Bijlage 4- KPI Matrix (herstelde versie) bij technische vragen
Tekst van het document
Legenda
ABG Gemeenten: Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI) KPI Matrix Thema
Doel
Onderwerp
KPI #
1.1 Milieu-impact
Verlagen van milieuimpact
Prestatie-eis
Nieuwbouw
Woningbouw: Maximale MPG van (€ /m2BVO.jr) van ≤ 0,50
Renovatie
Sloop
Inzicht*
Utiliteitsbouw: Maximale MPG (€ /m2BVO.jr) van ≤ 0,70
De MPG-2 score, ook bekend als Paris Proof Indicator, geeft aan hoeveel materiaalgebonden CO2uitstoot (uitgedrukt in CO2-equivalenten) vrij komen tijdens de productie- en bouwfase. Deze indicator vloeit voort uit dezelfde rekenmethode als [#1.1] MPG. Om dit te borgen kan tijdens het inkoopproces gestuurd worden op de Paris Proof Indicator (PPI) van producten. > Indicator: MPG-2
Paris Proof (MPG-2) indicator berekenen (Inzicht*)
Minimale % massa ≥ 25% biobased, gerecycled, hergebruikt (refurbished)
≥ 25%
1.4 Losmaakbaarheid
De mate waarin producten, onderdelen en materialen onderling losmaakbaar zijn. Indicator: Losmaakbaarheid (LI) versie 2.0. Met behulp van de Building Circularity Index (BCI) kan deze indicator berekend worden. Om dit te borgen kan tijdens het inkoopproces gestuurd worden op de Product Circularity Index (PCI) van producten. > Indicator: LI
Minimale LI van ≥ 55%
≥ 55%
Minimale BCI van ≥ 50%
≥ 50%
1.6 Vrijkomende materialen
1.7 Materialenpaspoort
2.1 Wateroverlast
Tegengaan van wateroverlast
2.2 Neerslag infiltratie
Tegengaan van droogte
Verificatiemethode
1.3 Materiaalgebruik
1.5 Gebouw circulariteit
Thema 2: Klimaatadaptief
Definitie Milieu-impact wordt gemeten met behulp van MilieuPrestatie Gebouw (MPG). De MPG richt zich op de milieuprestatie van bouwwerken. De maatstaf volgt uit de levenscyclusanalyse (LCA) van de toegepaste bouwproducten. Deze beoordeling van ‘Wieg tot Graf’ leidt tot de schaduwkosten per milieueffect. Op basis van weegfactoren worden de schaduwkosten vertaald naar een gewogen milieukostenindicator (MKI) over het bruto vloeroppervlakte en de veronderstelde levensduur van het bouwwerk. Hoe hoger de MPG-score, hoe zwaarder de milieubelasting. Om dit te borgen kan tijdens het inkoopproces gestuurd worden op de MKI van producten. > Indicator: MPG
De herkomst van materialen en het toekomstscenario van materialen bepalen samen de Material Circularity Index (MCI). Met behulp van de Building Circularity Index (BCI) kan deze indicator berekend worden. Om dit te borgen kan tijdens het inkoopproces gestuurd worden op de Product Circularity Index (PCI) van producten. > Indicator: MCI
Sturen op circulariteit
Registeren van materialen
Geen KPI van toepassing
Milieuprestatie Gebouw (MPG)
1.2 Materiaalgebonden CO2-uitstoot
Thema 1: Circulariteit
Projectnaam: Handreiking duurzaam bouwen Datum: 15-01-2024 Versie: 3.0 Status: definitief
Wettelijke eis
2.3 Droogte
2.4 Warmtewering en verkoeling
Tegengaan van temperatuuroverschrijdin g 2.5 Temperatuuroverschrijding
3.1 Energiebehoefte (BENG-1)
De Building Circularity Index (BCI) is uitgedrukt in een percentage tussen de 0% en 100%, waarbij 0% volledig lineair en 100% volledig circulair is. In de BCI-score zijn twee sub-indicatoren opgenomen, namelijk de MCI (zie #1.3) en LI (zie #1.4). Met behulp van de Building Circularity Index (BCI) kan deze indicator berekend worden. Om dit te borgen kan tijdens het inkoopproces gestuurd worden op de Product Circularity Index (PCI) van producten. > Indicator: BCI
BCI Gebouw
Van de uitkomende producten en materialen (in kg) wordt: Minimaal hergebruikt (refurbished) 1% Maximaal gestort of verbrand 20% Gerecycled 0 - 99%
De mate waarin producten, onderdelen of materialen aan het einde van hun levensduur gerecycled of hergebruikt* kunnen worden (*minimaal 'Repair' op de R-ladder). Met behulp van de Building Circularity Index (BCI) kan deze indicator berekend worden. > Indicator: MCI (toekomstscenario) Een materialenpaspoort biedt een gedetailleerd overzicht van de toegepaste bouwproducten, -materialen en -grondstoffen, inclusief informatie over milieu-impact en circulariteit. Door een materialenpaspoort krijgt materiaal een identiteit. Deze identiteit maakt hoogwaardig hergebruik mogelijk, bijvoorbeeld op circulaire marktplaatsen. Bovendien kan de informatie gebruikt worden bij circulaire renovatie, sloop en onderhoud. Met behulp van de Building Circularity Index (BCI) kan het materialenpaspoort ingericht worden. > Indicator: Gebouwpaspoort in BCI Gebouw
Deze KPI bepaalt bij welke mate van waterlast het gebouw schadevrij moet blijven. Wateroverlast is de overlast die optreedt als gevolg van (extreme) neerslag. Er zijn meerdere factoren die samen kunnen zorgen voor deze wateroverlast. Allereerst is de intensiteit en duur van de neerslag van grote invloed op het risico op overlast. De wijze en mate waarop de verschillende oppervlakken het water opnemen of laten doorstromen is een tweede belangrijke factor. Tot slot zijn er nog de riolering en het oppervlaktewater die water van het maaiveld kunnen vasthouden, bergen en afvoeren. Deze KPI meet de hoeveelheid jaarlijkse neerslag dat wordt geïnfiltreerd in de bodem en waterbergende natuur (zoals bomen) op een bepaalde kavel. Op kavel moet X mm opgevangen en geinfiltreerd kunnen worden. Een grotere bui mag overloop naar openbaar gebied hebben. Een hogere infiltratiegraad duidt op een duurzaam waterbeheer en de bevordering van natuurlijke afvoerprocessen. Het is een maatstaf voor de effectiviteit van het infiltratiesysteem en benadrukt het vermogen om regenwater vast te houden op de locatie en overbelasting van het rioleringssysteem te verminderen.
Een gebouwpaspoort van de ingebrachte bouwproducten en - materialen
Geen schade in en aan het gebouw (eens per 100 jaar) bij hevige neerslag van:
70mm / uur
- Waterberging berekening - Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) - Geohydrologisch onderzoek
Op de kavel moet minimale hoeveelheid neerslag geïnfiltreerd kunnen worden: 78 mm / uur
Deze KPI bepaalt bij welke mate van droogte het gebouw schadevrij moet blijven. Als er meer water - Droogtebestendige inrichting verdampt, afgevoerd wordt of gebruikt wordt dan dat er bijkomt, ontstaat droogte. De droogte wordt berekend uit de hoeveelheid regen die valt, verminderd met de verdamping. Droogte leidt tot - Bodemdaling - Schadebeperking bij vitale en kwetsbare functies een verhoogde watervraag en toenemende watertekorten. - Hoeveelheid wateropslag en buffering Deze KPI meet het minimaal vereiste percentage van alle oppervlakken binnen een bepaald gebied dat is ingericht met warmtewerende of verkoelende materialen en technieken. Het dient als een maatstaf voor het bevorderen van duurzaamheid en het verminderen van hittestress door het maximaliseren van oppervlakken die de hitte absorberen, weerkaatsen of afvoeren. Een hoger percentage geeft aan dat een groter deel van de omgeving thermisch comfortabeler en klimaatbestendiger is ingericht. Deze indicator definieert de eis om te grote opwarming van gebouwen (in de zomer) te voorkomen. TO-juli is een indicatiegetal waarmee inzichtelijk wordt gemaakt wat het risico is qua temperatuuroverschrijding. De waarde van TOjuli vloeit direct voort uit de BENG-berekening. Een belangrijke factor daarin is de zontoetreding, die afhankelijk is van de oriëntatie van de woning en de eventueel aangebrachte zonwering.
Ook de gebouwmassa is van invloed. De TOjuli is gesteld op maximaal 1,2. Door de juiste toepassing van zonwering kan de waarde zakken tot het gewenste niveau. > Indicator: TOjuli
0% 20% 0 - 99%
Geen schade in en aan het gebouw (eens per 10 jaar jaar) bij langdurige droogte, maximaal neerslagtekort van:
300 mm / uur
Gevel en dak oppervlakken gebouw worden zo veel mogelijk warmtewerend of verkoelend ingericht.
BENG-berekening conform NTA 8800 Maximale TOjuli van ≤ 1,20
Dit staat voor de eerste BENG-eis, die betrekking heeft op de maximale energiebehoefte van een gebouw. Het meet de hoeveelheid energie die nodig is om het gebouw te verwarmen en koelen, gecorrigeerd voor seizoensinvloeden en klimaatverschillen. De BENG 1-eis beoogt de energiebehoefte te verminderen door middel van goede isolatie, geoptimaliseerde gebouworiëntatie en efficiënte verwarmings- en koelsystemen. Let op: De hoogte van deze KPI is afhankelijk van het ambitieniveau van de energieprestatie voor het project. Bijvoorbeeld: Energie Neutraal Gebouw (ENG) of Nul-op-de-Meter (NoM).
De energiebehoefte (BENG 1) ten opzichte van vereist in bouwbesluit is ≤ 10%
≤5%
> Indicator: BENG 1 - De maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar
Energieprestatie aantonen
3.2
Primair fossiel energieverbruik (BENG-2)
Thema 3: CO2 Neutraal Energieverbruik
Dit staat voor de tweede BENG-eis, die de maximale primaire energiegebruik van een gebouw meet. Primaire energie omvat alle energiebronnen die nodig zijn om het gebouw te voorzien van verwarming, koeling, verlichting, ventilatie en apparaten, inclusief verliezen tijdens productie, transport en distributie. BENG 2 stelt eisen aan de totale energie-efficiëntie van het gebouw en moedigt het gebruik van hernieuwbare energiebronnen zoals zonne-energie en windenergie aan. Let op: De hoogte van deze KPI is afhankelijk van het ambitieniveau van de energieprestatie voor het project. Bijvoorbeeld: Energie Neutraal Gebouw (ENG), Nul-op-de-Meter (NoM) of energieleverend gebouw.
BENG-berekening conform NTA 8800
Het primair fossiel energiegebruik (BENG 2) ten opzichte van bouwbesluit is ≤ 10%
> Indicator: BENG 2 - Het maximale primair fossiel energiegebruik in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar
3.3
Hernieuwbaar opgewekte energie (BENG-3)
Dit vertegenwoordigt de derde BENG-eis, die betrekking heeft op het aandeel hernieuwbare energie in de totale energievoorziening van het gebouw. Het meet het percentage van de totale benodigde energie dat afkomstig is van hernieuwbare bronnen zoals zonne-energie, windenergie, biomassa en geothermische energie. BENG 3 stimuleert het gebruik van duurzame energiebronnen om de afhankelijkheid van niet-hernieuwbare energiebronnen te verminderen. Let op: De hoogte van deze KPI is afhankelijk van het ambitieniveau van de energieprestatie voor het project. Bijvoorbeeld: Energie Neutraal Gebouw (ENG), Nul-op-de-Meter (NoM) of energieleverend gebouw.
Het aandeel hernieuwbare energie (BENG 3) ten opzichte van bouwbesluit is ≥ 10%
≥ 5%
> Indicator: BENG 3 - Het aandeel hernieuwbare energie uitgedrukt in procenten [hoeveelheid hernieuwbare energie] / [totaal primair fossiel energiegebruik]
Energieopwekking maximaliseren
3.4 PV-panelen op bestaande daken
4.1 Ecologisch plan
Waarborgen van natuur
4.2 Wettelijke verplichtingen
Versterken van habitats
4.3
Waarborgen en versterken van habitats
Deze KPI meet de effectiviteit van het plaatsen van zonnepanelen op bestaande daken, met de focus op het opwekken van zonne-energie en het rendement van het dak na renovatie en onderhoud. Nieuwe gebouwen met een dakoppervlak van 250 vierkante meter of meer moeten vanaf 2025 verplicht worden vol gelegd met pv-panelen of zonnecollectoren bij geschikte daken. De verplichting geldt ook bij ingrijpende renovaties.
Wettelijk eis vanaf 2025
Vóór aanvang van de bouwactiviteiten stelt een erkend ecoloog een ecologische quickscan en/of natuurrapportage op waarin de bouwlocatie wordt beschreven op basis van een bureauonderzoek en veldbezoek en indien noodzakelijk een inventarisatie in het veld. Het potentieel voor plant- en diersoorten van de locatie in beeld is gebracht, waarbij dit is gerelateerd aan de omgeving (regionale ligging) van de bouwlocatie. Onderdeel van de natuurrapportage is een ecologisch werkprotocol waarin wordt aangegeven hoe de aannemer het project kan realiseren met minimale schade aan de flora en fauna.
Een habitat omvat alle mogelijke plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt. De indicator hoogwaardige habitats beschrijft het aantal soorten hoogwaardige habitats dat gerealiseerd wordt met als doel de gebiedseigen biodiversiteit te versterken. Hoogwaardige habitats dienen te worden gecreëerd voor de volgende soorten; -boombewonende -aan struweel gebonden -aan bloemrijk grasland gebonden -en/of aan water en oevers gebonden.
- Ecologische QuickScan - Ecologisch plan - Gedragscode soortbescherming
% van het geschikte dakoppervlakte bedekt met PV-panelen
Een erkend ecoloog verklaart: 1. De maatregelen uit het wettelijk ecologische plan worden gedurende het bouwproces uitgevoerd.
<<< idem nieuwbouw
Een erkend ecoloog verklaart: 2. Er wordt voldaan aan de wettelijke verplichtingen uit de wet natuurbescherming.
<<< idem nieuwbouw
Aantal gerealiseerde hoogwaardige habitats 2-4
Indien er natuur aanwezig was vóór de beoogde ontwikkeling dient deze in grotere mate terug te komen in de nieuwe ontwikkeling.
Natuurinclusief bouwen
4.4 Groene oppervlakten
Thema 4: Biodiversiteit en Natuurinclusief 4.5 Bereikbaar groen
Groene samenleving 4.6 Groen integreren bij inwoners
Stimuleren van groenvoorzieningen op gebouwen in de vorm van groene gevels en groene daken. Dit kan door middel van deze KPI met minimaal percentage oppervlakte ingericht van groenvoorzieningen. Aandachtspunt bij het aanplanten van groenvoorzieningen is rekening houden met toekomstbestendigheid tegen droogte; de mate waarin aangeplante groenvoorzieningen kunnen gedijen en overleven in een omgeving die wordt gekenmerkt door toenemende droogteomstandigheden.
Gevel- en dak ontwerp
Een indicator voor thema 'bereikbaar groen' is de "loopafstand tot groengebied met verblijfsfunctie". Deze KPI meet de maximale afstand die inwoners moeten afleggen om een nabijgelegen groen gebied, zoals een park, te bereiken. Een indicator om inwoners te stimuleren om groen te integreren in- en om hun woningen is het percentage huishoudens met groene buitenruimtes. Deze KPI meet het aantal geschikte huishoudens binnen de gemeente dat actieve stappen onderneemt om groen te integreren, zoals het aanleggen van tuinen, het plaatsen van planten op balkons of het creëren van groene daken. Aandachtspunt bij stimuleren inwoners is het vermijden van openhaarden en palletkachels voor verwarming.
Oppervlakten van gevel en dak met groenvoorziening ≥ 10%
Maximale loopafstand van 300 meter voor inwoners om toegang te hebben tot nabijgelegen verblijfsgroen of groenvoorziening met verblijfsfunctie
- Geografisch Informatiesysteem (GIS)-analyse - Satellietbeelden en Luchtfoto's - Stedenbouwkundig plan - Publieke input/Enquête
≥ 90%
percentage geschikte huishoudens met groene buitenruimtes ≥ 50%
1-3
4.7
Regenwater vasthouden in groene buitenruimten
Gezond water waarborgen 4.8 Waterkwaliteit
Gezonde bodem waarborgen
4.9 Gezonde bodemgesteldheid
Deze indicator meet het percentage groene buitenruimtes in verhouding tot het totale grondgebied van het gebouw. Het stimuleert het aanleggen van groene zones die regenwater vasthouden en de lokale biodiversiteit bevorderen. Deze indicator stelt vast dat het behandelde afvalwater dat wordt geloosd vanuit het projectgebied moet voldoen aan de vastgestelde waterkwaliteitsnormen zoals bepaald door relevante milieuwetgeving en -regulering. Deze normen omvatten maximale toegestane concentraties van verontreinigende stoffen, microbiële belasting en andere schadelijke elementen in overeenstemming met de specifieke waterlichamen waarnaar het afvalwater wordt afgevoerd.
Gezonde bodemgesteldheid kan worden gedefinieerd als de staat van de bodem waarin fysieke, chemische en biologische eigenschappen optimaal zijn voor het ondersteunen van een divers ecosysteem en het bevorderen van plantengroei. Specifiek in bouwprojecten verwijst gezonde bodemgesteldheid naar de mate waarin de bodem in bouwgebieden in staat is om ecologische processen te ondersteunen en te behouden, en om te dienen als een duurzame basis voor biodiversiteit.
Percentage groene buitenruimtes in verhouding tot het totale grondgebied van het ≥ 10% gebouw
Milieuwetgeving en regulering
Waterkwaliteitsnorm van afvalwater vaststellen binnen project
Milieu hygiënisch bodemonderzoek
Milieu hygiënisch bodemonderzoek uitvoeren binnen project