Bijlage 4. Uitwerking duurzaamheidsvarianten Merosch d.d. 7 maart 2024
Tekst van het document
Gemeentehuis Gilze en Rijen Verduurzamingsscenario’s voor de herbestemming
Datum: Projectnummer: Status: Auteur(s):
Merosch B.V. E info@merosch.nl I www.merosch.nl
7 Maart 2024 3560 Definitief Linard Pronk en Veerle Vink
Eendrachtsweg 3 2411 VL Bodegraven 0172 – 65 12 64
Brabantsestraat 17 3812 PJ Amersfoort 033 – 30 38 909
KVK BTW IBAN
27311612 NL8224.23.066.B01 NL80 TRIO 0197 8235 99
Inhoudsopgave Samenvatting en conclusie ................................................................................................................................ 3 Energie........................................................................................................................................................... 3 Circulariteit ..................................................................................................................................................... 3 Klimaatadaptatie ............................................................................................................................................ 3 Conclusie en aanbevelingen ......................................................................................................................... 3 1
Inleiding...................................................................................................................................................... 5
2
Uitgangspunten .......................................................................................................................................... 6
3
Achtergrond ............................................................................................................................................... 7
4
5
3.1
Situatie ............................................................................................................................................... 7
3.2
Herbestemming ................................................................................................................................. 7
3.3
Aanpak van het onderzoek ................................................................................................................ 8
Wettelijk kader ........................................................................................................................................... 9 4.1
Besluit bouwwerken leefomgeving .................................................................................................... 9
4.2
Labelplicht .......................................................................................................................................... 9
4.3
Wet milieubeheer ............................................................................................................................. 10
Energie..................................................................................................................................................... 11 5.1
Huidige situatie ................................................................................................................................ 11
5.2
Scenario’s ........................................................................................................................................ 12
Circulariteit ....................................................................................................................................................... 15
6
5.3
Huidige situatie ................................................................................................................................ 15
5.4
Scenario’s ........................................................................................................................................ 16
5.5
Samenvatting ................................................................................................................................... 20
Klimaatadaptatie & biodiversiteit ............................................................................................................. 21 6.1
Huidige situatie ................................................................................................................................ 21
6.2
Scenario’s ........................................................................................................................................ 24
Bijlage A – Uitgangspunten varianten ............................................................................................................. 26 Bijlage B – Uitgangspunten energieconcepten ............................................................................................... 27 Bijlage C – Uitwerking energieconcept ............................................................................................................ 28
2
Samenvatting en conclusie De aanleiding van dit onderzoek is het plan om het gemeentehuis van Gilze en Rijen te renoveren met een gedeeltelijk herbestemming. In het programma voor de renovatie zijn drie scenario’s waarin naast de bestuurszetel van de gemeente Gilze en Rijen ook commerciële functies en woningen zijn opgenomen. Dit rapport worden de mogelijkheden beschreven om bij de herbestemming van het gemeentehuis invulling te geven aan de duurzaamheidsambities op het gebied van energie, circulariteit en klimaatadaptatie. Energie In de referentievariant is voor de renovatie uitgegaan de wettelijk vereiste en het PvE Leystromen voor de woningen. Dit betekent dat het gebouw beperkt geïsoleerd wordt en dat daarnaast het huidige kwaliteitsniveau gehandhaafd blijft. Het gebouw wordt dus niet aardgasvrij of energieneutraal. Er zijn veel kansen om het gebouw verder te verduurzamen en volledig aardgasvrij te maken. Hiermee wordt er invulling gegeven aan de klimaatdoelstellingen voor 2050. Concreet betekent dit voor het pakket dat de volgende maatregelen zijn meegenomen: • Het volledig isoleren van het gebouw (tot nieuwbouwniveau); • Het realiseren van een all-electric warmteopwekking middels een bodemenergiesysteem; • Het toepassen van circa 500 m2 PV-panelen op de daken. Met deze ingrepen zien wordt het gebouw veel energiezuiniger maar nog niet volledig energienutraal.
Dit is gegeven de randvoorwaarde uit het monument niet haalbaar. Wel zien we kansen om in de omgeving duurzame elektriciteit te produceren maar dat valt buiten de scope van dit project. Circulariteit Het thema circulariteit is benaderd vanuit het vlindermodel van de Ellen MacArthur foundation. Dit model beschrijft een technische en biologische kringloop. Hoe kleiner de kringloop hoe duurzamer een ingreep is. Als het gaat om de technische kringloop is de eerste stap de levensduurverlenging van de aanwezige materialen. Dit begint door te kijken naar de noodzaak van de ingrepen. Is het wel echt nodig om de 25 jaar oude gevel van de nieuwbouw volledig te vervangen? Dezelfde vraagt kan gesteld worden over de kozijnen. Ook bij de installaties en het inbouwpakket zien we veel kansen om producten opnieuw te gebruiken. Naast de technologische kringloop is er ook gekeken naar de mogelijkheden om materialen uit de natuurlijke kringloop toe te passen. De belangrijkste kansen liggen bij het toepassen van natuurlijke isolatiematerialen, hsb-wanden en natuurlijke materialen voor de optopping. Klimaatadaptatie Gezien de scope van het project hebben we ons beperkt tot de ingrepen in de directe omgeving van het gebouw. Hierbij is het met een meerinvestering van circa €20.000 (directe kosten excl.
btw) mogelijk veel waarde toe te voegen door groen structuren te verbeteren, water te bergen en extra schaduw te creëren.
Conclusie en aanbevelingen De totale meerkosten van al duurzaamheismaatrgelen zijn, afhankelijk van de variant, geraamd op circa €480.000 tot €560.000 (directe kosten excl. btw). Hiermee wordt er een gebouw gerealiseerd dat aardgasvrij is, gebruikt maakt van biobased materialen en daarnaast het omliggende terrein klimaatadaptief vormgeeft. Hiermee wordt dit een gebouw dat klaar is voor de toekomst (2050). De benodigde investering zorgt voor een hogere kwaliteit, efficiëntere systemen (zoals een bodemenergiesysteem), een lagere milieubelasting en een aangenamere binnen- en buitenruimte. Daarnaast verdient de investering zich in de toekomst zich ook terug doordat:
3
•
•
•
De jaarlijkse exploitatiekosten €33.000 tot €43.000 lager liggen dan zonder deze maatregelen. Hier komt nog bij dat de Rijksoverheid het gebruik van gas ontmoedigt door het gebruik van gas steeds verder te belasten. In de komende jaren zal de besparing dus eerder groter dan kleiner worden. Het gebouw nu al voldoet aan de klimaatdoelstellingen van 2050. Bij de referentievariant is dit niet het geval en zal er voor 2050 opnieuw in het gebouw geïnvesteerd moeten worden om dit aardgasvrij te maken. Dit zal onherroepelijk leiden tot hogere kosten. Met deze maatregelen wordt er vooral ook geïnvesteerd in maatregelen met een lange levensduur zoals isolatie, hoogwaardig glas en een bodemenergiesysteem. Deze maatregelen hebben een werkelijke levensduur van vele tientallen jaren.
Geven de bovenstaande factoren ligt er een aantrekkelijke businesscase voor het verduurzamingspakket. Ook zijn er voor een aantal van deze maatregelen ook landelijke subsidiekansen. Er kan geen garantie gegeven worden dat deze verkregen worden dus er is vooralsnog niet mee gerekend. Onze aanbevelingen is zodoende om alle duurzaamheidsmaatregelen uit te voeren aangezien deze, over de levensduur van de investering beschouwd, niet leidt tot hogere kosten maar wel tot een beter en duurzamer gebouw.
4
1 Inleiding De aanleiding van dit onderzoek is het plan om het gemeentehuis van Gilze en Rijen te renoveren met een gedeeltelijk herbestemming. In het programma voor de renovatie zijn naast de bestuurszetel van de gemeente Gilze en Rijen ook commerciële functies en woningen opgenomen. In dit rapport worden de mogelijkheden beschreven om bij de herbestemming van het gemeentehuis invulling te geven aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Gilze en Rijen. Dit doen we aan de hand van drie thema’s, namelijk: energie, circulariteit en klimaatadaptatie & biodiversiteit. De structuur van dit rapport is als volgt. In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten van het onderzoek uiteengezet. Hoofdstuk 3 behandelt de achtergrond van de vraagstelling en beschrijft herbestemmingsplannen. In hoofdstuk 4 gaat in op het wettelijk kader met betrekking tot verduurzaming. Vervolgens worden in hoofdstuk 5, 6 en 7 de mogelijkheden voor verduurzaming uitgewerkt binnen de thema's energie, circulariteit en klimaatadaptatie & biodiversiteit. Deze worden gepresenteerd aan de hand van verschillende duurzaamheidsscenario's, zoals eerder besproken met de gemeenteraad. Voor elk pakket aan maatregelen is inzichtelijk gemaakt welke extra investering nodig is om dit te realiseren welke kostenbesparing, CO2-besparing en/of kwaliteitsverbeteringen dit met zich meebrengt.
Op basis hiervan kan de gemeenteraad een goed onderbouwd besluit nemen over de te nemen maatregelen. een goed onderbouwd besluit nemen over de te nemen maatregelen.
5
2 Uitgangspunten Voor dit onderzoek zijn de volgende gegevens als uitgangspunten gehanteerd: • Programma van eisen deels herbestemmen gemeentehuis voor (sociale)huurappartementen, Leystromen, 15 juni 2023; • Handreiking duurzaam bouwen ABG gemeenten, Alba concepts, 15 januari 2024; • Bouwkundige tekeningen uitbreiding gemeentehuis, Dhondt, 11 december 1998; • Plattegronden renovatie bestaand gebouw, BBN, 2 februari 1999; • Tekeningen uitbreiding en verbouwing, Buro Ruys en Bolder, 6 februari 1981; • Bouwtekeningen, A. Siebers en W. v. Dael, september 1958; • Ruimtelijk functioneel programma van eisen, Hevo, 12 december 2023. Daarnaast zijn er de volgende uitgangspunten: • Schouw van het gemeentehuis van 24 november 2024; • Gemeenteraadsvergadering van 15 januari 2024; • Installatietekeningen ontvangen op 6 december 2023; • Duurzaamheidsconcepten zoals omschreven in de presentatie van 5 februari 2024. In het hele document zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: • Emissiefactor elektriciteit: 0,328 kg CO2-eq/kWh; • Emissiefactor aardgas: 2,134 kg CO2-eq/m3; • Alle genoemde bedragen zijn prijspeil 2023 en exclusief btw. Tenslotte de scope van het project betreffen het bestaande gebouw. Hierbij signaleren we ook kansen voor de directe omgeving maar deze vallen buiten scope van het project. Deze kansen zijn wel benoemd maar niet verder uitgewerkt.
6
3 Achtergrond In dit hoofdstuk wordt een algemene situatieschets gegeven van het gemeentehuis van Gilze en Rijen. Daarnaast gaan we in op de herbestemmingsplannen waarbij we nadrukkelijk aandacht besteden aan de raakvlakken met de duurzaamheidsambities.
3.1
Situatie
Het gemeentehuis van Gilze en Rijen is rond 1960 gebouwd volgens een ontwerp van architectenbureau Siebers en Van Dael in traditionele stijl. Omstreeks 1978 onderging het gebouw een uitbreiding, waaronder een extra verdieping. Daarnaast onderging het rond 1982 een ingrijpende renovatie. In 1999 werd het gebouw nogmaals uitgebreid met een nieuw bouwdeel, namelijk de vleugel aan de westzijde. Afbeelding 3.1 – De uitbreiding van het gemeentehuis uit 1999 (rood gestippeld).
Voor dit onderzoek worden de bouwdelen als volgt aangeduid: • Oudbouw: het oorspronkelijke gemeentehuis met uitbreidingen van 1978 • Nieuwbouw: de nieuwe vleugel uit 1999 Het gemeentehuis is aangewezen als gemeentelijk monument. Deze beschermde status heeft betrekking op de oudbouw.
3.2
Herbestemming
De plannen omvatten zowel renovatie als herbestemming van het gebouw. Het herbestemmingsprogramma omvat drie mogelijke functies: 1. De bestuurszetel; 2. Maatschappelijk/commerciële functies; 3. Woningen. De Bestuurszetel omvat de volgende functies: • Huisvesting voor de raadzaal van de gemeenteraad; • Huisvesting voor het college van burgemeester en wethouders; • Huisvesting voor de ondersteunde functies zoals de secretaris en secretariaat en beperkte aantal ambtelijk functies; • Publieke dienstverlening waaronder balies, spreekkamers en de backoffice.
7
De invulling van de maatschappelijk/commerciële ruimtes moet nog verder uitgewerkt worden. Dit onderdeel wordt casco opgeleverd, waarbij de klimaatinstallaties als onderdeel van het casco worden beschouwd. De woningen betreffen huurwoning van de coöperatie Leystromen. Architectenbureau Braaksma & Roos heeft verschillende scenario’s uitgewerkt voor de herbestemming, waarbij de wijze waarop de functies in het gebouw worden ingepast varieert. Dit is schetsmatig geïllustreerd in afbeelding 3.2. In varianten 1 en 2 is er sprake van een optopping op de nieuwbouw. De belangrijkste kerneigenschappen van de varianten worden beschreven in bijlage A. Afbeelding 3.2 – De drie varianten voor de herbestemming (Braaksma & Roos).
3.3
Aanpak van het onderzoek
In de voorbereidende fases heeft het ontwerpteam uitgangspunten opgesteld voor het ontwerp van de drie scenario’s. Dit ontwerp voldoet aan de vereisten voor verduurzaming volgens de wet- en regelgeving. Buiten dat zijn er geen bijzonder inspanningen verricht om invulling te geven aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Gilze en Rijen. Voor deze rapportage wordt dit ontwerp wordt dit beschouwd als de basisvariant (referentie). De komende hoofdstukken presenteren de mogelijkheden om het ontwerp duurzamer te maken en zo invulling te geven aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Gilze en Rijen. Dit doen we aan de hand van drie thema’s, waarbij voor elk thema twee aanvullende pakketten zijn uitgewerkt. De onderzochte duurzaamheidsthema’s zijn: • Energie; • Circulariteit • Klimaatadaptatie en biodiversiteit. In de uitwerking is de input van de raadsvergadering van 15 januari 2024 meegenomen.
8
4 Wettelijk kader Gezien de toenemende gevolgen van klimaatverandering, is landelijk en internationaal besloten tot de reductie van de CO2-uitstoot. In 2018 is de Klimaatwet voorgesteld met het daaruit voortvloeiende concept Klimaatakkoord. Voor de gebouwde omgeving is de doelstelling om de CO2-uitstoot tegen 2030 met 50% te verminderen in vergelijking met1990. Bovendien streeft Nederlander naar om in 2050 CO2-arm en aardgasvrij is. Ondanks deze doelstellingen zijn er nog weinig wettelijke eisen gesteld aan de verduurzaming van bestaand vastgoed. Hoewel verduurzaming wordt aangemoedigd zijn de minimale eisen is nog beperkt. Momenteel zijn er wel eisen opgenomen in de volgende wetgeving: • Besluit bouwwerken leefomgeving (voormalige Bouwbesluit); • Labelplicht; • Wet milieubeheer De genoemde eisen hebben allemaal betrekking op het energieverbruik van het gebouw. Op het gebied van circulariteit en klimaatadaptatie zijn er op dit moment nog geen wettelijke eisen voor renovatieprojecten.
4.1
Besluit bouwwerken leefomgeving
Voor dit onderzoek zijn de eisen die Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt aan de minimale isolatie van belang. Hierbij worden er eisen gesteld aan: • Verbouw (minder dan 25% van de thermische schil wordt gewijzigd); • Vervangen van de isolatielagen; • Nieuwbouw: hieronder vallen ook ingrijpende renovaties waarbij de schil grotendeels wordt vervangen. In alle gevallen geldt het rechtens verkregen niveau als de ondergrens. Dit houdt in dat de isolatiewaarde nooit lager mag zijn dan wat eerder door het Bouwbesluit is voorgeschreven. In de onderstaande tabel zijn de isolatiewaarde voor de verschillende situaties beschreven. Tabel 4.1 – Eisen in besluit bouwwerken leefomgeving aan de isolatie Verbouw Vervanging Eisen in Bouwbesluit (met als ondergrens rechtens verkregen niveau) Vloer [m2K/W] 1,4 2 Dak [m K/W] 1,4 Gevel [m2K/W] 1,4 2 Gevelopeningen [W/(m K)] -
Nieuwbouw (en dakkappellen) 2,6 2,5 3,2 2,2
≤ 3,7 ≤ 6,3 ≤ 4,7 ≥ 1,65
Consequenties Een eventuele optopping van het gebouw moet voldoen aan de nieuwbouweisen zoals vastgesteld in het Bbl. Voor de rest van het gebouw gelden de verbouweisen, tenzij een isolatielaag volledig wordt vervangen. Het bouwbesluit bevat een regeling die het bevoegd gezag de mogelijkheid biedt om voor monumenten een uitzondering te maken voor deze eisen. Voor dit project zien we echter geen reden om hiervan gebruikt te maken, aangezien de Rc-waarde kunnen worden behaald zonder afbreuk te doen aan de monumentale waarde.
4.2
Labelplicht
Voor bestaande gebouwen geldt de verplichting om bij alle overdrachtsmomenten (zoals koop, verkoop, oplevering na een renovatie) een energielabel op te stellen. Kantoren dienen minimaal over een energielabel 9
C te beschikken. Rijksmonumenten, provinciale- en gemeentelijke monumenten zijn echter vrijgesteld van de energielabelplicht. Consequenties Aangezien de oudbouw een gemeentelijk monument is, is deze vrijgesteld van de labelplicht. De functies die uitsluitend in de nieuwbouw zijn gevestigd moeten wel over een energielabel beschikken. Echter zal een eventuele kantoorfunctie in de nieuwbouw, zonder aanvullende inspanningen, na de renovatie al beschikken over een energielabel C.
4.3
Wet milieubeheer
Het gebouw valt onder de landelijke Wet Milieubeheer, waarin onder andere vastgelegd dat het verplicht is energiebesparende maatregelen te treffen die binnen vijf jaar terugverdiend kunnen worden. Hiervoor is een lijst met erkende maatregelen door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) opgesteld met maatregelen waaronder: • Onnodig branden van verlichting voorkomen; • Energiezuinige warmteopwekking warm tapwater toepassen; • Onnodig aanstaan van ventilatie voorkomen; • Warmte- en koude verlies via buitenmuur beperken middels spouwmuurisolatie; • Klokprogramma en aanvoertemperatuur cv-installatie beter inregelen. Sinds 1 juli 2019 geldt voor gebruikers die jaarlijks meer dan 50.000 kWh elektriciteit en/of 25.000 m 3 gas verbruiken een informatieplicht. Dit betekent dat zij wettelijke verplicht zijn om deze maatregelen uit te voeren en de voortgang van de uitvoering te rapporteren. De omgevingsdienst is belast met de handhaving en voert inspecties uit om de voortgang te controleren. Consequenties Het gemeentehuis valt onder de Wet milieubeheer. Aangenomen dat alle installaties bij de renovatie vernieuwd worden blijven alleen de erkende maatregelen over: • Het isoleren van on-geïsoleerde spouwmuren (GB1); • Het isoleren van on-geïsoleerde daken (GB2 en GB4); • Het vervangen van enkel of dubbelglas door HR++ glas (GB5 en GB6). Hierbij gelden er de volgende uitgangspunten.
• Het isoleren van de spouw wordt waarschijnlijk lastig vanwege de aanwezigheid van vleermuizen. Er zijn al reeds beheersmaatregelen genomen zoals omschreven in het beheersplan. • Het isoleren van de geïsoleerde daken is verplicht. Hierbij geldt een minimale Rd-waarde van 2,1 en 3,7 m2k/W voor isolatie aan respectievelijk de buiten- en binnenzijde. • Voor het vervangen van dubbelglas door HR++ glas geldt dat dit enkel plaatsvindt op natuurlijke momenten. Met ander woorden, wanneer het glas wordt vervangen, moet er minimaal HR++ glas worden toegepast.
10
5 Energie In dit hoofdstuk gaan we in op het energieconcept van het gebouw en de mogelijkheden om dit zo duurzaam mogelijk in te vullen.
5.1
Huidige situatie
In deze paragraaf beschrijven wij de huidige energetische en installatietechnische situatie van het gebouw.
5.1.1
Oudbouw
Het oudste gedeelte van het gebouw dateert van circa 1960 gebouwd en is zodoende vanuit de oorspronkelijke bouw niet of nauwelijks geïsoleerd. Hoewel het in de loop der tijd meerdere malen is verbouwd en gerenoveerd, is er zover bekend niet verder geïsoleerd, behalve bij de kozijnen, die inmiddels zijn voorzien van dubbelglas. Het gebouw is voorzien van gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning. De luchtwarmtepomp staat op het dak opgesteld. De luchtbehandelingskast is voorzien van warmteterugwinning, een verwarmingsbatterij en een koelbatterij. Deze zijn aangesloten op een koelmachine op het dak. Daarnaast er enkele split-units verspreid over het gebouw geïnstalleerd. De verwarming gebeurt door middel van cv-ketels in de kelder van het gebouw, waarbij radiatoren hoofdzakelijk worden gebruikt om het gebouw te verwarmen. Verder is het gebouw grotendeels uitgerust met conventionele TL/PL verlichting. In de kelder bevind zich het archief en wordt volledig separaat geconditioneerd met een eigen luchtbehandelingskast inclusief verwarming en bevochtiging. Daarnaast staat er in de kelder van het gebouw een noodaggregaat opgesteld. Deze is voor dit onderzoek buiten beschouwing gelaten.
5.1.2
Nieuwbouw
De nieuwbouw is gebouwd in 1999 en is zodoende veel beter geïsoleerd. Volgens de bouwtekeningen is de bouwkundige schil als volgt opgebouwd: • Gevel: Beton met keramische tegels als gevelafwerking (Rc = 2,5 m 2K/W) • Vloer: Ribcassettenvloer (Rc = 2,5 m2K/W) • Gevelopeningen: Houten kozijnen met dubbel (HR) glas • Dak: Geïsoleerde kanaalplaten (Rc = 2,5 m2K/W) Op het dak van dit bouwdeel staat een centrale luchtbehandelingskast en koelmachine opgesteld, zoals blijkt uit de revisiestukken uit 2012. Het luchtbehandelingssysteem is ook aangesloten op de zijvleugel van de oudbouw. De luchtbehandelingskast is geïnstalleerd in 2000 en heeft een nominaal debiet van 13.500 m3/hr. Op de tweede verdieping heeft dit bouwdeel een eigen stookruimte met twee cv-ketels. De warmteafgifte gebeurt met behulp van radiatoren. De luchtbehandelingskast is voorzien van warmteterugwinning, een verwarmingsbatterij en een koelbatterij. Dit is tevens ook de enige vorm van actieve koeling in de nieuwbouw. Het zomercomfort is daarmee niet ideaal. Het gebouw is grotendeels voorzien van conventionele TL/PL verlichting.
11
5.2
Scenario’s
Hieronder zijn de onderzochte scenario’s toegelicht.
5.2.1
Pakket 0:
Referentie
De opdracht binnen het ontwerpteam was om te voldoen aan het wettelijk minimum en aan het Programma van Eisen (PvE) van Leystromen. Dit heeft geleid tot de uitgangspunten voor het energieconcept, zoals omschreven in bijlage B. In de onderstaande tabel is het verwachte energieverbruik na de renovatie beschreven. In bijlage C is deze methodiek toegelicht. In deze bijlage wordt ook de berekening uitsplits tussen de functies. De exploitatiekosten in de tabel bestaan uit: • De kosten voor energie (gas en elektriciteit); • Vastrecht voor de gas- en elektriciteitsaansluiting. Tabel 5.1 – Energieverbruik en kosten bij de basisvariant (referentie). Variant 1 Totaal Gasverbruik [m3/jaar] 17.295 Elektriciteitsverbruik [kWh/jaar] 223.339 CO2-uitstoot [kg CO2-eq/jaar] 110.162 Exploitatiekosten [/jaar] € 96.707
Variant 2 16.361 218.854 106.699 € 94.532
Variant 3 4.849 149.782 59.477 € 63.760
Dit pakket is als uitgangspunt gehanteerd voor de kostenramingen van Vitruvius.
5.2.2
Pakket 1:
Aardgasvrij
Met de basisvariant wordt er weliswaar voldaan aan de wet- en regelgeving, maar het gebouw is nog niet toekomstbestendig. In 2050 moet alle gebouwen in Nederland aardgasvrij zijn. Als het gebouw nu niet aardgasvrij wordt gemaakt, dan zal het tussen nu en 2050 opnieuw moeten worden aangepakt. Bij dit pakket (Pakket 1) wordt de renovatie grondiger aangepakt waardoor herhaalde ingrepen niet nodig zijn. Bij het verduurzamen van het gebouw is het van belang om een goede samenhang tussen de maatregelen te realiseren. Hierbij hanteren wij het volgende drie stappenmodel. De kern van dit model is vergelijkbaar met de Trias Energetica. Dit betekent dat er eerst gekeken wordt hoe we de energievraag zo ver mogelijk kunnen reduceren, voordat we nadenken over de duurzame invulling van de resterende energievraag. Afbeelding 5.1 – Het stappenplan om het gebouw te verduurzamen.
Stap 1
• Beperking energiebehoefte goede (na)-isolatie, balansventilatie
• Duurzame warmteopwekking lage temepratuur verwarming i.c.m. Stap 2 warmtepompen
Stap 3
• Duurzame energie PV-panalen, zonnecollectoren
12
Concreet betekent dit voor het pakket dat de volgende maatregelen zijn meegenomen: • Het volledig isoleren van het gebouw (tot nieuwbouwniveau); • Het realiseren van een all-electric warmteopwekking middels een bodemenergiesysteem; • Het toepassen van circa 500 m2 PV-panelen op de daken. Hiermee wordt er binnen de gebouwgrenzen gedaan wat er mogelijk is om het gebouw te verduurzamen. Dit resulteert in een aardgasvrij gebouw met aanzienlijke lagere energieverbruiks- en energiekosten, zoals beschreven staat in de onderstaande tabel. De kostenbesparing zal in de toekomst alleen nog maar verder toenemen doordat het landelijk beleid erop gericht is om het gebruik van aardgas te ontmoediging door de belasting hierop te verhogen. Bovendien zullen er in de toekomst worden bespaard doordat het gebouw nu al geschikt is voor 2050. Tabel 5.2 – Energieverbruik en kosten bij pakket 1 (aardgasvrij). Variant 1 Totaal Gasverbruik [m3/jaar] Elektriciteitsverbruik [kWh/jaar] 79.938 CO2-uitstoot [kg CO2-eq/jaar] 26.220 Exploitatiekosten [/jaar] € 42.692
Variant 2 76.446 25.074 € 41.830
Variant 3 22.392 7.345 € 33.249
Een belangrijk aandachtspunt tegenwoordig is de netcongestie. Het gebouw heeft nu een 3x400 A aansluiting. De woningen moeten in elke geval een eigen aansluiting (3x35) krijgen. Aangenomen dat de het gecontracteerd vermogen ook rond de 235 kW ligt, blijft er dan ruim genoeg capaciteit over om het gebouw aardgasvrij te maken. De investeringskosten van deze variant zijn geraamd door Vitruvius. Deze zijn in de onderstaande tabel overgenomen. Tabel 5.3 – Investeringskosten bij pakket 1 (aardgasvrij), directe kosten (prijspeil 2024 excl. btw). Variant 1 Variant 2 Variant 3 Totaal Kosten [-] € 774.000 € 792.000 € 712.000
5.2.3
Pakket 2:
Energieleverend
Het gaat, gegeven de monumentale karakter van het gebouw, erg lastig worden om het gebouw op het gebied van energie volledig energieneutraal te maken met enkel PV-panelen op het dak. Bij dit pakket kijken we ook aar de kansen in de omgeving en dan in het bijzonder de koppelkansen met de parkeergelegenheid. In het Klimaatakkoord wordt geschetst dat in 2030 per jaar 35 TWh aan duurzame elektriciteit moet worden geproduceerd op land, voornamelijk uit wind- en zonne-energie. Dit is voor een belangrijk deel ook een ruimtelijke opgave. Waar vinden we de ruimte om de duurzame energie op te wekken? De zonneladder beschrijft de voorkeur voor de toepassing van duurzame energie. Helemaal bovenaan in de zonneladder staan daken maar ook infrastructurele werken zoals parkeerterreinen. Aangezien het dak al benut wordt is het parkeerterrein een logische volgende stap. Voor het gemeentehuis bevindt zich een parkeerterrein met bijna honderd parkeerplaatsen. Dit terrein kan met solarcarports een dubbelfunctie vervullen. Er is ruimte beschikbaar om maximaal 1500 m 2 aan solarcarports te realiseren, waardoor er voldoende potentie is om het resterende energieverbruik van het gebouw duurzaam te produceren. Sterker nog: het kan daarnaast ook als energiecentrale voor de omgeving fungeren.
Het parkeerterrein biedt daarnaast kansen als het gaat om de toepassing van een slimme energiesysteem waarbij de vraag en aanbod van PV-panelen, (openbare) laadpalen, de warmte- en koudeopslag en het gebouw zo optimaal mogelijk op elkaar worden afgestemd. 13
Deze oplossing zien wij als kans voor maar valt wel buiten de scope van dit project. Daarom is deze oplossing niet nader uitgewerkt.
14
6 Circulariteit Dit hoofdstuk gaat in op de mogelijkheden om de herbestemming zo circulair mogelijk vorm te geven. Binnen het thema circulariteit gaat het met name om de milieubelasting van materialen. Het doel hierbij is de milieubelasting van gebruikte materialen zoveel mogelijk te reduceren. Hierbij kunnen verschillende strategieën worden toegepast, zoals het hergebruiken van bestaande materialen (verlengen van de technische kringloop) of het toepassen van materialen met een lage milieubelasting (zoals materialen uit de natuurlijke kringloop).
6.1
Huidige situatie
De huidige situatie van het gebouw en de mogelijkheden om deze zo circulair mogelijk te renoveren, kan het best worden uitgelegd aan de hand van twee modellen van de circulaire economie. Het eerste model is de R-ladder van Lansink, dat verschillende strategieën beschrijft voor het omgaan materiaalgebruik. Hoe lager een strategie op de ladder staat, hoe groter de milieu-impact. Afbeelding 6.1 – R-ladder van Lansink.
R1
•Refuse en Rethink Product overbodig maken/productgebruik intensiveren
R2
•Reduce Producten efficiënter fabriceren of efficiënter gebruiken of bio-based materialen
R3
•Re-use Direct hergebruiken
R4
•Repair, Refurbish, Remanufacture en Repurpose Repareren, opknappen, onderdelen hergebruiken of herbestemmen
R5
•Recycling Materialen tot grondstof verwerken
R6
•Recover Verbranden van materialen en energie terugwinnen
Op het gebied van “refuse” gaat het om het vermijden van materiaalgebruik. Dit betekent dat bepaalde ingrepen simpelweg niet worden uitgevoerd wanneer ze niet noodzakelijk zijn. Een goed voorbeeld hiervan is het verlangen van de levensduur van bestaande gebouwonderdelen onderdelen, zoals de gevelbekleding en de kozijnen. Uiteindelijk zullen er onvermijdelijk nieuwe materialen moeten worden toegepast. Ook hier zijn er mogelijkheden om dit zo duurzaam mogelijk te doen. Dit kunnen we het best beschrijven aan de hand van het vlindermodel van de circulaire economie. Dit model van de Ellen MacArthur foundation is in afbeelding 6.2 weergegeven.
15
Afbeelding 6.2 – Vlindermodel van de circulariteit van de Ellen MacArthur foundation.
Het model beschrijft de biologische kringloop van producten. Hoe kleiner de kringloop, hoe minder impact dit heeft. Dit kan is vergelijkbaar met met de R-ladder. De strategieën bovenaan de R-ladder hebben tevens ook de kleinste kringloop, terwijl de strategieën onder aan de ladder een grote kringloop hebben. Het model laat tevens een onderscheid zien tussen de biologische kringloop (in groen aan de linkerkant) en de technische kringsloop (in het blauw aan de rechterkant). Het R-ladder model heeft met name betrekking op deze technische kringloop. Aan de andere kant zijn er situaties waaronder nieuwe materialen moeten worden toegepast, zoals het isoleren van het gebouw. Daar waar er nieuwe materialen worden toepast is er veel winst te behalen door gebruik te maken van materialen van de natuurlijke kringloop, zoals hout en biobased isolatiemateriaal.
6.2
Scenario’s
Hieronder beschrijven we de gehanteerde scenario’s.
6.2.1
Pakket 0:
Referentie
In de basis is er geen aandacht besteed aan circulair bouwen. Hoewel het bestaande gebouw in de plannen wordt behouden, wordt er veel van het bestaande materiaal verwijderd. In de oudbouw wordt het gehele inbouwpakket vernieuwd, terwijl bij de nieuwbouw eigenlijk alleen het casco gehandhaafd.
16
Daarnaast is er bij de materiaalkeuzes geen rekening gehouden met de milieu-impact van de toegepast materialen. Dit betekent dat er wordt gewerkt met traditionele materialen zoals: • Steenstrips als nieuwe gevelafwerking; • Aardolie producten (PIR) en minerale wol als isolatie; • Aluminium kozijnen; • Metalstud voorzetwanden. Bovendien is er geen aandacht besteed aan het hergebruiken van producten. Het gebouw wordt volledig gestript, zelfs tot het casco bij de nieuwbouw, en vervolgens opnieuw opgebouwd. Dit pakket is het uitgangspunt voor de kostenramingen van Vitruvius.
6.2.2
Pakket 1:
Levensduurverlenging
Bij dit pakket ligt de focus op de levensduurverlenging van de aanwezig producten. Dit begint met een goede afweging: is het werkelijk noodzakelijk om nieuwe producten toe te passen, of kunnen de bestaande aanwezige materialen wellicht nog hergebruikt worden? Behoud van materialen Het weigeren (refuse) van materialen is de eerste stap in de R-ladder (zie afbeelding 6.1). Binnen het project wordt de bouwkundige schil grotendeels gehandhaafd. Dit betekent ook dat er anders nagedacht wordt over de beschikbare materialen door onder andere het volgende te handhaven: • Gevel van de nieuwbouw; • Houten kozijnen van de oudbouw; • Houten kozijnen van de nieuwbouw. Het bovenstaande betekent echter niet dat er geen werkzaamheden aan de schil uitgevoerd hoeven te worden. De gevel en kozijnen dienen opgeknapt te worden, zodat deze weer 40 jaar meekunnen. Door niet standaard uit te gaan van vervanging worden alleen de slechte delen vervange, wat aanzienlijk veel materiaal bespaart. Het glas wordt bij alle varianten wel vervangen in verband met het behalen van de energieambitie. Hierbij zou samengewerkt kunnen worden met leveranciers die ‘cradle tot cradle’ producten aanbieden. Gevel nieuwbouw Een bijzonder aandachtspunt is de gevel van de nieuwbouw. Deze gevel is nog maar 25 jaar oud en zodoende technisch en economische nog niet afgeschreven.
Met een Rc-waarde van 2,5 m2K/W voldoet de gevel niet aan de isolatienormen voor nieuwbouw. Bij het vervanging van de gevel kan de isolatiewaarde worden verhoogd naar nieuwbouwniveau (Rc = 4,7 m2K/W), wat resulteert in een jaarlijkse besparing op van 500 kWhe/jaar. Om de meest duurzame oplossing te bepalen, is de totale CO2-uitstoot van de nieuwe gevel vergeleken met de optie om de bestaande gevel te behouden. Hierbij wordt integraal gekeken naar het CO2-vebruik van de toegepast materialen en het extra energieverbruik. Voor deze berekeningen hanteren wij de volgende uitgangspunten: • Nieuwe gevel: isolatie (Rc = 4,5 m2K/W) en steenstrips; • Behouden gevel: 10% vervanging i.v.m. herstel/wijzigingen; • Impact van het vervroegd afschrijven gevel is buiten beschouwing gelaten; • CO2-uitstoot materialen conform het DGBC rekenprotocol1 “Paris Proof embodied carbon”; • CO2-uitstoot energie voor de periode 2025-2050 bij een constant emissiefactor van 0,328 kg CO2/kWh.
1 https://www.dgbc.nl/publicaties/de-berekening-achter-paris-proof-materiaalgebonden-emissies-49
17
In afbeelding 6.3 zijn de resultaten van deze berekening weergegeven. De CO 2-uitstoot van de materialen in de nieuwe gevel wegen niet op tegen de gerealiseerde besparing. Dit verschil wordt alleen nog maar groter indien de vervoegde afschrijving of dynamische emissiefactoren worden meegenomen. Oftewel: vanuit het oogpunt van het milieu is het beter om de bestaande gevel te behouden ondanks dat dit een tot hoger energieverbruik leidt. Afbeelding 6.3 – CO2-impact van de vervanging versus het behouden van de gevel van de nieuwbouw.
Totale CO₂-uitstoot tot 2050 14.000
[kg CO₂-eq]
12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0 Vervangen gevel (Rc = 4,7) Materialen
Behouden gevel (Rc = 2,5) Energie
Hergebruik van producten In het geval van het inbouwpakket (tussenwanden, plafond, installaties etc.) zal het niet altijd mogelijk zijn om de bestaande materialen te behouden, aangezien het gebouw geschikt zijn voor de nieuwe functies. In dit geval kunnen we ons richten op de technische kringloop. Hoe kunnen we de aanwezige materialen een nieuw leven geven? De komt overeen met stap 3 en 4 in de R-ladder: het (eventueel met een revisie) opnieuw gebruiken van materialen. In het gebouw zijn nog veel producten aanwezig die technische gezien nog prima te gebruiken zijn. In de basis variant zouden deze vervangen worden. Met het oog op circulariteit zijn wij kansen om producten en materialen te hergebruiken. Tijdens de eerste visuele inspectie hebben we al een aantal kansrijke mogelijkheden geïdentificeerd waaronder: • Ventilatieroosters; • Schakelmateriaal; • Kabelgoten; • Wandgoten; • Armaturen (behuizing kan hergebruikt worden en omgebouwd naar led); • Plafondplaten (evt. overspuiten, toepasbaar voor in bergingen, toiletten etc.); • Hemelwaterafvoeren (waarschijnlijk ook wens vanuit monumentenzorg); • Kanaalwerk en LBK nieuwbouw (mits er geen optopping komt); • Natuurstenen vloeren; • Deuren (mits maat en brandeisen overeenkomen). Of deze componenten ook daadwerkelijk hergebruikt kunnen worden hangt onder andere af van de conditie van de componenten en het nieuwe ontwerp.
Om de mogelijkheden verder te onderzoeken, zullen er aanvullende kosten worden gemaakt voor aanvullende onderzoeken in het proces. Dit omvat verdere inspecties en het testen van de kwaliteit van de producten. De geschatte extra kosten ramen we op circa €50.000.
18
Afbeelding 6.4 – Voorbeeld van een project waarbij veel producten zijn hergebruikt. De gedemonteerde producten liggen in de kelder opgeslagen om daarna hergebruikt te worden in het gebouw.
Het daadwerkelijk hergebruiken van deze producten hoeft niet duurder te zijn dan het toepassen van nieuwe producten. De belangrijkste succesfactor is de aanwezigheid van een opslagruimte op locatie tijdens de bouwfase. Dit vermindert immers transportbewegingen, opslagkosten en vooral arbeidskosten. Hoewel het hergebruiken van producten meer tijd kan kosten, kan er bespaard worden op de aanschaf van nieuwe producten. Met een goede aanpak hoeft hergebruik dus niet duurder uit te vallen.
6.2.3
Pakket 2:
Biobased renoveren
Bij de renovatie van het gebouw zullen onvermijdelijk nieuwe producten moeten worden toegepast. Het gebouw wordt geïsoleerd en er wordt mogelijk een optopping op de nieuwbouw geplaatst. De uitdaging is om zo duurzaam mogelijke materiaalkeuzes te maken. Dit kan door gebruik te maken van materialen uit de biologische kringloop. Het toepassen van biobased bouwmaterialen heeft meerdere voordelen. 1. Ze hebben een lagere milieubelasting dan traditionele bouwmaterialen; 2. Ze zijn vervangbaar, raken niet op en zijn aan het einde van de levensduur weer goed afbreekbaar; 3. Tijdens het groei van de producten wordt CO2 opslagen in het materiaal. Hiermee functioneren deze producten ook als CO2-opslag; 4. De materialen kunnen lokaal worde verbouwd door boeren. Dit een van de manieren waarmee boeren een nieuw perspectief kan worden geboden. Voor de uitwerking van dit pakket zijn we uitgegaan van de volgende aanpassingen ten opzichte van de basisvariant: • Gevels na-isoleren met HSB wanden met natuurlijke isolatie (bij vlaswol of hennep); • Dak na-isoleren met natuurlijke isolatiematerialen; • Vloer na-isoleren mocht vochtbesteding natuurlijke isolatie (bijv. vlaswol); • Optopping voorzien van HSB gevels met biobased isolatie; • Optopping voorzien van houten kozijnen; • Optopping voorzien van drukvaste natuurlijke (bijv.
houtvezelplaten) isolatie voor het dak; • Optopping voorzien van een houten gevelafwerking. Uiteraard vraagt deze maatregelen verder uitwerking maar het geeft een goed eerste beeld van de mogelijkheden.
19
6.3
Samenvatting
In tabel 6.1 zijn de benodigde investeringskosten van de voorgestelde scenario’s weergeven. Daarbij is ook de te verwachte CO2-besparing weergegeven. In praktijk zal de CO2-besparing van pakket 1 nog veel hoger uitvallen, doordat nu enkel is gekeken naar de materialen die één op één worden gehandhaafd (de gevel en de kozijnen). Ook bij pakket 2 is de werkelijk milieu impact nog groter. Zoals eerder uitgelegd, slaan biobased materialen CO2 op. Dit wordt in de berekening echter nog niet meegenomen aangezien dit nog slecht zeer beperkt in de productdata is opgenomen. Tabel 6.1 – Samenvatting van de mogelijkheden voor een circulaire renovatie (directe kosten excl. btw). Pakket 1 Pakket 2 LevensduurBiobased verlenging renoveren Consequenties t.o.v. de basis (referentie) Investeringskosten [-] besparing van ca. €150.000 ca. € 400.000 CO2-besparing [kg CO2-eq] vanaf 28.000* 68.000 * Dit is exclusief de milieubesparing door hergebruik van producten De genoemde investeringskosten zijn de directie bouwkosten (prijspeil 2024 excl. btw). Bij pakket 1 is er sprake van een besparing doordat er minder bouwkundige ingrepen worden gedaan. Hierbij is wel rekening gehouden dat het hergebruiken van producten tot hogere kosten leidt.
20
7 Klimaatadaptatie & biodiversiteit In dit hoofdstuk gaan we in op de verduurzamingkansen op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit. Om de mogelijkheden in kaart te brengen zijn eerste de kwetsbaarheden van het gebouw en de omgeving in kaart gebracht met behulp van een QuickScan. Vervolgens zijn er twee scenario’s uitgewerkt waarin de bestaande structuren versterkt en knelpunten aangepakt worden.
7.1
Huidige situatie
Om de huidige situatie van het gebouw in kaart te brengen is er een QuickScan uitgevoerd. Deze is onderverdeeld in de kwetsbaarheden in van het gebouw en het gebied.
7.1.1
QuickScan gebied
In de onderstaande tabel zijn de resultaten van deze scan van het gebied beschreven. Tabel 7.1 – Uitkomsten QuickScan gebied. Kwetsbaarheid Wateroverlast Grondwateroverlast
Lage kwetsbaarheid
Waterdiepte
Hoge kwetsbaarheid
Toelichting Kleine kans op grondwateroverlast in 2025. Tussen de 0,25 en 1 m stijging grondwater overlast. Minder dan 50 cm bodemdaling door ophoging in 20202050 >20-30 cm waterdiepte bij hevige bui van 70 mm/2 uur. (zie figuur 7.1)
Droogte Natuurbrand gevoeligheid Paalrot Verschilzetting
Gemiddelde kwetsbaarheid Zeer lage kwetsbaarheid Zeer lage kwetsbaarheid
Hitte Aantal weken warme nachten Gevoelstemperatuur
Gemiddelde kwetsbaarheid
In 2050 2 tot 3 weken hittestress door warme nachten Veel grijze materialen (zie afbeelding 7.3)
Hoge kwetsbaarheid
Overstromingen Maximale waterdiepte en plaatsgebonden overstromingskans
Zeer lage kwetsbaarheid
Onder de 0,2 m maximale waterdiepte en de plaatsgebonden overstromingskans in 2050 van 20 cm is een zeer kleine kans (>1/3000 per jaar)
Zeer hoge kwetsbaarheid
Staan enkel 3 bomen in cluster bij elkaar op perceel die dicht bij het gebouw staan. Groen gebied voor gemeentehuis is enkel grasveld (zie afbeelding 7.3), waardoor geen verschillende biotopen worden voorzien.
Biodiversiteit Hoogwaardig habitat
21
Afbeelding 7.1 – Waterdiepte bij hevige bui 70 mm/2 uur.
Afbeelding 7.2 – Gevoelstemperatuur (scenario 2050 Hoog).
Afbeelding 7.3 - Grasveld voor gemeentehuis.
22
7.1.2
QuickScan gebouw
In de onderstaande tabel zijn de resultaten van deze scan van het gebied beschreven. Tabel 7.2 – Uitkomsten QuickScan gebouw. Kwetsbaarheid Wateroverlast Hoogte ingangen
Zeer lage kwetsbaarheid tot Hoge kwetsbaarheid
Kelders Instroompunten Riolering Vaste apparatuur
Hoge kwetsbaarheid Zeer hoge kwetsbaarheid Zeer lage kwetsbaarheid Zeer hoge kwetsbaarheid
Toelichting In het oude gebouw is een drempelhoogte hogen dan 20 cm, daar lage kwetsbaarheid. In het nieuwe gebouw is een gelijkvloerse ingang, i.v.m. toegankelijkheid Kelder is aanwezig en ingang is onder straatniveau Aanwezig onder 15 cm boven maaiveld Gescheiden riool Aanwezig onder straatniveau (in de kelder)
Hitte Glasoppervlakte
Zeer lage kwetsbaarheid
Thermische massa Zonwering
Lage kwetsbaarheid Zeer lage kwetsbaarheid tot Zeer hoge kwetsbaarheid
Zontoetredingsfactor Kleur dak Kleur gevel
Lage kwetsbaarheid Zeer hoge kwetsbaarheid Zeer hoge kwetsbaarheid
Overstekken
Zeer hoge kwetsbaarheid
Koelsystemen
Zeer lage kwetsbaarheid
Open ramen
Lage kwetsbaarheid
Percentage glasoppervlak aan de west-, zuid- en oostzijde van het gebouw wordt geschat <35 %. Traditionele constructie In het oude gebouw is geen zonwering aanwezig (zeer hoge kwetsbaarheid) in het nieuwe gebouw is zonwering aanwezig (zeer lage kwetsbaarheid) Bij renovatie wordt het glas vervangen Donkere kleur dak Donkere kleur geveld. Nieuwe gebouw zelfs zwarte gevels Geen bouwkundige overstekken aanwezig boven de ramen Uitgangspunt zijn volledig nieuwe installaties bij renovatie, dus dan wordt ook de koeling meegenomen. Nu is er enkel topkoeling aanwezig. Deel van de ramen kunnen open, dat is bij iedere gevel.
Biodiversiteit Biodiversiteit
7.1.3
Gemiddelde kwetsbaarheid
Geen groen dak, geen groene gevel. Wel vleermuiskasten en aanwezig. Deze worden ook daadwerkelijk gebruikt. Echter is er verlichting aanwezig bij de vleermuiskasten aan de voorzijde van het gebouw.
Kwetsbaarheden
Als we de scores van het gebouw en het gebied combineren zien we dat voornamelijk winst te behalen valt op gebied van biodiversiteit, wateroverlast en hittestress. Op gebied van hittestress worden er al meerdere maatregelen genomen die de hittestress verminderen, zoals het vervangen van de beglazing en toepassen van zonwering. Ook worden er nieuwe installaties, waaronder koeling geïnstalleerd. Op gebied van wateroverlast zien we dat er een kelder aanwezig is met instroompunten, dit geeft kwetsbaarheid. Kans op overstromingen is echter laag. Let op: er is nog geen stresstest door de gemeente gedaan, of is niet openbaar beschikbaar. Hierdoor is gebruik gemaakt van landelijke stresstesten, maar is de QuickScan minder nauwkeurig. Voornamelijk op gebied van wateroverlast.
23
Op gebied van biodiversiteit is veel winst te behalen, met name in het groene grasgebied voor het gemeentehuis. Om de biodiversiteit te bevorderen zal een hoogwaardig habitat gecreëerd moeten worden voor tenminste een gebouwgebonden soort.
7.2
Scenario’s
Net zoals de andere thema’s zij de mogelijkheden op het gebid van klimaatadaptatie & biodiversiteit uitgewerkt aan de hand van een tweetal scenario’s.
7.2.1
Pakket 0:
Referentie
In de basis zijn is er op een aantal daken uitgegaan van een sedumdak. Verder zijn geen maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie & biodiversiteit meegenomen. Dit pakket is als uitgangspunt gehanteerd in de kostenramingen van Vitruvius.
7.2.2
Pakket 1:
Duurzaam
Bij het pakket duurzaam zijn, zoals aangegeven in de presentatie van 5 februari, maatregelen opgenomen om de hittestress op het gebouw te reduceren. Daarnaast wordt er ingezet op het behoud en het versterken van de biodiversiteit. Onder deze maatregelen verstaan wij: • Behoud van de bestaande gierzwaluw- en vleermuiskasten; • Toevoegen van hoogwaardig habitats d.m.v. bloemrijk of kruidenlandschap, extra nestvoorzieningen en natuur inclusieve verlichting; • Het toevoegen van een wadi; • Voorkomen van de hittestress door het toevoegen van bomen. De maatregelen worden hieronder verder toegelicht. Behoud van de bestaande gierzwaluw- en vleermuiskasten Om het habitat zo optimaal mogelijk te behouden voor zowel gierzwaluwen als vleermuizen, wordt aanbevolen om de nestkasten die momenteel aanwezig zijn te behouden. De vleermuiskasten aan de achterkant van het gebouw worden veelvuldig door vleermuizen gebruikt. Toevoegen van hoogwaardige habitats Het doel van deze maatregel is het creëren van een hoogwaardig habitat voor 1-3 soortencategorieën (gebouwbewonend, boombewonend, struweel gebonden, bloemrijk grasland gebonden, water en oevers gebonden) Een hoogwaardig habitat verwijst naar een omgeving die voldoet aan de zes essentiële V's, die samen de habitat van een specifieke soort definiëren: voortplanting, verblijfplaats, voedsel, veiligheid, en verbinding met de omgeving en variatie.
In de context van het creëren van een gunstige leefomgeving voor dieren is het van cruciaal belang dat deze V's op een toereikende afstand van elkaar aanwezig zijn. Aan het gebouw hangen momenteel vleersmuis- en gierzwaluw kasten. Momenteel is het habitat rondom het gebouw niet optimaal. Aanbevolen wordt om het habitat voor deze soorten te optimaliseren. Om het habitat voor vleermuizen en gierzwaluwen te optimaliseren worden 3 aanbevelingen gedaan 1. Overweeg uitbreiding en optimalisatie van de locaties van vleermuis nestkasten om de geschiktheid van voorplanting en verblijf te verbeteren. De toren zou een goede plek zijn voor uitbreiding van de nestlocaties. 2. Er is een gebrek aan kruidenrijke voedselvoorziening rondom het gebouw, en afwezigheid van kruidenrijk grasland in de omgeving. Aanbevolen wordt om een kruidenrijk grasland en waar 24
mogelijk inheemse bomen en struiken aan te leggen in het groene gebied voor het gebouw om te voorzien in voedselbehoeften. Het wordt sterk aanbevolen om de expertise van een landschapsarchitect in te schakelen en gebruik te maken van inheemse kruidenmengsels om het gewenste resultaat te bereiken. Daarnaast kunnen geveltuinen rondom gebouwen aangelegd worden om groene ruimtes te creëren, een hoogwaardig habitat te creëren van ten minste twee soortencategorieën en de biodiversiteit te ondersteunen. 3. Er is verlichting naar boven gericht aan de voorzijde van het gebouw, wat de nestmogelijkheden aan de voorkant van het gebouw voor vleermuizen vermindert. Controleer en minimaliseer de naar boven gerichte verlichting. En pas waar mogelijk natuurinclusieve verlichting toe (amberkleurige verlichting, om een beter leefklimaat voor nachtdieren (o.a. vleermuizen en motten) te creëren. Voorkomen van de hittestress door het toevoegen van bomen. Centraal in het verminderen van hittestress staat de Ladder van koeling. Om hittestress te voorkomen hanteren wij de Ladder van Koeling: 1. Zorgen voor een verkoelende omgeving (bijv. met schaduwwerking van bomen, bouwmaterialen, vegetatie en water); 2. Voorkom intrede van hitte, oftewel: warmte weren (bijv.
met screens, zonwering, of overstekken, de oriëntatie van (spui) ventilatiemogelijkheden en de grootte en plaats van gevelopeningen zoals ramen en deuren); 3. Verdrijven van warmte (bijv. nachtventilatie); 4. Milieuvriendelijke actieve koeling. Indien alsnog koelinstallaties nodig zijn, is het zaak dat deze energetisch efficiënt zijn en geen koelmiddelen bevatten die schadelijk zijn voor het klimaat. De ladder geeft aan welke stappen verstandig zijn om ervoor te zorgen dat een gebouw voldoende koel blijft in een warmer klimaat. De eerste stap in het zorgen voor een prettig klimaat in het gebouw is het zorgen voor een verkoelende omgeving. Hierbij gaat onze voorkeur uit naar groene oplossingen. Aangeraden wordt om bomen te planten in het groene gebied voor het gemeentehuis om zo meer schaduw te creëren en de omgevingstemperatuur te verlagen. Dit heeft bovendien een positief effect op de biodiversiteit. Overige maatregelen om hittestress te voorkomen, zoals koeling en zonneschermen zijn al opgenomen in het installatieconcept “Aardgasvrij”. Kosten De kosten (directe kosten excl. btw) voor dit concept zijn circa €20.000 (prijspeil 2024 excl. btw).De maatregelen resulteren in een duurzamer leefomgeving die beter is voor mens en dier. Daarnaast worden er ook kwetsbaarheden van het gebouw en het gebied aangepakt.
Dit kan in de toekomst schade als gevolg van de klimaatverandering beperken. Het is echter niet mogelijk om deze verbetering, zoals bij een energiebesparing, uit te drukken in geld of terugverdientijden. Het voegt wel veel kwaliteit toe aan het gebouw en het gebied.
7.2.3
Pakket 2:
Duurzaam +
Als we naar de omgeving kijken zien we nog meer kansen waaronder ook het verbeteren van het parkeerterrein bij het gemeentehuis door: • Het toepassen van waterdoorlatende tereinverharding bij de parkeerplaats; • Het realiseren van extra infiltratievoorzieningen, wanneer het beleid op hemelwateropvang wordt verhoogd. Deze kansen vallen buiten de scope van dit project. Daarom zijn deze in deze rapportage niet verder uitgewerkt.
25
Bijlage A – Uitgangspunten varianten Basis (referentie) Bestuurszetel Bruto vloeroppervlak Functioneel nuttig oppervlak Maatschappelijk Bruto vloeroppervlak Verhuurbaar vloeroppervlak Woningen Bruto vloeroppervlak Functioneel nuttig oppervlak Aantal woningen
Variant 1
Variant 2
Variant 3
[m2] [m2]
1.495 955
1.365 945
1.410 1.015
[m2] [m2]
2.025 1.775
1.965 1.742
-
[m2] [m2] [st]
1.385 960 15
1.560 960 15
3.110 1.685 20
26
Bijlage B – Uitgangspunten energieconcepten Basis (referentie)
Woningen Leystromen
Bestuurszetel maatschappelijk 2,5 / 1,4 / 0,5 niet isoleren 2,5 / 1,4 minimaal isoleren ≤ 1,6 2,5 / 1,4 minimaal isoleren Buitenzonwering
Bouwkundig Vloer
[W/m2K]
≥ 3,7 / 2,5 (nieuwbouw)
Gevel
[W/m2K]
≥ 4,7
Gevelopeningen (Utot) Dak
[m2K/W] [W/m2K]
≤ 1,2 (HR++ glas) ≥ 6,3
Zonwering Installatietechnisch Verwarming Bron Warmteafgifte Koeling Koude afgifte Ventilatie Warm tapwater Verlichting
[-]
n.v.t.
[-] [-] [-] [-] [-] [-] [-] [-]
Individuele warmtepompen Lucht Vloerverwarming Individuele warmtepomp Vloerkoeling Individuele wtw-units Individuele warmtepompen Buiten de scope
PV-panelen (à 225 Wp/m2)
[m2]
Pakket 1: Aardgasvrij Bouwkundig Vloer Gevel Gevelopeningen (Utot) Dak Zonwering Installatietechnisch Verwarming Bron Warmteafgifte Koeling Koude afgifte Ventilatie Warm tapwater Verlichting PV-panelen (à 225 Wp/m2)
n.v.t. Woningen Leystromen
[m2]
Bestuurszetel maatschappelijk
≥ 3,7 / 2,5 (nieuwbouw) ≥ 4,7 ≤ 1,2 (HR++ glas) ≥ 6,3 n.v.t. Buitenzonwering
[W/m2K] [W/m2K] [m2K/W] [W/m2K] [-] [-] [-] [-] [-] [-] [-] [-] [-]
Gasketel en koelmachine Lucht Vloer- en luchtverwarming Koelmachine Vloer- en luchtkoeling Gebalanceerd met wtw Elektrische boilers Ledverlichting met slimme regeling
Individuele warmtepompen Collectieve warmtepomp Collectief bodemenergiesysteem Vloerverwarming Vloer- en luchtverwarming Bodemkoeling Vloerkoeling Vloer- en luchtkoeling Individuele wtw-units Gebalanceerd met wtw Individuele warmtepompen Elektrische boilers Buiten de scope Ledverlichting met slimme regeling 500
27
Bijlage C – Uitwerking energieconcept In deze bijlage zijn de uitkomsten van de berekeningen met betrekking tet het energiegebruik en energiekosten gepresenteerd. Het energieverbruik is gebaseerd op het concept zoals omschreven in bijlage B. Voor de berekening zijn de volgende aannames gedaan: • Woningen krijgen individuele installatie achter de meter; • De bestuurszetel en maatschappelijke functies krijgen een gemeenschappelijk installatie met een onderlinge verrekening van de kosten; • De PV-panelen komen ten goede van de bestuurszetel. Voor de exploitatiekostenberekening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Leveringstarief gas: € 0,60 /m3 (exclusief energiebelasting); • Leveringstarief elektriciteit: € 0,20 /kWh (exclusief energiebelasting); • Teruglevertarief elektriciteit: € 0,10 /kWh (exclusief energiebelasting); • Energiebelasting: conform de landelijke tarieven van 2024; • Vastrecht: conform de tarieven van Enexis 2024. Basis (referentie) Bestuurszetel Gasverbruik Elektriciteitsverbruik Opwek elektriciteit CO2-uitstoot Exploitatiekosten Maatschappelijk Gasverbruik Elektriciteitsverbruik Opwek elektriciteit CO2-uitstoot Exploitatiekosten Woningen Gasverbruik Elektriciteitsverbruik Opwek elektriciteit CO2-uitstoot Exploitatiekosten Totaal Gasverbruik Elektriciteitsverbruik CO2-uitstoot Exploitatiekosten
Variant 1
Variant 2
Variant 3
[m3/jaar] [kWh/jaar] [kWh/jaar] [kg CO2-eq/jaar] [/jaar]
7.345 66.765 37.574 € 33.232
6.707 62.858 34.929 € 31.296
4.849 60.230 30.104 € 39.504
[m3/jaar] [kWh/jaar] [kWh/jaar] [kg CO2-eq/jaar] [/jaar]
9.949 102.951 55.000 € 49.465
9.655 100.410 53.537 € 48.620
-
[m3/jaar] [kWh/jaar] [kWh/jaar] [kg CO2-eq/jaar] [/jaar]
53.623 17.588 € 14.010
55.585 18.232 € 14.616
89.552 29.373 € 24.256
[m3/jaar] [kWh/jaar] [kg CO2-eq/jaar] [/jaar]
17.295 223.339 110.162 € 96.707
16.361 218.854 106.699 € 94.532
4.849 149.782 59.477 € 63.760
28
Pakket 1: Aardgasvrij Bestuurszetel Gasverbruik Elektriciteitsverbruik Opwek elektriciteit CO2-uitstoot Exploitatiekosten Maatschappelijk Gasverbruik Elektriciteitsverbruik Opwek elektriciteit CO2-uitstoot Exploitatiekosten Woningen Gasverbruik Elektriciteitsverbruik Opwek elektriciteit CO2-uitstoot Exploitatiekosten Totaal Gasverbruik Elektriciteitsverbruik CO2-uitstoot Exploitatiekosten
Variant 1
Variant 2
Variant 3
[m3/jaar] [kWh/jaar] [kWh/jaar] [kg CO2-eq/jaar] [/jaar]
50.993 95.625 -14.639 € 2.733
48.458 95.625 -15.471 € 2.090
51.065 95.625 -14.616 € 15.972
[m3/jaar] [kWh/jaar] [kWh/jaar] [kg CO2-eq/jaar] [/jaar]
81.588 26.761 € 29.235
79.680 26.135 € 28.722
-
[m3/jaar] [kWh/jaar] [kWh/jaar] [kg CO2-eq/jaar] [/jaar]
42.983 14.098 € 10.725
43.934 14.410 € 11.018
66.952 21.960 € 17.277
[m3/jaar] [kWh/jaar] [kg CO2-eq/jaar] [/jaar]
79.938 26.220 € 42.692
76.446 25.074 € 41.830
22.392 7.345 € 33.249
29
30