Geredigeerd BIjlage 13. 2024-10-17 Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 Rijen
Tekst van het document
O
geofoxx
milieu expertise
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
zinnig!
o Quickscan flora en fauna
Anne Frankplein 12 te Rijen
Opdrachtgever ABG-Organisatie De 5.1.2.e Postbus 3 5130 AA ALPHEN NB
Adviesbureau Geofoxx Jules Verneweg 21-15 Postbus 2205 5001 CE TILBURG 013 - 458 21 61
Auteur De 5.1.2.e 5.1.2.e
Paraaf:
Vrijgave 5.1.2.e
Paraaf: 5.1.2.e
Status Versie 1 Datum 1 7 oktober 2024 Projectnummer 20240387/SAST Documentkenmerk 20240387 a1RAP
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
Inhoudsopgave
1
Inleiding 1.1 Kwaliteitsborging
1 1
2
Resultaten vooronderzoek 2.1 Locatiebeschrijving 2.2 Eerder uitgevoerde ecologische onderzoeken Ontwikkeling/activiteiten 2.3 2.4 Invloedsfeer activiteiten
2 2 2 3 3
3
Wettelijk kader 3.1 Omgevingswet 3.1.1 Algemene zorgplicht 3.1.2 Specifieke zorgplicht 3.2 Omgevingsverordening Provincie Noord-Brabant
4 4 4 4 6
4
Werkzaamheden, resultaten en interpretatie 4.1 Werkzaamheden 4.2 Bureaustudie gebiedsbescherming 4.3 Bureaustudie en veldinspectie beschermde soorten
7 7 7 8
5
Conclusies en aanbevelingen 5.1 Conclusies 5.2 Aanbevelingen
13 13 14
Bijlagen
1 2 3
4
Foto's Schadelijke handelingen Vrijstellingen soorten provincie Lijst vogels met jaarrond beschermde nesten
Projectnummer
20240387/SAST
Datum oktober 2024
N G B
-/-
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
1
Inleiding
In opdracht van ABG-Organisatie heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau1, een quickscan flora en fauna uitgevoerd op de locatie Anne Frankplein 12 te Rijen.
De aanleiding voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna wordt gevormd door de voorgenomen renovatie werkzaamheden en gedeeltelijke herontwikkeling van het plangebied. De ruimtelijke ingreep zal getoetst moeten worden aan vigerende natuurwet- en regelgeving. Per 1 januari 2024 worden de natuurwaarden in Nederland beschermd via de Omgevingswet (hierna: Ow). Onder de Ow is de bescherming geregeld van Natura 2000-gebieden, soorten die genoemd zijn in de vogelrichtlijn, de habitatrichtlijn of die beschermd zijn als nationale soort en van houtopstanden. Naast de wettelijke bescherming worden natuurgebieden planologisch beschermd via onder andere het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN). Om te bepalen of de voorgenomen plannen (mogelijk) leiden tot een overtreding van de huidige natuurwetgeving, is een quickscan flora en fauna noodzakelijk. Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de mogelijk negatieve effecten op kwetsbare soorten en/of beschermde flora en fauna, alsmede het inbeeld krijgen van eventuele risico's en randvoorwaarden die hiermee verband houden. Ook wordt bepaald of in het kader van Natura 2000 een passende beoordeling nodig is of dat vervolgstappen nodig zijn ten aanzien van het planologisch beschermde NNN.
Als laatste geeft de quickscan duidelijkheid over de vraag of voor het kappen van de opstand een kapmelding ingediend moet worden bij het bevoegd gezag.
Aan de orde komen de volgende zaken: beschrijving van het vooronderzoek (literatuurstudie), de veldinspectie, de interpretatie van de verzamelde gegevens en de conclusies en aanbevelingen.
1 .1
Kwaliteitsborging
Geofoxx is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB); de werkzaamheden zijn dan ook uitgevoerd volgens hun gedragscode. De personen die de werkzaamheden hebben uitgevoerd en/of verwerkt, zijn allen door opleiding, werkervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor de door hen verrichte werkzaamheden. Voorliggende onderzoeksrapportage is, zolang er geen ecologisch relevante veranderingen hebben plaatsgevonden, twee jaar geldig. Een quickscan flora en fauna kan het hele jaar door worden uitgevoerd gezien het feit dat het in eerste instantie gaat om een verkenning van geschikte biotopen voor beschermde soorten in het plangebied.
7 De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd.
Geofoxx is een handelsnaam van Geofox-Lexmond bv, statutair gevestigd te Oldenzaal en ingeschreven in het handelsregister onder nr. 06056452. Op alle opdrachten zijn de algemene voorwaarden van Geofox-Lexmond bv van toepassing. Deze voorwaarden zijn te vinden op geofoxx.nl.
1/14
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX 2
Resultaten vooronderzoek
2.1
Locatiebeschrijving
De locatie betreft een kantoorpand aan het Anne Frankplein 12 in het dorp Rijen (provincie Noord-Brabant). Ten zuiden van het plangebied ligt het treinstation Gilze-Rijen. Ten oosten van de locatie ligt een bouwmarkt en ten westen van de locatie is het politiebureau gesitueerd. Aan de overzijde van de weg ligt een appartementencomplex met onder andere een huisarts en een apotheek op de begane grond. De locatiegegevens zijn beschreven in tabel 2.1. De situering van het plangebied is weergegeven in afbeelding 2.1. De blauwe contour betreft het plangebied. Tabel 2.1: Locatiegegevens
locatie Anne Frankplein Gilze-Rijen Gilze en Rijen, Sectie: B, Nummer: 4824 4.390 m2
Straat Gemeente Kadastrale gegevens Oppervlakte locatie
M
88AgBg
4N
4R4S.
* 3
8EgF
4
4A
13 35
4w
2A
*
15
—--2 -a"-
r*
NV2w 2X 2y IE 2 / 2H 22 21
N
11
ge "e
F ■r i ►
-
9
r12 i2A
f
-é
5
43
3(
8876“8 liz
- "
1 %,
-----IS
Afbeelding 2.1: Luchtfoto. Plangebied ligt binnen de contour. Bron: PDOK.
2.2
Eerder uitgevoerde ecologische onderzoeken
Ecologische quickscan Uit een eerder uitgevoerde ecologische quickscan is geconcludeerd dat het niet uit te sluiten is dat het onderzoeksgebied in gebruik is door vleermuizen. Andere soorten zijn op basis van deze quickscan wel uit te sluiten (Brabant Eco, rapportnummer 2022-BE-0384, 29 juli 2022). Nader onderzoek gebouw bewonende vleermuizen Tijdens dit onderzoek is het gebouw onderzocht en zijn er geen vleermuis verblijfsplaatsen aangetroffen (Brabant Eco, rapportnummer 2022-BE-0384, 22 juni 2023).
Projectnummer
20240387/SAST
Datum oktober 2024
N G B
2/14
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
2.3
Ontwikkeling/activiteiten
De geplande ruimtelijke ingreep kan negatieve gevolgen hebben voor de actuele natuurwaarden van het plangebied. De werkzaamheden bestaan uit de renovatie van de bebouwing. Er zullen geen bomen worden gekapt. In deze quickscan flora en fauna is voorafgaand aan de ruimtelijke ingrepen bekeken welke effecten op de actuele natuurwaarden kunnen optreden. De volgende activiteiten worden getoetst aan de Omgevingswet: Grootschalige renovatie en isolatie werkzaamheden.
2.4
Invloedsfeer activiteiten
Activiteiten kunnen een negatieve invloed hebben op beschermde (plant- en dier) soorten én beschermde natuurgebieden, zowel binnen als buiten het onderzoeksgebied. Dit kunnen invloeden zijn van tijdelijke of permanente aard. Dit wordt gezien als de invloedsfeer van de activiteiten.
Mogelijke invloeden van tijdelijke aard zijn: verstoring van rust- en voorplatingsplaatsen door geluid, stof en trillingen; verstoring van verblijfsplaats door het tijdelijk verwijderen van gemeentelijk groen. Mogelijke invloeden van permanente aard zijn: het aantasten of vernielen van jaarrond beschermde vaste rustof voortplantingsplaatsen en/of jaarrond beschermde nesten; de aantasting van de kwaliteit van het leefgebied met als gevolg het verdwijnen van soorten; het verspreiden van invasieve exoten naar locaties buiten het plangebied.
Effectbeoordeling Gezien de aard van de werkzaamheden is er geen aanleiding om te veronderstellen dat beschermde soorten en/ of- waarden buiten het onderzoeksgebied op een negatieve manier worden beïnvloed. Wel kan aangenomen worden dat eventuele nestbroeders die in bomen nestelen nabij het plangebied verstoord kunnen worden door de renovatiewerkzaamheden. Hierdoor zijn de aangrenzende nesten aan het plangebied ook meengenomen in onderhavige naderonderzoek.
Aan de hand van bovenstaande informatie is het onderzoeksgebied gelijkgesteld aan het oorspronkelijke plangebied.
Projectnummer 20240387/SAST
Datum oktober 2024
N G B
3/14
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
3
Wettelijk kader
In dit hoofdstuk wordt de achtergrondinformatie over de natuurwetgeving beschreven waaraan de voorgenomen ruimtelijke ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving.
Het 'aanvullingsspoor natuur' zorgt voor de integratie van de regelgeving over natuur en flora en fauna in de Omgevingswet. De regels van het 'aanvullingsspoor natuur' gaan over: het beschermen en ontwikkelen van natuur en het behoud en herstel van de biologische diversiteit; het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur voor maatschappelijke functies; het verzekeren van een samenhangend beleid voor het behoud en beheer van waardevolle landschappen. Dit om zowel hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis maar ook voor maatschappelijke functies.
De Provincie is het bevoegd gezag voor de toetsing van een Natura 2000-activiteit2 en/of floraen fauna-activiteit3. Bij een activiteit waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegde gezag.
3.1
Omgevingswet
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Hiermee is de Wet natuurbescherming 2017 komen te vervallen. Het 'aanvullingsspoor natuur' uit de Omgevingswet voorziet in een wettelijk kader voor de bescherming van natuurgebieden, dier en plantensoorten en houtopstanden.
3.1.1
Algemene zorgplicht
De Omgevingswet regelt in de artikelen 1.6 tot en met 1.8 de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving. Als er specifieke (decentrale of Rijks-)regels zijn, geldt de algemene zorgplicht niet meer.
3.1.2
Specifieke zorgplicht
Specifieke zorgplicht borduurt voort op de algemene zorgplicht, maar zijn concreter van aard. Een specifieke zorgplicht geldt voor specifieke activiteiten voor concreet genoemde belangen. Specifieke zorgplicht in het 'aanvullingsspoor natuur' is opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) onder artikel 11.6 (gebiedsbescherming), 11.27 (soortbescherming) en 11.116 (houtopstanden).
Gebiedsbescherming (Ow Bal § 11.6) Natura 2000 In het aanvullingsspoor natuur uit de Omgevingswet zijn specifieke regels opgenomen ter bescherming van bijzondere natuurwaarden. Het gaat dan voornamelijk om de bescherming van natuurgebieden van Europees belang die behoren tot het Natura 2000-netwerk of bijzonder 2
Activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. 3
Activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten.
Projectnummer 20240387/SAST
Datum oktober 2024
N G B
4/14
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
nationaal natuurgebied. Voorafgaand aan het verrichten van activiteiten in of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied of bijzonder nationaal natuurgebied dient kennis te worden genomen over de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende gebied. Het uiteindelijke doel van Natura 2000 is het bereiken van de landelijk gunstige staat van instandhouding voor alle door de richtlijnen beschermde soorten en habitats. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor soorten en/of habitattypen. Per soort en/of habitattype is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is of dat uitbreiding dan wel verbetering nodig is. Het is verboden om zonder vergunning een project te realiseren dat significante gevolgen kan hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van (de aangewezen habitattypen en -soorten van) een Natura 2000-gebied. Verslechterende of significant verstorende gevolgen op de leefgebieden, natuurlijke habitats en habitats van soorten, moet worden voorkomen. NatuurNetwerk Nederland (NNN) Het NatuurNetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuur- en landbouwgebieden met hoge natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit). Hiermee dragen we bij aan (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden.
De realisatie van natuurdoelen gaat zo veel mogelijk samen met het versterken van de landbouw, de regionale economie en de wateropgaven. In het NNN liggen bestaande natuurgebieden, waaronder 20 Nationale Parken, gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd, landbouwgebieden die worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer, ruim 6 miljoen hectare grote wateren (meren, rivieren, de kustzone van de Noord-, en Waddenzee) en alle Natura 2000 gebieden.
De aanwijzing van het NNN is geregeld in de Omgevingsverordening. De instructieregels voor de aanwijzing, begrenzing en reikwijdte van het NNN zijn opgenomen in de artikelen 7.5 en 7.6 van het Besluit bodemkwaliteit (hierna Bkl). Het beschermingsregime is uitgewerkt in art. 7.8, 2e lid van het Bkl. Dit betreft een instructieregel voor uitwerking van het beschermingsregime in de Omgevingsverordeningen van Provincies. De regels verzekeren dat zowel de kwaliteit als de oppervlakte van het NNN niet achteruitgaan, dat de samenhang tussen de gebieden van het NNN wordt behouden en dat, als binnen het NNN activiteiten worden toegelaten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken of waarden van het NNN, deze gevolgen tijdig worden gecompenseerd. Dit met als doel het zorgdragen voor het behoud van de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het NNN. Soortbescherming (Ow Bal § 11.2) Voorafgaand aan het verrichten van een activiteit dient na te worden gegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van beschermde soorten. Dit dient te worden gedaan op de locatie waar de activiteit wordt verricht als ook in de directe nabijheid van die locatie. De soortbescherming omvat drie beschermingsregimes met afzonderlijke schadelijke handelingen. De schadelijke handelingen zijn opgenomen in bijlage 3.
Beschermingsregime soorten Vogeirichtiijn (Ow Bal § 11.2.2) 1) Dit zijn van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, zoals genoemd in bijlage I bij de vogeirichtiijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Vogeirichtiijn.
2) Beschermingsregime soorten Habitatrichtiijn (Ow Bal § 11.2.3) Dit zijn de in het wild levende plant- en diersoorten genoemd in bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtiijn.
Projectnummer
20240387/SAST
Datum oktober 2024
N G B
5/14
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
3) Beschermingsregime andere soorten (Ow Bal § 11.2.4) Dit zijn dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vijfde lid, onder a, onder 3°, van de omgevingswet; en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten van nature voorkomend in Nederland.
Rode lijst soorten In tegenstelling tot de Wet natuurbescherming is in de Omgevingswet de specifieke zorgplicht opgenomen waarbij specifiek dieren en planten van de rode lijst soorten worden benoemd. In de Omgevingswet is opgenomen dat er op basis van objectieve gegevens vastgesteld moet worden of er nadelige gevolgen kunnen optreden voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren. Indien dit niet het geval is, dienen passende preventieve maatregelen getroffen te worden om nadelige gevolgen te voorkomen. Provinciaal beleid In bijlage 4 is een overzicht weergegeven van vrijgestelde soorten per provincie. De lijst komt voort uit de omgevingsverordening van elke provincie. De vrijstelling is geldig onder specifieke voorwaarden. Deze geldt niet altijd voor alle verbodsbepalingen
Houtopstanden In het 'aanvullingsspoor natuur' uit de Omgevingswet is de bescherming geregeld van houtopstanden. De kern hiervan bestaat uit het instellen van een herbeplantingsplicht ingeval houtopstanden worden geveld. Het vellen van houtopstanden is beschermd door een algemene meldplicht (artikel 11.126 van het Bal) en herbeplantingsplicht (artikel 11.129 van het Bal) voor houtopstanden vanaf 10 are (1.000 m2) of meer, of bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen, buiten de 'bebouwingscontour houtkap' (artikel 11.111, lid 2 van het Bal). Er zijn een aantal uitzonderingen, zoals houtopstanden binnen de bebouwde kom, kweekbomen en populieren en wilgen als wegbeplanting.
3.2
Omgevingsverordening Provincie Noord-Brabant
Gebiedsbescherming Het Natuurnetwerk Brabant (NNB) is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het NNB bestaat uit grote en kleine Brabantse natuurgebieden en alle verbindingen hiertussen. Het natuurbeheerplan beschrijft de grenzen van het NNB. Binnen het NNB zijn Natte Natuurparels aangewezen. Dit zijn hydrologisch gevoelige gebieden die vanwege specifieke omstandigheden van bodem en water hoge natuurwaarden vertegenwoordigen. Tevens zijn ecologische verbindingszones aangewezen (EVZ). Binnen de provincie Noord-Brabant is er een externe werking van toepassing.
Projectnummer 20240387/SAST
Datum oktober 2024
N G B
6/14
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
4
Werkzaamheden, resultaten en interpretatie
4.1
Werkzaamheden
De werkzaamheden omvatten het uitvoeren van een bureaustudie waarbij de ligging van natuurgebieden ten opzichte van de locatie is beoordeeld, Tevens zijn bekende verspreidingsgegevens van beschermde soorten geraadpleegd.
Daarnaast is een veldinspectie uitgevoerd om een globale indruk te krijgen van het gebied en de soorten die mogelijk in het gebied voor kunnen komen. Beoordeeld is of de aanwezige habitattypen geschikt zijn voor het voorkomen van beschermde soorten amfibieën, ongewervelden, reptielen, vissen, vogels, zoogdieren (grondgebonden en vleermuizen) en flora. Ook is gezocht naar sporen van dieren en mogelijke broed-, foerageer- en rustplaatsen.
4.2
Bureaustudie gebiedsbescherming
In figuur 4.1 is een kaart opgenomen van de Natura 2000 en NNN gebieden in de omgeving van het onderzoeksgebied. everangen
1
Ne Dorst Rijen
N
, 508 m ,
N260
I
, f9 g9550
Bavel
0 0
0
N26
8 D)
Aw g
A58
5.1.2.e
Ulvenhout
Gilze
,1 D
r Figuur 4.1: Kaart met de locatie (in blauw), Natuurnetwerk Nederland (grijs) en de Natura 2000-gebieden (geel). Bron: PDOK.
Op circa 8 kilometer ten zuidwesten van de locatie bevindt zich het Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos. Het bos is een klein bosgebied gesitueerd langs de Broekloop en Bavelse Leij. De hogere gronden zijn bedekt met eiken-beukenbos en op armere gronden ook met eiken berkenbos. Langs de beken staat vogelkers. Op enkele zeer natte plekken zijn kleine stukken kwelgevoed elzenbroekbos aanwezig.
Effectbeoordeling en conclusie Gezien de afstanden tussen het onderzoeksgebied en de Natura 2000-gebieden en de beperkte (tijdelijke) werkzaamheden zullen de werkzaamheden op de locatie waarschijnlijk niet tot een
Projectnummer 20240387/SAST
Datum oktober 2024
N G B
7/14
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
negatief effect lijden op deze natuurgebieden. Tevens wordt opgemerkt dat vanwege het doel van de werkzaamheden (renovatie bebouwing) de uitstoot van de hoeveelheid stikstof tijdens de gebruiksfase naar alle waarschijnlijkheid zal dalen. Een stikstofdepositie-berekening kan hierin echter definitief uitsluitsel geven. Voor de aanlegfase dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd. Indien uit deze berekening blijkt dat de toename van stikstof in de aanlegfase gelijk of meer dan 0,01 N mol/ha/j is, zijn vervolgstappen zoals een aanvullende ecologische beoordeling, extern salderen of het treffen van andere mitigerende maatregelen of het aanvragen van een vergunning mogelijk noodzakelijk in het kader van de Gebiedsbescherming van de Omgevingswet. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN bestaat uit bestaande en nieuwe natuurgebieden verbonden via ecologische verbindingszones. De Natura 2000-gebieden zijn opgenomen in dit netwerk. Op circa 500 meter ten westen van de locatie zijn gebieden van het NNN aanwezig. Effectbeoordeling en conclusie Er is geen directe verbinding of ecologische verbindingszone tussen het onderzoeksgebied en het NNN. Het NNN-gebied kent een externe werking. Het gebied heeft het ambitie-beheertype N16.03 Droog bos met productie.
Droog bos met productie omvat bossen op de voedselarme tot lemige zandgronden gedomineerd door loofbomen en (meereizende) naaldboomsoorten. De voorgenomen activiteiten (renovatie kantoorpand) hebben geen invloed op de instandhouding van het NNN-gebied gezien de afstand van 500 meter en tijdelijke aard van de werkzaamheden.
4.3
Bureaustudie en veldinspectie beschermde soorten
Met gebruik van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, d.d. 4 juli 2024) is gekeken of er binnen een straal van 200 meter rondom het tracé beschermde soorten zijn waargenomen in de afgelopen 5 jaar. Hierbij zijn zowel de beschermde en vaak ook vrijgestelde soorten volgens de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, 'soorten van nationaal belang' en rode lijst soorten (flora) meegenomen. In tegenstelling tot de Wet natuurbescherming is in de Omgevingswet de specifieke zorgplicht opgenomen waarbij specifiek dieren en planten van de rode lijst soorten worden benoemd. Uit de geraadpleegde verspreidingsgegevens van de NDFF blijkt dat er rode lijst soorten zijn waargenomen in en nabij het plangebied. Veel van deze soorten zoals haas, konijn en huismuis zijn ook beschermd onder de Omgevingswet en om deze reden al behandeld als beschermde soort.
Projectnummer
20240387/SAST
Datum oktober 2024
N G B
8/14
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
Legenda I Plangebied • Buffer 200 meter
I
I Dagvlinders
□ □ □
I
Libellen Vogels
Amfibieën
Zwarte
Zoogdieren I Vleermuizen
" sasauaoiyy yanea6®0
Huismus
Rijen
1
Oostdwergvleermuis -- gGewgne S’Egel SBru n blauwtje
‘
•\
APutter
j Gewone dwergvleermuis
‘Gewone dwergvleermuis
Huismus Huismus nuismus " G^one dwergvleermi
Gewon; dwergvleermuis
I
%
7 ‘ Kleine parelmoervlinder
Huismus
\
%
.Huismus
/
‘.Ege Bosbeekjuffer sjuffer / P~ Houtduif L(
* %
Ericssonstraat Haansberg
Figuur 4.2: Kaart met waargenomen soorten in een straal van 200 meter in de afgelopen 5 jaar. Bron: NDFF.
Veldinspectie De veldinspectie heeft plaatsgevonden op 30 mei 2024. Tijdens de inspectie was het bewolkt werkzaam als en 14 °C. De inspectie is uitgevoerd in de avonddoor 5.1.2.e ecoloog bij Geofoxx. Het gehele terrein is geïnspecteerd. In onderstaande paragrafen is de informatie uit de bureaustudie en de bevindingen uit de veldinspectie gecombineerd geïnterpreteerd. Enkele foto's zijn opgenomen in bijlage 1. Aanwezige biotopen
Bomen en lage en opgaande begroeiing Rondom het perceel is een haag aanwezig. Aan de straatzijden staan enkele volwassen bomen op een paar meter van de bebouwing. Aan de zuidzijde is een grasveld aanwezig waar enkele bomen staan. Aan de achterzijde is een verharde parkeerplaats aanwezig met weinig begroeiing.
Watergang Er is geen watergang nabij de locatie. De dichtstbijzijnde waterplas ligt op ca. 500 meter. Bebouwing Het kantoorpand heeft drie verdiepingen met bakstenen gevels. Het gebouw heeft een plat dak. Beschermde soorten Flora Uit de bureaustudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar geen beschermde soorten binnen een straal van 200 meter van de locatie zijn waargenomen. Tijdens de veldinspectie zijn eveneens geen beschermde soorten of geschikte habitat aangetroffen voor beschermde plantensoorten.
De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op beschermde planten. Er is geen sprake van een flora en fauna activiteit.
Projectnummer 20240387/SAST
Datum oktober 2024
N G B
9/14
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
Amfibieën Uit de bureaustudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar bruine kikker in een straal van 200 meter van de locatie is waargenomen.
Bruine kikker is vrijgesteld van bescherming binnen de provincie Noord-Brabant. Hiervoor is wel de zorgplicht nog steeds van toepassing. Er wordt hierbij wel opgemerkt dat rond maart-april amfibieën uit de winterslaap komen en zich van de tuinen richting de omliggende waterplassen kunnen trekken tijdens de schemering of in de nacht. Verstoring van de potentieel aanwezige amfibieën kan vermeden worden, door geen werkzaamheden te verrichten tussen zonsondergang en zonsopkomst.
De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op beschermde amfibieën. Wel kunnen mogelijk vrijgestelde soorten aanwezig zijn binnen het onderzoeksgebied. Er is geen sprake van een Flora en Fauna activiteit. Broedvogels Voor alle vogelsoorten geldt dat de meest kwetsbare periode het broedseizoen (15 maart tot 15 juli) betreft voor het bouwen van hun nesten. Deze periode is een richtlijn. Alle broedende vogels zijn beschermd, ook vóór of na deze periode. Daarnaast zijn er enkele vogelsoorten per provincie aangewezen waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn.
Uit de bureaustudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar huismus, putter en houtduif in een straal van 200 meter zijn waargenomen. Van huismus (categorie 2) zijn de nesten jaarrond beschermd (zie bijlage 4). Op en nabij de locatie zijn tijdens de veldinspectie een merel en een kraai aangetroffen.
Er zijn verder geen aanwijzingen gevonden dat roofvogels en/of uilen een vaste rust- of nestplaats bezetten in het onderzoeksgebied. De aanwezigheid van roofvogels kan men vaststellen aan de hand van braakballen, krijtsporen en ruiveren. Deze zijn niet aangetroffen. De bomen beschikken niet over geschikte holen en er zijn geen horsten in de bomen aangetroffen tijdens het veldbezoek.
Het kantoorpand is niet geschikt voor rust- en nestplaatsen van gebouw gebonden soorten met jaarrond beschermde nesten. Dit zijn met name de huismus en de gierzwaluw. Het gebouw heeft een plat dak en beschikt niet over zonneschermen of luifels waaronder huismus kan nestelen. Tevens zijn er geen grote gaten of kieren aangetroffen in de bebouwing die mogelijk geschikt zouden kunnen zijn voor gierzwaluw.
De bomen vestigen mogelijk nesten van diverse vogelsoorten. Gezien de korte afstand tussen de bomen en het gebouw kunnen de werkzaamheden mogelijk verstorend zijn voor broedende vogels. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op vogels met jaarrond beschermde nesten. Wel kunnen mogelijk andere soorten aanwezig zijn binnen het onderzoeksgebied, hiervoor is het noodzakelijk om buiten het broedseizoen te werken of om passende maatregelen te treffen die het ontstaan van (nieuwe) nesten tijdens het broedseizoen voorkomen. Indien de in hoofdstuk 5 voorgestelde maatregelen overgenomen worden is er geen sprake van een Flora en Fauna activiteit. Onge wervelden Uit de bureaustudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar de bosbeekjuffer in een straal van 200 meter van de locatie is waargenomen. Daarnaast zijn de rode lijst soorten bruin blauwtje, kleine parelmoervlinder en oranje zandoogje waargenomen.
Projectnummer
20240387/SAST
Datum oktober 2024
N G B
10/14
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
De locatie beschikt niet over de juiste biotoop of verbindingszone voor strikt beschermde ongewervelden. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op strikt beschermde ongewervelden. Reptielen Uit de bureaustudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar geen beschermde soorten in een straal van 200 meter van de locatie zijn waargenomen. Op en nabij de locatie zijn tijdens de veldinspectie geen reptielen waargenomen. Het onderzoeksgebied is ongeschikt voor reptielen door het ontbreken van heide, broeihopen een goede ontwikkelde strooisellaag, ingerotte boomstobben of vegetatie van zeggen of russen.
De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op strikt beschermde reptielen. Er is geen sprake van een Flora en Fauna activiteit. Vissen De geplande herontwikkeling van het terrein zal geen watergang of oever beïnvloeden. De lokale ingreep zal geen effect hebben op vissen. Er is geen sprake van een Flora en Fauna activiteit.
Zoogdieren (grondgebonden) Uit de bureaustudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar egel in een straal van 200 meter van de locatie is waargenomen. Egel is vrijgesteld van bescherming binnen de provincie Noord-Brabant. Hiervoor is wel de zorgplicht nog steeds van toepassing.
De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een negatief effect op strikt beschermde grondgebonden zoogdieren. Wel kunnen mogelijk vrijgestelde soorten aanwezig zijn binnen het onderzoeksgebied. Indien de in hoofdstuk 5 voorgestelde maatregelen overgenomen worden is er geen sprake van een Flora en Fauna activiteit. Zoogdieren (vleermuizen) Uit de bureaustudie komt naar voren dat in de laatste vijf jaar gewone dwergvleermuis in een straal van 200 meter van de locatie is waargenomen. Tijdens de veldinspectie zijn op de locatie geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van vleermuizen. De bebouwing biedt wel mogelijkheden voor gebouwgebonden soorten als de gewone- en ruige dwergvleermuis. Vanwege de open stootvoegen en daktrimmen is niet uit te sluiten dat vleermuizen gebruik maken van de bebouwing als rust- of verblijfplaats (zie afbeelding 4.1). Tijdens een nader onderzoek naar de gewone dwergvleermuis zijn er geen verblijfsplaatsen aangetroffen. Echter is dit onderzoek door het bevoegd gezag enkel als indicatief gezien vanwege de inzet van te weinig personeel.
Projectnummer 20240387/SAST
Datum oktober 2024
N G B
11/14
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
I
/ /
1 4
I
I I I LI/
1-
III
— —
Afbeelding 4.1: open stootvoegen (links) en daktrimmen (rechts).
De aanwezige bomenrijen langs het onderzoeksgebied bieden mogelijkheden voor onder meer de gewone- en ruige dwergvleermuis om als vliegroute te dienen. Deze wordt echter niet aangetast tijdens de werkzaamheden. Om te voorkomen dat de mogelijke vliegroute verstoord wordt is het noodzakelijk om geen gebruik te maken van bouwlampen en niet tussen zonsondergang en zonsopgang te werken. Een uitzondering hierop zijn werkzaamheden tijdens de koude periode (doorgaans van november tot en met februari). Dan zijn vleermuizen in winterslaap en wordt niet verwacht dat eventuele potentiële vliegroutes gebruikt worden. De voorgenomen activiteiten leiden mogelijk tot een negatief effect op vleermuizen. Een nader onderzoek naar vleermuizen (gewone- en ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis) is noodzakelijk.
Projectnummer
20240387/SAST
Datum oktober 2024
N G B
12/14
o
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
Conclusies en aanbevelingen
5
In opdracht van ABG-Organisatie heeft Geofoxx een quickscan flora en fauna uitgevoerd op de locatie Anne Frankplein 12 te Rijen.
De aanleiding voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna wordt gevormd door de voorgenomen renovatie werkzaamheden en gedeeltelijke herontwikkeling van het plangebied. Om te bepalen of de voorgenomen plannen (kunnen) leiden tot een overtreding van de huidige natuurwetgeving, is de uitvoering van een quickscan flora en fauna aan de orde. Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de mogelijk negatieve effecten op kwetsbare soorten en/of beschermde flora en fauna, alsmede het inbeeld krijgen van eventuele risico's en randvoorwaarden die hiermee verband houden. Tevens wordt bepaald of een nader ecologisch onderzoek noodzakelijk is. Tot slot wordt beoordeeld of er nabij de locatie beschermde natuurgebieden aanwezig zijn, waardoor een voortoets aan de orde is om de effecten van de ontwikkeling hierop nader te onderbouwen.
De conclusies van dit onderzoek zijn samengevat in navolgende paragraaf. In paragraaf 5.2 zijn aanbevelingen opgenomen.
5.1
Conclusies Resultaat en interpretatie
Onderwerp Gebiedsbescherming
Natura2000
NNN
Flora Amfibieën
Ongewervelden
Reptielen
Vissen Vogels
Zoogdieren (grondgebonden)
Zoogdieren (vleermuizen)
Projectnummer
20240387/SAST
De stikstof uitstoot kan een effect hebben op de nabijgelegen natuurgebieden. Werkzaamheden niet van invloed. Geen beschermde flora aanwezig op de locatie. Voor algemene soorten geschikt. Beschermde soorten worden hier niet verwacht. Locatie niet geschikt als standplaats voor beschermde ongewervelden. Locatie niet geschikt voor reptielen. Geen water aanwezig. Op de locatie zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Locatie potentieel wel geschikt voor broedvogels (plat dak). Niet geschikt voor beschermde soorten. Mogelijkheden voor vrijgestelde soorten (egel en muizen) in de begroeiing rondom de bebouwing Bebouwing mogelijk geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen als rust- en verblijfplaats. Locatie geschikt als foerageergebied voor meerdere soorten. Geen essentieel foerageergebied of vliegroute gaat verloren op locatie.
Datum oktober 2024
Schadelijke handelingen Mogelijke N-depositie in Natura 2000gebieden
Conclusie
Laat een stikstofdepositie berekening uitvoeren Geen maatregelen noodzakelijk. Geen nader onderzoek nodig. Geen nader onderzoek nodig.
Geen nader onderzoek nodig.
Mogelijke verstoring van broedende vogels als in het broedseizoen wordt gewerkt (11.34 Bal)
Geen nader onderzoek nodig. Geen nader onderzoek nodig. Geen nader onderzoek nodig. Aanbevolen wordt om buiten het broedseizoen te werken.
Geen nader onderzoek nodig. Denk aan de specifieke zorgplicht.
Mogelijke verstoring en aantasting vaste rust en verblijfplaatsen (1 1.46 Bal)
N G B
Nader onderzoek nodig naar gebouwbewonende soorten.
13/14
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
5.2
Aanbevelingen
Natura 2000-gebied Er wordt geen verhoging van de stikstof depositie verwacht, echter kan enkel een stikstofdepositie berekening uitsluitsel geven. Aangeraden wordt om deze uit te laten voeren. De resultaten uit dit rapport kunnen daarin worden meegenomen.
Broedseizoen Overtreding van de verbodsbepalingen ten aanzien van broedvogels wordt grotendeels voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen (van 1 5 maart tot 1 5 juli) uit te voeren. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn (en geen jaarrond beschermde nesten), is overtreding van de omgevingswet niet aan de orde. Als de werkzaamheden toch tijdens deze periode uitgevoerd moeten worden, dan kan een ecoloog (kort van tevoren) een broedvogelinspectie uitvoeren. Indien er geen nesten waargenomen worden tijdens deze inspectie kunnen de werkzaamheden daarna uitgevoerd worden. Indien er wel nesten worden aangetroffen, dienen de werkzaamheden te worden uitgesteld tot de jongen zijn uitgevlogen en het nest niet meer in gebruik is.
Vleermuizen Op basis van de quickscan kan niet worden uitgesloten dat de locatie in gebruik is als vaste rust- en/of verblijfplaats voor vleermuizen. Hiermee bestaat de noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis). Een nader onderzoek naar vleermuizen dient conform het geldend vleermuisprotocol 2021 uitgevoerd te worden met behulp van een batdetector in twee rondes: twee nachtbezoeken en een ochtendbezoek (in de periode van 15 mei tot 15 juli) én twee nachtbezoeken in de periode van 15 augustus tot 15 oktober). Mogelijk dient aanvullend hierop een mitigatieplan opgesteld te worden en een vergunning te worden aangevraagd. Specifieke zorgplicht Voor alle soorten, beschermd of niet, geldt ten allen tijde de specifieke zorgplicht. In de nieuwe Omgevingswet wordt gevraagd de zorgplicht concreet uit te werken (Bal art. 11.27). Onderstaand wordt een aantal maatregelen beschreven om aan de specifieke zorgplicht te voldoen:
De werkzaamheden worden bij voorkeur alleen overdag, tussen zonsopgang en zonsondergang uitgevoerd. Veel algemene en beschermde diersoorten zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht; Na zonsondergang wordt het gebruik van kunstlicht zoveel mogelijk beperkt en wordt uitstraling van licht naar de omgeving voorkomen; Als er nabij vegetatie of watergangen gewerkt moet worden, wordt er één richting op gewerkt, zodat kleine dieren van de werkzaamheden vandaan kunnen vluchten. Houd hierbij rekening met vluchtwegen (werk dus niet richting een doodlopende hoek) en zorg dat de dieren voldoende vrije ruimte hebben om te vluchten; Voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt alleen gebruik gemaakt van de ruimte die noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Zo wordt onnodige verstoring van dieren en planten en beschadiging van hun leefgebied voorkomen; Indien de werkzaamheden gedurende langere tijd stil liggen, dan dient het terrein vóór herstart van de werkzaamheden (opnieuw) geïnspecteerd te worden door een erkend ecoloog.
Projectnummer 20240387/SAST
Datum oktober 2024
N G B
14/14
o
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
Bijlage 1: Foto's
Projectnummer 20240387/SAST
datum oktober 2024
N G B
Bijlagen
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
"44
1,
© 0
V 2,,303865
-8,
93*
1
oq-,e m ne e—■-
Foto 2: Zuidzijde onderzoeksgebied
b
Üi
-i
89
mu
— 1-.
Is
-
KI
2-4
5, Ma:
32--*
■
Foto 1: Noordzijde onderzoeksgebied
*
èe
1!1 1 5
«
M
Foto 3: Westzijde onderzoeksgebied
1
I
H
! l
Foto 4: Oostzijde onderzoeksgebied
Projectnummer
20240387/SAST
r
HIlI
| 1.
, I
IJ I
T
—
I
I
I
<
ik
1 111
L I
I
Foto 5: Stootvoegen
Foto 6: Daktrimmen
datum oktober 2024
N G B
Bijlagen
o
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
Bijlage 2: Schadelijke handelingen
Projectnummer 20240387/SAST
datum oktober 2024
N G B
Bijlagen
O
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
Vogelrichtlijn: Artikel 11.37 Bal 1. Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. 2. Het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels.
3.
4. 5. 6.
Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels. Het opzettelijk storen van vogels. Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort. Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel.
Habitatrichtlijn: Artikel 11.46 Bal 1. Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren als bedoeld in de Habitatrichtlijn bijlage IV, onder a, Bern bijlage II, Bonn bijlage I. 2. Het opzettelijk verstoren van dieren.
3. 4.
5. 6.
7.
Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren. Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b Habitatrichtlijn of bijlage I verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel.
Andere soorten: Artikel 11.54 Bal 1. Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A.
2.
Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren.
3.
Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B.
4.
Het verbod geldt niet voor bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
5.
Het verbod geldt niet als de activiteit uitvoering geeft aan een instandhoudingsmaatregel of passende maatregel.
Projectnummer
20240387/SAST
datum oktober 2024
N G B
Bijlagen
o
Quickscan flora en fauna Anne Frankplein 12 te Rijen
XX
Bijlage 3: Vrijstellingen soorten provincie
Projectnummer 20240387/SAST
datum oktober 2024
N G B
Bijlagen
A
l 4
Y,
151
L
A
a ,4#
d*
5
29
t
2
ii3
.»
6 hnl
dmniim9
.a
4
2"= 2
22225
Amfibieën Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker/ Bastaardkikker
Reptielen Hazelworm Levendbarende hagedis
Zoogdieren (grondgebonden) Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Gewone bosspitsmuis Huisspitsmuis Ree Rosse woelmuis Veldmuis Vos Woelrat Bunzing Hermelijn Wezel Egel Eekhoorn Haas Konijn Molmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Wild zwijn
Zuid-Holland
Zeeland
Utrecht
Overijssel
Noord-Holland
Noord-Brabant
Limburg
Groningen
Gelderland
Friesland
Flevoland
Vrijgestelde soorten per provincie Drenthe
I
4 (258ë#g
Vrijgesteld
Niet vrijgesteld Vrijstelling onder voorwaarden Vrijgesteld tot 31 augustus 2024
3
El 1
2
1
1
Toelichting voorwaarden 1: Vrijstelling geldig in periode maart-april en juli-november 2: Vrijstelling geldig in periode 15 augustus-februari 3: Vrijstelling geldig in periode juli-september 4: Vrijstelling geldig in periode 15 augustus-15 oktober
Let op: de vrijstelling is geldig onder specifieke voorwaarden. Deze geldt niet altijd voor alle schadelijke handelingen.
o geofoxx milieu expertise
O
Quickscan flora en fauna 5.1.2.e 2 te Rijen
XX
Bijlage 4: Lijst vogels met jaarrond beschermde nesten
Projectnummer
20240387/SAST
datum oktober 2024
NGB
Bijlagen
,•-32 ‘8 —vk,2 -y ■
•
.A
Mh. -9. ■ • 9
•7.
"1, .2
1*.
6
sL
0 c
23
Ie
"07
V
,i/
n 2 Erel
LM f[e aa
Vogels met jaarrond beschermde nesten Gelderland, Noord-Brabant, Noord-Holland, Utrecht, Zeeland, Zuid-Holland
Soort Categorie Steenuil 1 Gierzwaluw 2 2 Huismus 2 Roek Grote gele kwikstaart 3 Kerkuil 3 Oehoe 3 Ooievaar 3 Slechtvalk 3 Boomvalk 4 4 Buizerd Havik 4 Ransuil 4 Sperwer 4 4 Wespendief 4 Zwarte wouw Blauwe reiger 5 Boerenzwaluw 5 Bonte vliegenvanger 5 Boomklever 5 Boomkruiper 5 Bosuil 5 Brilduiker 5 5 Draaihals 5 Eidereend
Soort Categorie Ekster 5 Gekraagde roodstaart 5 Glanskop 5 Grauwe vliegenvanger 5 Groene specht 5 Grote bonte specht 5 Hop 5 Huiszwaluw 5 Ijsvogel 5 Kleine bonte specht 5 Kleine vliegenvanger 5 Koolmees 5 Kortsnavelboomkruiper 5 Oeverzwaluw 5 Pimpelmees 5 Raaf 5 Ruigpootuil 5 Spreeuw 5 Tapuit 5 Torenvalk 5 Zeearend 5 Zwarte kraai 5 Zwarte mees 5 Zwarte roodstaart 5 Zwarte specht 5
Toelichting Categorie 1: Nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en nestplaats. Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde nestlocatie broeden en die zeer honk vast zijn of afhankelijkzijn van opstallen of een specifieke biotoop. De voorwaarden voor deze nesten zijn meestal zeer specifiek en weinig beschikbaar. Categorie 3: Nesten van niet-kolonie broedende vogels die elk broedseizoen op dezelfde nestlocatie broeden en die zeer honkvast zijn of afhankelijk van opstallen. De voorwaarden voor deze nesten zijn meestal zeer specifiek en weinig beschikbaar. Categorie 4: Vogels die elk broedseizoen gebruik maken van hetzelfde nest en die bijna nooit in staat zijn een nieuw nest te bouwen. Categorie 5: Vogels die meestal terugkeren naar dezelfde nestlocatie of in de directe omgeving hiervan. Deze soorten beschikken over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen. Deze soorten zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Er is wel sprake van jaarronde bescherming van de nesten als eco logische omstandigheden dit rechtvaardigen (voorbeeld geen alternatieve nestlocaties in de directe omgeving).
O
geofoxx
milin I expertise avnertice milieu
t;
KBR(
e2 BIODIVERSITEIT
GIS & DATA
geofoxx.nl