CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

concept-verslag raadscommissie Ruimte d.d. 31-05-2022

Raadscommissie Ruimte 5 juli 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Vaststellen verslag vergadering d.d. 31 mei 2022 + actielijst8.614 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag naar aanleiding van de openbare vergadering van de raadscommissie Ruimte, gehouden op dinsdag 31 mei 2022, aanvang 19.30 uur. voorzitter: griffier: leden:

tevens aanwezig:

de heer W. Broeders mevrouw S. van Dijk mevrouw A. Krol en de heren F. Beterams, A. ten Cate, C. Cornelissen, B. van Enschot, T. van Gageldonk, M. van Haperen, R. van Iersel, D. van Loenhout, P. von Meijenfeldt, S. Schoenmakers, D. Vermorken en J. Wouters de heren C. Machielsen en M. Scheifes (beiden wethouders)

1. Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.30 uur en heet alle aanwezigen en kijkers welkom. 2. Inventarisatie spreekrecht Er hebben zich geen insprekers gemeld. 3. Vaststellen definitieve agenda De heer Vermorken meldt technische vragen te hebben gesteld over agendapunt 6. Uit de beantwoording blijkt dat de inhoudelijke discussie bij de Turap wordt gevoerd. Het voorstel is dan ook dit punt van de agenda te verwijderen. Men gaat die discussie nog met elkaar voeren, maar dat hoeft niet twee keer te gebeuren. De voorzitter constateert dat de andere fracties geen bezwaar hebben. Daarmee komt agendapunt 6 te vervallen. De agenda wordt met deze wijziging vastgesteld. 4. Verslag vergadering raadscommissie Ruimte d.d. 19 april 2022 + actielijst commissie Ruimte De voorzitter begint met een kleine toelichting. Eind 2021 is afgesproken dat de notulen beknopt zouden zijn. Door druk op de griffie zijn ze nu wat uitgebreider. Na de zomer komt de beknopte versie weer terug. Het verslag van de betreffende vergadering wordt ongewijzigd vastgesteld. De heer Van Haperen meldt dat actiepunt 479 van de lijst af mocht (pagina 1). Het punt staat echter nog wel op de actielijst. Mevrouw Krol merkt op dat op pagina 6 staat dat het actiepunt over de geurgebiedsvisie is afgerond. In de commissie wilde een meerderheid van de partijen een uitgebreid debat over dit onderwerp.

Om het in een bredere opzet te bespreken en om de kaders te kunnen stellen voor de visie naar de raad komt. Spreekster wil wel graag dit debat in de commissie voeren. Men wil graag een RIB voorafgaand aan het raadsvoorstel over dit onderwerp. Graag een toezegging van de wethouder in deze. De voorzitter geeft aan de vraag mee terug te nemen naar het presidium om te kijken of men er een moment voor kan vinden. Aangezien er verder geen opmerkingen zijn wordt het verslag met de geplaatste kanttekeningen vastgesteld. De actielijst is met de nieuwe wethouders onder de loep genomen. Enkele data zijn toegepast of aangepast. Wethouder Machielsen wil graag een paar punten toelichten. Wethouder Machielsen begint met actiepunt 126. Het verzoek aan de commissie is om dit overzicht eenmaal per jaar te willen ontvangen net als in beide andere gemeenten in ABG. Dat heeft ook te maken met de capaciteit op de afdeling. Mevrouw Krol denkt dat eenmaal per jaar wel bespreekbaar is. Echter, het overzicht pas in Q4 is veel te laat. Direct na de zomer komt het bestedingsrapport bij de raad. Daarvoor worden eerder de plannen opgehaald. Dan is het verstandig dat men als de commissie de plannen heeft doorgenomen. Het voorstel is om dit overzicht nog voor de zomer te bespreken. 1

De heer Vermorken kan zich vinden om het overzicht eenmaal per jaar te bespreken. Maar dan wel in het voorjaar. Ook omdat men in het voorjaar spreekt over de grondexploitaties. Dan kan men een debat over alle aspecten tegelijkertijd voeren. De voorzitter merkt op dat de zomer al erg aanstaande is. De cyclus voor de zomer is eigenlijk al rond. Mevrouw Krol brengt naar voren dat de commissie het agendapunt niet heeft verschoven. Het was al geagendeerd voor mei. Het is van belang het voor de zomer te bespreken omdat in september de plannen worden opgehaald. De heer Van Iersel vindt een overzicht eenmaal per jaar heel goed, mede vanwege de druk op het ambtelijk apparaat. Is er nog ruimte voor de zomer? Of kan men met de informatie die men heeft, richting geven aan het verstedelijkingsakkoord? De heer Von Meijenfeldt kan zich vinden in een overzicht eenmaal per jaar. Maar dan wel eerder dan in het laatste kwartaal, omdat in het eind van het jaar ook de prestatieafspraken met Leystromen gemaakt moeten worden. Wethouder Machielsen brengt naar voren dat in het verstedelijkingsakkoord alle plannen staan die men heeft, dan wel waar men mee bezig is. Dat hoeft dus niet het probleem te zijn. De wethouder wil proberen om het overzicht zo snel mogelijk te leveren. Voor de zomer lukt dat sowieso niet.

Mevrouw Krol wijst de wethouder er op dat in het bestedingsakkoord staat dat er voor het einde van het jaar een handtekening moet staan onder de plannen. In oktober komt men de plannen ophalen. Voor die tijd moet de raad de kaders hebben aangegeven. De heer Vermorken denkt niet in de knel te komen met het verstedelijkingsakkoord. Er komt nog een discussie over de grondexploitaties. Daar staan bijna alle plannen al in. De vraag aan de wethouder is of men het in de komende jaren wel kan combineren met het meerjarenprogramma. Dat geeft een betere discussie. De heer Van Haperen pleit ervoor om het dashboard na het zomerreces aan te bieden; ondanks de beperkte ambtelijke capaciteit. Wanneer men naar het voorjaar wil, dan moet er ook de ruimte zijn om dat te bespreken. Wethouder Machielsen vindt het logisch om het overzicht prioritering woningbouw te bespreken in samenhang met de grondexploitaties. Voor de komende jaren moet dat kunnen. Dan actiepunt 393. Het college verzoekt om hier geen prioriteit aan te geven. De beperkte capaciteit kan beter ingezet worden. Men verwacht ook niet dat de evaluatie inhoudelijk veel zal opleveren. Het voorstel van het college is om dit actiepunt van de lijst af te halen. Mevrouw Krol vindt van de lijst af te halen te ver gaan. Al een paar jaar geleden is tot de evaluatie besloten. Men is benieuwd naar de huidige status.

Aan de hand van het aantal aanvragen zou men toetsen of de verordening zinvol is. De heer Vermorken vraagt of het klopt dat met de inwerkingtreden van de Omgevingswet de Wro ook vervalt. Zo ja, dan hoeft men de discussie eigenlijk niet meer te voeren. En, zo ja, dan mag het punt ook van de actielijst af. Wethouder Machielsen denkt dat wat de heer Vermorken aangeeft inderdaad het geval is. De wethouder gaat het checken en komt erop terug. De heer Ten Cate denkt dat de wethouder het juiste antwoord heeft gegeven. De heer Van Loenhout steunt het verzoek van de wethouder gezien de discussie om het punt van de lijst af te voeren. Mevrouw Krol wil wanneer het punt toch van de lijst afgaat, toch weten in hoeveel gevallen er gebruik van is gemaakt de afgelopen jaren. Wethouder Machielsen gaat verder met actiepunt 404. Het college verzoekt aan die actie geen prioriteit te geven. De beperkte ambtelijke capaciteit is ook hier de onderliggende reden. Het komt bovendien als verplichting bij de invoering van de Omgevingswet. De heer Vermorken geeft aan dat de omgevingsdialoog door de Omgevingswet alleen nog maar belangrijker wordt. Men zou juist evalueren of de afspraken die gemaakt zijn over de wijze waarop de dialoog gevoerd moet worden, wanneer schriftelijk en wanneer fysiek, voldoen in relatie tot projecten. 2

Omdat de raad hecht aan burgerparticipatie is de evaluatie van belang voor de opzet van de omgevingsdialoog binnen de Omgevingswet. De heer Van Haperen kan zich inhoudelijk aansluiten bij de vorige spreker. Men is benieuwd naar het antwoord. Daarnaast een punt van orde. Het college wil voor de aantal acties de prioriteiten anders leggen. Dat doet men nu in een mondelinge discussie bij de behandeling van de actielijst. Die discussie loopt al bijna twintig minuten. Eigenlijk had spreker een memo of een mail verwacht over het verleggen van de prioriteiten (met uitleg) zodat men dit in de fractie had kunnen bespreken. Mevrouw Krol kan zich zowel vinden in de woorden van de heer Vermorken als in die van de heer Van Haperen. De evaluatie is van belang, maar het is ook belangrijk dat men de verlegging van de prioriteit bij de verschillende acties in de fractie kan bespreken. Normaal wordt een verschuiving op de actielijst schriftelijk toegelicht. De voorzitter is het eens met het ordevoorstel. De wethouder kan de vraag van de heer Vermorken nu beantwoorden. De nog resterende actiepunten die het college wil verwijderen graag in een memo vermelden met een korte toelichting per actiepunt. Wethouder Machielsen gaat kijken hoe men de evaluatie het beste vorm kan geven. Op de planning ervan komt de wethouder terug.

De heer Van Haperen merkt op dat de wethouder al een aantal keer ‘gebrek aan capaciteit’ naar voren heeft gebracht. Moet men dan opnieuw in de volgende commissie het gesprek aangaan over het verleggen van prioriteiten? Moet er capaciteit bij? Gisteravond is aangegeven dat de capaciteit redelijk op orde is. De voorzitter stelt voor eerst het memo de wethouder af te wachten over het afvoeren van actiepunten van de lijst. De heer Vermorken merkt op dat actie 473 vraagt om een toezegging die uitgevoerd moet worden voor de behandeling van de perspectiefnota. Dat is essentieel voor de raad om de kaders voor die nota te kunnen stellen. Dit kan niet wachten tot de volgende commissievergadering. Wethouder Machielsen geeft aan dat er technisch geen noodzaak is om de Marijkestraat nu aan te pakken. Wil de raad daar toch actie ondernemen dan is daar een budget van ongeveer 675.000 euro voor nodig. Dat zit niet in de begroting en het college ziet er ook geen ruimte voor. De heer Vermorken merkt op dat dit schriftelijk afgedaan had kunnen worden. Graag over dit punt een schriftelijke mededeling zodat men dit bij de perspectiefnota kan betrekken. De voorzitter memoreert nog een keer het komende memo over alle actiepunten waarvan het college de prioriteit wil veranderen. Mevrouw Krol heeft nog een vraag over actiepunt 437. Dat punt ligt er ook al heel lang. Deelname is al eens onderzocht.

Daaruit moet toch blijken of deelname wel of niet mogelijk is. Waarom moet de commissie wachten tot Q4 om meer duidelijkheid te krijgen? De voorzitter stelt voor dat de wethouder daar ook in het memo op terugkomt. De heer Van Haperen zou van de wethouder dan ook willen weten in welke cyclus men het actiepunt kan verwachten. De voorzitter stelt vast dat de vraag duidelijk is. De wethouder zal deze ook beantwoorden in het memo. Hiermee is het punt actielijst afgehandeld.

5. Raadsvoorstel tot instemmen met de begroting 2023 inclusief de meerjarenraming 2024-2027 van de Omgevingsdienst Midden en West Brabant (OMWB) en kennisnemen van de jaarstukken 2021 De voorzitter legt kort de nieuwe werkwijze bij de behandeling nog eens uit. In de eerste termijn kan men een standpunt duidelijk maken en men kan eventueel vragen stellen aan de portefeuillehouder en aan elkaar. Interrupties zijn niet toegestaan, behalve wanneer een antwoord van de portefeuillehouder onduidelijk is. In de tweede termijn kunnen de commissieleden een onderling debat voeren. Wanneer fracties op onderdelen niet het woord willen voeren, past in de nieuwe structuur. De heer Van Gageldonk brengt de passage naar voren over de toename van geluid en trillingen. Wellicht een punt van aandacht dat de raad moet vasthouden. De gemeente zit nogal met wat geluid en trillingen. Voor de rest een prima stuk. 3

De heer Van Loenhout stelt dat het standpunt van zijn fractie over gemeenschappelijke regelingen vrij helder is. De invloed van de gemeente daarop is bijzonder laag. Vanuit dit gezichtspunt heeft men geen inbreng op de jaarstukken en de begrotingen. De heer Ten Cate stemt in met het niet indienen van een zienswijze. Het positieve resultaat in 2021 is mooi. Zorgen zijn er ten aanzien van de stijging van de personele lasten. Hoe die stijging zal verlopen is nog onduidelijk. De heer Schoenmakers is positief over de voorgelegde stukken. Nog wel een puntje. In 2023 treedt de Omgevingswet in werking. Dat betekent dat de kosten van de omgevingsdienst kunnen oplopen, omdat men in het kader van die wet een aantal taken moet gaan uitvoeren. De kosten daarvoor zijn niet in de meerjarenraming opgenomen. Er is ook geen stelpost voor opgenomen. Men praat over meerkosten zonder daarvoor een reservering te treffen. De gemeente zelf heeft evenmin en reservering getroffen. Kan de wethouder aangeven waarom het college akkoord gaat met deze onvoorspelbare aanpak? En een vraag aan de andere partijen. Hoe kijkt men aan tegen het opnemen van een reservering in de begroting van de OMWB voor 2023 in verband met de Omgevingswet? En om in de eigen gemeentelijke begroting daar ook rekening mee te houden. Opmerkingen/beantwoording vragen  Zorgen over extra kosten heeft iedereen wel.

Wethouder Machielsen neemt dat punt mee naar de OMWB met de vraag of voor de gevolgen van de Omgevingswet gelden moeten worden gereserveerd . Anderzijds worden de huidige werkzaamheden binnen de Omgevingswet voortgezet onder een andere noemer. Om die reden zouden de extra kosten best mee kunnen vallen. De heer Schoenmakers vraagt of hij de wethouder heeft horen zeggen dat werkzaamheden die in het kader van de Omgevingswet van de ABG overgaan naar de omgevingsdienst, een min of meer kostenneutrale zaak is. De wethouder geeft aan het reserveringspunt mee te nemen naar de OMWB. Echter, wanneer men op dit punt iets wil, dan moet de raad een zienswijze indienen. Hoe zien de andere commissieleden dit? Opmerkingen/beantwoording vragen  De verwachting is dat er niet heel veel extra kosten op de gemeente afkomen. Alleen wanneer er taken bij komen, voor ABG of voor de gemeente, dan is de verwachting dat er vanuit het Rijk ook geld bij komt. Tweede termijn De voorzitter meldt dat het gaat om de vragen die door D66 zijn gesteld. De heer Van Gageldonk brengt naar voren dat zijn fractie geen voorstander is van het maken van grote reserveringen. De heer Vermorken is er geen voorstander van om een zienswijze in te dienen bij de omgevingsdienst over hoe men omgaat met de wettelijke taken. Men ziet wel wat de kosten zijn wanneer die taken moeten worden overgedragen.

Omdat het wettelijke taken betreft, heeft men er geen invloed op. Een zienswijze verandert daar niets aan. Dus gewoon afwachten. De heer Ten Cate brengt naar voren dat in geval men gaat reserveren men ook moet weten hoeveel men moet reserveren. Dit laatste is op dit moment niet mogelijk. Dus geen reservering. De heer Schoenmakers geeft aan dat zijn vragen beantwoord zijn. Het college denkt dat er niet veel kosten bij zullen komen. Is het anders, dan hoort men dat te zijner tijd. De voorzitter constateert dat het agendapunt met deze tweede termijn is afgehandeld en dat het als hamerstuk naar de raad kan. De voorzitter stelt vast dat er eigenlijk geen vragen gesteld zijn. Misschien kan de wethouder iets doen met de suggesties? 6. RIB Amendement kosteloos energieadvies Dit agendapunt is vervallen omdat de inhoudelijke discussie over de problematiek op een later moment nog wordt gevoerd. 4

7. RIB Biodiversiteit De voorzitter brengt naar voren dat de RIB wordt behandeld op verzoek van Gemeentebelang. Die fractie krijgt zo als eerste het woord. De behandeling vindt plaats in twee termijnen. In de eerste termijn kan men vragen stellen. Interrupties zijn niet mogelijk. De heer Beterams hoort graag van de andere partijen welke van de genoemde kansen prioriteit hebben. Dat kan de richting bepalen voor het nog op te stellen groenplan. Wat is het tijdpad voor het op te stellen groenplan? Op welke wijze kan de raad hiervoor kaders stellen? In de notitie is sprake van drie gebieden. Zijn fractie is er een voorstander van om te beginnen met de woonkernen. Hij wil ook graag dit jaar starten met een pilot. Daar kan men lering uit trekken en er kan een positieve invloed vanuit gaan. Graag de mening van de andere fracties over beide punten. In de notitie wordt bij de diverse partijen de doelgroep hoveniers, groenwinkels, tuincentra en dergelijke gemist . Kan de wethouder toezeggen dat deze doelgroep ook wordt meegenomen als een van de partners? Als laatste, kan men eigenaren van platte daken verplichten deze te vergroenen? Bijvoorbeeld door dit bij de bouw of in het bestemmingsplan aan te geven. De heer Ten Cate vindt natuurlijk de woonkernen belangrijk. Echter, ook de bedrijverterreinen. Daar gaat het vaak om grote oppervlaktes, die veel warmte voortbrengen.

De heer Van Iersel heeft gelezen dat er al veel activiteiten zijn. Het kan natuurlijk altijd beter. Men is er een voorstander van om te kijken naar projecten waar een win-winsituatie is te scheppen. We moeten ook bewoners bewust maken hoe ze bij kunnen dragen aan de biodiversiteit. Wat men het eerst gaat doen ligt bij de ambtelijke organisatie. Waar zijn de kansen? Mevrouw Krol kan het eens zijn met de naar voren gebrachte suggesties. Een groot aantal goede initiatieven is al in de nota opgenomen. Men kan er ook nog denken aan 10% van de landbouwgrond voor biodiversiteit te reserveren. Wanneer dat geld kost, dan moet men daar over praten. Belangrijker is dat men als raad de kaders gaat bepalen voor de biodiversiteit. Zijn de andere partijen het er mee eens om eerst de kaders vast te stellen, te kijken wat het meest effectief is, om daarna te bepalen hoe men de inwoners erbij wil en kan betrekken. Meetbare doelen om achteraf te kunnen vaststellen wat effectief was. Spreekster voelt wel voor de voorgestelde pilot. Dan kan men zien of de kaders werken. De heer Von Meijenfeldt denkt dat men het allemaal niet te ingewikkeld moet maken. Er ligt nu een goede nota voor. Complimenten. Biodiversiteit is een centraal thema voor de komende periode. De nieuwe coalitie moet het groene beleid vormgeven.

Daarmee kan men de belofte inlossen van jaren terug om zich meer in te zetten voor het voortbestaan van soorten dieren en planten. Dat is helaas in de gemeente nog te weinig van de grond gekomen. Men moet nu de discussie aangaan met de bewoners over wat voorligt. Op basis daarvan kan de raad de discussie aangaan hoe het verder moet. Graag wel meer inzicht over de procedures die men gaat volgen. Met name wanneer men de resultaten van de discussies kan verwachten. Verder moeten we kijken naar de grootste kansen op biodiversiteit. En waar de meeste kansen liggen. De ruimtelijke plannen bieden volgens spreker de beste kans om actie te gaan ondernemen. Daar is ook het financiële kader aanwezig. Als laatste; op pagina 13 bij punt 6.4 wordt gewezen op een presentatie. Hopelijk is daarmee bedoeld dat er een handreiking komt om tot biodiversiteit te komen. De heer Van Loenhout ziet de nota als een discussienota. Het gaat over een enorm belangrijk onderwerp. De vraag aan de wethouder is welke financiële mogelijkheden er zijn. Dat bepaalt het ambitieniveau. Welke stappen kan men nu verwachten en hoe betrekt men de inwoners erbij? De heer Van Enschot stelt dat de inhoud van de nota niet ter discussie staat. Dat onderstreept men. In verband met de capaciteit moet men kijken wat men zonder extra inspanningen kan doen. Dat is de eerste stap. Ten tweede moet men zorgen voor bewustwording.

Dan betrekt men de inwoners erbij tegen geen of lage kosten. Dit zijn de belangrijkste punten waarmee men mee moet beginnen. Opmerkingen/beantwoording vragen  Wethouder Machielsen constateert dat de commissie positief is over de nota.  Qua prioriteiten komen alle locaties voorbij, maar met een accent op woonkernen en industriegebieden.  De eerste stap die men neemt komt in juli; namelijk de perspectiefnota. Daarbij gaat het over het geld dat de gemeente beschikbaar heeft om iets te kunnen gaan doen. Daarna kan men het groenplan uitwerken. Dat komt in oktober. 5

  

Hij heeft goede suggesties gehoord, zoals hoveniers en tuincentra meenemen als partners. Die neemt hij mee. We moeten niet eerst een groenplan maken om daarna een keuze te maken uit de diversiteit. Wanneer je met iets aan de gang gaat, doe het dan goed en maak het af. Zo denkt het college erover. Aan het einde van het jaar is er meer duidelijkheid over wat we kunnen en willen doen in het kader van het groenplan. Er moeten afwegingen worden gemaakt waarmee men goed aan de slag kan.

Mevrouw Krol denkt dat de wethouder haar verkeerd begrepen heeft. Het ging niet over bestaande of al voorgenomen plannen, maar over de extra plannen die men wil doen. De wethouder heeft aangegeven dat, nadat de financiën bekend zijn, men het groenplan wil uitwerken. Daarbij mist spreekster de stap om met de inwoners aan tafel te gaan. Van hen vraagt men veel. Daarnaast, wanneer kan de raad aan de voorkant van het groenplan nog iets meegeven? Misschien zit dat in de uitwerking van het groenplan, maar dat wil men wel gespecificeerd weten. Opmerkingen/beantwoording vragen  Wanneer en hoe men de stappen gaat zetten binnen een groenplan, is afhankelijk van de financiële kaders die het college meekrijgt. Meer financiële ruimte geeft ook meer mogelijkheden om de inwoners erbij te betrekken. Een goed plan is één, maar de financiële kaders bepalen hoe men verder kan. Daar kan dan samen met de raad over worden nagedacht. De heer Beterams mist nog het antwoord op de vraag over de platte groene daken. Opmerkingen/beantwoording vragen  Het gebruik van platte daken voor groen is niet afdwingbaar. Dan moet eerst beleid voor zijn. En dan nog blijft het lastig. Tweede termijn De heer Beterams dankt voor alle antwoorden. Uiteraard bestaan er in de gemeente veel prioriteiten. Hij stelt toch voor om nu al actie te voeren voor biodiversiteit.

Daarom de concrete vraag of andere partijen kunnen instemmen om dit jaar te starten met vier planvlakken en om daarbij inwoners actief te betrekken. Hij ziet dit als een pilot. Dat kan ook als motie in de raad worden inbracht. Mevrouw Krol sluit zich aan bij de suggestie van de pilot. Dan weet je waar je tegen aan loopt. Dan merk je wat wel en niet werkt. Daar moet toch draagvlak voor zijn. Men moet actief aan de gang om de inwoners mee te krijgen. De heer Van Iersel hoort mooie opmerkingen als pilots, extra dingen doen en mensen te activeren, maar we moeten wel de goede weg kiezen en de financiële middelen hebben om dat te doen. We moeten een goed plan maken met een eerlijk verhaal dat financieel goed onderbouwd is. Dat geldt zowel voor de raad als voor de inwoners. Mevrouw Krol denkt dat het verhaal van de heer Van Iersel sterker zou zijn, als die wel voor de pilot zou gaan. Wanneer men op een later moment voluit wil gaan is duidelijk, maar wanneer het geld er is om eerst te testen in het klein, is dat logisch. Dan kunnen we vaststellen of iets werkt. De heer Vermorken is verbaasd over de opmerking dat tegels niet meer verkocht mogen worden. Hoe kan men zoiets doen? Mevrouw Krol denkt dat je als gemeente ook kunt zeggen tegen burgers dat men de tegels zelf gratis naar het afvalstation kan brengen, dan wel dat de gemeente ze gratis komt ophalen.

Dat is iets om de mensen te stimuleren om de tegels uit hun tuin te halen. Het is stimuleren en geen verbieden. De heer Vermorken constateert dat het standpunt socialistisch liberaal is. De heer Von Meijenfeldt is niet tegen pilots, maar het gaat er meer om om een bepaalde stroming op gang te krijgen. Men moet zo snel mogelijk een handreiking geven om de biodiversiteit te bevorderen. Dan kan de burger er ook mee aan de slag. Hij is er een voorstander van dat zo’n handreiking wordt opgesteld.

6

Mevrouw Krol vraagt of de vorige spreker doelt op het deltaplan biodiversiteitsherstel. Zitten daar elementen in die men kan gebruiken? De heer Von Meijenfeldt denkt dat het deltaplan behulpzaam kan zijn. Daar staan praktische toepassingen in die op inwonerniveau mogelijk zijn. De heer Beterams hoort veel plannen. Er is sprake van een budget van 15.000 euro. Laten we daarmee starten. Vier planvakken aanwijzen en daarmee aan de slag gaan. Dat is alles wat hij vraagt, al dan niet via een motie. De heer Von Meijenfeldt vraagt of de vorige spreker doelt op een vlak dat is aangelegd op de Nassaulaan? Een mooi voorbeeld van waar de heer Beterams op doelt. De heer Beterams denkt dat dit een idee zou kunnen zijn. Mogelijk zijn er nog andere locaties. We moeten uitzoeken wat er wel of niet werkt. Mevrouw Krol vraagt waar de heer Von Meijenfeldt precies op doelt. De tegelwerpwedstrijd? De heer Von Meijenfeldt geeft aan dat het om dit soort praktische zaken gaat. De heer Van Loenhout vindt dat het voorstel van de wethouder de enige logische keuze is. Eerst de perspectiefnota bespreken om te kijken hoeveel geld er beschikbaar is. Om vervolgens te bepalen wat we met dit geld allemaal kunnen doen. Als commissie wil men het maximale resultaat met het geld dat men heeft.

Het idee van Gemeentebelang is aardig, maar spreker heeft de vrees dat men voor de troepen uitloopt waardoor het maximale resultaat niet wordt gerealiseerd. Wil men het maximale resultaat behalen dan moeten inwoners zelf initiatieven ontplooien en participeren. Mevrouw Krol denkt dat een pilot, dat men informatie ophaalt bij de inwoners, wel leerzaam is. Vanzelfsprekend komen dan ook de algemenen dingen daarin terug. Echter, veel zaken zijn toepasbaar bij meerdere projecten. Het voorstel is om toch eerst een pilot te doen om er zeker van de te zijn dat de rest van het geld heel effectief wordt ingezet. De heer Van Loenhout denkt dat je op deze manier iets gaat doen wat je juist niet moet doen, namelijk iets opdringen aan de bevolking. Het moet juist andersom zijn. De bewoners moeten aangeven wat zij van een pilot verwachten. Wat er gedaan moet worden. Dan nog kun je geen integrale afweging maken, omdat je moet weten hoeveel geld er beschikbaar is en welke plannen er zijn. Men wil maximale resultaten tegen minimale budgettaire inspanning. Mevrouw Krol bedoelde met de pilot een manier om ideeën vanuit de inwoners te verzamelen. Bevordering van de biodiversiteit moet natuurlijk vanuit de inwoners komen. Natuurlijk moet je ook weten hoeveel geld er beschikbaar is. Wanneer dat bekend is wil zij daarvan een klein bedrag gebruiken voor de pilot. Daar kunnen we van leren.

Voor het grootste deel zal wat men eruit leert bij de meeste projecten toepasbaar zijn. De heer Van Loenhout vindt de verduidelijking positief. Wanneer de kaders helder zijn, kun je een goede discussie voeren over wat prioriteit moet hebben. Een pilot zou een onderdeel van die discussie kunnen zijn. Echter, we moeten eerst afwachten wat het beschikbare budget wordt en welk scala aan mogelijkheden eer zijn. Dan kan men de discussie aangaan. De heer Ten Cate merkt op dat er over geld en het stimuleren van inwoners gaat. Dan moet je ook de nodige aandacht geven aan mensen met een kleine beurs. Tegels eruit en planten erin, kost ook geld. De heer Beterams hoorde tijdens de eerste termijn de heer Van Loenhout zeggen dat hij biodiversiteit heel belangrijk vindt. Dat je specifiek moet zijn richting inwoners. Maar inwoners zelf zijn ook specifiek. Die zullen vooral zeggen wat de gemeente moet doen. Wanneer je het goed bekijkt, kun je volstaan met een oproep aan de inwoners om aan te geven welk plantvak de gemeente aan moet pakken. Uit de reacties kiest je gewoon een plantvak. Kan Groen Gilze en Rijen een motie steunen die deze gedachte verwoordt? De heer Van Loenhout antwoordt dat zijn fractie dit op dat moment moet bekijken. Mevrouw Krol hoort de heer Van Loenhout zeggen dat geld een kader is. Echter, als coalitiepartner heeft Groen Gilze en Rijen daar toch grote zeggenschap over.

Zeker wanneer de coalitie een groot belang hecht aan biodiversiteit. Waarom reageert de heer Van Loenhout dan zo aarzelend? De heer Van Loenhout denkt dat mevrouw Krol best snapt dat hij gaat proberen een mooi budget vrij te maken voor biodiversiteit. Hopelijk ondersteunt D66 dat. Belangrijk in die discussie is, dat hij een maximaal resultaat wil behalen. Het budget dat er uiteindelijk zal komen, zal niet het budget zijn wat men eigenlijk zou willen. Dus een maximaal resultaat realiseren met de beschikbare middelen. Dat kun je pas bekijken op het moment dat je weet wat het budget is. Na bepaling van de doelen kan je kijken welke maatregelen je 7

gaat nemen. De heer Vermorken constateert dat de heer Van Loenhout duidelijker inzicht krijgt bij de perspectiefnota. Wat houdt dat inzicht in en kan hij er een bedrag aan hechten? De heer Van Loenhout antwoordt dat dit op dit moment niet kan. De heer Vermorken brengt naar voren dat het de heer Van Loenhout is die in het openbaar begint over de onderhandelingen over de begroting en de perspectiefnota. Blijkbaar zijn het woorden zonder euro’s. Mevrouw Krol vindt de opstelling van de heer Van Loenhout nogal afwachtend. Verwacht was dat zijn partij de importantie en de urgentie van de biodiversiteit zou zien. Dat men zou willen doorpakken. Die opstelling mist spreekster. De heer Van Enschot is benieuwd wat er gebeurt wanneer er geen budget komt. Ontwikkelt men dan ook helemaal niets met betrekking tot dit onderwerp? Dat er discussies gevoerd moeten worden over budgetten en over prioriteiten is begrijpelijk. Maar, er is een aanpak waar je mee kan starten. Die geen geld kosten. Nu is men aan het discussiëren en vertragen. De voorzitter brengt naar voren dat een discussie over budgetten plaatsvindt bij de behandeling van de perspectiefnota. De heer Beterams vraagt of de conclusie gerechtvaardigd is dat de VVD meegaat met de motie. De heer Vermorken geeft aan dat hij dit zal afwegen bij de behandeling van de perspectiefnota.

De voorzitter concludeert dat er voldoende over het agendapunt is gesproken. De discussie is gesloten. 8. RIB Uitvoeringsagenda programma duurzaamheid De voorzitter brengt naar voren dat de RIB wordt behandeld op verzoek van Gemeentebelang. Die fractie krijgt zo als eerste het woord. De behandeling vindt plaats in twee termijnen. In de eerste termijn kan men vragen stellen. Interrupties zijn niet mogelijk. De heer Van Haperen heeft het punt laten agenderen omdat hij trots is op het jaarverslag en alles wat erin benoemd staat. Hij wil bij de actualisatie van het Koersdocument de doorontwikkeling zien naar buiten toe, om daar ook extra stappen te zetten. Intern is de gemeente al ver gevorderd op het punt duurzaamheid. Nu moet de focus liggen op het betrekken van de inwoners om daar acties in gang te zetten. Zijn de wethouder en de andere partijen het hiermee eens? De heer Wouters beantwoordt de vraag van de heer Van Haperen bevestigend. Misschien moeten we wel meer stappen zetten dan in het document staan. Een probleem is dat het netwerkbedrijf (Enexis) bedrijven niet kan aansluiten wanneer die ook energie willen leveren. Zij kunnen alleen zonne-energie gebruiken voor de eigen bedrijfsvoering. De bouw van nieuwe transformatiestations en de vernieuwing van kabels kost tijd.

Wat is de invloed hiervan op de REKS-ambities en -verplichtingen die de gemeente heeft voor 2030 voor het winnen van duurzame energie? Bij de partijen waarmee men overleg pleegt, mist spreker ZLTO. De heer Cornelissen onderschrijft de activiteiten uit het Koersdocument. Mevrouw Krol heeft begrepen dat grote aanvragen voor teruglevering van zonne-energie aan het netwerk geen vergunning krijgen van Enexis. Gaat nu het zonneveld van Toxandria niet door? Wat haar fractie in het document mist, is een vorm van actualiteit. Ten opzichte van vorig jaar is de wereld behoorlijk veranderd. Er wordt extra inspanning gevraagd op het gebied van klimaat en duurzaamheid. De energieprijzen, waaronder die van gas, zullen nog wel blijven stijgen. Dat betekent dat de raad nog eens goed naar de kaders en de prioriteiten moet gaan kijken. Er zal heel veel gevraagd worden van de inwoners, dus het is belangrijk om deze er bij te betrekken, niet alleen het Green Team. Zij wil meer inzetten op brede(re) participatie en meetbare doelen. Een goede evaluatie van acties moet duidelijk maken op welke gebieden er extra inzet moet worden geleverd. De heer Von Meijenfeldt richt zich op de uitvoeringsagenda. De complimenten voor de rapportering. Spreker is van mening dat duurzaamheid en de andere vier ambities die in het stuk staan, een centrale rol moeten vervullen in het gemeentebeleid.

Wat opvalt is dat de ambities in partners en andere samenwerkingsverbanden maar marginaal aan de orde komt. Dat moet duidelijker. De invoering van de Omgevingswet biedt een goede mogelijkheid om via participatie en communicatie samen uitvoering te geven aan de punten die in de uitvoeringsagenda zijn genoemd. Daarvoor graag meer aandacht. De heer Van Loenhout ziet ook voor duurzaamheid een belangrijke rol weggelegd in het gemeentelijk beleid. Wat betreft de uitvoeringsagenda spelen een aantal piketpalen een rol. Uiteraard haalbaar en betaalbaar. Voor de korte termijn is dat vooral isoleren in verband met de energieprijzen. 8

Daarmee kan men al een grote groep mensen helpen. Maar je moet ook goed kijken naar de problemen met de zonnevelden in relatie tot het netwerk. Moeten we nog zonnevelden willen, wanneer bedrijfsdaken niet kunnen worden aangesloten op het netwerk? We moeten natuur inclusief bouwen als standaard nemen. En zorgen voor een goede biodiversiteit. De heer Van Enschot merkt op dat er steeds meer stemmen opgaan om energietransitie en klimaat aan elkaar te koppelen. Is die koppeling ook mogelijk in de uitvoeringsagenda? In de uitvoeringsagenda staat dat er vooral in Gilze en Rijen kansen liggen voor all electric oplossingen betreffende warmtepompen. Dat kan een oplossing zijn voor de toekomst, maar kijk ook naar hybride als goede tussenoplossing. De uitvoeringsagenda moet daarbij aansluiten. Een mooie stap op weg naar een grote besparing en redelijk makkelijk haalbaar gezien de noodzakelijke investering. Kan men de hybride oplossing ook meenemen in de uitvoeringsagenda? Opmerkingen/beantwoording vragen  Goed om te horen dat de raad duurzaamheid naar het volgende niveau wil tillen.  Het is goed om te horen dat men nu de externe stap gaat maken. Dat neemt de wethouder mee voor het nieuwe koersdocument. Daar moet men iedereen bij betrekken, ook mensen met een kleinere beurs.  ZLTO is ook een van de partners die je bij het koersdocument moet betrekken.

 Wat we willen ontwikkelen en bereiken, moet haalbaar en betaalbaar zijn. Dat gaat het college samen met de raad doen. Dat geldt ook voor de biodiversiteit.  Isoleren is de eerste stap voor mensen in het kader van duurzaamheid. De hybride warmtepomp is nog niet het optimale systeem. All electric is wel de toekomst. maar isoleren is de grootste stap. Mevrouw Krol heeft nog een onbeantwoorde vraag over het zonneveld bij Toxandria. Ook een antwoord waarin de wethouder aangeeft iedereen, ook mensen met een kleine beurs, te willen betrekken. Hoe gaat men dat proces via het uitvoeringsdocument inzetten? Wethouder Scheifes komt later terug op de vraag over Toxandria. Het uitvoeringsdocument loopt nog tot 2023. Hoe hij iedereen erbij wil betrekken, weet de wethouder op dit moment niet. Hij komt erop terug, maar het signaal is goed gehoord. De heer Van Enschot geeft aan dat het niet de vraag is isoleren of een warmtepomp. Het eerste punt is altijd isoleren. De gemeente wil overgaan op all electric, daar valt de hybride pomp niet onder. Echter, de hybride pomp kan wel een tussenfase zijn. Zeker nu het kabinet de hybridepomp verplicht wil stellen. Daarom de vraag of het college de hybridepomp wil opnemen in het uitvoeringsprogramma. Wethouder Scheifes geeft aan dat het uitvoeringsprogramma nog samen met de inwoners opgesteld moet worden. De hybridepomp kan dienen als tussenoplossing.

Uiteindelijk is het doel om met elkaar van het gas af te gaan. De heer Van Haperen onderschrijft het punt isoleren. In de sociale woningbouw is nog veel niet geïsoleerd. Is de wethouder bereid om samen met de corporaties een extra stap te zetten om die isolering te versnellen? Dat helpt ook nog om energiearmoede tegen te gaan. Wethouder Scheifes meldt dat de woningbouwverenigingen een partij vormen waarmee de gemeente in gesprek gaat. Mevrouw Krol vraagt wanneer de wethouder op het proces terugkomt. Wil de wethouder van tevoren de kaders met de raad bepalen of is dat een onderdeel van het proces? Wethouder Scheifes kan die vraag nu niet beantwoorden. De wethouder gaat met zijn team kijken wat het ideale proces is. De wethouder heeft goed gehoord wat er gezegd is, namelijk externe partijen en de raad er goed bij betrekken. Daar gaat hij aan werken. De heer Van Enschot geeft aan geen concreet antwoord te hebben gekregen op zijn vraag. Wil de wethouder de oplossing van de hybridepomp opnemen in het uitvoeringsprogramma? Is het ja of nee? Wethouder Scheifes meldt aangegeven te hebben dat hybride een prima tussenoplossing is. De heer Wouters geeft aan dat de wethouder onvoldoende heeft gereageerd op zijn punt over het niet terug kunnen leveren van zonne-energie door bedrijven. Ze worden gewoon niet aangesloten.

In hoeverre heeft het niet kunnen aansluiten gevolgen voor de verplichtingen waar de gemeente in 2030 aan moet voldoen? 9

Wethouder Scheifes is van mening dat het een uitdaging is voor de gemeente om samen met Enexis de doelen te behalen. De heer Wouters wil wel graag een goed antwoord van de wethouder. Hij hoort geen ja. Moet hij concluderen dat het een nee is? Wethouder Scheifes antwoordt dat de heer Wouters mag concluderen wat hij wil. Het antwoord is gegeven. Tweede termijn Mevrouw Krol is het eens met isoleren. Dat roepen we al vier jaar. Hoe wil Groen Gilze en Rijen dat gaan stimuleren bij inwoners? Wil de heer Van Enschot ook de warmtepompen opnemen in het programma. Want 2026 is over vier jaar. Spreekster kan zich niet voorstellen dat de heer Van Enschot de urgentie heeft om dan al van het gas af te zijn. Graag een reactie van de wethouder en de heer Van Enschot. Voor de rest ziet zij uit naar het stappenplan en de kaders die men mee kan geven. De heer Van Loenhout denkt dat juist de knappe koppen in het gemeentehuis moeten gaan kijken hoe we juist als eerste het isoleren voor elkaar kan krijgen. De heer Van Enschot is teleurgesteld in het non antwoord van de wethouder. Hij reageert nog op de vraag van D66. Iedere hybride pomp die men nu installeert bespaart gas. Een hybride pomp is qua financiën eenvoudiger te installeren dan een all electric pomp. Dus een mooie tussenoplossing die makkelijk en snel geïmplementeerd kan worden. Met een behoorlijke besparing als gevolg.

Laten we die eerste stap nemen. Mevrouw Krol begrijpt jet antwoord van de heer van Enschot. Er zijn echter ook inwoners die een voorkeur hebben voor een warmtepomp. Wil men die ook opnemen in het programma? De heer Van Enschot wil beide mogelijkheden ondersteunen, zowel de hybride pomp als de warmtepomp. De voorzitter constateert dat de RIB in voldoende mate is behandeld. Daarmee is de discussie daarover gesloten. 9. RIB Kwartaalrapportages Spoorzone De voorzitter brengt naar voren dat de RIB wordt behandeld op verzoek van Gemeentebelang. Die fractie krijgt zo als eerste het woord. De behandeling vindt plaats in twee termijnen. In de eerste termijn kan men vragen stellen. Interrupties zijn niet mogelijk. De heer Van Haperen heeft de RIB geagendeerd omdat de Spoorzone een belangrijke ontwikkeling is voor de gemeente. Coalitiepartijen hebben nu een andere kaderstelling voor het programma, namelijk een onderdoorgang met een maximale hoogte van 2,50 meter. Wat wordt nu het proces en wanneer gaan we daarover een discussie voeren. De hoogte heeft namelijk wel consequenties voor de veiligheid van de inwoners. Duidelijkheid, zorgvuldigheid en voorspelbaarheid moeten centraal staan in het proces. Het college ondersteunt dat.

Kan de wethouder toezeggen dat de raad voor de zomer de tijdlijn ontvangt? Is binnen de BOK (bestuursovereenkomst) met de partners gesproken over de nieuw ambitie van het college. Gaan de partners ermee akkoord? Heeft dit overleg op ambtelijk of bestuurlijk niveau plaatsgevonden? Heeft het college het voornemen om het huidige bestemmingsplan (bp) in stemming te brengen? Gaat men alleen de kaders aanpassen of wordt het bp aangepast? Wanneer gaat dat gebeuren? Een aantal werkzaamheden is stilgelegd. Bij de Turap ziet we wat er nog wel loopt. Wat zijn de tijdsgebonden kosten van de vertraging? Op welke manier is er met betrokkenen gecommuniceerd over de vertraging? En om de onzekerheid over de vervolgstappen zoveel mogelijk weg te nemen? De heer Ten Cate kan instemmen met het volledige betoog van de heer Van Haperen. De heer Van Iersel spreekt van een belangrijk proces. Na een korte terugblik in de tijd, geeft spreker aan dat er vervolgstappen moeten worden gezet. In het coalitieprogramma is richting gegeven aan de onderdoorgang als onderdeel van het totale verkeerskundige pakket. Kan de wethouder de raad meenemen in het verloop van de gesprekken met de partners? Ook graag een toelichting op het financiële perspectief? Het mag geen langlopend project worden. De heer Schoenmakers kijkt uit naar de antwoorden op de al gestelde vragen.

De discussie over de hoogte van de onderdoorgang hoeven we nu niet te voeren. Er moet een mooi plan komen met een veilige tunnel voor het langzame verkeer. 10

Er zijn voor de verkiezingen uitlatingen gedaan over het voortbestaan van het station omdat het station uit de dienstregeling genomen kan worden. Wat zijn nu echt de gevolgen voor het station of het uit de dienstregeling nemen wanneer de overweg niet weggehaald wordt? Is dat punt besproken? Zo ja, met wie en wat was de uitkomst? De heer Van Gageldonk stelt dat het tunnelstandpunt van zijn partij wel duidelijk is. Spreker gaat in op gestelde vragen in de oplegnotitie. Het is nog niet bekend of de veiligheid met name voor Rijen-Zuid er op achteruit zal gaan. We kennen de oplossing nog niet wanneer de hoogte 2,50 meter gaat worden. Hij wil in elk geval geen concessies doen aan de veiligheid van inwoners. Vooralsnog gaat hij er niet van uit dat er een wijziging van het bp nodig is. Aan de opmerking over de acceptabele tijdlijn en de extra kosten door de vertraging voegt spreker toe dat zorgvuldigheid voorop moet staan. Dit laatste mag eventueel wat tijd kosten. Het mag echter geen slepend programma worden. De heer Van Loenhout spreekt over een zwaar project. Voor hem staat voorop dat het een inclusieve, veilige tunnel moet zijn. Om die reden is het ook in het provincieprogramma opgenomen. Op de vraag of de tunnel past binnen het huidige bp, kan hij geen antwoord geven. Hij weet het niet.

Misschien kan de wethouder daar iets over zeggen? Al met al moet het proces zorgvuldig worden doorlopen worden. De heer Vermorken komt terug op een van de antwoorden op de gestelde vragen. Het gaat over het tijdpad. Hij wil graag voor de zomer het tijdpad zien, ondanks de onzekerheden vanwege het noodzakelijke overleg met derden. De duidelijkheid is belangrijk voor zowel de raad als de inwoners. Wat doet het projectteam totdat de kaderstelling vernieuwd is? Het gaat om een opdracht van de raad. Dan moet het college met een nieuw besluit komen. Met het huidige bp gaat men naar het eind van het jaar. Of wel we komen steeds dichter bij de Omgevingswet. Bij het in werking treden van die wet kennen we geen bestemmingsplannen meer. Kan dit een conflictsituatie opleveren? Wat zijn de consequenties voor de WTG? De investering in de spoorzone is heel belangrijk. Wanneer we door de wijzigingen het plan opnieuw ter inzage moet leggen, is het realistisch om vast te stellen dat het plan dit jaar niet meer aangenomen kan worden. Dan zijn er veel kosten voor niets gemaakt. Samengevat graag voor de zomer het tijdpad. Opmerkingen/beantwoording vragen  Het gaat om een groot project dat eigenlijk de hele spoorzone betreft. Niet alleen de tunnel. Het project ken veel aspecten, waaronder het beter maken van het station.  Afgelopen tijd is er een nieuw coalitieprogramma vastgesteld.

Dat heeft ervoor gezorgd dat er aanpassingen in het project moeten worden aangebracht. We zitten op dit moment tussen de vaststelling van het coalitieprogramma en het aangepaste project. De heer Vermorken brengt naar voren dat het coalitieprogramma niet door de raad is vastgesteld. Wethouder Scheifes vervolgt zijn beatwoording.  Er wordt nu gekeken hoe de aanpassingen in het tijdpad kunnen worden verwerkt. Komende maand moet er een collegevoorstel komen waaruit een tijdpad komt.  Wanneer het goed is, treedt de Omgevingswet per 2023 in werking. De inzet is dan ook om voor dat moment met een plan te komen. De gemeente is daarbij afhankelijk van de partners, Rijk en provincie. Het college doet zijn uiterste best. Na behandeling van het collegevoorstel komende maand kan de wethouder er meer over zeggen. De heer Van Iersel is benieuwd of de gesprekken met de partners over de financiële paragraaf al hebben plaatsgevonden. Wethouder Scheifes vervolgt zijn beantwoording.  De gemeente is continue op ambtelijk niveau in gesprek met de partners. Daar wordt de wethouder bij betrokken. Echter, men moet zich realiseren dat het college pas vijf weken geleden van start is gegaan. De heer Van Haperen wil graag dat zijn vragen beantwoord worden.

Het betreft de tijdlijn, het eventuele akkoord met de partners en de BOK – ambtelijk of bestuurlijk, het al dan niet aan te passen van het bp, de tijdsgebonden kosten en de communicatie met de omgeving. 11

Wethouder Scheifes vervolgt zijn beatwoording.  Een deel van de vragen is al in de eerdere beantwoording meegenomen. Voor de duidelijkheid even een korte herhaling.  Wat betreft communicatie staat men voortdurend in contact met de bewoners uit de omgeving.  Het punt van het bp is een onderdeel van het komende collegevoorstel.  Het college staat achter de punten duidelijkheid en zorgvuldigheid.  Op de tijdsgebonden kosten komt hij terug.  De afstemming heeft ambtelijk plaatsgevonden en is vervolgens bestuurlijk ‘afgetikt’. De heer Van Haperen vraagt om de gevraagde informatie zo snel mogelijk naar de raad te sturen en niet te wachten tot de volgende cyclus. Dan kan eventueel worden overwogen een extra commissievergadering te plannen om het voor het reces te kunnen bespreken. Wethouder Scheifes zegt toe dat de raad geïnformeerd wordt zodra het college de nota heeft vastgesteld. Begin september is er sowieso nog een informatiebijeenkomst met de raad over de spoorzone. De heer Vermorken heeft nog een onbeantwoorde vraag. Kan de portefeuillehouder in het tijdpad de vragen over de Omgevingswet en het eventueel opnieuw ter inzage leggen van het bp daarin meenemen? Wethouder Scheifes heeft al eerder aangegeven dat die punten onderdeel uitmaken van het collegevoorstel. Men komt er dus bij de raad op terug. De heer Schoenmakers heeft nog een onbeantwoorde vraag.

Die ging over het voortbestaan van het station en het voortbestaan van de dienstregeling in relatie tot de overweg. Wat zijn daarover de concrete gesprekken en afspraken? Wethouder Scheifes antwoordt dat de veiligheid van het station en van de overweg alle aandacht hebben. De heer Schoenmakers heeft het begrepen. Kan men hieruit concluderen dat het voortbestaan van het station niet waar is? Wethouder Scheifes antwoordt dat de dienstregeling gehandhaafd blijft. Tweede termijn De heer Van Haperen hecht toch nog aan een reactie van de andere fracties. Het tot nu toe zorgvuldige proces moeten we vasthouden. De inhoudelijke discussie komt nog. Er is veel bereikt in de afgelopen jaren. Het goede werk dat gedaan is, moeten we vasthouden. Alleen aan de slag met nieuwe dingen. De dienstregeling is een terechte vraag om uit te zoeken. De heer Ten Cate beaamt wat vorige spreker heeft gezegd. Het punt van de dienstregeling gaat over de overweg naar het huidige station. Het punt is hoe het nieuwe station wordt vormgegeven. De heer Van Iersel kan zich aansluiten bij de heer Van Haperen. Er wordt al vele jaren over het project gesproken. We moeten nu doorpakken. We willen een robuuste plaats hebben in het zuidelijk treinverkeer. Op het financiële vlak heeft men steun nodig. Daar moet druk op gezet worden om te voorkomen dat de andere partijen de gemeente laten hangen.

De situatie moet voor de inwoners voor verbetering van de situatie zorgen. De heer Schoenmakers constateert dat het station blijft bestaan. Spreker heeft de heer Van Loenhout iets horen zeggen over verbreding van de sporen. Wat kan de hij daarover zeggen? De heer Van Loenhout meldt dat er bij het plan aan de Vijf Eikenweg rekening wordt gehouden met de verbreding van de sporen. Hij kan zich voorstellen dat de partners aangeven dat dit ook bij de spoorlocatie moet gebeuren. In dat geval heeft dat gevolgen voor het bp. De heer Vermorken vraagt of de heer Van Loenhout het eens is met het punt dat we bij de verbreding van het spoor niet alleen te maken hebben met een fysieke ingreep, maar ook met de sanering van honderden woningen en veel bedrijven. Een miljardentraject. Daarom alleen al is het onuitvoerbaar. Die verbreding is daarom onacceptabel. De voorzitter geeft de heer Van Loenhout de gelegenheid om de vraag te beantwoorden. Echter, het is niet de bedoeling om nu een discussie te gaan voeren over twee of vier sporen.

12

De heer Van Loenhout geeft de heer Vermorken gelijk op het punt dat een verbreding onwenselijk is voor de leefbaarheid in Rijen. Wat het bp betreft, het gaat er niet om of een nieuw bp wenselijk is, maar of het noodzakelijk is. Dat moet men helder krijgen. De heer Schoenmakers heeft een ordevoorstel. Kan de wethouder de vraag beantwoorden of er sprake is van een uitbreiding van het aantal sporen? De heer Vermorken kan niet instemmen met het punt van orde van de heer Schoenmakers. Het is een compleet nieuwe vraag, die niet in de eerste termijn en niet in de oplegnotitie gesteld is. De voorzitter kan zich de vraag wel voorstellen. Misschien kan de wethouder er iets over zeggen. De heer Vermorken komt met een punt van orde. Dit is niet de goede gang van zaken. De voorzitter meldt aan dat bij een punt van orde de hele commissie geraadpleegd moet worden. Bij deze. De heer Van Haperen geeft aan de RIB geagendeerd te hebben om een discussie te voeren over het proces. Dat is gebeurd. Het voorstel is om tot een afronding te komen dan de discussie te verbreden. De overige fracties stemmen met dit voorstel in. De heer Vermorken is gelukkig dat men het tijdpad tegemoet kan zien. Echter, de zorgen over de wijze waarop het college dit project uitvoert blijven onverminderd groot. Wel is het duidelijk dat, wanneer er geen dekking komt van de partners, er geen project is.

Daarnaast kan hij zich vinden in de suggestie om een extra commissievergadering te plannen na ontvangst van het tijdpad. Essentieel is het om het tijdpad voor de zomer te bespreken. Mevrouw Krol stelt voor dat men het punt van een extra vergadering meeneemt naar het presidium. De heer Vermorken merkt op dat dit sowieso kan. Echter, een extra commissievergadering kan ook door twee fracties worden aangevraagd. De voorzitter stelt vast dat het agendapunt voldoende behandeld is. 10. RIB Verstedelijkingsafspraken Stedelijke regio Breda-Tilburg De voorzitter geeft aan dat deze RIB ter informatie is. Er is geen fractie die aangegeven heeft hierover een discussie te willen voeren. 13. Rondvraag en sluiting De voorzitter geeft nu ruimte voor de rondvraag. De heer Von Meijenfeldt heeft een vraag over de tunnel onder de Oosterhoutseweg. Daar zijn voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door de provincie. Ineens zijn alle uitvoerders verdwenen. Is er sprake van een mogelijke vertraging? Een tweede vraag gaat over de plannen van het recreatiepark "Brabantse Weelde". De voorwaarde voor een mogelijke uitbreiding was dat daar ook een kantine gebouwd zou moeten worden. Wat is daar de actuele stand van zaken? Wethouder Machielsen stelt voor dat de tweede vraag schriftelijk wordt ingediend. Hij kan het antwoord nu niet geven.

Voor de eerste vraag is de heer Von Meijenfeldt bij de gemeente aan het verkeerde adres. Die vraag moet worden gesteld aan de provincie. De voorzitter constateert dat er verder geen vragen meer zijn. Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter, na alle aanwezigen bedankt te hebben voor hun inbreng, de vergadering om 21.50 uur.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering Ruimte van 5 juli 2022. , voorzitter , griffier

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11628324/2