De gemeten Vper trillingsniveaus liggen onder de streefwaarde. Voor de toekomstige nieuwbouw wordt ook niet verwacht dat er sprake zal zijn van een overschrijding van de streefwaarde. De toetsing Van Vmax is maatgevend.
25
REFERENTIES 1.
Stichting Bouw Research (2006). SBR-richtlijn deel B: Hinder voor personen in gebouwen.
2.
23-179 - ABG kantoor, Opzet VO constructie (2024)- BOXSEL Engineering.
3.
Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen (2019). Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
4.
Federal Transit Administration (2006). Transit Noise and Vibration Impact Assessment.
5.
CUR Bouw en Infra (2012). 166 Damwandconstructies, 6e herziene druk.
6.
Presentatie gevels ABG vOl (2024), Architech Company/ 5.1.2.e
26
BIJLAGE I. MAATGEVENDE TRILLINGSSIGNALEN EN FREQUENTIEINHOUD
Maaiveld West Spectrum: 2022-08-22 20:51:28
Velocity Trce: 2022-08-22 20:51:28 w(
I
ï. 1
J. 1
< I1
‘ W/ 1!A
SujA
.k 7
h
Hl
^111 nwA “VI
i
MI’ I • "2
1A
iI
lil
1
r
i II
I
i
f
y YA,
1
i
3
%j5o Frequency [Mr)
Time[sl
Velocity Tracé: 2022-08-19 15:39:34
Spectrum: 2022-08-19 15:39:34 09
w0
A
1I' NA,,61,1 4NV ' 947/ ,I f!'
11' I
LH i i. th I. N,i6xa 0'■I R iNÏA' i iu n
I
i i,
ff
r
l ij 1
’4n!/H, *’
i-
Wl " • V1 I/"h" M
W.wky I AA/o Freqency [Hr)
Times)
Spectrum: 2022-08-17 20:08:48
Velocity Tracé: 2022-08-17 20:04:48
w0)
va (9 wi w0
i
y U L' l .K.4 P
M7
I y l i i ’1X
ï. 3
wën"oa
w0
6
I
I3
1 I1
-
1'1 2/11
6A
I
,1/11li M/
I
I
NV V!
I»
I Ij
2
c.
Time[s}
Freqency [Mr)
Velocity Tracé: 2022-08-17 13:52:46
Spectrum: 2022-08 17 13:52346
ƒ
w0
1 f 1 NL/hABM)ie I i (44
r
ll
■
" Iy
(
V.
if H
100
I
i
«M |
1
1
1 N
If
“W Frequency (Mz]
TtawH
27
28
Maaiveld oost Spectrum: 2022 08 22 17:14:26
Velocity Trace: 2022-08-22 17:14:24
VQ)
dl. I 01
0)
wo w
wn
we
1(11,
-AM
014
0.12
i om 0.04
I
0.02
AjuapP v . Frequency (Hz]
Velocity Trace: 2022 08 21 12:51:29
Spectrum: 2022-08-21 12:51:29 02
va) -wo w
1,
V(}
wo w0 015
'W*
E 01
i
U ,A o. A w -
1.
•5
Time (•]
Frequency [Hz]
Velocity Trace: 2022-08-22 17:52:40
Spectrum 2022 08 22 17:52:40 01-
w»Ct>
V0 -wo
wvm wi(
-w(0
0.15-
I
4 01-
i
005-
11
uawu.aoIr
Time[s]
100
Frequency [Hz]
Velocity Trace: 2022 08 20 18:42:44
Spectrum: 2022 08-20 18:42:44 •j
-w0
I Hoii J
0>
il I
-wo ng
1
41
Necd.s Xwa__
Time [•]
Frequency [Hz]
29
Fundering West
Velocity Trace: 2022-00-17 20:08:45
Spectrum: 2022-00-17 20:00 45 •4
8
wo v
-we w OU
A
)poWwy
I ]
Eoo
f 00
92
002-
J 0ss.,
Time [s]
Frequency[M:]
Velocity Trace: 2022-00-17 13:52:47
Spectrum: 2022-00-17 13:52:47 •0 -Wdl w<n
wfl)
we w
♦J
"
1A
•M
Ap F
ï
V *
v IJ
I
v \I N ï
ow
I,
43
Time[s]
Froquency [Hr]
Velocity Trace: 2022-00-21 13:07135
100
Spectrum: 2022-00- 21 13:07:35
w(i)
013
wo
we w
w(i>
ft
-y
F II
wtg.
03
Time[s] Velocity Trace: 2022-00-19 15:39:23
Frequency [Kr]
Spectrum: 2022-00-19 15:39:23 V(>
wo vu
1
. N
LM Ij
'
a1
Li | V/
II
rr
AV
V
I
43- •
w(u w(
OW
I
4J
I 1.5
wMaao
63
Frequency [Mr]
Time[s]
30
Fundering Oost Velocity Trace: 2022-08-17 20:08:49 01 02
01
02
Spectrum: 2022-08-17 20:08:49
927
V0
VaQ)
wo
-wo w
vMMMANHAA.
vg
I •00
Ioo
i •04
O®
03
15
2
Time[s]
Velocity Trace: 2022-08-22 08:23 39 3
3
I
* 3
AMAAAN
Spectrum: 2022-08-22 08:23:30 V0
o 10
wo w(
•0 W(t)
0 14
wg
A
A
012
F
OM
L
OM
um-
L
1-5
Spectrum: 2022-08-17 13:52:46
Velocity Trace: 2022-08-17 13:52:48 003
V WO) wi
•1
OM
WAMWAP
/
E ' •M
N
402
/ INL Frequency [Hz]
Time[s)
Spectrum: 2022-08 19 12:21:04
03
V0
wo
vgo
vg
•*
ado
i
UI
CM
o»
4
AAMMMAA
100
012-
W0 WO)
VWJ [mm/s]
wo>
1
i
Velocity Trace: 2022-08-19 12:21:04
t
I
005-
•J
13
V0 WO)
O®
•2
0?
100
Frequency [Rz)
Time [•]
1. j
100
Frequency [Hz]
o
N
li
Frequency [Hz]
Time [•]
31
100
Vloer begane grond Velocity Trace: 2022 0621 08:14:43
Spectrum: 2022-08-21 06:14:43
WW W<0 wW
ww WW
lil
ww
hl 1. •N-oeA-nf 02
d
dl
M
]
I
93
-‘an
i
ïï
•0
AA
L_sE
I 43
1»
Time[s]
Frequency [Hz]
Velocity Trace: 2022-06-21 09:45:13
Spectrum: 2022-08-21 09:45:13
, I. 18 Vv J 02.
» I
en- ■
ww wo ww
'l
ww wo ww
01
,I I I
LIS-
VVV w II 11
yu
II |
ï
ƒ
My (V
i.. on
04-
A
lil 100
Time[s]
Frequency [Hz)
Velocity Trace: 2022-06-21 10:14:58
Spectrum: 2022-08-21 10:14:58
।
.1
02
11 A0
) Ui HU U11
Lo N
07
VaQ wo w;
15-
f
Mpe-ArNiy f "yioëa
A
]
I
V( w0 WW
i..
I I
o.
I O
03
Time[s]
Frequeney[H:]
Velocity Trace: 2022-08-19 08:15:01
Spectrum: 2022-08-19 08:13:01
«1
02
V:
I
11 I * 1
I. .1 IVI //VV(
«CO •WW WW
wo w(
M
1»
I
_N Frequency (Hz)
03
13
Time[s]
32
Vloer 2evdp
Velocity Tracé: 2022-08-19 15:39:39
Spectrum 2022-08-19 15:39:39
v( wo -e
0t
«hl II) '
-MAM
i.
WW WW WW
i OW
!
‘ooo
o»
15
Time[s)
Frequency [Hz I
Velocity Tracé: 2022-08-21 13:07:54
Spectrum: 2022 08-21 13:07:54
as-
V(>
WWWM
WW
wo n(
WW WW
A P111
02
ï. ]
E0.1
i
VVV 1
•0»
V
IJ
Freqwency [Mz]
Time[s] Velocity Tracé: 2022-08-18 00:28:10
Spectrum: 2022-08-18 00:28:10 wfi)
A
ï. ( ]
02-
MMIA Time[s]
o
100
023-
WW •WW v«W
WW
we
r.r I. lts
083
ML
03
Frequency [Mz]
Velocity Tracé: 2022-08-19 20:41:48
»»
Spectrum: 2022-08-19 20:41:46
•0>
WW
-WW
v
v 6.53-
1
A
ï
V/N"V
A
i 005-
15
Time[s]
jo
43
Frequency (Kr)
33
Extra vloer BG snachts Velocity Tracé 2022-08-22 20:51:04
Spectrum: 2022-00-22 20:51:04
*Q
1
wo wo
wq
43
ï.
AnoWKNyA V MVAw V.
H ’'
*
.. i
V-
I N g
Tme [•]
Frequency [z]
Velocity Trace: 2022-08-19 00:45:44
Spectrum 2022-08-19 00:45:44
I I I
-e:
* -
*Q
-wo wou
wo
A Ni
I
II
6M
F
II II
n । IF
WOO
>
M6
I V
I
ea
W4 KcANA r— (•]
Frequency [Me]
Velocity Trace: 2022-00-20 02:15:10
Spectrum 2022-00-20 02:15:10
"W
nm
wo
wo
w»
ea
II A A N
A M
W
II
1)VV
lil
I
1. W ■ ANAA \NAAaNé / M l J Fv
I
42
Në
•5
A
Tme [•)
Frequency [Kr] Spectrum: 2022-05-22 0:24593
Velocity Trace: 2022-00-22 04:24:53
00- —
wen
•0
«o» wo
•m
I
w« 02
I
110
dl
/eMMobwhMAuewkwA-AMwGgok, / VI V I V VVVVT’" I'
0m-
i
I
ï
VI
‘I
UN wWa U
A
Freq-ey
T— t
34