Bijlage AP6 Gilze Rijen - RV Verordening maatschappelijke ondersteuning - was wordt lijst
Tekst van het document
Was/wordt-lijst Verordening maatschappelijke ondersteuning Gilze-Rijen Huidige verordening Artikel 1, definitie besluit:
Gewijzigde verordening [definitie vervalt]
het door het college op grond van deze verordening vast te stellen Besluit maatschappelijk ondersteuning gemeente Gilze en Rijen waarin nadere regels opgenomen worden over de uitvoering van deze verordening Artikel 1, definitie bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet en artikel 2.1.4a van de wet
bijdrage: de bijdrage in de kosten als bedoeld in de artikelen 2.1.4 tot en met 2.1.5 van de wet
Artikel 5 lid 2 onderdeel g welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van artikel 2.1.4 en artikel 2.1.4a van de wet verschuldigd zal zijn, en Artikel 6, lid 4 en 5
welke bijdragen de cliënt verschuldigd zal zijn, en [leden 4 en 5 vervallen]
4. Als de cliënt tekent voor gezien, kan hij daarbij tevens aangeven wat de reden is waarom hij niet akkoord is. 5. Als de cliënt van mening is dat hij in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, kan hij dit aangeven op het door hem ondertekende verslag. Artikel 7 lid 3 Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. Artikel 7 lid 4 Een ondertekend verslag van het gesprek kan gezien worden als aanvraagformulier.
Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier of door een ondertekend onderzoeksverslag. [lid 4 vervalt]
Huidige verordening Artikel 8 lid 2 onderdeel e algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of;
Gewijzigde verordening [onderdeel e vervalt]
Artikel 9, lid 2, onderdeel b en c b. als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen;
b. als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd;
c. als de cliënt de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen;
c. als de cliënt de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd;
Artikel 9 lid 5 onderdeel e en f e. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is;
e. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie;
f. als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college; Artikel 12 lid 2 onderdeel d
f. als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning;
d. indien van toepassing de termijn van zes maanden waarbinnen de cliënt zich bij de aanbieder moet hebben gemeld als bedoeld in artikel 11, tweede lid.
d. indien van toepassing de termijn van zes maanden waarbinnen de cliënt zich bij de aanbieder moet hebben gemeld als bedoeld in artikel 11, derde lid.
Huidige verordening Artikel 12 lid 4 onderdeel e
Gewijzigde verordening
e. de termijn van zes maanden waarbinnen de cliënt het pgb moet besteden als bedoeld in artikel 11, tweede lid; Artikel 13 lid 3
e. de termijn van zes maanden waarbinnen de cliënt het pgb moet besteden als bedoeld in artikel 11, derde lid;
3. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel.
3. Het persoonsgebonden budget moet volledig worden besteed aan de ondersteuning en het doel waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. Artikel 13 lid 4 tot en met 9
Artikel 13 lid 4 tot en met 8
4. Het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening, die bestaat uit het verlenen van diensten, mag niet worden ingezet voor het betalen van een maandloon, maar alleen voor het betalen van een factuur met daadwerkelijk gerealiseerde uren. 4. Het college beoordeelt op basis van het budgetplan of het resultaat zoals beschreven in het onderzoeksverslag, met het voorstel van de cliënt en zijn zorgverlener, redelijkerwijs kan worden behaald. Indien het college van mening is dat het resultaat niet kan worden behaald, wordt het budgetplan afgewezen. 5.Indien het door de cliënt ingediende budgetplan lager is dan het maximale te verstrekken bedrag op basis van het aantal benodigde uren/dagdelen is het budgetplan leidend. 6.Er kan alleen een persoonsgebonden budget worden toegekend voor begeleiding en beschermd wonen indien de zorgaanbieder voldoet aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg. Voldoet de beoogd zorgaanbieder niet aan de kwaliteitseisen dan wordt het persoonsgebonden budget niet verstrekt. De
5. Het college beoordeelt op basis van het budgetplan of het resultaat zoals beschreven in het onderzoeksverslag, met het voorstel van de cliënt en zijn zorgverlener, redelijkerwijs kan worden behaald. Indien het college van mening is dat het resultaat niet kan worden behaald, wordt het budgetplan afgewezen. 6.Indien het door de cliënt ingediende budgetplan lager is dan het maximale te verstrekken bedrag op basis van het aantal benodigde uren/dagdelen is het budgetplan leidend. 7.Er kan alleen een persoonsgebonden budget worden toegekend voor begeleiding en beschermd wonen indien de zorgaanbieder voldoet aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg. Voldoet de beoogd zorgaanbieder niet aan de kwaliteitseisen
cliënt kan dan kiezen voor een andere pgb aanbieder of voor zorg in natura. 7.Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. 8 .Het college kan, ten aanzien van het in dit artikel bepaalde, nadere regels stellen.
dan wordt het persoonsgebonden budget niet verstrekt. De cliënt kan dan kiezen voor een andere pgb aanbieder of voor zorg in natura. 8.Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. 9 .Het college kan, ten aanzien van het in dit artikel bepaalde, nadere regels stellen.
Huidige verordening Artikel 15. Hoogte pgb
Gewijzigde verordening
1. De hoogte van het pgb voor een zaak wordt maximaal vastgesteld op: a. Het bedrag van de goedkoopste adequate voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten; b. Het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. 2. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor: a. hulp bij het huishouden: 1°. hbh1 formele hulp: op basis van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 2°. hbh2 formele hulp: op basis van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente
1. De hoogte van het pgb voor een zaak wordt maximaal vastgesteld op: a. Het bedrag van de goedkoopste adequate voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten; b. Het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. 2. De hoogte van een pgb voor hulp bij het huishouden bedraagt: a. bij verlening door een formele hulp: maximaal het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder;
gecontracteerde aanbieder; 3°. hbh 1 en 2 informele hulp: op basis van 70% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; b. individuele begeleiding: 1°. formele hulp: op basis van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 2°. informele hulp: op basis van 70% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; c. groepsbegeleiding en dagbesteding: 1°. formele hulp of uitgevoerd door vrijwilligers met ondersteuning van een beroepskracht in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief voor dergelijke begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon dat zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 2°. informele hulp: op basis van 70% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; d. kortdurend verblijf en respijtzorg: 1°.
met laag intensieve ondersteuning formele hulp of uitgevoerd door vrijwilligers met ondersteuning van een beroepskracht in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief voor dergelijke begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon dat zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 2°. met hoog intensieve ondersteuning formele hulp: op basis van het toepasselijke tarief dat voor
a. bij verlening door een informele hulp: het geldende wettelijke minimumloon of, indien dit niet toereikend is, maximaal 70% van het tarief dat wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. 2. De hoogte van een pgb voor individuele begeleiding bedraagt: a. bij verlening door een formele hulp: maximaal 85% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. b. bij verlening door een informele hulp: het geldende wettelijke minimumloon of, indien dit niet toereikend is, maximaal 70% van het tarief dat wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. 3. De hoogte van een pgb voor groepsbegeleiding en dagbesteding bedraagt: a. bij verlening door een formele hulp of door vrijwilligers met ondersteuning van een beroepskracht in dienst van een zorgaanbieder: maximaal 85% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; b. bij verlening door een informele hulp: maximaal 70% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. 4. De hoogte van een pgb voor kortdurend verblijf en respijtzorg bedraagt: a.
bij laag intensieve ondersteuning verleend door een formele hulp of uitgevoerd door vrijwilligers met ondersteuning van een beroepskracht in dienst van een zorgaanbieder: maximaal 85% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente
dergelijke begeleiding uitgevoerd door een daartoe opgeleide beroepskracht zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; 3°. informele hulp: op basis van 70% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; e. vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren; f. taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 1500 kilometers per jaar; g. een autoaanpassing: op basis van de kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; h. verhuishulp: op basis van de kostprijs van de verhuizing die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente contracteerde verhuizer of volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente hiervoor geen overeenkomst heeft gesloten en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende verhuizer; i.
vervoerskosten eigen auto: een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van hoofdstuk 10.1 Cao Rijk. 3. Bij maatschappelijke ondersteuning die wordt verleend op basis van een verklaring als bedoeld in artikel 2ab lid 1
gecontracteerde aanbieder; b. bij hoog intensieve ondersteuning verleend door een formele hulp: maximaal 85% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; c. bij verlening door informele hulp: maximaal 70% van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. 5. De hoogte van een pgb voor het vervoer van en naar de dagbesteding is gelijk aan het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van de dichtst bij de woning van de cliënt gelegen geschikte dagbestedingslocatie en rekening houdende met eventuele beperkingen die het reizen met bepaalde vormen van het openbaar vervoer door de cliënt belemmeren; 6. De hoogte van een pgb voor taxi- en rolstoeltaxivervoer is gelijk aan het in de regio gangbare toepasselijke tarief, uitgaande van maximaal 1500 kilometers per jaar. 7. De hoogte van een pgb voor een autoaanpassing is gelijk aan de kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier. 8.
De hoogte van een pgb voor verhuiskosten is gelijk aan de kostprijs van de verhuizing die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente contracteerde verhuizer of volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente hiervoor geen overeenkomst heeft gesloten en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende verhuizer. 9. De hoogte van een pgb voor het vervoer per eigen auto is gelijk aan het bedrag van de kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van hoofdstuk 10.1 Cao Rijk. 10.Bij maatschappelijke ondersteuning die wordt verleend op
Uitvoeringsregeling Wmo 2015 bedraagt het pgb: de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 2ab lid 1 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming. 4. Het college kan, ten aanzien van het in dit artikel bepaalde, nadere regels stellen.
basis van een verklaring als bedoeld in artikel 2ab lid 1 Uitvoeringsregeling Wmo 2015 bedraagt het pgb de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 2ab lid 1 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming.
Huidige verordening Artikel 16. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 een lagere bijdrage is verschuldigd. 3. Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: a. de onderhoudsplichtige ouders en; b. degene die, anders dan als ouder, samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 4. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd door het gebruik van de volgende algemene voorziening: collectief vervoer.
Gewijzigde verordening Artikel 16. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen zelfredzaamheid en participatie 1. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd voor een maatwerkvoorziening zolang hij van de maatwerkvoorziening in natura gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt verstrekt. 2. De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de maximale bijdrage op grond van de wet en het uitvoeringsbesluit. 3. De hoogte van de bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer is per rit gelijk aan het in de regio voor het reguliere openbaar vervoer geldende basistarief plus het kilometertarief vermenigvuldigd met het aantal gereisde kilometers. 3. Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is de bijdrage verschuldigd door: a. de onderhoudsplichtige ouders en; b. degene die, anders dan als ouder, samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 4. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt. 5. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
5. Het college kan, ten aanzien van het in dit artikel bepaalde, nadere regels stellen.
Huidige verordening Artikel 17. Hoogte bijdrage in de kosten 1. Voor de algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen die niet genoemd worden in lid 2 t/m 4 bedraagt de hoogte van de bijdrage voor één of meerdere voorzieningen € 19,per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënt tezamen. 2. De hoogte van de bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer is per rit gelijk aan het in de regio voor het reguliere openbaar vervoer geldende basistarief plus het kilometertarief vermenigvuldigd met het aantal gereisde kilometers. 3. De bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang worden vastgesteld conform het uitvoeringsbesluit. 4. De hoogte van de bijdrage voor onderstaande algemene voorziening bedraagt: de hoogte van het reizigerstarief van het openbaar vervoer voor collectief vervoer. 5. De hoogte van de bijdrage voor een hulpmiddel, woningaanpassing, de in lid 2 genoemde maatwerkvoorziening voor vervoer of de in lid 4 genoemde algemene voorziening, overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 6. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende
Artikel 16a. Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en opvang 1. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd voor een maatwerkvoorziening zolang hij van de maatwerkvoorziening in natura gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt verstrekt. 2. De bijdrage voor de maatwerkvoorziening beschermd wonen wordt conform het uitvoeringsbesluit vastgesteld. 3. De bijdrage voor de maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang wordt conform het uitvoeringsbesluit vastgesteld. Gewijzigde verordening Artikel 17. Bijdrage voor algemene voorzieningen 1. Een client is een bijdrage verschuldigd voor de algemene voorziening collectief vervoer. 2. De hoogte van de bijdrage voor de algemene voorziening collectief vervoer bedraagt de hoogte van het reizigerstarief van het openbaar vervoer. 3. De hoogte van de bijdrage voor de in lid 2 genoemde algemene voorziening overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 4. De kostprijs van een algemene voorziening is gelijk aan de kosten die het college voor de betreffende voorziening per cliënt maakt. 5. Een cliënt is een bijdrage verschuldigd door het gebruik van de volgende algemene voorziening: collectief vervoer.
maatwerkvoorziening zelf maakt. 7. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 8. De kostprijs van een algemene voorziening is gelijk aan de kosten die het college voor de betreffende voorziening per cliënt maakt. 9. In afwijking van de bepalingen in dit artikel kan een cliënt op grond van hoofdstuk 3 van het uitvoeringsbesluit geen bijdrage verschuldigd zijn. 10.Het college kan, ten aanzien van het in dit artikel bepaalde, nadere regels stellen.
Huidige verordening
Artikel 20 lid 6 tot en met 9 6. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of
Gewijzigde verordening Artikel 17a. Geen bijdrage 1. Er wordt geen bijdrage meer gevraagd als degene aan wie de voorziening is verstrekt: a. is overleden; b. is verhuisd en daardoor geen gebruik meer kan maken van de verstrekte woonvoorziening. 2. Een bijdrage van een voorziening of dienstverlening wordt niet opgelegd als de voorziening bestaat uit een algemene voorziening. 3. De bijdrage wordt niet opgelegd: a. voor reparatie-, onderhouds-, verzekerings- en keuringskosten die niet bij de eerste verstrekking in de kosten van de voorziening zijn inbegrepen; b. over de jaarlijkse prijsverhoging (indexering) van de huurprijs die de gemeente betaalt voor hulpmiddelen. [lid 6 vervalt onder vernummering van lid 7 t/m 9 naar lid 6 t/m 8]
gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 7. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 8. Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 9. Als het recht op een voorziening in de vorm van een pgb is ingetrokken, kan het college deze voorziening terugvorderen of verrekenen.
6. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 7. Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 8. Als het recht op een voorziening in de vorm van een pgb is ingetrokken, kan het college deze voorziening terugvorderen of verrekenen.
Huidige verordening Artikel 29. Besluit en/of nadere regels
Gewijzigde verordening
Het college stelt een Besluit maatschappelijke ondersteuning vast. Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van deze verordening. Artikel 30
[artikel 29 vervalt]
Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het op deze verordening berustende Besluit geldende bedragen indexeren.
Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening geldende bedragen indexeren.