CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Geredigeerd Bijlage 14. 2024-10-17 Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 Rijen

Gemeenteraad 15 december 2025, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: BOPA Anne Frankplein 12 Rijen (ABG-kantoor)4.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

O

geofoxx

milieu expertise

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

zinnig!

o Nader onderzoek vleermuizen

Anne Frankplein 1 2 te Rijen

Opdrachtgever ABG-Organisatie De 5.1.2.e Postbus 3 5130 AA ALPHEN NB

Adviesbureau Geofoxx Jules Verneweg 21-15 Postbus 2205 5001 CE TILBURG 013 - 458 21 61 Status Versie 1 Datum 1 7 oktober 2024 Projectnummer 20240387/SAST Documentkenmerk 20240387 b1RAP

Auteur De 5.1.2.e 5.1.2.e

Paraaf:

Controle / vrijgave De 5.1.2.e Paraaf:

O

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

Inhoudsopgave

1

Inleiding 1.1 Kwaliteitsborging

1 1

2

Resultaten vooronderzoek 2.1 Locatiebeschrijving 2.2 Ontwikkeling/activiteiten Voorgaand ecologisch onderzoek 2.3

2 2 3 3

3

Nader onderzoek vleermuizen 3.1 Soortinformatie vleermuizen 3.2 Onderzoeksmethode Resultaten 3.3 3.4 Overige waarnemingen

4 4 5 6 9

Interpretatie Vleermuizen 4.1.1 Foerageergebieden migratie-, en vliegroutes 4.1.2 Verblijfplaatsen

10 10 10 10

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Vleermuizen 5.1 5.2 Samenvatting Conclusies

12

4

4.1

5

12 12

Bijlagen

1 2

Schadelijke handelingen Verspreidingskaart

5.1.2.e

Projectnummer 20240387/SAST

Datum oktober 2024

-/-

O

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

1

Inleiding

In opdracht van ABG-Organisatie heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau1 , een nader onderzoek vleermuizen uitgevoerd op de locatie Anne Frankplein 12 te Rijen.

De aanleiding voor het uitvoeren van een nader onderzoek vleermuizen zijn de voorgenomen renovatiewerkzaamheden en de resultaten van de reeds uitgevoerde quickscan flora en fauna (20240387 a1RAP). Het doel van het nader onderzoek is: 1. Het vaststellen van de aanwezigheid van verblijfplaatsen en functie van het gebied voor vleermuizen; 2. Een effectbeoordeling uit te voeren van de voorgenomen werkzaamheden op mogelijk aanwezige vleermuizen.

Aan de orde komen: het vooronderzoek (literatuurstudie), de veldinspectie, de interpretatie van de verzamelde gegevens en de conclusies en aanbevelingen. De resultaten van dit nader onderzoek worden in dit rapport gepresenteerd. In de navolgende hoofdstukken 2 en 3 worden de resultaten van het vooronderzoek en het nader onderzoek besproken. In hoofdstuk 4 zijn overige waarnemingen van de locatiebezoeken opgenomen. In hoofdstuk 5 zijn de resultaten samengevat en zijn aanbevelingen opgenomen voor het vervolg. Het wettelijk kader en de verbodsbepalingen zijn opgenomen in bijlage 1. In bijlage 2 is een kaart met waarnemingen toegevoegd.

1 .1

Kwaliteitsborging

Geofoxx is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en de werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens hun gedragscode. De personen die de werkzaamheden hebben uitgevoerd en/of verwerkt, zijn allen door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door hen verrichte werkzaamheden. Onderhevige onderzoek is, zolang er geen ecologisch relevante wijzigingen zijn uitgevoerd, drie jaar geldig.

' De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd.

1/12

O

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

2

Resultaten vooronderzoek

2.1

Locatiebeschrijving

De locatie betreft een kantoorpand aan het Anne Frankplein 12 in het dorp Rijen (provincie Noord-Brabant). De onderzoekslocatie bestaat volledig uit bebouwing. Ten zuiden van de onderzoekslocatie ligt het treinstation Gilze-Rijen. Ten oosten van de locatie ligt een bouwmarkt en ten westen van de locatie is het politiebureau gesitueerd. Aan de overzijde van de weg ligt een appartementencomplex met onder andere een huisarts en apotheek op de begane grond. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in afbeeldingen 2.1 en 2.2.

B

Er

/

/

R

F

e

!

M»

(

1

ge

hi J

M Afbeelding 2.1: Luchtfoto met onderzoekslocatie in blauw omlijnd (bron: PDOK).

I___

ffiïil

Ihuuimkim

IIII

Afbeelding 2.2: Foto onderzoekslocatie (bron: Geofoxx).

Projectnummer

20240387/SAST

Datum oktober 2024

N G B

2/12

O

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

2.2

Ontwikkeling/activiteiten

Een ruimtelijke ingreep kan negatieve gevolgen hebben voor de actuele natuurwaarden van de onderzoekslocatie. In deze quickscan is vooraf bekeken welke effecten op de actuele natuurwaarden optreden. Als gevolg van de geplande renovatie van het pand worden er de volgende werkzaamheden uitgevoerd: Renovatie/isolatie werkzaamheden.

2.3

Voorgaand ecologisch onderzoek

Ecologische quickscans Uit een eerder uitgevoerde ecologische quickscan is geconcludeerd dat het niet uit te sluiten is dat de onderzoekslocatie in gebruik is door vleermuizen. Andere soorten zijn op basis van deze quickscan wel uit te sluiten (Brabant Eco, rapportnummer 2022-BE-0384, 29 juli 2022). In het voorjaar van 2024 is door Geofoxx een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Op basis van de quickscan kan niet worden uitgesloten dat de locatie in gebruik is als vaste rust- en/of verblijfplaats voor vleermuizen. Hiermee bestaat de noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen (Geofoxx, 20240387_a1 RAP, 17 oktober 2024).

Nader onderzoek gebouw bewonende vleermuizen Tijdens dit onderzoek is het gebouw onderzocht en zijn er geen vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen (Brabant Eco, rapportnummer 2022-BE-0384, 22 juni 2023).

Projectnummer 20240387/SAST

Datum oktober 2024

5.1.2.e

3/12

O

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

3

Nader onderzoek vleermuizen

3.1

Soortinformatie vleermuizen

Vleermuizen komen in uiteenlopende landschapstypen en habitats voor. De meeste soorten zijn hoofdzakelijk 's nachts actief en maken op verschillende manieren gebruik van bomen, gebouwen en groenstructuren. Functies die deze landschappelijke elementen vervullen zijn: • Zomerverblijfplaats • Kraamverblijfplaats • Paarverblijfplaats • Winterverblijfplaats • (essentieel) foerageergebied

Om deze functies in beeld te krijgen moet er in verschillende periodes van het jaar en tijden van de dag geïnventariseerd worden. De werkwijze en onderzoeksmethoden zijn vastgelegd in het Vleermuisprotocol 2021. Deze gestandaardiseerde methode is opgesteld en wordt geëvalueerd door de brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus (NGB) in samenwerking met de Zoogdiervereniging en de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Op basis van de gebiedskenmerken en de quickscan wordt er onderzoek uitgevoerd naar de volgende soorten (bron: www.zoogdiervereniging.nl):

Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuizen jagen in de beschutting van opgaande elementen in groene bebouwde omgeving, langs kanalen, vaarten, in tuinen en parken met vijvers, in lanen en tussen boomkruinen. Waterpartijen en beschutte oevers zijn favoriet als jachtgebied. Ze vangen een breedspectrum aan veelal kleinere prooien uit de lucht en pakken dat wat voorhanden is. (Kraam)kolonies zijn in Nederland vooral in gebouwen, in spouwmuren, achter betimmering en daklijsten, of onder dakpannen gevonden. De groepsgroottes lopen uiteen van enkele tientallen tot meer dan tweehonderd dieren. Gewone dwergvleermuizen zijn plaatsgebonden, maar gebruiken meerdere verblijfplaatsen en verhuizen relatief vaak. Ze jagen hoofdzakelijk binnen een straal van 2-5 km van de verblijfplaats. Vliegroutes volgen zoveel mogelijk lijnvormige structuren. In de bebouwde kom zijn de baltsvluchten van roepende mannetjes in hun territorium in de herfst gemakkelijk op te sporen. De paarverblijven in spleten in en om gebouwen zijn echter moeilijker te identificeren. Aanwezigheid van paarlocaties kan een indicatie zijn van mogelijke winterverblijven. Daarnaast kan tijdens de zomer en het begin van de paarperiode zwermgedrag worden waargenomen bij complexen die in gebruik worden genomen voor overwintering door grote groepen dieren.

Ruige dwergvleermuis dwergvleermuizen hebben jachtgebieden en Ruige doorgaans dezelfde zomerverblijfsplaatsen als gewone dwergvleermuizen, waar deze soorten verschillen zijn bij het paar en winter gedrag.

Mannetjes maken tijdens het paarseizoen territoriale geluiden vanuit de paarverblijfsplaatsen (vaak gevonden onder daklijsten en betimmeringen, maar ook in boomholtes). In de winter hebben ruige dwergvleermuizen een sterke seizoenstrek waarbij dieren afstanden van 2000 km afleggen vanuit midden- en oost- Europa om te overwinteren (o.a. in Nederland) De winterverblijfsplaatsen zijn te vinden in gebouwen, maar ook in houtstapels en boomholtes. Vaak wordt bij vorst de huizen opgezocht.

Projectnummer

20240387/SAST

Datum oktober 2024

N G B

4/12

O

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

Laatvlieger De laatvlieger jaagt boven open tot halfopen landschap, vooral in de beschutting van opgaande elementen zoals bosranden, heggen en lanen. De laatvlieger vliegt meestal op enige afstand van de vegetatie boven (vochtige) graslanden en weilanden, langs kanalen en vaarten, in tuinen en in parken met vijvers. Kraamkolonies komen voor zover bekend alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter de betimmering, onder daklijsten en dakpannen of onder het lood rondom de schoorsteen. Soms worden ze ook op zolders aangetroffen. Solitaire mannetjes worden soms achter vensterluiken gevonden. In de paartijd (septemberoktober) worden vergelijkbare verblijven gebruikt. Er worden dan ook kleine groepjes laatvliegers op plaatsen gevonden waar ze in de zomer niet zaten. Laatvliegers bewonen een netwerk van verschillende huizen die op een afstand van hooguit enkele honderden meters van elkaar liggen. Soms wordt één huis jaar na jaar als zomer- en winterverblijf gebruikt. De jachtgebieden liggen in een straal van 1 tot 5 km (zelden meer) rondom de kolonie. In de winter zoeken laatvliegers nauwe en relatief droge plaatsen op zoals spouwmuren, spleten en scheuren in zolders, oude kelders en soms ook kieren dicht bij de ingang van grotten.

Gewone grootoorvleermuis De gewone grootoorvleermuis gebruikt zeer uiteenlopende soorten verblijfplaatsen. Ze worden in de zomer aangetroffen op zolders, achter betimmeringen, daklijsten en vensterluiken, in spouwmuren en onder dakpannen, in holten en spleten in bomen en in nest- en vleermuiskasten. Ze vormen meestal groepen van 5 tot 25 dieren, en in uitzonderingen tot 80 dieren. Deze uitzonderingen gebruiken in kleine groepjes verspreid een groot aantal verblijfplaatsen naast elkaar. Ze verhuizen vaak. De gewone grootoorvleermuis jaagt dicht bij de vegetatie waarbij ze de prooi direct van de vegetatie af halen. Gewone grootoorvleermuizen vangen diverse relatief grote, vaak dag actieve of niet-vliegende prooien, zoals dagpauwogen, langpootmuggen, spinnen, kevers, schietmoten, vliegen, rupsen, steekmuggen en oorwormen. Grote prooien worden meegenomen naar een hangplaats en daar opgegeten. Er is geen nader onderzoek uitgevoerd naar boombewonende soorten want er vinden enkel werkzaamheden plaats aan de bebouwing en er zijn geen geschikte bomen (met holten) in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Er is geen nader onderzoek uitgevoerd naar meervleermuis vanwege het ontbreken van een waterpartij in de omgeving.

3.2

Onderzoeksmethode

Het veldonderzoek is uitgevoerd conform het vleermuizenprotocol 2021 en de desbetreffende kennisdocumenten. Het omvat drie bezoeken in de periode mei - juni en twee bezoeken in de periode augustus - september (bronnen: kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ 12; kennisdocument ruige dwergvleermuis, BIJ 12; vleermuizenprotocol 2021, NGB). Iedere ronde is door vier personen uitgevoerd. Op deze wijze is ervoor gezorgd dat er een compleet beeld van het gebied is verkregen en wordt voldaan aan de gestelde eisen uit het vleermuisprotocol met betrekking tot de zichtbaarheid van het onderzoeksgebied.

De onderzoekslocatie is omgeven door trottoirs en een parkeerplaats waar vanuit het vleermuisonderzoek wordt uitgevoerd. Vanuit deze plekken zijn alle in- en uitvliegopeningen goed te overzien en zijn er geen elementen die gedeeltes van het pand van het zicht onttrekken. Bij de inventarisatie is gestreefd naar een periode die volgens het vleermuisprotocol 2021 optimaal is. Soms kan het gebeuren dat er door onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld het weer) afgeweken wordt van de oorspronkelijke planning. Er is altijd gezocht naar een moment dat de inventarisatieomstandigheden voor vleermuizen optimaal zijn. Er is ten aller tijden meer dan het aantal tussendagen tussen twee ronden zoals in het protocol gehanteerd.

Projectnummer 20240387/SAST

Datum oktober 2024

5.1.2.e

5/12

O

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

Zomer- en kraamverblijven De onderzoeken naar de zomer- en kraamverblijfplaatsen zijn uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021. Paarverblijven Voor het inventariseren van de paarverblijven en baltsterritoria wordt er door het kennisdocument aanbevolen om een uur na zonsondergang te beginnen. Voor de ruige dwegvleermuis is rekening gehouden met een middennachtbezoek.

Apparatuur De veldonderzoek vindt plaats met behulp van batdetectors. Deze zetten de voor de mens onhoorbare sonargeluiden om naar klanken en ritmes die de onderzoekers ze in staat stellen de vleermuizen op soortniveau te determineren. Er is gebruik gemaakt van de Pettersson M500 en Pettersson D240x batdetectors. Deze detectors worden in de hand meegenomen terwijl de onderzoeker visueel de activiteit en de mogelijke in-en uitvliegopeningen in de gaten houdt. Het voordeel van de Pettersson M500 is dat deze tevens de sonargeluiden grafisch weergeeft en ook opgenomen kunnen worden indien er twijfel ontstaat of er mogelijk veel omgevingsgeluid in het veld aanwezig is. Bij geval van twijfel kunnen derhalve achteraf de waarnemingen worden geanalyseerd. Op deze wijze wordt er ruim voldaan aan de eisen uit het vleermuisprotocol voor wat betreft het onderdeel 'geluidsopnamen'.

3.3

Resultaten

De inventarisatie heeft plaatsgevonden in 2024 in de maanden juni tot en met september. In onderstaande tabel zijn de inventarisatiedata en omstandigheden opgenomen. Het onderzoek 5.1.2.e 5.1.2.e en de is uitgevoerd door 5.1.2.e 5.1.2.e

Tabel 3.1: Resultaten vleermuisonderzoek WeersOmstandigheden

Uitkomsten

30-05-2024 Avond

14°C, droog, 100% bewolkt 2 bft2

Bebouwing is geschikt voor vleermuizen om een verblijfplaats te bezetten._____________

30-05-2024 21:30-23:45

1 4°C, grotendeels droog, van 22:28 22:32 miezer, 100% bewolkt 2 bft2

Rond 22:04 vloog een rosse vleermuis over, om 22:05, vloog er vermoedelijk een gewone dwergvleermuis uit het pand (afbeelding 3.1). Om 22:11 vloog ook een gewone dwergvleermuis uit (afbeelding 3.2) Er zijn tijdens het onderzoek nog diverse overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen die langs de bomenrij vlogen, (zie bijlage 2). Daarnaast is er twee keer een laatvlieger waargenomen (22:17 en 22:33).

Nr. Omschrijving

Datum

0

Quickscan

1

Zomer- en kraamverblijf

Projectnummer 20240387/SAST

Begin en eindtijd

Datum oktober 2024

N G B

6/12

O

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

2

Zomer- en kraamverblijf

19-06-2024 21:50-00:02

15°C, droog, 0 % bewolkt, 2 bft.2

Er zijn geen uitvliegende individuen waargenomen, wel tikte een enkele gewone dwergvleermuis op verschillende momenten tijdens de avond de oostelijke gevel aan Hierbij werden telkens de stootvoegen boven de eerste rij ramen aangetikt. Er wordt aangenomen dat hier een verblijfsplaats met meerdere is, invliegopeningen (afbeelding 3.3). Verder zijn er enkele gewone dwergvleermuizen waargenomen die langs de bomenrij vliegen. Rosse vleermuis en laatvlieger zijn enkele keren overgevlogen.

3

Zomer- en kraamverblijf

24-07-2024 03:45-05:55

1 6°C, grotendeels droog van 04:41 t/m 04:43 miezer, 60 % bewolkt, 2 bft.2

Er is een invliegende gewone dwergvleermuis waargenomen om 05:31 (afbeelding 3.4). Verder zijn er enkele gewone dwergvleermuizen waargenomen die langs de bomenrij vlogen.

4

Paarverblijf

17-08-2024 00:00-02:00

1 9°C, grotendeels droog van 00:04 t/m 00:22 lichte miezer, 1 00 % bewolkt, 1 bft.2

Om 00:04 is er een overvliegende gewone dwergvleermuis die sociaal gedrag vertoont waargenomen. Deze vertoonde geen binding met het gebouw, maar meer met de woonhuizen aan de overkant van de straat Gedurende het onderzoek is er op verschillende tijden een gewone dwergvleermuis aangetroffen die sociaal gedrag vertoonde nabij de eerder aangetroffen zomerverblijfsplaats (afbeelding 3.2). Er wordt aangenomen dal deze verblijfsplaats ook als paarverblijf wordt gebruikt.

5

Paarverblijf

05-09-2024 23:57-02:00

21 °C, droog, 0 % bewolkt, 2 bft.2

Tijdens het onderzoek is de paarverblijfsplaats van de vorige keer aangetroffen, er is 'aantik gedrag gezien Tijdens deze ronde zijn er ook 2 ruige dwergvleermuizen overgevlogen (om 00:49 en 01:26)

MI

Figuur 3. 7: Zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis t.p.v. rode cirkel aangetroffen op 30 mei 2024.

Projectnummer 20240387/SAST

Datum oktober 2024

N G B

7/12

O

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

Figuur 3.2: Zomer- en paarverbiijfplaats gewone dwergvleermuis t.p.v. rode cirkel aangetroffen op 30 mei 2024, 1 7 augustus 2024 en 5 september 2024.

•mi.HE

I

n IL Figuur 3.3: Zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis t.p.v. rood vierkant aangetroffen op 24 juli 2024.

Projectnummer

20240387/SAST

Datum oktober 2024

N G B

8/12

O

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

■ llll IHIIIIIINII IS

e

oo d

11

Figuur 3.4: Zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis t.p.v. rode cirkel aangetroffen op 24 juli 2024.

3.4

Overige waarnemingen

Verder zijn er tijdens de diverse veldbezoeken nog verscheidene waarnemingen gedaan van een aantal algemene broedvogels. Er waren een merel en kraai die op zich op het dak bevonden tijdens de uitvoering van de quickscan.

Projectnummer

20240387/SAST

Datum oktober 2024

5.1.2.e

9/12

O

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

4

Interpretatie

4.1

Vleermuizen

4.1.1

Foerageergebieden migratie-, en vliegroutes

Er zijn geen duidelijke migratie- of vliegroutes in het onderzoeksgebied aangetroffen. Er zijn tijdens de inventarisatierondes overvliegende individuen waargenomen (rosse vleermuis, ruige vleermuis of laatvlieger). Gewone dwergvleermuis is met name langs de bomenrij ten zuidoosten van de onderzoekslocatie waargenomen. De bomenrij wordt gebruikt als vliegroute, maar wordt niet als essentieel bestempeld. Er zijn namelijk sporadisch individuen waargenomen, maar er is geen sprake van veelvuldig gebruik

Omdat de werkzaamheden alleen plaatsvinden aan het gebouw, zullen de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor de foerageerfunctie van het gebied minimaal zijn. Structuren zoals bomenrijen, die van belang kunnen zijn als migratie- of vliegroute, worden niet aangetast door de geplande werkzaamheden.

4.1.2

Verblijfplaatsen

Gewone dwergvleermuis De meeste waarnemingen tijdens de veldbezoeken zijn van de gewone dwergvleermuis. De dieren zijn verspreid over het terrein foeragerend waargenomen. De meeste activiteit werd geconstateerd langs de bomen die ten zuidoosten van het plangebied staan. In totaal zijn er twee zomerverblijfplaatsen aangetroffen waarvan één ook vermoedelijk dient als paarverblijf. Daarnaast zijn er twee vermoedelijke zomerverblijfplaatsen aangetroffen. Samengevat: • Geen kraamverblijfplaatsen • Vier zomerverblijfplaatsen (waarvan twee vermoedelijk) • Eén mogelijke paarverblijfplaats

Er zijn geen aanwijzingen (zwermgedrag) dat het gebouw als winterverblijf wordt gebruikt. Ruige dwergvleermuis De ruige dwergvleermuis is slechts twee maal kortstondig waargenomen. De onderzoekslocatie speelt geen rol van betekenis als essentieel foerageergebied of als verblijflocatie van de soort.

Samengevat: • Geen kraamverblijfplaatsen • Geen zomerverblijfplaatsen • Geen paarverblijfplaats

Er zijn geen aanwijzingen (zwermgedrag) dat het gebouw als winterverblijf wordt gebruikt.

Projectnummer 20240387/SAST

Datum oktober 2024

N G B

10/12

O

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

Laatvlieger De laatvlieger is slechts twee maal kortstondig waargenomen. De onderzoekslocatie speelt geen rol van betekenis als essentieel foerageergebied of als verblijflocatie van de soort. Samengevat: • Geen kraamverblijfplaatsen • Geen zomerverblijfplaatsen • Geen paarverblijfplaats Er zijn geen aanwijzingen (zwermgedrag) dat het gebouw als winterverblijf wordt gebruikt.

Gewone grootoorvleermuis De gewone grootoorvleermuis is niet waargenomen. De onderzoekslocatie speelt geen rol van betekenis als essentieel foerageergebied of als verblijflocatie van de soort. Samengevat: • Geen kraamverblijfplaatsen • Geen zomerverblijfplaatsen • Geen paarverblijfplaats Er zijn geen aanwijzingen (zwermgedrag) dat het gebouw als winterverblijf wordt gebruikt.

Projectnummer

20240387/SAST

Datum oktober 2024

5.1.2.e

11/12

O

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

In opdracht van ABG-Organisatie heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau, een nader onderzoek vleermuizen uitgevoerd op de locatie Anne Frankplein 12 te Rijen.

De aanleiding voor het uitvoeren van een nader onderzoek vleermuizen zijn de voorgenomen renovatiewerkzaamheden en de resultaten van de reeds uitgevoerde quickscan flora en fauna (20240387 a1RAP). Het doel van het nader onderzoek is: 1. Het vaststellen van de aanwezigheid van verblijfplaatsen en functie van het gebied voor vleermuizen; 2. Een effectbeoordeling uit te voeren van de voorgenomen werkzaamheden op mogelijk aanwezige vleermuizen.

5.1

Vleermuizen

Er wordt uitgegaan van vier zomerverblijfsplaatsen en één paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in het projectgebouw. Eén van de zomerverblijfplaatsen wordt ook als paarverblijfplaats gebruikt. De voorgenomen werkzaamheden hebben negatieve gevolgen voor vleermuizen in het gebouw doordat verblijfplaatsen worden verstoord en vernield. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn strikt beschermd en mogen niet zonder vergunning worden aangetast. De geplande werkzaamheden kunnen enkel doorgang vinden als voor de start van de werkzaamheden een vergunning in het kader van de Omgevingswet is verkregen, of als er wordt gewerkt conform een door de Minister goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Om onder een gedragscode te mogen werken, moet een gemeente de gedragscode door het college- of raadsbesluit van toepassing verklaren. Hier zijn eisen aan verbonden.

1. Werken onder de gedragscode Voor dit project is de volgende gedragscode relevant: "soortenbescherming gemeenten Stadswerk". De D-maatregelen uit deze gedragscode zijn van toepassing. Een onderdeel hiervan is het plaatsen van vleermuiskasten en het ongeschikt maken van het projectgebouw onder ecologische begeleiding. Er dient een mitigatieplan en een ecologisch werkprotocol op te worden opgesteld waarin mitigerende maatregelen zijn toegelicht. 2. Doorlopen vergunningstraject Indien er geen gebruik wordt gemaakt van de gedragscode, dient bij bevoegd gezag een vergunning van de Omgevingswet te worden aangevraagd. Een voorwaarde voor het verkrijgen van deze vergunning is dat er een activiteitenplan met ecologisch werkprotocol wordt aangeleverd ter beoordeling. Hierin wordt o.a. het plaatsen van vleermuiskasten en het ongeschikt maken van het projectgebouw onder ecologische begeleiding beschreven. De doorlooptijd van een vergunningsaanvraag omvat doorgaans 8 tot 24 weken.

5.2

Samenvatting Conclusies

Onderwerp Vleermuizen - Verblijfplaats

Vleermuizen - Vliegroute

Algemene broedvogels

Projectnummer 20240387/SAST

Resultaat en interpretatie_____________ Meerdere zomerverblijfplaatsen en één paarverblijfplaats aangetroffen._______ Er gaan geen essentiële vliegroutes of foerageergebied verloren._____________ Mogelijk algemene soorten aanwezig

Datum oktober 2024

Conclusie Maatregelen zijn noodzakelijk. Geen maatregelen noodzakelijk. Werken buiten broedseizoen of voer een broedvogelcheck uit.

N G B

12/12

o

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

Bijlage 1: Schadelijke handelingen

projectnummer 20240387/SAST

datum oktober 2024

5.1.2.e

Bijlagen

O

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

Vogelrichtlijn: Artikel 11.37 Bal 1. Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. 2. Het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels.

3. 4.

Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels. Het opzettelijk storen van vogels.

5.

Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort. Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel.

6.

Habitatrichtlijn: Artikel 11.46 Bal 1. Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren als bedoeld in de Habitatrichtlijn bijlage IV, onder a, Bern bijlage II, Bonn bijlage I. 2. Het opzettelijk verstoren van dieren.

3. 4. 5. 6.

7.

Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren. Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b Habitatrichtlijn of bijlage I verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel.

Andere soorten: Artikel 11.54 Bal 1. Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A. 2. Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren.

3.

Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B.

4.

Het verbod geldt niet voor bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

5.

Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel.

projectnummer 20240387/SAST

datum oktober 2024

5.1.2.e

Bijlagen

o

Nader onderzoek vleermuizen Anne Frankplein 12 te Rijen

XX

Bijlage 2: Verspreidingskaart

projectnummer 20240387/SAST

datum oktober 2024

5.1.2.e

Bijlagen

37 39

00®

8V

•7 t

I

5.1.2.e

‘enrusra

4

18-204

i / » /

i *

f /

I

r

♦

Legenda Plangebied ►Vliegroute (niet essentieel) Zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis

fikstraat

gerplein

ni Koolaspa

aq

A

—

Par

Spoorlaan Zuid

■

1ë ;

ber e

Ve,nnéweVeg

cec"

TUi

Idp33r

Sr, tons,e .

g

I

Ktl

§

I

23

ë

57

o.

>

* Gewone dwergvleermuis

85 7 8

•I

d0.wibautplein\ vathideU-P watnude

og

o

4 Zomer- en paarverblijfplaats gewone dwergvleermuis

Boom

Oost

è 3

1

roen6

Omschrijving: Verspreidingskaart

6a"

8

(

i

__

Overzichtskaart: 1:15.000 5.1.2.e

m

Project: Anne Frankplein 12 te Rijen Projectnummer: 20240387

Bijlage: 2 Schaal: 1:600 Formaat: A3

A N

Datum: 16-10-2024 Tekenaar: SAST

o

geofoxx

milieu expertise

Wg I-fs-01 .geofoxdexmond. local\data$\GL_Prcg\2024\0xx 5.1.2.e

t;

KBR(

e2 BIODIVERSITEIT

GIS & DATA

geofoxx.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16360662/1