CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 TAM-Omgevingsplan hoofdstuk 22c Hoogstraat 8 Bijlagen bij de regels (1139902)

Gemeenteraad 15 juni 2026, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen TAM Omgevingsplan Hoogstraat 84.940 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22C HOOGSTRAAT 8 bestemmingsplan

T AM -Omgevingsplan hoofdstuk 22c Hoogstraat 8 TAM-Omgevingsplan

Datum: 15-06-2026

Inhoudsopgave Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Begripsbepalingen Staat van bedrijfsactiviteiten Landschappelijk inpassingsplan Te saneren bebouwing

3 4 11 17 31

2

Bijlagen bij de regels

3

Bijlage 1

Begripsbepalingen

4

Bijlage 1 Bij artikel 1 (Begripsbepalingen) In dit 'TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22 ’ wordt verstaan onder: 1. TAM-omgevingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen; 2. De verbeelding: de analoge en digitale voorstelling van de in het omgevingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie; 3. aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 4. aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 5. afhankelijke woonruimte: een bijgebouw/bedrijfsgebouw dat een ruimtelijke en planologische eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; 6.

agrarisch bedrijf: een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: • akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, waaronder bollenteelt, daaronder niet begrepen sier- en fruitteelt, boomkwekerij en bosbouw; • boomkwekerij: een bedrijf gericht op het telen van bomen al dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan; • bosbouw: de teelt van bomen ten behoeve van de houtproductie; • grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond, waaronder tevens wordt verstaan een paardenfokkerij; • intensieve veehouderij: een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen; • glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; • sierteelt: de teelt van tuin- en potplanten en/of bomen; • fruitteelt: de teelt van fruit; • bollenteelt: de teelt van bloembollen in samenhang met de teelt van bolbloemen; • intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg)

zonder gebruik te maken van daglicht; • paardenfokkerij: het houden van paarden ten behoeve van de fokkerij waarbij het africhten van en de handel in paarden in ondergeschikte mate plaatsvindt; onder paardenfokkerij wordt niet verstaan paardenstalling en manege. 7. Archeologische verwachtingswaarden: gronden met middelhoge tot hoge verwachtingswaarden, die kunnen bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang kunnen zijn en het cultuurhistorisch erfgoed kunnen vertegenwoordigen. 8. Archeologische waarden: waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen. 9. bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 10. bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwperceel/bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;

11. bed and breakfast: recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf, binnen de bestaande (bedrijfs)woning of bijgebouw dat door de beperkte omvang in een woning, met behoud van de woonfunctie, door de bewoner van de woning wordt uitgeoefend; 12. bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan-huis-verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 13. bedrijfsactiviteiten aan huis: het door een bewoner van een woning: • het uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten; • bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk; waarbij de woning in een overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een internethandel. Hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van detailhandel en sexinrichtingen; 14. bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 15.

Bedrijfsvloeroppervlakte (bvo): de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 16. Bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is. 17. begane grond: bouwlaag waarvan bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer ter hoogte van het (straat)peil ligt, dan wel de bouwlaag boven een onderbouw; 18. bestaande situatie: a. t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het omgevingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; b. t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip waarop het omgevingsplan rechtskracht heeft verkregen. 19. bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 20.

bijgebouw: een vrijstaand gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw (de woning), dat qua afmeting en/of in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Overkappingen worden aangemerkt als bijgebouw. 21. bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 22. bouwlaag of verdieping(slaag): een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw/kelder en zolder/vliering; 23. bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 24. bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel; 25. bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

26. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 27. cultuurhistorische waarden: a. het cultuurpatroon van een gebied, dat kenmerkend is voor het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van de gronden gemaakt heeft, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de kavelindeling, de waterhuishouding, het bodemreliëf, de beplanting en de bebouwing; b. de aan een bouwwerk eigen zijnde waarde in verband met de herkenbaarheid van de in het verleden ontstane elementen van het bouwwerk in relatie tot de geschiedkundige ontwikkeling van het gebied; architectonische waarden worden hieronder mede begrepen. 28. dagrecreatie: recreatieve activiteit die plaats vindt binnen een periode van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang. 29. Dak: iedere boven beëindiging van een gebouw 30. dakopbouw: een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst; 31.

detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van het bieden van gelegenheid om gekochte etenswaren ter plaatse te nuttigen; 32. dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé; 33. eerste bouwlaag: de eerste volledige bouwlaag boven het peil; 34. eenmanszaak: onderneming die door één persoon wordt geëxploiteerd, maar wel personeel in dienst kan hebben 35. extensief recreatief medegebruik: een vorm van recreatief medegebruik die nauwelijks of geen invloed heeft op de in de functieomschrijving van de functies gegeven doeleinden. 36. Extensiveringsgebied: het, op basis van de begrenzing in het TAM-omgevingsplan, as zodanig aangeduide gebied; 37. druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; 38. erker: een aan nader bepaalde maatvoeringeisen verbonden ondergeschikt aangebouwd gedeelte (aanbouw) van een woning aan een gevel in één bouwlaag, eventueel met een schuin kapje; 39.

extensief recreatief verblijven: een extensieve recreatieve niet-bedrijfsmatige gebruiksvorm, welke zich beperkt tot bijvoorbeeld wandelen, paardrijden, fietsen, picknicken, kanoën en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie en de daarbij behorende extensieve recreatieve voorzieningen zoals banken, bewegwijzering en picknicktafels, ondergeschikt aan de overige ingevolge de functie toegestane gebruiksactiviteiten, en dientengevolge niet het primaire c.q. hoofdgebruik betreffende; 40. functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 41. functiegrens: de grens van een functievlak; 42. functievlak: een geometrisch bepaald vlak met een zelfde functie; 43. gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 44. gevellijn: de als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd;

45. bewoner: iemand die officieel als bewoner van een woning of ander gebouw geregistreerd is en daarmee onder andere verantwoordelijk is voor het betalen van bepaalde lasten; 46. hoofdfunctie: een functie waarvoor het hoofdgebouw en/of gronden in hoofdzaak bedoeld is. 47. hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken 48. horeca: een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor consumptie ter plaatse worden verstrekt en/of waar bedrijfsmatig logies wordt verstrekt. 49. huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 50. internethandel: verkoop via internet aan particulieren, zonder showroom en waarvan de bestelling en betaling voornamelijk via internet verloopt en bezorging per post, alsmede opslag zonder dat producten ter plaatse worden afgehaald, bekeken of betaald; 51. kap: een constructie van één of meer dakvlakken; 52. kamerverhuur: gebouw en/of gedeelte van een gebouw waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan personen die geen huishouden vormen; 53. kamperen: overnachten in de vorm van een verblijf in de openlucht, bijvoorbeeld in een tent, caravan of een vergelijkbaar recreatief nachtverblijf. 54.

kampeermiddelen: niet als een bouwwerk aan te merken vouwwagens, campers, tenten, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief dagen/of nachtverblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; 55. kampeerterrein: terrein of plaats geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 56. Kleinschalig logeren: kleinschalige recreatieve activiteiten in de vorm van logies en ontbijt tot een in de regels aangegeven maximum brutovloeroppervlakte, zoals logeren bij de boer, bed & breakfast e.d.; 57. Landschapselementen: ecologische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha. 58. Landschapswaarden: de aan een gebied toegekende waarde wat betreft het waarneembare deel van het aardoppervlak, welke wordt bepaald door de herkenbaarheid en identiteit van bodem, water, terreinvormen, niet-levende en levende natuur en het menselijk grondgebruik in onderlinge samenhang en wisselwerking. 59. Landschapsontwikkelingsgebied: een gebied dat aangeduid is voor een of andere vorm van landschapsontwikkeling. Voorbeelden zijn een RNLE, een zone beekherstel en een landschapsecologische zone. 60.

mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussenpersonen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring (zorgindicatie) van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeenteaangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 61. milieucategorie: milieucategorie zoals omschreven in bijlage 3 van de regels van dit TAMOmgevingsplan 62. nevenactiviteiten: activiteiten die in ruimtelijk en/of functioneel en/of bedrijfseconomisch opzicht ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie op een bouwperceel. 63. ondergeschikt bouwdeel: • een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak en/of; • ondergeschikte delen van een ondergronds bouwwerk die zichtbaar zijn boven peil;

64. ondergronds bouwwerk: een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil; 65. ondergrondse werken: werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; 66. Open constructie erf- en terreinafscheiding: constructie met een doorkijk, voor minimaal 80 % voorzien van open delen, zoals een constructie als een hekwerk. 67. overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één gesloten wand; 68. peil: • voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; • voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 69. pré-mantelzorg: mantelzorg waarbij de behoefte met een verklaring (zorgindicatie) van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeenteaangewezen sociaal-medisch adviseur nog niet kan worden aangetoond maar deze gezien de gevorderde leeftijd, een progressieve ziekte en/of een psychische beperking mogelijk wel op termijn te verwachten is; 70. recreatief medegebruik: een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de functie waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 71. ruimtelijke eenheid: complex van bij elkaar behorende bouwwerken; 72.

statische opslag: binnenopslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven en niet regelmatig worden verplaatst, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke. 73. seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub al dan niet in combinatie met elkaar; 74. stedenbouwkundige samenhang: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaald beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n); 75. stedenbouwkundige waarde/kwaliteit: de waarde die een gebied heeft in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals de stedenbouwkundige situatie en infrastructuur, alsmede de ligging en hoogte van bouwwerken in dat gebied; 76.

straatmeubilair: verkeersgeleiders, rampalen/amsterdammertjes, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, telefooncellen, abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen en daarmee vergelijkbare objecten; 77. (Teelt)ondersteunende voorziening: (teelt)ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf(stak), boom- of vaste plantenteeltbedrijf(stak) en die gebruikt worden om de bedrijfsvoering te optimaliseren; hierdoor vindt (een deel van) de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden plaats, waardoor gezorgd kan worden voor een verbetering van de productiekwaliteit en/of arbeidsomstandigheden, teeltvervroeging of -verlating en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffengebruik. 78. Permanente teeltondersteunende voorziening: teeltondersteunende voorzieningen die voor een periode langer dan 6 maanden worden gebruikt. 79. Tijdelijke teeltondersteunende voorziening; teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een minimum van 1 maand en een maximum van 6 maanden.

Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe

relatie met het grondgebruik. Hieronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten, stellingen met eventueel regenkappen; 80. overige (teelt)ondersteunende voorzieningen: permanente (teelt)ondersteunende voorzieningen in de vorm van een afscheiding, eventueel in de vorm van een hek , met een hoogte van niet meer dan 2,5 m, op boomteeltpercelen waarmee dieren van die percelen geweerd kunnen worden. 81. verkoopvloeroppervlakte: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel; 82. voorgevel: een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw; 83. voorgevelrooilijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de grenzen van het bouwperceel; 84. openbare nutsvoorzieningen: op het openbare net aangesloten werken en/of bouwwerken ten behoeve van het openbaar nut, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 85. water, watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen: al het oppervlakte water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit.

Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.; 86. werken en werkzaamheden: alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies, geen bouwwerken zijnde, en inrichtingen en de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om deze te realiseren; 87. woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, of voor de huisvesting buiten het verband van een huishouden tot en met maximaal vier personen.

Bijlage 2

Staat van bedrijfsactiviteiten

11

Lijst van afkortingen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' < > = cat. e.d. kl. n.e.g.

niet van toepassing of niet relevant kleiner dan groter gelijk aan categorie en dergelijke klasse niet elders genoemd

o.c. p.c. p.o. b.o. v.c. u d w j

opslagcapaciteit productiecapaciteit productieoppervlak bedrijfsoppervlak verwerkingscapaciteit uur dag week jaar

CATEGORIE

OMSCHRIJVING nummer

SBI-CODE

01

-

LANDBOUW EN DIENSTVERLENING TEN BEHOEVE VAN DE LANDBOUW

014

0

Dienstverlening ten behoeve van de landbouw:

014

1

- algemeen (onder andere loonbedrijven), b.o > 500 m²

B2

014

2

- algemeen (onder andere loonbedrijven), b.o ≤ 500 m²

B1

014

3

- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven, b.o. > 500 m²

B2

014

4

- plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven, b.o. ≤ 500 m²

B1

15

-

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN

151

0

Slachterijen en overige vleesverwerking:

151

4

- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken, p.o. < 200 m²

B2

1552

1

Consumptie-ijsfabrieken, p.o. < 200 m²

B1

1581

0

Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen, v.c. < 2.500 kg meel/week

B1

1584

0

Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

1584

1

- cacao- en chocoladefabrieken, vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 200 m²

B1

1584

5

- suikerwerkfabrieken zonder suiker branden, p.o. < 200 m²

B1

1593 1595

t/m Vervaardiging van wijn, cider en dergelijke

17

-

B1

VERVAARDIGING VAN TEXTIEL

174, 175

Vervaardiging van textielwaren

B2

176, 177

Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen

B2

18

-

181

20 203, 205

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer

-

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK EN DERGELIJKE

1

Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m²

204,

205 22

Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken -

2222.6

B2

B2 B1

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

B1

2223

A

Grafische afwerking

A

2223

B

Binderijen

B1

2224

Grafische reproductie en zetten

B1

2225

Overige grafische activiteiten

B1

223

Reproductiebedrijven opgenomen media

A

24

-

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN

2442

0

Farmaceutische productenfabrieken:

2442

2

- verbandmiddelenfabrieken

26

-

VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN

B1

2612

Glas-in-lood-zetterij

B1

2615

Glasbewerkingsbedrijven

B2

262, 263

0

Aardewerkfabrieken:

262, 263

1

- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW

267

0

Natuursteenbewerkingsbedrijven:

267

2

- indien p.o. < 2.000 m²

B1 B2

CATEGORIE

OMSCHRIJVING nummer

SBI-CODE

2681

Slijp- en polijstmiddelen fabrieken

B2

-

VERVAARDIGING VAN PRODUCTEN VAN METAAL (EXCLUSIEF MACHINES/ TRANSPORTMIDDELEN)

281

1a

- gesloten gebouw, p.o. < 200 m²

B2

284

B1

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen en dergelijke, p.o. < 200 m²

B2

2852

2

Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. < 200 m²

B2

287

B

Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. < 200 m²

B2

30

-

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS

30

A

Kantoormachines- en computerfabrieken

28

33

-

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

33

A

Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten en dergelijke

B1

B

36

-

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.

361

2

Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m²

A

Fabricage van munten, sieraden en dergelijke

B1

363

Muziekinstrumentenfabrieken

B1

3661.1

Sociale werkvoorziening

B1

362

40

-

PRODUCTIE EN DISTRIBUTIE VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER

40

C0

Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:

40

C1

- < 10 MVA

40

D0 Gasdistributiebedrijven:

40

D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinstallaties categorie A

A

40

D4 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), categorie B en C

B1

40

E0

Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:

40

E2

- blokverwarming

41

-

WINNING EN DISTRIBUTIE VAN WATER

41

B0

Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:

41

B1

- < 1 MW

B1

B1

B1

45

-

BOUWNIJVERHEID

45

3

Aannemersbedrijf of bouwbedrijf met werkplaats, b.o. < 1.000 m²

B1

Bouwinstallatie algemeen (exclusief spuiterij)

B1

2

Elektrotechnische installatie

B1

-

HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS

453 453 50 501, 504

502,

5020.4

Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven (exclusief plaatwerkerij of spuiterij) Autobeklederijen

A

5020.5

Autowasserijen

B1

503, 504

Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires

B1

51

B

B1

-

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

5134

Groothandel in dranken

C

5135

Groothandel in tabaksproducten

C

5136

Groothandel in suiker, chocolade en suikerwerk

C

5137

Groothandel in koffie, thee, cacao en specerijen

C

CATEGORIE

OMSCHRIJVING nummer

SBI-CODE

514

Groothandel in overige consumentenartikelen

C

5148.7

0

Groothandel in vuurwerk en munitie:

5148.7

1

- consumentenvuurwerk, verpakt, opslag < 10 ton

5153

0

Groothandel in hout en bouwmaterialen:

5153

1

- algemeen

C B1

5153

2

- indien b.o. < 2.000 m²

5153.4

4

Zand en grind:

5153.4

6

- indien b.o. < 200 m²

5154

0

Groothandel in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:

B1

B1

5154

1

- algemeen

C

5154

2

- indien b.o. < 2.000 m²

B1

5156

Groothandel in overige intermediaire goederen

C

5162

Groothandel in machines en apparaten, opp >= b.o. 2.000 m², exclusief machines voor de bouwnijverheid

C

5162

Groothandel in machines en apparaten, opp < 2000 m², exclusief machines voor de bouwnijverheid

B1

517

Overige groothandel (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden en dergelijke)

C

52

2

-

527 60

-

6022 6024

REPARATIE TEN BEHOEVE VAN PARTICULIEREN Reparatie ten behoeve van particulieren (exclusief auto's en motorfietsen) VERVOER OVER LAND Taxibedrijven

0

603

C

Pomp- en compressorstations van pijpleidingen

B1

-

DIENSTVERLENING TEN BEHOEVE VAN HET VERVOER

6321

3

Caravanstalling

64

-

POST EN TELECOMMUNICATIE

71

Post- en koeriersdiensten -

B1

Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks), b.o. < 1.000 m²

63

641

A

B1

C

VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN

711

Personenautoverhuurbedrijven

B2

712

Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (exclusief personenauto's)

C

713

Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen

C

72

-

72

A

Computerservice- en informatietechnologiebureaus en dergelijke

A

72

B

Switchhouses

B1

73

-

SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK

732 74

COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE

Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek -

A

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

7481.3

Foto- en filmontwikkelcentrales

C

7484.4

Veilingen voor huisraad, kunst en dergelijke

A

90 9001

MILIEUDIENSTVERLENING B

Rioolgemalen

B1

CATEGORIE

OMSCHRIJVING nummer

SBI-CODE

93

-

OVERIGE DIENSTVERLENING

9301.3

A

Wasverzendinrichtingen

SBI 93/SvB f okt. 2007

B1

Bijlage 3

Landschappelijk inpassingsplan

17

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN Hoogstraat 8 Gilze

1 Pagina 2

COLOFON

Opdrachtgever DLV Advies Vluchtoord, Oostwijk 5 5406 XT Uden

Opdrachtnemer: h8 ontwerpbureau t.n.v. H van Acht Boskantseweg 74 5492 VB St-Oedenrode T 0652008951 E info@h8ontwerp.nl Datum 24– 02 – ‘26

2 Pagina 2

INHOUDSOPGAVE 1.0. Locatie 2.0. Analyse

p. 4 2.1. Landschapstype 2.2. Cultuurhistorie

p. 5 p. 6

3.0. Huidige situatie 3.1. Tekening bestaande situatie

p. 7

4.0. Beoogde situatie

p. 8

5.0. Landschappelijk inpassingsplan 5.1. Inrichtingsplan 5.2. Beplantingssoorten 5.3. Beschrijving landschapselementen

p. 9 -10 p.11 p.12

3

1.0. Locatie

Locatie aangegeven op luchtfoto (bron kadastralekaart.nl)

4

Oude zandontginning

√ √ √ √ L11: Struweelrand

L10: Hoogstamboomgaard

L9: Knotboom

L8: Bomenrij en solitaire boom

L7: Knip- of scheerheg

L6: Struweelhaag

√ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √

W1: Wandelpad over boerenland

B3: Patrijzenrand op bouwland B4: Bloemenblok voor akkervogels op bouwland

B2: Wilde bijenrand op bouwland

B1: Wintervoedselrand op bouwland

G3: Wilde bijenrand op grasland

G2: Botanische hooilandrand

L15: waterbergingsvoorziening

L14: Infiltratiegreppel

L13: Natuurvriendelijke oever

L12: Poel en klein historisch water

Landschapstype

L5: Griendje

L4: Hakhoutbosje

L3: Bossingel en bosje

L2: Elzensingel

L1: Houtwal en houtsingel

2.0. Analyse

2.1. Landschapstype

Deze afbeelding is een uitsnede van de provinciale kaart.

Het plangebied valt binnen het landschapstype ‘Oude zandontginning’ Onderstaande tabel geeft de landschapselementen weer welke passen binnen dit landschapstype.

Toe te passen streekeigen landschapselementen, randenpakketten en recreatiepakket

√ 5

2.0. Analyse

2.2. Cultuurhistorie Deze afbeeldingen geven een beeld van het perceel vanaf 1900 tot 1990. In de periode rond 1900 tot 1950 was een hele duidelijke omzoming van het perceel zichtbaar. Met name in de zuidoosthoek van het perceel was een duidelijke landschappelijke structuur zichtbaar. Later is deze structuur nog steeds zichtbaar echter in de vorm van een waterstructuur ( sloot ). Deze is in de periode na 1900 verlegd naar het zuiden.

1900

1970

1950

1990

Bron topotijdreis

6

3.0. Huidige situatie

3.1. Tekening huidige situatie

Naastgelegen tekening geeft de tekening van de huidige situatie weer. Het perceel bestaat naast de woning voor een groot deel uit bedrijfsbebouwing ( stallen ). Aan de noordoostzijde is een stevige houtsingel aanwezig. Deze bestaat met name uit boomvormers zoals eik en linde. Ook aan westzijde is een kleine houtsingel aanwezig.

bestaande houtsingel bestaande houtsingel

bestaande houtsingel

weiland

7

4.0. Beoogde situatie

4.1. Tekening beoogde situatie

Naastgelegen tekening geeft de tekening van de beoogde situatie weer. Het initiatief betreft omschakeling van pluimvee naar statische opslag + akkerbouw. Hiervoor wordt een groot deel van de bedrijfsbebouwing verwijderd.

8

5.0. Landschappelijk inpassingsplan

Naastgelegen tekening is het voorstel voor het landschappelijk inpassingssplan van het perceel.

bestaande houtsingel

bestaande houtsingel

De inpassing bestaat uit het aanvullen van de bestaande houtsingel met dezelfde soort beplanting en bomen als reeds aanwezig is. Op deze manier wordt het perceel aan de zuidzijde volledig ingepast en blijft het open landschap ten zuiden hiervan behouden. Aan de westzijde van het perceel, naast de bestaande sloot, wordt een extra verlaging aangelegd van 40m2 t.b.v. waterberging. Deze heeft een aanvoer via de sloot op het perceel en een buis ( stippellijn ) met kolk op het terrein.

De hakhoutsingel heeft een oppervlak van 1312m2 en is ongeveer 7m breed. De beplanting bestaat uit 2 tot 3 jarig bosplantsoen. Bij een plantafstand van 1.25 x 1.25 betreft het 845 stuks.

waterberging

De beplanting van de houtsingel bestaat uit een mix van de volgende soorten;.

nieuwe houtsingel

Viburnum opulus Crataegus monogyna Euonymus alatus Amelanchier lamarckii Liguster vulgare Sambucus nigra Corylus avellana De bomen welke worden voorgesteld zijn de volgende soorten ( maat 12-14); Quercus robur Tilia vulgaris

9

5.0. Landschappelijk inpassingsplan

5.1. Inrichtingsplan

De hakhoutsingel heeft een oppervlak van 1312m2 en is ongeveer 7m breed. De beplanting bestaat uit 2 jarig bosplantsoen. Bij een plantafstand van 1.25 x 1.25 betreft het 845 stuks.

nieuwe houtsingel 1312m2

10

5.0. Landschappelijk inpassingsplan

5.2. Beplantingssoorten De beplanting van de houtsingel bestaat uit een mix van de volgende soorten;. Viburnum opulus Crataegus monogyna Euonymus alatus Amelanchier lamarckii Liguster vulgare Sambucus nigra Corylus avellana De bomen welke worden voorgesteld zijn de volgende soorten ( maat 12-14); Quercus robur Tilia vulgaris Het beheer bestaat uit het uit laten groeien van de boomvormers zodat eenzelfde groenstructuur ontstaat als aan de noordoostzijde van het perceel.

11

5.0. Landschappelijk inpassingsplan

5.3. Beschrijving landschapselementen

L1: Hakhoutsingel Afbakening ✓

Een houtwal of houtsingel is een vrij liggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement, al dan niet groeiend op een aarden wal, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en/of struiken.

✓

Het doel van het beheer van het element is het behoud van de karakteristieke uitstraling en natuurlijke waarde door het element als hakhout te beheren en het periodiek afzetten van het element (cyclisch beheer). De cyclus varieert tussen de 10 en 25 jaar.

✓

Een houtwal of houtsingel is minimaal 2,5 meter en maximaal 20 meter breed en minimaal 25 meter lang.

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element ✓

Op locatie van aanplant is de afgelopen 5 jaar geen bos of struweel aanwezig geweest.

✓

Aanplant met 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen.

✓

Plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter of 1,50 m x 1,00 meter en maximaal 2,00 m x 2,00 meter.

✓

Raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indien perceel beweid wordt.

Beheervoorschriften ✓

Ten minste 75% van de oppervlakte van het element wordt als hakhout beheerd. De gemiddelde diameter van het hakhout, behoudens de eventuele overstaanders, is maximaal 15 cm op 1 m boven de hakhoutstoof (beheereenheden met grotere dikte dienen afgezet te worden).

✓

Er mag maximaal één overstaander per 100m2 worden behouden.

✓

Snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode tussen 1 november en 14 maart; takken die over aangrenzende percelen hangen mogen het hele jaar worden teruggesnoeid.

✓

Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de stoven die opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.

✓

Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop.

✓

Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, robinia en ratelpopulier mogen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen) worden bestreden.

✓

Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element.

✓

Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in het element.

Bron: Bijlage 3 Stila Provincie N.B.

12

Landschappelijk inpassingsplan

Febr. 2026

Bijlage 4

Te saneren bebouwing

31

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16924789/1