def- Gilze en Rijen - eindrapport onderzoek ASD
Tekst van het document
Adviesraad Sociaal domein Gilze en Rijen
Een onderzoek voor de gemeenteraad Gilze en Rijen
RAPPORTAGE
Eindrapport
1
Deze rapportage bestaat uit drie delen
De gemeenteraad van gemeente Gilze en Rijen heeft een onderzoek laten uitvoeren naar het functioneren en de maatschappelijke impact van de Adviesraad Sociaal Domein (ASD). Aanleiding was de Motie M2025-05, aangenomen in de raadsvergadering van 10 februari 2025. De gemeenteraad constateerde in deze motie dat sinds de vernieuwde Adviesraad Sociaal Domein per 1 januari 2023 diverse signalen de raad bereiken met betrekking tot het functioneren van dit adviesorgaan. Omdat de Adviesraad Sociaal Domein een belangrijk adviesorgaan is, vindt de raad het tijd om het functioneren van de adviesraad te evalueren.
Deel 1 Introductie
Verder richt het onderzoek zich vooral op het heden en de toekomst van de ASD. De moeizame periode van samenvoeging van twee adviesraden wordt in dit onderzoek wel kort beschreven. Dit omdat enige context nodig is om te begrijpen waar nog ontwikkelpunten liggen voor de ASD en of de gemeente. Het biedt verder geen meerwaarde om de periode van samenvoeging nog eens extra te verdiepen. Het voorliggende rapport bevat de resultaten van het onderzoek. De rapportage is opgesteld door Ing. Peter Struik MBA en Hilda Sietsema van het bestuurskundig onderzoeks- en adviesbureau Partners+Pröpper.
Deel 2 De Kern
LEESWIJZER
Het onderzoek richt zich op: Het functioneren van de ASD; De effecten van adviezen van de ASD; De samenwerking met de gemeente.
Het doel van het onderzoek, de onderzoeksvragen en het evaluatiemodel.
LEESWIJZER
COLOFON
VOORWOORD
Beste lezer,
Dit deel is voor de lezer die snel de conclusies en aanbevelingen op hoofdlijnen tot zich wil nemen. In dit deel wordt de centrale vraag van het onderzoek beantwoord: in hoeverre functioneert de Adviesraad Sociaal Domein doeltreffend en wat zijn eventuele aanbeveling om de doeltreffendheid te vergroten? In hoeverre werken adviezen van de werkgroepen van de Adviesraad Sociaal Domein door op het beleid van het sociaal domein? Heeft de Adviesraad Sociaal Domein alle noodzakelijke voorwaarden ingevuld om haar hoofdtaak doeltreffend te vervullen: wat gaat goed en wat gaat minder goed?
Deel 3 De Bevindingen Dit deel is voor de lezer die meer details tot zich wil nemen. In dit deel worden achtereenvolgens verschillende deelvragen beantwoord over: Uitvoering en samenwerking: intern en extern; Doorwerking van adviezen en signalen.
Bijlage 1 Inventarisatie adviezen ASD Bijlage 2 Respondenten
Noordwijk, 17 februari 2026
Bijlage 3 Schriftelijke bronnen
Is een navigatieknop
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
2 Bijlagen
Doel van het onderzoek Leren en verbeteren is het uitgangspunt in dit onderzoek. Daardoor is het doel van het onderzoek inzicht geven in hoeverre de Adviesraad Sociaal Domein doeltreffend functioneert, wat de impact is van de adviezen en vooral waar nog ontwikkelpunten liggen.
DEEL 1 INTRODUCTIE
De onderzoeksvragen De centrale vraag van het onderzoek luidt: In hoeverre functioneert de Adviesraad Sociaal Domein doeltreffend en wat zijn eventuele aanbeveling om de doeltreffendheid te vergroten? In hoeverre werken adviezen van de werkgroepen van de Adviesraad Sociaal Domein door op het beleid binnen het sociaal domein? Heeft de Adviesraad Sociaal Domein alle noodzakelijke voorwaarden ingevuld om haar hoofdtaak doeltreffend te vervullen: wat gaat goed en wat gaat minder goed? Deel 2 van dit rapport richt zich op deze twee centrale vragen. Deel 3 van dit rapport gaat verder in op deelvragen.
Evaluatiemodel Voor dit onderzoek is een evaluatiemodel ingezet. Het evaluatiemodel laat zien hoe onderzoekers hebben gekeken naar de effecten van adviezen en signalen van de Adviesraad Sociaal Domein en wat mogelijke verklarende factoren zijn voor de mate van het effect. Op voorhand zijn hier geen normen voor gesteld. De onderzoekers hebben met een ‘open blik’ naar het functioneren van de Adviesraad Sociaal Domein gekeken. De hoogste trede (adviezen hebben maatschappelijke impact) is buiten beschouwing gelaten omdat dit binnen de kaders van dit onderzoek moeilijker onderzoekbaar is. Dit met uitzondering van één uitgebracht advies van de ASD. Hier was het namelijk concreet en evident dat het advies een maatschappelijke impact heeft zonder verder verdiepend onderzoek te doen.
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
3 Bijlagen
Conclusies Hieronder beantwoorden we het eerste deel van de centrale vraag van het onderzoek:
DEEL 2 DE KERN
In hoeverre functioneert de Adviesraad Sociaal Domein doeltreffend? In hoeverre werken adviezen van de werkgroepen van de Adviesraad sociaal domein door op het beleid van het sociaal domein? Heeft de Adviesraad Sociaal Domein alle noodzakelijke voorwaarden ingevuld om haar hoofdtaak doeltreffend te vervullen: wat gaat goed en wat gaat minder goed? De doelen van de Adviesraad Sociaal Domein (ASD) Om de vraag te beantwoorden of de ASD doeltreffend functioneert is het nodig om allereerst de doelen vast te stellen. Het doel van de ASD is om vanuit een onafhankelijke positie via overleg en advisering vanuit een breed inwonersperspectief mee te kijken, mee te denken en te adviseren op de voorbereiding, ontwikkeling, evaluatie en verbetering van het gemeentelijk beleid in het sociaal domein. De huidige ASD is per januari 2023 een samenvoeging van twee adviesraden, één die zich richtte op het bredere sociale domein en één die zich richtte op Werk & Inkomen en Participatie. De belangrijkste doelen van de samenvoeging waren: Integrale advisering: de samenhang tussen verschillende onderwerpen binnen het sociaal domein verbeteren en waarborgen; Meer deskundigheid: doordat de adviesraad groter wordt komt er meer kennis en ervaring beschikbaar, waardoor de adviezen van hogere kwaliteit zullen zijn.
Om een advies te kunnen geven is een kerntaak van de ASD (a) het kritisch reflecteren op een adviesvraag en bijbehorende (beleids)stukken van het college en (b) het ophalen van signalen uit de samenleving. De ASD geeft aan dat het de wens van zowel de ASD als het college is om nadrukkelijker in te zetten op consultatie van inwoners. Daarnaast wil de ASD en het college dat de ASD zo vroeg als mogelijk in positie wordt gebracht.
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
Doeltreffendheid Vanaf 1 januari 2023 t/m medio 2025 heeft de ASD negen keer schriftelijk advies gegeven aan het college. Elk advies bestaat uit meerdere deeladviezen, in totaal 28 stuks. Op basis van de reacties van het college valt te concluderen dat deeladviezen in vier gevallen worden omgezet in beleidsmaatregelen, veelal wijzigingen die het beleidskader helderder en concreter maken. In één geval leidt het op korte termijn tot daadwerkelijk effect voor inwoners. Daarnaast werken adviezen ook agenderend (vijf gevallen). Dat betekent dat de adviezen wel op termijn inhoudelijk effect kunnen hebben op beleidsmaatregelen. De adviezen gaan over drie beleidsterreinen: Jeugd, Wmo en Participatie en drie overkoepelende thema's zoals inclusie, subsidiebeleid en versterken van de sociale basis. Met de laatste thema's is het doel van integrale advisering bereikt. Met het uitbrengen van een advies signaleert de ASD verschillende knelpunten. De meest voorkomende zijn: De leesbaarheid van de gemeentelijke stukken is onvoldoende en er is betere communicatie nodig richting inwoners, waaronder ook over behaalde doelen en successen; De stukken van de gemeente zijn abstract, het ontbreekt aan concrete acties; De eigen kracht en zelfredzaamheid van mensen moet niet worden overschat, in de praktijk blijkt dit niet realistisch.
De adviesraad mist dan regelmatig maatwerk dat aansluit bij de persoonlijke situatie van mensen; Er ontstaan schrijnende situaties door wachtlijsten rondom huishoudelijke hulp. Voorwaarden om doeltreffend te kunnen werken Na een moeizame samenvoeging is de rust enigszins teruggekeerd. Er is een vaste werkwijze in de ASD om te komen tot een advies en de ASD en weet adviezen te produceren. De samenwerking met de gemeente wordt door de ASD over het algemeen als goed ervaren. Wij (de onderzoekers) beoordelen de samenwerking echter nog wel als ‘broos'. Dit omdat nog zeer recent één van de leden van de ASD is opgestapt. Als reden geeft dit lid aan ontevreden te zijn over de communicatie van de gemeente met betrekking tot het besluit van het college om de ASD verder te begeleiden met inzet van een extern bureau.
4
Bijlagen
Hoewel de rust enigszins is teruggekeerd zijn er nog wel knelpunten. Deze leiden weliswaar niet tot substantiële conflicten binnen de ASD, maar vragen wel om een grote inspanning van de ASD én de gemeente om een toekomstbestendige ASD te realiseren. In dat licht zijn de knelpunten op te vatten als ontwikkelpunten voor verdere doorontwikkeling naar een toekomstbestendige ASD.
Idealiter is een adviesraad zo samengesteld dat er een evenwicht ontstaat tussen praktijkervaring en beleids-/materiekennis. Leden met persoonlijke ervaring en of met kennis van ervaringen van anderen. Zij hebben die persoonlijke ervaring omdat zij zelf ook gebruik maken, of gebruik hebben gemaakt, van een of meer voorzieningen in het kader van de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet. Zij hebben dan ervaringskennis. Als zij hebben geleerd (met een training of opleiding) deze kennis in te zetten om anderen te helpen worden zij ook wel ervaringsdeskundige genoemd. Leden die ook professioneel hebben gewerkt in het werkveld van de Jeugdwet, Wmo of Participatiewet. Zij hebben dan meer inhoudelijke kennis van wet- en regelgeving, beleid en organisaties in een of meer van deze werkvelden. In dit rapport worden deze leden ervaringswerker genoemd.
DEEL 2 DE KERN
De zes ontwikkelpunten die om een substantiële inspanning vragen worden hieronder verder toegelicht: 1
Er bestaan nog steeds verschillende opvattingen binnen de ASD over hoe de onafhankelijke rol van de ASD moet worden opgevat. Het gaat dan vooral over de precieze betekenis voor de werkwijze en positie van de ASD. De vraag die dan speelt is met wie en waarover gesproken kan worden om informatie in te winnen. Dit ter verkenning van vraagstukken die door het college worden voorgelegd aan de ASD voor een advies.
4
Als gevolg van het vorige punt wordt de bestuursstijl van het dagelijks bestuur als sturend ervaren in plaats van faciliterend en verbindend. Sommige ASD-leden geven aan dat een sturende stijl in de huidige situatie nodig is, anderen ervaren de sturende stijl als het ontnemen van ruimte voor inbreng en ervaren het bestuur meer als een machtsblok dan een steunpilaar.
2
De ASD weet nog niet goed de diversiteit van het team te benutten. Het gaat dan om de mix tussen ervaringswerkers en personen met ervaringskennis, zie het kader rechtsboven voor deze begrippen. De inbreng van personen met ervaringskennis is volgens het bestuur teveel gebaseerd op persoonlijke ervaring en/of één gesprek met een inwoner. Het dagelijks bestuur vindt dit te dun ijs om een advies op te baseren, daar zijn meer signalen voor nodig. De inbreng komt dan volgens de personen met ervaringskennis niet goed tot z'n recht. Het leidt tot spanningen; personen met ervaringskennis voelen zich namelijk onvoldoende gehoord. In hun ogen kan één enkele ervaring namelijk een voorbode zijn van grotere structurele problematiek.
5
De wens van de gemeente en de ASD is de ASD vroeg in positie te brengen om mee te denken. Dit vraagt om een interactieve wijze van werken, informele afstemmingsmomenten waarin direct gedachten en ideeën kunnen worden uitgewisseld en relatieopbouw met diverse gremia. De ASD worstelt met de vraag hoe dit te verenigen met de eigen formelere wijze van werken, waarbij het waarborgen van een onafhankelijke positie hoog in het vaandel staat.
6
De ASD heeft geen capaciteit en tijd om enige substantiële omvang van signalen uit de samenleving op te halen, te analyseren en te vertalen naar een advies. De ASD worstelt hier ook mee en vraagt zich af of de verwachting van de gemeente op dit punt wel reëel zijn. Ook de gemeente vraagt zich af wat mag en kan worden verwacht van de ASD.
3
Daarnaast geeft het dagelijks bestuur aan dat er onvoldoende kwaliteit aanwezig is om een goed advies te schrijven en sommige ASD-leden onvoldoende actief zijn in het reageren op stukken. Het gevolg is dat het dagelijks bestuur het advies redigeert en soms ook schrijft. Anderen voelen zich vervolgens geen eigenaar en als dit zich herhaalt trekken zij zich verder terug. Hierdoor wordt dit patroon nog verder versterkt en niet doorbroken.
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
5 Bijlagen
Aanbevelingen Hieronder beantwoorden we het tweede deel van de centrale vraag: Wat zijn eventuele aanbeveling om de doeltreffendheid van de ASD te vergroten?
DEEL 2 DE KERN
De aanbevelingen om de doeltreffendheid van de ASD verder te verbeteren omvatten vier sporen. Deze vier sporen zijn richtinggevend voor de verdere doorontwikkeling van de ASD. Wij bevelen aan deze onder begeleiding van een extern bureau en of externe deskundige verder uit te werken. Spoor 1: reële verwachtingen over en weer Dit is de allereerste stap om te nemen. Er is een gesprek/dialoog nodig tussen de ASD-leden en het college, met als doel: Het onderschrijven van de conclusies uit dit onderzoek en volledig commitment vanuit de ASD én de gemeente om te werken aan de verdere doorontwikkeling, waarbij de zes ontwikkelpunten uit de conclusies worden opgepakt. De hierna volgende sporen 2 t/m 4 zijn daarbij richtinggevend; De verwachtingen over en weer opnieuw met elkaar te bespreken. Wat zijn de verwachtingen van de gemeente en zijn deze reëel? Hoe kan de gemeente daarbij faciliteren? De sporen 2 t/m 4 kunnen daarna worden uitgewerkt waarbij de volgordelijkheid nog nader kan worden bepaald. Spoor 2: benutten en ontwikkelen van diversiteit Werk toe naar een goede balans in het ASD-team tussen ervaringswerkers, personen met ervaringskennis en ervaringsdeskundigen. Benut de diversiteit door op een interactieve werkwijze te werken aan een advies.
Doe dit op maat en bezie dit in het licht van drie typen adviezen: Beleidsmatige adviezen; Uitvoeringstoets; Het verbinden van de systeemwereld van de overheid met de leefwereld van mensen. Voor elk type advies zijn andere competenties nodig en juist de mix draagt zorg voor goede advisering op alle drie typen. Dat vraagt om gerichte werving van leden op deze competenties en of trainingen, bijvoorbeeld het ontwikkelen van personen met ervaringskennis naar ervaringsdeskundigen. Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
Bijlagen
Spoor 3: ophalen signalen uit de samenleving Op dit punt moet het been worden bijgetrokken. Dat moet worden bezien ten aanzien van het ophalen van signalen door de ASD zelf maar ook in het licht van participatietrajecten die door de gemeente worden georganiseerd. Het is aan te bevelen de ASD in deze trajecten mee te nemen en dus mee te laten werken in het participatieproces. De gemeentelijke organisatie heeft de organisatiekracht om participatiemomenten te organiseren, de ASD kan van deze momenten gebruik maken om verschillende signalen op te vangen. Spoor 4: interactief werken en vorm en stijl van besturen Laat op termijn de sturende bestuursstijl los en werk toe naar een faciliterende stijl op het proces. Dit om het patroon te doorbreken dat leidt tot de situatie dat het dagelijks bestuur ongewild het werkpaard is en andere leden zich vervolgens onvoldoende eigenaar voelen. Hiertoe is het volgende nodig: De mix van competenties binnen het team benutten; Een meer interactieve werkwijze te hanteren, juist wanneer de ASD vroeg in positie komt om mee te denken. Dan hebben de ASD-leden de ruimte nodig om inbreng te leveren en de juiste verbindingen met de juiste mensen te maken. Een advies is hierbij een sluitstuk; Een transparante wijze van werken. Een interactieve wijze van werken vraagt om transparantie.
Maak dit ook zichtbaar zodat de inbreng van de ASD ook in een proces van vroegtijdige betrokkenheid zichtbaar is. Dit kan bijvoorbeeld via een logboek en of een gezamenlijk bouwwerk waarin ieders inbreng zichtbaar is en niet van tafel valt. Zorg ook dat een advies bestaat uit een inhoudelijk deel én een procesdeel. Beschrijf in het procesdeel hoe het advies tot stand is gekomen: met welke werkwijze, stappen en bijdragen en hoe (geanonimiseerde) signalen uit de samenleving zijn verwerkt; Borg dat de ASD-leden zitting hebben zonder last en ruggenspraak. Maak gebruik van de Cloud en Sharepoint omgeving van de gemeente (indien voorhanden). Bezie in dit licht ook de rol en samenstelling van het dagelijks bestuur en actualiseer de verordening. De verordening voorziet nu in een voorzitter en een secretaris en niet in een dagelijks bestuur. Doe dit echter niet meteen maar tussentijds of achteraf op het moment dat de sporen concreter zijn uitgewerkt.
6
Deel 3 richt zich op de deelvragen van het onderzoek. De deelvragen worden achtereenvolgens beantwoord in de paragrafen 3.1 tot en met 3.3. Elke paragraaf start eerst met een resumé waarin beknopt de deelvragen worden beantwoord, daarna volgt een verdere verdieping hierop.
DEEL 3 DE BEVINDINGEN
3.1 Inventarisatie 1 Welke adviezen heeft de ASD gegeven over knelpunten in het sociaal domein? 3.2 Uitvoering en samenwerking: intern en extern 2 Hoe heeft de ASD signalen ontvangen en hoe komt zij tot adviezen: hoe wordt binnen de ASD het proces om te komen tot een advies opgepakt en georganiseerd? > In hoeverre worden andere inwoners en maatschappelijke partners betrokken? Hoe komen de leden tot een binnen de ASD gedragen advies aan de gemeente? 3 Welke knelpunten hebben zich binnen de ASD voorgedaan en wat is tot op heden gedaan om deze weg te nemen en door wie? 4
Wat zijn nog eventuele knelpunten die het proces om te komen tot een gedragen advies in de weg staan?
5
Hoe is de samenwerking tussen de ASD en de gemeente? > Hoe ervaart de ASD haar rol en impact in vergelijking met de verwachtingen van de gemeenteraad en haar eigen verwachtingen? > Hoe wordt de relatie tussen de ASD, de gemeente (raad, college en ambtelijke organisatie) ervaren en ingevuld?
3.3 Doorwerking van adviezen 6 In hoeverre worden signalen en adviezen door de gemeente omgezet in beleidsmaatregelen? 7 Welke factoren verklaren de doorwerking (of het gebrek daaraan) van de signalen en adviezen van de ASD?
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
7 Bijlagen
3.1 Adviezen van de ASD Deelvragen 1 Welke signalen en adviezen heeft de ASD gegeven over knelpunten in het sociaal domein? Elke paragraaf start eerst met een resumé waarin beknopt de deelvragen worden beantwoord, daarna volgt een verdere verdieping op de navolgende bladzijden.
DEEL 3 DE BEVINDINGEN
Resumé De ASD heeft sinds 1 januari 2023 negen formele schriftelijke adviezen gegeven waarvan één keer ongevraagd. De adviezen bestaan vaak uit verschillende deeladviezen. In totaal gaat het om 28 deeladviezen; De adviezen gaan over drie beleidsterreinen: Jeugd, Wmo en Participatie en drie overkoepelende thema's zoals inclusie, subsidiebeleid en versterken van de sociale basis. Met het uitbrengen van een formeel advies signaleert de adviesraad verschillende knelpunten. De meest voorkomende zijn: De leesbaarheid van de gemeentelijke stukken is onvoldoende en er is betere communicatie nodig richting inwoners, waaronder ook over behaalde doelen en successen; De stukken zijn abstract, het ontbreekt aan concrete acties; De eigen kracht en zelfredzaamheid van mensen moet niet worden overschat, in de praktijk blijkt dit niet realistisch. De adviesraad mist dan regelmatig maatwerk dat aansluit bij de persoonlijke situatie van mensen; Er ontstaan schrijnende situaties door wachtlijsten rondom huishoudelijke hulp.
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
8 Bijlagen
DEEL 3 DE BEVINDINGEN
Aantal en aard van de adviezen, zie ook bijlage 1 Sinds de samenvoeging per 1 januari 2023 (zie kader rechts) is t/m mei 2025 negen keer een schriftelijke advies gegeven over een onderwerp: acht keer gevraagd en één keer ongevraagd. De adviezen gaan over vier thema's: Jeugdhulp, Werk & Inkomen, Huishoudelijke ondersteuning en overkoepelende onderwerpen zoals inclusie, subsidiebeleid en versterken sociale basis. Zie bijlage 1 voor de negen schriftelijke adviezen. Deze bevat een samenvatting van de inhoud van de adviezen, alsmede de reactie van het college en het oordeel van de onderzoekers over de doorwerking van de adviezen. Daarbij merken we (de onderzoekers) op dat een advies altijd bestaat uit verschillende deeladviezen, in totaal gaat het om 28 deeladviezen. De ASD heeft meer adviezen gegeven maar dan niet in schriftelijke vorm. Dat gebeurde dan mondeling in vergaderingen van de ASD waarbij ambtenaren en of de wethouder aanwezig waren en in contacten tussen de werkgroepen van de ASD en ambtenaren. Deze mondelinge adviezen zijn in dit onderzoek verder buiten beschouwing gelaten.
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
Samenvoeging per 1 januari 2023 Voor 1 januari 2023 was er een adviesraad en een cliëntenraad. De adviesraad richtte zich op het brede sociaal domein en de cliëntenraad op Werk & Inkomen en de Participatiewet. Deze twee adviesorganen werkten gescheiden van elkaar en hadden ook ieder een eigen werkwijze. Het college besloot op enig moment de beide adviesraden samen te voegen. De belangrijkste doelen van de samenvoeging waren: Integrale advisering: de samenhang tussen verschillende onderwerpen binnen het sociaal domein verbeteren en waarborgen; Meer deskundigheid: doordat de adviesraad groter wordt komt er meer kennis en ervaring beschikbaar, waardoor de adviezen van hogere kwaliteit zullen zijn. De huidige ASD adviseert sinds 1 januari 2023 het college over alle mogelijke onderwerpen binnen alle drie wettelijke pijlers van het sociaal domein: Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning en de Participatiewet. De ASD wordt door het college om advies gevraagd én kan ook ongevraagd advies geven.
9 Bijlagen
3.2 Uitvoering en samenwerking Deelvragen 2 Hoe heeft de ASD signalen ontvangen en hoe komt zij tot adviezen? > Hoe wordt binnen de ASD het proces om te komen tot een advies georganiseerd? > In hoeverre worden andere inwoners en maatschappelijke partners betrokken? > Hoe komen de leden tot een binnen de ASD gedragen advies? 3 Welke knelpunten hebben zich binnen de ASD voorgedaan en wat is tot op heden gedaan om deze weg te nemen en door wie?
DEEL 3 DE BEVINDINGEN
4 Wat zijn nog eventuele knelpunten die het proces om te komen tot een gedragen advies in de weg staan? 5 Hoe is de samenwerking tussen de ASD en de gemeente? > Hoe ervaart de ASD haar rol en impact in vergelijking met de verwachtingen van de gemeenteraad en haar eigen verwachtingen? > Hoe wordt de relatie tussen de ASD, de gemeente (raad, college en ambtelijke organisatie) ervaren en ingevuld?
Vooraf Een moeizame samenvoeging Uit gesprekken is duidelijk gebleken dat de twee bloedgroepen die zijn samengevoegd een verschillende visie op hun rol hadden en er een verschillende werkwijze op nahielden. De oude cliëntenraad had een meer informele en interactieve wijze van werken. De oude adviesraad had een formelere wijze van werken waarbij de onafhankelijke rol meer is benadrukt. Los van welke visie de juiste is om doeltreffend te werken is te constateren dat het niet is gelukt om beide visies met elkaar te verenigen of elkaar te laten versterken. Dit ondanks begeleiding door de Koepel Adviesraad Sociaal Domein en gezamenlijke inspanningen van het dagelijks bestuur van de ASD, leden van de ASD en de verbindingsmedewerker(s) van de gemeente. Het vastleggen van doelen en taken van de ASD in de verordening heeft verder niet geholpen. De leden van de oude cliëntenraad bleven moeite houden met de nieuwe werkwijze. Zij ervaarden de werkwijze van de oude adviesraad als te dominant en een verlies van autonomie. Emoties gingen de boventoon voeren en daardoor liepen de spanningen verder hoog op, en wel zo hoog dat het escaleerde en het college moest ingrijpen met ontslag van twee leden tot gevolg. Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
Resumé Het proces om te komen tot een advies ziet er nu in grote lijnen als volgt uit en is afhankelijk van het moment waarop de ASD in positie komt: De ASD ontvangt van het college een adviesvraag met bijbehorende (beleids)documenten. Dat wordt door het dagelijks bestuur in verschillende rondes onder de aandacht gebracht bij de leden voor een reactie. Op basis van de reacties formuleert het dagelijks bestuur een advies wat weer in rondes wordt ingebracht voor een reactie. Daarna volgt een besluit over het uit te brengen advies in een brede vergadering; De ASD wordt eerder in positie gebracht, voordat er adviesvraag van het college ligt. Er volgen dan informele bijeenkomsten tussen beleidsadviseurs en de werkgroepen van de ASD. Daar kan al van gedachten worden gewisseld en op- en aanmerkingen worden ingebracht. Daarna volgt een adviesvraag van het college en wordt het hiervoor beschreven proces gevolgd. De verschillende rondes moeten waarborgen dat er een gedragen advies van de ASD-leden tot stand komt op basis van voldoende signalen uit de samenleving. Hier zitten knelpunten: Het vraagt allereerst om kennis, deskundigheid en een actieve houding van de leden van de ASD. Het bestuur van de ASD heeft daarbij een kwaliteitsbeeld van een advies en geeft aan dat er onvoldoende kennis en deskundigheid is onder de leden om daaraan te voldoen.
Daarnaast wordt er niet altijd gereageerd op hetgeen het bestuur in de rondes inbrengt. Het gevolg is dat het bestuur zelf in de materie duikt en het advies schrijft. Het bestuur wordt het werkpaard. Een deel van de ASD-leden voelt zich vervolgens geen eigenaar van dat advies. Als dat herhaaldelijke keren zo gebeurd trekken deze leden zich verder terug. Er is geen tijd en capaciteit om actief signalen uit de samenleving op te halen. Daarnaast putten de personen met ervaringskennis uit eigen ervaring of een ervaring van een ander. Het bestuur vindt dat te dun ijs om een advies op te baseren want daar zijn meerdere signalen voor nodig. De input van de personen met ervaringskennis valt dan van tafel. De samenwerking tussen de ASD en de gemeente (portefeuillehouder en ambtelijke organisatie) wordt als goed ervaren. Wel lopen de verwachtingen over en weer uit elkaar. De ambtelijke organisatie ziet meerwaarde in de ASD als het gaat om het ophalen van signalen uit de samenleving. Zoals hiervoor genoemd heeft de ASD echter moeite om dat waar te kunnen maken.
10
Bijlagen
De organisatie en werkwijze van de ASD om te komen tot adviezen: de theorie
DEEL 3 DE BEVINDINGEN
De gemeente heeft een verordening vastgesteld met betrekking tot de ASD, de ASD zelf beschikt over een een huishoudelijk reglement en maakt ieder jaar een jaarverslag. Uit deze documenten valt op te maken wat de missie, visie, doelen, taken, organisatie en werkwijze is van de ASD. Het geeft een beeld hoe de ASD zou moeten werken. De verordening Het doel van de ASD is om vanuit een onafhankelijke positie via overleg en advisering vanuit een breed inwonersperspectief mee te kijken, mee te denken en te adviseren op de voorbereiding, ontwikkeling, evaluatie en verbetering van het gemeentelijk beleid in het sociaal domein. De ASD is een gesprekspartner voor de gemeente over hoe specifieke groepen inwoners te betrekken, te raadplegen en/of te informeren over bepaalde ontwikkelingen, veranderingen en thema's. De ASD onderhoudt daartoe een relatie met inwoners, instellingen en diverse (belangen)organisaties en pakt actief signalen op uit de samenleving. Op basis van deze signalen bevordert de ASD de totstandkoming van een integraal en evenwichtig beleid en geeft hiertoe gevraagd en ongevraagd advies aan het college. De samenstelling van de ASD is een weerspiegeling van de diversiteit in de samenleving en de breedte van de onderwerpen in het sociale domein.
De ASD bestaat uit ten hoogste vijftien leden en benoemt uit zijn midden een voorzitter of benoemd of een onafhankelijk voorzitter. Verder kiest de ASD uit zijn midden een secretaris en een penningmeester. De leden van de ASD hebben zitting zonder last of ruggenspraak. "Zonder last en ruggenspraak" is een constitutioneel principe in de Nederlandse parlementaire democratie. Het betekent dat volksvertegenwoordigers - zoals Kamerleden, Statenleden en Gemeenteraadsleden - hun stem uitbrengen op basis van hun eigen overtuiging en geweten, zonder gebonden te zijn aan instructies of opdrachten van derden. Geen last: raadsleden mogen geen bindende instructies krijgen van hun partij, kiezers, of andere groepen over hoe ze moeten stemmen. Geen ruggenspraak: Ze hoeven vooraf geen toestemming te vragen voor hun stemgedrag en kunnen niet worden teruggeroepen als ze anders stemmen dan verwacht.
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
Het college stelt de ASD in de gelegenheid gehoord te worden over de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van beleid in het sociaal domein. Het college betrekt de ASD aan de voorkant bij de totstandkoming en evaluatie van het beleid. Het college kan een concept beleidsstuk ter advisering voorleggen aan de ASD, het gaat dan met name over stukken waar de gemeenteraad een besluit over neemt. De ASD reageert met een schriftelijk advies en ontvangt hierop een reactie van het college. Verder wijst het college een ambtelijk verbindingsmedewerker aan als verbinder tussen de beleidsmedewerkers en de ASD en die zorgt voor werkafspraken. De ASD gaat twee keer per jaar in gesprek met de wethouder. De taken van de voorzitter zijn het vaststellen van de agenda en het leiden van de vergaderingen van de ASD. De taken van de secretaris zijn het verstrekken van benodigde informatie aan de voorzitter, de verbindingsmedewerker en de leden van de ASD en het zorgdragen voor een verslag van de vergaderingen en de besluitenlijst. Het staat de ASD verder vrij om extern deskundigen te betrekken in de vergaderingen. Jaarverslagen In het jaarverslag 2023 onderstreept de ASD dat het ophalen van signalen één van de kerntaken is van de ASD, zowel geagendeerd door leden als ingestuurd door inwoners zelf.
De ASD functioneert als ‘brugfunctie’ tussen inwoners en het gemeentelijk beleid en adviseert het college gevraagd en ongevraagd over het opstellen en uitvoeren van dat beleid. In het jaarverslag geeft de ASD aan dat hij hiertoe actief signalen vanuit de samenleving oppakt en onderwerpen die daarbij aan de orde komen beleidsmatig zal benaderen. Onder dat laatste verstaat de ASD dat onderwerpen in een breder perspectief worden benaderd dan vanuit individuele belangenbehartiging. De ASD werkt niet op basis van belangenbehartiging en adviseert onafhankelijk ten opzichte van het beleid van de gemeente, zonder last en ruggenspraak. In het jaarverslag 2024 wordt het oppakken van signalen uit de samenleving nog een keer onderstreept. De ASD geeft aan dat het de wens van zowel de ASD als het college is om nadrukkelijker in te zetten op consultatie van inwoners.
11 Bijlagen
Huishoudelijk reglement van de ASD In het huishoudelijk reglement liggen allerlei afspraken vast met betrekking tot communicatie, taken van het dagelijks bestuur en het secretariaat, de vergaderingen en de werkgroepen. Er wordt hierin overigens gesproken over een DB (dagelijks bestuur). De verordening voorziet strikt genomen niet in een dagelijks bestuur, wel in een voorzitter en secretaris.
DEEL 3 DE BEVINDINGEN
Hieronder een korte samenvatting van een aantal belangrijke afspraken. Dit zonder volledig te willen zijn maar die wel een aantal kernbevindingen uit het onderzoek raken. Omgangsvormen: We gaan respectvol met elkaar om; We hebben een open en tolerante houding naar elkaar toe; We geven elkaar de ruimte om te reageren en we laten elkaar uitpraten; Wrijving, irritaties of botsende communicatie en verwachtingen spreken we uit; Samenwerken kost tijd: sta stil bij de zachte kant. Vergaderingen, communicatie en werkgroepen: Men wordt geacht de vergaderingen bij te wonen en deze voor te bereiden; Als er een mail wordt gestuurd, met graag reactie, dan zorgen dat er echt gereageerd wordt; Ten aanzien van de werkgroepen: alle lijnen benutten ten aanzien van de expertise en kennis die de leden mee kunnen brengen.
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
12 Bijlagen
De werkwijze binnen de ASD om te komen tot adviezen (de praktijk).
DEEL 3 DE BEVINDINGEN
Om te achterhalen hoe de organisatie en werkwijze in de praktijk werkt, wat al goed gaat en wat beter kan, zijn gesprekken gevoerd met betrokkenen die zicht hebben op de praktijk: (1) van de gemeente de portefeuillehouder, de verbindingsmedewerker en beleidsadviseurs en (2) van de ASD het bestuur en leden van de verschillende werkgroepen. Hieronder volgen de bevindingen. Knelpunten eerste periode na de samenvoeging De samenvoeging is zeer moeizaam verlopen. Dat blijkt uit gesprekken die zijn gevoerd in het kader van dit onderzoek, uit het jaarverslag 2024 van de ASD en uit een brief aan het college van leden van een werkgroep van de ASD. In het jaarverslag 2024 meldt de ASD dat in 2024 veel energie is gaan zitten om tussen de twee voormalige raden op één lijn te komen. Een vruchtbare samenwerking is niet tot stand gekomen. In gesprekken in het kader van dit onderzoek blijkt dat dit om een frictie ging in de samenwerking was tussen de werkgroep Werk & Inkomen (leden van de oude cliëntenraad) en de bestuursleden van de ASD (leden van de oude adviesraad). Het is niet gelukt om tot een oplossing te komen. Dit ondanks begeleiding door de Koepel Adviesraad Sociaal Domein en gezamenlijke inspanningen van het dagelijks bestuur van de ASD, leden van de ASD en de verbindingsmedewerker(s) van de gemeente.
Het heeft uiteindelijk geleid tot een brief in juni 2024 van enkele leden van de werkgroep Werk & Inkomen aan de portefeuillehouder van de gemeente. Zij geven in hun brief aan meerdere knelpunten te ervaren. Zij ervaren dat de onafhankelijke positie en kennis van de werkgroep door het dagelijks bestuur niet wordt gerespecteerd. Adviezen van de werkgroep worden herschreven door het dagelijks bestuur en essentiële zaken komen in het uiteindelijke advies aan de wethouder niet terug. Zij geven aan dat leden van de adviesraad verder geen contact mogen hebben met beleidsmedewerkers en andere mensen buiten de ASD. Hiermee kan in hun ogen de kennis van betrokkenen niet worden benut. Uit gesprekken in het kader van dit onderzoek blijkt dat het dagelijks bestuur hier een ander beeld bij heeft. Het dagelijks bestuur geeft aan dat het redigeren van adviezen van de werkgroep nodig is om een goede kwaliteit van adviezen te realiseren en te richten op kernpunten. Daarnaast hecht het dagelijks bestuur zeer aan de onafhankelijke positie van de ASD. Dat vraagt om een goede afweging met wie wel of niet contact te onderhouden, als het gaat om individuele casuïstiek. Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
Bijlagen
Kortom, de oud-leden van cliëntenraad ervaren de sturing van het dagelijks bestuur als een verlies van autonomie. Het dagelijks bestuur ziet dit echter als een waarborging van de kwaliteit van adviezen en de onafhankelijke positie van de ASD, en stelt zich daarbij een meer formele werkwijze voor. Deze twee naast elkaar bestaande werkelijkheden worden in verdere gesprekken met andere betrokkenen bevestigd en als belangrijke oorzaak gezien voor de verstoorde verstandhouding. Daarbovenop liepen de emoties zo hoog op dat omgangsvormen almaar slechter werden. De brief van de leden van de werkgroep is verder niet behandeld door het dagelijks bestuur in een vergadering want leden van de werkgroep gaven aan niet aanwezig te zijn bij deze vergadering. De portefeuillehouder heeft ook niet schriftelijk gereageerd op de brief. Door de ambtelijk verbindingsmedewerker (met hulp van ambtelijke leiding) zijn wel gesprekken gevoerd in het kader van hoor en wederhoor en om openingen te vinden. Dat is niet gelukt, de emoties liepen juist verder op. Het college heeft vervolgens, na een gesprek met de twee leden van de werkgroep Werk & Inkomen, besloten deze leden te ontslaan. Daarnaast heeft één lid vrijwillig ontslag genomen om reden van de onprettige werksfeer binnen de ASD.
Los van welke visie de juiste is om doeltreffend te werken is te constateren dat het niet is gelukt om beide visies met elkaar te verenigen of elkaar te laten versterken. Dit ondanks begeleiding door de Koepel Adviesraad Sociaal Domein en gezamenlijke inspanningen van het dagelijks bestuur van de ASD, leden van de ASD en de verbindingsmedewerker(s) van de gemeente. Het vastleggen van doelen en taken in de verordening heeft verder niet geholpen. De leden van de oude cliëntenraad bleven moeite houden met de nieuwe werkwijze. Zij ervaarden de werkwijze van de oude adviesraad als te dominant en een verlies van autonomie. Dat werd in hun ogen verder versterkt omdat er bij de werkgroep Werk & Inkomen het gevoel was dat er sprake was van een ongelijke machtsverhouding. Twee van de drie bestuursleden kwamen uit de oude adviesraad, die tevens privé een verbintenis hebben. Daarnaast vervulde de voorzitter tevens (tijdelijk) de rol van secretaris omdat niemand deze taak op zich nam. Emoties gingen de boventoon voeren en daardoor liepen de spanningen verder hoog op, en wel zo hoog dat het escaleerde en het college moest ingrijpen met ontslag van twee leden tot gevolg.
13
DEEL 3 DE BEVINDINGEN
De situatie is nu redelijk stabiel maar er zijn nog wel ontwikkelpunten Eind 2024 zijn de leden, die kritisch stonden tegenover de visie en werkwijze van het dagelijks bestuur, afgetreden. Een derde bestuurslid is toegetreden. Vanuit de ambtelijke organisatie is namens het college in een brief aan de ASD van 31 januari 2025 aangegeven blij te zijn dat er inmiddels drie bestuursleden zijn. De ASD bestaat nu uit acht leden (ten tijde van het onderzoek). In gesprekken wordt aangegeven dat de rust nu is wedergekeerd. Dat betekent echter nog niet dat alle knelpunten zijn opgelost. Die worden echter meer gezien als punten voor een verdere doorontwikkeling van de huidige ASD, en niet zozeer als conflictpunten. Zie het kader rechts voor de belangrijkste, die we verder toelichten op de volgende bladzijden. Die komen voort uit de ASD zelf en uit de gemeente. Deze liggen in lijn met ambities en doelen die de gemeente en de ASD zelf voor ogen hadden met de samenvoeging. Dat is eerder toegelicht (vooraan in de hoofdstuk van het rapport, zie werkwijze in theorie). Het blijkt ook uit de enquête die is gehouden onder ambtelijk betrokkenen in het kader van dit onderzoek en de reflectie daarop van het bestuur en leden van de ASD.
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
De belangrijkste ontwikkelpunten zijn: Deskundigheid, Kwaliteit en Samenhang: het zorgdragen voor voldoende kennis en het benutten van de diversiteit van de leden van de ASD voor een samenhangende integrale kritische reflectie op adviesvragen van het college; Signalering: in welke mate signalen uit de samenleving naar binnen te halen voor het doen van een advies en hoe dat precies te doen; Vroeg in positie: het vroegtijdig betrekken van de ASD, in plaats van achteraf vragen om een advies. Deze punten behandelen we op de volgende bladzijden verder afzonderlijk. Tegelijkertijd bestaat er ook samenhang tussen deze punten.
14 Bijlagen
DEEL 3 DE BEVINDINGEN
Deskundigheid, kwaliteit en samenhang Het bestuur van de ASD heeft een bepaald kwaliteitsbeeld van een advies. Een advies moet inhoudelijk van goede kwaliteit zijn, goed gefundeerd, de kern van de zaak raken en op een uniforme wijze worden opgesteld. De pennenvruchten van sommige leden voldoen volgens het bestuur niet aan dat kwaliteitsbeeld, waardoor het dagelijks bestuur de adviezen redigeert. Daarnaast worden adviesvragen van het college en de conceptadviezen van de ASD in verschillende rondes voorgelegd aan de leden. Een handjevol leden reageert daarop. Niet iedereen is even actief, waardoor het bestuur zelf in de materie duikt en het advies schrijft. Sommige ASD-leden ervaren dit alsof het bestuur beslist wat er in het advies staat. Anderzijds verwacht het bestuur meer kwaliteit en een meer actieve houding van alle leden en voelt zich nu het werkpaard van de ASD. Zij zou dit graag anders zien. Tegelijkertijd merken wij op (de onderzoekers) dat er binnen de ASD geen gedeeld vastgesteld kwaliteitsbeeld is over de inhoud van een advies. Dat kwaliteitsbeeld zit min of meer in de hoofden van de mensen. Ook is het maar de vraag of het reëel of zelfs wenselijk is dat alle leden over dezelfde kennis en vaardigheden moeten beschikken.
Juist de diversiteit tussen leden die vooral input leveren vanuit hun eigen ervaringen en leden die vooral dat doen vanuit hun kennis van het beleid was één van de motieven van de samenvoeging. Binnen de ASD is daar geen gedeeld vastgesteld beeld over: welke competenties zijn waardevol en nodig voor welk vraagstuk en hoe vertalen we dat naar wat we van elkaar kunnen verwachten? Signalering Uit de enquête onder ambtelijk betrokkenen blijkt dat zij het ophalen en naar binnen halen van signalen uit de samenleving zien als een belangrijke meerwaarde van de ASD. Wel vragen zij zich af of er voldoende signalen ten grondslag liggen aan een advies. Ook het bestuur van de ASD worstelt hiermee: hoeveel signalen (en van wie) zijn voldoende om in actie te komen? De algemene lijn die wordt gehanteerd is dat er meerdere signalen moeten zijn. Deze signalen moeten niet alleen komen van persoonlijke ervaringen van leden. De signalen moeten komen van inwoners die de ASD benaderen, via het eigen persoonlijke en professionele netwerk, uit de wijken, de dorps- of wijkraden of regionale overlegstructuren waaraan de ASD deelneemt. Het verzamelen van signalen vraagt echter tijd en organisatievermogen, die de vrijwilligers van de ASD niet altijd hebben.
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
De personen met ervaringskennis voelen zich hierbij tekort gedaan. Zij bekijken vraagstukken vanuit hun persoonlijke ervaring of een gesprek met iemand die zij kennen. Dat wordt door het dagelijks bestuur niet gezien als voldoende fundament voor een advies. Hun signaal valt dan van tafel. Voorheen in de oude cliëntenraad kon zo'n signaal op een informele wijze worden besproken in een maandelijks overleg met de wethouder, waardoor de personen met ervaringskennis zich gehoord voelden. Zij geven aan een dergelijke informele wijze van overleg te missen. Wij (de onderzoekers) merken als laatste op dat het proces waarmee een advies tot stand is gekomen verder niet wordt beschreven in de adviezen. De adviezen gaan enkel over de inhoud. Er wordt verder niet transparant beschreven hoeveel (geanonimiseerde) signalen er zijn opgehaald en bestudeerd en welke wel of niet zijn meegewogen. Vroeg in positie In alle gesprekken wordt uitgesproken dat het belangrijk is dat de ASD vroeg in positie wordt gebracht. Dus niet pas achteraf als er een adviesvraag ligt van het college en de ASD vervolgens enkele weken heeft om een advies uit te brengen. De gedachte hierachter is: De ASD kan gaandeweg meegroeien in de materie en heeft zo meer tijd om zich te verdiepen en kennis op te bouwen.
Het haalt ook de tijdsdruk van de ketel waardoor er meer ruimte is om alle leden van de ASD te betrekken; De ASD heeft meer tijd om signalen uit de samenleving op te halen en te bestuderen en experts te consulteren; Het voorstel van het college heeft nog geen geheel en omvattend denkproces doorlopen en er zijn nog geen afwegingen gemaakt door het college. Als dat wel het geval is dan is er het risico van een reflex om vooral de eigen afwegingen te verdedigen; Gaandeweg kunnen praktische punten op tafel komen die direct al kunnen worden meegenomen door de ambtelijke organisatie: “Zo was het bijvoorbeeld al volstrekt duidelijk dat er geen vijf mensen met een rollator in een regiotaxi passen, dat kan direct al mondeling besproken worden”. Er zijn overigens al enkele voorbeelden waarbij ervaring is opgedaan met het vroeg in positie brengen van de ASD, en die ervaringen zijn positief.
15 Bijlagen
DEEL 3 DE BEVINDINGEN
Samenwerking met de gemeente De samenwerking tussen de gemeente (wethouder en ambtelijk betrokkenen) en de ASD wordt overwegend als voldoende tot goed beoordeeld. Dat blijkt uit de gesprekken en de enquête onder ambtelijk betrokkenen. Het college benaderd de ASD als een zelfstandig en onafhankelijk orgaan en stuurt daarmee niet actief op hoe de ASD zijn rol en taak moet invullen. Het college benoemt wel de leden van de ASD conform de verordening. De adviesraad kiest zelf uit haar midden een voorzitter, secretaris en penningmeester. Er is geen relatie tussen de ASD en de gemeenteraad. De ASD adviseert gevraagd en ongevraagd het college en in de verordening is enkel de rolverhouding tussen de ASD en het college vastgelegd. Uit gesprekken blijkt dat de relatie met de portefeuillehouder en de ambtelijke organisatie goed is. De dagelijkse contacten lopen via de ambtelijk verbindingsmedewerker die, conform de verordening, tot werkafspraken komt en zorgdraagt voor verbindingen tussen de ASD en collega-beleidsmedewerkers en de werkgroepen van de ASD. De adviezen worden ervaren als van goede kwaliteit, soms uitgebreid en soms minder uitgebreid, en zijn bruikbaar.
De ASD beheert ICT-middelen zelf en dit zijn privémiddelen van een van de deelnemers. Zo beheert één van de deelnemers een server die thuis staat en privé-eigendom is. Er wordt geen gebruik gemaakt van de Cloudomgeving van de gemeente. De ASD moet dan ook zelf voor het databeheer en de veiligheid van de data zorgen. In een gesprek met de ambtelijke organisatie wordt aangegeven dat de oude adviesraad in het verleden op eigen verzoek uit de gemeentelijke ICTsystemen is gestapt. De gemeente had hier geen bezwaar tegen mits de informatie veilig is en toegankelijk blijft voor de leden van de adviesraad.
Een aantal aandachtspunten rondom de samenwerking worden genoemd door de ASD-leden: Hoewel de wethouder twee keer per jaar aansluit, is er is bij sommige leden van de ASD behoefte aan - naast een formeel overleg - ook een informeel overleg met de wethouder om ideeën, gedachten en signalen informeel op tafel te kunnen leggen en daarover van gedachten te wisselen. Ook is er behoefte om raadsleden te spreken en op een informele wijze van gedachten te kunnen wisselen. Anderzijds wordt door andere leden aangegeven dat de ASD een onafhankelijke raad is en aangesteld door het college. Hierdoor is de ASD geen partij voor raadsleden van de gemeente. De ASD heeft een jaarbudget, maar heeft niet de beschikking over de gelden. Dat betekent in de praktijk dat het bestuur en/of de leden zaken moeten voorschieten uit eigen portemonnee. Hier zijn wel verschillende beelden over. Volgens de ambtelijke organisatie beschikt de ASD met een voorschot over handgeld, namelijk een bedrag van € 500,-. Daarnaast kunnen grotere uitgaven (zoals voor cursussen) de facturen direct worden gestuurd aan de gemeente;
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
16 Bijlagen
Relevante ontwikkelingen
DEEL 3 DE BEVINDINGEN
In gesprekken met de gemeente is ook gesproken over (externe) ontwikkelingen waarop de ASD zou kunnen inspelen. Ten eerste hecht de gemeente veel waarde aan het betrekken van de samenleving bij beleids- en planontwikkeling, ook wel inwonersparticipatie genoemd. Dit vertaald zich in een steeds meer interactieve en participatieve werkwijze. Er is een bredere verschuiving gaande naar steeds meer inwonersparticipatie. De gemeente wil inwoners en organisaties meer betrekken om tot beter gedragen beleid te komen en dit te doen door trajecten voor beleids- en planontwikkeling meer participatief vorm te geven. De vraag die speelt is hoe de ASD hierin een gewicht en een rol heeft. De ASD heeft immers geen exclusieve positie. De ASD is niet het exclusieve orgaan dat signalen van inwoners en instellingen inbrengt, het is één van de actoren die invloed kan uitoefenen. Dat roept de vraag op hoe het advies van de ASD moet worden afgewogen ten opzichte van allerlei andere actoren die door de gemeente in het kader van inwonersparticipatie worden betrokken? Of speelt de ASD zelf ook een rol in het organiseren van participatie om zodoende signalen uit de samenleving op te halen? Hoe verhoudt dan de signalerende rol van de ASD zich tot door de gemeente georganiseerde inwonersparticipatie?
Als laatste werken de ambtenaren van de gemeenten Alphen-Chaam, BaarleNassau en Gilze en Rijen sinds 1 januari 2016 samen in één ambtelijke organisatie: de ABG-organisatie. De drie gemeenten zijn verder bestuurlijk zelfstandig. Er wordt wel zoveel als mogelijk geprobeerd beleid, regelgeving en werkwijzen te harmoniseren. Alle drie ABG-gemeente hebben eigen adviesraden die dus ook alle drie een verschillend advies kunnen geven. Dit kan op gespannen voet staan met harmonisatie. Er zijn overigens wel al voorbeelden uit het verleden waar de drie adviesraden een gezamenlijk advies uitbrachten. Het bestuur en de leden van de ASD zien wel kansen met betrekking tot de samenwerking tussen de drie adviesraden. Er kan gebruik worden gemaakt van elkaars kennis en ervaring. Over onderwerpen die alle drie gemeenten aangaan kan een gezamenlijk advies voor worden gegeven, mits er alle ruimte blijft voor lokaal maatwerk.
Hierbij speelt ook de vraag hoe participatie van de ASD vroegtijdig in het proces van beleids- en planontwikkeling zich kan verhouden tot de onafhankelijke rol van de ASD, waar het dagelijks bestuur zeer veel waarde aan hecht. Vroegtijdige participatie vraagt ook om relatieopbouw, waarbij op formele maar ook op een informele en interactieve wijze met elkaar wordt samengewerkt. De meer geformaliseerde werkwijze zoals het dagelijks bestuur van de ASD voorstaat kan daarmee op gespannen voet staan. Daarbij opgemerkt dat er wel informele contacten zijn met beleidsmedewerkers van de gemeente, onder andere rondom de thema's Inclusie, Participatie en het Versterken sociale basis.
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
17 Bijlagen
3.3 Doorwerking van signalen en adviezen Deelvragen 6 7
In hoeverre worden signalen en adviezen door de gemeente omgezet in beleidsmaatregelen? Welke factoren verklaren de doorwerking (of het gebrek daaraan) van de signalen en adviezen van de ASD?
DEEL 3 DE BEVINDINGEN
Resumé De 28 deeladviezen worden in vier gevallen omgezet in beleidsmaatregelen (trede 4), veelal wijzigingen die het beleidskader helderder en concreter maken. In één geval leidt het op korte termijn tot daadwerkelijk effect voor inwoners (trede 5). De inwoners waarop dit advies betrekking heeft krijgen namelijk automatisch een aanvulling uitgekeerd wanneer zij daar recht op hebben, in plaats van te wachten tot de inwoner erom vraagt. Hoewel, zoals eerder aangegeven in de inleiding, het onderzoek zich niet heeft gericht op deze trede doen we dat in dit geval wel. Hier is het namelijk concreet en evident dat het advies een maatschappelijke impact heeft zonder verder verdiepend onderzoek te doen. Adviezen werken ook agenderend (vijf gevallen trede 2). Dat betekent dat de adviezen wel op termijn inhoudelijk effect kunnen hebben op beleidsmaatregelen. Ook komt het bij schriftelijke adviezen drie keer voor dat de ASD opmerkt dat op- en aanmerkingen van de ASD reeds zijn doorgevoerd. Dat duidt op vroegere betrokkenheid van de ASD bij de ontwikkeling van beleidskaders, plannen of regels. Hetgeen in lijn ligt met de wens van de ASD en de gemeente om de ASD al zo vroeg mogelijk te betrekken in het proces. Verklarende factoren voor wel of geen doorwerking Drie keer wordt door het college niet ingegaan op het advies.
Het is verder uit het onderzoek niet gebleken of de ASD alsnog om een reactie van het college heeft gevraagd. In acht gevallen blijft het advies steken op trede 1. Het college neemt er kennis van of geeft aan dat er al conform het deeladvies wordt gewerkt. Dit kan duiden op (a) onvoldoende voorverkenning rondom de materie door de ASD bij het behandelen van een adviesvraag van het college of (b) het nog niet vrijgeven van informatie vanuit het beleid.
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
18 Bijlagen
DEEL 3 DE BEVINDINGEN
De effecten van adviezen van de ASD Op basis van de reacties van het college en de ambtelijke enquête zijn de deeladviezen van elk van de negen schriftelijke adviezen tegen het licht gehouden. Een schriftelijk advies (negen in totaal) bestaat in veel gevallen uit meerdere deeladviezen. In totaal gaat het om 28 deeladviezen. Trede 0: drie keer wordt door het college niet ingegaan op een deeladvies van de ASD; Trede 1: acht keer neemt het college kennis van het advies en geeft aan dat er al conform het deeladvies wordt gewerkt; Trede 2: vijf keer werkt het advies agenderend. Het college gaat het dan bijvoorbeeld onderzoeken of er wordt aangegeven dat het zal worden meegenomen bij het opstellen van een uitvoeringsprogramma; Trede 3: zes keer in totaal: het advies wordt drie keer beredeneert verworpen, twee keer beredeneert onderschreven en een keer laat het college het in het midden maar geeft aan dat er integraal gekeken gaat worden naar oplossingen; Trede 4: vier keer leidt het advies tot wijzigingen in de beleidskaders. Dat gaat veelal over wijzigingen die het beleidskader tekstueel helderder en concreter maken; Trede 5: een keer leidt het advies tot een besluit in de raad, opname in een verordening en implementatie: inwoners merken hier ook direct wat van. In één geval is het niet bekend wat de doorwerking is van het advies.
Verklarende factoren voor wel of geen doorwerking Drie keer wordt door het college niet ingegaan op het advies. Het is verder uit het onderzoek niet gebleken of de ASD alsnog om een reactie van het college heeft gevraagd. In acht gevallen blijft het advies steken op trede 1. Het college neemt er kennis van en geeft aan dat er al conform het deeladvies wordt gewerkt. Dit kan duiden op onvoldoende voorverkenning rondom de materie door de ASD bij het behandelen van een adviesvraag van het college of of het nog niet vrijgeven van informatie vanuit het beleid.
De 28 deeladviezen worden in vier gevallen omgezet in beleidsmaatregelen, veelal wijzigingen die het beleidskader helderder en concreter maken. In één geval leidt het ook op korte termijn tot daadwerkelijk effect voor inwoners. De inwoners waarop het advies betrekking heeft krijgen automatisch een aanvulling uitgekeerd wanneer zij daar recht op hebben, in plaats van te wachten tot de inwoner erom vraagt. Adviezen werken verder ook agenderend (vijf gevallen). Dat betekent dat de adviezen wel op termijn inhoudelijk effect kunnen hebben op beleidsmaatregelen. Ook komt het bij schriftelijke adviezen drie keer voor dat de ASD opmerkt dat open aanmerkingen van de ASD reeds zijn doorgevoerd. Dat duidt op vroegere betrokkenheid van de ASD bij de ontwikkeling van beleidskaders, plannen of regels. Hetgeen in lijn ligt met de wens van de ASD en de gemeente om de ASD al zo vroeg mogelijk te betrekken in het proces.
Deel 1 Introductie
Deel 2 De Kern
Deel 3 De Bevindingen
19 Bijlagen
BIJLAGE 1 ADVIEZEN VAN DE ASD
Adviezen van de ASD sinds de samenvoeging Datum, type en thema
Onderwerp
Samenvatting advies
Reactie College van b&w
Mate van doorwerking (Trede op de doorwerkingsladder)
10 mei 2023
Verordening jeugdhulp
De adviesraad stemde in met de verordening Jeugdhulp 2024. Wel met een opmerking: Kijk breder dan alleen financiën bij zelfraadzaamheid – ook zorg voor ouders en netwerk kost op termijn geld!
Datum: 5 juni 2023 Het college is het eens met de opmerking van de ASD. Het sociaal team van de ABG-organisatie zal altijd breed kijken en samen met het gezin onderzoeken wat wel of niet mogelijk is. Als blijkt dat vervoer nodig is, dan wordt dit ook ingezet. Daarom wordt in de verordening ook gesproken over een beperking in de zelfredzaamheid. Als de ASD signalen krijgt dat er zaken niet goed lopen dan gaat het college daar graag met de ASD over in gesprek. Het doel moet altijd zijn dat kinderen en gezinnen de juiste hulp ontvangen, rekening houdend met omstandigheden.
Trede 1 De adviezen leiden niet tot aanpassingen. Het college geeft aan dat altijd breed gekeken wordt naar wat wel of niet mogelijk is.
Datum: 11 oktober 2023 (1) Het college dankt de adviesraad voor de betrokkenheid. Het college erkende dat de verordening moeilijk leesbaar is voor inwoners en werkt aan begrijpelijke communicatie.
Trede 0 (2) Het college gaat verder niet in op het onderwerp goed opgeleide medewerkers. Trede 0 (3) Het college gaat niet in op de bezwaarprocedure. Trede 2 (1) Het advies over de leesbaarheid werkt agenderend, het college werkt eraan. Trede 3 (4) Het college gaat graag in gesprek over verdere uitwerking bij de ontwikkeling van beleidsregels waarbij een balans moet worden gevonden tussen kosten en maatwerk. Dit is ook gedaan, vandaar trede 3. De adviesraad is betrokken bij de vorming van beleidsregels en de keuzes die de gemeente daarin moet maken om het qua kosten beheersbaar te houden (bron: ambtelijke enquête).
Type: Gevraagd Thema: Jeugd
14 sept 2023 Type: Gevraagd Thema: Werk & Inkomen
Deel 1 Introductie
De adviesraad ging akkoord met het ‘Perspectiefplan 18+’, maar plaatste kanttekeningen bij artikel 6 lid 3 over zelfredzaamheid. De raad waarschuwt dat niet alleen naar financiën gekeken moet worden, maar ook naar de zorg voor ouders en hun netwerk. Deze kunnen uitvallen of afhaken, wat op langere termijn juist extra kosten met zich meebrengt.
GR Verzamel verordening 2023
Goed opgeleide medewerkers en laagdrempelige procedures zijn essentieel voor maatwerk!
Verzamelbeleids regels Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ 2023
Deel 2 De Kern
De adviesraad geeft aan dat de verzamelverordening moeilijk leesbaar is voor inwoners. (1) De adviesraad was betrokken bij de ontwikkeling van dit uitgebreide regelingenpakket. Belangrijkste adviezen: Goed opgeleide medewerkers zijn nodig om vanuit burgerperspectief tot een acceptabel plan te komen (2); Laagdrempelige bezwaar- en beroepsprocedure moet mogelijk zijn, aangekoppeld aan de belanghebbende en niet aan een medewerker (3); Eigen kracht en zelfredzaamheid: De gemeente gaat uit van eigen kracht en uniform beleid, maar in de praktijk blijkt dit niet altijd realistisch. De raad benadrukt dat capaciteiten van belanghebbenden die deze wet gebruiken, alle aandacht moeten krijgen. Bij persoonlijke begeleiding mag kostenbeheersing geen rol spelen (4). Noot: enkele eerdere door de ASD aangegeven aanpassingen zijn reeds doorgevoerd.
Deel 3 De Bevindingen
(4) Het college sluit zich aan bij de visie op maatwerk en integrale ondersteuning, waarbij de inwoner centraal staat. De wijzigingen in de Participatiewet geven meer ruimte om inwoners te ondersteunen richting (begeleid) werk. Over kostenbeheersing: het college probeert zoveel mogelijk inwoners te helpen, maar is gebonden aan beperkte middelen uit het Gemeentefonds. Daarom wordt gekeken naar goede ondersteuning waarvan de kosten proportioneel zijn, met aandacht voor maatwerk. Het college gaat graag in gesprek over verdere uitwerking bij de ontwikkeling van beleidsregels.
20 Bijlagen
BIJLAGE 1 ADVIEZEN VAN DE ASD
Adviezen van de ASD sinds de samenvoeging Datum, type en thema
Onderwerp
Samenvatting advies
Reactie College van b&w
Mate van doorwerking (Trede op de doorwerkingslader)
23 sept 2023
Concept beleidskader Inclusie
(1) Te veel tekst, te weinig concrete acties, maak beleid begrijpelijker, toegankelijker en communiceer successen.
Datum: onbekend
Trede 2 (vier adviezen) (2), (3), (4), (6) Adviezen over uitvoering worden meegenomen bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma.
Type: Gevraagd Thema: Inclusie
De adviesraad merkte op dat hoewel de intentie goed is, het concept te tekstueel en weinig praktisch is. Het doel op pagina 9 bevat veel herhalingen en de tekst mist heldere ambities en concrete acties. Advies over tekstverbetering (1) Teksten verbeteren: start vanuit VNG-opdracht en leg beter uit wat inclusie betekent. Gebruik kortere teksten, minder herhalingen en illustraties. Taal: gebruik ‘willen’ in plaats van ‘ervaren’ en vermijd woorden als ‘voelen’. Maak duidelijk hoe de gemeente de betrokkenheid ziet van inwoners bij het bouwen van een website. Advies over de uitvoering: (2) Inclusieplatform: houd de deuren open voor iedereen, dus ook voor nieuwe betrokkenen; (3) Rondom bewustwording is communicatie is belangrijk; (4) Ontmoeting stimuleren: Creëer mogelijkheden voor drempelvrije en voldoende interessante ontmoetingen; (5) Jaarlijkse burgerpeilingen: organiseer bijeenkomsten om het geheel actief te houden; (6) Actief bezig zijn geeft meer resultaten dan alleen toezicht; (7) Geef behaalde doelen voldoende aandacht om vertrouwen in projecten te verhogen.