Geredigeerd 2025-12-04 Definitieve onderbouwing BOPA Anne Frankplein 12 Rijen
Tekst van het document
2.
twee ontsluitingswegen: een gelijkmatige verkeersverdeling en een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 200.000 m2.
Ten aanzien van het project
Het project wordt niet ontwikkeld in een van de aandachtsgebieden. Door het slopen van de vleugels van de bestaande bebouwing aan het Anne Frankplein 12 te Rijen en nieuwbouw te plegen ten behoeve van een kantoor, wordt het bruto-vloeroppervlakte vergroot tot ca. 4.642 m2. Het kantoor wordt ontsloten door de Mary Zeldenrustlaan en het Anne Frankplein. Hieruit kan worden afgeleid dat het project wordt aangemerkt
als standaardgeval in de zin van artikel 5.54 sub a van het Bkl en is er geen sprake van een bijdrage in
betekenende mate aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Onderhavig project voldoet dus aan de
normen voor luchtkwaliteit. Het verdient de voorkeur voor het betreffende project om inzicht te geven in de luchtkwaliteit, in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het Centraal
Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Dit
instrument wordt gebruikt ter ondersteuning van de monitoring van de luchtkwaliteit en geldt als de opvolger van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Navolgend zijn afbeeldingen weergegeven uit
de bijbehorende kaarten voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5).
*HEaat
Monitoringsronde
I
Dëinn
T-
o
I
t
Monitoringsjaar I 2022
2023
•O
0 Receptoren wegverkeer
/
• Alleen toetspunten NO, concentratie
• < 10ug/m* 0 10tot20ug/m‘
o
o 20tot35ug/m*
Q 35 tot 38 ug/mo
O 38 tot 40,5 ug/m*
O 40,5 tot 42.5 ug/m’ • 2 42,5 u2/m’
O Onbekend of (nog) niet berekend
Afbeelding: kaart NO2-concentraties, monitoringsronde 2023 en monitoringsjaar 2022 (bron: CIMLK)
3% AROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 32 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
3
{
{
Cat Mrane
?
To * §
F • "*Men
Monitoringsjaar
2023
2022
Receptoren wegverkeer
♦
Jo
f
I
Monitoringsronde
I I
O
M Ajfeen toetspunten
I' PMig concentrtie ©
• < 15 ug/m}
O 15tot20pgAn’
T
b
X
o 20tot35ug/m*
©
O 35 tot 38 ug/m’
©
O 38 tot 40,5 ng/m’
© 40,5 tot 42,5 ug/m'
O
• : 42,5 ug/m-
©
Q Onbekend of (nog) niet boekend
©
Afbeelding: kaart PMw concentraties, monitoringsronde 2023 en monitoringsjaar 2022 (bron: CIMLK)
|2
§ 9
atharina van _
i
r-
Monitoringsronde
Monitoringsjaar
2023
I 2022
©
© Receptoren wegverkeer
/
-
I
r-
7
Frankpe
J© \
r»
°nspte.
I
o
• Alleen toetspunten
]
| PMi.» concentratie
O <5 ug/m3
©
o 5 tot 6 ug/m*
©
o 6 tot 7 ug/m
©
o 7 tot 8 ug/m*
©
• 8 tot ug/m
©
• 9 tot 10 pg/m3
©
• 10 tot 15 ug/m*
©
• 15 tot 25,5 ug/m*
©
• 2 25,5 ug/m
©
O Onbekend of (nog) niet berekend
©
Afbeelding: kaart PM2,5 concentraties, monitoringsronde 2023 en monitoringsjaar 2022 (bron: CIMLK)
Sarom
Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 33 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
De dichtstbijzijnde meetlocaties zijn in bovenstaande afbeeldingen met paars omcirkelt. De projectlocatie is
aangegeven met een blauwe pijl. De concentratie voor stikstof NO2 bedraagt ter plaatse van de
dichtstbijzijnde meetlocatie 10 tot 20 ug/ m3. De concentratie voor fijnstof PM10 bedraagt ter plaatse van de dichtstbijzijnde meetlocatie van 15 tot 20 ug/ m3.
De concentratie voor fijnstof PM2.5 bedraagt ter
plaatse van de dichtstbijzijnde meetlocatie 9 tot 10 ug/ m3. Uit deze metingen blijkt dat in monitoringsronde
2023, monitoringsjaar 2022, de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide en fijnstof onder de omgevingswaarden blijven.
Conclusie Het project behoort tot een standaardgeval dat niet in betekende mate bijdraagt aan de verhoging van de concentratie van stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PMio). De sloop van de bestaande vleugels en de
nieuwbouw van kantoren draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast voldoet de luchtkwaliteit ter plaatse aan de omgevingswaarden die voortvloeien uit het Bkl zodat
een goede ruimtelijke ordening wordt gewaarborgd. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor
dit project.
4.4
Geur
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Wet geurhinder en veehouderij vervallen. Op grond van
artikel 4.6, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet maakt een gemeentelijke verordening over geur (artikel
6 van de Wet geurhinder en veehouderij) deel uit van het omgevingsplan. De gemeente Gilze en Rijen heeft haar geurbeleid voor veehouderijen vastgesteld in de 'Verordening geurhinder en veehouderij Gemeente
Gilze en Rijen 2022'. Hierin heeft de gemeente waarden vastgesteld voor maximale geurbelasting in gebieden zoals aangegeven op de bij de verordening behorende en gewaarmerkte kaart. In afwijking van artikel 3, lid
1 van de Wet geurhinder en veehouderij bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied op de bij de verordening behorende en gewaarmerkte
kaart als volgt:
Deelgebied
Maximale waarde voor geurbelasting van een veehouderij op een
geurgevoelig object in odour units
A
3,0
B
5,0
C
8,0
D
10,0
Tabel: Maximale waarde geurbelasting van veehouderij op geurgevoelig object in odour units per deelgebied
(bron: Verordening geurhinder en veehouderij Gemeente Gilze en Rijen 2022)
Ten aanzien van het project
Navolgend is een afbeelding opgenomen van de gewaarmerkte kaart behorend bij de verordening. De projectlocatie is gelegen in deelgebied A, globaal ter plaatse van de blauwe pijl.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 34 van 92
4 december 2025 Gemeente Gilze en Rijen
UK
Gebiedsvisies Wgv ABG-gemeenten
| .
Kaart behorende bi Ontwerp geurverordening
#.
vouoteortM DPNNAIR
vh
MO
se
2
1
X
m,
*
4
i
/
$ deelgebieden en geurnormen voorgrondbelast ing
H A-3ou
C- Sou
B-5ou
D- Wou
«
/ i
C
_cse2 A
* Afbeelding: Gebiedsvisies Wgv ABG-gemeenten (Bron: Verordening geurhinder en veehouderij Gemeente
Gilze en Rijen 2022) De maximum waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object is daarmee 3
odour units. Van een geurgevoelig object is sprake als wordt voldaan aan de definitie uit artikel 5.91 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij onderhavige ontwikkeling van kantoren is geen sprake van een geurgevoelig object. Daarmee hoeft niet te worden getoetst aan geurnormen uit de verordening.
Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig project.
Gs AROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen Gemeente Gilze en Rijen
4.5
Blad 35 van 92
4 december 2025
Trilling
Zwaar verkeer, heiwerkzaamheden, machines, enzovoort kunnen aanleiding geven tot trillingen in
gebouwen. Deze trillingen kunnen op hun beurt leiden tot hinder voor personen en schade of storing aan
apparatuur. De beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 4.2 van de Omgevingswet. De overheid
moet bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening houden met het belang van het beschermen van de fysieke leefomgeving. In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl zijn ten behoeve van de bescherming van de gezondheid en het milieu instructieregels opgenomen ter voorkomen en beperken van trillingshinder.
Het toepassingsbereik van de instructieregels is gekoppeld aan een combinatie van trillingsgevoelige gebouwen én aan op locatie toegelaten activiteiten. Dit houdt in dat in het omgevingsplan dient te worden
gewaarborgd dat activiteiten die daarin worden toegestaan niet leiden tot onaanvaardbare trillingen in een
trillingsgevoelig gebouw. De instructieregels voor trillingen uit het Bkl zijn echter niet van toepassing op doorgaand verkeer, spoorwegen en vaarwegen.
Om de mogelijke trillingshinder door railverkeer in kaart te brengen kan worden uitgegaan van de SBR-
richtlijn deel B. De gebruikelijke gehanteerde afstand waarbinnen trillingshinder door spoor wordt getoetst is een zone tot 100 meter van het spoor. Uit verschillende trillingshinderonderzoeken blijkt dat buiten deze afstand tot het spoor meestal geen trillingsniveaus optreden boven de streefwaarde voor Vmax van 0,1.
Binnen een afstand van 100 meter tot het spoor moet bij nieuwbouw rekening worden gehouden met
spoortrillingen en het voorkomen van hinder hierdoor.
Dat binnen een zone van 100 meter tot het spoor rekening gehouden moet worden met trillingen betekent niet dat er binnen deze zone altijd maatregelen nodig zijn. Ten aanzien van het project Door Cohere Consultants is een trillingsonderzoek uitgevoerd voor de projectlocatie. Het volledige rapport is
bijgevoegd als bijlage 5.
Uit de resultaten van het trillingsonderzoek zijn de volgende conclusies te trekken: Uit de meetresultaten van het bestaande gebouw volgt een beeld van verwachte trillingsniveaus als gevolg van treinverkeer. Wordt gekeken naar de westelijke meetpunten op maaiveld en aan de
fundering (meetpunten 1 en 3) dan worden ordegrootte dezelfde niveaus gevonden in verticale
richting met een Vmax=0,22. In horizontale meetrichting liggen de niveaus op maaiveld hoger dan aan de fundering. Aan de fundering is de verticale meetrichting maatgevend. Het oostelijke meetpunt op maaiveld laat hogere niveaus zien, maar gezien de karakteristieken van
de signalen (die afwijken van de andere meetpunten op maaiveld en fundering) gaat het hier niet om
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 36 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
treinpassages. De westelijke meetpunten worden gehanteerd voor de prognose van trillingsniveaus door spoor in het toekomstige gebouw; Op de beganegrondvloer (meetpunt 5) zijn hogere niveaus gemeten dan aan de fundering en op
maaiveld met een maximum van Veff,max = 0,33 wat boven de streefwaarde A2=0,2 ligt. De
tijdstippen van optreden alsook de afwijkende frequentiekarakteristieken, geven de verwachting dat het niet om goederentreinpassages gaat maar waarschijnlijk passerende bussen. De dominante
frequentie bedraagt telkens rond de 15 Hz. Dit duidt er ook op dat de eigenfrequentie van de vloer op de begane grond van het bestaande gebouw rond de 15 Hz ligt. Voor de toekomstige nieuwbouw
moet dergelijke opslingering als gevolg van buspassages worden voorkomen om trillingshinder door wegverkeer te voorkomen. Op de tweede verdieping wordt in verticale richting ook een iets hoger niveau gemeten dan aan de
fundering en op maaiveld. In horizontale richting worden lagere niveaus gemeten. Mogelijk is er sprake van enige mate van opslingering op de tweede verdieping. Dat in horizontale richting geen
hogere niveaus zijn gemeten wekt de verwachting dat van schranken dan wel roteren van het gehele gebouw niet of nauwelijks sprake is. Dit is ook de verwachting gezien de gunstige geometrie en ligging t.o.v. het spoor. De toekomstige nieuwbouw heeft een vergelijkbare geometrie waardoor ook geen
ongunstig schrank- dan wel rotatie effect wordt verwacht.
Voor de prognose van trillingsniveaus op de vloeren van de toekomstige nieuwbouw wordt uitgegaan
van de gemeten trillingsniveaus in het bestaande deel. Het gebouwontwerp van het toekomstige gebouwdeel
heeft namelijk veel gelijkenissen met het bestaande deel als het gaat om
funderingsontwerp (met poeren) en constructieve opbouw. Er volgt voor de prognose daarom een maatgevend trillingsniveau Vmax=0,33.
Aanvullend is gekeken wat het trillingsniveau in een ongunstige situatie zou zijn als er toch sprake is
van opslingering van een vloer in het nieuwe gedeelte van het gebouw. Daarbij is gerekend met het
meest maatgevende funderingsmeetpunt van het bestaande gebouw en vervolgens met een opslingeringsfactor. Uit de prognose volgt dan een Vmax niveau in verticale richting tussen de 0,22
en 0,44. Verwacht wordt dat Vmax=0,44 een bovengrens is. Uitgaan van het funderingsmeetpunt aan het bestaande bouwdeel is conservatief omdat deze het dichtst op het spoor ligt. De prognose
geldt voor goederentreinpassages die zowel overdag, 's avonds als 's nachts passeren.
De streefwaarde A2 voor de nachtperiode is maatgevend en bedraagt voort kantoorgebouwen voor
nieuwbouw A2=0,6. Voor bestaande bouw bedraagt deze streefwaarde A2=l,2. Op basis van de prognose volgt dat trillingsniveaus in het toekomstige kantoorgebouw voldoen aan de SBR-richtlijn
deel B.
De gemeten Vper trillingsniveaus liggen onder de streefwaarde. Voor de toekomstige nieuwbouw
wordt ook niet verwacht dat er sprake zal zijn van een overschrijding van de streefwaarde. De toetsing van Vmax is maatgevend.
In de onderstaande tabel wordt een predictie van de verwachte niveaus Vmax weergegeven.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 37 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Tabel 14. Predictie van verwachte niveaus Vmax
Maximaal gemeten Vetf,max
Prognose trillingsniveaus Vmax
in bestaande gebouw op vloer
Op vloer toekomstige gebouw
verticaal: 0,33
verticaal: 0,33
horizontaal: 0,19
horizontaal: 0,19
Extra toets ingeval van opsl in gering vloer in bestaande gebouw op fundering
Op vloer toekomstige gebouw
verticaal: 0,22
verticaal: 0,22 -0,44
horizontaal: 0,12
*De predictie van trillingsniveaus kent altijd een mate van onzekerheid. De spreiding in de voorziene trillingsniveaus resulteert o. a. uit het
wel of niet optreden van opslingering. Opslingering van vloeren treedt op in verticale richting. Een algehele opslingering van het gebouw wordt niet verwacht vanwege de gunstige geometrie en ligging t.o.v. het spoor.
Uit de tabel volgt dat op basis van de metingen wordt verwacht dat Vmax=0,33. Wanneer voor een specifieke
vloer in het toekomstige gebouw toch onvoorzien opslingering optreedt dan volgt een bovengrensprognose van Vmax=0,44. Verwacht wordt dat dit een conservatieve schatting is omdat het nieuwe gedeelte verder van het spoor ligt dan het maatgevende funderingspunt waar mee is gerekend. Voor een kantoorgebouw geldt voor bestaande bouw een A2 streefwaarde van Vmax=l,2. Voor nieuwbouw
bedraagt deze streefwaarde A2=0,6. (zie Tabel 3). Aan beide streefwaarden wordt daarom voldaan. Bij de toetsing aan A2 geldt aanvullend dat aan de A3 streefwaarde voor Vper moet worden voldaan. Dit is ook het
geval.
Op basis van deze predictie wordt verwacht dat trillingsniveaus door treinverkeer in het toekomstige gebouw
onder de streefwaarden van de SBR-richtlijn deel B voor zowel nieuwbouw als bestaande bouw voor kantoorgebouwen blijven.
Conclusie Een algehele opslingering van het gebouw wordt niet verwacht vanwege de gunstige geometrie en ligging t.o.v. het spoor. Daarnaast is te zien dat er aan de streefwaarden wordt voldaan.
Het aspect trilling vormt geen belemmering voor onderhavig project.
4.6
Bedrijven- en milieuzonering
Bij de opstelling van een toelichting dienen ook de gevolgen voor het woon- en leefklimaat te worden
meegenomen in het kader van de belangenafweging. Er dient te worden beoordeeld of, uitgaande van de
maximale mogelijkheden van het project, geen onoverkomelijke problemen zijn te verwachten. Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en
toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 38 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking 'Activiteiten en Milieuzonering'. De lijst
'Activiteiten en Milieuzonering' geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst Bedrijven en Milieuzonering worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een
woning, of verblijfsruimte, die volgens het omgevingsplan mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op
twee omgevingstypen: 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Ten opzichte van een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (behalve voor het aspect gevaar).
Ten aanzien van het project
De projectlocatie kan getypeerd worden als 'gemengd gebied'. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemening. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca
en kleine bedrijven. Ook een lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied.
Bestaande bedrijven In de directe omgeving van de projectlocatie zijn bedrijven gelegen. Van belang is om te bezien of er
eventuele belemmeringen zijn. Navolgend is een overzicht van alle in de buurt gelegen bedrijven weergegeven. De richtafstanden in deze tabel zijn de richtafstanden die horen bij een gemengd gebied en
daarom één afstandstrap terug gebracht dan aangegeven in de VNG brochure.
Naam, adres, afstand tot
SBI omschrijving
Cat.
gevel op de projectlocatie
SBI Code
Geur
stof
geluid
gevaar
2008
2
47528
0
0
10
10
en
2
9313
0
0
10
0
en
1
4773
0
0
0
10
3.2
491, 492
0
0
50
50
Praxis Bouwmarkt Rijen
Bouwmarkten en andere
in
Mary Zeldenrustlaan 20
winkels
5122 CE, Rijen
bouwmaterialen
Ca. 28 m
algemeen assortiment
Basecamp Fitness
Cultuur,
Anne Frankplein 11
recreatie
5122 CB, Rijen
Fitnesscentra
; sport
Ca. 23 m Boots apotheek Rijen
Apotheken
Anne Frankplein 2-A
drogisterijen
5122 CB Rijen
Ca. 23 m
Station Gilze-Rijen
Spoorwegen: stations
Stationsplein 1 5121 EA Rijen Ca.140 m
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 39 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
van
Broeders & Broer
Vervaardiging
Parallelweg 12
meubels
5121 LD, Rijen
goederen
Ca.100 m
meubelfabrieken
Abema Snuffelhal
Winkels in tweedehands
Parallelweg 14
goederen (geen kleding)
en
3.2
31011
30
30
50
30
1
47793
0
0
0
0
overige
n.e.g.,
5121 LD, Rijen Ca.105 m
Tabel: bedrijven nabij de projectlocatie
De grootste richtafstand tot het projectgebied bedraagt 50 meter. Deze afstand is afkomstig van Station
Gilze-Rijen voor de aspecten geluid en gevaar en van Broeders & Broer voor het aspect geluid. De afstand van de projectlocatie tot Station Gilze-Rijen bedraagt ca. 140 meter. De afstand van de projectlocatie tot Broeders & Broer bedraagt ca. 100 m. De richtafstanden reiken niet tot het projectgebied en vormen daarom
geen belemmering voor het onderhavig project. Daarbij is een kantoor geen gevoelige functie, waardoor de
richtafstanden tevens geen belemmering opleveren. Gezien de afstanden kan worden aangenomen dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse
van de projectlocatie. Voor een uitgebreide motivering wordt verwezen naar paragraaf 4.1 'Geluid' en paragraaf 6.1 'Omgevingsveiligheid'.
Andersom is ook gekeken naar de emissies vanuit het te realiseren kantoor naar de directe omgeving. Voor
deze toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4.1 'Geluid'.
Conclusie Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavig project.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 40 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
5
BESCHERMING VAN DE WATERBELANGEN
5.1
Water
In deze paragraaf komen de regels aan bod die gelden voor wat betreft de waterhuishouding ter plaatse.
Hieronder worden de beleidskaders toegelicht en doorwerking daarvan in het project.
Nationaal Water Programma 2022-2027 Op 18 maart 2022 is het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 vastgesteld. Het Nationaal Water
Programma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Hierin zijn maatregelen opgenomen om Nederland ook voor toekomstige
generaties veilig en leefbaar te houden. Het NWP is bindend voor het Rijk.
In het NWP legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het
operationeel beheer, om deze strategische doelen te kunnen bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen.
Provinciaal Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027 Het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het NWP en de waterbeheerprogramma's van de waterschappen.
Het doel van het RWP is een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale
bodem. Het geeft invulling aan het op orde houden van de basis van het natuurlijk water- en bodemsysteem.
Een belangrijke rode draad in het programma is het herstellen van de systeemwerking. Vele generaties lang had het waterbeleid als doel wateroverlast te voorkomen en water zo snel mogelijk af te voeren. Inmiddels is dit gewijzigd naar water zo veel mogelijk vasthouden. Verder vraagt het plan een meer systeemgerichte aanpak in plaats van een probleemgerichte aanpak. Het
regionale
waterprogramma
wijst
de
regionale
oppervlaktewateren,
grondwaterlichamen
en
waterwinlocaties aan en neemt het provinciaal beleid op.
De Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant - Visie op de Brabantse leefomgeving', besproken in paragraaf 5.2.1, bevat de ambitie van de provincie en is het overkoepelend en leidend kader voor het RWP. In het RWP
wordt voor het thema water en vitale bodem nadere uitwerking en invulling gegeven aan de Omgevingsvisie
Noord-Brabant. De Omgevingsvisie Noord-Brabant kent een aantal kernwaarden voor het handelen van de provincie. Deze kernwaarden zijn in het RWP vertaald in zeven handelingsprincipes, specifiek voor het beleid
en de uitvoering op het vlak van water en bodem: Watervoorraad in balans;
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 41 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Elke druppel telt; Niet alles kan overal;
Brabant is in staat extreme weersituaties op te vangen;
Bescherming van water- en bodemkwaliteit; Gebruikers zijn maximaal verantwoordelijk;
Circulair denken en doen.
Waterbeheerprogramma 2022-2027 De projectlocatie is gelegen binnen het beheergebied van Waterschap Brabantse Delta. Het beleid van Waterschap
Brabantse
Delta
is
neergelegd
in
het
Waterbeheerprogramma
2022-2027,
getiteld
'Klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap'. In het Waterbeheerprogramma neemt het waterschap
de kerntaken als uitgangspunt. Die taken zijn: bescherming tegen overstromingen en zorgen voor schoon en gezond water dat voldoende voorhanden is. Het waterschap kijkt bij het plannen en uitvoeren van die
kerntaken zo integraal mogelijk naar alle wateropgaven. Deze wateropgaven bestaan uit: Klimaatadaptie (aanpassen aan de klimaatverandering)
Waterveiligheid (beperken van overstromingsrisico's) Gezond en schoon water (verbeteren waterkwaliteit)
Voldoende water (vasthouden en infiltreren van water)
Vaarwegen (vaarwegenbeheer) Waterketen
(onderhoud
en
vervanging
van
in
beheer
zijnde
zuiveringen,
rioolgemalen,
afvalwatertransportleidingen en persstations)
Waterschapsverordening waterschap Brabantse Delta 2024 Het waterschap Brabantse Delta heeft haar regels vastgelegd in de waterschapsverordening. In navolgende kaart is de ligging van beschermde zones weergegeven. De projectlocatie is aangeduid met een blauwe pijl.
Legenda Waterschapsgrenzen
Rijen Beschermde gebieden Keur Attent egeb d
erkt beachermd gebed
ebled
irgedsgebied Nat
Haansberg
20(
7
Afbeelding: Kaart Keur Beschermde Gebieden (bron: Waterschap Brabantse Delta)
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen Gemeente Gilze en Rijen
Blad 42 van 92
4 december 2025
Zoals op bovenstaande afbeelding te zien is de projectlocatie niet gelegen in een beschermde zone. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen. Er wordt gestreefd
naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanuit dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde
infiltreren, bergen en afvoeren. Bij een toename van het verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 geldt een compenserende regel van het waterschap.
Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2021-2025 (vGRP) Het waterbeleid van de gemeente is vastgelegd in het verbreed gemeentelijk rioleringsplan. De raad van de gemeente Gilze en Rijen heeft op 14 december 2020 het vGRP vastgesteld dat geldt voor de periode 2021-
2025. Uit het vGRP volgt dat alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten in principe waterneutraal dienen te
worden uitgevoerd. In beginsel dient geprobeerd te worden om negatieve effecten op grond- en
oppervlaktewater te voorkomen. Wanneer mogelijk dient hemelwater bovengronds worden geborgen en
geïnfiltreerd. Hemelwater wordt eventueel vertraagd afgevoerd naar oppervlaktewater. Voor herbebouwing zonder toename van het verhard oppervlak geldt een retentie-eis van 7 mm. Bij
nieuwbouw of toenemend verhard oppervlak geldt een retentie-eis van 60 mm.
Handreiking Waterbeleid ABG Deze handreiking geeft een samenvatting van het huidige waterbeleid en de richting voor de invulling van het thema water bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Het huidige waterbeleid is op hoofdlijnen vastgesteld door het bestuur bij de vaststelling van het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP). Het waterbeleid van de gemeenten streeft een duurzaam watersysteem
na waarbij vooral het invullen van de zorgplicht hemelwater is ingevuld door het opleggen van een wateropgave bij ontwikkelingen. Deze handreiking geeft meer handvaten voor de invulling zoals informatie over de technieken en de ruimteclaim van een wateropgave. Bij het oprichten van een bouwwerk en aanleg van bestrating geldt voor de toename van het toekomstige
aangesloten verhard oppervlak (daken en verharding) conform het gemeentelijke beleid een norm van minimaal 60 mm (in Gilze en Rijen) voor het nieuwe verhard oppervlak.
Bij vervanging geldt een bergingsnorm van minimaal 7 mm (7 liter per m2 of 70 m3 per hectare) voor het
vernieuwd verhard oppervlak. Voor de toename van het toekomstige aangesloten verhard oppervlak (daken
en verharding) geldt conform het gemeentelijke beleid een norm van minimaal 60 mm voor het nieuwe verhard oppervlak. De gemeente rekent niet met een gevoeligheidsfactor. Oppervlak wat niet aangepakt wordt, hoeft niet
gecompenseerd te worden.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 43 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
De bestaande watersystemen zoals greppels en vijvers dienen gehandhaafd te blijven tenzij de bergende,
afvoerende, infiltrerende en drainerende functie gecompenseerd wordt. Ten aanzien van het project
In navolgend kopje worden de huidige en toekomstige situatie van de projectlocatie en de gevolgen voor de waterhuishouding besproken. In de huidige situatie bevat het perceel bestaande bebouwing, verharding en onverhard terrein. In de toekomstige situatie wordt een gedeelte van het bestaande pand gesloopt en
bijgebouwd ten behoeve van kantoren.
Verdeling verhard oppervlakte In navolgende tabel is de verdeling van de verharde en onverharde oppervlakte in de huidige en toekomstige
situatie weergegeven.
Huidig m2
Toekomstig m2
Daken
1.060
1.700
Terrein verharding
2.790
1.720
Terrein onverhard
540
970
Totaal projectgebied
4.390
4.390
Tabel: verdeling verhard en onverhard oppervlakte projectgebied
Voor herbebouwing zonder toename van het verhard oppervlak geldt een retentie-eis van 7 mm. Bij
nieuwbouw of toenemend verhard oppervlak geldt een retentie-eis van 60 mm.
Navolgend is een tabel met de berekening wateropgave voor ontwikkelingen in Gilze en Rijen opgenomen. Uit de berekening wateropgave volgt dat er 23,9 m3 opgevangen dient te worden.
BEREKENING TE REALISEREN WATEROPGAVE
Verhard oppervlak [vo, m2] Daken In nieuwe situatie 1.700 Ondergrens verhard oppervlak is 50 m2
I
In huidige situatie
I 1.060
I
Bestrating Verhard oppervlak 1.720 3.420 m2 dan wel opgave 2790
Dan is: Toename vo en Vervanging vo
0 m2
3.420 m2
3.850 m2
Opgave toename
60 mm
0,0 m3
Opgave vervanging
7 mm
23,9 m3
| TOTAAL te realiseren opgave:
23,9 m3
Tabel: Berekening wateropgave voor ontwikkelingen in Gilze en Rijen
Op de navolgende afbeeldingen wordt weergegeven hoe de extra wateropgave duurzaam wordt opgelost
door de inzet van wadi's en slokops. Voor de opvang en verwerking van hemelwater op het terrein is gekozen
voor de aanleg van wadi's met een diepte van circa 0,8 meter en een talud van maximaal 1:3. De gemiddelde
hoogste grondwaterstand (GHG) bevindt zich op circa 1,61 meter onder maaiveld. Dit betekent dat er voldoende verticale afstand is tussen de bodem van de wadi en de GHG, waarmee voldaan wordt aan de minimale eisen voor infiltratievoorzieningen zoals gesteld in de Handreiking Klimaatadaptatie van de
gemeente Gilze en Rijen (ABG-handreiking). Ook wordt er voorzien in een slokop als noodoverlaat richting het riool.
3% AROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Blad 44 van 92
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
4 december 2025 Gemeente Gilze en Rijen
i
9 I
W/
I
8
B
< 1
—L
□
«I
>
X I
3
)% \ \
r
^4
I 1
k
N NQ
X
) -//) /ƒ I )
I
a
II
5
/ / ƒ/ 1
K
-
/ // i li
Afbeelding: Wadi's en slokops toekomstige situatie (Bron: Studio REDD)
^AROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 45 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
meerstammige boom Qp scniergena
hatf-erdlept pasteren
tt
r
«
(@}
8
tkdrkdk
g
noogovenaat roei
GHG: -1610 (conform Bodemdata.nl)
M2E2" *--
trottoir 1.90
groen parkeren
5.00
(8)
22
ber
E
•(e)
o
] -1
hafverdieot • arheren
I wadi I
2.40 0.30
0.95_
2.30
0.30 0.30
Afbeelding: Wadi toekostige situatie (Bron: Studio REDD)
De bodemopbouw in het gebied is niet volledig vastgesteld. Door MILON B.V. is d.d. 14 oktober 2025 een
doorlatendheidsonderzoek uitgevoerd. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage 6. Navolgend zijn de
belangrijkste conclusies en bevindingen weergegeven. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een klinkerverharding aanwezig. Ter plaatse van wadi 1 is in de
bodem een laag van recyclingsgranulaat aanwezig. Op deze verhardingslaag is zwak siltig, matig grof zand aanwezig. Vermoedelijk is dit geen gebiedseigen grond. Ter plaatse van wadi 1 en wadi 2 bestaat de (oorspronkelijke) bovengrond uit zwak siltig, zwak tot matig humeus, matig fijn zand. De ondergrond bestaat
uit zwak siltig, al dan niet niet zwak tot matig humeus, matig fijn zand. Er zijn tot een diepte van 3,0 m-mv geen slechtdoorlatende leem- of kleilagen waargenomen. Het grondwater is op een diepte van circa 2,8 tot
2,9 m-mv aangetroffen.
Een korrelverdeling geeft de exacte opbouw van een grondmonster weer. Hiermee zijn verschillende aspecten van de bodem te bepalen, zoals grondsoort en doorlatendheid. Met de gegevens uit de korrelverdelingsanalyse is de doorlatendheid van de bodem in te schatten. Deze gegevens worden ter
controle op de doorlatendheidsmetingen toegepast. Tevens kunnen met de gegevens uit de zeefkrommes meer exact de grondtyperingen bepaald worden, ter controle op de zintuiglijke waarnemingen tijdens het
veldwerk. Met het bepalen van de zandmediaan, wordt tevens een inschatting gegevens van de k-waarde
voor een standaardbodem. Er zijn twee grondmonster geanalyseerd. De zeefkromme en het M63-getal is bepaald uit de monsters van boring 103 (dieptetraject van 1,00 tot 1,50 m-mv) en boring 104 (dieptetraject
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen Gemeente Gilze en Rijen
Blad 46 van 92
4 december 2025
van 1,10 tot 1,60 mmv). De korrelgrootteverdeling wordt gedefinieerd als de verhouding van de massa's per korrelgrootteklasse over de totale massa.
Op basis van de zeefkrommes wordt de zandmediaan (M63) vastgesteld. De zandmediaan is de korrelgrootte
waarboven en waaronder de helft van de massa van de deeltjes tussen 63 en 2.000 um ligt. Het onderzochte traject is te classificeren als matig fijn zand. Dit houdt in dat de indicatieve doorlatendheid tussen de 1 en 5
m/dag ligt. In praktijk kan deze waarde (veel) hoger of lager liggen door het lutumgehalte in de bodemlaag. Concluderend is het grondwater tijdens de werkzaamheden aangetroffen op een diepte van circa 2,8 tot 2,9 m-mv. In totaal zijn vier metingen in de onverzadigde zone uitgevoerd. De k-waarden in de diverse bodemlagen zijn beoordeeld als vrij goed tot goed. De analyses op de korrelverdeling en het m63-getal
bevestigen deze goede doorlatendheid. De locatie wordt als geschikt beschouwd voor het infiltreren van hemelwater in de bodem.
Oppervlaktewater
In de nabijheid van het projectgebied is geen oppervlaktewater aanwezig dat van invloed kan zijn op
onderhavig project.
Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor onderhavig project.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen Gemeente Gilze en Rijen
6
WAARBORGEN VAN DE VEILIGHEID (EXTERNE VEILIGHEID)
6.1
Omgevingsveiligheid
Blad 47 van 92
4 december 2025
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het aspect omgevingsveiligheid geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en in de instructieregels voor gemeenten en provincies. Het aspect omgevingsveiligheid ziet op het geldende beleid ten aanzien van het beperken van de kans op en het effect
van een ernstig ongeval door activiteiten met gevaarlijke stoffen.
Het aspect omgevingsveiligheid wordt hoofdzakelijk geregeld in hoofdstuk 5 van het Bkl. Hierin is onder andere bepaald dat ieder omgevingsplan rampen voorkomt, beperkt en bestrijdt. Daarnaast moet het
omgevingsplan rekening houden met het belang van de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen en de bereikbaarheid voor hulpverlening.
Onder het aspect omgevingsveiligheid valt het begrip externe veiligheid. Externe veiligheid bevat het risico voor personen die verblijven in de omgeving van een transportroute van gevaarlijke stoffen over weg, spoor
of water, doordat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. De beoordeling van externe veiligheidsrisico's vindt plaats op basis van plaatsgebonden risico (PR) en aandachtsgebieden voor
groepsrisico (GR). Het PR is de kans op overlijden van een onbeschermd persoon die continu op één plek
aanwezig is als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Regelgeving omtrent externe veiligheid zijn opgenomen in het Bkl, het Bal en het Bbl.
Plaatsgebonden risico (PR) Voor zeer kwetsbare gebouwenl (bijv, ziekenhuis, penitentiaire inrichting, kinderdagverblijf) en kwetsbare
gebouwen en locaties (bijv, woningen, grote kantoren) is de plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 per jaar een grenswaarde (art. 5.7 Bkl) waar niet van afgeweken mag worden. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties is dit een standaardwaarde (art. 5.11 Bkl) waar gemotiveerd van af geweken mag worden.
Aandachtsgebied Een aandachtsgebied is het gebied waarbinnen aanwezigen mogelijk kunnen overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen.
Als gevolg van drie typen effecten die kunnen optreden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen, worden verschillende aandachtsgebieden bepaald:
•
Brandaandachtsgebied (BAG)
•
Explosieaandachtsgebied (EAG)
•
Gifwolkaandachtsgebied (GAG)
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 48 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Er dient binnen deze aandachtsgebieden rekening gehouden te worden met het groepsrisico. Het
groepsrisico ziet op de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied.
De gemeente kan
binnen een aandachtsgebied
voorschriftengebieden aanwijzen. Op dit moment is het onderwerp omgevingsveiligheid nog niet verwerkt in het Omgevingsplan van de gemeente Gilze en Rijen.
Ten aanzien van het project
In het kader van omgevingsveiligheid heeft AVIV een rapportage opgesteld inzake de externe veiligheid op
de projectlocatie. Deze rapportage d.d. 6 augustus 2024 is opgenomen in bijlage 7. De belangrijkste bevindingen uit deze rapportage worden navolgend beschreven.
Risicokaart Het aspect externe veiligheid is voor deze ontwikkeling beoordeeld aan de hand een risicokaart. In navolgende afbeelding is een uitsnede van de risicokaart weergegeven. De locatie is aangegeven door middel
van een gele markering.
0L
%
*
• < * $
J
B
300 m
_l
—#e8OC vHgae *aqy
|
150
—822"
| Plangebied
H-+ Spoor |
| Brandvoorschriftengebied
|
| Explosieaandachtsgebied
Afbeelding: ligging projectlocatie ten opzichte risicobronnen (bron: onderzoeksrapport externe veiligheid
AVIV, d.d. 6 augustus 2024)
De projectlocatie ligt binnen 200 m van de spoorlijn Breda aansl. - Tilburg aansl. waarover transport van
gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Onderhavige ontwikkeling wordt volgens het EV-beleid van de provincie Noord-Brabant aangemerkt als een 'kwetsbaar gebouw'. Plaatsgebonden risico Bij het Basisnet Spoor gelden voor het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar (PR) de afstanden die in bijlage 2
van de regeling Basisnet zijn opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling ligt ter hoogte van traject 12S [4], Voor dittrajectdeel is de afstand gelijk aan 8 m. Een afstand van 8 m betekent dat het plaatsgebonden risico
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen Gemeente Gilze en Rijen
Blad 49 van 92
4 december 2025
vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op het midden van de spoorbundel op 1 m afstand niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Het projectgebied ligt ca. 60 m van de spoorlijn. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling.
Aandachtsgebieden
In het geval van transportroutes zijn zowel het EAG als het BAG van toepassing. Het brandaandachtsgebied
bedraagt 30 m aan weerszijden van een transportroute. Het explosieaandachtsgebied bedraagt 200 m aan
weerszijden van een transportroute. Voor transportroutes geldt vooralsnog geen gifwolkaandachtsgebied.
Voor basisnetroutes geldt vooralsnog geen gifwolkaandachtsgebied (Bijlage VII onderdeel C van het Besluit kwaliteit leefomgeving). Toch wordt op het Portaal Atlas Veiligheid hiervoor alvast een afstand van 300 m
weergegeven. Binnen een gifwolkaandachtsgebied is het niet mogelijk een voorschriftengebied aan te wijzen. De te treffen bouwkundige maatregel tegen een gifwolk is het handmatig uit kunnen schakelen van het mechanisch
ventilatiesysteem. Dit is een standaard bouwkundige eis in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl art. 4.124 vierde lid). Dit is dus opgenomen in het ontwerp van het nieuwe kantoor.
Brandvoorschriftengebied
De projectlocatie ligt buiten het brandvoorschriftengebied.
Explosieaandachtsgebied
De projectlocatie ligt binnen het explosieaandachtsgebied. Na het doorlopen van het stappenplan van de
provincie Noord-Brabant is op te merken dat de ontwikkeling binnen maatregelenniveau B of C valt. Indien
de ontwikkeling in maatregelenniveau C valt, dienen aanvullende bouwkundige maatregelen te worden genomen.
Voor de ontwikkeling is advies gevraagd aan de veiligheidsregio. Dit advies wordt navolgend uiteengezet.
Door de Provincie Noord-Brabant is het "Stappenplan afweging groepsrisico binnen aandachtsgebieden"
opgesteld, in samenwerking met de Brabants omgevingsdiensten en veiligheidsregio's. Dit stappenplan is een hulpmiddel voor gemeenten om een stijging van het groepsrisico te verantwoorden.
Maatregelenniveau A: wettelijke basisbescherming Hierbij kijken we of er meer afstand gehouden kan worden tot aan de bron en/of het aantal personen binnen het aandachtsgebied beperkt kan worden. Daarnaast geldt het wettelijke basisbeschermingsniveau waarbij
je invulling moet geven aan artikel 5.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit bestaat uit de volgende onderdelen:
• basis risicocommunicatie (artikel 46 Wet Veiligheidsregio's); • toepassen van de beste beschikbare technieken (BBT);
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 50 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
• de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening; • aanwezigheid van bedrijfshulpverlening (conform ARBO-wet); • hanteren constructieve veiligheidsklasse passend bij het type gebouw (conform Bbl); • grenswaarde plaatsgebonden risico; •
de eventuele aanwijzing van een bedrijfsbrandweer. Mogelijk is er sprake van een beperkte
verantwoording. Dan is maatregelenniveau A het eindpunt. Indien dit niet het geval is ga je door naar maatregelenniveau B.
Maatregelenniveau B: bron-en omgevingsmaatregelen Dit
maatregelenniveau
biedt
aanvullende
bescherming
op
boven
het
wettelijke
Bij
minimum.
maatregelenniveau B kijk je naar de al aanwezige bescherming in de omgeving en extra bronmaatregelen
(Best Beschikbare Technieken (BBT)). Voorbeelden van extra BBT zijn: 1. Het realiseren van een calamiteitenkelder voor productopvang. 2. Het aanbrengen van gasdetectie met automatisch inbloksysteem.
3.
Het
plaatsen
van
een
sprinklerinstallatie
bij
een
laad-
en
losplaats.
Als
het
nemen
van
omgevingsmaatregelen en/of bronmaatregelen niet de gewenste bescherming biedt, ga je door naar
maatregelenniveau C.
Maatregelenniveau C: aanvullende bouwkundige maatregelen Maatregelenniveau C is aanvullend op de voorgaande maatregelenniveaus. Nadat de al aanwezige bescherming en de mogelijkheid tot bron- en omgevingsmaatregelen zijn beoordeeld, kijk je naar de
mogelijkheid om aanvullende bouwmaatregelen te nemen. Voorbeelden van aanvullende bouwmaatregelen
zijn splinterwerend glas of stevigere wanden. Dit resulteert in een maatregelenpakket om tot passende bescherming te komen bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen. Door het volgen van de stappen schaal je op
naar een hoger maatregelenniveau. Je doorloopt alle stappen in het stappenplan. Bij maatregelenniveau B komt een tweespoor voor: de initiatiefnemer/ontwikkelaar moet aan beide stappen voldoen om het
stappenplan verder te doorlopen. Naast de effectiviteit van maatregelen bekijk je ook of de maatregel
economisch haalbaar is. Op basis van beide criteria weeg je af of je een maatregel kunt nemen. Het kan
voorkomen dat het nemen van maatregelen niet leidt tot een aanvaardbaar veiligheidsniveau of dat de
maatregelen economisch niet haalbaar zijn. In dat geval is de ontwikkeling binnen het explosie- en/of
brandaandachtsgebied niet geschikt.
Na toepassing van dit stappenplan is maatregelenniveau A/B voor dit bouwplan van toepassing. Daarbij de kanttekening dat de Best Beschikbare Technieken zoals genoemd onder maatregelenniveau B niet van toepassing zijn op een kantoorfunctie.
Voor de Veiligheidsregio zijn bij een toename van het groepsrisico vooral van belang: Zelfredzaamheid Bestrijdbaarheid van een mogelijk incident
Bereikbaarheid van de locatie
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen Gemeente Gilze en Rijen
Blad 51 van 92
4 december 2025
Zelfredzaamheid
Het geplande kantoorgebouw is bedoeld voor personeel dat zich, al of niet met hulp, zelfstandig in veiligheid kan brengen. In een kantoorgebouw van deze omvang is bedrijfshulpverlening (BHV) actief. In het noodplan
en het oefenprogramma van de BHV is het gewenst om het scenario "explosie bij incident op het spoor" op te nemen. Bij het evacueren en eventueel vluchten is het belangrijk om afzijdig van de spoorlijn te vluchten.
Bestrijdbaarheid
De opkomsttijd naar de projectlocatie bedraagt 7 minuten vanuit de brandweerkazerne in Rijen. Dit is binnen
de normtijd voor een kantoorgebouw. Rondom het gebouw zijn binnen een straal van 200 meter vijf brandkranen aanwezig.
Bereikbaarheid De projectlocatie is vanuit meerdere richtingen bereikbaar. Een opstelplaats voor een brandweervoertuig is nog niet aangewezen omdat er nog geen bouw- en situatietekeningen beschikbaar zijn. Ook dient te worden opgemerkt dat de projectlocatie in de Spoorzone ligt, die de komende jaren een herinrichting ondergaat.
Het project zelf is geen risicobron in de zin van bijlage VII van de Bkl. De realisatie van het project zelf vormt derhalve niet voor een hoger veiligheidsrisico voor de gemeente.
Vervoer over het water
In de nabijheid van de projectlocatie is geen water gelegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen
plaatsvindt. Dit vormt daarom geen belemmering voor het project.
Hoogspanningslijnen Zonering rond het bovengrondse hoogspanningsnet in Nederland is vastgelegd in de Netkaart van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De Netkaart bevat o.a. gegevens over de netbeheerder
en de breedte van de indicatieve zones. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de Netkaart weergegeven, waarin de projectlocatie wordt aangegeven met een blauwe pijl.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 52 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
7—i n''
I-4.1'.
Krdanven
Dongen
Strikbe
Sesers
Teterngen
Breda
I
Dorst
Q Bov Transparantie:
/ 390 kV / 220 kV / 150 / 110 kV / 50 kV / Corbinatieinen
Hglten
Molenschot
Legenda:
vel
Lo
De Moer
Tilburg
Lijndonk Heikant
Nethoven Hoogt Aard
Bron
Raakeind
Gllze
Vossenberg
Afbeelding: Uitsnede Netkaart, bovengrondse hoogspanningslijnen met rekenafstand (bron: RIVM, 2022)
Op basis van de informatie uit onder andere de Netkaart blijkt dat er ten noord westen en noord oosten van
de projectlocatie hoogspanningslijnen zijn gelegen. De projectlocatie is gelegen op ruim 5,5 kilometer afstand
tot de buitenzijde van de hoogspanningslijnen. Gelet op de afstand is er geen belemmering ten aanzien van de geplande ontwikkeling.
Ondergrondse (gas)leidingen Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Ministerie lenW) heeft op 12 oktober 2012 de Structuurvisie
buisleidingen 2012-2035 vastgesteld. Aan deze structuurvisie is getoetst in paragraaf 5.1.4. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de Netkaart opgenomen, waarop de buisleidingen zijn weergegeven. De
projectlocatie is aangeduid met een blauwe pijl.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 53 van 92 4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
< _ __ _ Q Buisleidingen
Steenoven
€, dsesu
1 &
Transparantie: OH
a
{ “0
Legenda:
c
tj
>
/ Bulslelding
na ‘oore8 Noon
Bron: Ministerie lenw • Register Externe Veiligheid. 2024
—Ria..-------------------N282
Zuid
\
8
▼ Reei
P \
Raksv"eg Molenschot
Hulten
Liindonk
1
"eg Breda
Afbeelding: Uitsnede Netkaart, buisleidingen (bron: Ministerie lenW - Register Externe Veiligheid, 2024) De dichtstbijzijnde ondergrondse buisleiding bevindt zich op ca. 970 meter afstand ten oosten van de
projectlocatie. Vanwege de afstand bevindt de projectlocatie zich niet in een van de aandachtsgebieden van
de buisleiding. De afstand is groot genoeg om de veiligheid te waarborgen en de werking en/of integriteit van de buisleidingen niet te schaden. De buisleidingen vormen daarmee geen belemmering voor dit project.
Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig project.
6.2
Niet-gesprongen explosiever)
Voor de gemeente Gilze en Rijen is in 2019 een beleidsnota en beleidskaart opgesteld voor de omgang met Niet Gesprongen Explosieven (NGE). Voor gemeente Gilze en Rijen is voor het opsporen van NGE een reactief
beleid het uitgangspunt. Dit houdt in dat NGE worden opgespoord en geruimd indien dit voor een ontwikkelingsproject noodzakelijk is.
In dit project zijn de NGE Risicogebieden op basis van het verwachte type NGE en de naoorlogse grondroering ingedeeld in veiligheidszones.
Ten aanzien van het project
Navolgend is een uitsnede van de beleidskaart weergegeven waarbij de projectlocatie met een blauwe pijl is aangeduid.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 54 van 92
4 december 2025 Gemeente Gilze en Rijen
N I
NGE-onderzoek noodzakelijk Gebieden verdacht van geschutsmunitie en klein kaliber munitie
24
bodemlaag tot -0,5 m-mv bodemlaag tot -1,2 m-mv
i
-
bodemlaag tot -1,5 m-mv Gebieden verdacht van afwerpmunitie bodemlaag tot -2,0 m-mv bodemlaag tot -2,5 m-mv
<
bodemlaag tot -3,5 m-mv bodemlaag tot -4,0 m-mv
bodemlaag tot -4,5 m-mv
dgd \ K
(Woon)wijken en industrieterreinen gebouwd na 1945 Bodemlagen dieper dan 0,8m-mv Openbare wegen en spoorwegen Openbare wegen: bodemlagen buiten cunet wegprofiel
181%
| Spoorwegen: bodemlaag 1.5 - 4,5m-mv | Rijksweg A58: bodemlaag 2,5 - 4,5m-mv
\
Ontgravingen (check ontgravingsdiepte) Vergunde ontgronding: bodem onder de ontgronding
5xX Archeologische opgraving: bodem onder de opgraving
Bodemsaneringen: bodem onder de saneringsput
t.
‘CA /
Afbeelding: Uitsnede beleidskaart NGE Het projectgebied ligt in een gebied dat verdacht is van afwerpmunitie in de bodemlaag tot -4,5 m-mv. Door Saricon is een risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd. Het volledige onderzoek is
opgenomen in bijlage 8. Navolgend worden de belangrijkste onderzoeksresultaten weergegeven. Op basis van de risicoanalyse wordt het volgende geadviseerd.
Sloop/verwijderen van straatmeubilair en bebouwing in verdacht gebied De werkzaamheden ten behoeve van het verwijderen van de huidige bovengrondse straatmeubilair en bebouwing kunnen op reguliere wijze worden uitgevoerd.
Grondroerende activiteiten in verdacht gebied Daar waar grondroerende werkzaamheden plaatsvinden in verdacht gebied adviseert Saricon een
oppervlaktedetectie uit te laten voeren tot de maximale diepteligging van de munitieartikelen (3,00 meter minus maaiveld). Afhankelijk van de detectieresultaten en de diepte van de werkzaamheden kan de
opdrachtgever vervolgens de keuze maken welke gemeten objecten benaderd dienen te worden. Voordat een oppervlaktedetectie uitgevoerd kan worden dient de oppervlakte van het terrein opgeschoond te zijn. Saricon gaat uit dat het reeds bebouwde gebied tot onderzijde fundatie niet meer verdacht is. Voor de rest
van het (onbebouwde) projectgebied gaat Saricon uit van een grondroering van maximaal 30 cm i.v.m. het
bouwrijp maken van het gebied in het verleden.
Sarom Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 55 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Indien er werkzaamheden plaatsvinden waarbij trillingen hoger dan een versnelling van 1,0 m/s2 optreden, dient er rekening te worden gehouden met een invloeds-straal van trillingen. Saricon doet de dringende aanbeveling om voor het realiseren van het toekomstig gebruik (en de uitvoering
van de daarvoor benodigde werkzaamheden) contact te leggen met de gemeente binnen het Risicogebied
uitwerkingsfactoren, als bevoegd gezag van de openbare orde en veiligheid. Door Saricon is tevens een risicokaart opgesteld. Deze is bijgevoegd als bijlage 9. Op de kaart wordt het
risicogebied
weergegeven,
gespecificeerd
naar
Risicogebied
invloeds-factoren
en
Risicogebied
uitwerkingsfactoren. De conclusie wordt ook op de kaart weergegeven.
Conclusie Het aspect 'niet-gesprongen explosieven' vormt geen belemmering voor onderhavig project.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rij'en
Blad 56 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
BESCHERMING VAN LANDSCHAPPELIJKE EN STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN
7
EN CULTUREEL ERFGOED
Functionele inpassing
7.1
Op dit moment heeft het perceel een kantoorfunctie. Door realisatie van het project zal deze functie
behouden blijven. De bebouwing ten behoeve van deze functie wordt op het perceel enkel uitgebreid. Het project past daarmee functioneel gezien in de omgeving.
7.2
Ruimtelijke kwaliteit
Het welstandbeleid van de gemeente Gilze en Rijen is opgenomen in de Welstandsnota van de gemeente
Gilze en Rijen. Navolgend is door middel van een blauwe pijl op de welstandskaart aangegeven waar de projectlocatie zich bevindt.
Zeer waardevolle welstandsgebieden 1
Dorpscentrum Gize
2
Dorpscentrum Molenschot
3 Butenplaats Valkenberg 4
10
10
16
Complex Prinsenbosch
12) I
Bijzondere welstandsgebieden 5 RsschusptinRien
13
14
6 S:anorsgebed R,an 7
Dorpslinten
8 Kleinscha lige dorpsinteg 9
13 14
15
1
Buurtschappen
10 Open agrarischgebied
5
12)"
16
7116
I
12
16
13 Gemengde woongebieden
16. Sport, recreatie-en open parkgebieden
13
i
13
10
2
f
15
12 Vrije sector woongebieden
15 Bosgebied
13
13
14
14 Bedrijventerreinen
B
14
11 Grootschalige voorzieringen
Reguliere welstandsgebieden
1
12 15
17
6
15 10
.13
13 15
1
7
14
17 Campings/vakanteparken 18 Vliegbasis
13
10
<Z
Welstandskaart uitsnede Rijen
I
Afbeelding: Uitsnede welstandskaart uitsnede Rijen (bron: Welstandsnota gemeente Gilze en Rijen)
3% AROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen Gemeente Gilze en Rijen
Blad 57 van 92
4 december 2025
De projectlocatie is gelegen binnen het bijzondere welstandsgebied 'Stationsgebied Rijen'. Voor dit welstandsgebied gelden gebiedsgerichte welstandscriteria. De stedenbouwkundige structuur van het stationsgebied wordt bepaald door de brede spoorzone, aan weerszijden begeleid door een straat met
daarlangs gedifferentieerde gevelwanden. Ten noorden van het spoor vormt het Anne Frankplein een groene
pleinruimte, die wordt afgerond door drie forse gesloten gevelwanden 2 en 3 bouwlagen met een strakke
vormgeving. Door de open zijde aan het spoor heeft deze ruimte een uitdrukkelijke uitstraling naar het stationsgebied.
Het welstandsbeleid is er in dit gebied op gericht samenhang binnen het stationsgebied te verwerken, waarbij
gebruik dient te worden gemaakt van cultuurhistorische karakteristieken binnen het gebied maar met de mogelijkheid om gericht nieuwe elementen toe te voegen die afwijken van de bestaande context voor wat
betreft massa en vormgeving, kleur- en materiaalgebruik. Het welstandsbeleid zal nader uiteengezet worden
in paragraaf 6.11.2 'cultuurhistorie'.
Door sloop van de vleugels van het bestaande gebouw en nieuwbouw aan de achterzijde van het bestaande gebouw blijft een groot deel van de huidige uitstraling van het gebouw behouden. De positionering in de voorgevelrooilijn alsook de oriëntatie van de bebouwing op de spoorzone worden niet gewijzigd. Zichtlijnen
worden verbeterd, aangezien de vleugels worden gesloopt en teruggebouwd. Door het project wordt
bijgedragen aan de waardebepaling van het gebied, aangezien het Anne Frankplein nog steeds zal worden afgerond door drie forse gesloten gevelwanden van 2 en 3 bouwlagen met een strakke vormgeving. De ruimtelijke kwaliteit zal hiermee behouden blijven en geen belemmering opleveren voor het project.
7.3
Stedenbouw
Stramien- en hoogtematen zijn overgenomen, waardoor optimale aansluiting tussen oud en nieuw mogelijk is en zoveel mogelijk met een generieke basisopzet en eenduidige maatvoering gewerkt kan worden. Hiermee ontstaat een toekomstbestendig gebouw met maximale flexibiliteit, voortgeborduurd op een
bestaande context. Zo ontstond er een uitermate compact gebouw van 3 bouwlagen met een zeer gunstige
verhouding tussen het grond-, dak- en geveloppervlak.
Het generieke constructieve casco van het bestaande bouwdeel van 3 lagen wordt dus behouden. Dit casco is ooit reeds circulair gebouwd en uitstekend geschikt om als kantoorvleugels in te vullen. De éénlaagse vleugels aan beide zijden kennen een minder geschikte structuur, waardoor deze circulair gesloopt zullen
worden. Materialen uit de te slopen bouwdelen zijn onderzocht op herbruikbaarheid en waar mogelijk
ingezet in het nieuwe project.
Hergebruik van casco en materialen is gunstig voor de CO2 footprint en draagt bij aan een duurzaam nieuw
gebouw, aangezien er zo minder nieuwe materialen nodig zijn. De constructieve uitgangspunten, stramienen, maatvoering, hoogtematen en ritmiek uit het te handhaven deel is letterlijk overgenomen voor het nieuwbouwdeel, zodat oud en nieuw perfect op elkaar aansluiten.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 58 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
Door de keuze voor hergebruik van het casco lag de positie van het gebouw op voorhand vast. De hoek aan
de Mary Zeldenrustlaan en het Anne Frankplein was bepalend voor de positie van het nieuwe gebouw. Door het bestaande casco letterlijk te puntspiegelen en vervolgens de beide onderdelen met elkaar te verbinden,
ontstaat er een buitengewoon compact (en dus duurzaam) alzijdig punt symmetrisch gebouw met een atrium
als verbindend hart van de organisatie.
Aan het Anne Frankplein wordt zo de oorspronkelijke stedenbouwkundige wand versterkt (de nieuwe massa is éénduidig, minder gefragmenteerd en helderder van structuur dan de huidige bebouwing) en daarmee wordt de ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit van het Anne Frankplein verbeterd. De verbinding
richting het station wordt op deze wijze ook meer richting gegeven. In hoogte sluit het nieuwe gebouw aan op de oorspronkelijke maximale hoogte van het het gebouw, passend
bij de omliggende gebouwen aan het plein. De langzaam naar de hoeken oplopende bouwhoogte geeft het gebouw een eigenzinnige vorm en herkenbare statuur, maar draagt ook bij aan het onttrekken van de
installaties op het dak aan het zicht en afschermen van de omgeving voor het geluid.
Vanwege de gestelde duurzaamheidseisen aan nieuwe gebouwen is het noodzakelijk de huidige gevels te
vervangen door nieuwe, hoogwaardige en beter geïsoleerde gevels. Het gevelontwerp is parametrisch bepaald. Iedere zijde heeft een specifieke oriëntatie op de zon, die gebruikt is om op bouwkundige wijze de lichtinval en het uitzicht te optimaliseren, opwarming zoveel mogelijk te voorkomen en een zo hoog mogelijk
comfort te bereiken met zo min mogelijk gebruik van installaties (en dus energieverbruik) gedurende de gehele exploitatie. Gevels bestaan rondom uit bandramen boven een borstwering, waardoor er een horizontaal geleed gebouw ontstaat met maximaal uitzicht. Per gevel wordt gevarieerd met de dieptemaat
van de horizontale lamellen, om zoveel mogelijk directe zoninstraling te voorkomen. Aanvullend op de horizontale lamellen zorgen verticale lamellen (per gevel variërend in aantal en schuinstand) voor een
verdere beperking van zoninstraling. Deze lamellen verzorgen daarmee ook verschillende mate van privacy per gevel. Een specifiek ontworpen daklicht boven het atrium brengt daglicht tot diep in het gebouw, zodat er ook in het hart voldoende daglicht is om comfortabel te kunnen werken.
Het nieuwe gebouw krijgt zo een unieke, uniforme en duurzame uitstraling, waarbij de gevels zoveel mogelijk gemaakt worden van
biobased materialen. Ook het interieur wordt gekenmerkt door het gebruik van
natuurlijke materialen en rustgevende kleuren. Diverse luie trappen in het atrium stimuleren beweging en creëren toevallige ontmoetingen tussen alle gebruikers in het gebouw. Het atrium zelf zorgt voor overzicht,
herkenbaarheid en saamhorigheid. Door het gebouw rondom te voorzien van taluds en subtiele verschillen aan te brengen in de ritmiek van de
begane grond en de bovengelegen verdiepingen wordt het gebouw ingebed in de directe omgeving, dat zoveel mogelijk in samenhang met elkaar ontworpen is. Het ontwerp versterkt het alzijdige concept en draagt uitdrukkelijk bij aan het verbinden van de menselijke schaal aan de schaal van het gebouw. Groen loopt
letterlijk tot aan de gevels en schept een rustige, natuurvriendelijke en bio diverse omgeving voor dit duurzame kantoorgebouw.
ÉAROM Advies Ruimtelijke Ordening & Milieu
Onderbouwing BOPA, Anne Frankplein 12 te Rijen
Blad 59 van 92
4 december 2025
Gemeente Gilze en Rijen
De hoofdentree is op subtiele wijze vormgeven door het talud in te snijden, waardoor een natuurlijke route
naar het gebouw ontstaat. De grote glazen pui (iets terugliggend) leidt naar de centrale hal. Boven de entree bevindt zich, achter verdiepingshoge glazen puien een tweelaagse wintertuin, waar planten en bomen als
groene longen fungeren voor de ambtenaren. De natuur wordt zo letterlijk het gebouw binnen gehaald. Het is gebouw kent aan de zijde van de parkeerplaatsen een soortgelijk gebaar met een leveranciersentree,
waarboven eveneens een wintertuin gelegen is. Beide accenten in de gevel dragen uitdrukkelijk bij aan een duurzame en comfortabele werkomgeving, geven het gebouw een unieke karakter en verankeren op logische
wijze de entrees van het gebouw in de omgeving aan het Anne Frankplein.
7.4
Archeologie en cultuurhistorie
Op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moet de gemeente voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime opnemen in het omgevingsplan. In
dit verband geeft het rijk de gemeente instructieregels in artikel 5.130 lid 2 van het Bkl.
7.4.1 Archeologie De Erfgoedwet vormt het wettelijk kader om het culturele erfgoed (en vooral het archeologische erfgoed) te