COVM-GZR-22-28 2022-10-28 Stand van zaken meetnet vliegbasis Gilze en Rijen
Tekst van het document
Stand van zaken meetnet vliegbasis Gilze en Rijen, COVM-vergadering 7 november 2022 De auditcommissie heeft aansluitend op het jaarverslag 2021 contact gezocht met de faculteit Lucht- en Ruimtevaarttechniek van de Technische Universiteit Delft om na te gaan of de vakgroep Akoestiek mogelijkheden ziet voor een breed promotieonderzoek naar geluid van militaire helikopters. De door de auditcommissie opgestelde onderzoeksopzet met zowel technische als maatschappelijke componenten is door de vakgroep enthousiast ontvangen. Nu ontbreekt nog de financiering en een geschikte kandidaat. Aan Defensie is inmiddels de vraag gesteld of zij een dergelijk onderzoek zouden willen financieren. Bij het vaststellen van het luchthavenbesluit voor de vliegbasis Gilze en Rijen kunnen de uitkomsten daarvan namelijk waardevolle ondersteuning bieden. Sinds eind september zijn alle meetresultaten vanaf 1 januari 2021 terug te vinden op de website van de geluidsmeetnetten van Defensie. Daarmee zijn alle gegevens voor onderzoek door burgers en onderzoekers raadpleegbaar. Om onze audittaak goed te kunnen uitvoeren heeft onze adviseur DGMR een rekentool ontwikkeld waarmee wij zelf de berekeningen van Casper kunnen controleren. Wij krijgen daarvoor van Casper de ruwe data van de metingen. De resultaten van de controlerende berekeningen komen praktisch geheel overeen met die van Casper. Dat geeft vertrouwen.
Daarnaast zijn wij in overleg met het NLR en Defensie aan de slag om te kijken of de input van het rekenmodel van het NLR – in de zin van aantallen en vliegprocedures – overeenkomt met wat het meetnet aan vliegbewegingen registreert. De opzet van deze controle is met het NLR inhoudelijk besproken en wacht nog op formele instemming van Defensie. Intussen is Defensie volop bezig met de omzetting van Ke naar Lden. Wij zien in onze eigen meetresultaten dat de berekeningen van Lden een grotere spreiding vertonen met de metingen dan de Ke waarden. De berekeningen van Lden leiden structureel tot hogere waarden dan de gemeten Lden waarden. Dit vraagt om nader onderzoek naar het model dat het NLR hiervoor gebruikt. Dit onderwerp willen wij de komende tijd verder uitdiepen. Daarnaast willen we nog graag onderzoeken hoe groot de bijdrage is van oefeningen op en boven de banen van de vliegbasis en van oefeningen boven de slopes op het geluidniveau ter plaatse van de meetpunten. Hiervoor wordt nog een voorstel uitgewerkt. De plannen tot omzetting van Ke naar Lden op basis van de systematiek die Defensie kiest – voor elke vliegbasis eigen grenswaarden – baren ons als auditcommmissie zorgen. Het komt erop neer dat de discussie over een “voorkeursgrenswaarde” Lden voor militaire vliegvelden uit de weg wordt gegaan.
Hiermee wordt voorbij gegaan aan de gezondheidsaspecten voor omwonenden ten gevolge van het helikoptergeluid. We kennen in Nederland voorkeursgrenswaarden voor wegverkeerslawaai, voor railverkeer en voor de industrie. Voor civiele luchthavens (met uitzondering van Schiphol) geldt een voorkeursgrenswaarde van Lden 56 dB(A). Wij vragen ons oprecht af waarom de discussie over een éénduidige voorkeursgrenswaarde voor militaire luchthavens uit de weg wordt gegaan, los van wat de feitelijke Lden waarden per basis zijn. Wij zijn ook zeer benieuwd naar de opstelling van de
provincie Noord Brabant in deze, die met 5 militaire vliegvelden in haar provincie daar toch ook iets van zou moeten vinden. Tot slot: er wordt door omwonenden, gemeente en Defensie onder leiding van de onafhankelijke procesbegeleider de heer R.Peerenboom, hard gewerkt aan een convenant om vooruitlopend op de vaststelling van het luchthavenbesluit afspraken te maken over het gebruik van de vliegbasis. Ook de auditcommissie levert een bijdrage aan dit proces dat in principe eind dit jaar afgerond moet zijn. Auditcommissie Gilze Rijen Joppe Leenaars, Michel van Boxtel, Harrie van den Broek en Jeanine van Hapert