Bijlage 4- Statenmededeling aanpak landelijk gebied def
Tekst van het document
Statenmededeling
Datum Onderwerp
Aanpak Landelijk Gebied
15 oktober 2024 Documentnummer
6003008 Programma
Natuur
Aan Provinciale Staten van Noord-Brabant, Kennisnemen van Het vervolg op het Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG): Aanpak Landelijk Gebied. Aanleiding Met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) gaf het Rijk provincies de opdracht om de wettelijke doelen op het gebied van natuur, stikstof, water en klimaat in samenhang te bezien met een duurzaam perspectief voor de landbouw. Provincies werden gevraagd om een vrijwillig programma onder de omgevingswet op te stellen en daarin de doelen van het NPLG op te nemen in een Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). Op basis van het PPLG (in Brabant het BPLG) konden provincies een beroep doen op middelen uit het Transitiefonds. In het regeerprogramma van het Kabinet Schoof I is aangegeven dat het NPLG wordt gestopt. In het Hoofdlijnenakkoord werd ook al duidelijk dat het Transitiefonds Landelijk Gebied en Natuur wordt ingetrokken, waarmee de financiële onderbouwing van het NPLG grotendeels wegviel. Dit maakt dat de Provincie Noord-Brabant zich moet herpositioneren op de aanpak van het Brabants Programma Landelijk Gebied. Bevoegdheid Onder de Omgevingswet is het de bevoegdheid van GS om een programma onder de Omgevingswet vast te stellen. Gelet op de betekenis van de herpositionering en eerdere betrokkenheid van PS informeert GS de Staten via deze Statenmededeling.
Datum
Rollen en belangen De provincie had de rol als regisseur om de doelen uit het NPLG te vertalen naar een PPLG. De wettelijke doelen op het gebied van natuur, water en klimaat blijven staan. De provincie blijft bevoegd gezag voor de doelen die al waren belegd bij de provincie en vanuit die rol blijft de provincie dus ook onverminderd werken aan het bereiken ervan. Daarnaast heeft de provincie er belang bij om te werken aan een vitaal landelijk gebied, zoals ook vastgelegd in de provinciale beleidskaders en uitvoeringsagenda’s. Kernboodschap 1. Brabant houdt koers op de wettelijke doelen voor natuur, stikstof, water & klimaat Met het wegvallen van het NPLG verdwijnt de beleidsmatige samenhang voor doelbereik van de wettelijke doelen op het gebied van natuur, water en klimaat. Echter, de omvangrijke opgave om deze doelen te behalen is blijven bestaan. Juist in gebieden komen de verschillende opgaven samen en dat vraagt om een integrale en gebiedsgerichte aanpak. Dat vragen de Brabantse partners ook van ons. Als provincie Noord-Brabant blijven wij daarom investeren in een integrale aanpak van de natuur, stikstof-, water- en klimaatdoelen en de transitie van de landbouw in het landelijk gebied. 2.
Koersen op een concretisering in de groenblauwe gebiedsgerichte aanpak (GGA) en Brabant Openhouden Als provincie hebben we de ambitie om Brabant open te houden (weer mogelijk maken van vergunningsverlening gerelateerd aan natuurwetgeving), zoals gesteld in het Bestuursakkoord. We zetten daarom concrete stappen richting de uitvoering van projecten en maatregelen in GGA-gebieden, vanuit een integrale en gebiedsgerichte aanpak. En focussen daarbij op een zo groot mogelijke bijdrage aan wettelijk doelbereik. Dit doen we langs twee lijnen: • We concretiseren de opdracht aan de GGA. Hier nemen we de gebiedsdoelen uit de nog vast te stellen Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS 2.0), de vertaling van het Addendum Regionaal Water en Bodem Programma (RWP), de KRW-impuls, de vertaling van het beleidskader Landbouw en Voedsel en het pakket van onderzoeken en maatregelen natuurdoelanalyses (NDA’s) in mee. Daarbij geven we binnen onze provinciale bevoegdheden en mogelijkheden duidelijkheid over de beschikbare (grond)instrumenten en financieringsmogelijkheden en vragen aan bestaande en nieuwe gebiedspartners om hetzelfde te doen.
2/6
15 oktober 2024 Documentnummer
6003008
•
Daarnaast vragen we de GGA-gebieden om met concrete planuitwerking te komen, die we zullen toetsen aan hun bijdrage in het dichterbij halen van wettelijk doelbereik.
Datum
15 oktober 2024 Documentnummer
6003008
Beide processen (concretisering van de GGA-opdracht en planuitwerking in de GGA's) lopen parallel aan elkaar, het is afhankelijk van het gebied welke van de twee stappen als eerste wordt gezet, dit is maatwerk. Daarbij realiseren we ons dat de GGA een langetermijnaanpak is, waarbij we wel op korte termijn versneld naar resultaat kunnen toewerken, maar ook de lange termijn voor ogen moeten houden. We leggen daarmee dus niet meer de integrale (beleidsmatige) focus op het hele Brabantse landelijk gebied (zoals in het BPLG), maar met name op de 12 complexe GGA-gebieden waar Natura 2000 en Kader Richtlijn Water (KRW) opgaven samenkomen en we in een gebiedsproces met partners op korte termijn stappen kunnen gaan zetten. Dit neemt niet weg dat we ook oog houden voor andere delen van het Brabantse landelijk gebied. Als zich kansen voordoen om te werken aan doelbereik buiten de GGA gebieden dan blijven we vanuit de bestaande beleidskaders hieraan werken, zoals we de afgelopen jaren ook hebben gedaan. De inzet gericht op het ondersteunen van agrarische ondernemers bij de transitie, zoals het Ondersteuningsnetwerk en Aanpak Piekbelasting zetten we door.
Ook blijven we projecten en maatregelen naast deze GGA-gebieden (categorie I en II en projecten vanuit de verschillende uitvoeringsagenda’s die betrekking hebben op het landelijk gebied) uitvoeren, maar gaan hierbij wel scherper kijken naar bijdrage in doelbereik. Daar waar zich knelpunten voor doen in die projecten, brengen we dit zo snel mogelijk naar de bestuurlijke tafel. 3. Verder concretiseren (wettelijk) doelbereik Om voor de GGA’s een geconcretiseerde opdracht te formuleren en naar uitvoering te gaan, is nog een beleidsmatige tussenstap noodzakelijk. Dit komt omdat in de huidige beleidskaders en uitvoeringsagenda’s de maatregelen onvoldoende concreet uitgewerkt zijn om zicht te krijgen op wettelijk doelbereik. In het voorontwerp-BPLG hebben drie structurerende keuzes een belangrijke positie en meerwaarde ten opzichte van de bestaande beleidskaders: overgangsgebieden, water en bodem sturend en beste landbouwgronden. Deze drie keuzes zijn op dit moment niet of beperkt uitgewerkt in huidige beleidskaders en uitvoeringsagenda’s. De drie keuzes hebben alle drie een andere relatie tot wettelijk doelbereik:
3/6
1. Overgangsgebieden: Om tot wettelijk doelbereik in Natura 200gebieden te komen zijn overgangsgebieden nodig. Omdat dit ook hydrologische maatregelen betreft, overlapt dit deels met de opgave van de KRW (in dezelfde gebieden). Om zicht te krijgen op wettelijk doelbereik is nadere uitwerking nodig van de overgangsgebieden, met het voorontwerp-BPLG als bouwsteen in een beknopt vrijwillig programma onder de Omgevingswet. Deze uitwerking is voorzien in Q2 2025. 2. Water en bodem sturend: dit is een langetermijnvisie van het vorige Kabinet. Het nieuwe Kabinet ziet het spreekt over ‘rekening houden met bodem en water’. Een deel van deze opgave/visie is verankerd in het Addendum Regionaal Water en Bodem Programma. Daarnaast zal een deel landen in de KRW-impuls. Daarnaast is dit een leidend principe in ons Ruimtelijk Voorstel. 3. Beste landbouwgronden: Om het beschikbaar houden van 'beste landbouwgronden' goed te kunnen betrekken in de integrale afweging onderzoekt de provincie of het nodig is om een aanvullend instrument te ontwikkelen, bijvoorbeeld een afwegingskader of - ladder, dat bij ruimtelijke afwegingen wordt ingezet. Daarnaast vraagt het Rijk in de Nota Ruimte ook om nadere uitwerking van ‘hoogwaardige landbouwgronden’. Bij de onderzoek beste landbouwgronden vormt het voorontwerp BPLG het uitgangspunt van de Brabantse koers.
Dit wordt uitgewerkt via een addendum op de uitvoeringsagenda Landbouw & Voedsel. Consequenties 1. Terugvallen op de wettelijke doelen Onder het NPLG werkten Rijk en provincies aan de wettelijke doelen en een beperkt aantal ‘nationale koppen op Europees beleid’. Voor de provincie Noord-Brabant bestond dit laatste onder andere uit extra hectares bos (i.h.k.v. het Klimaatakkoord), koolstofvastlegging in de bodem (middels permanent grasland) en groenblauwe dooradering. Via het IPO zijn provincies en Rijk in overleg wat dit betekent voor de opdracht aangezien op de langere termijn financiering hiervoor ook ontbreekt. Vooralsnog valt de provincie dus terug op de wettelijke doelen, waar zij ook al voor aan de lat stond voor de lancering van het NPLG. Hierover zal de provincie het Rijk per brief informeren (zie bijlage). Daarnaast blijven we werken aan de ambities zoals geformuleerd in onze beleidskaders en uitvoeringsagenda's, waar ook ambities op het gebied van bos en groenblauwe dooradering (Beleidskader Natuur 2030) in geformuleerd staan. 2. Er is zekerheid over financiering voor de korte termijn Met het wegvallen van het NPLG is er beleidsmatige en financiële onzekerheid ontstaan op de lange termijn.
Brabant kiest er daarom voor om zich hard te maken voor de uitvoering, omdat we ruimte willen voor wonen, natuurherstel, een gezonde leefomgeving, mobiliteit, energietransities, innovaties én een duurzaam toekomstperspectief voor onze boeren. Er is echter wel zekerheid over middelen die beschikbaar
4/6
Datum
15 oktober 2024 Documentnummer
6003008
zijn voor de doorontwikkeling van het landelijk gebied op korte termijn. Middelen die we van het Rijk ontvangen (LPN, no regret maatregelen), maar ook bestaande middelen voor het realiseren van het NNB, middelen uit de provinciale perspectiefnota, middelen gerelateerd aan de diverse uitvoeringsagenda’s voor het landelijk gebied, ANLb, en GLB eco-regelingen. Echter, door het wegvallen van het transitiefonds kunnen we op dit moment niet meer het hele transitie pad tekenen en financieren. Natuurlijk blijven we oog houden op ontwikkelingen bij het Rijk en EU en indien zich kansen voordoen zullen hiervan gebruik maken. 3. We werken nu niet verder aan het voorontwerp-BPLG We kiezen ervoor om nu niet te verder te werken aan het voorontwerpBPLG en komen dus niet eind dit jaar met een ontwerp-BPLG. En daarmee ook niet met een bijbehorend milieueffectrapportage (MER) en sociaaleconomische impactanalyse (SEIA). Dit is een direct gevolg van het besluit van het Kabinet om te stoppen met het NPLG. Het Kabinet houdt echter wel vast aan de wettelijke doelen, en wil dit gebiedsspecifiek en uitvoeringsgericht oppakken en uitwerken. Wat dit concreet betekent zal de komende maanden verder duidelijk worden.
Daarom zet de provincie in op een concretisering van de uitvoering van de wettelijke doelen in de 12 complexe GGA en zal dit bij het Ministerie LVVN onder de aandacht brengen als strategie voor wettelijk doelbereik. De uitwerking van de wettelijke opgaves zoals beschreven in het voorontwerp-BPLG zullen als bouwstenen in deze concretisering worden meegenomen. 4. Relatie tot Brabant openhouden De concretisering van de uitvoering van de wettelijke doelen in de GGA heeft consequenties voor Brabant openhouden. Voor vergunningverlening is het van belang dat er sprake is van een voldoende concreet en geborgd maatregelpakket. Hierin moet worden aangetoond dat verslechtering tegen wordt gegaan en de instandhoudingsdoelstellingen bereikt gaan worden. Met de aanpak landelijk gebied en de concretisering van de opdracht aan de GGA’s werken we versneld toe naar een concreet en geborgd maatregelpakket voor wettelijk doelbereik en dragen we zo bij aan Brabant Open. Een andere belangrijke bijdrage aan wettelijk doelbereik zal komen vanuit de BOS 2.0 (generieke en gebiedsgerichte maatregelen voor de reductie van stikstof) als ook vanuit het vervolg op de NDA’s en de impuls op de KRW (hierover wordt u geïnformeerd in Q1 2025).
Europese en internationale zaken Met dit besluit van GS wordt de focus gelegd op het concretiseren van de uitvoering van internationale verplichtingen op het gebied van natuur, water en klimaat.
5/6
Datum
15 oktober 2024 Documentnummer
6003008
Communicatie Gelijktijdig met uw Staten informeert GS ook de partners in het landelijk gebied en het ministerie van LVVN.
Datum
15 oktober 2024 Documentnummer
6003008
Vervolg We werken zo snel mogelijk toe naar een geconcretiseerde opdracht voor de GGA-gebieden. Hierbij geven we duidelijkheid aan de gebieden over de beschikbare (grond)instrumenten en financieringsmogelijkheden en vragen de gebiedspartners hetzelfde te doen. We koersen hiervoor op Q2 2025. Voordat we dat kunnen doen is het van belang een beleidsmatige tussenstap te zetten en in ieder geval de structurerende keuze overgangsgebieden verder uit te werken (nodig voor wettelijk doelbereik). Hiervoor is de planning Q2 2025. De Staten worden hierover geïnformeerd. Bijlagen 1. Brief aan het Ministerie van LVVN 2. Brief aan de GGA-partners
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, de voorzitter,
de secretaris,
mr. I.R. Adema
drs. G.H.E. Derks MPA
6/6