Gedeelde mobiliteit in concessiegebied Oost-Brabant
Tekst van het document
GEDEELDE MOBILITEIT IN CONCESSIEGEBIED OOST-BRABANT Informatieflyer november 2023
In Brabant werken we – regio’s, gemeenten en provincie – aan de transitie naar gedeelde mobiliteit. Dat doen we per concessiegebied. In concessiegebied Brabant Oost (wat bestaat uit de regio’s Hart van Brabant en Noordoost Brabant) zijn we hiermee gestart in 2020. In deze flyer geven we een korte duiding van waar we vandaan komen en waar we naartoe werken.
Gedeelde Mobiliteit Achtergrond
De wereld van mobiliteit is in verandering: Er komen meer nieuwe vormen van vervoer beschikbaar en door (mobiele) technologie kan hier op een gemakkelijke, flexibele manier gebruik van worden gemaakt. Aan de andere kant zorgen ontwikkelingen op allerlei vlak voor een ongekende dynamiek. Na de coronaperiode stromen de wegen weer vol, budgetten staan onder druk en staan we voor grote uitdagingen ten aanzien van o.a. woningbouw, stikstof en klimaat. Dit alles heeft zijn weerslag op hoe we met mobiliteit (kunnen) omgaan. Om hier optimaal op in te spelen werken we samen aan gedeelde mobiliteit in Brabant.
Gedeelde mobiliteit
In 2018 heeft de provincie Noord-Brabant (PNB) de visie “Gedeelde mobiliteit is maatwerk” vastgesteld. Hierin worden de contouren geschetst voor een transitie naar één inclusief mobiliteitssysteem, waarin reizigers de keuze hebben uit verschillende vervoersdiensten om zo zelf zijn/haar/hun reis samen te stellen, passend bij diens reisbehoefte(n). Op die manier kunnen we Brabant economisch sterk en bereikbaar houden, en zorgen dat mensen deel kunnen blijven nemen aan de samenleving. Dat is alleen mogelijk wanneer we als overheden samenwerken, met oog voor elkaars belangen en verantwoordelijkheden.
Hoe werkt gedeelde mobiliteit?
In essentie gaat het om het optimaal op elkaar laten aansluiten van reizigersvraag en het aanbod aan vervoer. Daarbij is het belangrijk om te beseffen dat zowel de vraag als het aanbod erg uiteenlopend kan zijn (lijngebonden vervoer, flexibele vervoersoplossingen, vrijwilligersinitiatieven, deelmobiliteit, enz.). Er is dus niet “één vervoersoplossing voor alle behoeften”. De reiziger kan zelf bepalen wat de beste vervoersoplossing (of combinatie daarvan) voor dát moment is. Binnen het aanbod vormt het lijngebonden busvervoer (wat via de ov-concessie wordt geregeld) de ruggengraat. Dit wordt aangevuld met flexvervoer. Hierbij kunnen reizigers vanaf elke halte van en naar een overstappunt worden gebracht waar men op de snelle buslijnen kan overstappen.
Met het lijngebonden vervoer en het flexvervoer heeft iedereen toegang tot minimaal 1 vorm van gedeelde mobiliteit. Dit is de stabiele basis. Naast de stabiele basis van het lijngebonden vervoer en flexvervoer zijn ook andere vervoersopties mogelijk. Daarom stimuleren we ook allerlei vormen van deelmobiliteit, vrijwilligersvervoer en meerijddiensten. Dit zorgt ervoor dat er meer mogelijkheden zijn om gebruik te maken van gedeelde mobiliteit; voor de gehele reis maar ook in aansluiting op het reguliere ov. Om dat aanbod op een goede, begrijpelijke manier bij de reiziger te krijgen zijn er ook ‘verbindende schakels”: in de fysieke wereld noemen we dat mobiliteitshubs, en digitaal noemen we dat mobiliteit als dienst (of “Mobility as a Service” of MaaS). Meer informatie over hoe gedeelde mobiliteit werkt is te vinden in deze video.
Hoe zijn we bezig met Gedeelde Mobiliteit? Adaptieve aanpak
Om gedeelde mobiliteit werkelijkheid te maken, hanteren we een adaptieve aanpak via de verschillende (bus) concessiegebieden, toewerkend naar invoering bij ingang van de nieuwe (bus)concessie. Voor het concessiegebied Oost – bestaande uit de regio’s Hart van Brabant en Noordoost Brabant – is dat december 2026.
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Vorming bestuurlijke kopgroep Oost-Brabant
Ambitiedocument gedeelde mobiliteit
Uitwerking en oppakken ambitie via werkstromen
Uitwerking en oppakken ambitie via werkstromen
Uitwerking en oppakken ambitie via werkstromen
Uitwerking en oppakken ambitie via werkstromen
Start nieuwe concessie december 2026 + uiterlijk operationeel Flex
In de afgelopen jaren hebben we – de regio’s, de regiotaxiorganisaties, de gemeenten in het concessiegebied, het reizigersoverleg Brabant (ROB) en de provincie - een vertaling gemaakt van de visie op gedeelde mobiliteit naar wat dat concreet betekent voor het concessiegebied Oost. Dat hebben we vastgelegd in een gezamenlijk ambitiedocument (2021) dat door vrijwel alle colleges is vastgesteld. In het ambitiedocument schetst de provincie de basis van het systeem (in de vorm van “beloften aan de reiziger”) wat bestaat uit het lijngebonden vervoer (de bus concessie) en het Flexvervoer. Een andere belangrijke afspraak is dat provincie en gemeenten het flexvervoer en het regiotaxivervoer gezamenlijk gaan aanbesteden. Daarnaast bevat het ambitiedocument een overzicht van de verschillende werkstromen aan de hand waarvan we de komende jaren samen verder invulling geven aan dit traject. Daarbij vindt er regelmatig terugkoppeling en bespreking plaats in de bestuurlijke kopgroep gedeelde mobiliteit waarin verschillende gemeenten vanuit beide regio’s vertegenwoordigd zijn (via zowel portefeuillehouders mobiliteit als portefeuillehouders regiotaxi vervoer). Deze kopgroep wordt ondersteund door een ambtelijke voorbereidingsgroep.
Waar staan we nu? In 2023 hebben we stappen gezet op de uitwerking van een aantal werkstromen. Hieronder een beknopt overzicht van de stand van zaken en een korte doorkijk naar wat er in het laatste kwartaal van 2023 en verder zal worden opgepakt.
Aanbesteding Concessie
De concessie gaat over het lijngebonden vervoer. Dit zijn de HOV-bussen (ook wel Bravo Direct genoemd), reguliere buslijnen en buurtbussen. Uitgangspunt voor de concessie zijn de afspraken van het ambitiedocument waarvoor ook gebruik is gemaakt van de regionale uitwerking van Toekomstbeeld OV. Daarnaast heeft de concessie ook een link met de afspraken die nog gemaakt moeten worden over de multimodale mobiliteitspakketten voor de verschillende regio’s. Hieronder de voorlopige planning van de aanbesteding van de concessie Oost-Brabant.
In 2023 is de voorbereiding van de aanbesteding gestart zodat er in 2024 een ontwerp Programma van Eisen gereed is. In de tweede helft van 2024 start de aanbesteding. Bij gunning (half 2025) is dan bekend wat het definitief aanbod van de vervoerder is en wat er dus gaat rijden eind 2026. Een belangrijke stap in 2023 is het vervoerkundig onderzoek. Bureau Goudappel heeft de opdracht gekregen om het vervoerkundig onderzoek te doen. Dit resulteert in een samenhangend beeld van de vervoerkundige ontwikkelrichting tijdens de looptijd van de concessie. Ook moet dit leiden tot een nadere concretisering van het aanbod aan busvervoer bij de start van de concessie. Gemeenten worden intensief betrokken bij dit proces. In 2023 via informatiebijeenkomsten (op 10 juli en 23 november). Maar ook via verdiepende gesprekken per gemeente eind 2023. Vervolgens zal dit worden verwerkt in een ontwerp Programma van Eisen (PvE), gemeenten kunnen hierbij ook input leveren via een consultatie fase.
Aanbesteding Flexvervoer
Gemeenten en provincie besteden samen het regiotaxivervoer en het flexvervoer aan (waarbij ieders belang en verantwoordelijkheid onveranderd blijven). In het concessiegebied Oost zijn drie regiovervoerregio’s: Midden-Brabant, ’s-Hertogenbosch en Noordoost Brabant. In de laatste twee regio’s gaat per januari 2024 een nieuw contract in. In 2023 zijn de aanbestedingen doorlopen en is gegund aan de nieuwe vervoerder. In deze contracten wordt eerst nog de huidige situatie voortgezet, en zal dit overgaan op het flexvervoer nieuwe stijl uiterlijk op het moment dat de nieuwe bus concessie ingaat (december 2026). In Midden-Brabant loopt de aanbesteding nog. Vervoer en vervoerscentrale worden hierin apart aanbesteed. Het nieuwe vervoerscontract moet augustus 2024 ingaan en het nieuwe contract voor de centrale moet in januari 2025 ingaan. Hierin wordt dan ook de overgang naar het nieuwe flexvervoer meegenomen. Daarnaast is vooruitlopend op deze stap op 18 september al gestart met een eerste uitrol/pilot van flexvervoer in Midden-Brabant in een aantal gemeenten (Loon op Zand, Dongen en Waalwijk).
Mobiliteitshubs
Recent is een verdiepend onderzoek afgerond voor een aantal mobiliteitshubs in concessiegebied Oost zoals benoemd in het ambitiedocument. Hierin kijken we naar de hubs afzonderlijk, maar worden de mobiliteitshubs ook meer in samenhang met elkaar bekeken (als netwerk). Deze netwerkgedachte is een belangrijke les van de studie die eerder is gedaan in West-Brabant. Meer informatie over mobiliteitshubs en de gedane onderzoeken is hier te vinden. Dit onderzoek moet leiden tot vervolgstappen die we samen met gemeenten en regio gaan oppakken.
Deelmobiliteit
Voor het onderwerp deelmobiliteit is sinds kort het landelijk programma ‘Natuurlijk! Deelmobiliteit’ gestart. De provincie is samen met de steden Tilburg, Eindhoven en Helmond partner in dit programma en deze partijen participeren ook actief in de werkgroepen. Daarnaast zijn we verdergegaan met het uitwerken van een aanpak rondom deelmobiliteit buiten stedelijk gebied. Hier is een verkenner (Yellowchess) mee aan de slag om te kijken naar het combineren van kansen voor deelmobiliteit in het gebied tussen en rondom Tilburg en Den Bosch. Het onderzoek moet leiden tot een antwoord op de vraag of deelmobiliteit in dit gebied kansrijk is, en zo ja hoe dit omgezet kan worden in een aantal concrete vervolgstappen die wij samen met gemeenten en de regio oppakken.
Integraliteit tussen onderwerpen
De resultaten van de trajecten rondom mobiliteitshubs en deelmobiliteit zullen ook gecombineerd worden met het vervoerkundig onderzoek voor de concessie Oost-Brabant. Met deze resultaten gaan we eind dit jaar het integrale gesprek aan met gemeenten in concessiegebied Oost. Doel is om gezamenlijk verdere kansen voor concrete uitwerking te verkennen voor mobiliteitshubs, deelmobiliteit en de vervoerkundige analyse met mogelijkheden voor lijngebonden vervoer en flexvervoer.
Vrijwilligersinitiatieven
De provincie stimuleert naast deelmobiliteit ook vrijwilligersinitiatieven onder de noemer samen. Dit is een belangrijk onderwerp voor de provincie en daarom is er tot en met 2026 jaarlijks een projectenbudget beschikbaar van 1,5 miljoen euro voor concrete initiatieven en integratie van ov en doelgroepenvervoer. De provincie helpt verschillende partijen vanaf de start met het opzetten van een project met onder andere een toolkit. Daarbij hoort bijvoorbeeld een stap om eerst inzicht te krijgen in de reizigersbehoefte en het vervoerprobleem. De vervolgstap is dan om te kijken naar een concrete oplossing. Dit kunnen allerlei oplossingen zijn, voorbeelden zijn ook in de toolkit te vinden. Enkele actuele ontwikkelingen met betrekking tot vrijwilligersinitiatieven in het concessiegebied Oost in 2023: • In de gemeente ’s-Hertogenbosch is ANWB AutoMaatje gestart. Hiermee rijden er nu in 27 van de 56 Brabantse gemeenten ANWB AutoMaatjes. Diverse andere gemeenten in Brabant overwegen het opstarten van ANWB AutoMaatje. • In de regio’s Noordoost Brabant en enkele gemeenten in Midden-Brabant lopen pilots met de Voor Elkaar Pas. WMO-ers kunnen voor een sterk gereduceerd tarief reizen met de bus, met als doel om het doelgroepenvervoer en het openbaar vervoer meer met elkaar te integreren. • De vraag naar kleinschalige mobiliteitsoplossingen in gemeenten blijft.
Alleen is niet altijd duidelijk wat de behoefte van de reiziger is en wat de best passende oplossing bij de vraag is. Eind 2023/begin 2024 voert de provincie samen met de gemeenten Oss, Maashorst (vooral Uden) en Meierijstad (vooral Wijbosch) behoeftenonderzoeken uit om hier achter te komen.
•
•
Uit een eerder behoefteonderzoek in samenwerking met de dorpsraden van Nuland en Vinkel is naar voren gekomen dat er behoefte is aan een kleinschalige vervoersoplossing in de avonduren en in het weekend. De provincie onderzoekt samen met hen de mogelijkheid om een initiatief op te starten. Samen met de regiotaxiorganisaties en alle gemeenten in Brabant werken we aan het beter in kaart brengen welke vervoersinitiatieven er per gemeente zijn. Het komende jaar zorgen we ervoor dat de website www.vervoervoormij.nl gevuld zal zijn vanuit alle Brabantse gemeen- ten. Reizigers, maar ook WMO-consulenten, krijgen hierbij beter inzicht in de reismogelijkheden.
Mobiliteit als Dienst (Mobility as a Service/ MaaS)
Een onderzoek naar de huidige stand van zaken van Mobiliteit als Dienst, uitgevoerd door APPM in opdracht van de provincie, laat zien dat Mobiliteit als Dienst nog niet operationeel is in een volledige vorm met plannen, boeken, reizen, betalen voor een breed palet van vervoersvormen. Toch is bij de invoering van gedeelde mobiliteit wel een goede reisplanner nodig om de koppeling te leggen tussen ov en het flexvervoer. Een dergelijke multimodale reisplanner – met daarin ook het flexvervoer – is daarom in de aanbesteding van de concessie West-Brabant als eis opgenomen. Ook in de aanbestedingen voor het flexvervoer wordt ingezet op samenwerking met de ov-vervoerders m.b.t. multimodale reisplanners. Op basis van de ervaringen in West-Brabant zal dit onderdeel ook verder worden uitgewerkt in de diverse aanbestedingen in Oost-Brabant.
Onderzoeken reizigersbehoeften
In 2022 heeft SmartwayZ.NL een onderzoek gedaan naar de motieven en weerstanden van ca. 6.500 auto forenzen. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat, hoewel 70% open staat voor andere vervoersopties, de bus een lage aantrekkingskracht heeft (82% wil geen gebruik maken van de bus, 6% wel en 12% staat ervoor open). Om te achterhalen hoe dat precies zit en wat we hieraan kunnen doen heeft de provincie Noord-Brabant een verdiepend onderzoek laten doen naar de barrières en motivatoren van de bus. Een aantal conclusies op hoofdlijnen: • De bus doet het slechter t.o.v. de auto wat betreft prijs-kwaliteit verhouding. • Daarbij wordt kwaliteit belangrijker geacht dan de prijs. Veel autogebruikers hebben liever betere busverbindingen dan een lagere prijs voor de bus. • Onbekendheid met de bus en het imago zorgen voor minder gebruik. Er is een groep mensen die aangeeft geen bus-opties tot hun beschikking te hebben terwijl ze hier wel toegang toe hebben omdat ze vaak in stedelijk gebied wonen. Een samenvatting van het verdiepende onderzoek is hier te vinden.
Een vooruitblik naar 2024 In 2024 zullen in de aanloop naar het starten van de aanbesteding van de concessie een aantal werkstromen een stuk concreter worden. Zo gaan we verder met het uitwerken van mobiliteitshubs en deelmobiliteit samen met gemeenten en regio. En dit in samenhang met wat in de concessie wordt uitgevraagd. De nieuwe contracten van het flexvervoer starten in 2024 (voor Midden begin 2025). Met de regio en nieuwe vervoerders zal gekeken worden naar een goed instroommoment voor het flexvervoer zodat dit uiterlijk operationeel is met ingang van de nieuwe concessie eind 2026. Ook blijven we oplossingen met vrijwilligersvervoer en meerijddiensten faciliteren en stimuleren.
Meer info? Mocht u meer informatie willen over gedeelde mobiliteit in algemene zin, kijk dan vooral in het digizine gedeelde mobiliteit is maatwerk. Mocht u specifieke vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met de leden van de ambtelijke voorbereidingsgroep, of een mail sturen aan: gedeeldemobiliteit@brabant.nl
Bestuurlijke kopgroep Oost-Brabant Marius Tielemans (Bernheze) Henri Willems (Boekel) Kees de Jong (Dongen) Mariëlle Doremalen (Gilze-Rijen) Peter van Steen (Heusden) Roy Geers (‘s-Hertogenbosch) Harold van den Broek (Maashorst) Rik Compagne (Meierijstad) Sidney van den Bergh (Oss) Rik Grashoff (Tilburg) Dilek Odabasi-Seker (Waalwijk) Stijn Smeulders (provincie) Evert van Schoonhoven (Reizigersoverleg Brabant)
Ambtelijke voorbereidingsgroep Ronald Soemers (regio Hart van Brabant) Jan-Willem Hulstein (regiovervoer MB) Hans Sprangers (Tilburg) Rian Snijder (RNOB) Maurice Schouten (regiovervoer DB) José Ie (regiovervoer NOB) Arwina de Boer (provincie) Willem de Jong (provincie) John Kuijs (provincie)