CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Bijlagen bij de toelichting bestemmingsplan Pastorietuin Bisschop de Vetplein 10 Gilze

Raadscommissie Ruimte 30 januari 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Bestemmingsplan Pastorietuin/ Bisschop de Vetplein 10, Gilze27.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Pagina 16 van 25

Archeologisch onderzoek Kerkstraat 105A te Gilze / AM18373

Op het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (figuur 7)31 is de toenmalige situatie op kadastraal niveau te zien. Hierop is te zien dat er bebouwing aanwezig is aan zowel de Kerkstraat als aan de omliggende straten. Ook in het oostelijke deel is een gebouw aanwezig. In de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT)32 behorende bij het minuutplan, staat de bebouwing, bestaande uit in totaal drie gebouwen, omschreven als “huis, schuur en erf”. Het gebouw dat in het plangebied ligt zal waarschijnlijk een schuur zijn. Het woonhuis zal direct aan de Kerkstraat liggen. De overige percelen binnen het plangebied staan omschreven als tuin en boomgaard. Het perceel in het zuidwestelijke deel betreft een weilandperceel. In het perceel in het westelijke deel van het plangebied staat een klein gebouwtje ingetekend dat als “koepel” staat vermeld. Op de kaarten uit 1868 en 1900 (figuur 8) is bebouwing aanwezig aan de Kerkstraat. Het kan niet uitgesloten worden dat ook bebouwing aanwezig was binnen het oostelijke deel (strook) van het plangebied. Het oostelijke deel is verder als erf, mogelijk als bouwland in gebruik. Het westelijke deel bestaat uit tuin. Dezelfde situatie is ook te zien op de kaart uit 1935. De panden Kerkstraat 103 en 105, direct aan de Kerkstraat en grenzend aan de oostelijke strook van het plangebied, werden gebouwd in respectievelijk 1932 en 1937.

De bedrijfsbebouwing van Kerkstraat 105A werd in 1937 gerealiseerd en staan ingetekend op de kaart uit 1968. Deze bebouwing staat ook aangegeven op de luchtfoto uit 1944 (figuur 4) en 1966 (figuur 9). De pastorie (Bisschop de Vetplein 10), direct ten noorden van het plangebied, werd kort na de Tweede Wereldoorlog gebouwd, in 1946 of 1947.33

Figuur 6: Historische kaart van Hendrik Verhees uit 1790, met in het rood bij benadering het plangebied aangegeven (Bron: www.zoeken.cultureelerdfgoed.nl).

31 www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Gemeente Gilze en Rijen, sectie K, blad 1. Minuutplans zijn de oorspronkelijke kadastrale kaarten die zijn vervaardigd vanaf 1811 en 1812 in navolging van de Fransen o.l.v. Napoleon Bonaparte. Het zijn grondbeschrijvingen (kadasters) van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen. 32 OAT = Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel. Dit is een register uit 1832 waarin diverse gegevens in vermeld staan die betrekking hebben op de betreffende percelen, zoals de eigenaar, beroep en woonplaats, alsmede het grondgebruik en de oppervlakte. 33 https://bagviewer.kadaster.nl. Pagina 17 van 25

Archeologisch onderzoek Kerkstraat 105A te Gilze / AM18373

Figuur 7: Historisch minuutplan uit circa 1811-1832, met in het rood en blauw het plangebied aangegeven (Bron: www.zoeken.cultureelerdfgoed.nl).

Pagina 18 van 25

Archeologisch onderzoek Kerkstraat 105A te Gilze / AM18373

Figuur 8: Historisch kaartmateriaal uit respectievelijk 1868, 1900, 1935 en 1968, met in het rood en blauw het plangebied aangegeven (Bron: www.topotijdreis.nl).

Pagina 19 van 25

Archeologisch onderzoek Kerkstraat 105A te Gilze / AM18373

Figuur 9: Luchtfoto uit 1966. Het plangebied met de bedrijfsgebouwen en daarachter de pastorietuin is globaal aangegeven met de rode ovaal (Bron: De Vet 1992, 241).

Pagina 20 van 25

Archeologisch onderzoek Kerkstraat 105A te Gilze / AM18373

4.

VERWACHTINGSMODEL

De jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen die bij voorkeur in de buurt van open water lagen. Water was een belangrijke bron voor drinkwater en de aanwezige grotere biodiversiteit, die de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel makkelijker maakte. De kern van Gilze evenals het plangebied liggen geomorfologisch binnen een zone van hoge dekzandruggen ofwel op een dekzandplateau. Direct ten oosten van de dorpskern van Gilze ligt het beekdal van de Grote Lei. Gezien de relatief grote afstand (circa 700 meter) van dit beekdal ten opzichte van het plangebied, zullen met name de overgangszones van de hoge zandgronden naar de beekdalen aantrekkelijke bewoningslocaties zijn geweest voor jager-verzamelaars. Op basis hiervan geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Binnen het plangebied worden in theorie enkeerdgronden verwacht. Deze gronden hebben een plaggendek met een conserverende werking op eventueel aanwezige archeologische resten. Resten uit de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum worden onder dit plaggen- of esdek verwacht of in de oorspronkelijke bodem.

Mogelijk is in de oostelijke strook van het plangebied een antropogene ophogingslaag aanwezig. Resten kunnen bestaan uit tijdelijke kampementen, haardkuilen, vuurstenen artefacten of gebruiksvoorwerpen. Vanaf het neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer sedentaire nederzettingen. In de beginperiode stapt men geleidelijk over naar landbouw en veeteelt en worden jagen en verzamelen steeds minder belangrijk. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Vanaf het neolithicum heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. Gezien de ligging van het plangebied op een hooggelegen dekzandrug of -plateau, zal het ook in deze perioden een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest. Ondanks dat weinig vondsten uit deze perioden zijn aangetroffen, geldt op basis hiervan een hoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de bronstijd als voor nederzettingsresten uit de ijzertijd en de Romeinse tijd. Resten uit deze perioden worden onder het mogelijk aanwezige plaggen- of esdek verwacht of in de oorspronkelijke bodem. Mogelijk is in de oostelijke strook van het plangebied een antropogene ophogingslaag aanwezig.

Resten kunnen bestaan uit een cultuurlaag, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen of gebruiksvoorwerpen/vaatwerk. Het plangebied ligt aan de noordwestelijke rand van de oude dorpskern van Gilze. Gilze is waarschijnlijk in de vroege middeleeuwen (Karolingische periode) ontstaan als domeinakkerdorp. Waarschijnlijk is deze vroegste bewoningskern, een domein of hof, ook bekend als het Kerckhoff, te vinden ter plaatse of direct rondom de huidige Sint Petrus Bandenkerk. Deze ligt op minder dan 20 meter ten oosten van het plangebied. Het plangebied ligt tevens direct bij de splitsing van de straten Kerkstraat, Raadhuisstraat en de Bisschop de Vetplein (voormalige Ridderstraat). Ter plaatse en directe rondom de kerk en aan de genoemde splitsing van wegen was waarschijnlijk sinds de (late) middeleeuwen al bewoning aanwezig. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat aan de Kerkstraat, direct grenzend aan het plangebied, sinds tenminste het einde van de 18e eeuw bebouwing aanwezig was. Mogelijk ook in het oostelijke deel (strook) van het plangebied. Het grootste deel van het plangebied was als achtererf/tuin en als bouwland in gebruik. Het kan echter niet worden uitgesloten dat (delen van) het plangebied in de middeleeuwen deel was van het domein van Gilze, gezien de ligging direct bij de kerk.

Op basis van deze gegevens geldt voor het oostelijke deel van het plangebied (figuur 1, rood omkaderde deel) een hoge verwachting voor archeologische resten uit de periode vroege middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Voor het westelijke deel van het plangebied (figuur 1, blauw omkaderde deel) geldt een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit de periode vroege middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Archeologische resten worden verwacht vanaf het maaiveld of in het plaggendek. Mogelijk is in de oostelijke strook van het plangebied sprake van een antropogene ophogingslaag. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventuele archeologische resten kan het volgende gesteld worden: wegens de aanwezigheid van een mogelijke plaggendek of eerdlaag waren archeologische resten beschermd door latere invloeden. Over het algemeen kunnen vondsten en sporen onder zo’n dek in goede toestand worden aangetroffen.

Pagina 21 van 25

Archeologisch onderzoek Kerkstraat 105A te Gilze / AM18373

Wat betreft de organische resten zijn de omstandigheden minder goed: het plangebied heeft op de bodemkaart een lage grondwaterstand (GWT VI en VII) waardoor organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard kunnen blijven. Periode Laat-paleolithicum – mesolithicum

Verwachting Middelhoog

Neolithicum – Romeinse tijd

Hoog

Vroege middeleeuwen – nieuwe tijd

Hoog (O- deel) Middelhoog (W- deel)

Verwachte kenmerken vindplaats Bewoningssporen, tijdelijke kampementen, haardkuilen, vuursteen artefacten Cultuurlaag, natuursteen, fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen

Diepteligging sporen Onder het mogelijk aanwezige plaggendek en antropogene ophoging tot in de oorspronkelijke bodem Onder het mogelijk aanwezige plaggendek en antropogene ophoging tot in de oorspronkelijke bodem

Cultuurlaag, funderingsresten, natuursteen, fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen, sporen van agrarische activiteiten

Vanaf het maaiveld

Tabel 3: Archeologische verwachting.

Bodemverstoring Als gevolg van de huidige bebouwing zullen delen van het plangebied mogelijk verstoord zijn geraakt. Ook als gevolg van de aanwezige bedrijfsactiviteiten (motorfietsenreparatiebedrijf, carrosserie-industrie) die ter plaatse decennia lang hebben plaatsgevonden, kunnen resten zijn verstoord. In het kader van het onderzoek zijn bouwdossiers opgevraagd bij de gemeente Gilze en Rijen. Er bleken van de bedrijfsbebouwing binnen het plangebied geen dossiers beschikbaar. Uitgaande van niet onderkelderde bebouwing zal de diepte van de fundering naar verwachting 0,4 tot 0,9 meter -mv reiken. Tijdens een milieukundig booronderzoek dat in 2016 werd uitgevoerd in het oostelijke deel (rood omkaderde deel), bleek op meerdere boorlocatie sprake van een verhardingslaag (beton) vanaf maaiveld tot gemiddeld 0,2 meter -mv. Hieronder was in veel gevallen tot tenminste 0,5 meter -mv sprake van sporen van puin en baksteenresten.34 Ook zullen de aanwezige kabels en leidingen binnen het plangebied voor een lokale bodemverstoring kunnen hebben gezorgd.

34 Van Eck en Van den Heuvel 2016. Pagina 22 van 25

Archeologisch onderzoek Kerkstraat 105A te Gilze / AM18373

5.

AANBEVELINGEN

Uit het gespecificeerde archeologische verwachtingsmodel blijkt dat voor het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum en een hoge archeologische verwachting voor nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de Romeinse tijd. Voor het oostelijke deel (rood omkaderde deel) geldt een hoge verwachting voor de periode de vroege middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Voor het westelijke deel (pastorietuin, blauw omkaderde deel) geldt een middelhoge verwachting voor de periode de vroege middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Advies Aeres Milieu Op basis van de (middel)hoge verwachting wordt geadviseerd om het verwachtingsmodel te toetsen middels een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. Het doel van een verkennend booronderzoek is om de bodemopbouw in kaart te brengen en daarmee het verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek te toetsen. Hierbij zal worden nagegaan of en in hoeverre het bodemprofiel nog intact is en of op grotere diepte nog archeologische niveaus aanwezig zouden kunnen zijn. Dit vervolgonderzoek is van toepassing op het gehele plangebied, daar waar bodemverstorende activiteiten zijn gepland. Dit booronderzoek dient bij voorkeur ná sloop van de huidige bebouwing (tot maaiveld) te worden uitgevoerd.

Advies bevoegde overheid35 Het plangebied maakt deel uit van de historische kern van Gilze. Deze gebieden worden over het algemeen gekenmerkt door een AC-profiel met een sterk in dikte variërende humeuze bovengrond als gevolg van archeologische sporen en tot op grote diepte voorkomen van relatief recente antropogene indicatoren zoals puin. Met een booronderzoek kan geen onderscheid worden gemaakt tussen sporen uit de middeleeuwen (‘dik cultuurdek’) of recente diepe verstoringen. Bovendien kan dit over korte afstand sterk verschillen. Bij bodemverstoringen dieper dan 40 cm -mv dient een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven te worden uitgevoerd. De aanwezige bebouwing mag voorafgaand aan dit onderzoek uitsluitend bovengronds worden gesloopt. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn.

Indien tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische sporen of resten worden aangetroffen, dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister van OCW (in de praktijk de RCE) of zoals gangbaarder is bij de gemeente Gilze en Rijen conform Artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en Artikel 5.11 (Waarneming) van de Erfgoedwet 2016.

35 Beoordeling conceptrapport door de extern adviseur van de gemeente Gilze en Rijen, RWB (Regio West-Brabant), regioarcheologe Mevr. E.A.M. (Enith) de Boer, MSc, MA, regioarcheologie@west-brabant.eu, d.d. 26-11-2019 en 09-03-2021.

Pagina 23 van 25

Archeologisch onderzoek Kerkstraat 105A te Gilze / AM18373

LITERATUURLIJST Auwerda, F./ P. Grimm, 2008: Verliesregister 1939-1945, Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog, Den Haag. Bakker, de, H., 1966: De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland, in Boor en spade: verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, Wageningen. Bakker de, H en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus, Staring Centrum, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2008: Landschappelijk Nederland. Fysische geografie van Nederland, Assen. Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en Geomorfologie, Assen. Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie, Utrecht (Prisma). Berkvens, R., J. Bosman, K.A.H.W. Leenders en J. Schotten, 2010: Gilze en Rijen, van onderaf bekeken. Toelichting op de archeologiekaart, gemeente Gilze en Rijen, Eindhoven (SRE Milieudienst (huidige Omgevingsdienst Zuidoost Brabant). Blankenstein, van, E., 2006: Defensie- en oorlogsschade in kaart gebracht (1939 – 1945), Zeist. Brekelmans, A.J., 1992: ‘Verkenningen in de middeleeuwen’ (hoofdstuk 1), in: Brekelmans, A.J., A.L.G. Corstens, A.L. van Geertruij, A.J.M. Hoevenaars, A. Th.M. de Kock en J.C. de Vet, 1992: Gilze duizend jaar.

Bijdrage tot de geschiedenis van Gilze, Gilze (Historische Werkgroep 1000 Jaar Gilze), p.12-57. Cate, ten, J. A. M./ A. F. van Holst/ H. Kleijer/ J. Stolp, 1995: Handleiding bodemgeografisch onderzoek, richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem, Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Corstens, A.L.G., ‘Katholieken terug in de grote kerk’ (hoofdstuk 3), in: Brekelmans, A.J., A.L.G. Corstens, A.L. van Geertruij, A.J.M. Hoevenaars, A. Th.M. de Kock en J.C. de Vet, 1992: Gilze duizend jaar. Bijdrage tot de geschiedenis van Gilze, Gilze (Historische Werkgroep 1000 Jaar Gilze), p. 105-175. Eck, C.N.W. van, en W.J.H. van den Heuvel, 2016: Verkennend asbest- en verkennend en nader bodemonderzoek, Kerkstraat 105 – 107 te Gilze, Oirschot (Lankelma rapport 67660A). Hiddink, H., H. Renes, 2007: ‘De oude akkercomplexen in de oostelijke helft van Noord-Brabant en het noorden en midden van Limburg’, in: Van Doesburg e.a. (red.), 2007: Essen in zicht: Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid, Amersfoort (RCE). Hoevenaars, A.J.M., ‘Gilze, centrum van lokaal bestuur’ (hoofdstuk 6), in: Brekelmans, A.J., A.L.G. Corstens, A.L. van Geertruij, A.J.M. Hoevenaars, A. Th.M. de Kock en J.C. de Vet, 1992: Gilze duizend jaar. Bijdrage tot de geschiedenis van Gilze, Gilze (Historische Werkgroep 1000 Jaar Gilze), p.313-385. Maas, G.J., S.P.J. van Delft en A. H.

Heidema, 2017: Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017), Wageningen (Wageningen Environmental Research) via http://legendageomorfologie.wur.nl. Mulder, de, E.J.F./ M.C. Geluk/ I. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Utrecht. SIKB, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek, Deel: karterend booronderzoek, Gouda. Pagina 24 van 25

Archeologisch onderzoek Kerkstraat 105A te Gilze / AM18373

Stiboka (Stichting voor Bodemkartering), 1985: Toelichting bij de kaartbladen 50 Oost Tilburg en 51 West Eindhoven, Wageningen. Tebbens, L.A., 2016: ‘Ontstaansgeschiedenis van het landschap, het gebruik en de locatiekeuze’, in: Ball, E.A.G. & R.M. van Heeringen (red.), 2016: Westelijk Noord-Brabant in het Malta-tijdperk. Synthetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied (Nederlandse Archeologische Rapporten 51). Vet, J.C. de, 1992: ‘Gilze, van landbouwdomein tot industriedorp’ (hoofdstuk 4), in: Brekelmans, A.J., A.L.G. Corstens, A.L. van Geertruij, A.J.M. Hoevenaars, A. Th.M. de Kock en J.C. de Vet, 1992: Gilze duizend jaar. Bijdrage tot de geschiedenis van Gilze, Gilze (Historische Werkgroep 1000 Jaar Gilze), p.178-243. Vos, P., en S. de Vries, 2013. 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0), Utrecht (Deltares). (via https://www.landschapinnederland.nl/paleogeografische-kaarten). Zonneveld, J.I.S., 1981: Vormen in het landschap, hoofdlijnen van de geomorfologie, Utrecht.

Digitale bronnen: www.arcgis.com www.archis.cultureelerfgoed.nl https://bagviewer.kadaster.nl. www.bhic.nl www.bodemloket.nl www.heemkringmolenheide.nl www.thuisinbrabant.nl www.topotijdreis.nl

Archeologische kaarten en databestanden: Alterra 2009: Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000, blad 50 Oost, Wageningen. Archeologische Monumenten Kaart (AMK, Archis2), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, 2e generatie, IKAW, Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), Amersfoort, 2000. SRE Milieudienst (huidige Omgevingsdienst Zuidoost Brabant), 2010: bijlage 3 Archeologische Basiskaart Archeologie (ARCHIS), cultuurhistorie en fysisch landschap gemeente Gilze en Rijen, Eindhoven. SRE Milieudienst (huidige Omgevingsdienst Zuidoost Brabant), 2010: bijlage 4 Archeologische verwachtingen en waardenkaart gemeente Gilze en Rijen, Eindhoven.

Pagina 25 van 25

Archeologisch onderzoek Kerkstraat 105A te Gilze / AM18373

BIJLAGE 1 Topografische overzichtskaart

Archeologisch onderzoek Kerkstraat 105A te Gilze / AM18373

BIJLAGE 2 Overzicht aanwezige waarnemingen, onderzoeken en monumenten (AMK)

Archeologisch onderzoek Kerkstraat 105A te Gilze / AM18373

BIJLAGE 3 Overzicht gemeentelijke archeologische beleidskaart

Archeologisch onderzoek Kerkstraat 105A te Gilze / AM18373

BIJLAGE 4 Overzicht Geomorfologische kaart

Archeologisch onderzoek Kerkstraat 105A te Gilze / AM18373

BIJLAGE 5 Overzicht bodemkaart

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13655344/2