CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage Stikstof in de Baronie

Raadscommissie Ruimte 15 februari 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Natura-2000 gebied Ulvenhoutse Bos en de stikstof depositie (verzoek D66)8.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Stikstof in de Baronie Inventarisatie ‘piekbelasters’ van Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos

Conclusies en aanbevelingen voor gemeentelijke en provinciale bestuurders.

1

Scope van de inventarisatie: Vanuit de werkgroep Leefomgeving heeft de ‘Stikstofgroep’ deze inventarisatie tot stand gebracht. De Stikstofgroep bestaat uit leden van IVN Mark&Donge, nmv Markkant-Breda, Milieudefensie-Breda, een handhavingsdeskundige en van de Milieuvereniging De Groene Koepel. Deze inventarisatie gaat uit van en beperkt zich tot het bestaande beleid van de provincie en het rijk om met een gebiedsgerichte aanpak de ammoniakbelasting op Natura 2000-gebieden vanuit agrarische bedrijvigheid in beeld te brengen, fors te reduceren en waar mogelijk en nodig te saneren. Daarvoor heeft het ministerie van Landbouw1 landelijk meer dan € 350 miljoen Euro ter beschikking van de provincies gesteld. Voor Brabant is in juli 2021 € 70 miljoen extra beschikbaar gekomen. In het coalitieakkoord 2021 van de regering komt landelijk 25 miljard beschikbaar om de stikstof crisis op te lossen. De aanbevelingen in deze inventarisatie van de stikstofgroep en werkgroep Leefomgeving aan de overheden richten zich op de prioritering van piekbelasters bij Natura-2000-gebieden in de Baronie van Breda, zodanig dat gemeenten in de Baronie en de provincie Noord Brabant de beschikbare fondsen zo efficiënt mogelijk ten behoeve van natuurherstel kunnen inzetten.

Werkende weg bleken de ammoniak emissies van piekbelasters de grootste negatieve impact te hebben op de natuur van het Ulvenhoutse Bos. Niettemin zullen ook andere bronnen (o.a. verkeer) navenant hun emissies moeten reduceren. Voor de achtergronden van de stikstofproblematiek, de analyse van de diverse bronnen en de mogelijke maatregelen, zie het voor de Tweede Kamer commissie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit opgestelde Factsheet Stikstofbronnen. Wageningen University & Research (WUR). Hoofdauteur Oene Oenema. (2-10-2019). Via internet. Voor een beeld van de diverse bronnen en het aandeel vanuit agrarische bedrijvigheid - waarop het ammoniak saneringsbeleid van het ministerie van LNV is gebaseerd – is ook de RIVM notitie ‘Effectiviteit van bronmaatregelen van mei 2020’ informatief. Zie Bijlage 6).

Deze inventarisatie van de stikstofgroep van de werkgroep Leefomgeving is als informatie- en inspiratiebron ook aangeboden aan de besturen van IVN Mark&Donge, KNNV Breda, nmv Markkant, Imkerverband, Natuur- en Landschapsvereniging Gilze en Rijen, Natuurvereniging Mark en Leij, West Brabantse Vogelwerkgroep, Natuurplein en MV De Groene Koepel ter kennisname en verdere behandeling.

1

Stikstofwet is ingegaan per 1 juli 2021 | Nieuwsbericht | Aanpak Stikstof 2

Achtergrond De stikstofproblematiek in ons land is inmiddels uitgegroeid tot een crisis die ernstige schade veroorzaakt aan natuur, maar ook aan de economie, volkshuisvesting en de volksgezondheid. De regering heeft geconcludeerd dat een belangrijke oorzaak van overmatige stikstofbelasting van Natura-2000gebieden ligt bij nabijgelegen agrarische activiteiten. Een samenhangende aanpak door Rijk, Provincies en nu zeker ook door de gemeenten is urgent. Met deze notitie willen wij t.b.v. de regionale bestuurders in de Baronie een praktische bijdrage leveren voor die gerichte aanpak. In juni 2020 stelde de voorzitter J.W. Remkes (VVD) van het Adviescollege Stikstof al: ‘Niet alles kan overal’ dat geldt ook voor Brabant en de Baronie. Inmiddels is door de provincie Brabant gestart met een ‘gebiedsgerichte aanpak (gga)’ om de uitstoot van ammoniak (NH3) door ‘piekbelasters’ bij Natura 2000-gebieden drastisch te verminderen. Bij die aanpak zijn ook gemeentes, waterschap en ZLTO betrokken. Via de stikstofgroep van de werkgroep Leefomgeving is een inventarisatie uitgevoerd om bedrijven met grote emissies (de piekbelasters) bij Natura 2000gebieden in de Baronie te inventariseren. Het zwaartepunt van piekbelasters bleek met name rondom het Ulvenhoutse Bos te liggen.

In een viertal grote clusters van veehouderijbedrijven bij Ulvenhout, Galder, Bavel-Oosterhout en Chaam, die alle vier de natuur ver boven de normen met stikstof belasten. Het eeuwenoude Ulvenhoutse Bos is zowel op landelijke als Europese schaal van bijzondere waarde. Het gaat niet alleen over het effect van stikstof op Natura 2000-gebieden of natuur in het algemeen, maar piekbelasters hebben door emissie van fijnstof en risico op zoönozen ook negatieve impact op de gezondheid van omwonenden. Door vermindering van de uitstoot zullen als bijkomend voordeel deze risico’s voor de volksgezondheid worden verminderd. Het zijn overigens volkomen legale activiteiten van de veehouderijbedrijven, die door overheden vergund zijn, maar nu door het cumulatieve effect van hun emissies andere belangen namelijk woningbouw, infrastructuur en natuur tegenwerken.

3

Het ministerie van Landbouw heeft voor de noodzakelijke vermindering van de uitstoot door sanering en omschakeling van de agrarische piekbelasters landelijk een budget van meer dan € 350 miljoen euro aan de provincies ter beschikking gesteld. In het coalitieakkoord 2021 is landelijk extra 25 miljard beschikbaar gesteld om de stikstof crisis op te lossen. De uitspraak van voorzitter Remkes ‘Niet alles kan overal’ hebben wij vertaald naar de schaal van de Baronie als een praktische leidraad voor de gemeenteraadsleden, provincie en andere lokale bestuurders om gericht tot duurzame ruimtelijke oplossingen te komen. Met de aanpak van piekbelasters wordt niet alleen invulling gegeven aan de verplichting om Natura-2000-gebieden te beschermen. Ook de algehele teruggang van de natuur in onze omgeving door de overmaat aan stikstof en de gezondheidsrisico’s door grootschalige veehouderijen vanwege fijnstof en zoönozen, worden hiermee terug gebracht. Bovendien wordt daarmee door het natuurherstel ruimte gecreëerd voor woningbouw en andere gewenste maatschappelijke ontwikkelingen in de regio, die in de huidige situatie sterk beperkt worden door de stikstofproblematiek. Bij die aanpak roepen we de overheden op om te beginnen in de Baroniegemeenten en om de betrokken ondernemers maximaal te ondersteunen bij hun transitie naar duurzame (kringloop-) activiteiten.

En tevens in deze aanpak de kansen voor een duurzame toekomstbestendige ruimtelijke inrichting op gemeentelijk niveau volledig te benutten. We bieden met deze inventarisatie de lokale overheden een handelingsperspectief aan om vanuit hun eigen verantwoordelijkheden het probleem nu eens echt aan te pakken en niet verder vooruit te schuiven.

4

Inhoud

Achtergrond 1) Vooraf, algemene inleiding over Stikstof 2) Stikstof aspecten in Brabant en de Baronie 3) Aanpak agrarische stikstofemissies in Brabant en de Baronie, 4) Inventarisatie Piekbelasters rond Ulvenhoutse Bos 5) Conclusies 6) Aanbevelingen Toegift: Relatie met luchtkwaliteit en gezondheid

Bijlagen met achtergronden over de volgende aspecten 1) Pijplijnplannen 2) Stikstof dossier: juridische uitspraken over stikstofreductie in de landbouw 3) Handhaving, de zwakke schakel 4) Berekende en gemeten effecten van ‘luchtwassers en stalsystemen’, etc. 5) Lokale RIVM meting Ulvenhoutse Bos periode 2016-2020 6) RIVM : effectiviteit van bronmaatregelen. (mei 2020) 7) Kritische Depositie Waarden (KDW) Ulvenhoutse Bos

5

1) Vooraf: algemene inleiding over stikstof Stikstofdepositie op de bodem kan worden toegeschreven aan een combinatie van ammoniak-stikstof (NH3) en geoxideerd stikstof (stikstofoxides, NOx). Emissies van NH3 (ammoniak) komen grotendeels van de landbouw en hebben dichtbij Natura 2000-gebieden een grote negatieve impact. De belangrijkste bronnen van ammoniak in de landbouw zijn dierlijke mest in stallen (47%) en de toediening van mest op het land (35%). In feite gaat het hier om stikstof dat met het plantaardig materiaal in veevoer door dieren wordt opgenomen en weer wordt uitgescheiden in de vorm van mest. Dit veevoer wordt voor circa 60% geïmporteerd, waarmee jaarlijks ruim vierhonderd miljoen kilogram stikstof2 wordt toegevoegd aan de stikstofbalans in Nederland. De te hoge emissie van NH3 is daarmee vooral een gevolg van het verstoorde evenwicht in de stikstofkringloop in ons land. Emissies van NOx (stikstofoxides) komen grotendeels van het verkeer, industrie en scheepvaart. De bijdrage vanuit landbouw is bij NOx geringer. NOx onstaat bij diverse verbrandingsprocessen door een reactie van in de lucht aanwezig neutraal stikstof (N 2, lucht bestaat voor 80% uit N2) met zuurstof. De toename van emissie van NOx hangt daardoor samen met algemene toename van economische activiteiten, zoals het wegverkeer, scheepvaart en productie, waarbij verbranding plaats vindt.

Het alom aanwezige N2 in de lucht wordt hiermee omgezet in een andere vorm, waardoor het bij een overmaat schade toebrengt aan de natuur en onze gezondheid. Aanpak van emissies van NOx kan vooral door generieke maatregelen, zoals bijvoorbeeld de verlaging van de maximumsnelheid, waardoor emissies van het wegverkeer worden terug gebracht. Deze generieke maatregelen dienen landelijk te worden genomen. Aanpak van emissies van NH3 kan eveneens deels door generieke maatregelen: luchtwassers bij stallen, mestinjectie, e.d., maar uit gerechtelijke uitspraken is gebleken dat deze bij lange na niet voldoende zijn om de depositie op natuurgebieden terug te brengen tot onder de normen. Omdat de emissie van NH3 vooral komt van steeds meer in omvang groeiende agrarische bedrijven is de aanpak op bedrijfsniveau effectief. Bovendien vindt depositie van NH3 op kortere afstand van de bron plaats dan depositie van NOx en daarom is het saneren van grote agrarische bedrijven, de piekbelasters, in de buurt van natuurgebieden het meest effectief om de te hoge depositie van stikstof op deze gebieden daadwerkelijk terug te brengen. Aanpak van emissies van NH3 kan deels ook door generieke maatregelen te nemen zoals met stalsystemen, luchtwassers, mestinjectie, e.d. Luchtwassers werken echter alleen in een geheel afgesloten dichte stal.

Deze komen bij melkveehouderijbedrijven vrijwel niet voor omdat deze stallen overwegend geventileerd worden door natuurlijke ventilatie met open gevels. Luchtwassystemen zijn dan niet mogelijk om emissies van NH3, geur en fijnstof te reduceren. Bij varkens- en kippenstallen werkt dit redelijk, mits echter goed gebruikt. Uit gerechtelijke uitspraken is intussen meermaals gebleken dat genoemde maatregelen bij lange na niet voldoende zijn om de depositie op natuurgebieden terug te brengen tot onder de Kritische Depositiewaarde (KDW). (zie Bijlage 2: Stikstof dossier: juridische uitspraken over stikstofreductie in de landbouw). 2

zie factsheet Tweede Kamer, o.a. figuur 1.

6

2) Stikstof aspecten in Brabant en de Baronie Er leven veel vragen en opvattingen over stikstof en de relatie tot Brabant. In dit hoofdstuk wordt op een aantal van die aspecten ingegaan. Aanpak en werkwijze Stikstofbelasting van Natura 2000-gebieden is zodanig ernstig dat de regering besloten heeft om tot sanering van stikstofuitstoot van agrarische bedrijven – met name veehouderijen – te komen. Daartoe gedwongen door rechterlijke uitspraken. De regering heeft daarvoor financiële middelen ter beschikking gesteld, waarvan voor de provincie Noord- Brabant vele tientallen miljoenen Euro’s. Als aanpak heeft onze provincie Brabant gekozen voor een Gebieds Gerichte Aanpak (gga) voor gebieden met hoge urgentie en grote impact. Dit is onderdeel van de integrale Brabantse Ontwikkelinsgstrategie Stikstof (BOS). Daarbij worden oplossingen gezocht, niet alleen met financiële middelen, maar ook met aanpassingen van ruimtelijke bestemmingen om toekomstperspectief voor agrarische bedrijven te kunnen bieden. Het Ulvenhoutse Bos hoort bij de eerste drie prioritaire gebieden. De stikstofwerkgroep is gestart met een inventarisatie om de bedrijven met de meeste stikstofbelasting dichtbij het Natura 2000-gebieden in de Baronie in beeld te brengen.

Dit zijn de zogenoemde ‘Piekbelasters’, die door sanering en omschakeling tot grote vermindering van de stikstofbelasting in Natura 2000-gebieden kunnen zorgen. Uit de eerste inventarisatie op hoofdlijnen bleek al snel de prioriteit bij het Ulvenhoutse Bos te liggen. Voor deze inventarisaties is gebruik gemaakt van openbare bronnen zoals Provinciale data- en kaartenbanken en vergunningen. Benadrukt wordt, zoals al eerder vermeld, dat het hier om volkomen legale activiteiten van agrarische bedrijven gaat, gebaseerd op afgegeven vergunningen. Echter als gevolg van rechterlijke uitspraken en besluiten van de regering is besloten tot een noodzakelijke vermindering van de stikstofbelasting op natuurgebieden. Deze inventarisatie werd ondersteund door kennisoverdracht vanuit de BMF (Brabantse Milieu Federatie) en diende tevens het BMF verzoek om de natuurbeschermingsvergunningen en omgevingsvergunningen te bezien. Via de Stikstofgroep is deze inventarisatie voor de Baronie uitgevoerd (jan-aug 2021). Met het doel om de stikstofbelasting in de Baronie ten aanzien van de Natura 2000-gebied Ulvenhoutsebos te inventariseren om zo tot aanbevelingen te komen voor de verantwoordelijke overheden, zoals de Provincie Noord Brabant en de ‘bron’ gemeenten Breda, Oosterhout, Alphen-Chaam en Gilze-Rijen. Toekomstige stikstofbelasting.

Naast de inventarisatie van de huidige Piekbelasters bij het Ulvenhoutse Bos zijn de gegevens van belang om bij de uitgave van nieuwe vergunningen de juiste en meest recente uitgangsgegevens te hanteren. Zo spelen in onze regio van de Baronie meer uitbreidingen van de veehouderijen een rol. (Zie Bijlage 1: Pijplijnplannen). 7

In alle gevallen gaat het om forse uitbreidingen van het aantal dieren. Het plan van een initiatiefnemer in Rijen zou zelfs de reductie van de snelheidsverlaging van 130 naar 100 km te niet doen3. Bovendien blijkt het voor inzicht in de toekomstige stikstofbelasting nodig om na te gaan of de juiste gegevens over stikstofemissies en stikstofdeposities op kwetsbare Natura 2000 en andere natuurgebieden bij vergunningverlening gebruikt worden 4. Andere effecten dan Ammoniak Deze inventarisatie is gebaseerd op de ammoniak (NH3)-emissie van bedrijven. Ammoniak is echter niet de enige emissie die schadelijk is. Andere stikstofverbindingen (NOx) zijn eveneens verstikkend voor de natuur. Daarnaast zijn er emissies van fijnstof (PM10 en PM2,5), die de luchtkwaliteit en de gezondheid van mensen negatief beïnvloeden. In deze inventarisatie zijn deze emissies niet gekwantificeerd. Het geeft wel aan dat het negatief effect van deze bedrijfsactiviteiten groter is dan alleen de uitstoot van ammoniak. Omgekeerd geeft sanering ook voordelen op die andere aspecten. In Europees perspectief Bij kaartbeelden van de luchtverontreiniging op Europese schaal valt de grensregio van Brabant en Vlaanderen op als een van de gebieden met de meeste emissies. De sterke intensivering in de laatste decennia van de veehoudende landbouw is hiervan een belangrijke bron.

In het Nederlands-Vlaamse grensgebied ligt een zwaartepunt in de gemeenschappelijke Kempen. Uiteraard worden zowel Vlaanderen als Brabant belast met emissies vanuit het buitenland, maar beiden voegen meer emissies toe dan er ‘ontvangen’ worden. Ze zijn zodoende ‘netto-exporteurs’ van ammoniak, fijnstof, etc.. Nederland ‘exporteert’ vier maal zo veel stikstof dan het importeert. Grenseffecten De grens tussen Nederland en België is een ‘administratief’ gegeven, die uiteraard geen effect heeft op de werkelijke emissiestromen van o.a. Stikstof. Zonder samenwerking tussen beide landen werkt de grens zelfs negatief, doordat Nederlandse bedrijven – uitgaande van soepeler Vlaamse stikstofregels – daarheen ‘emigreerden’5 (zie fig 3). De provincie Brabant deed daar recent inventariserend onderzoek naar met als uitkomst dat er sinds de 90-er jaren 34 Nederlandse veehoudende ondernemers actief zijn op 80 locaties in Vlaanderen. De Brabantse landbouwgedeputeerde Elies Lemkes3 4

fig 3: Nederlandse bedrijven – (rood) in Vlaanderen. Bron Omroep Brabant.

NRC 25 juli 2021. Follow the Money. Zie o.a. casus uitspraak over N629.

5

Omroep Brabant website 26 februari. https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3348762/boeren-verruilen-brabant-voorbelgievanwege-stikstofregels-provincie-wil-onderzoek

8

Straver besloot6 vervolgens op basis van dit onderzoek om vaker gezamenlijk met Vlaanderen op te gaan trekken om stikstofuitstoot tegen te gaan. Vlaamse ontwikkelingen Recent speelde nog een voorgenomen vestiging van een bedrijf voor 2500 kalveren op de grens in het Vlaamse Baarle Hertog. Dit grensde aan het bedrijf van de vader in het Nederlandse Baarle Nassau. Gezamenlijk zou het om een megastal van ca 4500 stuks kalveren gaan. Deze en dergelijke vestigingen roepen ook in Vlaanderen steeds meer weerstand op. Zo bleek uit bezwaren van de gemeente Baarle Hertog - samen met Baarle Nassau – bij de provincie Antwerpen tegen een verleende vergunning. Ook het Vlaamse Natuurpunt Markvallei tekende bezwaar aan bij de Vlaamse minister van Omgeving. Gesteund door Brabantse natuurverenigingen, maar niet door de provincie Noord Brabant. Uiteindelijk, eind april 2021, vernietigde de Vlaamse gewestminister deze vergunning van de provincie Antwerpen. Dit o.a. vanwege het gezamenlijke effect van de - alleen door een dunne grens gescheiden - twee bedrijven. Het is een duidelijk signaal dat ook in Vlaanderen de stikstofemissies steeds kritischer beschouwd worden. Waar natuur en emissies niet stoppen bij een grens, moet ook de afstemming van het beleid van buurlanden niet stoppen bij die grens. Intensivering van de samenwerking is dan ook noodzaak.

Afname ammoniakemissie7 tot 2017 Maatregelen om ammoniakemissies te beperken, bleken vanaf 1990 tot 2013 effectief te zijn en hadden succes. En geven aan dat door overheidsbeleid veel mogelijk is. De berekende ammoniakemissie daalde, maar stabiliseerde zich echter vanaf 2013 vervolgens op een nog steeds te hoog niveau5. (zie fig 4: RIVM/Emissieregistratie). Op basis van de verwachtingen bij het afschaffen van het melkquotum Figuur 4) Ammoniakemissies Land- en Tuinbouw.(CLO-nl) RIVM zagen vele veehouders uitbreiding van hun bedrijf als beste toekomstperspectief.

6

PS Brabant, juli 2020. Ammoniakemissie door de land- en tuinbouw, 1990-2018 | Compendium voor de Leefomgeving (clo.nl) 5 Zie rapport “Ammoniak nog steeds een Hoofdpijndossier’ van Planbureau voor de Leefomgeving, TNO en RIVM. (Volkskrant 30-11-2020). 7

9

De stijging bij rundvee (zie fig.4) die zich tussen 2013 en 2017 voordeed kan daarom grotendeels worden toegeschreven aan de groei van de melkveestapel. Het aantal koeien in Nederland steeg als gevolg van de afschaffing van het melkquotum (1 april 2015). Het hoogste aantal werd bereikt in 2016. Weliswaar daalde daarna vanaf 2017 en 2018 de landelijk berekende emissies8 van vee door de invoer van het fosfaatreductiepakket (CBS, 2019). Echter de slechts twee aanwezige lokale meetstations van het RIVM in het Mastbos en Regte Heide laten zien dat de emissies in de Baronie sinds 2017 nog steeds stijgen. (zie Bijlage 5: Lokale RIVM meting Ulvenhoutse Bos periode 2016-2020). Dit pleit weer voor het feitelijk en consequent meten van emissies. Nederland stikstof importeur of exporteur? Uiteraard ontvangt Nederland ook ‘stikstof’ via de lucht uit het buitenland, maar het exporteert vier keer meer dan het ontvangt, Nederland is daarmee een grote ‘netto-’ exporteur van stikstof via de lucht. Een groot deel heeft als bron de soja die als veevoer uit het Braziliaanse Amazonewoud

Nederlandse Stikstofbalans met import en (veelvoudige) export

aangevoerd wordt. Nederland is wereldwijd de op één na grootste afnemer van Braziliaanse Soja uit het Amazone gebied. Veel wordt omgezet in agrarische producten voor wereldwijde export, waarin Nederland wederom de tweede plaats in neemt. Maar de nadelige effecten blijven hier. Als gevolg hiervan is de stikstofkringloop in Nederland volledig uit balans: stikstof hoopt zich op in ons land en lekt overmatig naar bodem en lucht. Terwijl dit elders in de wereld leidt tot grote verarming van de bodem. Het Nederlandse niveau van stikstofemissie9 is nog steeds veel hoger dan de EU-norm. Al ruim dertig jaar spreekt de EU-Commissie Nederland daarop aan. Nu heeft ook de Nederlandse rechter de Staat – zelfs dwingend - hier op aangesproken. 8 9

CBS Monitor fosfaatreductiepakket 2018. Ca 10 %. Factsheet Tweede Kamer figuur 2.

10

Met de provinciale ‘gebieds gerichte aanpak’ van stikstofemissies als huidig concreet resultaat. De plannen van aanpak met ‘gga’s zijn er, achter de schermen wordt overlegd, maar er zijn nog geen resultaten. Illegale stikstof emissies? In deze rapportage is uitgegaan van legale bedrijfsactiviteiten op basis van legale vergunningen. Er blijkt volgens de NRC van 26 juli 2021 over het onderzoek ‘Mestfraude, de vergeten stikstof bijdrage’ van Follow the Money ook sprake van illegale stikstof emissies te zijn. Follow the Money baseerde dit op basis van veroordelingen door de rechter. De ecologische effecten door de overschrijding van productierechten bleken het sterkst op het Natura 2000-gebied Ulvenhoutse bos met 5,8 mol stikstof per hectare per jaar. Of te wel 650 mol/ha/jaar voor het gehele Ulvenhoutse Bos. Een Pluimveehouder uit Rijen werd strafrechtelijk veroordeeld voor een tekort van 1,4 miljoen pluimveerechten over de periode 2015-2018.

11

3) Aanpak agrarische stikstofemissies in Brabant en de Baronie Het Brabantse Provinciebestuur heeft eind 2020 besloten tot de aanpak van overmatige stikstof depositie op Natura 2000-gebieden. Dit door de provinciale ‘Gebieds gerichte aanpak stikstof’. Met deze gebiedsgerichte aanpak (gga) stikstof werken de provincie en haar partners aan het verbeteren van de condities in de zone direct rondom 14 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in Brabant. Een overzicht van al de Brabantse stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden is in figuur 5) weergegeven. De gebiedsgerichte aanpak is nodig omdat de ammoniak vanuit de directe omgeving veel invloed heeft op de ‘verstikking’ in het natuurgebied. Parallel daaraan is door de stikstofgroep gestart met een inventarisatie van ‘piekbelasters’ in de Baronie. Met de bedoeling om de aanpak van de provincie te ondersteunen en te focussen op Natura 2000-gebieden die richtinggevend te zijn voor de Baroniegemeenten. In de Baronie gaat het met name om overschrijding van de depositienormen in de Natura 2000-gebieden Ulvenhoutse Bos, de Biesbosch, Loonse en Drunense Duinen, Langstraat, Regte Heide & Riels Laag. (Zie kaart fig 5). Op wat grotere afstand komen ook Brabantse Wal, Vlijmens Ven & Moerputten & Bossche Broek, Kampina & Oisterwijkse vennen, KempenlandWest in beeld.

De provincie geeft al aan dat alle Brabantse Natura 2000-gebieden overbelast zijn met stikstof. Bovendien zorgt deze overbelasting ook voor aantasting van natuurwaarden in geheel Noord-Brabant. Er ligt een “deken” van stikstof over het gehele landschap, waardoor ecosystemen uit evenwicht raken en stikstof minnende soorten - als brandnetel en bramen de overhand krijgen waardoor kwetsbare soorten van voedselarme omstandigheden (o.a. orchideeën) het onderspit delven. Dit is ook een belangrijke oorzaak van de achteruitgang van de gehele biodiversiteit in onze omgeving. Het gaat dus bij de aanpak zeker niet alleen om het voldoen aan Europese afspraken, maar vooral om tegelijkertijd de biodiversiteit als basis van ons bestaan te versterken.

Stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden in Brabant. Bron provincie NBr. Het Vlaamse Natura 2000-gebied ‘De Elsakker’ grenst aan Strijbeek-Galder, maar is op deze kaart niet aangegeven.

12

Bij de selectie van piekbelasters vanuit de Baronie is de provinciale norm gehanteerd van een straal van tien kilometer van de stikstof emissie bron tot het Natura 2000-gebied. Vanuit de gemeentelijke gebieden van Breda, Oosterhout, Alphen-Chaam en Gilze en Rijen worden dan de Natura 2000-gebieden Ulvenhoutse Bos, de Biesbosch, Loonse en Drunense Duinen, Langstraat, Regte Heide & Riels belast. Tevens zal rekening gehouden moeten worden met het aan de Strijbeeksebeek grenzende en meest noordelijke Vlaamse Natura 2000-natuurgebied ‘de Elsakker’, want ‘emissies storen zich niet aan grenzen’. Bij een eerste overzicht bleek al snel dat het centraal in Baronie gelegen Natura 2000-gebied van het eeuwenoude Ulvenhoutse Bos het meest bedreigd is. Het in 2015 door het Rijk vastgestelde Beheerplan N2000-gebied Ulvenhoutse Bos beschrijft het als volgt: Het Ulvenhoutse Bos is een bosgebied van 112 ha in de gemeente Breda bij Ulvenhout. Het is één van de oudste bossen in Nederland. Niet alleen natuur is belangrijk in het Ulvenhoutse Bos. Het biedt bewoners uit de omgeving ook een prachtig decor voor wandelingen, fietstochten en andere recreatievormen. In het bos geven de wegenstructuur en het reliëf inzicht in de cultuurhistorie die teruggaat tot in de Middeleeuwen. Het is geen monotoon productiebos maar kent zowel natte broekbossen als eiken-haagbeukenbossen.

Deze diversiteit is het gevolg van het reliëf en het voorkomen van kwelwater. Vooral in het voorjaar is in het Ulvenhoutse Bos te genieten van bloeiende bosplanten zoals witte rapunzel en slanke sleutelbloem. Binnen Nederland is dit bos één van de natuurparels. In Europa komen deze bossen met bijbehorende plant- en diersoorten niet veel voor. Daarom is het gebied aangewezen als zogenoemd Natura 2000-gebied en heeft de toenmalige minister van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (cq EZ) doelen gesteld.

Die doelen omvatten onder andere de Kritische Depositie Waarden (KDW) voor stikstof die niet overschreden mogen worden om een gezond bos in stand te houden. (zie bijlage 8) KDW). Op basis van gegevens uit 2012 zal de stikstof depositie op het Ulvenhoutse Bos globaal met de helft verminderd moeten worden. Bij de KDW doelen voor vermindering van de stikstofdepositie op het Ulvenhoutse Bos zijn ook tussendoelen voor 2020 gesteld. De resultaten hiervan zijn niet bekend. De gemeente Breda formuleerde de stikstofbelasting in de passende beoordeling bij het Bestemmingsplan Oost in 2015 als volgt: “De huidige stikstofbelasting op het Ulvenhoutse Bos bedraagt tussen de 2.250 en de 3.200 mol N/ha/jr en is daarmee (veel) hoger dan de kritische depositiewaarde (1.429 tot 1.857 mol N/ha/jr)”

Ter info: De sanering van de Piekbelasters rond het Ulvenhoutse Bos is extra belangrijk omdat door Provincie, gemeente Breda, SBB en Brabantse Delta fors geïnvesteerd wordt in vernattingsherstel van de oorspronkelijke natuurwaarden van het eeuwenoude bos. Zonder aanpak van de omgevingsfactoren met vermestende en verstikkende bronnen blijft dat ‘dweilen met de kraan open’. Dat kan niet de bedoeling zijn van de besteding van belastinggelden voor natuurherstel.

13

Zoals eerder genoemd is bij de inventarisatie van ‘stikstof piekbelasters’ rond het Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos gebruik gemaakt van de provinciale kaartbank met de landbouwgegevens. Die geeft per veehouderij de emissies van ammoniak, fijnstof en geur. Benadrukt wordt nogmaals dat het hier om legale bedrijfsvoeringen gaat, waarvoor vergunningen door de overheid zijn afgegeven. Deze inventarisatie is dan ook niet gericht op de individuele ondernemingen, maar is bedoeld om de overheden te ondersteunen bij haar beleid om de stikstofemissies op Natura 2000-gebieden gericht op de piekbelasters te verminderen. Dit is het meest effectief om zodoende ruimte te scheppen voor natuurontwikkeling en andere economische activiteiten. De wijze van het verminderen van de stikstofemissies, die de natuur in natuurgebieden letterlijk ‘verstikt’, is aan de overheden. Zij hebben het beste zicht op de lokale omstandigheden en hun beschikbare ruimtelijke en financiële instrumentarium. Daarvoor bestaat een programma met forse budgetten vanuit het Rijk en de Provincie voor bijvoorbeeld: transitie naar andere bedrijfsvoering, vrijwillige bedrijfsbeëindiging, aankoop, etc.

14

4) Inventarisatie Piekbelasters rond Ulvenhoutse Bos Zoals genoemd is bij de inventarisatie gebruikt gemaakt van de provinciale kaartbank. Per bedrijf geeft deze informatie over de bedrijfsomvang , de ammoniak emissie in kg per jaar, de geuremissie (Odour units per seconde10) en de hoeveelheid fijnstof (PM10 en PM 2,5) in kg per jaar. De bedrijfsomvang uitgedrukt in Nederlandse Grootte Eenheid (NGE) wordt voor een groot deel bepaald door het aantal dieren (per soort) en het aantal hectares. De kaartbank geeft geen gegevens over andere stikstofverbindingen zoals NOx. Voor het begrip ‘piekbelaster’ in dit rapport is uitgegaan van de door provincies gehanteerde definitie: “een piekbelaster is een bedrijf dat gemiddeld minstens 2 mol stikstof depositie per hectare per jaar veroorzaakt op Natura 2000-gebieden binnen een straal van 10 kilometer afstand van de vestiging van de veehouderij”. Voor deze inventarisatie voor de Baronie is – na een eerste scan en vanwege de beperkte tijd en werklast – gekozen om vooralsnog alleen de ammoniakdepositie vanuit 4 clusters van bedrijven rondom het Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos in beeld te brengen. Per cluster worden vervolgens de emissies van individuele bedrijven opgeteld tot een cluster totaal.

Het is belangrijk om te weten dat deze inventarisatie geen 100% beeld geeft en kan geven van de werkelijke emissies en deposities omdat: - ook buiten de gekozen clusters bedrijven bijdragen aan de emissiebelasting op het Ulvenhoutse Bos. - uit oogpunt van efficiency - bij deze inventarisatie - bedrijven met minder dan 1000 kg/jaar ammoniak emissie buiten beschouwing zijn gelaten. Maar deze vele ‘kleintjes’ tellen ook op. - bij bovenstaande berekeningen niet meegenomen is dat er via ‘intern salderen’ met emissie arme stalsystemen en luchtwassers gerekend wordt, die in werkelijkheid veel minder reductie bereikten. Zodat de emissiereductie op papier een andere en voor de onderneming gunstiger was dan in werkelijkheid. (Bijlage 4: Effecten van ‘luchtwassers’, ‘stalsystemen’, etc.’). De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 11 maart 2021 dan ook geoordeeld dat dit onterecht is en de vergunning vernietigd. - het aanzienlijke aandeel ammoniak dat vervolgens vrijkomt bij het uitrijden van de mest (‘gier’) op het land. - Tenslotte is ook nog geen rekening gehouden (en kon worden gehouden) met initiatieven en vergunningsaanvragen die nog in de ’pijplijn’ zitten’. Zie daarvoor als indicatie Bijlage 1 over ‘pijplijnaanvragen’. Opgemerkt wordt daarom dat elk clustertotaal een onderschatting van de totale emissie last weergeeft. De werkelijke emissies zijn beslist hoger.

10

Eén odour unit is de hoeveelheid geurstoffen per één kubieke meter lucht onder standaard condities (concentratie is 0,040 μmol/mol)

15

Vanuit de totalen aan emissies per cluster is een omrekening gemaakt van de emissies naar de depositie op het Natura 2000-gebied in dit geval het Ulvenhoutse Bos. Daarvoor is gebruik gemaakt van een gemiddelde factor per cluster. Deze factor is gebaseerd op depositieberekeningen (o.a. via Aerius) van bestaande Omgevings- en Natuurbeheerswet vergunningen. De factor varieert per cluster als gevolg van andere afstanden tot het Ulvenhoutse Bos. Voor het Ulvenhoutse Bos is op basis van de provinciale kaartbank met landbouwgegevens een pragmatische gebiedsindeling met 4 clusters van veehouderijbedrijven rondom het Ulvenhoutse Bos gemaakt.

Ligging clusters ten opzichte van Ulvenhoutse Bos

Het zijn:

cluster 1: Ulvenhout cluster 2: Bavel cluster 3: Galder cluster 4 : Chaam

De locaties van de individuele bedrijven met ca 1000 kg NH3/jaar of meer, zijn per cluster met ‘markers’ aangegeven. De getotaliseerde cluster gegevens zijn hieronder per cluster aangegeven. Dit is gebaseerd op tabellen uit de provinciale kaartbank gegevens over locatie, NGE (bedrijfsgrootte), NH3 kg/jaar, plaats, fijnstof kg/jaar. Met deze specifieke locatiegegevens in de tabellen – hoewel openbaar – wordt terughoudend omgegaan. Desgewenst zijn ze op aanvraag beschikbaar. Alle gegevens zijn gebaseerd op de provinciale kaartbank data van vóór oktober 2021.

16

Cluster 1: Ulvenhout

Cluster 1 Ulvenhout Totaal 1 kg = 0.003993 mol/ha/jaar

NGE (bedrijfsgrootte) 850

NH3 kg/jaar

plaats

11365

Breda AlphenChaam

Ulv. Bos mol/ha/jaar depositie

45

Fijnstof Kg/jaar

Gem. afstand tot Ulvenhoutse bos

163,79

1 km

Cluster 2: Bavel, Dorst (Oosterhout), Lijndonk (Gilze en Rijen)

Cluster 2 Bavel, Dorst, Lijndonk Totaal 1 kg= 0.000822 mol/ha/jaar

NGE (bedrijfsgrootte) 5293

NH3 kg/jaar

plaats

59456

Breda Oosterhout Gilze-Rijen

Ulv. Bos mol/ha/jaar depositie

Fijnstof Kg/jaar

Gem. afstand tot Ulvenhoutse bos

49

4878.21

3,3 km

17

Cluster 3: Galder*

Cluster 3 Galder * Totaal 1 kg= 0.000813 mol/ha/jaar

NGE (bedrijfsgrootte) 1373

NH3 kg/jaar

plaats

Ulv. Bos mol/ha/jaar depositie

Fijnstof Kg/jaar

Gem. afstand tot Ulvenhoutse bos

21150

Alphen Chaam

17

910.91

4,4 km

* Cluster Galder ligt op ca 1 km van het Natura 2000-gebied de Elsakker (B). Als gevolg daarvan moet er rekening gehouden worden met een depositie van minimaal 50 mol/ha/jaar

18

Cluster 4: Chaam

Cluster 4 Chaam Totaal 1 kg = 0,000338 mol/ha/jaar

NGE (bedrijfsgrootte) 3172

NH3 kg/jaar

plaats

Ulv. Bos mol/ha/jaar depositie

Fijnstof Kg/jaar

Gem. afstand tot Ulvenhoutse bos

49782

AlphenChaam

17

1771.08

5,1 km

Uit deze inventarisatie volgt dat er vanuit de clusters Ulvenhout en Bavel een hoge depositie met negatief effect plaats vindt op het Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos. Daarnaast is ook de impact van de clusters Galder en Chaam ver boven de provinciale (KDW) norm. Vandaar dat via een gebiedsaanpak van deze bronnen binnen de gemeenten Breda, Alphen-Chaam, Oosterhout en Gilze-Rijen met prioriteit de natuur hersteld moet worden via een transitie van bestaande activiteiten naar duurzame landbouw.

19

5) Conclusie Op grond van de geïnventariseerde gegevens is de conclusie dat agrarische bedrijven in de clusters Ulvenhout, Bavel-Oosterhout, Galder en Chaam hoge emissies veroorzaken met een verstikkend effect op Natura 2000-gebieden in de Baronie, met name ook in het Ulvenhoutse Bos. Deze bedrijven (piekbelasters) zijn gelegen in de gemeenten Breda, Alphen-Chaam, Oosterhout en Gilze Rijen. Het effect van stikstof op Natura 2000-gebieden of natuur in het algemeen, is mede kunnen ontstaan door de enorme import van stikstof met veevoer (met name soja) voor de veehouderij waardoor in Nederland steeds meer stikstof cumuleert en elders zoals in Brazilië bossen worden gekapt en bodems steeds verder verarmen. Piekbelasters hebben door emissies van stikstof, fijnstof en risico op zoönosen ook negatieve impact op de gezondheid van omwonenden. Door vermindering van de piekbelasters zullen dan ook deze risico’s voor de volksgezondheid worden verminderd. Daarnaast schept het veiligstellen en borgen van de Natura-2000 gebieden door o.a. de aanpak van piekbelasters weer ruimte voor woningbouw en andere gewenste maatschappelijke ontwikkelingen, die nu door de stikstofproblematiek beperkt worden. Op basis van deze inventarisatie wordt daarom aan de gemeenteraadsleden, Colleges van B&W van Breda, Alphen-Chaam, Oosterhout en Gilze Rijen en het Brabantse Provinciebestuur gevraagd om: -

De depositie van stikstof in de Baronie tot een aanvaardbaar niveau terug te dringen door de emissie van een toereikend aantal van de in dit rapport geïnventariseerde piekbelasters spoedig en structureel te beëindigen

-

daartoe in eerste instantie maximaal gebruik te maken van de financiële mogelijkheden in het stikstofprogramma van provincie en het rijk,

-

dit te ondersteunen met een gebieds gerichte aanpak die perspectief biedt voor transitie naar nieuwe duurzame (kringloop-) activiteiten en een toekomstbestendige ruimtelijke inrichting

-

als eerste te focussen op het centraal in de Baronie gelegen eeuwenoude Natura 2000-gebied: het Ulvenhoutse Bos

-

en daarmee achteruitgang van natuurwaarden en biodiversiteit in de Baronie te stoppen om zo tevens een gezondere omgeving voor omwonenden te bieden11.

-

Zoals vermeld is voor deze inventarisatie gebruik gemaakt van openbaar gestelde gegevens, rapporten, artikelen en jurisprudentie. Desondanks kost het als werkgroep van vrijwilligers relatief veel tijd en inspanning om een en ander in beeld te kunnen brengen. Het zorgdragen door gemeentelijke en provinciale overheid voor een betere

-

11 Na het bereiken en borgen van de natuur doelstellingen zullen binnen de gestelde kaders andere

gewenste maatschappelijke ontwikkelingen (bijv. woningbouw) weer mogelijk worden.

20

toegankelijkheid zal transparantie van belangrijke (openbare) informatie voor vergunningverlening bevorderen . 6) Aanbevelingen 1e) Het saneren van piekbelasters zal tot verandering van de bedrijfsmatige agrarische activiteiten leiden. Dat is voor de betrokken ondernemer buiten zijn schuld en werkend met legale vergunningen een niet voorziene, vaak ongewenste en altijd emotionele verandering. Aanbevolen wordt om de ondernemer zo goed mogelijk te ondersteunen en perspectief te bieden in een transitie naar nieuwe duurzame ‘kringloopactiviteiten’. Tevens wordt aanbevolen om deze veranderingen ook in ruimtelijke en landschappelijke zin als meerwaarde voor een duurzame inrichting te benutten. 2e) Bij deze inventarisatie is uitgegaan van de bestaande situatie. Echter er zijn meer plannen voor nieuwe activiteiten in de pijplijn van bestemmingsplannen en (agrarische) vergunningen die forse nieuwe stikstof- en fijnstofemissies met zich mee gaan brengen. Aanbevolen wordt om de plannen voor de toekomst direct te toetsen aan het streven om de stikstof-belasting op Natura 2000-gebieden flink te beperken. 3e) Met het nemen van besluiten en vastleggen in vergunningen en bestemmingsplannen is nog niet het einddoel bereikt. Dit is pas het geval als de uitvoering in de praktijk ook zodanig is als bedoeld was.

Daarvoor is vergunningverlening met passende beoordeling en handhaving met voldoende capaciteit, deskundigheid èn mandaat nodig. (Zie Bijlage 3). Aanbevolen wordt om beleid te baseren op praktijkmetingen, in plaats van prognoses. Bij metingen rekening te houden met ‘onbenutte’ capaciteit en na vaststelling van besluiten en vergunningen ook te zorgen voor effectieve handhaving, zodanig dat ook in het veld bereikt wordt wat bedoeld was. 4e) Terwijl de gerichte gebiedsgerichte aanpak voor het Ulvenhoutse Bos al begin 2021 door de provincie met o.a. Breda, Alphen-Chaam, Waterschap, ZLTO etc. gestart is, zijn natuur- en milieuorganisaties hier niet bij betrokken. Dit ondanks het streven naar participatie, transparantie en ‘beginspraak’. Aanbevolen wordt – ook in de geest van de omgevingswet – om zo spoedig mogelijk voor de behartiging van natuur, milieu en landschapsbelangen de samenwerkende natuur en milieu organisatie bij o.a. de gebiedsgerichte aanpak voor de stikstof reductie te betrekken. 5e) Met deze inventarisatie is in een moeizaam traject veel kennis op gedaan in een ingewikkeld terrein van modellen en vergunningverlening bedoeld om natuur te beschermen.

21

Ter inspiratie wordt aanbevolen om de hier opgedane kennis en ervaring breed te gebruiken zowel binnen de Baronie, onze eigen provincie als ook voor andere provincies. 6e) Bij vergunningverlening wordt enkel gekeken naar de 'nieuwe aanvraag' en wordt geen rekening gehouden met de uitstoot van andere bronnen en andere agrarische bedrijven, die eerder al waren vergund. Hierdoor wordt het cumulatief effect bij vergunningverlening niet beoordeeld. Voor een juist beeld wordt aanbevolen om wel het cumulatieve effect in beschouwing te nemen, immers de belasting van Natura 2000-gebieden is aan een maximum limiet gebonden.

22

Toegift: Relatie met luchtkwaliteit en gezondheid. Het sterk nadelige effect van NH3-emissies op de natuur in Natura 2000-gebieden is niet het enige. Emissies en fijnstof resulteren via chemische reacties in stikstofoxides, die mede een grote negatieve invloed op de luchtkwaliteit, gezondheid en levensduur van mensen hebben. Staatsecretaris van Veldhoven (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) noemde als gevolg van emissies het verlies aan 150.000 gezonde levensjaren en 11.000 vroegtijdige sterfgevallen. Zo is blootstelling aan luchtvervuiling verantwoordelijk voor zo’n 3,5% van de totale ziektelast en een half miljard euro aan zorgkosten in Nederland. De luchtvervuiling kan luchtwegklachten en hart- en vaatziekten veroorzaken en verergeren. Ook kan het longkanker tot gevolg hebben. In de inventarisatietabellen12 zijn ook de fijnstof gegevens uit de Brabantse kaartbank opgenomen. Het blijkt dat er ook veel ‘fijnstof’ vrij komt en dat de hoeveelheid per bedrijf sterk wisselt. Duidelijk is gebleken dat pluimveebedrijven en varkenshouderijen relatief meer fijnstof uitstoten en dat ook gebruikte stalsystemen en -technieken van invloed zijn op de uitstoot. Het RIVM heeft in het onderzoek "Veehouderij en Gezondheid Omwonenden" in een analyse van gezondheidseffecten, risicofactoren en uitstoot van bio-aerosolen de relatie tussen fijnstof en gezondheid in beeld gebracht.

(16-6-2017). Een belangrijke conclusie daaruit: “Er zijn sterke aanwijzingen dat fijnstof en componenten ervan mensen gevoeliger maken voor luchtweginfecties. Specifieke ziekteverwekkers afkomstig van dieren kunnen echter niet worden uitgesloten. Veehouderijsectoren met de hoogste uitstoot van fijnstof, zoals pluimvee- en varkenshouderij, dragen duidelijk bij aan de concentratie van endotoxinen in de leefomgeving. Opvallend is dat ook sectoren van de veehouderij die niet bekendstaan om een hoge uitstoot van stoffen toch substantieel lijken bij te dragen aan de concentratie van endotoxinen in de leefomgeving”. Gezien de relatieve nabijheid van agrarische activiteiten en bewoning is er voldoende aanwijzing dat de emissie van fijnstof en onderdelen daarvan afkomstig van veehouderijbedrijven van invloed is op de gezondheid van de mensen ook in onze omgeving. Elke verbetering van de luchtkwaliteit door sanering van piekbelasters zal dus als bijkomend voordeel ook ten goede komen aan de gezondheid van mensen.

12 (op verzoek beschikbaar)

23

Kaarten van Europa met concentraties van stikstofbemesting, stikstof overschot, intensieve veeteelt, ammoniakemissies en nitraatvervuiling bevestigen de hotspots in het Kempische grensgebied van Brabant en Vlaanderen.

Figuur 6: Concentraties van ongezonde schadelijke stoffen op Europese schaal met Brabant en Vlaanderen als 'hotspots'.

Tijdens een webinar13 voor de provinciale Statenleden georganiseerd door de BMF (27-012020), over Volksgezondheid en luchtkwaliteit werden een aantal verontrustende conclusies getrokken. Waarvan hieronder een vrije vertaling gegeven wordt: voor een gezond Brabant moet de veestapel met 2/3 worden verminderd, anders neemt de sterfte bij mensen in Brabant toe. ‘end of pipe’ oplossingen zoals ‘afzuigfilters en stalsystemen’ kosten goud aan investeringen voor de boer en leveren alleen op papier maatschappelijk rendement op. Het werkelijke rendement is o.a. door het CBS fors naar beneden bijgesteld. Brabant en Vlaanderen hebben de meeste emissies (fijnstof) in Europa. Dus slechtste luchtkwaliteit. Nederlandse landbouw exporteert 75 % van haar producten naar buitenland, 100 % van de mest blijft hier. Met alle problemen van dien. door de productie vóór en de concurrentie óp de wereldmarkt met lage prijzen heeft de agrariër maar een marginaal bestaan. zorg met ambitie voor een landbouw op gezonde grond (luchtig, met biologisch materiaal, bacteriën, en sponswerking), dat geeft een forse reductie in stikstofemissies. uitstel van besluiten om stikstof- en fijnstofemissies tegen te gaan, is nadelig voor luchtkwaliteit, volksgezondheid en het leven van burgers

13 https://www.brabantsemilieufederatie.nl/wp-content/uploads/sites/18/2021/01/BMF_Volksgezondheid-en-

luchtkwaliteit.pdf

24

Bijlagen : met achtergronden over de volgende aspecten 1) Pijplijnplannen 2) Stikstof dossier: juridische uitspraken over stikstofreductie in de landbouw 3) Handhaving, de zwakke schakel 4) Berekende en gemeten effecten van ‘luchtwassers en stalsystemen’, etc. 5) Lokale RIVM meting Ulvenhoutse Bos periode 2016-2020 6) RIVM : effectiviteit van bronmaatregelen. (mei 2020) 7) Kritische Depositie Waarden (KDW) Ulvenhoutse Bos

25

Bijlage 1: Pijplijnplannen Er is geen rekening gehouden met de huidige pijplijnplanen voor:  Mosstraat 23A Rijen. Omgevingsvergunning met afwijking van het bestemmingsplan voor uitbreiding tot 242.000 legkippen en voor een loods t.b.v. een houtverbrandingsinstallatie en mestverwerkingsinstallatie. De extra emissies zouden in de regio het positieve effect van de verlaging van de maximum rijsnelheid van 130 km/u naar 100 km/u te niet doen.  Schransmansdreef 8 Den Hout. Wijzigingsplan voor het uitbreiden tot 137.000 mestkippen.  Mastdreef 19 Breda. Omgevingsvergunning voor uitbreiding tot 5000 varkens en 2114 biggen.  Boerenbaan 9 Alphen. Omgevingsvergunning voor uitbreiding melkveehouderij tot 462 rundvee.  Meerberg 31 Teteringen. Omgevingsvergunning voor wijziging van mestvarkenbedrijf naar varkensfokbedrijf voor 2417 varkens en 3584 biggen.  Boshoven 3A in Alphen. Omgevingsvergunning voor wijziging en uitbreiding tot 1729 mestvarkens/vleesrunderen  Hoogeind 1,4 en 6. Baarle-Nassau. Fokzeugenbedrijf Bervoets BV. Uitbreiden met meer dan 900 zeugen.  Moerdijkseweg 1 te Terheijden. Melkveebedrijf de Laak  ..

26

Bijlage 2: Stikstof dossier: juridische uitspraken over stikstofreductie in de landbouw In 2015 bedacht het toenmalige kabinet Rutte II een handige formule om onder de noodzaak van een reductie van stikstof in tal van situaties, maar vooral in de landbouw, uit te komen. De PAS (de Programmatische Aanpak Stikstof) liet toe dat onzekere milieuwinst uit toekomstige stikstofbeperkende ontwikkelingen nu al vast mocht worden ingeboekt om extra uitstoot van stikstof toe te staan. Deze misleidende manoeuvre had tot gevolg dat honderden vergunningen voor stikstofproducerende activiteiten werden aangevraagd voor snelwegen, spoorwegen, woonwijken, megastallen en bedrijventerreinen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State zat met de handen in het haar. Veel van die vergunningen werden aangevochten door omwonenden en milieuorganisaties, doorgaans zonder succes. Was PAS in overeenstemming met de Europese regels? De Afdeling vroeg om een zgn. prejudiciële beslissing aan het Europese Hof van Justitie in Luxemburg.

Dat maakte in 2018 korte metten met de Hollandse omzeiling en verklaarde PAS in strijd met het Europees recht, als volgt: “Louter prognoses met betrekking tot de toekomstige gevolgen van de genoemde maatregelen (PAS) en de verwachte daling van stikstofemissies mogen bij de verlening van toestemming voor extra stikstofdeposities niet in aanmerking worden genomen”, aldus de Advocaat-generaal van het Europese Hof in zijn advies, dat werd overgenomen door het Hof. Het duurde nog tot mei 2019 alvorens de Afdeling in een verstrekkende uitspraak een vergunningverlening door een gemeente nietig verklaarde op grond van een verkeerde toepassing van de wet. Nederland deed met PAS niet genoeg om de schadelijke stikstofuitstoot terug te dringen. Natuurgebieden, vooral die welke stikstofgevoelig zijn en een beschermde status hebben, zoals Natura 2000-gebieden en Europese Habitatrichtlijn gebieden, zijn hierdoor onvoldoende beschermd. Het resultaat was verbijsterend, ten minste voor diegenen die stikstofverspreidende activiteiten uitvoerden. De aanleg van wegen moest worden stilgelegd, evenals de bouw van woonwijken, de uitbreiding van veehouderijen en fabrieken. De voorbereiding van de aanleg van een derde baan op de A58 werd voorlopig opgeschort. Intussen zijn we verder en heeft de Afdeling drie belangrijke uitspraken gedaan die direct gevolgen hebben voor de praktijk.

De eerste uitspraak inzake een varkenshouderij op de Logtsebaan (AbRS 20 januari 2021) heeft betrekking op de vraag of voor intern salderen een natuurvergunningsplicht geldt. De Afdeling beantwoordt deze vraag ontkennend. Bij intern salderen gaat het erom of de aangevraagde activiteit zelf niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de eerder vergunde situatie ten tijde van de referentiesituatie (AbRS 16 maart 2018). Daarin zit meteen het verschil met extern salderen. Bij extern salderen staat vast dat de aangevraagde activiteit zelf leidt tot een toename van de stikstofdepositie, waarbij de intrekking van een milieu- of natuurvergunning

27

van een andere activiteit als mitigerende maatregel kan worden betrokken in een passende beoordeling. Bij intern salderen geldt geen verplichting tot het opstellen van een passende beoordeling. Intern salderen is immers geen mitigerende maatregel en om die reden is het opstellen van een passende beoordeling niet nodig. De Afdeling maakt in haar uitspraak over de Logtsebaan duidelijk dat het vervallen van de natuurvergunningplicht per 1 januari 2020 geen gevolgen heeft voor (in ieder geval) onherroepelijke natuurvergunningen die voor deze datum zijn verleend. Voor lopende aanvragen om natuurvergunning waarbij intern wordt gesaldeerd én waarop nog niet is beslist, heeft de uitspraak wel consequenties. Ten aanzien van die aanvragen staat met de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2021 vast dat gedeputeerde staten niet bevoegd zijn daarop te beslissen. Uiteraard staat het een initiatiefnemer ook vrij om de ingediende aanvraag om natuurvergunning in te trekken. Het vervallen van de natuurvergunningplicht voor intern salderen kan ongunstig uitpakken. Een expliciete toestemming (natuurvergunning of verklaring van geen bedenkingen) biedt duidelijkheid aan zowel de aanvrager, het bevoegd gezag als derden.

Voor de Brabantse Milieufederatie (BMF), Natuurmonumenten en omwonenden, die sterk tegen de komst van een varkenshouderij aan de rand van Natura 2000-gebied de Campina gekant waren, betekende deze uitspraak een grote teleurstelling. Ook de gemeente en de provincie zien daar liever geen bedrijf verrijzen, maar het is de vraag of ze dat nu nog kunnen voorkomen: “Het is voor ons onbegrijpelijk dat in het licht van de huidige stikstofcrisis er toch ruimte wordt geboden aan een nieuwe piekbelaster, nabij een al zo zwaar overbelast natuurgebied als de Campina", reageerde Toon Loonen, gebiedsmanager Natuurmonumenten: ,,Dit kan niet de bedoeling zijn in een tijd dat alles in het werk wordt gesteld om piekbelasters rondom Natura 2000-gebieden uit te kopen.” In een brief aan de provincie uitte de BMF haar zorg over nieuwe instrumenten, waarvan de juridische houdbaarheid onzeker is: “Het betreft met name de instrumenten extern salderen en verleasen in de pijler ‘economische ontwikkeling’. Doordat het proces rondom de registratie van (tijdelijke) vraag en aanbod op de stikstofmarkt niet transparant is (het SRRS is nog niet openbaar), is niet controleerbaar of de registratie en afroming conform de regels gebeurt.

Daarnaast moet ook de handhaving bij verleasen worden vastgelegd, zodat voorkomen wordt dat een aanbieder toch zijn bedrijfsactiviteiten voorzet, terwijl de stikstofrechten tijdelijk beschikbaar zijn gesteld aan een andere partij. Overigens dienen bij verleasen van stikstofrechten van een agrarisch ondernemer niet alleen de stallen leeg te zijn, maar alle emissies tijdelijk te worden stopgezet. Kortom: verleasen, niet aan beginnen.” Rekengrens van 5 km in AERIUS voor wegverkeer onvoldoende gemotiveerd De tweede uitspraak (AbRS 20 januari 2021) betreft de vraag of het afkappen van de stikstofdepositie op meer dan 5 kilometer afstand van een verkeersweg door het rekenprogramma AERIUS Calculator juridisch toelaatbaar is. De Afdeling vindt van niet. Woningbouwprojecten, recreatieterreinen, bedrijventerreinen maar ook infrastructuur leiden tot veranderingen in verkeersstromen. Dat verkeer stoot stikstofoxide (NOx) en 28

ammoniak (NH3) uit. De stikstofdepositie van dergelijke activiteiten kan gevolgen hebben voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Om deze depositie inzichtelijk te maken, moeten berekeningen worden gemaakt met het programma AERIUS-Calculator. AERIUS maakt gebruik van verschillende rekenmodellen. Voor verkeersbewegingen maakt AERIUS gebruik van het rekenmodel SRM2. Voor de andere activiteiten c.q. bronnen (bijvoorbeeld bouwmaterieel en industrie) maakt AERIUS gebruik van OPS. Een belangrijk verschil tussen deze twee modellen is dat SRM2 de stikstofdepositie alleen berekent voor de eerste 5 kilometer vanaf de weg-bron. Na 5 kilometer worden de stikstofdepositieresultaten van het wegverkeer automatisch afgekapt. OPS berekent de stikstofdepositie op veel grotere afstand. De uitspraak van de Afdeling over de ViA15 (AbRS 20 januari 2021) heeft betrekking op het tracébesluit “A15/A12 Ressen-Oudbroeken (ViA15)”. Daarin komt deze problematiek aan de orde. In beroep tegen het tracébesluit hebben appellanten aangevoerd dat door de 5 kmrekengrens de depositie van het wegverkeer onvoldoende inzichtelijk is gemaakt en is onderschat. Appellanten stelden dat ten onrechte alleen de stikstofdeposities van wegverkeer dat binnen 5 km van rekenpunten in Natura 2000-gebieden rijdt, berekend en beoordeeld is.

De Afdeling komt in haar tussenuitspraak over ViA15 tot het oordeel dat de rekengrens van 5 km onvoldoende is onderbouwd. Zo is er geen goede verklaring gegeven waarom het “kennelijk wel mogelijk is om met AERIUS Calculator voor andere bronnen dan wegverkeer de stikstofdepositie ‘betekenisvol te herleiden. Voorzieningenrechter Groningen vernietigt vergunning Natuurbeschermingswet De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland heeft op 11 maart 2021 uitspraak gedaan in een procedure die onder meer was aangespannen door de MOB en de Vereniging Leefomgeving in Friesland. Met deze uitspraak komt een voorlopig einde aan een lange strijd waarbij verzoeksters de realisatie van de uitbreiding van een veehouderij nabij het natuurgebied Lauwersmeer hebben getracht tegen te houden, onder meer door hun verzoek om handhaving gericht aan gedeputeerde staten van Friesland, die dit weigerden. Er bestaat volgens de rechter onvoldoende zekerheid over het oordeel van verweerder (Gedeputeerde Staten van de provincie Friesland) dat de uitbreiding van de veehouderij niet zal leiden tot een toename van de emissie van stikstof door het bedrijf. Daarmee is ook onvoldoende zeker, dat deze emissie niet zal leiden tot een toename van de depositie van stikstof op de betrokken Natura 2000-gebieden.

De belangrijkste overweging van de voorzieningenrechter is dat verzoeksters voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat het onzeker is of het stalsysteem dat voor de uitbreiding van de veehouderij wordt gebruikt tot de reductie zal leiden die door verweerder op grond van de Regeling ammoniak veehouderij, een ministeriële regeling, is aangenomen. Verweerder (GS Friesland) heeft die onzekerheid in deze procedure niet weg kunnen nemen. De voorzieningenrechter heeft mede daarom direct uitspraak gedaan in het bodemgeschil en de vergunning vernietigd. Voor het toewijzen van het verzoek om een voorlopige voorziening bestond daarom geen grond meer.

29

Bijlage 3: Handhaving, de zwakke schakel Uit onderzoek van Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico voor De Groene Amsterdammer, het Twents dagblad Tubantia en Trouw blijkt dat handhaving een zwakke schakel geworden is. Door de afbraak van de milieueffectrapportage jaagt de overheid steeds vaker burgers tegen zich in het harnas omdat ze de milieu-effecten van grote projecten zoals fabrieken, mestverwerkers of gasboringen nauwelijks nog onderzoekt. Zie: https://www.platform-investico.nl/artikel/moord-op-de-mer/ De milieueffectrapportage (MER), die het milieu in Nederland bijna dertig jaar beschermde tegen te smerige industrie of vervuilende landbouw, is de afgelopen tien jaar grotendeels in stilte afgebroken. Het aantal rapportages – studies bedoeld om gevolgen voor milieu, gezondheid en natuur vooraf te onderzoeken – is meer dan gehalveerd. Resterende studies zijn vaak onder de maat: bijna zeventig procent van de rapporten die vorig jaar door de expertcommissie werden beoordeeld, vertonen belangrijke tekortkomingen. Geen onderzoek, geen kennis. De meeste omgevingsdiensten eisten de afgelopen vijf jaar niet één keer een milieurapport als dat niet direct verplicht was.

Dat komt door gebrek aan tijd, kennis en wilskracht bij lagere overheden, stellen experts ‘Gemeenten denken: “oeh, ingewikkeld, laten we maar proberen om een MER te voorkomen”’, zegt Gijs Hoevenaars van de Commissie voor de milieueffectrapportage. Frans de Laat, oudjurist bij de provincie Noord-Brabant en nu werkzaam bij de Brabantse Milieufederatie: ‘Vergunningverleners doen geen onderzoek meer. De initiatiefnemer komt met een rapportje, en dat wordt vaak niet eens beoordeeld. Veel gemeenten hebben simpelweg de knowhow niet in huis.’ Niet alleen vergunningverleners hebben gebrek aan tijd, kennis en wilskracht, dit geld evenzeer voor de Toezichthouders en Handhavers. Er wordt onvoldoende gedaan aan toezicht en handhaving. Ditzelfde is in het gebied de Baronie het geval voor een legkippenbedrijf met meerdere stallen en mestverwerking aan de Mosstraat 23 in Rijen en een mestkippenbedrijf aan de Schransmansdreef 8 in Den Hout (Oosterhout). In het geval van Rijen is alles al gerealiseerd en is voor beide situaties nagelaten een MER-rapportage te laten opstellen en de gehele aanvraag deskundig te beoordelen, zeker ook ten aanzien van de invloed op de nabije leefomgeving en kwetsbare natuur. Lokale milieugroepen hebben met steun van BMF en MOB een beroepschrift ingediend bij de Rechtbank in Breda.

30

Bijlage 4) Berekende en gemeten effecten van ‘luchtwassers’ en ‘stalsystemen’ Zie daarvoor de volgende twee bronnen: Rapport ‘Evaluatie geurverwijdering door luchtwassystemen bij stallen deel 2: Steekproef rendement luchtwassers in de praktijk’ (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/04/03/rapportevaluatiegeurverwijdering-door-luchtwassystemen-bij-stallen-deel-2): De emissie en de depositie is berekend aan de hand van een veronderstelde ammoniakverwijdering van 85% door combiluchtwassers. Uit indicatieve metingen is echter gebleken dat de ammoniakverwijdering gemiddeld gemeten slechts 59% in plaats van 85% is, dus meer dan een kwart lager dan het verwachte prestatieniveau volgens de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav).

Rapport ‘Stikstofverlies uit opgeslagen mest’, van het CBS, oktober 2019 (https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2019/44/stikstofverlies-uit-opgeslagen-mest): ‘Het rendement van deze stalsystemen is recent bijgesteld van 85 procent naar 59 procent emissiereductie. De emissie van deze stallen bedroeg dus 15 procent van de emissie van een reguliere stal en dit is na de bijstelling 41 procent, bijna driemaal zo hoog.’ In dit rapport wordt erop gewezen dat de emissiefactoren die in de Rav zijn opgenomen slechts deels zijn gebaseerd op metingen. Daarbij is vaak slechts een beperkt aantal metingen uitgevoerd aan de reguliere huisvestingssystemen en zijn de emissiefactoren voor emissiearme systemen daarvan afgeleid. De onzekerheid in de emissiefactoren is daarom groot.’

31

Bijlage 5) Lokale RIVM meting Ulvenhoutse Bos periode 2016-2020 Deze geven een nog steeds stijgende trend aan:

Ulvenhoutse Bos: Concentratie ug/m 3 7 6 5 4 3 2 1 0 2016

2017

2018

2019

2020

uG/m3

Gemeten concentraties uG/m3 2016 2017 2018 2019 2020

4,2417 4,3495 6,0893 4,8061 5,0417

Noot: deels effect van warme zomers.

32

Bijlage 6: RIVM : effectiviteit van bronmaatregelen. (mei 2020)

33

34

Bijlage 7) Kritische Depositie Waarden (KDW) Ulvenhoutse Bos Al sinds 2012 is de urgentie van de hoge depositie van stikstof op het Ulvenhoutse bos in beeld. Dit laat onderstaande tabel (ad 1) zien. Ook eerdere berekeningen van de gemeente Breda in het kader van Bestemmingsplan Buitengebied Zuid (2014) en de passende beoordeling die gemaakt is voor het Bestemmingsplan Buitengebied Oost laten zien dat de bijdrage van de agrarische bedrijvigheid (inclusief glastuinbouw) op het Ulvenhoutse Bos op kan lopen tot meer dan 100 mol N/ha/jr. (ad 2). ad 1) Kritische depositiewaarde van het Ulvenhoutse bos

ad 2) Passende beoordeling Hoofdstuk 5 Bestemmingsplan Buitengebied Breda-Oost Blz 22 (2015) ‘De toename van uitstoot van stikstof door uitbreiding van de agrarische bedrijven in Buitengebied Oost is niet doorgerekend. Dit omdat de uitkomst en conclusie op voorhand vaststaat: uitbreiding van agrarische bedrijven leidt tot toename van stikstof en in de huidige overspannen situatie is elke toename significant. Hoe groot de toename is niet relevant voor de plan- en besluitvorming in het kader van het bestemmingsplan, berekening van de toename heeft hiermee geen meerwaarde. De huidige stikstofbelasting op het Ulvenhoutse Bos bedraagt tussen de 2.250 en de 3.200 mol N/ha/jr en is daarmee (veel) hoger dan de kritische depositiewaarde (1.429 tot 1.857 mol N/ha/jr)’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11125807/1