CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitieve Raadsrapportage Gilze en Rijen 2021

Gemeenteraad 21 november 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Ingekomen stukken - Intern12.047 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Power BI Desktop

Onze Gemeente In dit dashboard staan gegevens van de gemeente vermeld die overkoepelend of ondersteunend zijn aan de dashboards per leefgebied. Zo vindt u hier gegevens over aantallen inwoners en huishoudens,  2021 het welbevinden van onze inwoners en ook het totaal aantal voorzieningen wat door de gemeente is afgegeven aan inwoners. Inwoners begin periode (Aantal) 2021

Huishoudens totaal (Aantal) 2021

26.723

11.243

Gilze en Rijen

Gilze en Rijen

Huishoudsamenstelling Gilze en Rijen

Demografische druk 2021 Klasse

<70,0

<73,5

<77,0

<80,5

>=80,5

Alleenstaand

Gilze en Rijen 75,4

Samenwonend zonder kinderen

Samenwonend met kinderen en 1-oudergezinnen

29,7%

36,3%

34,0%

Huishoudsamenstelling 25.000-50.000 inwoners Alleenstaand

Samenwonend zonder kinderen

Samenwonend met kinderen en 1-oudergezinnen

© © 2022 2022 TomTom, TomTom, © © 2022 2022 Microsoft Microsoft Corporation Corporation

Weerbaarheid van inwoners (%) 2020 Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

47,0%

Weerbaren

46,0% 27,0%

Buitenstaanders

Compenseerders

32,5%

27,0% 6,0% 9,0% 20,0%

Kwetsbaren

0%

32,7%

34,8%

Gelukkige inwoners (%) 2020

17,0%

10%

20%

30%

40%

50%

92,4%

91,4%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Verkarende tekst weerbaarheid van Inwoners:

Tevredenheid met het leven 75 jaar en ouder (score 1-10) 2020

Weerbare personen zijn mensen waarbij de betekenisvolle participatie én individueel welzijn relatief hoog zijn. Buitenstaanders zijn mensen waarbij de betekenisvolle participatie relatief laag is en het individueel welzijn relatief hoog.

7,91

7,78

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Compenseerders zijn mensen waarbij de betekenisvolle participatie relatief hoog is en het individueel welzijn relatief laag.

Inwoners in een zorgwekkende situatie (%) 2020

Kwetsbare personen zijn mensen waarbij de betekenisvolle participatie én individueel welzijn relatief laag zijn. Zorgwekkenden zijn kwetsbaren waarbij deze indicatoren ver beneden het gemiddelde liggen.

2

9,0%

3,2%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Power BI Desktop

Onze Gemeente Individueel welzijn (score 1-10) 2020 Jaar

2021

Gilze en Rijen

Huishoudens met een voorziening in het sociaal domein (%) 2021

25.000 - 50.000 inwoners

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

8,63 8,48

8

7,72 7,74

7,48 7,51

7,18 7,22

7,10 6,98

22,5%

6

21,0% 4 3,74 3,89 2

0%

5%

10%

15%

20%

0 Sociaalecon… Eigen kracht status

Sociaal vangnet

Subjectieve Maatschap… Betekenisvo… gezondheid inzet sociale relaties

Stapeling in huishoudens per aantal voorzieningen - Gilze en Rijen - 2de helft 2021 per 1.000 huishoudens 1 voorziening

2 voorzieningen

3 voorzieningen

12,0

4 voorzieningen

6 voorzieningen

Stapeling in huishoudens per aantal voorzieningen - (25.000 - 50.000 inwoners) - 2de helft 2021 per 1.000 huishoudens

5 voorzieningen

1 voorziening

2 voorzieningen

3 voorzieningen

6,0 5,0

11,0

4 voorzieningen

6,0 5,0

105,0

103,0

53,0

59,0

Stapeling in huishoudens met voorzieningen per wet - Gilze en Rijen - 2de helft 2021 per 1.000 huishoudens alleen Jeugd

alleen P-wet

5 voorzieningen

23,0

27,0

alleen Wmo

6 voorzieningen

P-wet en Wmo

Jeugd en Wmo

Jeugd en P-wet

Stapeling in huishoudens met voorzieningen per wet - (25.000 - 50.000 inwoners) - 2de helft 2021 per 1.000 huishoudens

Jeugd, P-wet en Wmo

Alleen Wmo

Alleen P-wet

Alleen Jeugd

P-wet en Wmo

2,0

Jeugd en Wmo

Jeugd en P-wet

3,0

10,03,0 1,0

12,0

4,0 1,0

28,0 33,0

117,0

36,0 133,0 34,0

3

Jeugd, P-wet en Wmo

Onze gemeente Gilze en Rijen (2021) Op het dashboard ‘Onze gemeente’ staan algemene gegevens die ondersteunend of overkoepelend zijn voor de dashboards per leefgebied. Deze geschreven duiding omvat interpretatie en achtergrond bij de onderwerpen demografie en gezinssamenstelling, voorzieningen (beschikte zorg), weerbaarheid en meedoen. Demografie en samenstelling van huishoudens Op 1 januari 2021 woonden er meer inwoners in Gilze en Rijen dan het jaar ervoor. Het aantal is in de loop van 2021 weer iets afgenomen. Het aantal huishoudens is daarentegen heel licht toegenomen. De voorlopige cijfers geven aan dat er geen sprake meer is van natuurlijke aanwas, maar ook nog niet van natuurlijke krimp. Er zijn wel meer mensen vertrokken uit het dorp dan dat er kwamen wonen. In 2021 is het aantal inwoners met een migratieachtergrond iets gestegen van 17% naar 18%: 10% niet-westers en 8% westers. De druk van de zorg voor jongeren en ouderen op de schouders van 20 – 65 jarigen neemt al jaren toe. De toename is in 2021 echter minimaal; hetzelfde beeld zien we bij andere vergelijkbare gemeenten. De verwachting is dat de stijging weer door gaat zetten. Dat komt vooral door de vergrijzing. Het belang van zelfstandig wonen en leven voor ouderen blijft evident. Het aantal alleenstaanden – met en zonder kinderen- neemt al jaren iets toe.

Tussen de kernen blijft hier wel verschil zitten: in Hulten wonen heel weinig eenpersoons huishoudens. Voorzieningen (beschikte zorg) Het aantal huishoudens dat gebruik maakt van geïndiceerde zorg is in 2021 licht afgenomen ten opzichte van (de gecorrigeerde cijfers over) 2020. Deze daling is vooral het gevolg van minder gebruik van Wmo begeleiding (individueel en dagbesteding) en in mindere mate een daling van het aantal bijstandsuitkeringen. In vergelijking met andere gemeenten uit dezelfde grootteklasse zijn er in Gilze en Rijen meer huishoudens met geïndiceerde zorg (22,5% in Gilze en Rijen en 21,0% in gemeenten van vergelijkbare grootte). Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door meer gebruik van de Wmo hulp bij het huishouden en van re-integratietrajecten. Gilze en Rijen kent wat meer gebruik van Jeugdhulp zonder verblijf, maar juist minder Jeugdhulp met verblijf. Als het gaat om stapeling van zorg wijkt Gilze en Rijen nauwelijks af van vergelijkbare gemeenten. Het aantal huishoudens met 1 of 2 voorzieningen is het grootst. Het gaat daarbij veelal om 2 voorzieningen op grond van dezelfde wet (Wmo / Jeugdwet / Participatiewet). Wanneer huishoudens gebruik maken van voorzieningen op grond van verschillende wetten, zien we vooral de combinatie Wmo en Participatiewet. Er zijn verschillen zichtbaar in het zorggebruik in de verschillende kernen van de gemeente.

Stapeling van zorg vanuit verschillende wetten zien we vooral in de kern Rijen en zelfs helemaal niet in de kleinere kernen Hulten en Molenschot. In Gilze en Molenschot zien we relatief veel Wmo voorzieningen en in Hulten juist relatief veel Jeugdhulp voorzieningen. Dat sluit aan bij de bevolkingssamenstelling van deze kernen. In vergelijking met de cijfers over de beschikte zorg, valt op dat inwoners het dorpsteam Gilze en Rijen (vrij toegankelijke voorliggende hulp) vooral benaderen met vragen over opvoeden en

4

opgroeien en over (geestelijke) gezondheid. Een groot deel van die vragen wordt zonder beschikte zorg opgelost. Weerbaarheid In het jaar 2021 is er geen burgerpeiling uitgevoerd onder onze inwoners. We kunnen daarom de weerbaarheid van onze inwoners niet op dezelfde manier vergelijken. Er zijn op dit moment geen duidelijke signalen dat het beeld in 2021 sterk is gewijzigd.

Beeld 2020 Over het algemeen zijn de scores op individueel welzijn en maatschappelijke participatie in Gilze en Rijen vergelijkbaar met die van andere ‘matig stedelijke gemeenten’. Binnen de groep kwetsbaren is het aantal zorgwekkende inwoners echter veel hoger dan in andere gemeenten. In welke mate de timing van de burgerpeiling (tijdens corona) hierop van invloed was, is niet bekend. Opvallend is dat inwoners met een hoger individueel welzijn minder sociaal- maatschappelijke betrokken zijn dan elders, en inwoners met een lager individueel welzijn juist meer. Als we kijken naar leeftijdscategorieën valt op dat inwoners van 75 jaar en ouder in Gilze en Rijen relatief hoog scoren op zowel individueel welzijn als op maatschappelijke participatie. Zij zijn ten opzichte van leeftijdsgenoten in vergelijkbare gemeenten weerbaar en vitaal. Deze gegevens kunnen aanleiding zijn om beleid gericht op het bevorderen van vitaliteit en weerbaarheid te differentiëren naar specifieke groepen.

Meedoen Mogelijkheden om aan het maatschappelijk leven deel te nemen (% nauwelijks tot geen beperking), 2020

In de gemeente Gilze en Rijen heeft 10,8% van de bevolking te maken met twee of meer beperkingen. Dit aandeel is lager dan bij vergelijkbare gemeenten (14,3%). Algemene lichamelijke gezondheid en fysiek functioneren zijn de meest belemmerende factor.

5

Power BI Desktop

Prettig wonen in je wijk Hoe beleven inwoners het wonen in de wijk en voelen ze zich daar prettig bij? Bij dit leefgebied kijken we naar de sociale samenhang, de tevredenheid met voorzieningen en hoe ze de buurt als woon- en leefomgeving waarderen. Hiermee leggen we een link naar het fysieke domein. De gemeente is namelijk ook verantwoordelijk voor de openbare ruimte, heeft taken op het gebied van veiligheid en bevordert de leefbaarheid in de buurt. Bijvoorbeeld door de realisering van speelvoorzieningen of buurthuizen. Sociale samenhang (afwijking landelijk gemiddelde) (score) 2020

Leefomgeving score (1 - 10) 2020 Gilze en Rijen

7

7,33

25.000 - 50.000 inwoners

7,33 6,48

6,34

6

6,40

7,04

6,72

7,00

0,020

0,025

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Buurtbewoners staan altijd voor elkaar klaar (%) 2020

5 4

69%

62%

3

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

2

Eenzaamheid, afwezig (%) 2020

1 0 Verbondenheid buurt

Sociale veiligheid

Fysieke leefomgevingskwaliteit

Voorzieningenniveau

58%

59%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Behoefte aan meer contact (%) 2020

Voorzieningen (tevredenheid) (%) 2020 Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

89% 80%

83%

23%

23%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

83% 76%

74% 68%

64%

60%

61%

Inzet bereidheid inwoners voor leefbaarheid buurt 2020

64%

56%

85%

40%

80%

Gemeente betrekt buurt voldoende bij de aanpak van leefbaarheid (%) 2020

20%

0% Gezondheids-/ zorgvoorzieningen

Welzijnsvoorzieningen

Speelvoorzieningen (kinderen tot 12 jaar)

Sportvoorzieningen

Buurt als leefomgeving score (1 - 10) 2020

8,11

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

84%

Woningen naar eigendom Gilze en Rijen 2020 Corporatiehuur

28%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Voelt zich veilig in de buurt (meestal/altijd in %) 2020

7,88

Koop

Openbaar vervoer

29%

88% Woningen naar eigendom 25.000-50.000 inw.

Overige huur

Koop

Corporatiehuur

6,5%

Overige huur

9,6%

29,5%

24,9% 63,9%

65,4%

6

Prettig wonen in je wijk Gilze en Rijen (2021) Hoe beleven inwoners het wonen in de wijk en voelen ze zich daar prettig bij? Hebben ze het gevoel dat de gemeente goed naar hen luistert en met hen samenwerkt? Bij dit leefgebied kijken we naar de sociale samenhang, de ontwikkeling van de buurt, de relatie met de gemeente, de tevredenheid met voorzieningen en hoe inwoners de buurt als woon- en leefomgeving waarderen. Omdat de meeste indicatoren in dit leefgebied uit de burgerpeiling komen, zullen er geen grote afwijkingen ten opzichte van de vorige raadsrapportage aangegeven worden. Sociale samenhang en relaties De sociale samenhang is met ingang van de leefbaarometer 3.0 op een andere manier weergegeven. In Gilze en Rijen ligt dit hoger dan het landelijk gemiddelde, maar iets lager dan bij gemeenten van dezelfde grootte. Hoewel buurtbewoners in Gilze en Rijen wel vaker voor elkaar en voor de leefbaarheid in de buurt klaar staan, laat Gilze en Rijen op het gebied van eenzaamheid en behoefte aan meer contact een vergelijkbaar beeld zien als andere gemeenten. Er ligt wel een verband met het groter aandeel kwetsbare inwoners: sociale relaties zijn nodig om kwetsbaarheid van inwoners te voorkomen of te verlichten. Voorzieningen De scores voor de voorzieningen welzijn, gezondheid, spelen en sport liggen hoger dan het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten.

Alleen voor de nabijheid van openbaar vervoer geldt een iets lagere waardering dan elders. Buurt als leefomgeving Gilze en Rijen scoort gemiddeld wat lager op de buurt als leefomgeving dan gemeenten van vergelijkbare grootte. Iets meer dan de helft van de inwoners is van mening dat hun buurt de afgelopen jaren overwegend achteruit is gegaan. Ook scoort de staat van de openbare ruimte lager dan in de vergelijkbare welzijnsklasse. Daarnaast geven inwoners aan wat makkelijker weg te gaan uit hun buurt dan bij vergelijkbare gemeenten. Inzet voor leefbaarheid Drie op de tien inwoners geeft aan dat de gemeente de buurt betrekt bij de aanpak van leefbaarheid. Tegelijkertijd vindt slechts vier op de tien inwoners dat er ‘voldoende wordt gedaan aan de leefbaarheid van mijn buurt’. Bijna de helft van de inwoners zet zich persoonlijk in voor de buurt. Dat is hoger dan gemiddeld. Daarnaast geven relatief veel mensen aan dat ze nu nog niet actief zijn, maar dit wel willen worden. Woningen naar eigendom Krapte op de woningmarkt is overal. Mensen met lage inkomsten ondervinden hier vaak de grootste problemen van. Het percentage sociale huurwoningen ten opzichte van koopwoningen en de overige huur beïnvloedt de kans om een sociale huurwoning te krijgen. Gilze en Rijen heeft al meerdere jaren iets meer sociale huurwoningen dan gemeenten van vergelijkbare grootte.

Het percentage sociale huurwoningen is afgelopen 3 jaar met 0,4% gedaald, deze daling is vergelijkbaar met gemeenten van vergelijkbare grootte.

7

Meedoen Vergeleken met andere gemeenten ervaren inwoners van Gilze en Rijen minder belemmeringen om mee te doen vanwege ‘taal/cultuur’. Ook het ‘gevoel er niet bij te horen/ niet thuis te voelen’ wordt minder vaak dan elders als een belemmering ervaren.

8

9

Power BI Desktop

Veilige en kansrijke thuissituatie De gemeente biedt inwoners onder andere ondersteuning door middel van individuele / maatwerkvoorzieningen op het gebied van Jeugd en Wmo. Het leefgebied ‘Veilige en kansrijke thuissituatie’ geeft inzicht in de mate waarin inwoners en huishoudens hiervan gebruik maken. Personen van 70 en ouder: zelfstandig wonend (Aantal per 1000 inwoners) 2021

Eenouder Huishouden (%) 2021 Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

956

951

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Mantelzorg verlenen (%) 2020 7,4% 6,7%

13,8%

14,9%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Clienten met maatwerkarrangement Wmo (per 10.000 inwoners) 2021 0%

1%

2%

3%

4%

5%

6%

7%

Kinderen in uitkeringsgezin (%) Gilze en Rijen

770

682

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

25.000 - 50.000 inwoners

6,0%

WLZ - Zorg thuis (per 10.000 verzekerden) 2020 5,5%

44

43

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

5,0%

Inwoners met ind. Wmo-voorz. (per 1000 inwoners) 2021 tweede halfjaar

4,5%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

50

4,0% 2015

2016

2017

2018

2019

40

Risico op onderwijsachterstand (%) 2020 Gilze en Rijen

38

36

25.000 - 50.000 inwoners 17%

16%

48

2020

30

17%

26

15% 12%

11%

20

12%

10%

10

10 5%

2

1

0 0%

Peuters

Basisschool

Ondersteuning thuis

Totaal

Jongeren met jeugdzorg-trajecten (%) 2021 tweede halfjaar Gilze en Rijen 10,6% 10%

25.000 - 50.000 inwoners

9,9%

8% 6% 4% 2% 0,8%

1,1%

0% Jeugdhulp zonder verblijf

Jeugdhulp met verblijf

10

Hulp bij het huishouden

Verblijf en opvang

Hulpmiddelen en diensten

Power BI Desktop

Veilige en kansrijke thuissituatie Beeindigde jeugdtrajecten (volgens plan) Gilze en Rijen 88,6%

80%

25.000 - 50.000 inwoners 88,5%

80,9% 80,5%

80,9%

84,5%

89,2% 83,8% 73,7%

60%

58,0% 40%

20%

0%

eerste halfjaar 2019

tweede halfjaar 2019

eerste halfjaar 2020

Veilig Thuis-meldingen kindermishandeling (per 100.000 inwoners) Gilze en Rijen eerste halfjaar 2019

25.000 - 50.000 inwoners

Gilze en Rijen

151

eerste halfjaar 2020

151

160 114 227

eerste halfjaar 2021

120

144

187 100

140

149

262

0

25.000 - 50.000 inwoners

180

tweede halfjaar 2019

tweede halfjaar 2021

eerste halfjaar 2021

Veilig Thuis-meldingen (ex-)partnergeweld (per 100.000 inwoners)

114

tweede halfjaar 2020

tweede halfjaar 2020

139 200

300

eerste halfjaar 2019

400

11

tweede halfjaar 2019

eerste halfjaar 2020

tweede halfjaar 2020

eerste halfjaar 2021

tweede halfjaar 2021

Veilige en kansrijke thuissituatie Gilze en Rijen (2021) De gemeente biedt inwoners onder andere ondersteuning door middel van individuele / maatwerkvoorzieningen op het gebied van Jeugd en Wmo. Het leefgebied ‘Veilige en kansrijke thuissituatie’ geeft inzicht in de mate waarin inwoners en huishoudens hiervan gebruik maken. Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over Wmo, jeugd(zorg) en Veilig Thuis. Wmo Het aantal inwoners met een maatwerkarrangement Wmo is in 2021 gestegen ten opzichte van 2020. Als we naar de categorieën binnen de WMO kijken zien we ten opzichte van vorig jaar: • Dat de eerder ingezette stijging in het aantal voorzieningen voor hulp bij het huishouden zich voortzet. Gemiddeld genomen is hier een constante stijging zichtbaar sinds de invoering van het abonnementstarief in 2019. Huishoudelijke hulp is, op het aantal vervoersdiensten na, de voorziening die het meeste wordt verstrekt. • Een toename in het aantal woonvoorzieningen. Langer thuis wonen en vergrijzing lijken hier oorzaak te zijn. Daarnaast zit de woningmarkt op slot en is er geen doorstroom. Hierdoor worden vaker woonvoorzieningen en woningaanpassingen verstrekt, zodat mensen langer in hun eigen huis kunnen blijven wonen. In totaal geeft gemeente Gilze en Rijen op het gebied van de Wmo meer voorzieningen af dan vergelijkbare gemeenten.

Met name het aantal inwoners met een voorziening voor hulp bij het huishouden en hulpmiddelen en diensten ligt in vergelijking met de referentiegroep hoger. Inwoners worden ook door hun eigen netwerk, vrijwilligers of vanuit de rijksoverheid ondersteund. Het aantal mantelzorgers is in Gilze en Rijen iets kleiner dan in andere gemeenten. Onze inwoners maken in dezelfde mate als inwoners van vergelijkbare gemeenten gebruik van WLZ zorg (vanuit de rijksoverheid) in de thuissituatie. Jeugd(zorg) Het aantal jeugdzorgtrajecten in totaal is in vergelijking met andere gemeenten in Gilze en Rijen iets hoger. Jeugdhulp zonder verblijf is in 2021 ten opzichte van 2020 gestegen. Dit is jeugdhulp waarbij jongeren thuis wonen, maar wel zorg ontvangen via een zorgaanbieder. Deze vorm van jeugdhulp wordt het meest geïndiceerd. In 2020 was hier ten opzichte van 2019 juist een daling zichtbaar. Deze dip in 2020 is een landelijke trend en we zien hier duidelijk de gevolgen van de coronacrisis. De daling in 2020 was namelijk deels te wijten aan de coronacrisis, omdat mensen tijdens de lockdown waarschijnlijk huiverig waren om zorginstellingen en hulpverleners te bezoeken. Gedurende de crisis hebben aanbieders zich aangepast aan de situatie en werden in 2021 ook de maatregelen meer losgelaten, waardoor er makkelijker en op een veilige manier toch weer hulp geboden kon worden.

Dit verklaart de toename van de jeugdhulp zonder verblijf in 2021. Ook in vergelijking met andere gemeenten van dezelfde grootte is het aantal jeugdigen met jeugdhulp zonder verblijf gestegen. Het aantal jongeren met jeugdhulp met verblijf is in 2021 ten opzichte van 2020 iets gedaald. Dit aantal is ook lager in vergelijking met andere gemeenten van dezelfde grootte. Dat is een positieve ontwikkeling, want het doel is uiteindelijk om jongeren zoveel mogelijk in hun eigen thuissituatie hulp te laten ontvangen. Indien verblijf niet nodig is, willen we dat ook zoveel mogelijk voorkomen. Ten slotte is ook het aantal jongeren met jeugdbescherming gedaald ten opzichte van 2020.

12

Veilig Thuis Ten opzichte van 2020 is het aantal Veilig Thuis meldingen van (ex)partnergeweld gelijk gebleven. Het aantal Veilig Thuis meldingen van kindermishandeling is flink toegenomen en ligt net als voorgaande jaren hoger dan bij andere gemeenten van dezelfde grootte. De grootste stijging was te zien in het tweede half jaar van 2020 en het eerste halfjaar van 2021. In het tweede halfjaar van 2021 was weer een daling zichtbaar. Dit zou verklaard kunnen worden doordat er gedurende corona meer spanningen zijn ontstaan, wat heeft geleid tot meer meldingen.

13

Power BI Desktop

Financieel rondkomen Voor het leefgebied Financieel rondkomen kijken we naar de sociaal economische status. Met een verfijning op de financiële situatie van zelfstandigen en inwoners met een bijstandsuitkering. Sociaaleconomische status per wijk (CBS methodiek) (totaal score) 2019 Klasse hoe hoger de klasse score, hoe beter de sociaaleconomische status van de wijk is.

<0,1

<0,2

Huishoudens met bijstandsuitkeringen

>=0,4

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

4,2%

4,0%

3,8%

0,054 0.533

3,6%

0,125 3,4% 2015

Sociaaleconomische status (schaalscore)|2021 (Score (1-10)) 2020

7,18

7,22

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

0,131

2017

2018

2019

2020

2021

Personen met bijstandsuitkeringen (per 1000 inwoners van 18+ jaar) 2021

26,0

27,5

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Sociaaleconomische status (schaalscore) (score (1-10) 2020

7,18

7,22

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Alleenstaanden met bijstandsuitkeringen t.o.v. huishoudens alleenstaand (%) 2021

31,0

32,1

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

6,9%

6,9%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Bijstand gerelateerde uitkering vanaf de AOW-leeftijd (per 1.000 inw) 2021

Gestandaardiseerd inkomen per huishouden (x €1.000) 2019

7,0

7,7

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Huishouden laag inkomen - 1e 10% groep (%) 2019

Huishouden hoog inkomen - 10e groep (%) 2019

7,0%

7,7%

9,0%

10,0%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 in…

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 in…

Zzp-ers met laag inkomen - % inkomen tot 15.000 (%) 2019

2016

Inkomen als zelfstandige (x €1000,00) 2019

28,1%

27,2%

40,1

41,0

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 in…

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 in…

14

Huishoudens met schuld (%) 2020

6,5%

6,1%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 in…

Instromers met schuld (%) 2020

1,1%

0,9%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 in…

Financieel rondkomen Gilze en Rijen (2021) In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied Financieel rondkomen relevant zijn. Wat hebben onze inwoners gemiddeld te besteden en geeft hun inkomen een belemmering om mee te doen in de samenleving? Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de date over inkomenssituaties, ondersteuning (bijstandsuitkeringen) en meedoen. De gegevens over bijstandsuitkeringen zijn wel bekend van 2021; van andere indicatoren komen de meest recente gegevens uit 2019 of 2020. Inkomenssituaties Vanuit onderzoek weten we dat sociaal-economische status een belangrijke indicator is voor financiële redzaamheid. Naast het werkelijke inkomen worden ook arbeid en opleiding onderdelen in de sociaaleconomische status. De cijfers van de sociaal-economische status zijn in 2021 niet vernieuwd. In Gilze en Rijen ligt de gemiddelde sociaal-economische status iets onder het niveau van vergelijkbare gemeenten, maar in alle kernen boven het landelijk gemiddelde. Van de kernen is deze in Hulten het hoogst; in Rijen het laagst. Vanuit de burgerpeiling valt op dat binnen de verschillende leeftijdsgroepen de sociaaleconomische status in Gilze en Rijen ten opzichte van referentiegemeenten hoger is bij de leeftijdsgroepen 40-65 jaar en 75+.

Naast de sociaaleconomische status ligt ook het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden (al omgerekend naar grootte en samenstelling van het huishouden) in onze gemeente iets lager dan bij vergelijkbare gemeenten. Ongeveer 10% van het aantal werkenden in Gilze en Rijen heeft inkomen als ZZP-er. Het aandeel ZZPers met een laag inkomen (bijgestelde gegevens ten opzichte van vorige rapportage) ligt nog steeds iets hoger dan bij andere gemeenten. Schuldenproblematiek Cijfers over vroegsignalering zijn nu te vergelijken met gemeenten van gelijke grootte. In 2020 zien we in Gilze en Rijen een hoger aandeel huishoudens met schulden dan bij vergelijkbare gemeenten. Per kern zien we hierin grote verschillen. In Rijen ligt het percentage inwoners met schulden op 7,2%. In Gilze ligt dit percentage op 5,3% en in Molenschot op 5,9%. Hulten is niet weergegeven. Opvallend is dat de schuldenproblematiek in 2020 in Gilze en Rijen is gestegen, terwijl het bij referentiegemeenten daalde. Er waren ook meer instromers met schuld in onze gemeente. Bijstandsuitkeringen In 2021 is zowel het aantal personen als het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering gedaald ten opzichte van 2020. In 2020 zagen we landelijk een tijdelijke piek door de TOZO uitkeringen.

Ten opzichte van gemeenten van gelijke grootte heeft Gilze en Rijen in 2021 meer huishoudens, maar minder personen met een bijstandsuitkering. Dat zien we ook terug in de ontwikkeling van het aantal alleenstaanden met een uitkering: in de loop van 2021 is het aantal alleenstaanden met een uitkering toegenomen. (Zodra één van de partners een minimuminkomen gaat verdienen, stromen beide partners uit de uitkering). Het aantal personen gaat dan om volwassenen, en zegt niets over kinderen in een uitkeringsgezin. In het leefgebied ‘Veilige en kansrijke thuissituatie’ zien we dat het aantal kinderen in een uitkeringsgezin en het aantal kinderen in een eenouderhuishouden hoger ligt dan elders.

15

Meedoen Ondanks de iets mindere uitgangssituatie blijkt uit de burgerpeiling 2020 dat ‘financiën’ gemiddeld door inwoners van Gilze en Rijen minder vaak dan bij referentiegemeenten een belemmering gevonden worden om aan het maatschappelijk leven deel te nemen. In 2022 wordt dit opnieuw gemeten in de burgerpeiling.

16

17

Power BI Desktop

Zinvolle daginvulling De gemeente wil dat inwoners meedoen en een zinvolle invulling van hun dag hebben. Er is extra aandacht voor kwetsbare groepen, zoals mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, laaggeletterden of statushouders, om hen zo goed mogelijk te laten participeren. Het streven is dat mensen deelnemen aan betaald werk of een opleiding als daginvulling, maar als dat een stap te hoog is dan is het belangrijk dat er een zo passend mogelijke daginvulling is, bijvoorbeeld in de vorm van vrijwilligerswerk. Maatschappelijke inzet (%) 2020 Gilze en Rijen

Clienten met dagbesteding (per 1.000 Inwoners) 2020

25.000 - 50.000 inwoners

66,0%

60%

2

5

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

62,0% 58,0%

Netto Arbeidsparticipatie (%) 2021

53,0%

50%

44,0% 42,0%

40% 39,0%

39,0%

72,5%

71,0%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

34,0%

30%

Werkloze Jongeren (%) 2020

20% 18,0%

1,0%

2,0%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

10%

Werkloosheid 0% Hulp aan buren

Aandacht voor buren in een zorgwekkende situatie

Verenigingsleven Vrijwilligerswerk

Gilze en Rijen

Naastenzorg

5,0%

Voortijdige schoolverlaters totaal (VO+MBO) (aantal) 2021 Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

4,5%

25.000 - 50.000 inwoners

2,2% 4,0%

2,0% 1,8%

3,5%

1,6%

2017

1,4%

2019

2020

2021

Lopende re-integratievoorzieningen van 15-64 (per 10.000 inwoners van 15-64 jaar) 2020

1,2% 1,0% 0,8% 2015

2018

2016

2017

2018

2019

2020

2021

269,9

199,7

Gilze en Rijen

25.000-50.000 inwoners

Personen met lopende re-integratievoorziening (per 1.000 inw) 2021 Gilze en Rijen

Absoluut Verzuim (per 1.000 leerlingen) 2021

33,3

1,9

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

16

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

14,5

10 7,4 5

Relatief Verzuim (per 1.000 leerlingen) 2021

18

25.000 - 50.000 inwoners

15

2,0

2,5 1,0

1,0

1,0

0,7

0

18

Werkend zonder bijstand

Werkend met bijstand

Niet werkend zonder bijstand

Niet werkend met bijstand

Zinvolle daginvulling Gilze en Rijen (2021) In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied zinvolle daginvulling relevant zijn. Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over werk, maatschappelijke inzet, school en geletterdheid. Werk Door een gewijzigde onderzoeksmethodiek zijn de cijfers over 2021 niet zonder meer vergelijkbaar met de cijfers van de vorige raadsrapportage. In waarstaatjegemeente zijn de cijfers met terugwerkende kracht herberekend om aan te sluiten op de uitkomsten vanaf 2021. De trend laat zien dat het werkloosheidspercentage in Gilze en Rijen verder is gedaald naar 3,3% en in 2021 zelfs onder het percentage van 3,5% van gemeenten uit dezelfde grootteklasse is gebleven. De werkloosheid die hier getoond wordt moet niet verward worden met het aantal bijstandscliënten van de gemeente. In deze cijfers zitten bijvoorbeeld ook WW-cliënten en werkzoekenden zonder een uitkering. Het aantal bijstandsuitkeringen wordt toegelicht in het leefgebied Financieel rondkomen. Statushouders Begin 2020 zijn we gestart met een ketenaanpak, ingegeven door de nieuwe wet inburgering. Deze aanpak maakt dat we actief met statushouders aan de slag gaan om hen te helpen integreren en participeren in onze samenleving. In 2021 zijn we met deze aanpak verder gegaan. Over het aandeel werkende statushouders is geen actualisatie geweest.

Landelijk wordt gewerkt aan monitoring van de nieuwe wet inburgering. Re-integratie Inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt, die al dan niet in een bijstandsuitkering zitten, worden geholpen om weer aan het werk te komen. Dit noemen we re-integratie. Hiervoor hebben we een aantal voorzieningen die we kunnen inzetten. We zetten relatief veel reintegratievoorzieningen in ten opzichte van vergelijkbare gemeenten, omdat we het belangrijk vinden dat inwoners meedoen in de samenleving. Ook als dat trajecten als coaching, sociale activering en begeleiding naar vrijwilligerswerk inhoudt. We zien dat steeds meer inwoners een verminderde loonwaarde hebben. Om hen toch op een (reguliere) werkplek aan het werk te helpen, zorgen we voor loonkostensubsidie. Dit verklaart ook de stijging binnen het onderdeel ‘niet werkend met bijstand’ ten opzichte van 2020. Maatschappelijke inzet De cijfers voor dit onderdeel komen voort uit de burgerpeiling uit 2020. Bij de burgerpeiling is onderzocht in hoeverre inwoners zich maatschappelijk inzetten of daartoe bereid zijn. Vrijwilligerswerk in algemene zin is minder gedaan in Gilze en Rijen dan in referentiegemeenten. Vaker dan elders wordt tijdgebrek als belangrijkste reden aangegeven. De actieve inzet voor het verenigingsleven ligt in Gilze en Rijen echter vrij hoog t.o.v. het landelijk gemiddelde.

Andere aspecten van maatschappelijke inzet komen terug bij ‘Onze gemeente’ en bij ‘Prettig wonen in je wijk’. School en geletterdheid Het aantal VO- en MBO-leerlingen dat voortijdig de school verlaat, is sterk afgenomen. Ook bij referentiegemeenten is dit gedaald, maar de daling in Gilze en Rijen was sterker. In Gilze en Rijen lijken relatief veel leerplichtigen niet ingeschreven op een school (absoluut verzuim) over schooljaar 2020/2021. Administratieve procedures voor leerplichtigen die uit een AZC vertrekken naar een

19

andere gemeente hebben hier een grote invloed op. Uit het jaarverslag van de Leerplicht/RMC blijkt dat er op 31 juli 2021 één thuiszitter was. Als jongeren wel op een school zijn ingeschreven, verzuimen ze minder vaak dan bij vergelijkbare gemeenten (relatief verzuim). Over laaggeletterdheid zijn geen actuele cijfers bekend. Zoals vorig jaar ook aangegeven, is in Gilze en Rijen naar schatting 9% van alle inwoners laaggeletterd. Daarmee heeft de gemeente een percentage lager dan het landelijk gemiddelde (12%). Van deze 9% hebben we als gemeente maar een klein deel in beeld. Met de vastgestelde aanpak op laaggeletterdheid zetten we in op het bereiken en vinden van de doelgroep om deze toe te kunnen leiden naar passend aanbod. Landelijk onderzoek over coronaeffecten op gebied van onderwijsachterstanden geven aan dat de kinderen uit gezinnen met een lage economische status (SES) de onderwijsachterstanden het meest zijn toegenomen, vooral op het gebied van begrijpend lezen.

20

21

Power BI Desktop

Fit en Veerkrachtig We vinden het belangrijk dat onze inwoners fit en veerkrachtig zijn. Fitte en veerkrachtige inwoners kunnen beter ‘meedoen’. Zij hebben meer grip op hun leven en kunnen beter omgaan met de uitdagingen en tegenslagen van het leven. Fitte en veerkrachtige inwoners geven ook impulsen aan een sterke en energieke samenleving. Fitheid en veerkracht worden beïnvloed door zowel de mentale als fysieke gezondheid.

Beweegt voldoende (%) 2020

Gebruik basis GGZ en/of POH-GGZ (%) 2019

50,7%

49,3%

1,7%

4,3%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Niet-sporters (%) 2020

Mantelzorgerverleners met hoge belasting (%) 2020

44,5%

50,6%

27%

30%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Overgewicht (%) 2020

53,8%

51,7%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

Roken (%) 2020

11,6%

15,2%

Gilze en Rijen

25.000 - 50.000 inwoners

22

Fit en Veerkrachtig Gilze en Rijen (2021)

In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied fit en veerkrachtig relevant zijn. Fitte en veerkrachtige inwoners kunnen beter ‘meedoen’ in onze samenleving. Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over positieve gezondheid, fysieke gezondheid, mentale gezondheid en meedoen. Op onderstaande indicatoren zijn vrijwel geen nieuwe cijfers beschikbaar gekomen die met gemeenten van dezelfde grootte te vergelijken zijn: deze cijfers waren vorige raadsrapportage al bekend. In onderstaande tekst geven we wel verdieping op basis van een het GGD onderzoek (2020) waarin Gilze en Rijen met de regio te vergelijken is. Positieve gezondheid Fitheid en veerkracht worden beïnvloed door zowel de mentale als fysieke gezondheid. Op basis van het concept ‘positieve gezondheid’ wordt gezondheid vanuit een breder perspectief benaderd. Kenmerken hieruit (zingeving, kwaliteit van leven, meedoen, dagelijks functioneren, lichaamsfuncties en mentaal welbevinden) komen ook terug bij andere leefgebieden. De gemeente Gilze en Rijen beschikt over een fitakkoord. In dit akkoord geven we aan diverse van de genoemde onderwerpen ruime aandacht. In de burgerpeiling (2020) geven inwoners aan dat zij hun gezondheid zelf waarderen met een 7,72. Dit is vergelijkbaar met andere gemeenten.

Fysieke gezondheid Uit de GGD monitor 2020 komt naar voren 78% van de volwassen zich lichamelijk gezond voelt. Lichamelijke gezondheid en fysiek functioneren zijn de meest genoemde beperkingen om deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Inwoners van Gilze en Rijen wijken hierin niet af van referentiegemeenten. Voor de fysieke gezondheid kijken we zowel naar beweging als naar overgewicht en roken. Als we kijken naar de beweegnormen (niet alleen door sport, maar ook door andere fysieke activiteit), bewegen inwoners van Gilze en Rijen inmiddels iets meer dan in vergelijkbare gemeenten. 54 % van de volwassenen en 39% van de ouderen voldoet aan de beweegrichtlijnen. Het aandeel sporters is in Gilze en Rijen licht toegenomen, terwijl dit aandeel in andere vergelijkbare gemeenten juist is gedaald. Wat ook ten positieve opvalt is dat 67% van de ouderen lid is van een (sport)club of (sport)vereniging. Ons sport- en beweegbeleid is erop gericht het aantal mensen dat sport en beweegt nog verder te vergroten. Waar bewegen een positieve invloed op de gezondheid heeft, hebben roken en overgewicht hier een negatieve invloed op. Uit overgewicht komen vele andere problemen voort zoals diverse chronische ziekten, verminderde mobiliteit en een grotere aanspraak op zorg. Dat is vergelijkbaar met de vorige periode.

Wat opvalt is dat vooral de ouderen last hebben van overgewicht; dit stijgt ook ten opzichte van vorige periode. In Gilze en Rijen is het percentage volwassen rokers flink lager dan in gemeenten van gelijke grootte. Voor ander middelengebruik zien we eenzelfde beeld: het percentage inwoners dat dagelijks meer dan 1 glas alcohol drinkt of softdrugs gebruikt is ook lager dan in de regio. Het alcoholgebruik onder jongeren ligt echter hoger dan in de regio; voor andere middelen ziet de GGD geen verschil.

23

Mentale gezondheid 83% van de volwassenen en ouderen voelt zich mentaal gezond. Voor volwassenen tot 65 jaar is dit iets gedaald sinds 2016. Bij de burgerpeiling (2020) is het aantal inwoners van onze gemeente dat aangeeft hun geestelijke gezondheid géén beperking te vinden om aan het maatschappelijk leven deel te nemen, nabij het gemiddelde van de referentiegemeenten. Het gevoel regie te hebben over het eigen leven is vergelijkbaar met de regio. 8% van de volwassenen en 17% van de ouderen geeft aan weinig regie te hebben over het eigen leven. Bij de ouderen is dit iets hoger dan het regionale gemiddelde. Inwoners van Gilze en Rijen ervaren beduidend minder stress als gevolg van de coronapandemie dan de regio. Het risico op psychische problemen bestaat bij 6% van de jongeren en bij 16% van de kinderen tussen de 4-11 jaar; dit is hoger dan in de regio.

24

25

Definitielijst Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein Versie januari 2021

Opgesteld door

VNG Realisatie

Datum

24 november 2020

Versie

5.0

2

Begrip Abonnementstarief Wmo

Algemene Bijstandswet (Abw)

Algemene voorzieningen

Armoede, opgroeiend in Beëindigde arrangementen Begeleiding

Beroepsbevolking

Beschermd wonen

Beschermd wonenregio Beschut werk

Definitie Het abonnementstarief Wmo is een vast tarief voor de eigen bijdragen aan Wmo-voorzieningen. Per 1 januari 2020 is de eigen bijdrage in de Wmo voor de meeste hulp en ondersteuning vastgelegd op maximaal 19 euro per maand. Dit geldt zowel voor maatwerkvoorzieningen als alle algemene voorzieningen waarbij sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie. Tot 1 januari 2004 bestaande wettelijke sociale voorziening die als doel heeft om financiële bijstand te verlenen aan personen die niet over de middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. De ABW is per 1 januari 2004 vervangen door de Wet werk en bijstand (WWB). Algemene voorzieningen zijn voorzieningen binnen de Wmo, toegankelijk zonder beschikking van de gemeente. Het gaat hier om de voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn. Bijvoorbeeld de buurt- en clubhuizen, sociaal-cultureel werk, sociale samenhang, welzijnsactiviteiten etc. De belangrijkste indicator voor armoede is het inkomen dat een huishouden kan besteden. Het CBS hanteert als maatstaven de lageinkomensgrens en het sociaal minimum. Aantal maatwerkarrangementen binnen de wmo of jeugdwet dat in de verslagperiode is beëindigd. Wmo voorziening uit de categorie ondersteuning thuis. Bij begeleiding vanuit de Wmo gaat het niet om het overnemen van taken, maar er bij helpen.

Deze hulp wordt meestal ingezet in het geval van psychische problemen, een verstandelijke of een zintuigelijke beperking. Onder begeleiding kan bijvoorbeeld vallen: Hulp bij het dagelijks leven thuis. Zoals leren het huishouden te doen, hulp bij geldzaken en administratie. Begeleiding bij het leggen van contacten. Hulp bij het indelen van de dag en het ondernemen van activiteiten. Gezinsondersteuning en opvoedondersteuning. Begeleiding bij persoonlijke verzorging. Begeleiding in een groep, ook dagbesteding genoemd. Personen: die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of; die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen. De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur. Wmo voorziening uit de categorie Verblijf en Opvang. Regeling bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die (tijdelijk) niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

Cliënten wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. Regio bestaande uit een centrumgemeente en meerdere regiogemeenten. De centrumgemeente is verantwoordelijk voor de uitvoer van beschermd wonen in deze regio. Dit is een type re-integratie-/participatievoorziening. Indien noodzakelijk organiseert de gemeente voor een persoon een beschutte werkplek (werk in een omgeving onder aangepaste 3

Besteedbaar inkomen Bijstandsuitkering Cliënten met voorzieningen

Cliëntervaringsonderzoek (CEO)

Coaching naar werk of naar participatie

Centrumgemeente BW/MO

Dagbesteding

omstandigheden). Bij beschut werk is de persoon in dienst bij een werkgever en krijgt loon voor de arbeid die hij gedurende zekere tijd verricht. Niet de werkzaamheden zelf typeren beschut werken, maar de mate van begeleiding en/of werkplekaanpassing. De mate van begeleiding en/of werkplekaanpassing is zodanig hoog dat niet van een reguliere werkgever verwacht kan worden dat hij personen met behoefte aan deze ondersteuning in dienst neemt, ook niet in combinatie met extra/andere voorzieningen van de gemeente of het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). De gemeente legt in een gemeentelijke verordening vast wanneer er sprake is van beschut werk. Het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen. Uitkering op grond van Wet werk en bijstand (WWB), de Participatiewet, de Algemene bijstandswet (Abw) en de Wet investeren in jongeren (WIJ). Zie ook zorg en ondersteuning. Het aantal natuurlijke personen die ondersteuning ontvangen, of gebruik hebben gemaakt van maatwerkarrangementen in het kader van het sociaal domein.

Tot de voorzieningen in het sociaal domein behoren: Maatwerkarrangementen die vallen onder de Wmo Maatwerkarrangementen die vallen onder de Jeugdwet Maatwerkarrangementen die vallen onder de Participatiewet Het cliëntervaringsonderzoek (CEO) onderzoekt de door cliënten ervaren kwaliteit van hulp en ondersteuning vanuit de Wmo2015 en de Jeugdwet. Sinds 2016 zijn gemeenten wettelijk verplicht om jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek Wmo 2015 (CEO Wmo) en Jeugd uit te voeren. De resultaten moeten inzicht verschaffen in de ervaren toegankelijkheid, kwaliteit en effecten van de geboden ondersteuning. Voor het CEO Wmo werd tot 2020 het gebruik van een standaardvragenlijst voorgeschreven. Voor het CEO Jeugd is een modelvragenlijst beschikbaar. Per 2021 kunnen gemeenten het CEO Wmo op een andere manier vormgeven. In de nieuwe opzet voor het CEO Wmo krijgen gemeenten de standaardvragenlijst en bijbehorende onderzoeksaanpak niet meer voorgeschreven. Het staat hen wel vrij deze te blijven gebruiken. Zij mogen er echter ook voor kiezen om het onderzoek – binnen bepaalde voorgeschreven kaders – op een andere wijze in te richten. Type re-integratie-/participatievoorziening, waarbij een persoon buiten een arbeidsbetrekking naar werk of naar participatie (in de maatschappij) wordt toe begeleid. Op het moment van inzet van de voorziening heeft de persoon dus nog geen werk.

De coaching is gericht op het opdoen van persoonlijke of werk-gerelateerde vaardigheden/competenties en vindt plaats in een een-op-een situatie. De voorziening kan worden ingezet voor zowel kort- als langdurig werklozen. Voor de taken maatschappelijke opvang en beschermd wonen zijn er 43 centrumgemeenten. Elk centrumgemeentegebied bestaat uit een centrumgemeente en meerdere regiogemeenten. De Wmo 2015 kent formeel gezien geen onderscheid tussen centrumgemeenten en regiogemeenten. Voor opvang en beschermd wonen is tussen Rijk en de VNG echter afgesproken dat voorlopig met centrumgemeenten zal worden gewerkt (Dit is een voortzetting van de praktijk zoals die voor opvang al langer gangbaar was). De centrumgemeenten hebben hierbij een regierol en ontvangen ook financiële middelen van het Rijk. Wmo voorziening uit de categorie ondersteuning thuis. Dagbesteding is een vorm van begeleiding, maar dan in groepsverband. Doel is een zinvolle invulling van de dag. Bijvoorbeeld met aangepast werk, activiteiten of dagopvang.

4

Eenzaamheid

Eerstelijnszorg Forfaitaire loonkostensubsidie

Percentage van de volwassenen (19+) met hoge emotionele/sociale eenzaamheidsscore (volwassenen 19+). De eenzaamheidsschaal bestaat uit elf uitspraken over emotionele eenzaamheid en sociale eenzaamheid. Voorafgaand aan de uitspraken staat de vraag: 'Wilt u van elk van de volgende uitspraken aangeven in hoeverre die op u, zoals u de laatste tijd bent, van toepassing is?', met de toelichting 'U kunt antwoorden met nee, min of meer, ja'. Iemand is sociaal of emotioneel eenzaam als diegene op minstens twee van de bijbehorende items ongunstig scoort. Iemand is eenzaam bij minstens drie ongunstige scores op alle items. Alle zorg die direct toegankelijk is voor de patiënt en waarvoor geen verwijzing nodig is. Dit is een type re-integratie-/participatievoorziening. De forfaitaire loonkostensubsidie is een stimulans voor een werkgever om een persoon met een afstand op de arbeidsmarkt (sneller) in dienst te nemen en te houden. De forfaitaire loonkostensubsidie kan worden ingezet als er sprake is van het voornemen om een voorziening 'Loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet' in te zetten, maar de loonwaarde van de persoon nog niet is vastgesteld.

Gestarte Adviezen (Veilig Thuis)

Zie ook kindermishandeling. Een op de behoefte van de adviesvrager afgestemde set van aanwijzingen, raadgevingen en tips die Veilig Thuis met de adviesvrager deelt, met als doel de adviesvrager in staat te stellen zelf verder te kunnen handelen in situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling of bij een vermoeden daarvan. De adviesvrager blijft zelf verantwoordelijk voor eventuele verdere stappen, Veilig Thuis onderneemt geen enkele verdere actie richting de directbetrokkenen bij het huiselijk geweld of de kindermishandeling

Gestarte maatwerkarrangementen Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein (GMSD)

Aantal maatwerkarrangementen binnen de Wmo of jeugdwet dat in de verslagperiode is gestart. De GMSD geeft gemeenten en gemeenteraden inzicht in hun prestaties op het sociaal domein en biedt de mogelijkheid om te vergelijken met andere gemeenten. ondersteunt gemeenten bij de informatie voor de gemeenteraad en de burgers, de horizontale informatievoorziening. De GMSD wordt tweemaal per jaar gepubliceerd op www.waarstaatjegemeente.nl. Elke gemeente vindt hier zijn eigen rapport op gemeentelijk en op wijkniveau. In de database staan nog veel meer indicatoren. Gemeenten kunnen met elkaar vergeleken worden op basis van grootteklasse. Gemeenten zijn hierbij ingedeeld in vijf grootteklassen op basis van aantal inwoners: <25.000 inwoners: gemeenten met minder dan 25.000 inwoners 25.000 - 50.000 inwoners: gemeenten met meer dan 25.000 en minder dan 50.000 inwoners 50.000 - 100.000 inwoners: gemeenten met meer dan 50.000 en minder dan 100.000 inwoners 100.000 - 300.000 inwoners: gemeenten met meer dan 100.000 en minder dan 300.000 inwoners >300.000 inwoners: gemeenten met meer dan 300.000 inwoners Aandeel Particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen. Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.

De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Grootteklasse (referentiegroep)

Huishouden met hoog inkomen

5

Huishouden met laag inkomen

Huishouden (particulier) Hulp bij het Huishouden

Hulpmiddelen en diensten Inkomensafhankelijke eigen bijdrage Jeugdbescherming

Jeugdhulp

Jeugdhulp met verblijf

Jeugdhulp zonder verblijf Jeugdreclassering

Aandeel Particuliere huishoudens behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen. Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen. De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend. Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio. Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften. Dit is een type maatwerkarrangement Wmo. Deze groep bevat de volgende productcategorieën uit de iWmo-standaarden: hulp bij het huishouden. Deze voorziening is bedoeld voor cliënten die niet meer in staat zijn om hun huishoudelijke werkzaamheden zelfstandig uit te voeren. Ondersteuning wordt bijvoorbeeld geboden in de vorm van het uitvoeren van huishoudelijke taken, zoals schoonmaken, stofzuigen en het verzorgen van de was. Dit is een type maatwerkarrangement Wmo. Deze groep bevat de volgende productcategorieën uit de iWmo-standaarden: woondiensten, vervoersdiensten, rolstoelen, vervoersvoorzieningen, woonvoorzieningen en overige hulpmiddelen.

Voor de invoering van het abonnementstarief Wmo in 2020 werd de hoogte van de eigen bijdrage voor zorg via de Wmo bepaald op basis van het inkomen. Onder jeugdbescherming wordt formeel verstaan het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of niet voldoende helpt. Er zijn vijf verschillende jeugdbeschermingsmaatregelen. Het betreffen: Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de jeugdwet. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en/of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. Onderscheid wordt gemaakt in jeugdhulp met verblijf en jeugdhulp zonder verblijf. In het geval van Jeugdhulp met verblijf verblijft de jeugdige elders. Of anders gezegd, de jeugdige slaapt formeel elders, niet zijnde thuis, in het eigen gezin. Dit betekent dat het hier alleen om de verblijfsvormen gaat waarbij er sprake is van een overnachting. Dagbehandeling valt daarom onder de categorie ‘jeugdhulp zonder verblijf’. Verblijf in logeerhuizen, alleen tijdens weekenden of juist door de weeks vallen onder jeugdhulp met verblijf.

In deze vorm van ondersteuning verblijft de jeugdige thuis, in het eigen gezin. Of anders gezegd, de jeugdige slaapt thuis. In ieder geval formeel. Het kan zijn dat de jeugdige bij opa en oma slaapt of bij iemand anders, echter dit is dan niet formeel zo geregeld. Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18de met de politie in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Indien de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het misdrijf is begaan daartoe aanleiding geven, kan het jeugdstrafrecht eveneens worden toegepast op jongvolwassenen in de leeftijd 18 tot en met 22 jaar. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of de officier van Justitie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart. Jeugdreclassering wordt uitgevoerd door gecertifieerde instellingen. maatregelen betreffen: 6

Jeugdwet

Jeugdzorg Jeugdzorg-traject

Jobcoach/ begeleiding op de werkplek

Kinderen in uitkeringsgezinnen Kindermishandeling

Kortdurend Verblijf

Lage-inkomensgrens

Toezicht en begeleiding gedwongen Toezicht en begeleiding vrijwillig Individuele trajectbegeleiding De begeleiding kan doorlopen tot de jongere 23 wordt. De jeugdwet is sinds 1 januari 2015 van kracht en vervangt de wet op de jeugdzorg. In de Jeugdwet staat dat de gemeente verantwoordelijk is voor jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Het geheel van jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering dat onder verantwoordelijkheid van de gemeente wordt uitgevoerd volgens de Jeugdwet (2015). Bij de jeugdcijfers wordt een onderscheid gemaakt in (aantallen) jongeren en (aantallen) jeugdhulptrajecten. Een jeugdige kan één of meerdere hulptrajecten tegelijk doorlopen. Een hulptraject bestaat uit een combinatie van hulpvorm en aanvangsdatum. Omdat een jongere meerdere trajecten tegelijk kan doorlopen, verschilt het aantal jeugdhulptrajecten van het aantal jongeren: het aantal hulptrajecten komt hoger uit. Als een jongere in één periode meerdere hulptrajecten doorloopt met dezelfde hulpvorm dan worden deze trajecten samengenomen. In de cijfers tellen deze dan mee als één doorlopend hulptraject. Dit gebeurt ook als de aanvangsdatums verschillen: het gaat erom dat de hulptrajecten elkaar overlappen.

De aanvangsdatum wordt in dat geval gezien als de datum waarop de hulp voor het eerst is gestart, en de einddatum is de datum waarop de laatste hulp wordt beëindigd. Dit is een type re-integratie-/participatievoorziening. Het omvat alle vormen van begeleiding op de werkplek, voor zowel arbeidsbeperkten als niet-arbeidsbeperkten, door een interne (van het bedrijf waar de werknemer werkt), externe of gemeentelijke begeleider. Kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Een bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt. Vorm van - voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. Het gaat hierbij om: seksuele mishandeling, fysieke mishandeling, emotionele/psychische mishandeling, fysieke verwaarlozing, emotionele/psychische verwaarlozing en getuige zijn van partnergeweld (Definitie artikel 1 Jeugdwet). Wmo voorziening uit de categorie ondersteuning thuis.

Kortdurend verblijf is een van de voorzieningen die kan worden toegekend ter ondersteuning van mantelzorgers. Ter voorkoming dat zij overbelast worden en de thuissituatie onleefbaar wordt. De cliënt verblijft dan kortdurend in een instelling, zodat de mantelzorger(s) even ‘op adem’ kunnen komen. Na het verblijf in de instelling pakken de mantelzorgers de zorg weer op. Deze grens wordt vaak gebruikt als indicator voor armoede. Het vertegenwoordigt door de tijd heen een vast koopkrachtniveau en wordt jaarlijks alleen aangepast voor de prijsontwikkeling. De hoogte ervan is geënt op de bijstandsuitkering van een alleenstaande in 1979, toen deze op een hoog niveau lag. Er is sprake van een laag inkomen als het inkomen omgerekend naar een inkomen van een alleenstaande, een lagere koopkracht vertegenwoordigt dan een bedrag van 9 250 euro in prijzen van 2000. Het inkomensbegrip dat hierbij wordt gehanteerd, is het besteedbaar inkomen verminderd met aan bestedingen gebonden uitkeringen, zoals de huurtoeslag. Inkomens van huishoudens van 7

Loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet

Maatwerkarrangement Wmo

Mantelzorg

Meldingen (Veilig Thuis)

Niet nader in te delen (Particpatiewet) Niet werkend werkzoekende jongeren Niet-westerse migratieachtergrond Ondersteuning thuis

Overige faciliterende voorziening

verschillende grootte en samenstelling worden met behulp van een equivalentiefactor vergelijkbaar gemaakt. Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9.250 euro. Dit is een type re-integratie-/participatievoorziening. De loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet is een subsidie die een werkgever krijgt als ondersteuning om een persoon in dienst te nemen, die een arbeidsvermogen heeft dat onder het wettelijk minimumloon (WML) ligt. Voordat de loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet ingezet kan worden is een vaststelling van de loonwaarde van de persoon (het vastgestelde arbeidsvermogen van een persoon in verhouding tot het wettelijk minimumloon) noodzakelijk. De loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet kan langdurig worden ingezet, indien nodig tot aan het pensioen. Naast de loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet zijn er nog twee andere soorten loonkostensubsidies: de 'Forfaitaire loonkostensubsidie' en de 'Tijdelijke loonkostensubsidie'. Deze kunnen niet langdurig ingezet worden.

Een maatwerkarrangement Wmo is ondersteuning binnen het kader van de Wmo2015 geleverd in de vorm van een product of dienst die is afgestemd op de wensen, persoonskenmerken, mogelijkheden en behoeften van een individu. Ook wel specialistische zorg of specialistische ondersteuning genoemd. In de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein worden vier typen maatwerkarrangementen onderscheiden, te weten Hulp bij het huishouden, Hulpmiddelen en diensten, Ondersteuning thuis en Verblijf en opvang. Mantelzorg is onbetaalde en vaak langdurige zorg voor zieke familieleden of vrienden. Dit kan verzorging zijn of hulp bij dagelijkse activiteiten. Gemeenten ondersteunen mantelzorgers bijvoorbeeld met (tijdelijke) overname van de zorg door een vrijwilliger of beroepskracht (respijtzorg). Zie ook kindermishandeling. Het kenbaar maken aan Veilig Thuis van een situatie of vermoeden van huiselijk geweld en/of kindermishandeling met vermelding van de persoonsgegevens van de betrokkene(n). Het verschil met een advies is dat bij een melding de verantwoordelijkheid voor het zicht op de veiligheid van de directbetrokkenen is overgedragen van de melder aan Veilig Thuis. Dit is een type re-integratie-/participatievoorziening, die alle individueel ingezette voorzieningen betreft die wel tot de SRG behoren, maar die niet vallen onder de reguliere typen voorzieningen.

Het aantal jongeren van 15 tot 23 jaar dat niet werkt (ook geen deeltijdbaan) en dat staat ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf. Als een persoon of één van de ouders niet in Europa (exclusief Turkije), Indonesië, Japan, Noord-Amerika of Oceanië is geboren, heeft deze persoon volgens de definitie van CBS een niet-westerse migratieachtergrond. Dit is een type maatwerkarrangement Wmo. Deze groep bevat de volgende productcategorieën uit de iWmo-standaarden: begeleiding, persoonlijke verzorging, kortdurend verblijf, overige ondersteuning gericht op het individu of huishouden/gezin, dagbesteding, overige groepsgerichte ondersteuning en overige maatwerkarrangementen. Type re-integratie-/participatievoorziening. Afhankelijk van de individuele situatie van een persoon met of zonder arbeidsbeperking, kunnen faciliterende voorzieningen ingezet worden die de persoon in staat stellen om te werken of om een andere voorziening (bijvoorbeeld beschut werk) uit te voeren. Dit kunnen zijn: 8

-

Overige sociale activering

Overige werkplekken

Participatieplaats

Participatiewet

meeneembare hulpmiddelen voor personen met een arbeidsbeperking: bijvoorbeeld brailleapparatuur, orthopedische werkschoenen; intermediaire voorzieningen voor personen met een arbeidsbeperking: bijvoorbeeld tolk voor personen met auditieve beperking, voorleeshulp; overige: boekengeld, vergoeding van kleding (bijvoorbeeld werkschoenen), Verklaring Omtrent Gedrag, identiteitsbewijs, rijbewijs, chauffeursbewijs, kinderopvang gefinancierd door de gemeente etc. Type re-integratie-/participatievoorziening. Overige sociale activering wordt ingezet met het doel van zelfstandige maatschappelijke participatie om sociaal isolement te voorkomen. De activiteiten in het kader van sociale activering worden niet in ruil voor geld of natura uitgevoerd. Het gaat voornamelijk erom dat de persoon iets voor zijn eigen welzijn doet en niet iets wat derden of de maatschappij ten goede komt. Dit valt onder re-integratie-/participatievoorzieningen in het kader van de participatiewet. Dit type voorziening is bedoeld voor alle overige werkplekken aangeboden door de gemeente in het kader van re-integratie waarbij de persoon werkt, of tegelijkertijd werkt en leert. Het kan daarbij zijn dat de persoon werkt met behoud van uitkering.

Ook kan er sprake zijn van een arbeidscontract voor de persoon die nog niet is uitgestroomd naar een reguliere functie, waarbij de gemeente nog betrokken is (bijvoorbeeld in financiële zin). Voorbeelden zijn: Hybride voorzieningen Inleenconstructie/detachering Leer-werkplek/leer-werktraject Oriëntatieplaats Proefplaatsing (met uitzondering van 'Proefplaatsing t.b.v. loonwaardebepaling' in het kader van de loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet) Werkervaringsplek/werkervaringsplaats Werkgelegenheidsproject (Werk)stage Dit is een type re-integratie-/participatievoorziening. Participatieplaatsen zoals vernoemd in de Participatiewet hebben betrekking op een specifieke vorm van werken met behoud van uitkering, waarbij additionele werkzaamheden onbeloond en in het kader van re-integratie worden uitgevoerd. Dit onderscheidt de participatieplaats van de loonkostensubsidie. Bij een loonkostensubsidie is immers sprake van beloning voor de te verrichten werkzaamheden. Onder additionele werkzaamheden worden primair op de arbeidsinschakeling gerichte werkzaamheden verstaan, die onder verantwoordelijkheid van het college in het kader van de Participatiewet worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid, en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Het doel van de activiteiten is niet primair het realiseren van een bedrijfsdoel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12113910/1