CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage- Natuurbeheerplan Van de Valk Gilze mei 2025

Gemeenteraad 3 juli 2025, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: BOPA Bindend advies Raad Boomhutten Klein Zwitserland7.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Natuurbeheerplan Boomhutsuites

Van der Valk Hotel Gilze- Tilburg 2025 Bosgroep Zuid Nederland 1

Colofon Opdrachtgever:

Van der Valk Gilze- Tilburg

Titel:

Natuurbeheerplan Boomhutsuites

Status:

Definitief

Datum:

April 2025

Auteur(s):

H. Van Lommel, P. Albers, J. Kerssemakers

Foto’s: Kaartmateriaal:

Copyright © Bosgroep Zuid Nederland

© Coöperatie Bosgroep Zuid Nederland u.a.

2

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

2

Gebied

5

3

2.1

Bodem

6

2.2

Hoogte kaart

6

2.3

Historie

7

Wetgeving en beleid

8

3.1

Wet- en regelgeving

8

3.1.1

Omgevingswet

8

3.2

Nationaal beleid

9

3.2.1

Bossenstrategie

9

3.3

Provinciaal beleid

9

3.3.1

Beleidskader Natuur 2030

9

3.3.2

Natuurnetwerk Brabant

10

3.3.3

Bestemmingsplan

3.4

Aansprakelijkheid bij schade en veiligheid

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 10

4

Ontwerp Kruid & Kok

11

5

Huidige situatie

12

5.1

Bos

12

5.1.1

Boomsoortensamenstelling

12

5.1.2

Leeftijdsverdeling

13

5.1.3

Bosstructuur

13

5.1.4

Dood hout, ontwortelingsreliëf en dikke bomen

15

5.1.5

Waargenomen soorten

18

5.2

Naast gelegen zoete plas

18

5.3

Bedreigingen

19

5.3.1

Klimaatverandering

19

6

Beheervisie & doelen

22

6.1

Visie

22

6.1.1

Beleving - Recreatie

22

6.1.2

Biodiversiteit

22

6.2

Doelsoorten

23

Bonte vliegenvanger

23

Levendbarende hagedis

23

Kleine parelmoervlinder

23

Oeverzwaluwen

23

3

7

8

9

10

Beheermaatregelen

24

7.1

Klimaatslim bosbeheer

24

7.1.1

Bosverzorging

27

7.1.2

Bostracking

28

7.1.3

Dunning

28

7.2

Heidebeheer

29

7.2.1

begrazing

29

7.3

Graslandbeheer

29

7.4

Veiligheid

30

7.4.1

Boomveiligheidscontrole (BVC)

30

Beheerplanning

31

8.1

31

Planning

Advies

32

9.1

Ontwerp Kruid en Kok

32

9.2

Bestaande bomen

32

9.3

Naastgelegen gehuurde terreinen

32

Conclusies en aanbevelingen

33

10.1

Bossen B1

33

10.2

Droge heide met reliëf (kr3)

33

10.3

Conclusie:

34

4

1

Inleiding

Van der Valk Gilze-Tilburg is voornemen om vijf boomhutsuites te bouwen in een bestaande bosrand. Aan Bosgroep Zuid Nederland is gevraagd om een natuurbeheerplan voor de boomhutsuites te maken bij het bestaande ontwerp om zo de natuurdoelstellingen te kunnen behalen. De boomhutsuites worden aan de westzijde van het bestaande hotel gebouwd en zijn met een loopbrug over de bestaande parkeerplaats te bereiken. Ook zijn de boomhutsuites via het bestaande pad te bereiken. Rondom de boomhutsuites zal na de bouw de inrichting weer omgevormd worden naar een natuurlijke uitstraling. Er is een ontwerp beschikbaar van Kruid & Kok Landschapsarchitecten dat de basis vormt voor het beheerplan.

2

Gebied

De bossen rondom Van der Valk Gilze- Tilburg zijn bestemd als droog bos met productie. Deze bossen zijn vrij monotoon en bevatten relatief weinig ecologische waarde. Het betreffen voornamelijk oude dennenbossen met een twee boomlaag van Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers. De zoete plas aan de westzijde van de bosschage herbergt een hogere natuurwaarde. Daar zijn al meer boomsoorten en vogelsoorten aanwezig.

Figuur 1: Locatie boomhutsuites met het natuurbeheerplan Provincie Noord-Brabant, bruin is “droog bos met productie”.

5

2.1

Bodem

De bodem bestaan uit duinvaaggronden. (Zd21) Dat betekent dat er nog weinig bodemvorming heeft plaats gevonden en de bodem bestaat uit kalkarm zand. Dit bepaalt grotendeels ook wat er mogelijk is op deze groei en bloeit. Dit zijn een van de armste bodems van Nederland.

Figuur 2: bodemkaart

2.2

Hoogte kaart

Figuur 3: hoogtekaart

Op de hoogte kaart is het reliëf goed waar te nemen. De hogere ligging van de snelweg en de zoete plas zijn duidelijk waar te nemen. Ook het reliëf verschil tussen het hotel en de omliggende terreinen is duidelijk waar te nemen als mede de lage ligging van het parkeerterrein in de noordwest hoek van het hotel. Het talud van het terras naar het wandelpad is zeer scherp en als een rode streep waar te nemen aan de oostzijde van het hotel.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg 6

2.3

Historie

De locatie van het Hotel Van der Valk Gilze-Tilburg is eeuwenlang heide geweest wat op de oude kaarten nog goed te zien is als onderdeel van de Neerhovense heide, Vanaf 1850 worden er bossen aangeplant en wordt er op enkele locaties de heide ontgonnen tot landbouwgronden. Ook is het ontstaan van de vliegmachtbasis Gilze-rijen goed te zien die vanaf 1913 in gebruik is en in de jaren 60 van de vorige eeuw de aanleg van de snelweg A58 goed te volgen op de historische kaarten.

Figuur 4: 1850

1950

Figuur 5: 1980

2023

In 1974 is het hotel gebouwd wat later diverse uitbreidingen heeft gedaan wat nu een van de grootste vestigen is binnen de keten Van der Valk. Het betreffende bos waar de boomhutsuites komen te staan is al langere tijd bos zonder een echte bodem en structuur ontwikkeling.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg 7

3

Wetgeving en beleid

In het kort is het relevante wetgeving en beleid voor van der Valk geschetst. Dit beleid is voor zover mogelijk verwerkt in de beheerdoelen. Het betreft rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. 3.1

Wet- en regelgeving

3.1.1 Omgevingswet

De bescherming van soorten en gebieden was tot 1 januari 2024 geregeld binnen de Wet Natuurbescherming. Vanaf 1 januari 2024 is deze vervangen door de Omgevingswet. De Omgevingswet

is

een

bundeling

van

tientallen

wetten,

waaronder

ook

de

Wet

Natuurbescherming. Binnen de Omgevingswet zijn op het gebied van natuur verschillen zaken geregeld. De belangrijkste

voor

wat

betreft

bos-

en

natuurbeheer

zijn;

soortenbescherming,

gebiedsbescherming en bescherming van houtopstanden. Soortenbescherming De bescherming van soorten kent drie bescherming regimes voor soorten. Binnen deze regimes worden in het totaal ruim 700 vogelsoorten en 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Voor bestendig beheer wordt in bos- en natuurterreinen meestal gewerkt volgens gedragscodes. Als de gedragscodes en de algemene zorgplicht worden gevolg is er vaak sprake van een vrijstelling voor de activiteit. Bij grootschalige herstelmaatregelen en overige niet periodieke herstelmaatregelen zal er altijd een afweging moeten worden gemaakt volgens het stappenplan soortenbescherming van het ministerie. Mochten beschermde soorten invloed ondervinden van de maatregelen dan moet er ontheffing worden aangevraagd. In de meeste gevallen zal de provincie bevoegd gezag zijn. Bij activiteiten waarbij een omgevingsvergunning noodzakelijk is zal er een rol zijn voor de gemeente. Om een ontheffing te krijgen moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: • Er mag alleen worden afgeweken van de bepalingen als er geen alternatieve bevredigende oplossing voor handen is; • Er moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang.

De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat de belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid; • Tenslotte mag geen afbreuk worden gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van een soort.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg 8

Gebiedsbescherming De bescherming van gebieden is ook geregeld binnen de Omgevingswet. Hieronder valt de bescherming van Natura 2000 gebieden en gebieden die binnen het Natuurnetwerk Nederland vallen. Daarnaast kan de minister bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen en kan de provincie in de omgevingsverordening bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aanwijzen. Deze gebieden worden binnen de Omgevingswet beschermd door verschillende wetsinstrumenten. Houtopstanden Ook de bescherming van houtopstanden is vastgelegd in de Omgevingswet. De wet heeft alleen betrekking op houtopstanden die zich bevinden binnen de bebouwingscontour houtkap. Dat komt er ongeveer op neer dat de rijksregels alleen gelden voor houtopstanden buiten stedelijk gebied. De bossen bevinden zich buiten de komgrens en deze vallen daarmee dus binnen de rijksregels bescherming houtopstanden. In de wet is een meldingsverplichting opgenomen als er meer dan tien are of een rijbeplanting van 20 bomen of meer wordt gekapt. Deze melding moet worden gedaan bij Gedeputeerde staten. Als een houtopstand geheel of gedeeltelijk wordt gekapt is de eigenaar verplicht om binnen 3 jaar dit deel te herplanten. Dit alles moet op een bosbouwkundige verantwoordelijke wijze. Dunning ten behoeve van beheer en onderhoud valt niet onder de meldings- of herplantverplichting.

De meldingsplicht geldt niet in het kader van bijvoorbeeld een dunning van een houtopstand. 3.2

Nationaal beleid

3.2.1 Bossenstrategie

Het Rijk en de provincies formuleerden begin 2020 hun ambities en doelen in de Bossenstrategie. Eind 2020 werd de uitwerking van deze strategie uitgebracht. Hierin wordt gekoerst op een integrale aanpak voor het bosbeheer met als doel meer bos. Speciale aandacht gaat uit naar het tegengaan van klimaatverandering en de versterking van de biodiversiteit. Het doel is om in 2030 10% meer bos te hebben, wat neerkomt op een toename van ongeveer 37.000 hectare bos. 3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Beleidskader Natuur 2030

Brabant heeft in 2023 een lijn geformuleerd voor het natuurbeleid: biodivers en natuurinclusief, overal en voor iedereen. Dit nieuwe natuurbeleid is samengebracht in het Beleidskader Natuur 2030 met concrete doelen en acties: de uitvoeringsagenda 2023-2027. Op de eerste plaats staat het verder realiseren van het robuuste Natuurnetwerk Brabant (NNB). De provincie gaat door met het herstellen en versterken van Natura 2000-gebieden, het aanleggen van ecologische verbindingszones, het tegengaan van verdroging en het versterken van waardevolle natte natuurgebieden. Dit gaat samen met het herstel van water,

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg 9

bodem en luchtkwaliteit én de intensivering van het herstel van de overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. 3.3.2 Natuurnetwerk Brabant

De bossen maken deel uit van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Het is een netwerk van bestaand en nog te ontwikkelen natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. De provincie heeft voor het NNB een natuurbeheerplan opgesteld. Dit is een kaart met beheertypen waarvoor subsidie kan worden verkregen binnen de Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) van de provincie Noord-Brabant. De subsidie is bedoeld als vergoeding van beheermaatregelen ten behoeve van de instandhouding van het beheertype. 3.4

Aansprakelijkheid bij schade en veiligheid

Een eigenaar van bos en natuur heeft een ‘zorgplicht’ om schade aan derden en daarmee schuld- of risicoaansprakelijkheid te voorkomen. De eigenaar kan aansprakelijk worden gesteld wanneer bijvoorbeeld een boom schade aanricht bij derden. De eigenaar heeft een zorgplicht: hij dient zijn bomen te onderhouden, en deze daarnaast regelmatig en systematisch te controleren op uitwendig zichtbare gebreken. Als maatstaf voor de omvang van de zorgplicht kan worden genomen dat er evenredigheid is tussen de kosten van inspectie en onderhoud in verhouding tot de kans op schade: hoe kleiner de kans op schade (verder afgelegen en sporadisch bewandelde paden of houtopstanden), des te geringer de eisen aan inspectie en onderhoud. De zorgplicht is daarmee het intensiefst voor bomen die langs openbare wegen en op andere drukbezochte plekken staan, zoals langs fiets- en wandelpaden en maar ook rondom de gebouwen. Acute gevaren, in de vorm van dode bomen en dode overhangende takken langs wegen, paden en gebouwen, dienen zo snel mogelijk te worden verwijderd. In het reguliere beheer worden al zoveel mogelijk potentiële gevaren tijdens houtoogsten verwijderd. Maar periodieke boomveiligheidscontroles in een drukbezocht gebied blijven noodzakelijk. Er staan enkele dode bomen van matige kwaliteit langs de wegen en paden van het naast gelegen bos.

Voor Van der Valk Gilze-Tilburg zal dat betekenen dat er enkele minder vitale en gevaarlijke bomen verwijderd moeten worden. Ook op de locatie waar de boomhutsuites moeten komen staan enkele bomen die minder vitaal zijn en juist vitale bomen belemmeren. Het verwijderen van enkele grove dennen om de zomereiken meer ruimte te geven is wenselijk.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg 10

4

Ontwerp Kruid & Kok

Figuur 7: ontwerp Elke boomsuite staat in een eigen omgeving: de zuidelijke in een heide vegetatie, de middelste op de rand van een zoom en mantel. De twee noordelijkste in een open plek in het bos omgeven door hoger struweel en enkele nieuw aan te planten loofbomen.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg 11

5

Huidige situatie

5.1

Bos

De boomhutsuites moeten aan de westzijde van het bestaande hotel gebouwd worden. Tussen de houtwal van zomereiken en het bos langs de perceelsgrens. Dit bestaat nu uit gras met enkele jonge struiken.

Figuur 8: huidige situatie

Het bestaande bos is een oud aangeplante dennenopstand waar door de jaren heen enkele soorten ingekomen zijn. Dit betreffen zomereik, Amerikaanse eik, en Amerikaanse vogelkers. Er is weinig tot geen beheer uitgevoerd in dit bos wat tot gevolg heeft dat de meeste bomen hebben moeten concurreren met de buurman. Dit heeft tot gevolg dat alle bomen vrij kaal (takvrij) aan de onderzijde zijn en een beperkte kroonontwikkeling hebben. Gezien de geschatte leeftijd zal de kroonontwikkeling van de grove dennen zich niet meer herstellen na een dunning. De enkele zomereiken zouden hier nog wel gebaat bij zijn. 5.1.1 Boomsoortensamenstelling

Bij de soortensamenstelling zijn voornamelijk soorten met zuur strooisel.

Grove den,

zomereik en Amerikaanse eik. Als bomen met beter strooisel zijn enkel berk, Amerikaanse vogelkers en robinia aanwezig. Als we de functionele diversiteit van de boomsoorten in het bos bekijken zien we dat er een lage functionele redundantie is. De functionele diversiteit is een maat voor de verscheidenheid

van

kenmerken

aanwezigheid

nectar,…)

die

van

soorten

bijdragen

aan

koolstofopslag, beschaduwing, bestuiving).

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg 12

(bv.

groeisnelheid,

bepaalde

bladoppervlakte,

ecosysteemprocessen

(bv.

We zien veel boomsoorten die met de klimaatverandering mogelijks in vitaliteit gaan afnemen zoals grove den, inlandse eik en berk. Samen is dit een groot gedeelte van de bosoppervlakte. Als we dan gaan kijken welke boomsoorten hun functionele niche kunnen opvullen zien we een beperkt aandeel alternatieven met vaak een laag aandeel in het huidige bos.

5.1.2 Leeftijdsverdeling

De bomen hebben over het algemeen ook de zelfde leeftijd en er zit ook daar weinig variatie in.

De zomereiken in de wal zijn vermoedelijk tegelijk aangeplant. Ook tussen de grove dennen zal weinig leeftijdsverschil aanwezig zijn.

5.1.3 Bosstructuur

In de bosontwikkeling zijn verschillende ontwikkelingsfasen aan te wijzen: de open fase, jonge fase, dichte fase, boomfase en de aftakelingsfase. In een natuurlijk volwassen bos komen deze bosontwikkelingsfasen kleinschalig in mozaïekvorm naast elkaar voor. De horizontale structuur verwijst naar het aanwezig zijn van deze verschillende fasen naast elkaar in het bos. Openingen in het bos vormen een belangrijk aspect van de horizontale structuur. Deze ontstaan op kleinschalige wijze door het afsterven van oude bomen of windworp. Zelden ontstaan er grote verjongingsoppervlakten door bijvoorbeeld storm, insectenplagen of brand. De soortenrijkdom van een bos is afhankelijk van de diversiteit in verschillende fasen: iedere fase moet in voldoende mate aanwezig zijn. Elke fase heeft zijn eigen specifieke flora en fauna. Zo zijn de boomleeuwerik en de nachtzwaluw afhankelijk van open plekken in het bos, maar heeft de sperwer een voorkeur voor dicht, jong bos. Daarnaast hebben dieren bovendien verschillende fasen nodig voor een deel van hun activiteiten. Zwarte spechten hakken hun nestholte voornamelijk in oude dikke beuken, maar ze foerageren graag in jong naaldhout op mieren. Voldoende openingen van verschillende grootte en aard, dragen daarom bij aan een hoge biodiversiteit.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg 13

Als streefdoel voor de horizontale ontwikkeling nemen we als richtcijfers het referentiebeeld van enkele Europese bosreservaten. Daarbij is het aandeel van de oppervlakte dat zich in de gesloten boomfase bevindt ongeveer 50 %. Van de oppervlakte bevindt zich 35 à 45 % in de jonge en dichte fase of in de aftakelingsfase. Tussen 5 en 15% van de oppervlakte is open fase.

Figuur 9: boomfases De huidige boomfase domineert in het bos waardoor we van een lage horizontale structuur spreken. De open fase zit met 8% in de gewenste hoeveelheid. De jonge, dichte en aftakelingsfase zit met 13,2% ver onder de gewenste hoeveelheid. Dat komt enerzijds doordat natuurlijke processen die structuurvorming op gang brengen, zoals afsterven van oude bomen en windworp, nauwelijks voorkomen

en de laatste decennia

geen

verjongingskap uitgevoerd is.

5-15% open fase: boomloos tot boompjes van 2m hoog

50% gesloten boomfase 35-45% jonge, dichte en aftakelingsfase

Figuur 10: Referentiebeeld van de verschillende bosontwikkelingsfasen in Europese bossen Bron: (Koop & van der Werf, 1995; Hekhuis et al., 1994; Londo, 1991; Koop, 1986; Koop, 1989; Pontailler et al., 1997; Zukrigl, 1990)

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

14

De verticale structuur van bossen is te omschrijven als de gelaagdheid van het bos. Een bos bestaat meestal uit meerdere lagen. Van boven naar beneden zijn de boomlaag (vaak verder onder te verdelen in de boven- en de onderetage), struiklaag, kruidlaag en de moslaag te onderscheiden. Een gelaagd bos biedt verschillende ecologische niches en herbergt een grotere biodiversiteit. Vooral de onderetage van de boomlaag en de struiklaag spelen hierin een belangrijke rol. Ze versterken het bosklimaat, verhogen de soortenrijkdom, beschermen de bodem en bepalen de mate van lichtinval op de bodem, die in sterke mate weer de samenstelling van de kruid- en moslaag bepaalt. Een gevarieerde structuur met verschillende lagen is bijvoorbeeld belangrijk voor veel vogelsoorten. De gelaagdheid is sterk afhankelijk van de voedselrijkdom van de bodem. Rijke bossen hebben een complexe gelaagdheid met meerdere boom- en struiklagen en een kruiden een moslaag. In de armste bossen is er vaak niet meer dan een ijle boomlaag met een kruid- of moslaag te onderscheiden. Als er al een struiklaag aanwezig is, dan is deze ook vaak ijl en soortenarm, waarvan een groot gedeelte bestaat uit verjonging van bomen. Hierdoor

zijn

er

weinig

besdragende

planten

en

struiken,

nectarplanten

en

schuilmogelijkheden aanwezig. Als er een goed ontwikkelde struiklaag zou zijn, zouden er geleidelijke overgangen ontstaan met een mantelvegetatie.

Figuur 21: Verticale structuur, het aandeel van de verschillende lagen in de bezochte bos. 5.1.4 Dood hout, ontwortelingsreliëf en dikke bomen

Bij de inventarisatie is opgenomen in welke mate dood hout aanwezig is. Het betref een schatting van het aanwezige dode hout per hectare en omvat zowel staande als liggende stammen met een diameter van ≥ 30 cm. Ontwortelingsreliëf betreffen omvallen bomen met een opstekende kluit, deze komen niet voor. Dit zijn ecologische gezien waardevolle locaties door het aanwezige microreliëf en microklimaten. Dit soort elementen zijn ook kunstmatig te creëren. Daarom moeten omgewaaide bomen altijd behouden blijven in het bos of kan dit door middel van omlieren nagemaakt worden. Naast de dode bomen en ontwortelingsreliëf zijn ook het aantal dikke dode bomen per hectare opgenomen. Dit zijn bomen met een diameter borsthoogte (dbh) van >50 centimeter. Dikke bomen zeggen iets over de structuur en diversiteit van een opstanden. Daarnaast zijn

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

15

dit over het algemeen oude bomen en daardoor vaak van belang voor een groot aandeel diersoorten. Er is op te maken dat er over een groot deel van de oppervlakte geen staande of liggende dode bomen aanwezig zijn. Over het resterende deel van de oppervlakte is staand en liggend dood hout slechts beperkt aanwezig. Het verhogen van het aandeel dood hout kan op relatief kort tijdsbestek leiden tot een verhoging van de ecologische waarden. Ook valt op dat dikke bomen over het merendeel van de oppervlakte niet of nauwelijks voorkomen. De te rooien bomen kunnen ook op 1 meter hoogte of nog hoger afgezaagd worden. Zo kunnen ze nog jaren van betekenis zijn voor schimmels, insecten en spechten. Door ook werkzaamheden uit te voeren in het naastgelegen gehuurde bos zal de ecologische waarde van het geheel stijgen en daarmee ook de recreatieve aantrekkelijkheid. Daar staan spaarzaam wel enkele dode bomen, dikkere bomen en is wel liggend dood hout aanwezig.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

16

Figuur 12: Dood hout leeft.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

17

5.1.5 Waargenomen soorten

De betreffende houtwal bestaat uit het grootste gedeelte uit grove den met zomereik. In de ondergroei is ook Amerikaanse vogelkers aanwezig. Verder zijn soorten als bochtige smelle en braam aanwezig wat duidt op armere zuurdere omstandigheden. In de naast gelegen bossen is vooral de Amerikaanse eik dominant zowel in het gehuurde stuk als het bos wat in beheer is bij de gemeente Gilze. Dat zorgt voor een beperkte ecologisch waarde van het geheel. De plas bevat meer ecologische waarde door een soortenrijkere oever en aanwezige soorten. In de NDFF data bank zijn het aantal waarnemingen vrij beperkt. Zo zijn er geen zoogdieren eerder vastgelegd terwijl met een rondgang op 26-3-2025 zowel vos, haas, ree en eekhoorn zijn waargenomen. De eekhoorn heeft ook een nest in de houtwal wat onderdeel maakt van zijn (beschermde leefomgeving). Hier zal met bouw en eventuele kap rekening mee gehouden moeten worden. Tot slot, vormt het bos leefgebied voor diverse vogelsoorten: roofvogels, diverse spechten en andere bosvogelsoorten. Deze bossoorten zijn gebaad bij structuurrijke bossen met hoge dichte gemengde bossen, oude bomen en meer openstukken. Met name spechten profiteren van het ouder wordend bos vanwege de toename aan oudere bomen met eventueel holtes en dood hout. Roofvogels zoals de buizerd maakt vaak zijn nest boven in een platte den.

Met beheer kan worden gestuurd om de bossen in te richten voor de doelsoorten, waarbij variatie erg belangrijk is.

5.2

Naast gelegen zoete plas

In de plas die rond het jaar 1980 is gegraven leven nu diverse soorten. Zonder dat er nader onderzoek is uitgevoerd kan men er van uitgaan dat deze plas ook gebruikt wordt door (zwaar) beschermde soorten. Vleermuizen zullen hier zeker foerageren. Door de aanwezigheid van zowel ijsvogel als futen kan geconcludeerd worden dat de plas vis bevat. Dit heeft een negatief effect op de amfibieën. Al zijn zowel gewone pad en bruine kikker in de bestaande rietkragen waargenomen. Verwacht wordt ook dat Groene kikker en kleine watersalamander aanwezig zullen zijn in en rondom de plas.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

18

5.3

Bedreigingen

5.3.1 Klimaatverandering

De impact van klimaatverandering op de bossen en natuurterreinen gaat naar alle waarschijnlijkheid alleen maar toenemen (zie Figuur 33). De jonge bomen die nu in het bos opgroeien zullen over een eeuw waarschijnlijk te maken krijgen met een twee tot vier graden hogere temperatuur en met twintig tot dertig procent minder neerslag in het groeiseizoen. Bovendien zorgen klimaatverandering en globalisering waarschijnlijk voor ziekten en plagen op een schaal die we nog niet overzien.

Figuur 33: Mate waarin huidige en toekomstige bosgeneraties de effecten van klimaatopwarming zullen ervaren (op basis van IPCC 2023 AR6 Synthesis Report)

Uit de inventarisatie komen enkele aandachtspunten omtrent klimaatbestendigheid van de natuur naar voor.

Boomsoortensamenstelling De beperkte boomsoortenvariatie in de bossen (de vier meest voorkomende boomsoorten zijn goed voor 90 procent van de alle bomen), het aandeel zuurstrooiselsoorten hierbij (ca. 85% zuur strooisel) en de

beperkte functionele diversiteit in combinatie met een hoog

aandeel boomsoorten met twijfelachtige toekomst binnen de klimaatveranderingsmodellen geeft een negatief beeld in het kader van klimaatbestendige bossen. De eenzijdige boomsoortensamenstelling geeft een verhoogd risico ten aanzien van plagen en ziektes, waarvan een hoger impact verwacht wordt in de toekomst. Bij het opkomen van een ziekte bij één van de hoofdboomsoorten in de bossen (Am. eik, grove den, inlandse eik,) gaat in één klap een groot aandeel van de aanwezige bomen verdwijnen. Daarnaast is er weinig kans dat een andere aanwezige boomsoort de specifieke niche in neemt (functionele diversiteit is laag). Ook is de leeftijdsverdeling niet bevorderlijk in dit geval. Door weinig

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

19

verjonging in de bossen met een beperkt aantal is er weinig kans op genetische adaptatie tegen klimaatverandering en is er, bij uitvallen van één of meerdere boomsoorten, ook weinig andere boomsoorten die het bos kunnen overnemen, laat staan een biodivers bos maken. De veerkracht

van

de

bossen

wordt

daarom

negatief

beïnvloed

door

de

boomsoortensamenstelling. In het naast gelegen bos zijn enkel haagbeuken aanwezig. Deze soort

kan

bijdragen

aan

het

verhogen

van

de

ecologische

waarde

door

zijn

klimaatbestendigheid, zijn strooiselverbetering en het creëren van een gunstig bosklimaat. Deze exemplaren zullen gespaard moeten worden.

Figuur 14: Haagbeuken in naast gelegen bos

Bodemverzuring Het grootste probleem van de Brabantse bossen is dat deze bossen sterk verzuurd zijn en een overmaat aan stikstof bevatten. De kritische depositiewaarden voor stikstof wordt in deze bossen nog steeds overschreden en dit effect wordt nog versterkt door de dominant voorkomende boomsoorten; den, eik en beuk produceren slecht afbreekbaar, verzurend bladmateriaal dat resulteert in een verdere verzuring van de bodem. De verzuring en vermesting leidt tot een sterke uitloging van belangrijke nutriënten (met name basische kationen) uit de bodem waardoor de bodem te zuur en arm wordt voor de van oorsprong voorkomende flora en fauna. De weerbaarheid van de Brabantse bossen wordt negatief beïnvloed door verzuring.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

20

Figuur 15: bodemverzuring en effecten op bosvitaliteit

Bosklimaat Om de weerbaarheid tegen extreem droge en hete zomers te verhogen dient de aandacht, naast hydrologisch herstel, ook uit te gaan naar behoud en herstel van het bosklimaat. Een belangrijk aspect daarbij is om bij ingrepen in het bos net voldoende licht te geven naargelang de boomsoort naast gelaagdheid, diverse soortenbestand en behoud

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

21

6

Beheervisie & doelen

6.1

Visie

Vijf mooie boomhutsuites die niet alleen landschappelijk ingepast zijn maar ook een meerwaarde leveren aan de ecologische waarde van het gebied door het aanleggen van nieuwe natuur op een locatie waar de huidige waarde beperkt zijn.

6.1.1 Beleving - Recreatie

Vanuit het oogpunt van recreatie wordt gestuurd op aantrekkelijk bos vanuit natuurbeleving waar verschillende recreatievormen naast elkaar plaatsvinden. Dit leidt tot de volgende beheer doelen: • Mooie oude grote bomen • Gemengd en gelaagd bos • Grote solitaire bomen • Veel bloem, bloei en bes. • Veel leven in de bomen en bossen.

6.1.2 Biodiversiteit

Om de biodiversiteit te verhogen kan er gericht worden op soortensamenstelling en structuur in het bos. Ook voor de open vegetaties zijn dit belangrijke aspectenDaarnaast zijn er een aantal doelsoorten, zie 6.2 Doelsoorten, waarvoor gericht beheer kan uitgevoerd worden. . De overgang tussen de open vegetatie en het bos, de bosrand, is tevens een zeer belangrijk aspect voor de biodiversiteit binnen dit beheerplan. Van nature zijn dit brede zones met een overgang van kruidige vegetatie via struweel naar gesloten bos. Net in die overgangszone is de diversiteit aan plant- en diersoorten hoog. Vooral zonbeschenen bosranden zijn belangrijk, hier is ruim voldoende licht voor uitbundige plantengroei en warmte voor vlinders en andere insecten en bijhorende predatoren (marters, muizen, egels, dassen , vlindersoorten,…. Ook het doelsoort levendbarende hagedis houdt zicht hier op. Het huidige areaal bosranden is nog vrij beperkt en de kwaliteit van de bosranden is niet goed. Door hier aan te werken schiet de ecologische waarde omhoog. Dit zou ook uitgevoerd kunnen voor de woning net buiten het projectgebied.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

22

6.2

Doelsoorten

Bonte vliegenvanger Biotoop: Deze soort wordt vooral aangetroffen in halfopen loof- en gemengde bossen met een gevarieerde structuur. Voedsel bestaat uit insecten zoals vliegen, muggen, vlinders en libellen, maar ook oorwurmen en sprinkhanen. Vanaf een zitpost maken bonte vliegenvangers korte vluchten achter vliegende insecten aan, en vangen deze in volle vlucht. Nestkasten aanbrengen in boomhutsuites. Nestkasten kunnen ook voor andere soorten aangebracht worden. Levendbarende hagedis Biotoop: natte en droge heidegebieden, stuifduinen, open plekken in bossen en heischrale graslanden. De soort heeft zandige plekjes nodig in de zon en verstopplekjes in dood hout. Voedsel bestaat uit voornamelijk insecten, wormen en spinnen. Kleine parelmoervlinder Biotoop: De kleine parelmoervlinder leeft in open pioniervegetaties en schrale, droge, warme graslanden met kale grond. In de duinen is deze vlinder vooral te vinden in schrale graslanden met een mozaïek van open grond, lage begroeiing en ruigere vegetatie met viooltjes. De kleine parelmoervlinder is een zeer mobiele vlinder dus realistische doelsoort. Oeverzwaluwen Biotoop: steile zandige of lemige oevers, aan of nabij water. Deze rand op het westen is een perfecte plek voor een oeverzwaluwenwand als nestgelegenheid. Aan de plas makkelijk te maken met hoge slagingskans.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

23

Figuur 16: Levendbarende hagedis (Foto Pieter Cox, Bosgroep Zuid Nederland)

7

Beheermaatregelen

7.1

Klimaatslim bosbeheer

Klimaatslim bosbeheer is een aangepaste bosinrichting en -beheer gericht op het optimaliseren

van

de

ecosysteemprocessen

onder

de

plaatselijke

omstandigheden

(nutriëntencyclus, watercyclus, primaire productie en gemeenschapsdynamiek). We willen de soortenrijkdom en de ecosysteemdiensten, zoals koolstofvastlegging en recreatie van de bossen behouden of versterken in een veranderend klimaat. Bij klimaatbestendig bos ligt de focus op het verhogen van de veerkracht. De bouwstenen hierbij zijn: • Bescherm aanwezige waarden (biodiversiteit, bodembehoud, grondwaterbescherming, etc.) • Herstel en verbetering van groeiplaats • Verhoog

diversiteit

(soortensamenstelling,

genetisch

materiaal

en

functionele

eigenschappen van aanwezige soorten) • Versterk structuur (stabiliteit, flexibiliteit en herstel) • Gebruik het bosklimaat (buffer voor extremen) • Stimuleer verjonging (aanpassing) De bouwstenen zetten zich door in de verschillende beheermaatregelen in het bos: bosverjonging, verzorging van de verjonging en bossen, dunningen,…

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

24

Om de weerbaarheid tegen extreem droge en hete zomers te verhogen dient de aandacht allereerst uit te gaan naar behoud en herstel van het bosklimaat vooraleer in verdere bosontwikkeling en soortensamenstelling te sturen. Schaduwtolerante opvolgersoorten spelen een belangrijke rol bij het herstel van het bosklimaat. Uit de inventarisatie is naar voor gekomen dat de boomsoortensamenstelling ontoereikend is voor de doelen. Daarom is het belangrijk om via bosverjonging te sturen in de boomsoortensamenstelling. Naast het inplanten van ontbrekende soorten om meer variatie te krijgen in het bos is het belangrijk om rekening te houden met de eigenschappen van de soorten. Voor het herstel van de buffering van de bossen is een geheel aan maatregelen nodig die ervoor zorgt dat de nutriëntenvoorziening in balans gebracht wordt, op een voldoende hoog niveau komt en op dit niveau in stand gehouden wordt; de nutriëntenpomp. De belangrijkste en makkelijk uit te voeren maatregel is het geleidelijk deels vervangen van de huidige verzurende boomsoorten door rijkstrooiselsoorten (soorten met rijk en goed afbreekbaar strooisel). Zij vormen de basis, de nutriëntenpomp zelf. Deze nutriëntenpomp pompt in eerste instantie de aanwezige nutriënten rond en zorgt er vooral voor dat de nutriënten aanwezig in diepere lagen beschikbaar komen.

Als aanvullende maatregel wordt de aanplant van rijk-strooiselsoorten recentelijk uitgevoerd met een eenmalige gift van mineralen (steenmeel) om de buffering van de bodem te herstellen. Als eenmaal de nutriëntenpomp weer functioneert wordt een belangrijk aandeel van de stikstof in het ecosysteem geïntegreerd door immobilisatie in (bodem)-fauna, in stabiele humus en in stikstofminnende bomen. Door de vorming van stabiele humus zal het vochthoudend vermogen van de bodem ook toenemen. Boom- en struiksoorten die voor aanplant in aanmerking komen zijn (winter)linde,

hazelaar, zoete kers, iep, esdoorn, Spaanse aak,

boswilg, ratelpopulier, es, els, haagbeuk, Europese vogelkers en alle overige boom- en struiksoorten met strooisel rijker dan de aanwezige soorten. Op arme droge gronden zijn weinig voedingsstoffen aanwezig en kunnen bomen zich moeilijk vestigen door nutriëntengebrek. Hier zullen rijkstrooiselsoorten vaak niet de gewenste groei vertonen. Op deze gronden gaan zogenaamde kwartiermakers geplant en bevorderd worden. Dit zijn boomsoorten met een rijker strooisel dan de huidige opstand. De kwartiermakers die worden aangeplant op arme gronden zijn bijvoorbeeld ruwe berk, lijsterbes en ratelpopulier. Met hun beter verteerbare bladstrooisel verhogen zij het organische stofgehalte in de bodem en maken zij langzaam de bodem geschikt voor veeleisendere rijkstrooiselsoorten.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

25

Figuur 17: Nutriëntencyclus in een arm en rijk bossysteem. Bij een arm systeem verteert door een beperkte samenstelling van het bodemleven blad langzaam. Strooisel hoopt zich op en basische kationen spoelen uit de bovengrond en zijn nog maar beperkt beschikbaar voor opname. Nutriëntencyclus in een rijk, goed gebufferd systeem. Het rijke bodemleven zorgt voor snelle afbraak van vallend blad. Er is weinig uitspoeling van de aanwezige basische kationen, deze worden vastgelegd in humus en blijven beschikbaar voor de opname door planten.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

26

Tabel 1: Verschillen in bladstrooiselkwaliteit op basis van afbraaksnelheid, ontwikkeling humusvorm en bijdrage aan basenvoorziening op zandgrond. (Bron: Eco2Eco – Ecologie in boomgericht bosbeheer)

Soort

Heel goed

Goed

Matig

Slecht

Iep Es Linde Europese vogelkers Amerikaanse vogelkers Zoete kers Els Lijsterbes Hazelaar Esdoorn Wilg Populier Haagbeuk Berk Zilverspar Douglasspar Eik Beuk Den Fijnspar Lariks

Naast de aspecten van schaduwtolerantie en rijkstrooisel is het ook belangrijk in het kader van klimaatslim bosbeheer om te kijken naar droogteresistentie bij soorten. Bij de natuurbossen is het vooral de inheemse boomsoorten waar we naar kijken voor verjonging.

7.1.1 Bosverzorging

In de jonge fase van nieuwe (gewenste) bomen en struiken is het van belang om de overlevingskansen van de bosverjonging zo goed mogelijk te maken en schade te voorkomen. Daarbij wordt aanplant vrijgesteld van hinderlijke kruiden of ongewenste concurrenten. Als de bosverjonging doorgegroeid is komt die in de dichte fase. Dit is een belangrijke fase om te sturen in de boomsoortensamenstelling en tevens te zorgen voor vitale toekomstbomen.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

27

7.1.2 Bostracking

Bostracken is het inventariseren, in kaart brengen en markeren van elementen in een bos voor de beheerplanning en uitvoering. Tijdens het bostracken worden elementen in het bos vastgelegd die belangrijk zijn om de beheerdoelen te behalen. Dit zijn toekomstbomen, maar ook boomgroepen of een specifieke locatie in het bos (bijvoorbeeld voor aanplant). Zowel oudere volwassen bomen in de kroonlaag als jonge opslag daaronder en opstandsdelen met een beperkte functievervulling worden beoordeeld, vastgelegd en daarna zo nodig aangepakt.

7.1.3 Dunning

Om in te grijpen in de boomsoortensamenstelling en de structuur is het belangrijk om in te grijpen in de boomlaag om extra ruimte en licht te geven aan andere boselementen. Dit zal gebeuren door vellen, ringen of omduwen/omlieren van bomen. Een belangrijke afweging bij exploitatie is het beschermen van de bodem. Bij gebruik van zware machines in het bos treedt bodemverdichting op. Daardoor nemen macroporiën af in de bodem (minder lucht in bodem). Negatieve effecten hiervan zijn enerzijds minder waterinfiltratie, een vermindering van uitwisselbaarheid van water en zuurstof, verminderde gasuitwisseling (afname zuurstof, toename CO2) en een hogere penetratieweerstand. Dit heeft zeer negatieve gevolgen voor de bodemvitaliteit (minder bodemleven,…) en vitaliteit van het bos en vegetatie. Bij gevoelige bodems is het soms beter om bomen te ringen, om te duwen of te vellen en laten liggen zodat geen zware machines in het terrein nodig zijn. Hierbij moet natuurlijk rekening gehouden worden met veiligheid voor recreatie. De exploitatie wordt dan uitgevoerd met de hand met een motorzaag en een rupskraan. Bij gebruik van zware machines moet bodemcompactie tot het minimum herleid worden. Bij houtexploitatie wordt daarom gebruik gemaakt van dunningspaden. Alleen daar mogen machines rijden.

Vaste paden moeten ervoor zorgen dat bij de werkzaamheden de paden zo ver mogelijk uit elkaar liggen terwijl de paden goed berijdbaar zijn en de bomen bereikbaar zijn.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

28

7.2

Heidebeheer

Natuurlijke successie zorgt dat heideterreinen dichtgroeien en ontwikkelen tot dicht bos. Om dichtgroei van heideterreinen en kleinschalige open ruimtes met bomen en ongewenste grasof (korst)mossen te voorkomen, zijn cyclische beheermaatregelen noodzakelijk. Middels begrazing, maaien, chopperen en opslag verwijderen wordt doelmatig beheerd om een soortenrijke heide te ontwikkelen en behouden. Er zal eerst jarenlang beheerd moeten worden voordat het huidige grasland omgevormd wordt naar heide. Dit kan met enten versneld worden. Gezien de grote is chopperen, plaggen of branden geen optie. Het begrazen kan juist wel een goede methode zijn.

7.2.1 begrazing

Met begrazing kunnen heides en graslanden in stand gehouden worden. Ook bosranden en ruigtestroken kunnen zo bijgehouden worden. Afhankelijk van het type grazer krijg je andere resultaten. De wens om met dwerggeiten of alpaca’s een gedeelte van het beheer over te nemen is goed mogelijk. Beide zijn ook wel struiketers dus bescherming van jonge bomen is dan zeker zinvol.

7.3

Graslandbeheer

Kruiden- en faunarijk grasland moet beheerd worden om verruiging en verbossing tegen te gaan. Om dit te bewerkstelligen wordt dit type grasland beheerd door het jaarlijks maaien en afvoer van de vegetatie. Hierdoor worden voedingsstoffen afgevoerd en krijgen kruiden en mossen meer kansen ten opzichte van (zodevormende) grassoorten. Het maaien dient gefaseerd plaats te vinden zodat altijd genoeg schuilplaatsen en foerageergebied over blijft voor fauna. Bij ontwikkelings-en verschralingsbeheer moet 20% behouden blijven, bij instandhoudingsbeheer is dit tot 40%. Maaien gebeurt in meerder rondes met gefaseerd maaibeheer in de periode juni-september, afhankelijk van de graslandfase. Deze periode is gunstig omdat de al aanwezige kruidachtige planten dan gebloeid hebben en de zaden hebben laten vallen.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

29

7.4

Veiligheid

7.4.1 Boomveiligheidscontrole (BVC)

De eigenaar van één of meer bomen draagt de zorgplicht voor deze bomen. In het geval van een calamiteit kan degene die hiervan schade ondervindt de eigenaar van deze bomen aansprakelijk stellen voor de geleden schade. Veel gevaarlijke situaties en daaruit voortvloeiende calamiteiten worden voorkomen door het uitvoeren van een periodieke boomveiligheidscontrole door een deskundige en het weghalen van geconstateerde gebreken en gevaarlijke situaties. Als eigenaar is het, in het kader van de wettelijke aansprakelijkheid, van belang om een sluitende administratie van de controles en daarop volgende maatregelen te voeren. De richtlijnen van het VBNE advies over zorgplicht en boomveiligheid (www.vbne.nl) worden toegepast. Er worden 3 niveaus onderscheiden. • Laag: De categorie “laag” wordt toegekend aan vlaktegewijze opstanden. Dit zijn de vakken binnen het bos of landschappelijke elementen. Binnen deze categorie vallen enkel de bomen die binnen het bosvak op valafstand van gemarkeerde paden of gebouwen staan; de bomen direct aan het pad vallen erbuiten. Bomen met gevaarzetting in bosverband worden geblest door een ervaren blesser en worden in de reguliere dunning geveld. Ieder werkblok komt eens in de 6 jaar aan bod. • Gemiddeld: De categorie “Gemiddeld” wordt toegekend aan lijnelementen in en langs het bos. Binnen deze categorie vallen bomen langs de gemarkeerde wegen en paden.

Denk aan wandelroutes en fietsknooppuntroutes. Omdat hier geregeld recreanten komen, is het risico binnen deze categorie hoger dan bij “laag”. Langs de lijnvormige elementen liggen lanen, singels of bos die risico’s veroorzaken. Bomen met gevaarzetting langs wegen en gemarkeerde routes worden eens in de 3 jaar gecontroleerd door een boomveiligheidscontroleur en maatregelen worden in een aparte werkgang uitgevoerd. • Hoog: Onder de categorie “Hoog” worden situaties bestempeld met hoog risico, door een

zeer

hoge

recreatiedruk,

zoals

bijvoorbeeld

stadsparken

of

centrale

toegangswegen dicht bij een park(bos), pannenkoekrestaurant of informatiecentrum. De beoordeling vindt plaats door een erkend boomveiligheidscontroleur met BVCcertificaat. De bomen worden individueel gemonitord en jaarlijks beoordeeld. Beoordeling kan door middel van een (digitaal) boomcontrole-formulier, waarin gebreken en evt. schaderisico wordt vastgelegd. De riskante situaties worden weggenomen door het binnen een jaar na controle uitvoeren van de werkzaamheden door een aannemer met vakbekwaam personeel .

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

30

8

Beheerplanning

8.1

Planning

Bij de beheermaatregelen is telkens aangegeven welke beheermaatregelen uitgevoerd worden in het beheerplan, welke aantallen en met welke frequentie. Bij het bosbeheer wordt de 6-jaarlijkse beheercyclus aangehouden. Elke 6 jaar wordt een bostracking uitgevoerd in het bos. Na de bostracking kan er een dunning uitgevoerd worden. Samen met de dunning wordt ook voorzien om 1/3 e van de bosranden af te zetten om zo een gefaseerd bosrandbeheer uit te voeren. Het jaar na de bostracking en dunning wordt een deel van het bos verjongt. De verjongingslocaties worden uitgezet tijdens het bostracken. Jaarlijks wordt bekeken hoeveel van de desbetreffende werkblok verjongd wordt. Deze aanplant wordt telkens 2 jaar later verzorgd (vrijstelling, extra bomen vrijzagen,…). Indien nodig worden bosranden aangeplant of bijgeplant. Voor de heide wordt jaarlijks in 2 rondes begrazing met schapen, geiten of alpaca’s uitgevoerd, gecombineerd met jaarlijks verwijderen van 80 % van de opslag. Bij de gewenste jaarrond begrazing moet goed gekeken worden naar de draagkracht van het gebied. Vaak worden terreinen overbegraast en komt de gewenste ontwikkeling niet op gang. Verarming is nog wel noodzakelijk op deze terreinen om de doelstellingen te kunnen behalen. Voor de graslanden wordt jaarlijks in 2 rondes gemaaid en het maaisel afgevoerd om tot verschraling te komen.

Soortenrijkdom in graslanden in gebaad bij verschralingsbeheer.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

31

9

Advies

9.1

Ontwerp Kruid en Kok

Het ontwerp van Kruid & Kok biedt veel hou vast om de natuur door te ontwikkelen bij de het bouwen boomhutsuites. Enkele punten lijken niet haalbaar zoals de droge heideontwikkeling en de oeverzwaluwwand. De zwaluwwand tussen de voetgolfbaan en de suites is ecologisch onverstandig. Zwaluwen hebben meer rust nodig om succesvol te kunnen broeden. De wand plaatsen aan de grote zoete plas op een locaties waar weinig of geen paden zijn lijkt juist wel heel potentierijk.

9.2

Bestaande bomen

Een aantal bestaande bomen zijn zeer vitaal en hebbende potentie om een woudreus te worden. Om deze individuen de komende 200 jaar nog mee te kunnen laten gaan is beheer noodzakelijk. Door de directe concurrenten te verwijderen en deze toekomstbomen voor te trekken kan men gericht beheren op het verhogen van de ecologische waarde. Dit zal gaan op enkele oudere zomereiken zowel in de houtwal als in het bestaande bos op de perceelgrens. De zomereik kan zeker in een gemengd bos een zeer hoge bijdrage leveren aan de ecologische doelstellingen ondanks zijn zuur strooisel. 9.3

Naastgelegen gehuurde terreinen

De boomhutsuites zullen op de locatie een beperkte meerwaarde kunnen hebben ten opzichte van de huidige situatie. In de omliggende gebieden liggen juist veel kansen. Zowel in het gemeente bos als in het gehuurde bos. Door hier enkele ingrepen uit te voeren gaat de gehele ecologische waarde van het gebied omhoog en worden de bossen ook recreatief interessanter. Daarbij kan men denken aan: • Boomgericht beheer • Bijplanten rijkstrooisel soorten • Bijplanten ecologisch waardevolle soorten • Afsluiten enkele ontstaande padjes • Beperken aandeel Amerikaanse eiken • Doorontwikkelen rietkraag in plas

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

32

10 Conclusies en aanbevelingen 10.1

Bossen B1

Verhogen biodiversiteit Bossen (B1,KR2): De boomsoortensamenstelling in de het bosje is vrij beperkt met ca. 70% van de aanwezige bomen en struiken van slechts 4 soorten. Dit in combinatie met de beperkte functionele diversiteit en het hoge aandeel soorten met twijfelachtige toekomst binnen de

klimaatveranderingsmodellen geeft

aan dat de

soortensamenstelling moet verhoogd worden en ontbrekende soorten ingebracht moeten worden. Verhogen structuurvariatie: de bossen hebben een beperkte horizontale en verticale structuur met 80% van het bos in de boomfase. Het verhogen van de structuur zal ook een positief effect hebben op de biodiversiteit en klimaatbestendigheid van het bos. Meer bloem en bloei is ook meer leven. Aan te planten soorten staan hier onder genoemd. Klimaatbestendigheid – bodemverzuring: de boomsoortensamenstelling van de bossen zorgt, samen met de stikstofdepositie, voor een sterk verzurende bosbodem. Het inbrengen van zaadbronnen van rijkstrooiselsoorten, in combinatie met maatregelen voor het herstellen van de buffering van de bodem, vermindert deze verzuring en start het bodemherstel.

Aan te planten soorten die geadviseerd worden: Winterlinde, haagbeuk, tamme kastanje, zoete kers, hazelaars, boswilg, wilde appel, hondsroos, meidoorn, vuilboom en wilde lijsterbes. Meer dood hout: Dood hout in het bosje en houtwal is beperkt aanwezig. Het behouden van afstervende bomen is van groot belang. Gezien de hoge leeftijd van verschillende percelen is dit zeker haalbaar. Voor meer staand dood hout te creëren is recreatiezonering noodzakelijk. Voor liggend dood hout kan gebruik gemaakt worden van vrijkomend hout bij het vrijstellen van de toekomstbomen.

10.2

Droge heide met reliëf (kr3)

Voor de gewenste heide zal het talud sterk moeten verarmen. Een droge heide ontwikkeling lijkt onhaalbaar. Maar een ecologisch zeker net zo interessante heideschraal grasland is zeker haalbaar. Op de voedselarme gronden op het talud zal uitspoeling van mineralen en voedingsstoffen snel gaan. Waardoor de gewenste soorten zich snel kunnen ontwikkelen. Er zal gesport moeten worden met het maaien en laten liggen van het maaisel. Dat zal geruimd moeten worden om hier sneller naar een arme uitgangsituatie toe te gaan. Dit kan ook met begrazing bereikt worden zolang de mest niet ophoopt op deze locatie. Eventueel enten van deze strook met heideplagsel kan zinvol zijn als de gewenste voedingstoestand is bereikt.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

33

10.3

Conclusie:

Met enkele maatregelen kan de huidige ecologische waarde vergroot worden ten opzichte van de huidige situatie. Ook na de bouw van de boomhutsuites kan de ecologische waarde hoger worden dan de huidige. Daarbij kan men denken aan boomgerichtbeheer, verschralingsbeheer en ook de boomhutsuites gebruiken als broed en nestgelegenheid voor diverse soorten daar aan de suites nestkasten op te hangen. Indien ook de omliggende terreinen meegenomen worden in een groter geheel kan de hele ecologische waarde een grote impuls krijgen waar ook de recreant snel de meerwaarde van zal kunnen beleven.

Natuurbeheerplan boomhutsuites van der valk Hotel Gilze -Tilburg

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15690698/1