concept-verslag raadscommissie Samenleving d.d. 01-06-2022
Tekst van het document
Verslag naar aanleiding van de openbare vergadering van de raadscommissie Samenleving, gehouden op woensdag 1 juni 2022, aanvang 19.30 uur voorzitter: griffier: leden:
tevens aanwezig:
de heer P. van Seters mevrouw S. van Dijk de dames Y. den Draak, J. Frankemölle, B. Levens, M. van der Meer, G. Multem, L. Schuermans en C. Vervaet en de heren A. Bisschops, P. van Dongen, J. Hofsteenge, P. Houtepen, T. Kusters, P. van Laerhoven en G. van Vugt mevrouw M. Doremalen (wethouder)
1. Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.30 uur en heet alle aanwezigen en kijkers welkom. Wethouder Doremalen wordt uitgenodigd een mededeling te doen inzake vervanging AED’s. Zij geeft aan dat de vervanging vertraging heeft opgelopen omdat de chips in de AED’s moeilijk leverbaar zijn. Daarnaast moet bij een aantal AED’s de accu worden vervangen. Uiterlijk 8 juni zullen alle AED’s met een verlopen accu vervangen zijn. 2. Inventarisatie spreekrecht De heer Kamp wil inspreken namens De Drie Musketiers. Voorgesteld wordt om de inspreker hiervoor de gelegenheid te geven bij het betreffende agendapunt. 3. Vaststellen definitieve agenda De heer Van Vugt stelt voor agendapunt 6 te splitsen in een discussie over Hulten en een discussie over de Lokaal educatieve agenda (LEA) om te voorkomen dat zaken door elkaar gaan lopen. Mevrouw Frankemölle brengt naar voren dat samen vastgesteld is om het agendapunt als een geheel te behandelen. Het is een complex geheel. Daarom de vraag om meer spreektijd in de eerste termijn. In plaats van 1,5 minuut 2,5 minuut. De voorzitter vraagt de commissieleden naar hun mening over de gevraagde wijzigingen. De heer Van Laerhoven wil het agendapunt als een geheel behandelen. Hij sluit aan bij het voorstel voor meer spreektijd. De heer Van Vugt brengt naar voren dat er bij splitsing sprake is van twee keer 1,5 minuut.
Dat is al meer dan de normale spreektijd. De fractie heeft ook twee woordvoerders, een voor Hulten en een voor de LEA. De heer Bisschops heeft geen bezwaar tegen de splitsing van het agendapunt noch voor de gevraagde extra spreektijd. De heer Van Dongen wil agendapunt 6 als een geheel behandelen met 2 minuten spreektijd. De heer Houtepen sluit zich aan bij het CDA, als een punt behandelen met een verlengde spreektijd. Mevrouw Van der Meer is het eens met het CDA. Een agendapunt en 2,5 minuut spreektijd. De voorzitter concludeert dat agendapunt 6 als een geheel behandeld gaat worden met een spreektijd van 2,5 minuut. Met deze aanpassing wordt de agenda vastgesteld. 4. Verslag vergadering gezamenlijke raadscommissie Middelen-Samenleving d.d. 21 april 2022 + actielijst commissie Samenleving De voorzitter meldt dat het verslag al in de commissie Middelen is vastgesteld. Daarom nu alleen de actielijst. Mevrouw Frankemölle heeft nog een vraag over pagina 9 van het verslag. Er is toen gevraagd naar de milieupas voor de Weggeefhoek. Volgens het antwoord zou dat via de subsidie geregeld worden. De vrijwilligers zouden gebruik moeten maken van hun eigen pas. Onlangs hoorde zij dat er toch wordt gewerkt aan een eigen milieupas voor de Weggeefhoek. Kan de wethouder daar iets meer over zeggen? Wethouder Doremalen denkt dat het praktischer is dat er een eigen pas komt voor de Weggeefhoek.
Er worden veel spullen aangeleverd die niet heel bruikbaar zijn. Die kunnen dan ook geen plaats krijgen in de Weggeefhoek. Momenteel wordt uitgezocht hoe men die spullen het makkelijkst kan wegdoen. Binnenkort zal dat waarschijnlijk de eigen milieupas zijn. De voorzitter gaat verder met de actielijst. 1
Actiepunt 344 zal worden toegelicht door wethouder Doremalen. Wethouder Doremalen meldt dat is voorzien in de collectieve schuldregeling. De gemeente heeft inmiddels een contract met de Kredietbank. Die maakt al gebruik van de collectieve schuldregeling. Ook de Plangroep die nog een aantal inwoners helpt, heeft een collectieve schuldregeling. De voorzitter gaat verder met de actielijst. De heer Van Vugt geeft aan dat er bij actiepunt 363 voor een aantal onderdelen staat dat die afgehandeld zijn. Er zijn wat memo’s daarover besproken. Dat betekent niet dat ze afgehandeld zijn. Het onderzoek ‘ervaringsdeskundigen’ zou men mee moeten nemen in de evaluatie die in september gaat plaatsvinden. Mevrouw Frankemölle constateert dat de actiepunten 371, 372 en 374 naar een latere datum verschoven zijn. Na de perspectiefnota. Echter, voor de zomer zou er uitsluitsel komen over actiepunt 372. Dat geldt ook voor beide andere acties. Kunnen die acties niet wat eerder komen, zodat de commissie de mogelijkheid krijgt om er iets van te vinden. Wethouder Doremalen brengt naar voren dat het gesprek met de scouting (actiepunt 371) nog moet plaatsvinden. Er komt binnenkort een RIB waarin aangegeven staat wat de verdere stappen zijn. Over het jongerenperspectieffonds (actiepunt 372) is een RIB in de maak. Men kan de RIB altijd agenderen. Dan kan de wethouder eventuele vragen toelichten.
Over de skatebaan (actiepunt 374) is met de initiatiefnemers gesproken. Het vraagt wat meer tijd om de zaken goed uit te zoeken. Mevrouw Frankemölle wil weten of de betreffende RIB’s wel voor de perspectiefnota komen? Zo niet, komen de punten dan bij de begroting aan de orde? Wethouder Doremalen meldt volop bezig te zijn met de perspectiefnota. Aansluitend wordt dit in de begroting vormgegeven. Blijven er nog vragen bestaan na de RIB’s, dan kunnen die altijd bij de begroting worden meegenomen. De heer Van Vugt brengt naar voren dat actiepunt 370 al heel lang op de agenda staat. Spreker wil heel graag een afhandelingsdatum hebben. De voorzitter hoort van de griffier dat die vraag is uitgezet. Men komt erop terug. De heer Houtepen geeft aan dat hij de informatie van de drie eerder genoemde actiepunten toch voor de perspectiefnota wil ontvangen. Wanneer dat niet tijdig gebeurt, is het weer te laat en moeten we weer een jaar wachten. Dat is niet wenselijk. Wethouder Doremalen brengt naar voren dat het college besloten heeft tot deze aanpak. Zorgvuldig kijken naar hoe of wat. De wethouder vraagt om toch even de RIB’s af te wachten. Om vervolgens een gesprek daarover in de volgende commissievergadering aan te gaan. De heer Houtepen wil dan wel de toezegging hebben dat het afwachten van de RIB’s geen uitstel betekent.
Wethouder Doremalen garandeert dat een en ander zorgvuldig afgewogen wordt. Dat het nu niet besproken wordt in de commissie heeft geen vertraging tot gevolg. Mevrouw Van der Meer wil graag weten wanner de RIB’s komen. Voor de perspectiefnota of niet? Wat is de planning voor deze RIB’s? Wethouder Doremalen meldt dat de RIB over actiepunt 372 bijna gereed is. Die komt voor de raadsvergadering bij de stukken te staan. Dat geldt ook voor de RIB bij actiepunt 371. Echter, het kan wel zo zijn dat deze RIB het maken van de perspectiefnota kruist omdat nog niet alle stappen die genomen moeten worden, bekend zijn. Wanneer de RIB over actiepunt 374 komt, weet zij nog niet. Het initiatief voor de skatebaan is nog niet helemaal rijp. De voorzitter begrijpt dat. Maandag a.s. is er een raadsvergadering. Alles wat vrijdag niet is aangeleverd, wordt niet geagendeerd voor de raad. De griffier meldt dat vrijdag de sluitingstermijn is voor het aanleveren van de RIB’s. De portefeuillehouder horende heeft het college nog niet over deze RIB’s besloten. Het is wel zo dat een door de griffie ontvangen RIB direct zichtbaar is voor de raadsleden. Dan heeft men wel de informatie, maar kan die dan niet meer agenderen. Echter, in overleg met het presidium kan daar wel een mouw aan worden gepast.
2
De heer Van Vugt meldt dat er bij de betreffende actie in geel de datum staat van 18 juli in de commissie. Maar op die datum is er een raadsvergadering. Hoe moeten we dat zien? De voorzitter meldt dat die stukken dan naar de raad gaan. De heer Van Vugt vindt het verwarrend. De acties waarbij 18 juli staat, komen pas in september in de commissie. Nog een andere opmerking. Het gaat over een aantal onderwerpen waarbij de raad gevraagd heeft via moties of anderszins tijdig een besluit te kunnen nemen met betrekking tot de perspectiefnota. Nu hoort hij dat het daarvoor al te laat is. De betreffende RIB’s moeten vrijdag al ingeleverd zijn. Maar ze zijn er niet. Het gaat om opdrachten van de raad en het college kan dat niet door een pennestreep verwijderen. Dat is onhandig wanneer de raad zaken wil afwegen bij de perspectiefnota. De raad maakt afspraken met het college, maar die komt de afspraken niet na. Dat kan wel eens gebeuren, maar niet regelmatig. De voorzitter geeft aan dat er notitie genomen is van de opmerking. Ook door het college. De behandeling van de verlate RIB’s kan via het presidium. Mevrouw Van der Meer vraagt of, wanneer de RIB’s er zijn voor de behandeling van de perspectiefnota, men die informatie al wel heeft. Wanner de RIB’s eruit gaan voor de datum van de perspectiefnota dan kan de raad daar al wat mee.
Kan de wethouder dit laatste toezeggen? Wethouder Doremalen denkt dat dit haalbaar is. De voorzitter meldt dat zodra de RIB’s er zijn, ze door de griffie direct openbaar worden gemaakt. Mevrouw Van der Meer vindt het van belang de RIB’s op tijd te ontvangen, want er komt dan nog een raadsvergadering over de perspectiefnota en de ronde met de ambtenaren. Daar kan men het meeste bespreken. Dus voor 23 juni twee of drie RIB’s. De voorzitter denkt dat de wethouder het punt meeneemt naar het college. Maar dat de wethouder haar best zal doen om een en ander te realiseren. Wethouder Doremalen is het helemaal eens met de voorzitter. De voorzitter gaat verder met de actielijst. Mevrouw Frankemölle wil nog wat zeggen over actiepunt 376. Op 19 maart is het manifest in de cliëntenraad besproken. Toch komt het pas op 28 september in de commissie. Graag een toelichting? Wethouder Doremalen meldt dat de actiepunten 376 en 377 met elkaar samenhangen. Voor actiepunt 377 zou de cliëntenraad medio 2022 bij elkaar komen. Die bijeenkomst is verzet en zodoende is de datum veranderd. De voorzitter gaat verder. De heer Van Vugt denkt dat de weergave door de voorzitter van actiepunt 380 niet klopt. Het gaat over het onderzoek naar de AED’s in het buitengebied. Voor de zomer zou er een voorstel komen, maar dat wordt ook weer na de zomer. Het wordt zo allemaal wat moeilijk.
Wethouder Doremalen had dit punt al willen toelichten. Zij snapt de zorgen op dit punt. Pas heel recent heeft zij het concept van de rapportage van DMC ontvangen over het onderzoek naar de bereikbaarheid van de AED’s in het buitengebied. Gezien het belang moet dat zorgvuldig worden uitgewerkt om alle belanghebbenden goed mee te nemen. Dat kost tijd. Vandaar dat het onderzoek pas na de zomer naar de commissie komt. Dan kan BMC ook nog het een en ander toelichten. De heer Van Vugt hoopt dat, wanneer het toch na de zomer wordt, er ook een raadsvoorstel over het onderwerp ligt waar men ‘ja’ op kan zeggen. Zodat dan de uitvoering kan beginnen. Anders schuift dat ook weer op. Het project loopt al bijna een jaar. Wethouder Doremalen wil daar wel voor zorgen. Echter, het gaat wel om een burgerinitiatief. In een raadsvoorstel kan men niet wijzigen, maar wel aangeven of het een goed plan is. Vanuit wensen van de raad moet het mogelijk zijn om dat in een keer goed te regelen. De voorzitter gaat weer verder met de actielijst. De heer Houtepen stelt dat er bij actiepunt 386 afgehandeld staat. Volgens hem is dat niet het geval. Er is nog geen behoorlijk overleg met de schoolbesturen geweest. Er is ook nog geen overleg geweest over de uitvoering van de motie. Wethouder Doremalen verwijst naar het eerste actiepunt (actie 338).
Daar staat dat zij de commissie zal informeren zodra er wat te melden is vanuit de overleggen. Het punt wat nu benoemd is, de gemeentevisie op onderwijs, komt straks op de agenda van het overleg. Dan wordt de raad daar automatisch in meegenomen. 3
De heer Houtepen vindt de actie niet echt afgehandeld. Hij wil specifieke antwoorden op het punt wat er besproken is. Wethouder Doremalen denkt dat het om de gemeentebrede visie gaat. Daar komt men later nog op terug. Er is nu nog niet veel meer over te melden. Er is nog niet met alle schoolbesturen overleg geweest. Wanneer er informatie is, komt dit naar de raad. De heer Houtepen vindt dat het punt dan toch op de actielijst moet blijven. De voorzitter gaat verder met de actielijst. Er zijn geen vragen meer. Daarmee is de actielijst besproken. 5. Raadsvoorstel vaststellen verzamelverordening participatiewet De voorzitter leidt de behandeling van het raadsvoorstel in. De behandeling van het voorstel vindt plaats in twee termijnen. In de eerste kan men vragen aan de wethouder stellen en/of een eventueel standpunt naar voren brengen. Tijdens de tweede termijn kunnen de commissieleden met elkaar in debat gaan over de aangegeven standpunten. Tijdens deze termijn zijn interrupties toegestaan. Mevrouw Schuermans heeft geen vragen over het voorstel. Het is prettig dat men kennis heeft kunnen nemen van de reactie en het advies van de Cliëntenraad. Haar fractie ziet het voorstel als hamerstuk. Mevrouw Multem kan zich vinden in de woorden van de CDA-fractie. De heer Van Vugt dacht in eerste instantie dat het alleen om een technische aanpassing van de Verzamelverordening ging.
Nader bekeken is er ook sprake van een (kleine) inhoudelijke aanpassing. Waarom is die aanpassing niet eerder benoemd? De aanpassingen betreffen de niet uitkeringsgerechtigden. Daar komen voorzieningen voor die er eerder niet waren. Hij gaat ervan uit dat er een beleidsregel komt met betrekking tot deze voorzieningen. Graag een reactie van de wethouder op dit punt? De tweede inhoudelijke aanpassing betreft de tegenprestatie. Voorheen was dit van toepassing op alle cliënten van de bijstand. Nu geldt die alleen maar voor cliënten waarbij sprake is van een plan van aanpak. Blijkbaar heeft niet iedere cliënt een plan van aanpak. Dat zou betekenen dat een grote groep van de cliënten niet gestimuleerd kan worden een bijdrage te leveren aan maatschappelijke activiteiten. Klopt het dat de groep mensen waaraan men een tegenprestatie kan vragen beduidend minder is geworden? Zo ja, waarom dan de verandering? En willen we dat wel? Mevrouw Vervaet kan instemmen met de aangepaste Verzamelverordening. Een hamerstuk in de raad. Mevrouw Levens meldt dat dit haar eerste vergadering is. Zij is als gewone burger in de commissie gekomen. Wanneer zij alle stukken leest, vraagt ze zich af of die niet meer leesbaar kunnen. Inwoners moeten de stukken toch ook meteen kunnen snappen. Zij geeft een voorbeeld van de ingewikkelde tekst.
Hoe kijken andere fracties aan tegen de leesbaarheid van de stukken? De heer Houtepen geeft aan dat de teksten soms wel eenvoudiger kunnen, en soms ook niet. Hij sluit zich aan bij de fracties die al eerder hebben aangegeven het raadsvoorstel als hamerstuk te zien. Mevrouw Van der Meer heeft geen vragen over het voorstel voor het college of andere fracties. Een duidelijk voorstel. Het voorstel kan als hamerstuk naar de raad. Soms zitten er in de teksten lange zinnen. Maar wettelijke regelingen kan men soms niet versimpelen. Opmerkingen/beantwoording vragen Een plan van aanpak is niet verplicht voor jongeren. Vanaf zesentwintig jaar is het wel een verplichting. Uit de praktijk blijkt dat iedereen die er mee te maken heeft, een plan van aanpak heeft. De cliëntenraad heeft er terecht op gewezen dat de bestaande verordening anders geformuleerd moest worden. In artikel 3.5 staat dat niet-uitkeringsgerechtigden altijd al recht hebben gehad op reintegratievoorzieningen. Dat blijft ook zo. Er staat dus een correcte tekst in het artikel. De heer Van Vugt heeft gelezen dat niet-uitkeringsgerechtigden recht hebben op een voorziening. Elders staat dat iemand die geen bijstandsuitkering heeft, geen aanspraak kan doen gelden op deze ondersteuning. Er staat volgens spreker wat anders dan de wethouder zegt.
Echter, als het de bedoeling is dat de betreffende doelgroep wel de voorziening krijgt en dat daarvoor beleidsregels komen, dan is spreker tevreden.
4
Opmerkingen/beantwoording vragen De wethouder brengt naar voren dat beleidsregels op dit punt regionaal opgepakt gaan worden. De insteek is om er op een goede manier uit te komen. Zij neemt de opmerking mee om die zo goed mogelijk in de beleidsregels te laten verwerken. De heer Van Vugt heeft ook gehoord dat in de praktijk er voor 26-plussers altijd al een plan van aanpak wordt gemaakt. Impliciet begrijpt hij dat er met een zekere regelmaat met alle mensen gesproken wordt, waardoor iedereen een plan van aanpak krijgt? De wethouder knikt. Tweede termijn De heer Van Vugt kan de opmerking van mevrouw Levens goed volgen. Dan gaat het niet alleen over de verordening, dat is een juridisch stuk. Kijkt je naar het raadsvoorstel, dan moet je vaststellen dat de meeste zinnen niet te lezen zijn. Jip-en-Janneke taal is niet nodig, maar het moet wel leesbaar zijn. Op dit punt wijkt het raadsvoorstel af van de meeste voorstellen die normaal gesproken ontvangt. Mevrouw Van der Meer brengt naar voren dat het eigenlijk niet kan dat de voorzitter zeer regelmatig een waardeoordeel uitspreekt over wat er gezegd is. De voorzitter zal er op letten. Mevrouw Vervaet reageert op de inbreng van mevrouw Levens. Dat juridische stukken lastig om te lezen zijn, dat klopt. Dat kan vaak niet anders. Dit raadsvoorstel is ook wat lastiger. Maar in het algemeen zijn de voorstellen goed leesbaar.
De voorzitter stelt vast dat de tweede termijn is geweest. Daarnaast wordt geconstateerd dat het voorstel als hamerstuk naar de raad kan. 6. RIB Sluiting kinderopvang Hummeldonk en basisschool De Drie Musketiers Hulten De voorzitter brengt naar voren dat de RIB wordt behandeld op verzoek van de VVD en het CDA. Deze fracties krijgen zo als eerste het woord bij de eerste termijn. De behandeling vindt plaats in twee termijnen. In de eerste termijn kan men vragen stellen. Interrupties zijn niet mogelijk. De tweede termijn is voor het onderlinge debat tussen de fracties. Allereerst krijgt de heer Kamp als inspreker het woord. De heer Kamp gaat nader in op de situatie in Hulten en de publicaties daarover. Hij start met een uitleg van het organogram van de Nuwelijn. Op de startdatum 2020-2021 treedt de schoolbestuurder aan met als opdracht een routekaart te maken voor de kleine scholen. De procedure die Nuwelijn volgt, wijkt af van de wettelijk vastgelegde procedure. Wettelijk is voorgeschreven dat, bij een afweging van een schoolbestuurder op basis van de prognosecijfers, die contact op kan nemen met de MR. De schoolbestuurder kan daarbij aangeven dat men een onderzoek wil starten, op basis van de cijfers, over het bestaansrecht van een school. Volgens de procedure moet men de MF alle informatie toezenden die er is.
De MR heeft het recht om een alternatief voor de voorgenomen sluiting aan te reiken. De route die Nuwelijn heeft gevolgd, wijkt af van de procedure. Eigenlijk worden er acties ondernomen die het sluitingsbesluit bevestigen. Hierdoor ziet de toekomst van de school er niet rooskleurig uit. De heer Kamp geeft aan dat de enige route die nog openstaat is om de Raad van Toezicht (RvT) te wijzen op haar taak om toezicht te houden op een aantal zaken die de schoolbestuurder uitzet. Dat is niet in het belang van de kinderen en de ouders; dit is mede de reden dat de RvT niet op de achtergrond kan blijven. De voorzitter geeft ruimte om vragen te stellen aan de inspreker. Mevrouw Frankemölle vraagt of het mogelijk is dat de MR en GMR invloed kunnen uitoefenen op de RvT. Zo ja, is dat gebeurd? Zijn er al ouders die hun kinderen van de school hebben genomen? De heer Kamp meldt dat de MR altijd een bericht kan sturen aan de RvT. De MR heeft een brief gestuurd waarop de reactie kwam dat men achter het schoolbestuur staat. Er was op dat moment geen aanleiding om in gesprek te gaan met MR. Over aantallen van mensen die hun kinderen van school hebben genomen kan de inspreker niets zeggen. Ouders zijn wel bij elkaar geweest om te bespreken wat men zou moeten doen. Ouders gaan dan toch keuzes maken in het belang van de toekomst voor hun kind. 5
De heer Van Laerhoven heeft begrepen dat de MR het gesprek heeft gestaakt. Gaat de heer Kamp nog in gesprek met mevrouw Van Krevel? Of is dat niet gebruikelijk in de rol die de heer Kamp heeft. De heer Kamp geeft aan dat de MR heeft aangegeven het vertrouwen in het schoolbestuur te hebben opgegeven. De MR blijft beschikbaar om zaken te bespreken met ouders en de schoolbestuurder. Maar ook dat men geen mogelijkheden meer ziet om taken te vervullen rondom het sluiten van de school. Er is geen mogelijkheid om samen te werken aan een andere mogelijkheid dan sluiting. De heer Van Laerhoven is benieuwd of de heer Kamp nog een bemiddelende rol zou kunnen spelen tussen de MR en het schoolbestuur. De heer Kamp ziet voor zichzelf geen bemiddelde rol. Hij is aanwezig geweest bij gesprekken. Echter, er zit een fout in de procedure. Vooral omdat de sluiting naar ouders gecommuniceerd is als een gegeven. De heer Van Vugt stelt dat de heer Kamp nadrukkelijk de RvT noemt. Een belangrijk orgaan. Weet de inspreker of er vanuit de belangenvereniging Hulten initiatieven zijn om daarin een rol te spelen? Ziet de heer Kamp nog een rol voor de gemeente daarin? De heer Kamp kan niet spreken voor de belangenvereniging Hulten. Er komt nog een gesprek met deze vereniging en het schoolbestuur. Net als de MR kan de gemeente druk leggen om iets van tafel te halen en om samen naar een oplossing te zoeken.
Is de conclusie dat de sluiting onontkoombaar is, dan is het een gezamenlijke conclusie. Tot nu toe is het de conclusie van een persoon. Daarbij komt nog dat de cijfers van het deskonderzoek nog niet allemaal bekend zijn. De heer Bisschops dankt voor het advies dat de inspreker geeft over de RvT. We kunnen kijken of de gemeente druk kan uitoefenen op de RvT. Verder sluit spreker aan bij de woorden van de heer Van Vugt. De heer Houtepen is benieuwd of de heer Kamp een oplossing ziet door een samenwerking met een andere school. De heer Kamp denkt dat het een oplossing zou kunnen zijn. Meer, hij denkt dat de tijd iedereen inhaalt. De voorzitter gaat over tot de eerste termijn aangezien er geen vragen meer zijn aan de inspreker. Mevrouw Frankemölle sluit zich aan bij de oplegnotie van de VVD. Wat gaat de gemeente doen en wat kan de gemeente doen? Daarnaast zit de RIB van de LEA eraan vast. Daarom valt het agendapunt eigenlijk in twee delen uiteen. Enerzijds wat er in Hulten aan de hand is en anderzijds de LEA. Daarover wil men meer een inhoudelijke discussie. Het CDA vindt het jammer dat het gesprek met mevrouw Van Krevel niet heeft geleid tot het punt dat de sluiting van tafel is. Inmiddels zou het bestuur van Nuwelijn zich op een mogelijke sluiting oriënteren. De GR heeft het vertrouwen opgezegd omdat het sluitingsbesluit nog steeds op tafel ligt.
He kijkt de wethouder aan tegen het verdere verloop van het proces? Is de wethouder bereid nogmaals het gesprek aan te gaan, maar dan wel met de RvT? Hoe kijkt de wethouder aan tegen de ontwikkeling van een gemeente brede visie samen met onderwijsbesturen? Komt die visie niet te laat? Welke aspecten moeten in die visie worden beschreven? Hoe denken de andere fracties hierover? Dan de LEA. Het belang van thuis en onderwijs wordt genoemd. Voor Hulten lijkt dat een gepasseerd station te zijn. Op pagina 23 staat dat het de ambitie is om de driehoek onderwijs, gezin en buurt te versterken. Is de wethouder en zijn de andere fracties het er mee eens dat dit in schril contrast staat met de voorgenomen sluiting van de school en de kinderopvang in Hulzen? Dan even specifiek de LEA. Kansenongelijkheid terugdringen is erg belangrijk. Onderzoek heeft aangetoond dat dat de coronaperiode meer problemen heeft veroorzaakt bij kinderen die het toch al moeilijk hebben. Ze moeten een achterstand inlopen. Daar moet de LEA in voorzien. Goede taalontwikkeling en passend onderwijs. Graag wil de fractie op de hoogte gehouden worden van de uitwerking van de LEA, de inzet van beschikbare middelen en het effect van het terugdringen van onderwijsachterstand. De nadruk moet liggen op het stimuleren en helpen van kinderen die dit het hardst nodig hebben.
In de LEA komt te weinig terug over de overstap naar het VO (voortgezet onderwijs). Is de wethouder bereid dit mee te nemen in het volgende LEA-overleg? De heer Houtepen dankt de heer Kamp voor de toelichting. Daaruit komt naar voren wat er niet juist gaat in de procedure. Tijdens de laatste raadsvergadering is het onderwerp ook uitgebreid aan de orde geweest. Om te kijken naar de stand van zaken voor het onderwijs in Hulten. Die situatie is ronduit slecht. Het schoolbestuur kiest ervoor om de school vrijwillig te sluiten. Vermoedelijk is dit voor de zomer al een feit. Hij is daar zeer teleurgesteld over. De daarover ingediende motie is niet uitgevoerd. Het college werd daarbij opgeroepen om met het schoolbestuur in overleg te gaan. 6
Heeft dat overleg plaatsgevonden en wat was de uitkomst van dat overleg? Het gaat tenslotte om het belang van het onderwijs in de gehele gemeente. Zo nodig moet het college het gesprek aangaan met de RvT. Voor Hulten is het bijna een zekerheid dat die school gaat verdwijnen. Er komen ook steeds meer geluiden dat ook de Burgemeester van Mierloschool (BvM) gesaneerd gaat worden. Dat, terwijl de gemeente fors in deze scholen heeft geïnvesteerd. Is over dat laatste al overleg geweest met het schoolbestuur? Dan de LEA. Op pagina 12 gaat het onder andere over de leerlingenprognose en de onbalans tussen de verschillende scholen. De discussie over de sluiting zou dan ook gevoerd moeten worden met de andere LEApartners. Hoe denkt men dit overleg in de toekomst te organiseren? Waar een school sluit, wordt de druk op de andere scholen groter. Het kan niet zo zijn dat de gemeente extra kosten krijgt voor onderwijshuisvesting, omdat scholen zomaar sluiten. Graag de mening van de andere fracties op dit punt. Met de LEA is 300.000 euro gemoeid voor het Nationaal Programma Onderwijs. Kan de raad sturing geven aan de besteding van dit budget? Bijvoorbeeld door voorwaarden te stellen, zoals een mogelijke verplichting om scholen open te houden. Wanneer dat niet kan, om welke reden dan niet.
Heeft Nuwelijn haar andere middelen voor huisvesting al gestaakt? De heer Hofsteenge merkt op dat de LEA een pakkende titel heeft. Dit in schril contrast met de mogelijkheid dat een van de dorpen het zonder school moet gaan stellen. Het onderwijs is een van de meest waardevolle zaken in de opvoeding van een kind. Door Hulten een onderwijslocatie te ontnemen, ontneemt men kinderen daar kansen. Een hoeksteen van de dorpscultuur doet men met de sluiting teniet. De sluiting staat ook haaks op alles wat je in de LEA leest. Hij wil de sluiting niet accepteren. Dat geldt ook voor de werkwijze van Nuwelijn. Gaat de wethouder samen met Nuwelijn, ouders en bewoners van Hulten inspannen voor het onderwijs in Hulten? Hij heeft gelezen dat het aantal leerlingen de grootste reden is om de school te sluiten. Tegelijkertijd kunnen er wel leerlingen aangemeld worden. Activiteiten daar omheen worden niet georganiseerd. Is de wethouder het met hem eens dat de school hiermee zelf aan de eigen ondergang meewerkt? Zo niet, wat is dan de reden voor de sluiting? Waarom zou men zich niet willen inspannen om meer leerlingen te krijgen, als dat tot redding van de school leidt? De heer Van Laerhoven vindt de leefbaarheid van de kleine kernen zeer belangrijk. Een school en een kinderopvang dragen daar in hoge mate aan bij. Tijdens de raad in mei is er al uitgebreid over de situatie gesproken.
Er is toen een raadsbreed gesteunde motie ingediend om er alles aan te doen om sluiting te voorkomen. Het is een grote verantwoordelijkheid voor het schoolbestuur om een zo breed mogelijk onderwijspakket aan te bieden in alle kernen. Het moet duidelijk zijn dat raad noch college de beslissing van Nuwelijn kunnen verhinderen. Men kan de beweegredenen en de gevolgde procedure ter discussie stellen. We kunnen de leerkrachten van De Drie Musketiers en de belangenvereniging Hulten vanuit de raad ondersteunen en de RvT wijzen op haar verantwoordelijkheid. Daarmee houdt de invloed op. Aan de andere kant hebben de schoolbesturen, de raad en het college elkaar nodig. Al was het maar voor extra lokalen of geld. Dan weten de schoolbesturen de gemeente feilloos te vinden. Nu er in zekere zin sprake is van een omgekeerde situatie horen we Nuwelijn niet. In relatie tot de LEA is het wrang dat men daar omschrijft wat men wil en wat men belangrijk vindt en dat tegelijkertijd wordt gepraat over de sluiting van een school. Hij vindt de LEA vaag. Wat gaan we nu eigenlijk doen? Wanneer gaan we wat doen? Gaat het om een continue proces? Komt er een tussentijdse evaluatie of bekijkt men het resultaat pas in 2026? Dan is er al weer sprake van een nieuwe LEA. Het is lastig om zaken uit de voorliggende LEA te concretiseren. Wellicht kan de wethouder dat wel. Anders mag ze een en ander toelichten.
Even de thema’s taalontwikkeling en passend onderwijs. Daar wordt gesproken over effecten en resultaten. Dat zien we niet bij de andere thema’s. Hoe kunnen we toetsen of wat men wilde, behaald is? Nog een paar vragen over Nuwelijn. Hij is benieuwd hoe het gesprek met mevrouw Krevel is verlopen. Hoe kijkt mevrouw Krevel aan tegen de motie? Mevrouw Den Draak stelt vast dat het besluit van Nuwelijn in de afgelopen maanden in Hulten een enorme onrust tot gevolg had. Het bericht was voor ouders en leerkrachten een totale verrassing. Inmiddels heeft de wethouder met de bestuurder/directeur een gesprek gevoerd. Daaruit begrijpt zij dat er een fusieonderzoek wordt gestart. Dat op basis van de onderzoekuitkomst een voorlopig besluit wordt genomen over de toekomst van de school. Dat besluit wordt voorgelegd aan de MR. Daarna volgt een definitief bestuursbesluit. 7
Met verbazing heeft zij dan ook kennisgenomen van de nieuwsflits van 24 mei. Daarin meldt de MR dat er na overleg met het schoolbestuur vastgesteld moet worden, dat die geen ruimte meer ziet en dat daarom de sluitingsdatum in augustus 2024 nog steeds op tafel ligt. De MR mag meedenken, maar de sluitingsdatum is een vast gegeven. De MR laat vervolgens weten geen vertrouwen meer te hebben in het schoolbestuur. Men wil geen verantwoordelijkheid dragen voor de vervolgstappen van het schoolbestuur. De vraag aan de wethouder is wat er precies afgesproken is. Nuwelijn geeft aan dat er niet meer wordt ingezet op actieve werving. Ouders kunnen kinderen aanmelden en horen dan dat er een voorlopig besluit ligt om de school in 2024 te sluiten. Die aanpak leidt automatisch tot afname van leerlingen. Het staat ook haaks op de melding van de bestuurder, die hoopt dat het voornemen tot sluiting van de locatie niet leidt tot een directe afname van het aantal leerlingen. Hoe kijken andere partijen daar tegenaan? Wat kan de gemeente hieraan doen en wat gaat de gemeente hieraan doen? De heer Van Vugt wil het woord voeren over de LEA; de voorzitter geeft aan dat dit eigenlijk niet kan Afgesproken is dat er per agendapunt een woordvoerder per fractie is. De heer Van Vugt geeft aan dat de fractie om die reden ook het agendapunt had willen splitsen.
Om die reden vraagt hij om het een keer toe te staan dat er een tweede woordvoerder kan spreken. De voorzitter staat het voor deze keer toe. De heer Van Vugt heeft niet zoveel opmerkingen over de LEA. Goed geschreven. Waar het om gaat is de uitwerking. Hij begrijpt dat er, over taalonderwijs en passend onderwijs, na de zomer een plan van aanpak komt. Wordt dat dan ook geagendeerd? Dan weten we in ieder geval wat de voortgang is. Dan kan men er ook iets van vinden; nu weten we eigenlijk nog niets. Nog een vraag aan de wethouder. Het gaat over het aantal kinderen dat aan de VVE meedoet. Dat is teruggelopen door corona. Dat is zorgelijk, omdat juist voor deze kinderen de extra ondersteuning hard nodig is. Wat doen de scholen en de gemeente eraan om de ouders te overtuigen dat het tweejarige programma erg belangrijk is voor die kinderen? De heer Bisschops vindt het niet goed dat er in een kleine kern een school dreigt te verdwijnen. Ligt er voor de raad een rol om de RvT te wijzen op hun taak om te kijken naar de juiste manier van handelen. Graag in deze een reactie van de wethouder? Dan de LEA. Het is een mooi begin en hij hoopt dat het verder uitgebreid zal worden. Is het misschien mogelijk om er meer middelbare scholen bij te betrekken, zodat we daar input kunnen ophalen? De heer Van Dongen vindt het eveneens spijtig hoe het proces verlopen is.
Zeker wanneer men in de LEA leest dat het belangrijk is om onderwijs dicht bij huis te hebben. Is dit punt door de wethouder besproken met de betrokkenen? Wat was daarop het antwoord? Hij sluit zich aan bij de vragen van de PvdA. Gaat het college nog in gesprek met de RvT? Wanneer men openbaar maakt dat men overweegt om een school te willen sluiten dan is dat desastreus voor zo’n school. Dit proces was heel vervelend. Hopelijk leert men ervan, met name het schoolbestuur van Nuwelijn. De vragen die hij wilde stellen, zijn al gesteld. Opmerkingen/beantwoording vragen Wethouder Doremalen snapt de zorgen met betrekking tot de (mogelijke) sluiting. Het kennismakingsgesprek is in goede sfeer verlopen. Tijdens dit gesprek is de wens van de raad, verwoord in de motie, naar voren gebracht. Daarbij zijn de wervingsacties ook aan de orde geweest. Door de onzekere toekomst wilde het schoolbestuur dat niet doen. Daarnaast waren er al eerder wervingsacties zonder dat dit geleid heeft tot een structurele toename van leerlingen. Mevrouw Frankemölle vraagt zich af of de coronaperiode een rol heeft gespeeld bij het beperkte tot geen succes van wervingsacties. Is dat ingebracht door de wethouder? Heeft het succes van de wervingsacties te maken met een langdurig proces? De heer Houtepen vraagt zich af wat wordt bedoeld met een onzekere toekomst.
Ook hoort hij graag meer over eerdere wervingsacties. Welke acties zijn dan gevoerd?
8
De wethouder gaat verder. zij staat volledig achter de motie van de raad. Wat het college betreft waren er ook wervingsacties gekomen. De reactie van mevrouw Krevel is zojuist aangegeven. Er blijken tal van acties geweest te zijn, zoals indertijd het speelbos. Uiteindelijk heeft het structureel niet voldoende opgeleverd. Op basis daarvan heeft het bestuur een besluit genomen. Mevrouw Frankemölle begrijpt het antwoord. Tegelijkertijd is er sprake van toekomstige woningbouw in Hulten. Dat heeft ook invloed op de mogelijkheden. Komt er nog een vervolggesprek? Hopelijk wel. Dan kan dat aspect ook naar voren worden gebracht. De wethouder gaat verder. In het telefonische gesprek is naar voren gebracht wat de gemeente belangrijk vindt, wat de zorgen zijn en wat de wensen zijn. Echter, uiteindelijk beslist het schoolbestuur. Uitdrukkelijk is gevraagd om de lijnen kort te houden. Om de gemeente direct op de hoogte te brengen van nieuwe ontwikkelingen. Mevrouw Van Krevel meldde dat de MR had aangekondigd de taken neer te leggen, maar alsnog is toegezegd dat deze in functie blijft. Het is een goed signaal om in gesprek te blijven. De onzekerheid is ook niet goed. Mevrouw Van Krevel heeft ook aangegeven dat zij weer in gesprek is met de voorzitter van de MR.
Daarbij is aangegeven dat zij, naast het onderzoek naar fusiemogelijkheden (dat wel tot sluiting van de school gaat leiden), openstaat voor alternatieven die leiden tot een structurele toename van het aantal leerlingen op korte termijn. De rol van de RvT is adviserend. Het is echter niet aan de wethouder om met deze RvT in contact te treden, omdat het schoolbestuur de gesprekspartner is. Er is tijdens het gesprek met Nuwelijn niet direct gesproken over de BvM. Tussen alle scholen van Nuwelijn zijn er verschillen in aantallen leerlingen. Tot nu toe gaat het om geruchten. Er is wel door de wethouder aangegeven dat zij bij een gemeentebrede visie alles moet meenemen. De heer Van Laerhoven vraagt de wethouder om er bij een volgend gesprek met Nuwelijn op aan te dringen dat het bestuur de nu gevolgde procedure niet nog een keer herhaalt bij andere scholen. Wanneer dit kan bij de school in Hulten, dan zou dat model ook kunnen gebruiken bij andere scholen. Dat is niet de bedoeling. De wethouder vervolgt de beantwoording. Zij wil hier in een vervolggesprek zeker op wijzen. Tijdens het kennismakingsgesprek heeft zij al aangegeven dat de gemeente, mocht er in de toekomst nog een keer een dergelijke situatie ontstaan, spoedig op de hoogte gebracht wordt. Dat er daarnaast zorgvuldig moet worden gecommuniceerd met medewerkers en ouders.
Mevrouw Frankemölle heeft de wethouder gevraagd of de passage in de LEA om via het onderwijs de buurt te versterken, niet ontzettend wringt met de sluiting van de school in Hulten. Dan zou je bijna moeten zeggen dat de LEA herzien moet worden. De wethouder vervolgt de beantwoording. Het college is er voorstander van dat het onderwijs in Hulten behouden blijft, vanwege de leefbaarheid en de nabijheid van onderwijs. Sluiting en het versterken van de buurt spreekt elkaar tegen. De LEA is een ontwikkelmodel. De voorliggende LEA is een eerste aanzet. De speerpunten in de LEA zijn taalonderwijs en passend onderwijs. Werkgroepen zijn bezig om deze punten verder uit te werken. Naar verwachting is het plan van aanpak na de zomer gereed. Het is geen probleem om dit plan te agenderen voor de commissie. Naast de speerpunten zijn er nog meer punten, bijvoorbeeld talentontwikkeling, die geconcretiseerd moeten worden. Het is een uitdaging om middelbare scholen en ander voortgezet onderwijs erbij te betrekken. Het is lastig, omdat er geen vorm van middelbaar onderwijs in de gemeente is. De concretisering van de andere punten zal waarschijnlijk niet binnen de komende twee jaar plaatsvinden. Er worden nog gesprekken ingepland met schoolbesturen waar zij nog geen kennis mee heeft gemaakt. 9
De bedoeling is dit nog voor de zomervakantie te doen. Over de LEA wordt met alle schoolbesturen een gesprek gepland. Dit zal waarschijnlijk na de zomervakantie zijn. Daarbij komt ook de gemeentelijke visie aan bod en krijgt ook de overgang naar het voortgezet onderwijs de aandacht. Mevrouw Frankemölle vindt het belangrijk dat daarbij ook de schooladviezen worden meegenomen. Het komt regelmatig voor dat kinderen in een vroeg stadium al het stempel krijgen dat ze niet naar het voortgezet onderwijs kunnen. Gun de kinderen een goede uitgangspositie. De wethouder gaat verder met de beantwoording. Zij neemt het punt zeker mee. De leerlingen worden wel via leerplichtambtenaren gevolgd. Het wordt nog even zoeken hoe men dat kan verbeteren. De heer Houtepen heeft nog een vraag openstaan over de besteding van de 300.000 euro. Kunnen we daar een voorwaarde aan koppelen; zoals de verplichting om scholen open te houden? Zo niet, waarom niet? Vooralsnog gaat het om Hulten. Echter, de vraag heeft ook te maken met de toekomst. De wethouder reageert. Uit de diverse gesprekken met Nuwelijn is niet gebleken dat er een financieel aspect aan de situatie in Hulten te grondslag ligt. Aangezien die vraag er niet is, is het vreemd om een antwoord te geven op een niet bestaande vraag. De heer Houtepen meldt dat het gegeven antwoord op zijn vraag geen antwoord op zijn vraag is.
De wethouder geeft antwoord. In basis is het geld bedoeld voor de LEA. Om die verder uit te werken. Daarnaast heeft het college geen mogelijkheden om scholen actief open te houden. De beslissing op dit punt ligt bij een schoolbestuur. De heer Houtepen begrijpt wat er gezegd is. Het kan toch niet zo zijn dat men 300.000 euro uitgeeft voor het NPO zonder er voorwaarden aan te verbinden. Dat een school geld ontvangt en vervolgens besluit dicht te gaan. De wethouder antwoordt. Het schoolbestuur gaat over een sluiting. Bijna altijd op basis van leerlingenaantallen en/of de kwaliteit van het onderwijs. De gemeente kan alleen aangeven wat zij belangrijk vindt We stellen wel degelijk voorwaarden aan het gebruik van LEA-gelden. Daarbij gaat het om algemeen belangrijke zaken met betrekking tot het onderwijs. De heer Houtepen roept in dit geval de collega’s op om nog eens serieus naar de LEA te kijken op het moment dat die verder wordt behandeld. De voorzitter verwijst daarvoor naar de tweede termijn. De heer Van Vugt heeft nog geen antwoord gehad op zijn vraag over de VVE. De wethouder antwoordt. De VVE komt voor een belangrijk deel terug in het plan van aanpak waaraan gewerkt wordt. Hoe de cijfers zich de laatste twee jaar ontwikkeld hebben, heeft zij niet paraat. Het antwoord volgt op een later moment. De heer Van Vugt komt terug op het punt Hulten.
De wethouder heeft aangegeven geen mogelijkheid te zien om over de sluiting in contact te treden met de RvT. Het gaat in Hulten om iets belangrijks. Waarom geeft de wethouder aan dat de RvT geen gesprekspartner voor de gemeente is? Kan die Raad dat wel worden vanwege de bijzondere situatie? De wethouder antwoordt. 10
Een portefeuillehouder onderwijs staat in contact met en overlegt met de schoolbesturen. Dat is de normale gang van zaken. Zij wil dat zo houden. Het is uiteindelijk aan deze besturen om besluiten te nemen. De RvT heeft een adviserende functie. Het is zuiverder wanneer het bestuur de gemeente informeert en visa versa.
De voorzitter geeft de heer Kamp nog even het woord. De heer Kamp heeft nog wat aanvullende informatie. In beeld gebracht is het aantal leerlingen in Hulten. Dat fluctueert in de tijd. De school is gesticht voor maximaal tachtig kinderen. De daling van het aantal leerlingen in ingezet in het jaar 2017-2018. Daarna kwam corona. Men moet er rekening mee houden dat het maken van prognoses voor deze locatie is moeilijk. Men heeft wel de gegevens van Hulten, maar niet van OudHulten, Koolhoven en Rijen. Daar zitten ook leerlingen, maar die worden niet meegenomen. Het gaat niet om een specifieke dorpsschool. Tweede termijn Mevrouw Frankemölle brengt naar voren dat de uitgebreide toelichting van de wethouder de zorgen niet heeft weggenomen. Het voorgenomen besluit tot sluiting is niet weg. Een verandering is niet in zicht. Zij vindt dat het college het schoolbestuur nu even moet passeren om met de RvT in gesprek te gaan. Dat is de enige manier om te proberen de school open te houden. Wanneer er vanuit het college niets gedaan kan worden, dan moet de raad een brief schrijven of een gesprek voeren. Graag de mening van de andere fracties hierover. De heer Houtepen denkt dat de gesprekken die gevoerd zijn in grote mate een vrijblijvend karakter hadden.
Waarom kan de wethouder niet met de RvT in gesprek? De gesprekspartner is de stichting, maar de wethouder kan er omheen in het belang van de kinderen in Hulten en Gilze en Rijen. Het bestuur heeft maar een doel, het sluiten van de school in Hulten. Daarbij de vrees dat er andere scholen gaan volgen. In het kader van de LEA de vraag waarom het openhouden van de scholen niet als een voorwaarde gesteld kan worden. Hij heeft niet gehoord dat we geen voorwaarden mogen stellen aan deelname aan de LEA. Een oproep om in de voorwaarden van de LEA een verbod tot sluiting op te nemen en dat alle scholen open moeten blijven. Het verzoek aan de collega’s om mee te denken over een motie op dit punt. Zijn de andere fracties bereid om geld uit te geven op het moment dat andere scholen ook moeten gaan sluiten? Wat de VVD betreft wordt er geen aanvraag op het gebied van onderwijshuisvesting van Nuwelijn nog gehonoreerd. De heer Hofsteenge denkt dat de commissieleden het in grote lijnen met elkaar eens zijn. Hij denkt graag mee over de motie. We geven de scholen veel geld, maar hebben geen invloed op het punt of een school wel of niet openblijft. Het college gaat niet over de sluiting, maar wel over de zorg voor de jeugd in de gemeente. Dat is in deze zaak niet gelukt. Dit is niet uit te leggen aan ouders en kinderen.
Het college moet alles uit de kast halen om basisonderwijs in Hulten beschikbaar te houden. Dat betekent ook het mogelijk passeren van het schoolbestuur om in gesprek te gaan met de RvT. Elke inspanning is de moeite waard. De heer Van Laerhoven stelt vast dat iedereen afschuw heeft over de sluiting van de school in Hulten. Dat gaat ook nog eens ten koste van de leefbaarheid. De heer Houtepen geeft daarop aan dat er geen euro meer naar het beleid gaat. Om zoiets te kunnen zeggen, moeten we wel weten hoe de financiën van de scholen geregeld zijn. De gemeente moet zorgen voor de onderwijshuisvesting. De scholen krijgen direct geld van het Rijk voor het onderwijs en het onderhoud van de scholen. Via deze weg kan men weinig druk uitoefenen. Daarnaast is het zo dat Nuwelijn de gemeente wel nodig heeft voor uitbreiding van de huisvesting. Vanuit dat punt kan de gemeente wel druk uitoefenen. Op die lijn is spreker medestander. Financieel is er geen reden om de school te sluiten. Dat de sluiting voor Nuwelijn een positief bijeffect heeft, is wrang. Het naar buiten brengen van het voornemen tot sluiting is een soort verkapte voorbereiding erop. De RvT is adviserend. De bestuurder beslist uiteindelijk. Het is dus van het grootste belang om met de bestuurder in gesprek te blijven.
De heer Houtepen denkt dat de gemeente duidelijk moet zijn over de voorwaarden die we kunnen stellen een het gebruik van de 300.000 euro van de LEA. Hier mag en kan de gemeente voorwaarden aan stellen. De heer Van Laerhoven heeft dit min of meer al aangegeven. Een brief aan de RvT om uit te leggen dat de gevolgde procedure juridisch niet de meest juiste is, is sympathiek. 11
Mevrouw Den Draak dringt er bij de wethouder op aan om een gesprek aan te gaan met de RvT. Daar is noodzaak voor. Debrief is ook een heel goed initiatief. Dan nog een punt over de LEA, passend onderwijs. Veel kinderen hebben dat nodig. Echter, zoals de school in Hulten, kleinschalig kan voor veel kinderen ook een oplossing bieden. Daar moet ook aandacht voor zijn. Dat moet de gemeente benadrukken in het gesprek om de sluiting te voorkomen. We kunnen daarbij ook als gastgemeente optreden voor kleine kernen buiten de gemeente. De heer Van Laerhoven denkt dat het punt dat mevrouw Den Draak aanvoert, al voorbij is. Dat is wrang en jammer. Hij snapt het punt. Mevrouw Den Draak benadrukt nogmaals dat er veel kinderen belang bij hebben. De heer Bisschops komt even terug op de RvT. Er is sprake van tweemaal per jaar een gesprek met de GMR. Daarnaast adviseert de RvT, maar stuurt niet. De voorgestelde brief van de raad is sympathiek, maar de vraag is welke aanvulling die oplevert op de ingediende motie. Mevrouw Frankemölle denkt dat we met de brief kracht kunnen bijzetten aan het proces dat gevolgd is. Dat deugt niet. Dat moeten we in elk geval neerleggen bij die RvT. Het zou jammer zijn om het niet te doen. Er zijn niet veel knoppen meer waar we aan kunnen draaien om de sluiting te voorkomen. De heer Bisschops begrijpt de vorige spreekster heel goed.
Hij staat sympathiek tegenover zo’n brief, maar we moeten de realiteit niet uit het oog verliezen. Wat kan zo’n brief nog bewerkstelligen? Mevrouw Frankemölle beseft ook dat we geen illusies moeten hebben. De heer Houtepen denkt dat de RvT het vertrouwen in het bestuur kan opzeggen wanneer die niet goed functioneert. Daarvan is hier wel degelijk sprake. Een reden om met de RvT in gesprek te gaan. De heer Bisschops geeft aan dat hij niet meer weet dan dat die RvT een adviserende rol heeft. Spreker hoopt dat de gezamenlijke brief iets kan veranderen, maar hij heeft er een hard hoofd in. De heer Van Dongen snapt de wethouder dat ze de gesprekslijnen zuiver wil houden. Het idee van mevrouw Frankemölle is wel een goed idee om een poging te wagen om de sluiting te voorkomen. Het is van groot belang dat er in Hulten een school blijft. Het bestuur beseft waarschijnlijk niet dat als de school verdwijnt dat het niet meer aantrekkelijk is voor jonge gezinnen om daar te gaan wonen. Hij stemt in met zo’n brief aan de RvT. Met de suggestie van de heer Houtepen om geen geld te verstrekken is spreker minder te spreken. Ten eerste zal het niet van invloed zijn op het besluit van Nuwelijn en ten tweede kunnen andere scholen er de dupe van worden. De heer Kamp geeft de commissie twee zaken mee. Wanneer je op de website van Nuwelijn kijkt, ziet je wat de rol is van de RvT.
Onder andere een toetsende functie. Daarnaast wil spreker de opmerking van mevrouw Den Draak bevestigen. De school is een pareltje. Zeker voor kinderen die passend onderwijs nodig hebben. De school past uitstekend binnen de LEA. Wethouder Doremalen geeft antwoord op de vraag van de heer Van Vugt. De toename van de VVE zet zich niet voort. Ouders brengen hun kinderen inmiddels naar reguliere voorschoolse voorzieningen. Hierdoor ontstaan minder achterstanden. De heer Van Vugt vraagt of de wethouder bedoelt dat de daling die er was er in feite niet meer is. Wethouder Doremalen antwoordt bevestigend. De voorzitter bedankt de heer Kamp voor zijn bijdrage. Deze RIB is voldoende behandeld. Daarmee is de discussie over dit agendapunt gesloten. 7. RIB Werkzaamheden Diamantgroep De voorzitter brengt naar voren dat deze RIB wordt behandeld op verzoek van het CDA. Die fractie krijgt zo als eerste het woord. De behandeling vindt plaats in twee termijnen. In de eerste termijn kan men vragen stellen. Interrupties zijn niet mogelijk. Mevrouw Schuermans heeft de oplegnotitie gemaakt omdat het belangrijk is dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen blijven werken. Bij de komende aanbesteding van het groenonderhoud moet dit punt meegenomen worden. Dat we bedrijven erbij betrekken, die ook werken met deze mensen.
12
De heer Van Laerhoven geeft aan dat de situatie duidelijk is. Er zijn drie aspecten belangrijk bij de aanbesteding. De sociale verantwoordelijkheid, het uitvoerend werk dat volgens het praktijkboek is vastgesteld en het bestek. Alleen hebben we in de huidige markt te maken met een grote spanning tussen vraag en aanbod. Er zullen veel aanbieders komen die aan de eisen voldoen. Ziet de wethouder op dat punt een probleem? Hoe gaat het proces tot nu toe? De heer Van Vugt ziet uit de stukken dat het gaat om een Europese aanbesteding. Gezien het eigen aanbestedingsbeleid vraagt hij zich af of dit wel onder de regels van het Europese aanbestedingsbeleid valt. Ten tweede, hoe zit het met de social return of investment? De aanbesteding gebeurt vanaf de contractwaarde vanaf de M2O-grens is. Hoe hoog is die grens, zodat we die kunnen gebruiken? Wanneer we willen dat we mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt via een aanbestedingsvoorwaarde aan boord kunnen houden dan wel binnen kunnen krijgen, dan zal het percentage dat men normaal toepast een stuk hoger moeten zijn. Dat is belangrijk om deze mensen, om te slagen in het groenonderhoud, een kans te geven. Aan welk percentage moet je dan denken? Mevrouw Vervaet is van mening dat het voor een aantal medewerkers van de Diamantgroep die werken bij groen het een grote stap zal zijn om afscheid van de Diamantgroep te nemen.
Daar moeten we een passende plaats voor vinden, zowel voor de korte als de lange termijn. De vergunde partij zal daaraan moeten voldoen. Dat is een waarborg zodat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het arbeidsproces deel kunnen blijven nemen. De heer Houtepen kan zich vinden in de genoemde punten. Hij kijkt uit naar de begroting van de Diamantgroep, met de bijbehorende zienswijze. Deze discussie zal ongetwijfeld daarbij een rol spelen. Er is ook gereageerd op het social return of investment bij deze opdracht. Is het college bereid die reactie aan de commissie ter hand te stellen? Mevrouw Van der Meer heeft van medewerkers van de Diamantgroep gehoord dat de communicatie en de begeleiding vanuit de groep niet goed is gegaan. Het was de bedoeling dat de medewerkers vanuit de gemeente er dit jaar nog zouden blijven werken in afwachting van een structurele oplossing. De medewerkers zijn wel ergens geplaatst; waarschijnlijk om gaten op te vullen. Het lijkt erop dat de opzet zoals genoemd in de RIB niet gerealiseerd gaat worden. De medewerkers voelen zich in de steek gelaten. De medewerkers voelen zich een deel van de gemeente na hier al jarenlang gewerkt te hebben. Daarom is het jammer en niet goed dat het proces zo stroef verloopt.
Herkent de wethouder dit signaal en is er een mogelijkheid om bij te sturen? Gaat zij hierover in gesprek met de Diamantgroep? Opmerkingen/beantwoording vragen Bij de inkoopprocedure krijgt de gemeente altijd advies van het inkoopbureau West-Brabant. Zij adviseren ook over het percentage social return (SROI) op basis van de wensen van de gemeente. De gemeente heeft aangegeven de SROI heel belangrijk te vinden om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan de slag te krijgen. We wachten nog op het advies van het inkoopbureau. Naar verwachting komt dat deze week dan wel volgende week. Dat advies deelt men met de raad. Ook melden we dan wat het percentage wordt. Het gaat om meer dan alleen SROI. Het gaat ook om groenonderhoud. Het gaat om een totaalafweging. Het inkoopbureau komt ook met een totaaladvies. Wat de situatie wordt, kan de wethouder nog niet aangeven. D e heer Van Laerhoven begrijpt dat de wethouder nog niet weet wat de situatie wordt. Echter, gezien de huidige markt kan het zo maar kunnen dat er geen enkele aanbieder komt. Welke accenten vindt men belangrijk? Een hoog percentage SROI? Het werk moet echter ook gedaan worden. De wethouder gaat verder met de beantwoording. SROI is heel belangrijk, ook gezien de achtergrond van de Diamantgroep. Ook omdat er een goede plek moet zijn voor mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt.
Wat de wethouder niet weet, is hoe precies het advies van het inkoopbureau eerder is geweest. Binnen het sociaal domein speelt veel meer.
Daar weten ze op dit moment of mogelijke andere aanbieders het punt SROI meenemen, dan wel dat het 13
inkoopbureau ze in deze adviseert. SROI is belangrijk in de afweging van de gemeente. Het percentage dat in de overeenkomst komt, moet ook helder zijn voor degene die de gunning krijgt. Naar verwachting valt de aanbesteding valt binnen de M2O-grens. Dat staat in elk geval in de stukken. Zij gaat het na. De signalen dat het bij de Diamantgroep niet zo goed zou gaan, zijn bij de gemeente (nog) niet bekend. Dat gaat de wethouder na. Wanneer er daarvoor aanleiding is, gaat ze met de Diamantgroep in gesprek.
De heer Van Vugt komt terug op de opmerking van de wethouder dat ze hoopt en wenst dat de mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan de slag kunnen blijven. Spreker gaat ervan uit dat de nieuwe opdrachtnemer die mensen in dienst zal moeten nemen. En dat dit punt een geborgd onderdeel vormt van de aanbestedingsregels. De wethouder antwoordt. zij gaat kijken wat van belang is voor deze groep medewerkers. Kijken hoe we dat het beste voor de lange termijn vorm kunnen geven. Dat kan zijn dat ze overgaan naar het nieuwe bedrijf dat het groenonderhoud gaat verzorgen. De heer Van Vugt veronderstelt dat het overgaan naar de nieuwe opdrachtnemer een wettelijk recht is van de betreffende mensen. Klopt dat? De wethouder antwoordt. Zij weet niet of dat klopt. Tweede termijn Mevrouw Schuermans heeft geen opmerkingen meer. De heer Van Laerhoven is benieuwd hoe de andere fracties kijken naar de keuze die men heeft, het uitvoeren van het werk en het percentage mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het is misschien wel mooi dat we dat percentage op 100 willen hebben, maar de vraag is of de praktijk niet in de weg zit. Wat is een acceptabele afweging? Mevrouw Frankemölle geeft aan dat het groen natuurlijk goed onderhouden moet worden. Tegelijkertijd leent deze sector zich ervoor om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten. Het moet in balans zijn.
Laat het college maar nadenken over een percentage. De heer Van Vugt denkt dat de balans vanzelf wel tot stand komt. Tot nu toe is het groenonderhoud door deze doelgroep gedaan. Er is geen sprake geweest van grote kwaliteitsproblemen. Wanneer het werk weer door die doelgroep gedaan gaat worden, moeten we het percentage SROI zo hoog mogelijk leggen. Mocht uit de aanbesteding blijken dat niemand dit goed invult, dan komt er een tweede aanbesteding. De heer Van Laerhoven vraagt of hij het goed begrepen heeft dat, wanneer we er met het percentage niet uitkomen, er een tweede aanbesteding plaatsvindt met een ander percentage. De heer Van Vugt antwoordt bevestigend. Dan haal je binnen wat je wil. Namelijk die mensen de mogelijkheid op werk bieden. Veel andere opties dan groenonderhoud zijn er voor die mensen niet. Mevrouw Vervaet kan zich vinden in de woorden van mevrouw Frankemölle. Het is belangrijk dat de groep die nu het groenonderhoud doet, het kan blijven doen. Het is echter niet het enige in de aanbesteding. Zij weet niet of de aanbestedingsprocedure zo werkt als nu wordt gezegd. Mevrouw Levens heeft geen vragen of aanvullingen. Mevrouw Van der Meer wil dat het in dienst hebben dan wel nemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een van de eisen is in het aanbestedingspakket. De heer Van Laerhoven is het eens met de laatste woorden.
Dat geeft een goede richting mee aan de wethouder in het contact met het inkoopbureau. Hij hoopt daarover snel duidelijkheid te krijgen. Zeker voor de mensen die nu bij de Diamantgroep werken. De voorzitter stelt vast dat de RIB voldoende is behandeld. Daarmee is de discussie over het onderwerp 14
gesloten. 8. Rondvraag en sluiting De voorzitter geeft nu ruimte voor de rondvraag. Mevrouw Frankemölle geeft aan het initiatief te nemen om een brief op te stellen om naar de RvT te sturen. Het concept stuurt zij ook naar de andere fracties. Vandaag is ze gebeld door de bestuurder van SCMO dat het nieuwe subsidiekader basisondersteuning 20232026 is vastgesteld. Ze heeft er nogal wat zorgen over. Er zijn nog veel onzekerheden. De vraag aan de wethouder is hoe het nu verder gaat. Heeft men contact met het SCMO? Er schijnt ook nog een andere organisatie problemen op dit punt te hebben. Wethouder Doremalen is van de situatie op de hoogte. Het gaat om een collegebesluit. Het heeft te maken met de samenwerking tussen de verschillende partijen bij de basisondersteuning niet optimaal is. Op dat punt moet een extra slag gemaakt worden. Er is voor gekozen om een van de partijen waarvan de visie het beste bij de subsidie aansluit een totaalplan te laten maken. Wel samen met de andere partijen. Dat plan wordt weer door het college beoordeeld. De zorgen zijn bekend. Het gaat om een nieuwe situatie. Dat is lastig voor degene die het betreft. Met SCMO heeft de wethouder al een gesprek gevoerd. Een vervolggesprek is gepland. De zorgen bij de andere organisatie zijn ook bekend. Er worden ambtelijke contacten gelegd om die weg te nemen.
Mevrouw Frankemölle vraagt de wethouder om de raad op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Het gaat om veel geld dat men goed wil inzetten. Wethouder Doremalen zegt dit toe. De heer Van Laerhoven is benieuwd wat er bedoeld wordt met basisspelers. Waar gaat het eigenlijk over? Wethouder Doremalen neemt de context en de achtergrond mee bij het op de hoogte houden van de raad over de ontwikkelingen. Men kan ook een en ander terugvinden bij de collegebesluiten in april. De heer Van Vugt is benieuwd hoe het staat met de uitvoeringsagenda van het koersdocument sociaal domein. Het koersdocument is vorig jaar vastgesteld. De uitvoeringsagenda zou in het voorjaar gereed zijn. Het is fijn dat men die agenda krijgt voordat de perspectiefnota wordt besproken. Dan weten we waar we staan en om de financiële consequenties te kunnen overzien. Wethouder Doremalen meldt dat er hard aan de uitvoeringsagenda gewerkt wordt. Het voornemen is om in de volgende commissievergadering een toelichting over de uitvoeringsagenda te geven. De griffier geeft aan dat dit eigenlijk te laat is. Wethouder Doremalen blijft bij het voornemen. Dan komt er ook een korte presentatie over. De heer Van Vugt vindt een presentatie tijdens een vergadering wat anders dan tevoren een schriftelijk stuk krijgen. We moeten de consequenties van de uitvoeringsagenda wel meenemen in de perspectiefnota.