CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Biestraat 3 Gilze - toelichting

Raadscommissie Ruimte 19 april 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Biestraat 3 in Gilze13.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

38

Figuur: Cultuurhistorische waardenkaart 2006 (provincie Noord-Brabant) Aardkundige waarden zijn onderdelen van het landschap die iets vertellen over de oorsprong van het gebied. Het landschap in Noord-Brabant is honderden tot honderdduizenden of zelfs miljoenen jaren terug ontstaan. Deze dekzandruggen, stuifduinen en meanderende beeklopen zijn gezichtsbepalend voor het Brabants landschap. De provincie wil deze onvervangbare gebieden behouden vanwege de ecologische en cultuurhistorische betekenis. Daarom nam de provincie gebieden van provinciale of nationale betekenis op in haar Structuurvisie ruimtelijke ordening. In de Verordening ruimte is extra ruimtelijke bescherming voor het beheer en behoud van die gebieden geregeld. De Provincie heeft de 'Aardkundig waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant’ ontwikkeld, welke is opgenomen in de verbeelding van de Verordening Ruimte. De kaart geeft aan op welke gebieden de bestaande beleidsregels betrekking hebben. Het plangebied is niet gelegen in een aardkundig waardevol gebied. Beleid gemeente Gilze en Rijen De gemeenten Gilze en Rijen beschikt over de ‘Erfgoedverordening 2010 gemeente Gilze en Rijen’, gewijzigd in 2019. Op grond van de Erfgoedverordening worden gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden beschermd. Als onderdeel van het opstellen van de

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

39

verordening heeft een inventarisatie en waardering van de gemeentelijke cultuurhistorische waarden en kwaliteiten plaatsgevonden. De locatie Biestraat 3 in Gilze is beschreven en aangemerkt als een cultuurhistorisch waardevol object. Dit heeft geleid tot een beschermende regeling in het bestemmingsplan Buitengebied door aan de boerderij de aanduiding ‘karakteristiek’ toe te kennen. Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' wordt gestreefd naar behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden van de op deze gronden aanwezige bouwwerken. Dit houdt in dat: a. de bouwwerken qua profiel, bouwmassa, gevelkarakteristiek, detaillering, kleur- en materiaalgebruik, situering en oriëntatie behouden dienen te blijven. Het behoud van de verschijningsvorm heeft hoge prioriteit; b. nieuwe bebouwing dient de karakteristiek van de bestaande gebouwen afzonderlijk en/of als geheel niet aan te tasten. Deze beschermingsregeling wordt in dit bestemmingsplan overgenomen. Voor de boerderij en vlaamse schuur zijn geen ingrepen aan de orde. Deze blijven ongewijzigd. In dit bestemmingplan wordt de beschermende werking met de aanduding ‘karakteristiek’ uit het vigerende bestemmingsplan overgenomen. Ook in de provinciale MIP is de boerderij met vlaamse schuur opgenomen als cultuurhistorisch waardevol vanwege de gaafheid van het complex.

Figuur: beschrijving cultuurhistorische waarden Biestraat en Biestraat 3

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

40

5.3 Archeologie Wettelijk toetsingskader Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.

Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Op deze wijze is de zorg voor archeologische monumenten geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is onder andere bepaald dat gemeenten in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Gemeentelijk beleid De gemeente Gilze en Rijen beschikt over een eigen kaderbeleid, met in het verlengde daarvan een archeologische beleidsadvieskaart. De waardering van deze kaart is doorvertaald naar het bestemmingsplan, waar de diverse categorieën opgenomen zijn als dubbelbestemming met een beschermende regeling voor de mogelijke archeologische waarden van de ondergrond.

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

41

De planlocatie ligt zowel binnen de categorie 3, 4 en 5. Dit houdt in dat wanneer de grond geroerd of bebouwd gaat worden op een oppervlakte groter dan respectievelijk 250 m2, 500 m2 en 2.500 m2 én dieper dan 0,4 m – mv er archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. Dit is vertaald in de dubbelbestemming Waarde-Archeologie 3, 4 en 5 in het bestemmingsplan.

Figuur: archeologische beleidskaart voor de gemeente Gilze en Rijen

Verantwoording Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

42

Er wordt binnen het bestemmingsplan alvast vooruit gekeken naar de omgevingsvergunning. Op basis van het oorspronkelijke schetsplan waarbij het nodige bodemverzet zou plaatsvinden voor sloop en landschappelijke inpassing, dient in het kader van het bestemmingsplan een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd te worden. Hierin wordt het archeologisch belang afgewogen tegen de gewenste ontwikkeling en wordt inzichtelijk voor de lange termijn of en waar een archeologische dubbelbestemming nodig is. Op basis van het oorspronkelijke schetsplan, zouden de volgende voornemens bodemverstorend en onderzoeksplichtig zijn: -

Slopen opslagloods 230 m2 en sleufsilo’s en erfverharding 4500 m2 Herinrichting van het erf / landschappelijk inpassingsplan (aanplant bomen, hakhoutsingels etc) Aanleg 20 parkeerplaatsen

Het is de bedoeling dat dit alles in het archeologisch vooronderzoek is detail aan elkaar wordt afgewogen middels bureauonderzoek en een IVO-verkennende fase (boringen). De boringen dienen om de verschillende archeologische zones beter in beeld te krijgen of ze te ontkrachten en om de vermeende verstoringsdiepte aan te tonen. Het dient expliciet niet om vindplaatsen op te sporen. Op basis van dit onderzoek worden de dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie’ in beeld gebracht of ontkracht en kan men indien wenselijk/nodig het inrichtingsplan aanpassen indien daarmee schade aan het archeologisch bodemarchief voorkomen kan worden. Zolang dit onderzoek nog niet is uitgevoerd, blijven de bestaande dubbelbestemmingen gehandhaafd. Voor het plan is een inventariserend bureauonderzoek uitgevoerd door KSP Archeologie (zie bijlage). Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. De archeologische verwachting is naar aanleiding van het onderzoek bijgesteld en kan opgesplitst worden in vijf gebieden, zie bijgaande figuur. Dit heeft ook tot consequentie dat nader onderzoek noodzakelijk zou zijn voor enkele deelgebieden.

De regio-archeoloog heeft aangegeven dat er een verkennend booronderzoek uitgevoerd dient te worden als de sloop van de stal zorgt voor een bodemverstoring dieper dan 40 cm over een oppervlak groter dan 100 m². Dit geldt ook als andere ingrepen (aanplant bomen) binnen hun afzonderlijke zone voor een grotere verstoring leiden dan toegestaan.

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

43

Consequenties van het onderzoek De bevindingen van het archeologisch bureauonderzoek en het daaruit resulterende selectieadvies van de regioarcheoloog, is voor initiatiefnemer aanleiding geweest om de oorspronkelijke plannen aan te passen. Deelgebied Archeologie 2 en 3 In dit deelgebied vinden geen bouwactiviteiten plaats. De functieverandering vindt plaats binnen bestaande bebouwing. Ook vindt op dit deel geen aanplant plaats behoudens een normale tuininrichting. Dit houdt in dat er enkel oppervlakkig ingezaaid wordt met gras en kruidensoorten. De werkzaamheden hiervoor en de beworteling gaan niet dieper dan 30 cm – mv. In dit deelgebied gaat wel een schuur gesloopt worden. Deze schuur is deels onderkelderd. Om geen verstoring teweeg te brengen wordt deze schuur alleen bovengronds gesloopt. De locatie wordt verder afgewerkt met zand/tuinaarde en ingezaaid Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

44

met gras en kruidensoorten waarvoor de werkzaamheden en beworteling niet dieper gaan dan 30 cm –mv. Hiermee wordt binnen dit deelgebied binnen de vrijstellingsgrenzen gebleven. Verder is aan de orde de aanleg van parkeerplaatsen op dit deel van het terrein. Hiervoor vinden geen graafwerkzaamheden plaats dieper dan 30 cm -mv. De gronden zijn reeds egaal en de parkeervoorzieningen wordt aan het bestaande oppervlak halfverhard uitgevoerd. Dit leidt niet tot mogelijke verstoring van archeologische waarden. Deelgebied Archeologie 4 In het deelgebied Archeologie 4 vinden geen werkzaamheden of bouwactiviteiten plaats. De functieverandering vindt plaats binnen bestaande bebouwing. Fundering en constructie van de bestaande bebouwing blijft ongewijzigd. Enkel aanzicht en inrichting zullen aangepast worden. Ook vindt op dit deel geen aanplant plaats behoudens een normale tuininrichting de aanleg van bloem- en kruidenrijke beplanting op perceelsgrenzen. Dit houdt in dat er enkel oppervlakkig ingezaaid wordt met gras en kruidensoorten. De werkzaamheden hiervoor en de beworteling gaan niet dieper dan 30 cm – mv. Verder wordt de bestaande kuilplaten verwijderd. Deze platen liggen zonder constructie op maaiveld. Bij het verwijderen ervan vinden geen bodemverstorende ingrepen plaats. Na verwijdering worden deze gronden ingezaaid met gras en bloem- en kruidenrijke beplanting.

Deelgebied Archeologie 5 Op de verder westelijk gelegen agrarische gronden worden bloemrijke akkerranden aangelegd. Dit gebeurt binnen de normale bouwvoor (30 cm -mv). Ook worden enkele wilgen aangeplant. De oppervlakte die dit betreft bedraagt enkele vierkante meters. Hiermee wordt binnen de toegestane verstoringsoppervlakte van 2.500 m2 gebleven. Bovendien is de ondergrond door het jarenlange agrarische gebruik hier al verstoord, binnen de normale agrarische bouwvoor. Geconcludeerd kan worden dat er geen bouwwerken of werkzaamheden plaats vinden waarbij de bodem geroerd wordt die leiden tot overschrijding van de toegestane verstoringsoppervlakte. Mocht dit in de toekomst wel aan de orde zijn dan blijft de planologische bescherming met de dubbelbestemmingen voor archeologie gehandhaafd en geldt een onderzoeksplicht alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Verder geldt de algemene zorgplicht en meldingsplicht op grond van de Monumentenwet.

5.4 Mobiliteit Verkeer Met de sanering van het agrarisch bedrijf vervalt ook het daarmee samenhangende, veelal zwaar, bedrijfsverkeer.

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

45

Het plan ziet op de functieverandering van een bestaand bouwperceel van agrarisch naar verblijfsrecreatie. De locatie is goed ontsloten via de gelijknamige straat. Via een tweetal bestaande inritten wordt verkeersveilig aangesloten op deze weg. Van hieruit wordt makkelijk aangesloten op de regionale wegenstructuur. De verblijfsrecreatieve functie heeft een arbeids- en bezoekersextensief karakter. Het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied zal niet significant wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie. Uitgaande van maximaal 40 gasten bij een gemiddelde bezetting van 2 personen per auto, wordt ingeschat dat er sprake is van minder dan 100 extra verkeersbewegingen per etmaal. Dit is met inbegrip van verkeersbewegingen personeel. Deze toename past in het lokale verkeersbeeld en de capaciteit van de Biestraat. Hier zijn geen aan de wegcapaciteit gerelateerde knelpunten bekend. Als gevolg van de planontwikkeling worden geen problemen verwacht met betrekking tot de verkeersafwikkeling op omliggende wegen. Parkeren Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat indien dit leidt tot toename van de parkeerbehoefte, initiatiefnemers op eigen terrein moeten voorzien in de parkeerbehoefte. Voor de berekening van het benodigd aantal parkeerplaatsen wordt gebruik gemaakt van de Nota parkeernormen van de gemeente uit 2017.

Voor verblijfsrecreatie worden de volgende parkeernormen gehanteerd.

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

46

Het voorliggende plan voor een kleinschalige verblijfsrecreatieve voorziening (circa 1.000 m2 bvo) in het buitengebied is moeilijk in een van de genoemde categorieën te plaatsen. Het is geen camping, geen hotel en ook geen bungalowpark. Met die laatste categorie laat het zich nog het meest vergelijken. Op de locatie komen 10 eenheden (7 in de voormalige koeienstal, 3 in de reeds bestaande voorziening). Toepassing van de parkeernormen voor een bungalowpark (1,7 parkeerplaats per eenheid) zou in deze situatie leiden tot een parkeereis van 17 parkeerplaatsen. Gerelateerd aan het maximaal aantal bezoekers dat tegelijkertijd gebruik kan maken van de voorziening (40 personen) is dat een reëel aantal. Er is op eigen terrein voldoende ruimte om deze 17 parkeerplaatsen te realiseren. Daarmee kan voorzien worden in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein en is er geen overlast te verwachten door parkeren op de openbare weg.

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

47

Voor de twee woningen wordt een parkeernorm gehanteerd van 2 parkeerplaatsen per woning. Deze parkeerplaatsen worden nabij de woningen gerealiseerd. Hiervoor is voldoende ruimte beschikbaar op eigen terrein.

P

P

Figuur: ontsluiting perceel en parkeren

5.5 Technische infrastructuur De omgeving is aangesloten op alle gangbare technische infrastructuur zoals riolering en andere nutsvoorzieningen (gas, water, elektra). Aangesloten wordt op de bestaande infrastructuur, hiervoor hoeven geen structurele aanpassingen plaats te vinden. In de omgeving zijn geen zakelijke rechtstroken gesitueerd in verband met de aanwezigheid van (ondergrondse) kabels en/of leidingen die planologische bescherming behoeven.

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

48

6 MILIEU-ASPECTEN 6.1 Bodem Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone gronden te worden gerealiseerd. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch bodemonderzoek te worden verricht. Indien op grond van historische informatie blijkt dat in het verleden activiteiten hebben plaatsgevonden met een verhoogd risico op bodemverontreiniging dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van geconstateerde belemmeringen uit dat onderzoek, kan vervolgens worden nagegaan welke maatregelen eventueel moeten worden genomen om die belemmeringen weg te nemen (functiegericht saneren). Gelet op het doel van voorliggend bestemmingsplan, de functiewijziging van agrarisch naar een hoofdzakelijk verblijfsrecreatieve functie, is sprake van een nieuw milieugevoelige functie. In principe dient hiervoor een verkennend bodemonderzoek verricht te worden.

Aangezien de functieverandering plaats vindt in bestaande bebouwing die agrarisch nog in gebruik is kan dit verkennende onderzoek nu niet uitgevoerd worden. Daarom is gekozen nu te volstaan met een historisch bodemonderzoek (zie bijlage). Uit dit onderzoek volgt dat de locatie onverdacht is en er op voorhand geen belemmeringen te verwachten zijn. Bij het beëindigen van de veehouderij zal in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen vervolgens aangetoond dienen te worden dat niet wordt gebouwd op verontreinigde grond.

6.2 Geluid Geluid is van belang vanwege mogelijke geluidsoverlast van wegverkeer en industrielawaai als gevolg van het plan naar de omgeving en vice versa. De Wet geluidhinder biedt het kader voor de bescherming van geluidsgevoelige gebouwen én geluidsgevoelige terreinen tegen het geluid van de volgende geluidbronnen: 

wegverkeer (niet 30 km wegen),

spoorwegen en van

gezoneerde industrieterreinen.

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

49

Wat onder geluidgevoelige gebouwen en terreinen verstaan wordt, is in een limitatieve lijst opgenomen. Verblijfsrecreatieve objecten staan niet op die lijst, en genieten dus geen bescherming in het kader van de Wet geluidhinder. In situaties waarop de Wgh niet van toepassing is (bijvoorbeeld rond 30 km wegen of bij bedrijven die niet op Wgh-gezoneerd bedrijventerrein liggen) vind de bescherming tegen geluid via de invulling van "een goede ruimtelijke ordening" plaats (Wro/Wabo). Uit jurisprudentie volgt dat wanneer milieugevoelige functies weliswaar geen bescherming genieten ingevolge de Wet geluidhinder, dit niet betekent dat de recreatiewoningen in het geheel geen bescherming tegen geluidhinder toekomt. Wanneer een plan recreatief nachtverblijf toestaat, waar met een zekere regelmaat en gedurende langere tijd personen zullen verblijven in de recreatiewoningen, komt in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan de recreatiewoningen een zekere mate van bescherming tegen geluidhinder toe. Dit betekent niet dat deze situaties meteen grondig beschouwd dienen te worden of een hoog beschermingsniveau tegen geluid verdienen. Wel dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening hiervoor een motivering gegeven te worden.

Toetsing In dit geval is sprake van een situatie waarbij de accommodaties voor recreatief nachtverblijf op circa 30 en 45 meter uit de as van de Biestraat zijn gesitueerd. Gezien de functie van de weg en de geringe verkeersintensiteiten op de Biestraat (< 3.000 mvt/etmaal) is hiervan geen verkeerslawaai te verwachten. De afstand tot de A58 bedraagt ongeveer één kilometer. De afstand tot de spoorlijn TilburgBreda bedraagt circa 4,5 kilometer. De accommodatie bevindt zich buiten de onderzoekszone van deze (spoor)wegen. Ten noorden van de planlocatie ligt het vliegveld Gilze-Rijen, op een afstand van ruim 1,5 kilometer. De planlocatie ligt niet binnen de geluidcontour van dit vliegveld. In relatie tot bedrijven(terreinen) ligt de locatie niet binnen de hindercontouren van gezoneerde bedrijventerreinen. Evenmin hebben de hindercontouren van bedrijven in de omgeving wat betreft geluid impact op het plan. Dit zijn kleinschalige bedrijven met weinig tot geen geluid, en de locatie ligt niet binnen de richtafstand die bij deze bedrijven horen op basis van de VNG brochure Bedrijven en milieuzonering (zie paragraaf 6.5). In zowel de huidige, als de toekomstige situatie zijn er twee (bedrijfs)woningen aanwezig. Dit aantal en het beschermingsniveau hiervoor wijzigt niet. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Geconcludeerd kan worden dat geluid geen belemmering vormt voor de beoogde planontwikkeling.

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

50

6.3 Luchtkwaliteit De ‘Wet luchtkwaliteit’ voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. Deze grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Voor woningbouw geldt bijvoorbeeld dat bij één ontsluitingsweg een aantal van 500 nieuwe woningen, deze niet in betekenende mate van invloed zijn op de luchtkwaliteit. Het oprichten van en de extra verkeer aantrekkende werking als gevolg daarvan zal niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden voor PM10 en NO2 uit de Wet Luchtkwaliteit. Indien het aantal voertuigbewegingen per dag meer bedraagt dan 50 wordt in het kader van zorgvuldigheid wel geadviseerd de verslechtering van de luchtkwaliteit inzichtelijk te maken.

Met gebruikmaking van de zogenaamde NIBM tool kan eenvoudig inzichtelijk gemaakt worden of het plan leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Uitgaande van maximaal 100 mvt/etmaal extra als gevolg van het plan, blijkt dat het project niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

In aanvulling op het bovenstaande is tevens bekeken of de kwaliteit van de lucht ter plaatse goed genoeg is voor de realisatie van dit plan. Volgens de kaarten van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) was de concentratie PM10 ter plaatse in 2018 gelegen tussen 18 en 20 µg/m³, en de concentratie NO2 tussen 16 en 20 µg/m³. In de Wet Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

51

milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 en NO2 40 µg/m³. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse in de huidige situatie daarom voldoende.

Figuur: kaart luchtkwaliteit gemeente Gilze en Rijen (bron RIVM)

6.4 Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere LPG-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, waterwegen) en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

52

brandstof en elektriciteit). Het beleid (en de regels) ten aanzien van externe veiligheid is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Structuurvisie buisleidingen, het Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobronnen en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken en onbeschermd) op een bepaalde plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Uit een inventarisatie van de Risicokaart blijkt dat de planlocaties niet zijn gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour van inrichtingen, transportroutes (weg, spoor of water) en (buis- en/of hoogspannings) leidingen. Binnen een straal van 500 meter van de locatie zijn er geen inrichtingen of leidingen aanwezig.

Over het plangebied loopt ligt wel een brandstofleiding van DPO. Deze heeft echter geen plaatsgebonden risicocontour. De reeds bestaande dubbelbestemming voor deze leiding met beheerzone en beschermende regels wordt overgenomen in dit bestemmingsplan. Nader onderzoek naar het aspect externe veiligheid is niet noodzakelijk.

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

53

Figuur: uitsnede Risicokaart

6.5 Bedrijven en milieuzonering Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd op basis van de VNG brochure: Bedrijven en milieuzonering. Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen), geen overlast, hinder of schade ontstaat. Deze ruimtelijke zonering is gebaseerd op het in acht nemen van voldoende fysieke afstand tussen beide. Afhankelijk van bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. Toetsing

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

54

De ontwikkeling aan de Biestraat 3 ziet op het saneren van een veehouderij. Deze ontwikkeling kan als positief bestempeld worden voor het leefklimaat in het dorp, vanwege het vervallen van het met de agrarische bedrijfsvoering samenhangend verkeer en de daarbij behorende emissies van geur, fijn stof en ammoniak. De nieuwe verblijfsrecreatie functie heeft een zeer beperkt effect naar de omgeving. Het is een kleinschalige op rust en beleving gerichte ontwikkeling. In de VNG brochure is er geen direct vergelijkbare functie beschikbaar voor deze functie. Deze laat zich nog het best vergelijken met een hotel. Deze worden aangemerkt als een categorie 1 bedrijf met een indicatieve richtafstand van 10 meter. Binnen deze richtafstand bevinden zich geen gevoelige objecten. Enkel de bestaande tweede bedrijfswoning achter op het perceel, valt binnen deze zone. Deze wordt omgezet in een burgerwoning. Gelet op het zeer extensieve karakter van de verblijfsrecreatieve functie en de ruimtelijke scheiding op het perceel wordt dit aanvaardbaar geacht en onderscheidt dit zich niet van een rustige woonomgeving. De verblijfsrecreatieve voorziening is zelf een nieuwe milieugevoelige ontwikkeling. In de omgeving van de planlocatie bevindt zich een aantal bedrijven die externe effecten hebben.

Hieronder is een overzicht gegeven van bedrijven in de omgeving naar milieucategorie, de richtafstanden op basis van de VNG brochure en de feitelijke afstand tot de planlocatie. locatie

Type bedrijf

Biestraat 5/5a

Milieucategorie 3.2*

Richtafstand VNG brochure 100 geur

Afstand feitelijk 50

Voormalig rundveebedrijf, milieuvergunning ingetrokken Biestraat 6a/b Stalling 3.1 50 geluid 50 bergingsvoertuigen Oranjestraat 128 Handel melkmachines 3.1 50 geluid 160 Oranjestraat 126 Aannemersbedrijf 2 30 geluid 220 Biestraat 1 Technisch installatiebedrijf 2 30 geluid 150 Chaamseweg 31 Voormalige 3.2* 100 geur 280 konijnenhouderij, gestopt in 2015 Chaamseweg 27 Kwekerij 2 30 geluid 300 Chaamseweg 21 Cafe restaurant 1 10 geluid 450 Chaamseweg 15 Pluimveehouderij 4.1* 200 geur 800  Voor veehouderijen worden de afstanden bepaald aan de hand van de Wet geurhinder en veehouderij voor bedrijven waar dieren met een geuremissiefactor worden gehouden dan wel met vaste afstanden. In de Wet geurhinder en veehouderij is in artikel 6.1 opgenomen dat gemeenten bij gemeentelijke verordening binnen een bandbreedte van 0,1 tot 14,0 ouE/m3 lucht binnen de bebouwde kom en 3,0 tot 35,0 ouE/m3 lucht buiten de bebouwde kom kunnen afwijken van

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

55

de wettelijke standaardnorm. De gemeente Gilze en Rijen heeft een geurverordening vastgesteld (in werking per 1 januari 2009, gewijzigd in 2017). De onderhavige locatie is volgens deze verordening niet gelegen in aangewezen invloedsgebieden waarvoor een afwijkende norm van toepassing is. Derhalve geldt een maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij, waarvoor een emissiefactor van toepassing is, op de voor geurgevoelige objecten van 14 odour units (ouE/m3 ). In afwijking van artikel 4 lid 1 Wgv bedraagt de minimale afstand van een veehouderij, waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, tot een geurgevoelig object in de gemeente Gilze en Rijen: A. binnen bebouwde kom 50 meter; B. buiten bebouwde kom 25 meter. Uit dit overzicht blijkt dat milieuzonering geen belemmering vormt voor de beoogde wijziging van de bestemming. Voor de planlocatie (buiten de bebouwde kom) zijn alleen relevant veehouderijen waarvoor een vaste afstand geldt. Deze vaste afstand bedraagt 25 meter. De feitelijke afstand van de planlocatie tot deze veehouderijen is groter. De meest nabij gelegen intensieve veehouderij ligt op ruim 800 meter afstand van de planlocatie en is daarmee niet relevant. Milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde wijziging van de bestemming.

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

56

7 WATERPARAGRAAF 7.1 Beleid Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken, beheer van vaarwegen en nautisch beheer. Het watersysteembeheer waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema’s gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel.

Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de ‘beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’.

7.2 Waterhuishoudkundige situatie plangebied

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

57

Grondwater Op basis van de Omgevingsverordening blijkt dat het plangebied niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied is gelegen. Oppervlaktewater In de directe omgeving van het plangebied is volgens de legger van het Waterschap een primair oppervlaktewater (A-watergang) gelegen. Deze A-watergangen gaan via de Schellekensloop naar de Gilzewouwerbeek, welke in westelijke richting stroomt en uiteindelijk in de Mark afwatert. Voor de A-watergangen is een beschermingszone van 5 meter vanuit de insteek van toepassing. Op grond van de Keur mogen binnen deze beschermingszone geen obstakels worden geplaatst zonder vergunning van het Waterschap. Deze zonering is noodzakelijk ten behoeve van het onderhoud aan de A-watergang. Daarnaast is er nog een aantal sloten die aangemerkt zijn als B watergang. Deze hebben geen specifieke beschermingsregeling.

Figuur: uitsnede Legger Waterschap Brabantse Delta

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

58

Afvalwater en hemelwater Bij het voorliggende plan vinden geen wijzigingen plaats in de omgang met afvalwater en hemelwater. Het hemelwater vloeit oppervlakkig af naar de aangrenzende sloten. Het afvalwater van de bestaande bebouwing is aangesloten op de riolering. Het voorliggende plan leidt tot een aanzienlijke reductie van bebouwing (circa 5.000 m2). Het plan leidt niet derhalve niet tot een toename van het verhard oppervlak. Aanvullende maatregelen voor retentie of berging zijn daarom niet vereist. Gezien de bezetting van maximaal 40 personen zal er mogelijk in verband met de aanwezige capaciteit van het bestaande drukrioleringsgemaal een extra voorziening moeten worden geplaatst. De kosten hiervoor zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Bij de uitwerking van het plan zal de afvoer van het afvalwater in goed overleg met de gemeente moet worden afgestemd en gerealiseerd. Gestreefd wordt naar het gebruik van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.

7.3 Overleg Waterschap In het plangebied zijn geen directe waterschapsbelangen in het geding. Wel zal het plan in het kader van de watertoets ter beoordeling voorgelegd worden aan het Waterschap.

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

59

8 UITVOERBAARHEID 8.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van de openbare voorbereidingsprocedure wordt het plan in procedure gebracht en is er voor eenieder de gelegenheid om kennis te nemen van het plan. In het kader van deze procedure bestaat er de mogelijkheid om op de plannen te reageren via de gangbare bezwaar- en beroepsprocedures in het kader van de Algemene wet bestuursrecht.

8.2 Vooroverleg In het kader van het wettelijk vooroverleg is het plan aangeboden aan de Provincie NoordBrabant en het Waterschap Brabantse Delta. Provincie Noord-Brabant Het waterschap heeft bij brief van 4 oktober 2021 gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan. De reactie heeft betrekking op de volgende punten. -

In beginsel vindt de provincie het plan een goed initiatief waarin aan bestaande opstallen een nieuwe functie wordt geven. Wel worden in het kader van kwaliteitsverbetering landschap opmerkingen gemaakt. Essentie is dat men van mening is dat de gehanteerde bestemmingswaardes te laag gewaardeerd zijn. Indien dit leidt tot een hogere investeringsplicht worden suggesties gedaan voor aanvullende landschappelijke inpassing.

De gehanteerde bestemmingswaardes zijn gebaseerd op de afspraken uit het Afsprakenkader Hart van Brabant, en zoals die door de gemeente de afgelopen jaren gehanteerd zijn. De waarde die de gemeente standaard hanteert voor de bestemming Wonen is €200,-/m2 voor de eerste 1.000 m2. Door de ontwikkelingen op de woningmarkt van de laatste jaren met stijgende huizenprijzen, is deze waarde in werkelijkheid gestegen. Voor dit plan is de bestemmingswaarde daarom opgehoogd naar €250,-/m2. Voor andere bestemmingen (zoals Verblijfsrecreatie) beschikt de gemeente niet over een vaste bestemmingswaarde. Daarom is aansluiting gezocht bij waardes die door andere gemeentes gehanteerd wordt in Noord-Brabant. Dit heeft geresulteerd in de gebruikte bestemmingswaarde voor Verblijfsrecreatie. De bijdrage kwaliteitsverbetering is aangepast, en dit heeft geleid tot een hogere uitkomst. De hogere uitkomst is echter nog steeds lager dan de inspanning die door initiatiefnemer gedaan wordt met dit plan door middel van sloop en landschappelijke inpassing. Daarmee is de gemeente van oordeel dat met deze maatregelen en de landschappelijke inpassing voldaan wordt aan de vereiste kwaliteitsverbetering landschap op basis van de provinciale Interim Omgevingsverordening en het regionale afsprakenkader. De opmerking leidt dan ook niet tot aanpassing van het plan. Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

60

Waterschap Brabantse Delta Het waterschap heeft bij brief van 14 september 2021 advies gegeven over het voorontwerp bestemmingsplan. De reactie heeft betrekking op de volgende punten. -

Het beleid van het waterschap is niet volledig weergegeven.

De reactie en suggestie van het waterschap over dit onderdeel is overgenomen. De voorgestelde tekstsuggestie over het beleid is in de toelichting overgenomen. -

Beschermingszone A-watergang.

Op grond van de Keur geldt langs de A-watergangen een beschermingszone van 5 meter vanuit de insteek van de sloot. Binnen deze beschermingszone mogen geen obstakels worden geplaatst zonder vergunning. Deze zonering is noodzakelijk ten behoeve van het onderhoud aan de A-watergangen. Verzocht wordt om bij de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan rekening te houden met de randvoorwaarden die gelden voor de beschermingszone op basis van de Keur. De voorgestelde verwijzing naar de beschermingszone die geldt langs de A-watergang is in de toelichting opgenomen. Bij de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan zal rekening worden gehouden met de voorwaarden zoals die gelden op basis van de Keur. De beoogde rij knotwilgen ligt op de grens van deze beschermingszone. De overzijde van de watergang is obstakelvrij. Het beheer van de watergang is daarmee niet in het geding. -

Positief advies waterschap.

Het waterschap geeft onder voorbehoud een positief wateradvies over het plan. Het voorbehoud heeft betrekking op de verwerking van bovenstaande opmerkingen. Deze opmerkingen zijn ter harte genomen en verwerkt in het bestemmingsplan.

8.3 Omgevingsdialoog In het kader van het tijdig betrekken van de omgeving bij de planontwikkeling is op 6 juni 2020 door initiatiefnemer een omgevingsdialoog gehouden. Omwonenden zijn daartoe uitgenodigd op de locatie om kennis te nemen van en input te geven op de beoogde ontwikkeling. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt door diverse omwonenden. Het plan is positief ontvangen door de omwonenden en ook is goede input gegeven voor de ontwikkeling wat heeft geleidt tot aanpassing van het plan op onderdelen. Het verslag van de bijeenkomst is als losse bijlage bijgevoegd.

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

61

8.4 Economische uitvoerbaarheid Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden.

8.5 Grondexploitatie Op grond van artikel 6.12, lid 2 Wro kan de gemeente besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Tussen gemeente en de initiatiefnemer wordt een planschade overeenkomst afgesloten. De overige plankosten worden op grond van de Legesverordening verhaald. Hiermee is het verhaal van de kosten voldoende verzekerd en hoeft er geen exploitatieplan vastgesteld te worden.

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

62

9 JURIDISCHE ASPECTEN 9.1 Algemeen Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de bestemming van de locatie Biestraat 3 in Gilze herzien. Deze herziening maakt het mogelijk om aan de Biestraat 3 een kleinschalige verblijfsrecreatieve ontwikkeling mogelijk te maken op een bouwperceel dat haar agrarische functie gaat verliezen. Met deze herziening komt de agrarische bestemming van het bouwperceel te vervallen. De bestaande tweede bedrijfswoning achter op het perceel wordt omgezet in een burgerwoning. Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn ook digitaliseringsverplichtingen aan een bestemmingsplan gesteld. De regels en de verbeelding zijn daarom opgesteld volgens IMRO en SVBP, onderdeel van de zogenaamde RO Standaarden.

9.2 Verbeelding De huidige agrarische bedrijfsbestemming van de locatie komt te vervallen en wordt gewijzigd in een bestemming Recreatie-Verblijfsrecreatie. Het bouwvlak is verkleind ten opzichte van het oorspronkelijke agrarische bouwvlak. De oorspronkelijk tweede bedrijfswoning achter op het perceel krijgt de bestemming Wonen. De aangrenzende agrarische cultuurgronden behouden de bestemming Agrarisch. De landschappelijke inpassing wordt als zodanig op de verbeelding aangegeven en bestemd als Groen-Landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan. De overige dubbelbestemmingen (Archeologie en Leiding-Brandstof) en aanduidingen uit het bestemmingsplan Buitengebied zijn in dit plan overgenomen.

9.3 Regels Aan de bestemming van de locaties zijn regels verbonden. Binnen het bestemmingsvlak Recreatie-Verblijfsrecreatie mag daartoe gebouwd worden. Buiten het bestemmingsvlak mogen geen gebouwen opgericht worden. Voor de bouwregels is daartoe aansluiting gezocht bij de bouwregels zoals die geld en op grond van het bestemmingsplan Buitengebied. Binnen deze bestemming is horeca als ondergeschikte activiteit ten behoeve van de gasten van de verblijfsaccommodatie toegestaan. Het is expliciet niet de bedoeling dat deze horecavoorziening openbaar en toegankelijk wordt voor niet-gasten van de accommodatie. De oorspronkelijk tweede bedrijfswoning achter op het perceel behoudt haar woonfunctie en wordt bestemd als Wonen. Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

63

Het beeldbepalende en cultuurhistorisch waardevolle karakter van het perceel wordt beschermd middels de aanduiding ‘karakteristiek’. Hier blijft de beschermende regeling uit het bestemmingsplan Buitengebied van kracht. De uitvoering en instandhouding van de landschappelijke inpassing, die in het kader van de kwaliteitsverbetering gerealiseerd gaat worden, is in dit bestemmingsplan planologisch geborgd. Dit gebeurt via het opnemen van deze inpassing middels de bestemming ‘Groenlandschappelijke inpassing’ op de verbeelding en deze te koppelen aan een voorwaardelijke bepaling. Het landschappelijke inpassingsplan is als bijlage bij de regels opgenomen en daarmee planologisch verankerd in dit bestemmingsplan. De overige dubbelbestemmingen Archeologie en Leiding worden in dit plan overgenomen.

Bestemmingsplan Biestraat 3 Gilze

64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11305700/1