CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Geredigeerd Bijlage 10. 2024-08-26 Rapportage BO IVO Rijen, Anne Frankplein 12 - geactualise

Gemeenteraad 15 december 2025, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: BOPA Anne Frankplein 12 Rijen (ABG-kantoor)10.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

E-prarorp -

K

(

117

2 ■■

78

F

Transect-rapport 4194

9 Rijen, Anne Frankplein 12 Gemeente Gilze en Rijen (NB)

e

■

T

"55-

"2 24

eg

23 5652

2

22/2. .. — ■

ransect

#

■ - e cë - -2 3—4 g"a - F 288 Aae-3Te*2

20

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

3. 228 ADVIES

Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase

E)

transect: archeologie, erfgoed, ruimte

LF hee

1

Ë#

F

2

2}

ïS

ta T

3

IIi I71IIIImIUIia

— -

03 Hui

. I I IIhlili

r

-

I -

j

“ür 4 35

I 3

—S -u .t

-2- .

Hce ,

—91

-

steN —

E-

585 s-a

-1-

-gg - ;• -S---.22 MeMre, 15*.59

2 ec

-

c

Ee

", mr -

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Overijsselhaven 127

transect: archeologie, erfgoed, ruimte

3433 PH Nieuwegein

Auteur

M.J. 5.1.2.e

5.1.2.e 5.1.2.e

Versie

Geactualiseerde versie 1.0

Projectcode

22070064 (actualisatie projectcode 24050109)

Datum

21-08-2024

Opdrachtgever

AROM Juridisch Adviesbureau

Uitvoerder

Transect b.v.

MSc

Overijsselhaven 127

3433 PH Nieuwegein

Veldonderzoek

5.1.2.e

Onderzoeksmelding

5278896100

Bevoegde overheid

Gemeente Gilze en Rijen

Adviseur bevoegde overheid

Regio-archeologen West-Brabant (RWB)

Status

Nog niet beoordeeld

Beheer documentatie

Transect, Nieuwegein

Voorblad

(KNA Prospector, Senior KNA Archeoloog)

Foto van de zuidzijde van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek op 21-07-2022.

Autorisatie

Naam

5.1.2.e

5.1.2.e

22-7-2022

Paraaf 5.1.2.e

Senior KNA Prospector

ISSN: 2211-7067

© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of

op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

3

transect: archeologie, erfgoed, ruimte

Samenvatting In opdracht van AROM Juridisch adviesbureau heeft Transect in juli 2022 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan het Anne Frankplein 12 in Rijen (gemeente Gilze en

Rijen; geactualiseerd in augustus 2024). De aanleiding voor het onderzoek vormt het plan om de huidige bebouwing (kantoren) in het plangebied te slopen en hiervoor een appartementencomplex

voor in de plaats te laten komen. Dit onderzoek is destijds uitgevoerd conform de voormalige Omgevingswet uitgevoerd. De plannen zijn recent gewijzigd en om deze reden heeft AROM Juridisch adviesbureau opdracht gegeven voor het actualiseren van het bestaande bureauonderzoek. Dit is gedaan om een uitspraak te doen over de nieuwe planvorming. Hierbij is rekening gehouden met de nieuw gepubliceerde regionale richtlijnen (RWB, 2024), de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse

Archeologie (KNA), versie 4.2 en de invoering van de Omgevingswet in 2024.

Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken is gericht op het

specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied en het toetsen en aanvullen van

deze verwachting door middel van waarnemingen in het veld. Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied in een gebied ligt met

terraswelvingen afgedekt met dekzand en hoge enkeerdgronden. Door deze landschappelijke ligging was het plangebied aantrekkelijk voor bewoning vanaf het Laat-Paleolithicum. Op basis hiervan geldt

in het plangebied een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Op basis van de historische kaarten is het plangebied nooit bebouwd geweest, pas in 1999 kwam de huidige bebouwing in het plangebied.

Vanwege dit gegeven geldt dat het plangebied een lage verwachting heeft op het aantreffen van resten uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Uit deze periode kunnen nog wel sporen

van landgebruik worden verwacht. Voor een deel van het plangebied geldt dat dit bebouwd is en dat ter hoogte van deze bebouwing de bodem geroerd is tot minimaal 120-130 cm -Mv. Deze verstoring

heeft er voor gezorgd dat in dit deel van het plangebied waarschijnlijk geen intacte top van het

dekzand aanwezig is. De hierboven genoemde verwachting op resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen geldt voor het onbebouwde deel van het plangebied.

Op basis van het veldonderzoek is vast te stellen dat vanaf maaiveld tot een diepte van 130-160 cm -

Mv (7,5-7,8 m +NAP) sprake is van een modern pakket humeus ophoogzand, dat op basis van de aanwezigheid van puin, glas en steenkool geenszins aan te merken is als oud bouwlanddek. De

moderne ophooglaag ligt op de C-horizont, die tot een zodanig grote diepte geroerd is geraakt dat

geen sprake meer is van een intact relevant niveau. Daarom is de middelhoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege

Middeleeuwen naar een lage verwachting bij te stellen.

4

Advies In het plangebied is vastgesteld dat sprake is van een lage verwachting op de aanwezigheid van

archeologische resten. Voor het plangebied zijn in het kader van de voorgenomen sloop en

nieuwbouw geen aanvullende maatregelen nodig. Geadviseerd wordt het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, deze

vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Gilze en Rijen).

Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport zal de bevoegde overheid (de gemeente Gilze en Rijen) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met

eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

Inhoud 1.

Aanleiding

1

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

2

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied

3

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik

5

5.

Beleidskader

6

6.

Landschap, geomorfologie en bodem

7

7.

Beschrijving bekende archeologische kenmerken

9

8.

Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen

11

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

16

10.

Resultaten veldonderzoek

18

11.

Beantwoording onderzoeksvragen

20

12.

Conclusie en Advies

21

13.

Geraadpleegde bronnen

22

Bijlage 1: Plantekening

24

Bijlage 2: Bouwtekeningen huidige bebouwing

27

Bijlage 3: Archeologische beleidskaart van de gemeente Gilze en Rijen

29

Bijlage 4: Geomorfologie

31

Bijlage 5: Hoogtekaart

33

Bijlage 6: Bodemkaart

34

Bijlage 7: Archeologische informatie

36

Bijlage 8: Boorpuntenkaart

37

Bijlage 9: Foto's van boringen

38

Bijlage 10: Boorbeschrijvingen

39

1. Aanleiding In opdracht van AROM Juridisch adviesbureau heeft Transect1 in juli 2022 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan het Anne Frankplein 12 in Rijen (gemeente Gilze en

Rijen; geactualiseerd in augustus 2024). De aanleiding voor het onderzoek vormt het plan om een deel

van de huidige bebouwing (kantoren) in het plangebied te slopen en hiervoor een nieuw kantoorgebouw voor in de plaats te laten komen. Voor deze werkzaamheden zal een vergunning voor

een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) worden aangevraagd, aangezien de maximaal toegestane bouwhoogte wordt overschreden. Ook zal het dak een minder schuine helling hebben dan wordt toegestaan in het bestemmingsplan.

Het archeologisch beleid is ten tijde van het onderzoek nog niet verwerkt in het Omgevingsplan. In het

tijdelijk Omgevingsplan geldt daarom het voormalige bestemmingsplan. Het bestemmingsplan "Woongebied Rijen 2013" heeft het plangebied Waarde-Archeologie 5 en 6 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Op de gemeentelijke beleidskaart heeft het plan gebied een

archeologische verwachting categorie 3 (Gemeente Gilze en Rijen, 2022; bijlage 3). In het geval van

een BOPA, is de gemeentelijke beleidskaart leidend. Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 500 m2 én dieper reiken dan 40 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen van de toekomstige

ontwikkeling (circa 400 m2 met bodemingrepen dieper dan 40 cm -Mv) archeologisch vooronderzoek nodig is.

Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.2 en het Plan van Aanpak (Hartog, 2022).

1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm 'BRL SIKB 4000', versie 4.1, en is gecertificeerd door middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: 'KNA Protocol 4001 Programma van Eisen', 'KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek', 'Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig', 'Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven' en 'Protocol 4004 Opgraven', en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

1

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een

Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de

archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat

binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK), bekende archeologische onderzoeken vondsten en monumenten zijn is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische

informatie is verkregen uit diverse historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart, geologische en geomorfologische kaart geraadpleegd. Ook is er navraag gedaan bij de Heemkundekring Molenheide voor aanvullende

informatie (via algemene e-mailadres; d.d. 20-07-2022). Er is geen aanvullende informatie

aangeleverd. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de

gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de

landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan

een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een

booronderzoek (IVO-O). De toegepaste methodiek in het veld wordt beschreven bij de beschrijving

van de veldresultaten (Hoofdstuk 10). Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen (regionale richtlijnen RBW, 2024):

•

Wat is de geologische/bodemkundige opbouw in het plangebied?

•

Wat is de mate van intactheid van de bodem en wat zegt dat over de kans op de aanwezigheid

van vindplaatsen? • •

Zijn er aanwijzingen voor een archeologische laag in het plangebied?

In welke mate komen de verwachtingen uit het bureauonderzoek overeen met de resultaten van

het veldonderzoek? •

Hoe luiden de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, in welke vorm?

Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico

dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van

de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over

de - verwachte - aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van

de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.2 (KNA 4.2). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.2 (KNA

4.2).

2

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente

Gilze en Rijen

Plaats

Rijen

Toponiem

Anne Frankplein

Kaartblad

50E

Centrumcoördinaat

123.080/399.620

Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen

plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied.

Het plangebied ligt aan het Anne Frankplein 12 in Rijen (gemeente Gilze en Rijen). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal gezien omvat het plangebied de percelen GZEOO-B-

4824. De west- en zuidzijde van het plangebied worden begrensd door de straat Anne Frankplein, de noordzijde van het plangebied wordt begrensd door de Mary Zeldenrustlaan, de oostzijde door de perceelgrenzen met het adres Stationsplein 28 en de Mary Zeldenrustlaan 18. Het plangebied is circa 4400 m2 groot, waarvan ongeveer 1250 m2 bebouwd is met het bedrijfsgebouw. Het overige deel van

het plangebied is bestraat of in gebruik als groenstrook.

3

123000 E

TUINSIRMNL -■

5 (ii 9Veë

8

2

3

8

Iear

g

2

/2) ey n .38*/-H-i G,BNE

400000

VF

E

{ I g■ m■ 293E- tl üd------edtanaza

oghë

(G/I L-E E -*0-1 -GWa25 —4 $ ï ■. ë . / \a 35 AI

Mmaij ■ r ■■ ladeee 4IIK mgm= iIE,y ma**-1

gumswreesde 3{

— iSW¥ ( gu E 36206C--(MGG2ge"g

s Q sgVEN"eweo n.6

00 JI0«a.

wvv

*

8290

*,

EK 18

F IRE,C (s^

**sn,4,4

*

agof

>V nne

SU II

9

%

WIo

2

(CSSONSTRAAr:

U9

Haansberg

+ 2

W2s2

w

2

AEe

ho

3,

8ua

•'1 GllbRlens7f

msn b-

e

in*-

131

5 "k

%

ü

m mu" & e '

9

0 Vëg /

saN

ke

la’

1

399000

d

400000

Ms

9

yppagen ë

- '

399000

A1

s ■

GEROLSTEINBAAN-

123000 Legenda

N

plangebied

0

200

400 m

Rijen

transect ICMEOLOOISCM ONDERZOEK » ADV t*

Figuur 1: Ligging van het plangebied op een topografische kaart uit 2021 (bron: www.pdok.nl).

4

4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader

Vergunningsaanvraag BOPA

Oppervlakte plangebied

4400 m2

Planvorming

Nieuwbouw kantoorgebouw

Omvang verstoringen

Nieuwbouw (circa 1095 m2) Sloop deel bebouwing (695 m2)

Bodemverstorende werkzaamheden

Sloop- en graafwerkzaamheden

Diepte verstoring

Onbekend; afhankelijk van funderingswijze

Het voornemen bestaat om in het plangebied een nieuw kantoorgebouw te realiseren voor ABG

gemeenten. Een deel van het huidige kantoorpand zal hiervoor worden gesloopt (695 m2). Deze kantoren zijn gefundeerd op staal met poeren. Op basis van de bouwtekeningen is onder de huidige

bebouwing uitgegraven tot circa 120-130 cm -Mv voor de aanleg van de poeren (zie bijlage 2). Een deel van het het huidige gebouw zal behouden blijven. Heir zal de nieuwe bebouwing aan vast worden

gebouwd (circa 1095 m2). De funderingswijze van de toekomstige bebouwing is nog onbekend. Een

inrichtingstekening van de toekomstige situatie is weergegeven in bijlage 1. Om de herontwikkeling mogelijk te maken, is een vergunning voor een BOPA nodig, aangezien de bouwhoogte wordt

overschreden. Ook zal het dak minder hellend zijn dan in het bestemmingsplan wordt toegestaan. Er

zijn geen effecten op het grondwaterpeil voorzien.

5

5. Beleidskader Onderzoekskader

Vergunningsaanvraag BOPA

Beleidskader

Tijdelijk Omgevingsplan Gilze en Rijen: Bestemmingsplan Woongebied Rijen 2013 2500 m2 en dieper dan 40 cm -Mv

Onderzoeksgrens

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed

ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar

het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat

een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening

moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 is het behoud en beheer

van het Nederlandse erfgoed geregeld door Erfgoedwet, die de Monumentenwet 1988 vervangt. Het deel van het erfgoedbeheer dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving is

sinds 1 januari 2024 opgenomen in de Omgevingswet. Hierin is bepaald dat gemeentes rekening moeten houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed bij het vaststellen van het omgevingsplan. Hieronder vallen dus ook bekende en/of aantoonbaar te verwachten archeologische

monumenten. Dit is vastgesteld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) artikel 5.130, lid 1. In het belang van de archeologische monumentenzorg kan een gemeente vanuit het Omgevingsplan lokale regels stellen door monumenten (concreet) in de bodem te beschermen of ze juist vakkundig op te

laten graven (lid 3, 4 en 5). Ook kunnen ze vanuit het Omgevingsplan eisen stellen aan het onderzoek,

waaronder het onderzoeksthema en de onderzoeksvorm. Gemeentes hebben tot 2031 om tot een

Omgevingsplan op te stellen. Tot die tijd geldt een Tijdelijk Omgevingsplan. Het archeologisch beleid is ten tijde van het onderzoek nog niet verwerkt in het Omgevingsplan. In het

tijdelijk Omgevingsplan geldt daarom het voormalige bestemmingsplan. Het bestemmingsplan "Woongebied Rijen 2013" heeft het plangebied Waarde-Archeologie 5 en 6 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl). Op de gemeentelijke beleidskaart heeft het plan gebied een

archeologische verwachting categorie 3 (Gemeente Gilze en Rijen, 2022; bijlage 3). In het geval van

een BOPA, is de gemeentelijke beleidskaart leidend. Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 500 m2 én dieper reiken dan 40 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk. Gezien de omvang van de voorgenomen verstoringen is in het kader van de aanvraag van

een vergunning voor een BOPA volgens het gemeentelijk beleid een archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk (zie hoofdstuk 4).

In het kader van de bestemmingsplanwijziging en omgevingsvergunning dient de aanvrager een

rapport aan de gemeente te overleggen, waarin de archeologische waarde van het plangebied naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de

uitkomsten van het archeologisch (voor-)onderzoek dat hiervoor nodig is, kunnen aan de ontwikkeling regels worden verbonden ter behoud van belangrijke archeologische waarden. Deze kunnen bestaan

uit technische aanpassingen of een veiligstellende opgraving. Het archeologisch vooronderzoek kan

hiertoe worden uitgebreid met een al dan niet gecombineerd karterend en waarderend onderzoek, zodat op basis van de KNA-waarderingssystematiek een waardestelling kan worden opgemaakt.

6

6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeo regio

Zuid-Nederlandse zandgebied

Geomorfologie

Terrasafzettingswelvingen afgedekt met dekzand

Maaiveld

8,9-9,1 m NAP

Bodem

Hoge zwarte enkeerdgronden

Grondwater

GWT-VII

Landschapsgenese Het plangebied ligt landschappelijk gezien in het Zuid-Nederlandse zandgebied en maakt deel uit van

het Kempisch plateau. Dit gebied is een tektonisch doch relatief stabiel stijgingsgebied ten westen van

de Centrale Slenk (Schokker, 2003). Hiermee heeft het een relatief hoge ligging en kent het een eigen

geologische ontwikkeling (Berendsen, 2005). De genese ervan gaat terug tot in het vroeg-Pleistoceen, circa 1,1 miljoen jaar geleden. Toen is onder invloed van het dal van Breda, een rivierdal ontstaan, van

waaruit voorlopers van de Rijn, Maas en lokale beken in het gebied vanuit het midden van België, hebben afgewaterd. Dit dal is waarschijnlijk gevormd tijdens de overgang van het Vroeg- naar het

Midden Pleistoceen en is later opgevuld met een pakket fijn zand (Lammers e.a., 1981). Ten oosten

van het dal vormde zich in de loop van het Midden-Pleistoceen vervolgens ter hoogte van Oosterhout een dik pakket matig grof tot uiterst grof grindhoudend zand, vermoedelijk door een vlechtend

riviersysteem van de Rijn-Maas. Dit pakket behoort geologisch gezien tot de Formatie van Sterksel (de Mulder e.a., 2003) en bevindt zich naar verwachting in de ondergrond van het plangebied. Later in het Pleistoceen hield de fluviatiele invloed in het gebied op (circa 850000 jaar geleden). Onder invloed van

een zeer koud klimaat trad in dit landschap periglaciale erosie op, waardoor glooiingen in het landschap ontstonden. Als gevolg van een zeer koud klimaat traden vervolgens grootschalige verstuivingen van zand op, met

name gedurende de koudste perioden van de laatste ijstijd, het Weichselien (circa 120000 tot 10000 v. Chr.). Het zand verstoof door sterke winden vanuit de drooggevallen beddingen van beken en rivieren en vanuit het drooggelegen Noordzee-bekken. Er was vanwege het extreem koude klimaat geen

vegetatie aanwezig die dergelijke verstuivingen kon voorkomen. Het zand werd als een dunne deken op de oude rivierafzettingen afgezet in welvingen en (tegen het einde van het Weichselien) in hoge

ruggen. De vorming van dit dekzand (Laagpakket van Wierden; Formatie van Boxtel) vond plaats in

verschillende fasen (Van Zijverden en de Moor, 2014; Schokker, 2003). Er is hierin onderscheid te maken in jong dekzand en oud dekzand. Het jonge dekzand omvat zand dat volledig onder invloed van

de wind is afgezet in de laatste koude periode van het Weichselien; het Jonge Dryas. De verstuivingen waren toen zodanig dat dit heeft geleid tot de vorming van enkele zeer grote dekzandruggen, die

dwars door Noord-Brabant lopen (in de lijn Geertruidenberg - 's-Hertogenbosch). Ook op lokaal

niveau hebben zich duinen, ruggen en welvingen gevormd. Deze kunnen soms zelfs wel één tot twee meter boven hun omgeving uitsteken. Het oude dekzand is een verzamelnaam voor het lemige tot

sterk lemig zand dat in de perioden daarvoor is afgezet. Hoewel het oude dekzand hoofdzakelijk onder invloed van de wind tot stand is gekomen, omvat het onder meer ook fluvioperiglaciale afzettingen, (dek)zand dat onder invloed van afstromend water is verplaatst en afgezet. Deze laatste

karakteriseren zich veelal als siltige zand- en leemlagen waarbinnen sprake is van verspoeld plantenmateriaal en een slechte sortering van het zand. Vanaf het begin van het Holoceen (vanaf 9700 v. Chr. tot heden) trad een drastische

klimaatsopwarming op. De gemiddelde jaartemperaturen stegen en het werd vochtiger waardoor

7

vegetatiegroei kon toenemen. Hierdoor werd de zandverstuiving aan banden gelegd en trad in de top

van het dekzand bodemvorming op (podzolering). In de lagere gebiedsdelen rondom de koppen en ruggen stroomden beken en kon als gevolg van de vernatting veenvorming optreden. Deze

veenvorming trad met name vanaf 3500 v. Chr., toen sprake was van een snelle stijging van het grondwaterspiegel (als gevolg van een hoge relatieve zeespiegelstijging; Berendsen, 2005). Dit leidde tot de vorming van hoogveen, dat in de loop van de 13e eeuw vrijwel volledig ontgonnen is en voor

turfwinning is afgegraven. Daarbij veranderden de gebieden in heidevelden, die pas relatief laat in

cultuur werden gebracht. De ontwatering van de natte gebieden leidde tot een verdroging van de

hoger gelegen gronden. Deze verdroging leidde tot een aanpassing in de landbouwstrategie, waarbij

door middel van plaggenbemesting en het aanbrengen van potstalmest de gronden vruchtbaar gehouden moesten worden (Van Doesburg e.a. 2007; Berendsen, 2005). Op basis van de paleogeografische kaart van Vos et al (2018) heeft het veen het plangebied nooit bereikt, dit heeft het tot circa 300 m ten noordoosten van het plangebied gereikt.

Geologie Volgens boring B50E0267 (123.030/399.610 (RD), www.dinoloket.nl) uit het Dinoloket van TNO liggen 40 meter ten westen van het plangebied afzettingen van de Formatie van Sterksel tot 20 m -Mv (12,0 m - NAP). Deze rivierafzettingen zijn afkomstig van de Rijn en de Maas. Onder deze rivierafzettingen

liggen fluviatiele afzettingen van de Formatie van Waalre.

Geomorfologie Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op terrasafzettingswelvingen afgedekt met

dekzand (code L41d, bijlage 4, www.pdok.nl). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Op basis van het AHN valt af te leiden dat het maaiveld in het plangebied op 8,9-9,1 m NAP ligt (bron:

www.ahn.nl; versie 4; bijlage 5). Het maaiveld binnen het plangebied is relatief vlak en vertoont weinig

verschillen. Op basis van de AHN valt ook af te leiden dat het plangebied op een overgang ligt van een hoger gelegen gebied ten zuiden en een lager gelegen gebied ten noorden. Dit hoogte verschil is waarschijnlijk te relateren aan de aanwezigheid van een dekzandrug/landduinen ten zuiden en de

terrasafzettingsvlakten ten noorden.

Bodem en grondwatertrap

Volgens de bodemkaart zijn in het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden in zwak siltig fijn zand

aanwezig (kaartcode zEZ21; bijlage 6, www.pdok.nl). Hoge zwarte enkeerdgronden zijn zandgronden met een onvergraven humeuze, donkergekleurde bovengrond van tenminste 50 cm dik (Aap-

horizont). Deze bovengrond is ontstaan door ophoging van de oorspronkelijke bodem, vaak met potstalmest. Voor zwarte enkeerdgronden is hierbij overwegend gebruik gemaakt van heideplaggen

(De Bakker 1966). Enkeerdgronden zijnvanuit archeologisch oogpunt bijzonder omdat ze de oorspronkelijke bodem(van voor de aanleg van het eerddek)beschermd kunnen hebben tegen recente bodemingrepen. Hiermee kunnen ze eventuele archeologische grondsporen tegen vergraving hebben

beschermd. De grondwatertrap in het plangebied is VII (op de bodemkaart). Dit houdt in dat de gemiddeld hoogste

grondwaterstand (GLG) beneden 80 cm -Mv voor kan komen. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GHG) kan daarentegen beneden 120 cm -Mv liggen. Onder dergelijke omstandigheden blijven

organische archeologische resten niet bewaard boven 120 cm -Mv. Binnen 120 cm -Mv kunnen wel

anorganische resten, zoals vuursteen en aardewerk, of verbrande organische resten worden

aangetroffen. Beneden 120 cm -Mv kunnen daarnaast theoretisch gezien ook onverbrande organische resten worden aangetroffen.

8

7. Beschrijving bekende archeologische kenmerken Wettelijk beschermd monument

Nee

AMK terrein

Nee

Verwachting gemeentelijke kaart

Laag tot Middelhoog

Archeologische waarden en/of informatie

Nee

Wettelijk beschermde status Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst

voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status. Archeologische Monumentenkaart (AMK) Het plangebied is niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK).

Archeologische verwachting Op de gemeentelijke beleidskaart heeft het plangebied een archeologische verwachting categorie 3.

Volgens de gemeentelijke archeologische verwachting kaart ligt het plangebied binnen een zone waarbinnen resten van boeren- en staatse samenlevingen worden verwacht. Dit is waarschijnlijk

gebaseerd op de ligging op terrasafzettingswelvingen. De zone met terrasafzettingswelvingen op de

geomorfologische kaart komt overeen met deze verwachtingszone (bijlage 3; bijlage 4). Bekende archeologische waarden

In het plangebied zijn voor zover bekend in het verleden geen archeologische waarnemingen gedaan en heeft in het verleden niet eerder onderzoek plaatsgevonden. In de omgeving van het plangebied is

wel informatie bekend. 370 meter ten noordoosten zijn verschillende archeologische onderzoek uitgevoerd in de vorm

van een bureauonderzoek, verkennende booronderzoek, megabooronderzoek en proefsleuvenonderzoek. Tijdens het verkennende booronderzoek is in het noordelijke deel van

het gebied een goed ontwikkelde esdek aangetroffen en in het zuidelijke deel een restant vaan

een B-horizont onder een de bouwvoor. Voor een groot deel van het plangebied was echter een verstoorde bodem aangetroffen. Het dekzand is aangetroffen op circa 50-120 cm -Mv. Voor de

locaties waar een intacte bodem met esdek of B-horizont was aangetroffen is geadviseerd om megaboringen uit te laten voeren. Bij de megaboringen zijn in een groot aantal boringen vondsten aangetroffen uit de perioden Prehistorie tot en met de Nieuwe tijd. De vondsten zijn alle gevonden in secundaire context; zowel in het plaggendek als in de moderne bouwvoor als door verploeging en bioturbatie verplaatst in de onderliggende natuurlijke bodemhorizonten. Het grote

aantal vondsthoudende boringen en de ruimtelijke differentiatie daarin duidt op de aanwezigheid

van archeologische vindplaatsen in het gebied. Op basis hiervan is geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn perceelsgreppels uit

de Nieuwe tijd aangetroffen. Deze vindplaats werd als niet behoudenswaardig gewaardeerd waarna het gebied is vrij gegeven (onderzoeksmeldingen 2070435100; 2073554100; 216983100; Koot en Schrijvers 2004; Diepeveen-Jansen et al. 2005; Mostert en Verbeek 2009).

480 meter ten zuidwesten is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd op de locatie Atalanta 18. Op basis van het bureauonderzoek ligt het gebied op terrasafzettingswelvingen in het Brabantse

dekzandlandschap. Hierbij wordt oud dekzand op rivierafzettingen van de Formatie van Sterksel verwacht. Uit het booronderzoek is gebleken dat in een deel van het plangebied omgewerkt en/of

opgebrachte grond aanwezig is tot circa 60-70 cm -Mv. Onder de bebouwing is een kruipruimte

aanwezig tot circa 110-115 cm -Mv. Onder opgebrachte grond en de kruipruimte is direct de C-

9

horizont aanwezig. De top van het dekzand is niet meer intact en er is geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de ontwikkelingen (onderzoeksmelding 2444526100; Moerman, 2014). 500 meter ten noordwesten van het plangebied aan de Stationsstraat een bureau- en

booronderzoek uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek was een middelhoge verwachting op het aantreffen van vindplaatsen uit de late steentijd tot de Late Middeleeuwen. Tijdens het

booronderzoek werden verstoorde hoge zwarte enkeerdgronden aangetroffen waarbij de humeuze laag direct overging op de C-horizont (circa 60-120 cm -Mv). Bodemhorizonten

ontbraken in de top van het dekzand. Er werden geen archeologische indicatoren aangetroffen die wezen op archeologische vindplaatsen. Er is geadviseerd het gebied vrij te geven

(onderzoeksmelding 2146608100; Jansen en Verbeek 2008). Ten westen van het plangebied (circa 180-240 meter) zijn twee vondstmeldingen gedaan

bestaande uit handgevormd aardewerk. Er is één handgevormde slanke urn met gladde hals en

ruwe besmeten buik aangetroffen voorzien van een kartelrand daterend uit de Ijzertijd (vondstmelding 2909694100). En een handgevormd fragment van een urn versierd met duimindrukken daterend uit het Laat-Neolithicum t/m Romeinse tijd (vondstmelding 2909783100). Op basis van de onderzoeken in de buurt zijn er nog weinig archeologisch waardevolle vindplaatsen

aangetroffen en is de hoeveelheid gravend onderzoek beperkt. De ligging van het plangebied op terrasafzettingswelvingen afgedekt met dekzand en hoge enkeerdgronden geeft het plangebied een

middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe tijd. Dit verwachtingspatroon is echter enkel theoretisch. De resten zullen te verwachten zijn

in de top van het dekzand dat tijdens de verschillende onderzoek op circa 50-120 cm -Mv is

aangetroffen. Hierbij moet wel rekening worden gehouden dat als het dekzand tussen de 100-120 cm -

Mv is aangetroffen deze vaak verstoord is door recentelijke activiteiten.

10

8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Aard historisch landgebruik

Hakhout, bouwland

Historische bebouwing

Nee

Huidige gebruik

Kantoor, parkeerplaatsen en groenvoorziening

Rijen is ontstaan rond een bebouwingslint, waarvan de oorsprong terug gaat tot in de veertiende

eeuw. Dit bebouwingslint ligt noordwesten van het plangebied, ter hoogte van de Hoofdstraat. Op de

oudste geraadpleegde kaart, het Kadastrale Minuutplan is zichtbaar dat het plangebied onbebouwd is en in gebruik als bouwland en voor hakhout (figuur 2; beelbank.cultureelerfgoed.nl). De percelen 1170 en 1171 zijn dan eigendom van "Gilze en Rijen voor de Armen", perceel 1172 is in bezit van Antonie

Janse van Riel. Op basis van de rest van de historische en topografische kaarten blijft het plangebied tot 1999 onbebouwd (figuren 3-8). In 1998 is de huidige bebouwing in het plangebied gebouwd (bron:

bagviewer.nl). Door de jaren is wel te zien dat de perceelgrenzen die door het plangebied lopen

steeds veranderen en dat er vanaf 1870 een weg door het plangebied loopt en dat het station ten zuiden is ontstaan. Militair Erfgoed Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is het plangebied niet aangeduid als aandachtsgebied.

Ook zijn er geen verwachtingen op militaire objecten, raketinslagen of aan de Wereldoorlogen

gerelateerde verschijnselen of objecten uit andere perioden (bronnen: www.ikme.nl;

www.vergeltungswaffen.nl,www.bunkerinfo.nl;www.tracesofwar.com,

www.explosievenopsporing.nl,www.bhic.nl; ree militaire landschapskaart). Huidig gebruik en bodemverstoringen

Het plangebied is ten tijde van het onderzoek aan de westzijde bebouwd met kantoren (circa 1250 m2) en verder in gebruik als parkeerplaatsen en voor groenvoorzieningen. Op basis van de

bouwtekeningen van de huidige bebouwing zijn de funderingen aangelegd tot op circa 120-130 cm Mv. Deze graafwerkzaamheden hebben hier gezorgd dat de top van het dekzand verstoord is. Verder

zijn aan de noordoostzijde verschillende kabels en leidingen aangelegd die van het trafohuis en weg

naar het gebouw lopen (figuur 9). Deze kabels en leidingen zullen waarschijnlijk ook tot verstoringen hebben gezorgd van de bodem.

Er heeft in het plangebied geen milieukundig onderzoek of sanering uitgevoerd (bodemloket.nl; noord-brabant.omgevingsrapportage.nl). Het plangebied staat verder niet op de provinciale

ontgrondingenkaart aangeduid (Noord-Brabant, 2024).

11

111200

409100

409100

409200

409200

409300

409300

409400

111100

409400

111000

110900

0

100

200

110900

409000

409000

N 400 m

300

111000

111100

111200

Figuur 2. Uitsnede van de Minuut uit 1811-1832. Het plangebied is met rode

lijnen weergegeven (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

123250

123000

*

I

A

«

I h

-

k'

)»

11

8 V

399500

-k

! %W

K,

I

3%

i Y ll

+

1

1 123000

M2

f

I ƒ

f I

"41 122750

*

399750

*

«i

♦

1

'K' t

-

99750

■

2 tv

k

ƒ

399500

14

-

I

♦

I

1

122750

123250

Figuur 3. Uitsnede van een topografische kaart uit 1870 (bron:

www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

12

123000

123250

C

H

( /

99500

7

L

399750

1

122750

N

•a

ï

7

7

Figuur 4. Uitsnede van een topografische kaart uit 1910 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

399500

"2

ff

ë« " ,

14

X

S ,

399500

K*g

B

2 )

399750

#ë.

med

CW4

qQ "

399750

123250

123000

I

122750

\

••

122750

123000

123250

Figuur 5. Uitsnede van een topografische kaart uit 1940 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

13

123250

2

C P

po

123000

122750

H E /

399500

VDe_

# ■

/9 •

P

b

s

8

E

heK •e

Le

T

Ui

399500

I

IA

7

%

JJ

3

O k

99750

P

d

—

a

-X >2

a"-

• m

399750

I

F

C

□

?

4

#

C Q e"

123000

122750

123250

Figuur 6. Uitsnede van een topografische kaart uit 1962 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

123000

122750

123250

399750

399750

I 399500

1

«

w

9

T

399500

7

I

W

5.1.2.e

122750

123000

123250

Figuur 7.Uitsnede van een topografische kaart uit 1999 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven.

14

123000

ge..

4

1)

e

-0,

Ir

J.

■

64a,

1

9

/0.

06)

399600

%

/

/./ /II

24

N 0

20

40

60

80 mi

123000

Figuur 8. Uitsnede van een luchtfoto uit 2019. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: www.pdok.nl).

N

\h \\ Mh %

\ \

\

/ / / / / / / L_

\ \

m-

/ /

I Figuur 9. Kabels en leidingen in het plangebied (KLIC; kadaster.nl).

15

9. Gespecificeerde archeologische verwachting Archeologische verwachting en periode Het plangebied ligt op terraswelvingen afgedekt met dekzand en hoge zwarte enkeerdgronden. Op basis van de landschappelijke ligging kan het plangebied vanaf het Laat-Paleolithicum bewoond zijn geweest. Voor het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen geldt een middelhoge

verwachting afhankelijk van de intactheid van de top van het dekzand. Voor zover bekend heeft in het plangebied geen bebouwing gestaan in de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. In het plangebied zelf wordt op basis van de historische kaarten echter geen bebouwing verwacht, maar veeleer sporen

van landgebruik en terreininrichting die een geringe informatiewaarde zullen vertegenwoordigen. Op basis hiervan heeft het plangebied een lage archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd.

Stratigrafische positie Archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum t/m de Nieuwe tijd worden verwacht in de top van het dekzand dat vermoedelijk op circa 60 cm -Mv ligt. Omdat in de omgeving het dekzand vaak

aangetast is, is het de vraag of in het plangebied het dekzand nog intact is en op welke diepte deze

precies ligt. Complextypen Archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum worden verwacht in de vorm van kampementen, die zich kenmerken door een concentratie van bewerkt vuursteen, houtskool

aardewerk (vanaf het Neolithicum). Dergelijke resten zijn aan te treffen in de top van het dekzand. Vindplaatsen met betrekking op kortstondig bewoonde kampementen vanaf het Laat-Paleolithicum zullen over het algemeen een oppervlakte van enkele vierkante meters beslaan. Vanaf het Neolithicum bestaat de kans op het voorkomen van bewoning, bestaande uit een boerderij,

bijgebouwen en waterputten. Deze kunnen een oppervlakte beslaan tot enkele honderd vierkante

meters. Deze terreinen, maar ook sporen van landgebruik kunnen zich kenmerken door grondsporen en verkleuringen in de bodem. De gespecificeerde archeologische verwachting is nader weergegeven in onderstaande tabel 1.

Prospectiekenmerken, zoekstrategie en advies Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verworven resultaten is er een middelhoge verwachting

op archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen. De vraag is in eerste instantie in hoeverre het archeologische niveau van het dekzand nog intact is aan de oostzijde

van het plangebied. Op basis van de bouwtekeningen van de huidige bebouwing kan gesteld worden dat aan de westzijde de top van het dekzand waarschijnlijk is verstoord door de bouw. Om de intactheid te kunnen toetsen, dient de lithologische opbouw van de ondergrond en de mate van intactheid van de bodem te worden vastgelegd. Dit kan plaatsvinden door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van dit onderzoek kan dan een uitspraak worden gedaan of en in hoeverre

archeologische resten te verwachten zijn.

16

Tabel 1: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel Archeologische verwachting

Datering

Reden

Middelhoog

Laat-Paleolithicum-Neolithicum

Resten bevinden zich in de top van het dekzand.

Het is onbekend of dekzand in het plangebied

nog intact aanwezig is. Middelhoog

Bronstijd-Vroege Middeleeuwen

Resten bevinden zich in de top van het dekzand.

Het is onbekend of dekzand in het plangebied

nog intact aanwezig gaat zijn. Laag

Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd

Het plangebied lag ten oosten van de historische kern en in gebruik als bouwland en hakhout. Op

de verschillende historische kaarten is geen historische bebouwing te zien. Bebouwingsresten uit de Nieuwe tijd zijn niet te verwachten. Uit

deze periode kunnen enkel sporen van landgebruik verwacht worden.

2

Complextype

Nederzettingen (jachtkamp), huisplaatsen, sporen van landgebruik

7 4

Omvang

100-1000 m2 (omvang jachtkamp); 500-2000 m2 (omvang huisplaats, algemeen)

Diepteligging

Top van het dekzand (circa 60 cm -Mv)

5

Gaafheid en conservering

6

Locatie

Oostzijde plangebied; westzijde waarschijnlijk verstoord

7

Uiterlijke kenmerken (artefacten en type

Vindplaatsen kenmerken zich naar verwachting door vondsten, cultuurlagen en sporen

Afhankelijk van de intactheid van de top van het dekzand.

indicatoren)

8

Mogelijke verstoringen

Bouw huidige bebouwing tot circa 120-130 cm -Mv en aanleg kabels en leidingen.

17

10. Resultaten veldonderzoek Onderzoeksmethodiek

Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in

het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9. Hiertoe is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd (conform het Plan van Aanpak; Hartog, 2022). De boringen zijn daarbij gebruikt om zowel de mate van intactheid van de bodem als de bodemopbouw zelf te bepalen. In

totaal zijn in het plangebied zes boringen gezet (boring 1-6). De boringen hebben een diepte tot maximaal 180 cm -Mv en zijn handmatig gezet met behulp van

een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen gefotografeerd, waarna ze zijn beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). De

foto's en beschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 9 en 10. De boringen zijn gelijkmatig verdeeld over het plangebied. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 8. De locatie van de boringen is bepaald met behulp van een meetlint en jalons aan de hand van de bestaande topografie. De

hoogtes van de boringen is bepaald met behulp van het AHN. Veldwaarnemingen

Ten tijde van het veldonderzoek was het grootste gedeelte van het plangebied bestaat met klinkers rondom de bestaande bebouwing. Er zijn geen opvallende verschillen in maaiveldhoogte

waargenomen binnen het plangebied. Wel is een steilrand zichtbaar ten oosten van boorpunt 3. Hier is sprake van een daling van het maaiveld van circa 1,0 m richting de Venneweg 28. Foto's van het

plangebied ten tijde van het veldonderzoek zijn opgenomen in figuur 10.

gr? ■

Ma 2

I

72

1 i 11

ebh

^TQaiBTH I ï

'

20-.,

4. I_____________________ _ _ _______ __ —_ <*4-. •«_______________________________ Figuur 10. Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (22-07-2022). Links een zicht op de noordzijde van het plangebied vanaf de 5.1.2.e rechts een zicht op het centrale deel van het plangebied vanaf het zuiden.

18

Bodemopbouw en lithologie In het plangebied is vanaf maaiveld sprake van een laag matig humeus, zwak siltig grijsbruin en zwak grindhoudend zand aanwezig. Hierin zijn in het gehele plangebied stukken glas, fijn puin en grove

wortel aangetroffen, lokaal is ook sprake van stukken steenkool. Deze laag is aangetroffen tot een diepte van 130-160 cm -Mv (7,5-7,8 m +NAP). Op basis van de aanwezigheid van allerlei modern

materiaal is deze laag niet aan te merken als een oud bouwlanddek. De onderzijde van de laag is zeer scherp begrensd. Deze laag is geïnterpreteerd als een moderne ophooglaag. Boringen 1 en 3 zijn

gestaakt in deze laag op een diepte van respectievelijk 150 en 40 cm -Mv (7,5 en 8,7 m +NAP) op hard puin. Ter plaatse van boring 2 wordt deze laag afgedekt door een klinker en bestratingszand met een

gezamenlijke dikte van circa 15 cm. De natuurlijke ondergrond in het plangebied is aangetroffen vanaf een diepte van 130-160 cm -Mv

(7,5-7,8 m +NAP). Deze bestaat uit goed gesorteerd lichtgeelgrijs tot lichtgrijs zwak siltig zeer fijn zand, dat zeer compact is. Dit is geïnterpreteerd als de C-horizont het Jong Dekzand. Er zijn geen sporen van bodemvorming waargenomen.

Archeologische indicatoren

De opgeboorde grondmonsters zijn te velde doorzocht op de aanwezigheid van archeologische en ecologische indicatoren. Er is echter uitsluitend modern glas, steenkool en baksteen waargenomen.

Daarbij moet opgemerkt worden dat het opsporen van indicatoren niet het hoofddoel van dit onderzoek is geweest. Interpretatie Tijdens het veldwerk is vastgesteld dat in het plangebied vanaf maaiveld sprake is van een modern ophoogpakket dat direct op de C-horizont van het dekzand ligt. Er is geen sprake van een archeologisch intacte bodemopbouw bestaand uit E- en B-horizonten in de top van het dekzand,

waardoor de middelhoge verwachting op de aanwezigheid van vondstconcentraties uit het LaatPaleolithicum tot en met het Neolithicum naar een lage verwachting bij te stellen is. Aangezien verwacht werd dat de top van het dekzand reeds op een diepte van circa 60 cm -Mv verwacht werd,

maar het op een daadwerkelijke diepte van 130-160 cm -Mv is aangetroffen (7,5-7,8 m +NAP), is het waarschijnlijk dat circa 70-100 cm van het oorspronkelijke dekzandpakket verstoord is geraakt.

Daarmee is het tevens onwaarschijnlijk dat nog sprake is van archeologische grondsporen. Daarom is ook de verwachting op dergelijke sporen uit het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen naar een lage verwachting bij te stellen. Voor de latere periodes was in het bureauonderzoek reeds

een lage verwachting vastgesteld.

19

11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.

Wat is de geologische/bodemkundige opbouw in het plangebied? Op basis van het onderzoek ligt het plangebied in een dekzandlandschap. Op basis van het

veldonderzoek is niet met zekerheid vast te stellen of sprake is van een dekzandrug. 2.

Wat is de mate van intactheid van de bodem en wat zegt dat over de kans op de

aanwezigheid van vindplaatsen? Op basis van het bureauonderzoek was de top van het dekzand aangemerkt als archeologisch

relevant niveau. Dit is echter niet in intacte vorm aangetroffen in het plangebied. Vanaf een

diepte van 130-160 cm -Mv (7,5-7,8 m +NAP) is direct de C-horizont aangetroffen, terwijl vanaf

een diepte van circa 60 cm -Mv nog B-horizonten verwacht werden. Daarmee is het waarschijnlijk dat circa 70-100 cm van het oorspronkelijke dekzandpakket verstoord is geraakt.

Vanwege de grote dikte van de verstoringen wordt de kans klein geacht dat er in het plangebied nog intacte archeologische resten aanwezig zijn. 3.

Zijn er aanwijzingen voor een archeologische laag in het plangebied?

Nee. 4.

In welke mate komen de verwachtingen uit het bureauonderzoek overeen met de resultaten

van het veldonderzoek? De resultaten komen deels overeen met de verwachting uit het bureauonderzoek. De verwachting was dat de ondergrond deels verstoord was vanwege bouwactiviteiten. Dit bleek

zo te zijn. Voor het plangebied gold een middelhoge verwachting voor de periode LaatPaleolithicum - Vroege Middeleeuwen. Op basis van de resultaten van het onderzoek is vast te

stellen dat sprake is van een lage verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit alle periodes. 5.

Hoe luiden de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, in welke vorm? Nee.

20

12. Conclusie en Advies Conclusie Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied in een gebied ligt met

terraswelvingen afgedekt met dekzand en hoge enkeerdgronden. Door deze landschappelijke ligging was het plangebied aantrekkelijk voor bewoning vanaf het Laat-Paleolithicum. Op basis hiervan geldt

in het plangebied een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Op basis van de historische kaarten is het plangebied nooit bebouwd geweest, pas in 1999 kwam de huidige bebouwing in het plangebied.

Vanwege dit gegeven geldt dat het plangebied een lage verwachting heeft op het aantreffen van resten uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Uit deze periode kunnen nog wel sporen

van landgebruik worden verwacht. Voor een deel van het plangebied geldt dat dit bebouwd is en dat ter hoogte van deze bebouwing de bodem geroerd is tot minimaal 120-130 cm -Mv. Deze verstoring

heeft er voor gezorgd dat in dit deel van het plangebied waarschijnlijk geen intacte top van het

dekzand aanwezig is. De hierboven genoemde verwachting op resten uit het Laat-Paleolithicum tot en

met de Vroege Middeleeuwen geldt voor het onbebouwde deel van het plangebied. Op basis van het veldonderzoek is vast te stellen dat vanaf maaiveld tot een diepte van 130-160 cm -

Mv (7,5-7,8 m +NAP) sprake is van een modern pakket humeus ophoogzand, dat op basis van de aanwezigheid van puin, glas en steenkool geenszins aan te merken is als oud bouwlanddek. De

moderne ophooglaag ligt op de C-horizont, die tot een zodanig grote diepte geroerd is geraakt dat

geen sprake meer is van een intact relevant niveau. Daarom is de middelhoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege

Middeleeuwen naar een lage verwachting bij te stellen.

Advies In het plangebied is vastgesteld dat sprake is van een lage verwachting op de aanwezigheid van

archeologische resten. Voor het plangebied zijn in het kader van de voorgenomen sloop en

nieuwbouw geen aanvullende maatregelen nodig. Geadviseerd wordt het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, deze

vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Gilze en Rijen).

Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport zal de bevoegde overheid (de gemeente Gilze en Rijen) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met

eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

21

13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: •

Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort,

•

Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE),

2007.

Amersfoort, 2016. •

www.ruimtelijkeplannen.nl

•

archis.cultureelerfgoed.nl

•

www.kadastralekaart.com

•

www.archieven.nl

•

www.pdok.nl

•

www.ahn.nl

•

Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Stiboka)

•

Geomorfologische kaart van Nederland

•

www.bodemloket.nl

•

bagviewer.kadaster.nl

•

www.kadaster.nl

•

www.dinoloket.nl

•

www.canonvanmoerdijk.nl

•

www.bhic.nl

•

beeldbank.cultureelerfgoed.nl

•

www.topotijdreis.nl

•

noordbrabant.omgevingsrapportage.nl

•

www.ikme.nl

•

www.tracesofwar.com

•

www.euroradar.nl/explosieven-opsporing/ruimingskaart/

Lijst met afbeeldingen

4

Figuur 1: Ligging van het plangebied op een topografische kaart uit 2021 (bron: www.pdok.nl). ... Figuur 2. Uitsnede van de Minuut uit 1811-1832. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven

(bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl)...............................................................................................

12

Figuur 3. Uitsnede van een topografische kaart uit 1870 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is

met rode lijnen weergegeven

12

Figuur 4. Uitsnede van een topografische kaart uit 1910 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is

met rode lijnen weergegeven

13

Figuur 5. Uitsnede van een topografische kaart uit 1940 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is

met rode lijnen weergegeven

13

Figuur 6. Uitsnede van een topografische kaart uit 1962 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is

met rode lijnen weergegeven

14

Figuur 7.Uitsnede van een topografische kaart uit 1999 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is

met rode lijnen weergegeven................................................................................................................. 14 Figuur 8. Uitsnede van een luchtfoto uit 2019. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron:

www.pdok.nl).......................................................................................................................................... 15 Figuur 9. Kabels en leidingen in het plangebied (KLIC; kadaster.nl)....................................................... 15 Figuur 10. Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (22-07-2022). Links een zicht op

de noordzijde van het plangebied vanaf de Mary Zeldenrustlaan, rechts een zicht op het centrale deel

van het plangebied vanaf het zuiden

18

22

Literatuur

Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade.

Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen.

Berendsen, H.J.A., 2004. De vorming van het land. Assen (Fysische geografie van Nederland). Vierde,

geheel herziene druk. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland). Derde,

geheel herziene druk. Berkvens, R., 2010. Gilze en Rijen, van onderaf bekeken Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg,

gemeente Gilze en Rijen, Eindhoven. Diepeveen-Jansen, M., P. van der Kroft, Mulié, E., en O. Ullrich, 2005. Vliegende Vennen te Rijen,

gemeente Gilze en Rijen. Een megabooronderzoek. Vestigia Rapport V250. Doesburg, J. van, M. de Boer, J. Deeben, BJ. Groenwoudt & T. de Groot (red.), 2007. Essen in zicht.

Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. NAR 34, Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten. Amersfoort. Hartog, M.J., 2022, Plan van Aanpak, Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, Rijen, Anne

Frankplein 12, Nieuwegein (intern document Transect) Janssens, M., en C. Verbeek, 2008. Gilze en Rijen - Rijen (NB), Centrumplan-Oost Archeologisch

vooronderzoek, Tilburg. Bilan-Rapport 2008/006. Koot, C.W., en R. Schrijvers, 2004. Archeologische inventarisatie van plangebied "Vliegende Vennen" te Rijen. Amersfoort. Vestigia rapport-V112. Lammers, W. R. Reiling en E. Zilverberg, 1981. Verslag van een Kwartair geologisch veldwerk in Noord-

Brabant. Scriptie V.U., Amsterdam (uit Stiboka, 1987) Moerman, S., 2014. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende

fase. Atalanta 18, Rijen. Gemeente Gilze en Rijen. Noordwijk. IDDS Archeologie rapport 1656.

Mostert, M., en C. Verbeek, 2009. Gilze en Rijen (NB) - Rijen, Vliegende Vennen, fase 1. Proefsleuvenonderzoek. Tilburg. Bilan Rapport 200/122.

Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van

Nederland. Groningen. Schokker, J., 2003. Patterns and processes in a Pleistocene fluvio-aeolian environment (Roer Graben, south-eastern Netherlands), Utrecht (Thesis, Nederlandse Geografische Studies 314).

Van Zijverden, W.K. & J. de Moor, 2014. Het groot profielenboek. Fysische geografie voorarcheologen. Leiden.

Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2018; Atlas van Nederland in het Holoceen.

Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus).

23

KJ

o

8

8

Bijlage 1: Plantekening

399650

\

Plantekening O IA

•

Cl 0

/

5.1.2.e

4

ƒ

6

§

Gemeente Gilze en Rijen

Legenda

I

‘enplan

o o

•

/

I

8

/

/

399600

9

2) plangebied

/

/

/ /

\

§

a ë

/

i

5

o

8

g 399550

o

8

399550

/

N

8

■

g 9

I

o0

o

N 0

20

40

60

80

100 m

Bron: AROM

t

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK > ADVIES

24

I

#

1

1

Q

k

4 m

"K

388s; 8La,

g§;

E 8s

25

123050

123000

123100

123150

399650

399650

Plantekening

Rijen, Anne Frankplein 12 Gemeente Gilze en Rijen

Legenda ] plangebied

plannen J Te behouden

Nieuw te bouwen

Slopen

399550

399600

399550

399600

‘a

.9

123000

123100

123050

123150

N 0

20

40

60

80

100 m

Bron: AROM

ü

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES

26

Bijlage 2: Bouwtekeningen huidige bebouwing D

C

c

D

A

B

A

B

4

-

—1

r H

——

4=

=s

h

#

f

J

I

H

DOORSNEDE C-C OVER CENTRALE HAL

DOORSNEDE B-8 TUSSEN STRAMIEN 7 & 8

DOORSNEDE A-A TUSSEN STRAMIEN 10 & 11

G

F

1

2

4

3

I -

#H o;

OVERZICHT DOORSNEDEN o

DOORSNEDE OO TUSSEN STRAMIEN 1 & 2

DOORSNEDE E E TUSSEN STRAMIEN G & H

27

■

2

O

6

©

-1

&e=e*cF

®-T

2

6

—i-"s

-*s

a#e

?

1

i»

li w

sa

•

I

ii I i! IK ipi,

ÜF

5£S

3

IH

t

doorsneda

I

etu

5

{ ,

h !i

\ \

2

! ;; h’

I

68

ii

4f

2

> :

•

G

&

I

I

-

1 aL

h'S i I

te?

•

i!

H!

_.m.taxu

i’

gi

5

1

p ••

* 1

© -

•

2:

->

ti

-“—e?*Em

—L"G

i

&

/

I

•

■

ë

‘ iiui!

y

8

3

**a

A

ü ü llll

3

IliIIii

.

■

q. - —+— ■

« : •

D

__ _ 6

X

s\

1 0

1Z

9

?

23. M5 .a m-

docrsrete 3

doorsnede 2

.1341 m

O

-

H •

1

M-eem=

,9

© 5

4a

JLJ —ë--

79

02

eië

::

••

z

4em

L

.E

4G Ingontsarabcmceu !ost

5

: ' 180: wmreoew

mL weEms

tm 5.1.2.e

doysnede i

deersnede S

Cegmego

doorsnede 6

28

Sta

.m

Fm

33

5 Ni

■n.

E

EB}

I

1

2 hH

8

=etje

WMki Ë

5 L2

ne

E,

. i

02

n *# r e,Dem

0 g

Er‘2-3

RE,

7

s P.n

954

r

722

5,

5

Q

9.

K3 •

n

oq3

24 9

J

• n\O%

____

_!

122550122600122650122700122750122800122850122900122950123000123050123100123150123200123250123300123350123400123450123500123550123600123650123700123750

N 0 2040608(100 m

Bron: BAAC

399100399150399200399250399300 99 50399400 99450399500399550399600 99650399700399750399800399 50399900399950400000400050

122550122600122650122700122750122800122850122900122950123000123050123100123150123200123250123300123350123400123450123500123550123600123650123700123750

99100 99150 99200 99250 99300 99 50

99400 99450 99500399 50 99600 99650399700399750 99800399 50399900399950400000400050

Bijlage 3: Archeologische beleidskaan van de gemeente Gilze en Rijen Archeologische beleidskaart

Rijen, Anne Frankplein 12 Gemeente Gilze en Rijen

Legenda plangebied

t

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES

29

beleidscategorie

Beleid

categorie 1

bij ingrepen groter dan 0 m’dient een waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd

categorie 2

bij ingrepen groter dan 100 m en dieper dan 40 cm beneden maaiveld dienteen waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd

categorie 2a

bij ingrepen groter dan 100 m en dieper dan 50 cm beneden maaiveld dienteen waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd

categorie 3

bij ingrepen groter dan 500 men dieper dan 40 cm beneden maaiveld dient een waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd

categorie 4

bij ingrepen groter dan 500 m en dieper dan 50 cm beneden maaiveld dienteen waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd

categorie 5

bij ingrepen groter dan 1000 m en dieper dan 30 cm beneden maaiveld dienteen waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd.

categorie 6

bij ingrepen groter dan 25.000 m’en dieper dan 40 cm beneden maaiveld dienteen waardestellend archeologisch rapport te worden overlegd

Topografie

categorie 7

verstoord terrein, vrijgesteld van onderzoek

categorie 8a

reeds onderzocht, vrijgesteld van onderzoek

topografie

categorie 8b

reeds onderzochten ten dele vrijgesteld van onderzoek. Betreffende onderzoek dient te worden inzien op basis waarvan kan worden besloten of nader onderzoek is vereist

water

gemeentegrens

Verstoorde terreinen, de archeologisch relevante bodemlagen zijn mogelijk verstoord. Onderliggende categorie is leidend

A

30

Bijlage 4: Geomorfologie 122400

122600

122800

123000

400400 400200 400000

123600

123800

124000

w

F

124200

124400

Geomorfologische kaart

41

R23'

d)

F91)

398600

(

L54~ 121800

122000

122200

122400

122600

122800

0

200

400

600

800

123000

123200

123400

123600

123800

398800

G

B53

399000

399200

399400

399400 399200

399000

{4

398800

398600

Legenda

399600

R23

%

Rijen, Anne Frankplein 12 Gemeente Gilze en Rijen

] plangebied

M41

$

399600

399800

123400

3

m=

&

123200

400200

122200

400000

122000

399800

121800

124000

124200

124400

N

1.000 m

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES

31

■

Vereffeningsrestglooiing Glooiing van hellingafspoelingen Lössglooiing Glooiing in terrasafzettingsvlakte Glooiing van beekdalzijde Stroomrugglooiing Rivierstrandglooiing Gordeldekzandglooiing Kustduinglooiing Veenrestglooiing Zeestrandglooiing Grondmorenewelvingen Welvingen in sneeuwsmeltwaterafzettingen Vereffeningsrest-welvingen Terrasafzettingswelvingen Meanderruggen en -geulen Welvingen in rivierafzettingen Dekzandwelvingen Gordeldekzandwelvingen Kustduinen met bijbehorende vlakten en laagten Landduinen met bijbehorende vlakten en laagten Welvingen in zee- of meerbodemafzettingen Binnendelta-welvingen Welvingen in plaatselijk gemoerde getij-afzettingen Welvingen in kustoverslagafzettingen Welvingen in getij-afzettingen Welvingen in getij-aanwassen Welvingen in zandplaten Veenrest-ruggen Storthopen met grind-, zand-, kleigaten of ijzerkuilen Kunstmatig gecreëerd reliëf voor recreatiedoeleinden. .. Vlakte van grondmorene Vlakte van smeltwaterafzettingen Vlakte van sneeuwsmeltwaterafzettingen Vereffeningsrest-vlakte

32

Bijlage 5: Hoogtekaart 121200

121600

122400

122000

122800

124000

123600

123200

124400

124800

+

-

—

400800

-

—

—

-

—

eo -Ag

400400

400400

400800

Hoogtekaart

Rijen, Anne Frankplein 12 Gemeente Gilze en Rijen

+

-

+

—

400000

400000

Legenda

#

—

plangebied

maaiveldhoogte (m NAP)

m 5,0000

\

H

Q

+

H L

399200

/

+

+

+

, +

1

v

+

+

I

121200

121600

122400

122000

122800

123200

+

+

+

398800

u

5.1.2.e

+

++

+

+

+ -

398400

*

+

W t

98400

398800

6

+-

15,0000

399200

399600

+

399600

5.1.2.e

%

123600

124000

124400

0

124800

N 0

200

400

600

800

1.000 m

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES

33

123200

122800

Hoogtekaart - detail

Rijen, Anne Frankplein 12 Gemeente Gilze en Rijen

Legenda

-

plangebied

»

maaiveldhoogte (m NAP) m 6,0000 399600

399600

“s +

|

[ 7,5000

|

| 9,0000

|

| 10,5000

■ 12,0000

m

11 i" T

■

123200

122800

o

50

100

150

200

250 m

transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK • ADVIES

Bijlage 6: Bodemkaart 34

121800

122000

122200

122400

122600

122800

123000

E

123200

123400

123600

124000

123800

H

124200

124400

ï

Bodemkaart

Hn21 400400

400400

PZ823 Hn21

2W

T

400200

400200

|h BEBOUW

[2EZ21

Rijen, Anne Frankplein 12 Gemeente Gilze en Rijen

400000

bë

plangebied

2EZ21

Hn21

Zd21

399600

* ••

Legenda

zWz'

[BEBOUW

pZg23

399400

399400

cHn21

399200

399200

Hn21

□ □ □ □ □ □ □ □ □

399800

s

399800

K

399600

400000

pZg23

bodem kaart Water of moeras Bebouwing V ergraven

Dijken en ophoging

Vlakvaagsronden Zandige vaaggronden

Beek- en akkereerdgrond Humuspodzolen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16365539/1