CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6- Ontwerpbesluit omgevingsvergunning Melkcarrousel Mosstraat 19 Rijen

Gemeenteraad 13 mei 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen7.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ONTWERP Omgevingsvergunning nummer CLO1038394 / OLO6570539 Burgemeester en wethouders van gemeente Gilze en Rijen hebben op 25 februari 2022 een aanvraag omgevingsvergunning ontvangen. De aanvraag is voor het realiseren van een melkcarrousel bij de bestaande melkgeitenhouderij op het adres Mosstraat 19, 5121ZJ te Rijen. Het perceel is bij het kadaster bekend als gemeente Gilze en Rijen, sectie M, nummer 713.

ONTWERP Besluit Burgemeester en wethouders van gemeente Gilze en Rijen zijn voornemens te besluiten, gelet op artikel 2.1, 2.2, 2.10, 2.12 en 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van een melkcarrousel bij de bestaande melkgeitenhouderij op het adres Mosstraat 19, 5121ZJ te Rijen te verlenen. De omgevingsvergunning wordt verleend voor de activiteiten: •

BOUW; (ver)bouwen van een bouwwerk

•

Milieuneutraal veranderen of in werking hebben van een inrichting

‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ De activiteit ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ is middels de brief van 26 april 2022 (kenmerk Rda/01186.063) uit de aanvraag gehaald omdat voor de planologische wijziging(en) een bestemmingsplan-procedure is opgestart. Door de gemachtigde is namens de aanvrager verzocht om de coördinatieregeling, zoals opgenomen in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), toe te passen. Middels deze coördinatie-regeling wordt de voorbereiding en bekendmaking van de omgevingsvergunning (activiteit bouw) gecoördineerd met de procedure van het bestemmingsplan. In afwijking van de reguliere procedure conform de Wabo ligt de omgevingsvergunning voor bouw gelijktijdig met de inzagetermijn van het ontwerp bestemmingsplanplan en het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Voor de aanvraag om omgevingsvergunning is dan geen separate bezwaar en beroepstermijn benodigd. Voor de documenten, de procedure, de motivering en de voorwaarden van dit besluit verwijzen wij naar de inhoudsopgave en volgende van dit besluit. Voornemens vergunning te verlenen Namens het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen,

Johan van Zuilen Afdelingsmanager

Pagina 2 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Ter inzage legging De aanvraag, het ontwerpbesluit en de bijbehorende stukken worden gedurende 6 weken ter inzage gelegd en een ieder wordt in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen kenbaar te maken. De stukken zijn op afspraak tijdens werkdagen (digitaal) in te zien. Voor het maken van een afspraak belt u met het klantcontactcentrum, te bereiken via telefoonnummer 14 013. U kunt het plan ook bekijken op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Een zienswijze kan schriftelijk kenbaar gemaakt worden bij burgemeester en wethouders van, t.a.v. de afdeling Veiligheid en Vergunningen, cluster Vergunningen, Postbus 73, 5120 AB Rijen. Vermeldt u hierbij het kenmerk van het ontwerpbesluit. In dezelfde periode kunnen ook mondeling zienswijzen worden ingebracht. Hiervoor moet telefonisch een afspraak worden gemaakt met Chris Spapens, e-mailadres ChrisSpap@abg.nl.

Pagina 3 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Inhoudsopgave Documenten, de procedure en de motivering, behorende bij ons ontwerpbesluit op de aanvraag omgevingsvergunning met als onderwerp: “realiseren melkcarrousel bij bestaande melkgeitenhouderij” op het adres Mosstraat 19, 5121ZJ te Rijen. Documenten behorende bij dit besluit

4

Procedure (1) De aanvraag Projectbeschrijving Huidige vergunningensituatie Geen gefaseerde aanvraag De procedure Bevoegd gezag Volledigheid Opschoten beslistermijn AWB M.e.r.- beoordeling Volksgezondheid Vergunningsvrij

5

Beoordelingen (1) Welstandcommissie Bouwbesluit 2012 Constructie Brandveiligheid Wet natuurbescherming - gebiedsbescherming Wet natuurbescherming – soortenbescherming

9

Beoordelingen (2): verleende activiteiten en voorwaarden -(ver)bouwen van een bouwwerk -milieuneutraal veranderen van een inrichting

12

Procedure (2) Coördinatie aanhouding Coördinatieregeling Besluit Gecoördineerde afhandeling en ter inzage legging

21

Bijlage 1. Rechtsmiddelen 2. Voorschriften 2a. Algemene uitvoeringsvoorschriften activiteit bouwen 2b. Controle voorgevel rooilijn 2c. Meldingsplicht archeologische toeval vondst 2d. Aanvullende voorschriften constructieve veiligheid 2e. Aanvullende voorschriften brandveiligheid

22 23

Pagina 4 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Documenten behorende bij dit besluit De volgende documenten zijn gewaarmerkt en maken onderdeel uit van dit besluit: AAN_AANVRAAG_2022-02-25_Publiceerbareaanvraag_S_22ink03287_1.pdf AAN_AANVRAAG_2022-05-06_Brief coördinatieregeling.pdf AAN_AANVRAAG_2022-05-06_Brief toelichting planologisch afwijken - wijzigingsplan.pdf AAN_BOUW_2022-02-25__Detailblad 3-03_25-02-2022.pdf AAN_BOUW_2022-02-25_Statische berekening_S_22ink03280_1.pdf AAN_BOUW_2022-05-02_Bestektekening 2-03_01186-H056.pdf AAN_BOUW_2023-11-10_Bestektekening 1-03_01186-H056.pdf AAN_GEO_2021-09-30_Mosstraat 19 Rijen GR-OV2020274_1_S_22uit00978_1.pdf AAN_MILIEU_2022-02-25_Notitie_milieuneutrale_wijziging_7-12-2021_S_22ink03281_1.pdf AAN_MILIEU_2023-11-10_PLATTEGRONDTEKENING Milieu neutraal_1-01_01186-H057.pdf AAN_RO_2023-09-13_Toelichting geen toename dierenverblijf.pdf ADV_2022-03-23_Concept Besluit omgevingsvergunning.pdf ADV_2022-03-23_Concept Besluit omgevingsvergunning.docx

-Nog in te dienen gegevens Uiterlijk 3 weken voor aanvang van de betreffende werkzaamheden moeten de volgende gegevens worden ingediend: In Bouwfase (tijdstip in overleg met gemeente): - Controle draagkracht grond d.m.v. (hand)sonderingen op uitgangspunten statische berekening en geotechnisch advies.

Pagina 5 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

- Alle aanvullende constructieve berekeningen en tekeningen welke geen onderdeel uitmaken van de bouwaanvraag, zoals bijvoorbeeld van prefab heipalen, systeemvloeren, staalconstructie, prefab betonconstructies, kapconstructie, dakplaten etc. dienen minimaal 3 weken voor aanvang betreffende werkzaamheden ter goedkeuring te worden overlegd. Bovenstaande gegevens kunt u onder vermelding van het dossiernummer CLO1038394 mailen naar toezicht@abg.nl . bij niet voldoen aan deze verplichting kan handhavend worden opgetreden. -Aanvullende voorschriften Aan het besluit zijn de navolgende EXTRA voorschriften

Pagina 6 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Procedure (1) De aanvraag Op 25 februari 2022 is een omgevingsvergunning aangevraagd voor realiseren melkcarrousel bij bestaande melkgeitenhouderij op het adres Mosstraat 19, 5121ZJ te Rijen. Projectbeschrijving Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: • Er wordt een nieuwe melkcarrousel gebouwd met bijbehorende technischeruimte en melktank; • De voormalige melkstal wordt een wachtruimte ten behoeve van de nieuwe melkcarrousel; • Het aantal dieren en indeling dierenverblijven wijzigt niet; • Realisatie nieuwe sleufsilo’s Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de toelichting bij de aanvraag milieuneutrale verandering van de inrichting. Huidige vergunningensituatie Voor de inrichting is op 22 maart 2016 een revisievergunning ingevolge de Wet milieubeheer verleend (kenmerk OV/2014203). De vergunningen zijn volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd. Geen gefaseerde aanvraag De aanvrager heeft voor zowel het onderdeel Milieu als Bouwen tegelijkertijd de aanvraag omgevingsvergunning ingediend. Na het onherroepelijk worden, treedt deze vergunning direct in werking.

De procedure - ter inzage legging en zienswijzen Om de bouw van een melkcarrousel op een geitenhouderij mogelijk te maken is een bestemmingsplanprocedure doorlopen om planologisch te borgen dat de oppervlakte geitenstal niet groter wordt ten opzichte van de omvang van stallen die op 7 juli 2017 in gebruik waren voor de huisvesting van geiten. Coördinatieregeling: In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is een coördinatieregeling opgenomen. Bij brief van 26 april 2022 heeft gemachtigde verzocht deze regeling toe te passen. Op basis hiervan wordt de voorbereiding en bekendmaking van de omgevingsvergunning (activiteit bouw en milieu) gecoördineerd met de procedure voor de herziening van het bestemmingsplan. In afwijking van de reguliere procedure conform de Wabo ligt de omgevingsvergunning voor bouw gelijktijdig met de inzagetermijn van het ontwerp bestemmingsplan en het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Voor de aanvraag om omgevingsvergunning is dan geen separate bezwaar en beroepstermijn benodigd. De besluiten worden gezamenlijk voorbereid volgens Afdeling 3.4 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb. De ontwerp-besluiten worden gezamenlijk ter inzage gelegd. Daardoor kan er in één keer op alle gecoördineerde besluiten zienswijzen worden ingebracht.

De aanvraag, het ontwerpbesluit en de bijbehorende stukken worden gedurende 6 weken ter inzage gelegd tegelijkertijd met de herziening van het bestemmingsplan. Een ieder kan tijdens deze periode zienswijzen indienen tegen het ontwerpbesluit. Na afhandeling van eventueel ingebrachte zienswijzen wordt een definitief besluit genomen dat ook zes weken ter inzage wordt gelegd. Tegen het besluit staat gedurende zes weken beroep open voor belanghebbenden.

Pagina 7 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Bevoegd gezag Gelet op de projectbeschrijving, alsmede op het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de daarbij horende bijlage zijn wij het bevoegd gezag om de integrale omgevingsvergunning te verlenen. Daarbij zijn wij er procedureel en inhoudelijk voor verantwoordelijk dat in ons besluit alle relevante aspecten aan de orde komen met betrekking tot de fysieke leefomgeving, zoals ruimte, milieu, natuur en aspecten met betrekking tot bouwen, monumenten en brandveiligheid. Verder dienen wij ervoor zorg te dragen dat de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften op elkaar zijn afgestemd. Volledigheid Artikel 2.8 van de Wabo biedt de grondslag voor een geharmoniseerde regeling van de indieningsvereisten. Dit betreft de gegevens en bescheiden die bij een aanvraag om een omgevingsvergunning moeten worden gesteld om tot een volledige aanvraag te komen. De regeling is uitgewerkt in paragraaf 4.2 van het Bor, met een nadere uitwerking in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze aan de hand van de Mor getoetst op volledigheid. Daarbij is gebleken dat een aantal gegevens ontbrak. De aanvrager is op 8 april 2022 in de gelegenheid gesteld om aanvullende gegevens te leveren. We hebben de aanvullende gegevens ontvangen op 26 april 2022.

Wij zijn van oordeel dat de aanvraag alsmede de latere aanvulling daarop voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook volledig en in behandeling genomen. Opschorten beslistermijn AWB Op basis van artikel 4:15 lid 2 onder a Algemene wet bestuursrecht is op 15 februari 2023, met instemming van de aanvrager, de uiterste beslistermijn opgeschort. Op 26 april 2023 heeft gemachtigde verzocht de coördinatieregeling toe te passen. In afwijking van de reguliere procedure conform de Wabo ligt de omgevingsvergunning voor bouw gelijktijdig met de inzage termijn van het ontwerp bestemmingsplan en het vastgestelde bestemmingsplan (herziening) ter inzage. M.e.r. - beoordeling De voorgenomen activiteit voor de bouw van een ‘melkcarrousel’, zonder het uitbreiden en het wijzigen van de installatie (stallen) met de genoemde dieraantallen valt NIET onder categorie 14, sub 11 (het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een installatie voor het fokken, mesten of houden van meer dan 2.000 stuks geiten), van onderdeel D, van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). Als gevolg van het feit dat de dierverblijven, de diercategorie en aantal dieren niet wijzigen, wordt de niet overschreden.

Er dient daarom geen m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, die inhoudelijk in moet gaan op de criteria genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn inzake milieueffectbeoordeling (‘betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’, 2011/92/EU). Volksgezondheid

Algemene afweging. Voor zover gezondheidsrisico’s kunnen ontstaan door geur-, fijn stof- of geluidemissies wordt erop gewezen dat voor deze emissies wettelijke toetsingskaders beschikbaar zijn. Aan de geldende normstellingen, dan wel bepalingen uit de Wgv, hoofdstuk 5 van de Wm en de Handreiking

Pagina 8 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

industrielawaai en vergunningverlening wordt voldaan. Daarnaast neemt als gevolg van deze aanvraag de emissies van ammoniak, geur en fijn stof vanuit de dierenverblijven ten opzichte van de vergunde situatie af. Voor micro-organismen en het voorkomen van zoönosen zijn geen normen of grenswaarden beschikbaar. Alleen voor endotoxinen geeft de Gezondheidsraad een aanbeveling om de gezondheidskundige advieswaarde voor werknemers te verlagen naar 30 EU per kubieke meter lucht, als advieswaarde voor de algemene bevolking. Deze aanbeveling is niet wettelijk verankerd. Als voorschrift in de omgevingsvergunning is vastgelegd dat de inrichting schoon moet zijn en in goede staat van onderhoud moet verkeren. Tevens zijn voorschriften opgenomen ter beperking van zoönosen en ziektedruk. De (goede) werking van de huisvestingssystemen wordt geregeld via artikel 3.123, tweede en derde lid van het Activiteitenbesluit. De artikelen in hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit hebben een rechtstreekse werking. Wanneer wordt voldaan aan de artikelen uit de hoofdstukken 2 en 3 van het Activiteitenbesluit, de bijbehorende ministeriële regeling en de vigerende wetgeving ten aanzien van volksgezondheid en besmettingsgevaar, zijn er geen redenen om een onderzoekverplichting op te leggen met betrekking tot volksgezondheid. Jurisprudentie.

De algemene conclusie in de jurisprudentie is dat er gelet op het ontbreken van wetenschappelijk bewijs voor een verband tussen intensieve veehouderijen en risico’s voor de volksgezondheid geen aanleiding bestaat om een omgevingsvergunning milieu voor een veehouderij te weigeren. Gelet op artikel 1.1, tweede lid, sub a, van de Wet milieubeheer en het voorzorgsbeginsel dienen aspecten van volksgezondheid wel beoordeeld te worden. Bij de beoordeling van de volksgezondheid dient in gegaan te worden op de binnen de inrichting te treffen maatregelen. Reactie GGD. Op 11 oktober 2021 heeft de GGD in haar mail de volgende reactie gegeven. De ondernemer wil een melkstal bouwen, waar de dieren 2x per dag maximaal 2 uur worden gemolken. Een dergelijk verblijf wordt volgens de regelgeving niet gezien als een dierenverblijf omdat de geiten hier niet gehuisvest gaan worden. Het aantal dieren en de emissies veranderen niet in de aanvraag. Verder blijkt uit de aanvraag onder andere dat: • De afstand van het emissiepunt tot woningen in de omgeving niet verandert, er is geen sprake van een wijziging van de situering van de emissiepunten. De dichtstbijzijnde woning aan de Mosstraat 34 is gelegen op circa 80 meter van het dichtstbij gelegen emissiepunt. De nieuwe melkstal komt dichter bij deze woning te liggen. Er zullen ventilatoren tussen de dierenverblijven en de melkstal worden geplaatst.

Deze ventilatoren zullen zorgen voor een onderdruk in de melkstal, zodat de lucht naar de geitenstal gaat. De emissies van de geiten zullen dus enkel vanuit de emissiepunten van de dierenverblijven gaan. De situering van de emissiepunten zal derhalve niet wijzigen en niet dichtbij omliggende woningen komen te liggen. • De voorgrondgeurbelasting ligt boven de gezondheidskundige advieswaarde op de hoogst belaste locaties, maar verandert door de aanvraag niet. • De afstand tot de bebouwde kom van Rijen bedraagt circa 580 meter • Binnen een straal van 1 kilometer zijn meerdere veehouderijen gelegen • De hoogste concentratie aan fijnstof in de vergunde en beoogde situatie wordt berekend op de woning aan de Mosstraat 23. De berekende belasting bedraagt 21,89 μg/m³. Daarmee ligt de concentratie boven de gezondheidskundige advieswaarde zoals die ook door de WHO is

Pagina 9 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

voorgesteld, zijnde 20 ug/m3. Zoals besproken is de locatie dicht bij de woonwijk gelegen. Uit het VGO onderzoek blijkt dat omwonenden die binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij wonen een verhoogd risico lopen op het krijgen van een longontsteking. Hoe dichter bij de geitenhouderij, hoe hoger het risico, als is dit laatste niet precies te kwantificeren. Hoewel het risico in de aangevraagde situatie niet groter wordt, willen we hier toch graag op wijzen. Op dit moment is niet duidelijk wat de oorzaak van het verhoogd voorkomen van longontsteking is. Resultaten van vervolgonderzoek zullen op termijn beschikbaar komen. Dit zou kunnen betekenen dat de ondernemer tzt gevraagd wordt aanvullende maatregelen te nemen. Op dit moment is het in het kader van het moratorium niet mogelijk extra dierverblijven te realiseren. Door de ondernemer wordt gesteld dat de melkstal geen dierverblijf is en ook niet als zodanig gebruikt gaat worden. De GGD vindt het belangrijk dat de melkstal idd niet als dierverblijf gebruikt gaat worden en dat dit goed wordt geborgd, zeker omdat de melkstal dichter bij de woning van derden komt te liggen. Daarnaast is het belangrijk dat idd geborgd wordt dat er sprake is van een onderdruk, zodat de lucht daadwerkelijk via de geitenstal geëmitteerd wordt.

Dit laatste is belangrijk, want de melkstal komt nog dichter bij de woning van derden te liggen en hoe kleiner de afstand, hoe groter het risico (en die afstand is al klein). Maatregelen. • •

In de herziening van het bestemmingsplan is geborgd dat de nieuwe melkcarrousel niet in gebruik mag worden genomen als dierenverblijf; In de omgevingsvergunning is geborgd dat de geitenstallen mechanisch worden geventileerd en de deuren en ramen van de melkcarrousel gesloten zijn behoudens tijdens de doorgang van mensen en materialen;

Conclusie. De inrichting levert niet zodanige risico’s op voor de volksgezondheid dat de vergunning om die reden moet worden geweigerd. Vergunningsvrij De realisatie van de twee voer-sleufsilo’s binnen het bouwvlak is vergunningsvrij voor de activiteit Bouw op grond van de BOR, bijlage II - artikel 3. Lid 6. Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied ten behoeve van agrarische bedrijfsvoering, voor zover het betreft: a. een silo, of b. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m;

Pagina 10 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Beoordelingen (1) INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN Wettelijk advies In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.5 van het Bor, hebben wij de aanvraag ter advies aan de volgende instanties/bestuursorganen gezonden:

-Welstandcommissie Op 2 mei 2022 is een gewijzigde bestektekening opgesteld (kenmerk: Project 01186-H056 / Blad 103). Op 25-05-2022 heeft de Commissie voor welstand en monumenten advies uitgebracht dat de nieuw te bouwen melkcarrousel voldoet aan redelijke eisen van welstand. Het uiterlijk en plaatsing van het bouwwerk past ten opzichte van de bestaande omgeving.

-Agel adviseurs

.toets Bouwbesluit 2012 Op 4 maart 2022 heeft Agel-adviseurs advies uitgebracht dat de gegevens op tekening op basis van de Mor volledig zijn. .toets Constructie Op 14 maart 2022 heeft Agel-adviseurs advies uitgebracht dat constructieve gegevens onder voorwaarden volledig zijn. De constructiegegevens welke zijn toegevoegd als bijlagen behorende bij dit besluit, voldoen met inachtneming van opmerkingen en aandachtspunten. Deze zijn als voorschriften verbonden aan deze vergunning. -bestektekening 2, blad 2-03, versie d.d. 25-02-2022 -detailblad, blad 3-03, versie d.d. 25-02-2022 -statische berekening M21760sb-versie d.d. 13-01-2022 Aanvullende voorschriften: Ten laatste 4 weken voor de aanvang van de grond-/bouwwerkzaamheden moeten de volgende gegeven s worden aangeleverd: a. Geotechnisch onderzoek met bijbehorende draagkrachtberekening funderingselementen; b. Controle draagkracht grond d.m.v. sonderingen op basis van de uitgangspunten statische berekening / geotechnisch advies;

Pagina 11 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

c. Alle aanvullende constructieve berekeningen en tekeningen welke geen onderdeel uitmaken van de bouwaanvraag dienen minimaal 4 weken voor aanvang van betreffende werkzaamheden te worden overlegd bij bevoegd gezag.

-Brandveiligheid (Brandweer Midden- West Brabant) De aanvraag Omgevingsvergunning betreft de bouw van een nieuwe melkcarrousel is voor advies in het kader van brandveiligheid voorgelegd aan de Brandweer Midden- en West-Brabant en staat geregistreerd onder zaaknr. VRMWB2022-001523. - advies Brandweer Midden- en West-Brabant 9 maart 2022 akkoord De bouwaanvraag is representatief getoetst aan de brandveiligheidsaspecten van het niveau nieuwbouw zoals bedoeld in het Bouwbesluit 2012. Het algemene deel van de Toelichting op het Bouwbesluit 2012 geeft in paragraaf 6.2 een uitgebreide uitleg over het kwaliteitsniveau. De aanvraag voldoet aan het Bouwbesluit 2012 wanneer rekening wordt gehouden met de hieronder staande opmerkingen. De gebruiksoppervlakte van het bouwwerk overschrijdt de maximale omvang van 2500 m2. De WBDBO tussen de stallen en melkcarrousel moet ingevolge de NEN6060 berekening tenminste 60 minuten bedragen. Hiervoor zijn de volgende maatregelen getroffen: 1. Als gelijkwaardige oplossing is gekozen voor een brandscheiding tussen de geitenstal en de melkstal/carrousel volgens de plattegrondtekening voorzien van een brandwerend rolscherm.

Dergelijke constructies dienen zelfsluitend te zijn uitgevoerd door toepassing van een rookschakelaar als bedoeld in bijlage C van NEN 2535 of te worden gestuurd door een in het bouwwerk aanwezige brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535. 2. Bij in werking treden van deze sturing moet tevens de in de scheiding aanwezige ventilator worden afgeschakeld, aangezien het rolscherm ook de ventilatoropening brandwerend moet afsluiten; 3. De installatie moet zodanig worden onderhouden dat de werking te allen tijde gegarandeerd is; 4. Het systeem moet worden uitgevoerd als “volautomatisch systeem”.

Pagina 12 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Wet natuurbescherming - gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat alle regels rondom de bescherming van natuurgebieden en soorten. In deze wet heeft de Rijksoverheid alle verplichtingen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. Een vergunning is nodig voor handelingen die de kwaliteit van Natura 2000-gebieden kunnen verslechteren of die soorten in het Natura 2000-gebied kunnen verstoren. Als er sprake is van een toename aan stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, moet duidelijk zijn of er sprake is van een significant effect. Het is aannemelijk dat er géén sprake is van een significant negatief effect op een beschermde Natura 2000-gebied als gevolg van de aanlegfase (tijdelijke emissies voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten) en de gebruiksfase (geen toename / wijzigingen van de verkeerbewegingen) vanwege de beperkte omvang van het plan en de grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. De AERIUS-berekeningen met betrekking tot de aanleg- en gebruiksfase zijn afgewogen in het bestemmingsplan Moststraat 19. Er is dus géén sprake van een aanhaakplicht van de Wet natuurbescherming bij deze aanvraag omgevingsvergunning of een vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming.

Wet natuurbescherming - soortenbescherming De bouw van de melkcarrousel is in het kader van flora en fauna afgewogen in het bestemmingsplan Mosstraat 19. Aannemelijk is gemaakt dat voor zowel de aanleg- en gebruiksfase redelijkerwijs kan worden uitgesloten dat mogelijk aanwezige beschermde flora en fauna of essentieel leefgebied wordt aangetast. Er worden geen gebouwen gesloopt en er worden geen houtopstanden verwijderd. Er is dus géén sprake van een aanhaakplicht van de Wet natuurbescherming bij deze aanvraag omgevingsvergunning of een vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming. De algemene zorgplicht blijft wel van kracht.

Pagina 13 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Beoordelingen (2): verleende activiteiten en voorwaarden

Activiteit: BOUWEN VAN EEN BOUWWERK Het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.10 Wabo). Een omgevingsvergunning moet worden geweigerd indien het bouwen niet voldoet aan het Bouwbesluit, de gemeentelijke bouwverordening, redelijke eisen van welstand en het bestemmingsplan. Omgekeerd betekent dit, dat als de activiteit voldoet aan deze wet- en regelgeving dat de activiteit ‘bouwen van een bouwwerk’ moet worden verleend.

Het bouwplan voldoet aan voorschriften van het bestemmingsplan NL.IMRO.0784.BPMosstraat19 De percelen zijn gelegen binnen het bestemmingsplan NL.IMRO.0784.BPMosstraat19. Op de plattegrond tekeningen Blad 1_01 en 1_03 met het projectnummer 01186 – H056 behorende bij deze aanvraag omgevingsvergunning zijn alle bedrijfsgebouwen en erf, inclusief erfverharding en voorzieningen gelegen binnen het agrarische bouwblok van de Mosstraat 19 zoals opgenomen in het bestemmingsplan NL.IMRO.0784.BPMosstraat19. In het bestemmingsplan is het bouwvlak van vorm veranderd met behoud van de maximale grootte van 1,498 hectare conform bijgevoegde tekening.

Bestemming: - Enkelbestemming Agrarisch - Waarde archeologie 6 - Waarde Landschap – 1 - Functie aanduiding ‘intensieve veehouderij’ - Specifieke vorm van agrarisch – dierenverblijf uitgesloten

Pagina 14 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Beoordeling De aangevraagde activiteit bouw en gebruik van de melkcarrousel is beoordeeld aan de hand van de regel van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Gilze en Rijen, met identificatienummer NL.IMRO.0784.BPbuitengebied-VG02, aldus vastgesteld op 01-07-2013 voor zover relevant van toepassing. Daarnaast zijn de gewijzigde regels uit het bestemmingsplan met het identificatienummer NL.IMRO.0784.BPMosstraat 19 van toepassing.

Bouwblok, (Gebouwen, Erfverharding en Voorzieningen (voersilo’s etc.) De nog te bouwen melkcarrousel past binnen het agrarisch bouwblok zoals deze middels het bestemmingsplan NL.IMRO.0784.BPMosstraat19 van vorm is gewijzigd. Op basis van het bestemmingsplan is het perceel bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' tevens voor intensieve veehouderij. Daarnaast zijn de voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden binnen het bouwvlak tevens bestemd voor één bedrijfswoning, gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en (erfontsluitings)wegen etc.

Gebruik Op basis van bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Gilze en Rijen, artikel 3.1-lid. f, is het bouwen van een melkcarrousel voor het melken van melkgeiten in bedrijfsgebouwen rechtstreeks toegestaan mits de bouw en exploitatie geen overwegende bezwaren van milieuhygiënische aard oproepen. Hieraan wordt voldaan zoals uitgewerkt in het onderdeel Milieu.

Bouwregels Op de bouw van de melkcarrousel is artikel 3.2 van toepassing. Binnen de aanduiding ‘agrarisch bouwvlak’ zijn ‘overige bedrijfsgebouwen’ toegestaan die ten behoeve van een agrarisch bedrijf worden gebouwd. Goothoogte Bouwhoogte Dakhelling

max. 5000 meter….. aanvraag 5000 / 2850 mm max. 11000 meter……aanvraag 8734 mm 18-55 °……………….……aanvraag 25 °

De stal voldoet ruimschoots aan de afstand van de gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens. Deze dient ten minste 5 meter te bedragen. De minimale afstand van nieuw te bouwen melkcarrousel tot de voorgevel rooilijn bedraagt ten minste 10 meter. De kortste afstand van de melkcarrousel tot de voorgevel rooilijn is 10 meter. Hierop is het bouwplan lopende de aanvraag aangepast. De afstand van de melkcarrousel tot de bedrijfswoning voldoet ruimschoot aan de minimale afstandseis van ten minste 2 meter.

Pagina 15 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Dubbelbestemming Waarde Archeologie - 6 Daar waar gebouwd gaat worden binnen de inrichting Mosstraat 19 is volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente, het plan gelegen in een gebied met ‘Waarde – archeologie’, categorie 6 en als zodanig opgenomen in de planregels behorende bij het bestemmingsplan Mosstraat 19. Omdat de vrijstellingsgrens van 25.000 m² NIET wordt overschreden is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk.

Dubbelbestemming Waarde Landschap -1 De voor 'Waarde - Landschap - 1' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor behoud, versterking en ontwikkeling van de waarden die samenhangen met het open karakteristiek landschap te weten; de openheid. Gebouwd wordt binnen het bouwvlak. Het behoud en versterken van de openheid van het gebied is nader afgewogen in het ‘bestemmingssplan Mosstraat 19’.

Conclusie. Het bouwplan voldoet aan de voorschriften van het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Gilze Rijen en het bestemmingsplan Mosstraat 19.

Pagina 16 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Omgevingsverordening ruimte Noord-Brabant Het bouwplan voldoet aan de Omgevingsverordening ruimte Noord-Brabant In paragraaf 2.7.2 van de Omgevingsverordening ruimte Noord-Brabant zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen voor de ontwikkeling van agrarische bedrijven. Deze regels moeten worden toegepast bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning, zolang het bestemmingsplan niet conform de Verordening Ruimte Noord-Brabant is aangepast. Artikel 2.72 Verbod uitbreiding veehouderij; n.v.t.

Een toename van de bestaande oppervlakte van gebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, is uitgesloten voor een veehouderij in Stedelijk gebied en Beperkingen Veehouderij. De veehouderij aan de Mosstraat 19 te Rijen is niet gelegen in genoemd gebied. Artikel 2.74 Stalderen;

Voor een hokdierhouderij gevestigd binnen Stalderingsgebied, is een toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren binnen een bouwperceel door de bouw van een dierenverblijf voor hokdieren of het in gebruik nemen van een aanwezig gebouw als dierenverblijf voor hokdieren verboden. Begripsbepaling hokdierhouderij: Veehouderij met uitzondering van melkrundveehouderij en schapenhouderij; Als bestaande oppervlakte dierenverblijf geldt de oppervlakte die: a. op 17 maart 2017 legaal aanwezig was; of b. mag worden gebouwd krachtens een vóór 17 maart 2017 verleende omgevingsvergunning. Toetsing De provincie Noord-Brabant heeft op ons verzoek op 15 februari 2023 advies uitgebracht (15 februari 2023; kenmerk C2311593/5224331) over de vraag of een melkstal niet behoeft te worden aangemerkt als dierenverblijf. “Het tijdelijk verbod op het uitbreiden van de oppervlakte dierenverblijf voor geiten geldt niet voor situaties waar een melkstal wordt gerealiseerd. De melkstal is normaliter geen dierenverblijf. De gemeente kan het moratorium en stalderen buiten toepassing laten als in het bestemmingsplan voor het gebouw nadrukkelijk een gebruiksverbod wordt opgenomen dat het gebouw niet gebruikt mag worden als dierenverblijf voor geiten.

Dit kan niet als de melkstal inpandig is binnen de stal waar geiten gehouden worden: dan geldt immers dat het hele gebouw als dierenverblijf wordt aangemerkt, wat volgt uit de toelichting bij de interim omgevingsverordening (toelichting bij artikel 3.52).” In het ‘bestemmingsplan Mosstraat 19’ met het kenmerk NL.IMRO.0784.BPMosstraat 19, is het gebruik van het gebouw waarin de melkcarrousel is voorzien, als dierenverblijf uitgesloten geborgd middels een functieaanduiding ‘Specifieke vorm van agrarisch_dierenverblijf uitgesloten’. Conclusie De bouwactiviteiten, bouw melkcarrousel, heeft geen betrekking op de uitbreiding van de oppervlakte hokdierenverblijf. Stalderen is in dit kader niet van toepassing.

Pagina 17 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Artikel 2.73 Zorgvuldige veehouderij;

Aanvullende regels nieuw dierenverblijf, gelden er rechtstreeks werkende regels voor het oprichten van dierenverblijven. Er geldt een verbod voor een toename van de oppervlakte dierenverblijf op een bouwperceel, door de bouw van een dierenverblijf of het in gebruik nemen van bestaande bebouwing voor het houden van dieren. Het verbod is van toepassing op een uitbreiding van een veehouderij (art. 2.72). In de begripsbepaling is een veehouderij gedefinieerd als een agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren; Een toename van de oppervlakte dierenverblijf ten opzichte van de bestaande oppervlakte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de oppervlakte die: 1. op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of 2. mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende vergunning. moet worden getoetst aan de criteria van een “zorgvuldige veehouderij”. Het verbod uit het eerste lid geldt niet als bij de aanvraag voor de bouw van een dierenverblijf of een gebruikswijziging van een bestaand gebouw naar dierenverblijf aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. maatregelen worden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; b. inpasbaar in de omgeving; c. een zorgvuldige dialoog is gevoerd.

Daar geen sprake is van de bouw van een dierenverblijf, is de beoordeling of invulling gegeven wordt aan een zorgvuldige veehouderij niet van toepassing.

Conclusie De activiteit ‘bouwen van een bouwwerk’ die onderdeel uitmaakt van de aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren een melkcarrousel op het adres Mosstraat 19 te Rijen voldoet aan de rechtstreeks werkende regels van de Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Pagina 18 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Beoordelingen: verleende activiteit Activiteit:

MILIEU-NEUTRAAL VERANDEREN VAN DE INRICHTING

INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN MILIEU 0.1

Projectomschrijving

Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: Het betreft een bestaande geitenhouderij. Vergunning word gevraagd voor de realisatie van een geheel nieuwe melkstal ten oosten van de huidige geitenstal (stal 1). Na realisatie van deze melkstal zal de bestaande melkstal worden omgevormd tot wachtruimte. Op de tekening zijn tevens 2 nieuwe sleufsilo’s aangegeven. Wij beschouwen deze tekening tevens als een melding volgens het Activiteitenbesluit, bij een vergunningplichtige inrichting. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om deze vergunning. 0.2

Toetsing milieuneutraal veranderen

In de onderstaande hoofdstukken lichten wij dit nader toe, waarbij wij ons beperken tot die onderdelen van het toetsingskader die ook daadwerkelijk op onze beslissing van invloed (kunnen) zijn. 0.3

Activiteitenbesluit milieubeheer

De inrichting is op basis van artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit aangemerkt als een type C-inrichting. Dit betekent dat bepaalde voorschriften uit dit besluit en de bijbehorende ministeriële regeling rechtstreeks van toepassing zijn. Deze wijziging van de inrichting moet worden gemeld. Dit is op basis van artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit. Wij beschouwen de informatie uit onderhavige aanvraag tevens als de melding hiervoor. In deze vergunning zijn alleen voorschriften voor aspecten en activiteiten opgenomen die niet zijn geregeld in het Activiteitenbesluit en de bijbehorende ministeriële regeling. Binnen de inrichting vinden de volgende activiteiten plaats die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit: -

Lozen van hemelwater dat niet afkomstig is van een bodem beschermende voorziening; Het in werking hebben van een stookinstallatie; Het uitwendig wassen en stallen van motorvoertuigen en werktuigen; Opslag van mengvoer in silo’s; Opslag van drijfmest onder stallen; Opslag van vaste mest, kunstmest en houtpellets; Opslag van propaan in een bovengrondse tank; Het houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven; Toepassing van (huisvestings)systemen;

Pagina 19 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

1.1.

Huidige vergunningsituatie

Voor de inrichting zijn eerder de onderstaande milieuvergunningen verleend en meldingen gedaan: SOORT VERGUNNING

DATUM

KENMERK

ONDERWERP

Omgevingsvergunning

22 maart 2016

wijzigen

Geitenhouderij met 1665 C1, 500 C2 en 930 C3 en 20 bokken.

Omgevingsvergunning

7 juni 2018

Milieuneutraal wijzigen

stroloods

Vergunning Natuurbeschermingswet 1998

22 september 2016

Z/009906

Geitenhouderij met een bijbehorende emissie van 3904 kg Nh3/jaar

1.2.

Vergunningplicht

Het betreft een inrichting met meer dan 2.000 geiten C1 t/m C3. Om die reden is op grond van Bijlage 1 onder C categorie 8.3 onder e van het Bor sprake van een vergunningplichtige inrichting. 1.3.

Wet natuurbescherming

In de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen dat deze wet aanhaakt bij de Wabo wanneer: 1. een activiteit plaatsvindt in of om een Natura 2000-gebied en deze activiteit de kwaliteit van de habitats en de habitats van soorten verslechtert (handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden), en/of; 2. een activiteit plaatsvindt waarbij in onvoldoende mate sprake is van het beschermen van inheemse plant- en diersoorten en het bewaken van de biodiversiteit tegen invasieve uitheemse plant- en diersoorten (handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten). Voor het bedrijf is reeds op 22 september 2016 een Natuurtoestemming verleend door Gedeputeerde Staten voor een geitenhouderij met een emissie van 3.904 kg Nh3/jaar. Dit is meer dan de 3.787,5 kg/jaar uit de omgevingsvergunning van 22 maart 2016. Als gevolg van de gevraagde verandering neemt het aantal dieren, en daarmee de emissies, niet toe en zijn er verder geen veranderingen aan de stallen voor het houden van deze dieren of emissiepunten. Een Wnb vergunning haakt derhalve nu niet aan. 1.4.

Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aangevulde aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen. 1.5.

Activiteitenbesluit milieubeheer

De inrichting is op basis van artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer een inrichting type C. Dit betekent dat bepaalde voorschriften uit het Activiteitenbesluit en de bijbehorende ministeriële regeling rechtstreeks van toepassing zijn. In de vergunning zijn alleen voorschriften voor aspecten en

Pagina 20 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

activiteiten opgenomen die niet zijn geregeld in het Activiteitenbesluit en de bijbehorende ministeriële regeling. Op basis van artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit moet de verandering van de inrichting worden gemeld. De aanvraag wordt, mede ook ten aanzien van de nieuwe op tekening aangegeven sleufsilo’s, tevens aangemerkt als melding. 2. TOETSINGSKADER MILIEU 2.1.

Inleiding

De aanvraag heeft betrekking op een milieuneutrale verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, 2° van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, vijfde lid dat in afwijking van het eerste tot en met vierde lid de vergunning wordt verleend, wanneer wordt voldaan aan artikel 3.10, derde lid. Dat betekent dat een vergunning wordt verleend met de reguliere procedure, wanneer er sprake is van een verandering van de inrichting of van de werking van de inrichting die niet leidt tot: 1. andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning is toegestaan; 2. een verplichting tot het maken van een milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer; De aanvraag is getoetst aan bovenstaande criteria en wij komen tot de volgende afweging. Naar aanleiding van de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens concluderen wij dat de aangevraagde verandering geen andere of grotere nadelige gevolgen heeft voor het milieu (waarvoor een Mer gemaakt zou moeten worden) en aan de eisen uit de Wet luchtkwaliteit wordt voldaan. Hieronder lichten wij dit nader toe, waarbij wij ons beperken tot die onderdelen van het toetsingskader die ook daadwerkelijk op onze beslissing van invloed (kunnen) zijn.

2.2.

Gevolgen ammoniak, (BBT), geur, zwevende deeltjes en geluid.

Als gevolg van de nieuwe melkstal en de oude melkstal gaan gebruiken als wachtruimte, wijzigt het aantal te houden dieren, de stallen/stalsysteem en de emissiepunten niet. Hierdoor zijn er geen wijzigingen ten opzichte van de eerder vergunde emissies. Een verdere beoordeling op dit punt kan derhalve achterwege blijven. Met de nieuwe melkstal en wachtruimte kunnen deze dieren efficiënter, in een korter tijdsbestek worden gemolken. De aan en afvoer van o.a. melk, voeders en mest blijft vanwege , het gelijkblijvende aantal dieren eveneens ongewijzigd. De nieuwe melkstal, machineruimte met melktank ligt op voldoende afstand (circa 60 meter) tot de dichtstbijzijnde woning van derden om geluidoverlast als gevolg van het melken, ophalen van de melk te voorkomen. De inrit van de inrichting blijft verder ongewijzigd. Dit is voldoende milieuneutraal.

Pagina 21 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

2.3.

Kenmerken van de gevolgen - risico’s van ongevallen

Als gevolg van de gevraagde wijziging komen er geen nieuwe, andere activiteiten of dieren bij. Als gevolg van de gevraagde wijziging stijgt de kans op extra risico of ongevallen niet. Dit is voldoende milieuneutraal.

2.4.

Kenmerken van de gevolgen – gezondheid

Het aspect bestrijding van besmettelijke ziekten is een aspect dat primair zijn regeling vindt in andere wetgeving. Daarnaast blijft in het kader van verlening van een vergunning krachtens de Wabo ruimte voor een aanvullende toets. Er is geen toename van het aantal dieren, emissie van geur, ammoniak en fijnstof. Als gevolg van het plaatsen van de nieuwe melkinstallatie wijzigt de bedrijfsvoering niet. Mede gelet op de afstand tot woningen van derden worden gezondheidsrisico’s hiermee voldoende beperkt.

3. TOETSING MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

Er hoeft bij deze aanvraag geen milieueffectrapport (MER) te worden ingediend of een m.e.r. beoordeling te worden uitgevoerd. De reden hiervoor is dat de wachtruimte of de melkcarrousel waar de geiten gedurende de dagperiode beperkt verblijven tijdens het melken geen ruimte zijn voor het houden van dieren, zoals vermeld in de eerste kolom van onderdeel C14 en / of onderdeel D14 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Zoals eerder vermeldt blijven de stallen en het aantal dieren verder ongewijzigd.

4. TOETSING GEEN ANDERE INRICHTING

Op basis van de in de aanvraag opgenomen beschrijving van de verandering leidt de verandering niet tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een vergunning is verleend. 5. CONCLUSIE

Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van de inrichting is er geen reden om de omgevingsvergunning te weigeren.

Pagina 22 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Procedure (2) Coördinatie en aanhouding: De aanvraag heeft betrekking op een activiteit "(Ver)bouwen van een bouwwerk". De aanvraag is in overeenstemming met het bestemmingsplan ‘bestemmingsplan Mosstraat 19’ met het kenmerk NL.IMRO.0784.BPMosstraat19 en er is dus geen grond om de vergunning te weigeren. Omdat voor het gebied waarin de activiteit wordt verricht vóór de datum van de ontvangst van de aanvraag een bestemmingsplan is vastgesteld, moet de beslissing op de aanvraag worden aangehouden. Omdat de activiteit "(Ver)bouwen van een bouwwerk" niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan, kan het bevoegd gezag de aanhouding beëindigen en de omgevingsvergunning verlenen (artikel 3.3 lid 3 Wabo). Coördinatieregeling: In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is een coördinatieregeling opgenomen. Bij brief van 26 april 2022 heeft gemachtigde verzocht deze regeling toe te passen. Op basis hiervan wordt de voorbereiding en bekendmaking van de omgevingsvergunning (activiteit bouw en milieu) gecoördineerd met de procedure van het bestemmingsplan. In afwijking van de reguliere procedure conform de Wabo ligt de omgevingsvergunning voor bouw gelijktijdig met de inzagetermijn van het ontwerp bestemmingsplan en het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage. Voor de aanvraag om omgevingsvergunning is dan geen separate bezwaar en beroepstermijn benodigd.

De besluiten worden gezamenlijk voorbereid volgens Afdeling 3.4 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb. De ontwerp-besluiten worden gezamenlijk ter inzage gelegd. Daardoor kan er in één keer op alle gecoördineerde besluiten zienswijzen worden ingebracht. Besluit Gecoördineerde afhandeling en ter inzage legging Het ontwerp-bestemmingsplan en de ontwerp-omgevingsvergunning worden tegelijkertijd gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens de inzagetermijn van 6 weken heeft een ieder de gelegenheid om zienswijzen in te dienen. Wij hebben daarop besloten voornemens te zijn de aanhouding op grond van artikel 3.3 lid 3 Wabo te beëindigen en de gevraagde omgevingsvergunning voor realiseren melkcarrousel bij bestaande melkgeitenhouderij op het adres Mosstraat 19, 5121ZJ te Rijen, onder het stellen van voorwaarden te verlenen.

Pagina 23 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Bijlage 1: Rechtsmiddelen Bent u het niet eens met dit ontwerpbesluit, of is het ontwerpbesluit onduidelijk? Neem altijd eerst contact op met de gemeente. Medewerkers van de gemeente nemen samen met u het ontwerpbesluit door. Komt u er samen niet uit, dan kunt u digitaal of schriftelijk een zienswijze indienen bij de gemeente . Let u er wel op, dat u de zienswijze indient binnen de wettelijke termijn. Wilt u zienswijzen indienen? Wilt u zienswijzen indienen tegen dit ontwerpbesluit of de daaraan verbonden voorwaarden? Dan kunt u dit doen binnen de termijn van zes weken dat het ontwerpbesluit ter inzage ligt. U moet de zienswijzen sturen naar: Gemeente Gilze en Rijen t.a.v. College van burgemeester en wethouders Postbus 73 5120 AB Rijen De volgende informatie moet in uw zienwijze staan: • uw naam en adres; • de datum waarop u de brief schrijft; • uw handtekening; • een omschrijving van het besluit waartegen u zienwijze maakt; • waarom u zienswijze indient.

Pagina 24 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

Bijlage 2: Algemene uitvoeringsvoorschriften activiteit (ver)bouwen van een bouwwerk 2a

Algemene uitvoeringsvoorschriften activiteit (ver)bouwen van een bouwwerk

De vergunninghouder moet altijd voldoen aan alle wetten en regels m.b.t. bouwen. Onderstaande algemene uitvoeringsvoorschriften zijn de belangrijkste punten uit de Woningwet en andere regelgeving: a) De vergunninghouder moet er voor zorgen dat de vergunning altijd op het werk aanwezig is. Als de toezichthouder van de gemeente erom vraagt moet deze vergunning getoond worden. b) De vergunninghouder is verplicht het tijdstip van ontgraven te melden bij KLIC, telefoonnummer 0800-0080 of via www.klic.nl. Deze melding moet u minimaal drie werkdagen voor de start van de grondwerkzaamheden doen. U krijgt dan gegevens van de exacte ligging van kabels en leidingen. c) Het is verboden om voorwerpen op of aan de openbare weg te plaatsen. Van dit verbod kunt u een ontheffing aanvragen. Bijvoorbeeld als u een bouwcontainer of bouwkeet wilt plaatsen op (een deel van) de openbare weg. Op de website van de gemeente vindt u het formulier om deze ontheffing aan te vragen. U kun dit verzoek om ontheffing inclusief vereiste bijlagen mailen naar vergunningen@abg.nl. d) Gaat u een kraan plaatsen? Dan moet u minimaal twee weken voor het oprichten van de kraan contact opnemen met: − de afdeling Openbare Ruimte (het team verkeer van het cluster Leefomgeving), wanneer de kraan op de openbare weg komt te staan. U kunt contact opnemen via het telefoonnummer 088-3821 000.

De kosten voor het afzetten van de weg en omleiden van het verkeer komen voor uw rekening. e) Zonder schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders is het verboden: − de openbare weg (tijdelijk) af te sluiten; − steigers en/of afscheidingen te plaatsen op gemeentegrond; − met zwaar materieel op niet daartoe bestemde gronden of verhardingen te rijden; − een tijdelijke (bouw)in- en uitrit te maken; − bomen te kappen. Voor het verkrijgen van deze toestemming kunt u contact opnemen met de afdeling Openbare Ruimte (het team verkeer van het cluster Leefomgeving), via telefoonnummer 088-3821 000. f) Het bouwterrein moet op een goede wijze van de openbare weg worden afgescheiden. De afscheiding mag het verkeer geen hinder opleveren. Brandkranen en andere openbare voorzieningen moeten altijd bereikbaar zijn. g) De vergunninghouder is verplicht bij de afdeling Veiligheid en Vergunningen, cluster Toezicht tijdig door te geven: − het tijdstip van de start van de werkzaamheden; − het tijdstip van de start van de grondwerkzaamheden; − het tijdstip dat het grondwerk klaar is. Eén van onze toezichthouders zal vervolgens een afspraak maken om de draagkracht van de grond te controleren; − het tijdstip van het storten van beton; − het tijdstip dat de riolering en afvoerputten klaar zijn.

De sleuven mogen niet worden gedicht binnen twee dagen na het melden; − de gereedmelding van de werkzaamheden minimaal 2 weken voor ingebruikname. Deze meldingen kunt u doorgegeven bij het cluster Toezicht via telefoonnummer 088-3821 000 (bij voorkeur tussen 9:00 en 12:00 uur) of per e-mail op toezicht@abg.nl onder vermelding van het kenmerk van de vergunning.

Pagina 25 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

h) De elektrische, cv- en gasinstallatie (indien van toepassing) moeten altijd voldoen aan de voorschriften van het Bouwbesluit en NEN-normen die van toepassing zijn. Om dit aan te tonen moet een bewijs van inschrijving van een vakorganisatie of facturen van de installateur(s) worden gestuurd naar toezicht@abg.nl onder vermelding van het kenmerk van de vergunning. i) Voor het aan- en/of afvoeren van grond moet u voldoen aan de regels die zijn vastgelegd in het Besluit Bodemkwaliteit: − Als u grond aanvoert moet u aantonen dat de grond schoon is. Als wij erom vragen moet u een certificaat of keuringsrapport overleggen waaruit dit blijkt. (Bij uitzondering is een certificaat of keuringrapport niet nodig. U moet dan wel minimaal 5 werkdagen van te voren melden dat u grond gaat toepassen. Ook moet voldaan worden aan bepaalde voorwaarden)

−

Als u vrijkomende grond wilt afvoeren naar een grondbank of wilt toepassen op een andere locatie is in veel gevallen een aanvullend onderzoek nodig, een zogenaamd AP04onderzoek. Met dit onderzoek wordt de kwaliteit van de vrijkomende grond onderzocht en kan bepaald worden of deze op een andere locatie mag worden toegepast. Een verkennend bodemonderzoek is dus niet voldoende.

Belangrijk! Een omgevingsvergunning maakt aannemelijk dat gebouwd wordt volgens de eisen van het Bouwbesluit. In een omgevingsvergunning kan niet alles tot in detail geregeld worden. Tijdens de bouwwerkzaamheden moet wel aan alle eisen van het Bouwbesluit voldaan worden. Die aspecten die niet geregeld zijn in de omgevingsvergunning moeten bij de uitvoering dus wel meegenomen worden. Gebeurt dit niet en blijkt tijdens een bouwcontrole dat niet voldaan wordt aan alle eisen, dan heeft de gemeente de bevoegdheid u te verplichten alsnog te voldoen aan die eisen.

2b. Controle voorgevel rooilijn Na het uitzetten van de kalverenstal op de bouwplanken en vóór aanvang van de werkzaamheden, moet u contact opnemen met een van de toezichthouders van het Fysieke Domein, cluster Veiligheid en Handhaving in verband met controle van de bouw dat de minimale afstand van nieuw te bouwen melkcarrousel tot de voorgevel rooilijn bedraagt ten minste 10 meter.

2c. Meldingsplicht archeologische toevalsvondst Als bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen moet op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet hiervan melding worden gedaan bij de Minister van OC&W c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Vondstmelding via ARCHIS - Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of telefoonnummer 033-4217456). Daarnaast moet de gemeente direct worden geïnformeerd door contact op te nemen met het Fysieke Domein, cluster Veiligheid en Handhaving, te bereiken op telefoonnummer 088-3821 000.

Pagina 26 van 26 van behorende bij besluit omgevingsvergunning/ CLO1038394

2d. Aanvullende voorschriften constructieve veiligheid

1. In Bouwfase (tijdstip in overleg met gemeente): i.

Controle draagkracht grond d.m.v. (hand)sonderingen op uitgangspunten statische berekening en geotechnisch advies.

ii.

Alle aanvullende constructieve berekeningen en tekeningen welke geen onderdeel uitmaken van de bouwaanvraag, zoals bijvoorbeeld van systeemvloeren, staalconstructie, prefab betonconstructies en dakplaten dienen minimaal 3 weken voor aanvang betreffende werkzaamheden ter goedkeuring te worden overlegd.

2e. Aanvullende voorschriften brandveiligheid De WBDBO tussen de stallen en melkcarrousel moet ingevolge de NEN6060 berekening tenminste 60 minuten bedragen. Hiervoor zijn de volgende maatregelen getroffen: 1. Als gelijkwaardige oplossing is gekozen voor een brandscheiding tussen de geitenstal en de melkstal/carrousel volgens de plattegrondtekening voorzien van een brandwerend rolscherm. Dergelijke constructies dienen zelfsluitend te zijn uitgevoerd door toepassing van een rookschakelaar als bedoeld in bijlage C van NEN 2535 of te worden gestuurd door een in het bouwwerk aanwezige brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535. 2. Bij in werking treden van deze sturing moet tevens de in de scheiding aanwezige ventilator worden afgeschakeld, aangezien het rolscherm ook de ventilatoropening brandwerend moet afsluiten; 3. De installatie moet zodanig worden onderhouden dat de werking te allen tijde gegarandeerd is; 4. Het systeem moet worden uitgevoerd als “volautomatisch systeem”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14053751/1