Bijlage 4- Bijlagen bij de toelichting Zwarte Dijk 43, Rijen
Tekst van het document
arvalis 6.
Bijlagen 1.
Verslag dialoog
2.
Landschappelijke inpassing
3. 4.
Wnb BZV
5.
Aerius berekening en met bijlagen
6.
Wateradvies (Waterschap Brabantse Delta)
7.
Gecombineerde opgave 2023
8. 9.
Nota van vooroverleg Zwarte Dijk 43 Rijen 07122023 Nota van zienwijzen en ambtshalve wijzigingen
Bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen 54
arvalis 6.1
Bijlage 1
Omgevingsdialoog
Verslag omgevingsdialoog Bouwblokvergroting van melkveehouderij Zwarte Dijk Zwarte dijk 43, 5121ZA te Rijen
Datum Omgevingsdialoog: 6 juli 2020 Gezien de huidige coronamaatregelen is het niet mogelijk om een avond te organiseren. De betrokkenen zijn individueel benaderd. In verband met privacy redenen mogen de benaderde betrokkenen niet genoemd worden. De omwonenden zijn bekend bij gemeente ABG. Er zijn 3 omwonenden benaderd. Deze zijn allen wonend aan Zwarte Dijk. • Fam A. • Fam B. • Fam C. Bij elke familie is de aanleiding en een toelichting op het beoogde plan gegeven.
Sfeer van het gesprek: De betrokken partijen en ontwikkelende partij Zwarte Dijk kennen elkaar. Goede informele sfeer, geen bijzonderheden. Verloop gesprekken: Na korte uitleg over wat een omgevingsdialoog inhoudt en de aanleiding van de dialoog, is op een uitgeprinte tekening aan omwonende laten zien wat de initiatiefnemer graag wil ontwikkelen. Het plan is toegelicht en het verschil tussen de huidige situatie en de toekomstige situatie is uitgelegd. Daarna zijn de processtappen besproken. Een tijdsplanning is aangekaart maar niet inhoudelijk uit gekristalliseerd. Reacties betrokkenen: Er is even gesproken over het plan. Er zijn geen reacties geweest. De 3 betrokkenen hadden geen bezwaar op het plan. Het plan behoeft geen aanpassingen of acties.
Bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen
55
arvalis 6.2
Bijlage 2 Landschappelijke inpassing
6.3
Bijlage 3 Beschikking Wnb
6.4
Bijlage 4 BZV
6.5
Bijlage 5
6.5.1
Bijlage 5a AERIUS_projectberekening_2024041909044_berekening aanlegfase
bouw
6.5.2 Bijlage 5b AERIUS_projectberekening_20240418163153_verschilberekening incl aanlegfase
6.5.3
Bijlage 5c AERIUS_projectberekening_20240419085242_berekening beoogd incl
aanlegfase
6.5.4
Bijlage 5d Bijlage_toelichting_aeriusberekening_19-04-2024
6.5.5
Bijlage 5e milieutekening 1 beoogde situatie_19-04-2024
6.5.6
Bijlage 5f milieutekening 2 transitiestal_beoogde situatie_19-04-2024
6.5.7
Bijlage 5g Brief ambtelijke aanpassing
6.6
Bijlage 6 Wateradvies
6.7
Bijlage 7 Gecombineerde opgave 2023
6.8
Bijlage 8 Nota van vooroverleg Zwarte Dijk 43 Rijen 07122023
6.9
Bijlage 9 Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bp
Bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen 56
Verslg omgev ingsdialoog Bo uwbl okvergrot ingvan u Zwarte dijk 5121ZA te Rijen 6
2020
Benaderde betrokkenen:
Zwart» Duk 4-a in Zwarte Dijk 60 Rijen Zwarte Dijk 72 in Rijen
Betrokkenendie svond betocht hebben; •
«
• g d
Zwarte
Ontwikkelende partj aanwezig
k 43,51212 te Rijen Sfeer van het gesprek De betrokken partijen en ontwikkelende partij Zwarte Dijk kennen elkaar. Goede informele sfeer geen bijzonderheden
Verloop avond: Ni korte uitleg over wat een omgevingsdialoog inhoudt, sopcen uitgeprinte tekening aan omwonenden laten zien wat de initiatiefnemer graag wil ontwikkelen Resctes betrokkenen tl is even gesprohen over het plan Er zijn geen reacties geweest De 3 betrokkenen hadden geen bezwaar ap het plan. Het plan behoeft geen aanpassingen
c-—
Landschappelijke inpassing
Zwarte Dijk 43 Rijen
HEl .•ü II
v
G V I ADVIE GV ADVIES
Landschappelijke inpassing
Opdrachtgever:
10.2.e
Projectlocatie:
Zwarte Dijk 43 Rijen
Contactpersoon:
10.2.e
Arvalis
Opdrachtnemer:
10.2.e
Contactpersoon:
10.2.e
Datum:
30 januari 2024
v
G V ' ADVIE GV ADVIES
Bron: www.google.nl
V
GV r ADVIES ADVIE GV
r।
Titel
; Projectlocatie
Plangebied en haar omgeving Tekeningnummer
Getekend door
Datum
1/6
G. Vink
30-1-2024
Bestandsnaam
Zwarte Dijk 43 Rijen
VI
2
Xg
88/2 9500
WNN 1
■i
IK
II
Iuuyu r
HdK
Aanzicht oostzijde plangebied
Aanzicht voorzijde plangebied
Aanzicht westzijde plangebied
Plangebied is omsloten door open landschap met sterk opgaande beplanting aan de achterzijde, meest noordelijk' Aan de voorzijde bevind zich een merendeels enkele rij
laan bomen (bestaande uit berken- en eikenbomen)- Aan de oostzijde bevind zich een breder struweel op enige afstand tot plangebied- Ter plaatse wordt het
bestemmingsvlak uitgebreid van 75-000 m2 naar 20-000 m2 wat primair ten dienste komt van uitbreiding voedersilo's- Plangebied is omsloten door akkerland-
Het aangezicht en beleving van bedrijfsvoering richt zich hoofdzakelijk op de voorzijde en korte afstand op aangrenzend percelen- Doorgezichten zijn gebasseerd op de
aanwezige centrale paden welke zich op twee plaatsen op het erf bevindenPlangebied kent momenteel beperkt aantal landschappelijk karakteristieke elementen met als voornaamste enkele solitaire bomen met landschappelijke waarde langs de zuid
en westzijde van het plangebied- Voorgaande vormt een kans voor de nieuw te realiseren landschappelijke inpassing- Daarnaast is de visuele impact beperkt bij realisatie
van de beoogde nieuwe functie- De te ontwikkelen houtsinge! die aansluit op een bestaande groenstructuur aan de westzijde en vormt een duurzame buffer in het landschap- Aan de noord- en oostzijde zal er een houtsinge! zonder boomvormers -
worden gerealiseerd om de impact op het open landschap minimaal te houden-
v
G V f ADVIE GV ADVIES
Titel
Impressie plangebied Tekeningnummer
Getekend door
Datum
2/6
G. Vink
30-1-2024
Bestandsnaam
Zwarte Dijk 43 Rijen
%
*
\ \
cB-
cc-
h B.
1
c1
c-
B.
-
B-
A.
L
e "1
v N
GV / ADVIES
______________________ Titel
schaal 1:750
A- (bedrijfs~) woning B- opstallen C- voersilo's
Inventarisatie plangebied - ontwikkelingscriteria Tekeningnummer
Getekend door
Datum
3/6
G. Vink
30-1-2024
Bestandsnaam
Zwarte Dijk 43 Rijen
L-
n
Maatregelen landschappelijke inpassing ten behoeve van de beoogde ontwikkeling:
ë
A• Zoekgebied differentiatievlak (5-000 m2) en een herziening van het totale bouwvlak van 7-5 hecatre naar 2-0 hectare als begrenzing plangebiedB- Transitiestal C- Idoutsingel (gemengd sortiment) met laanbomen (8 meter breed, 7200 m2) D- Idoutsingel (gemengd sortiment, 8 meter breed, 800m2) F- Bomengroep (in bloemrijk grasland, 780 m2) F- Bloemrijk grasland (2d0 m2) G- Bestaande landschappelijke inpassing (700 m2)
* kh
ad
D.
I
nhn".
B.
\
D.
3
1
C.
J
*
\
202
(nb’ alle maatregelen sluiten waar mogelijk aan op de bestaande groenstructuren welke z-ich rondom plangebied bevinden)
k
A-
-
M
CF,
1
\
LH
schaal 7:750 d-
V
--
I
r Td X I
k■ I
1'1
\
V a
-
fI
\ )
c-
)
\
E, \
5
më •g
E.
E,
E, m . m •
)
G
-=
k
/
v
\
F
■
*
t
\
N
i
-
-"P
ï
I
■
I
F-
ëë
• ■ - "e
ë
t
C• i
GV I ADVIES ADVIE GV
MM - "T -e
c-
1e uma 1
1
F-c : Ju - IJ
II
G
G'
)
Titel
Landschappelijke inpassing - maatregelen F-
ri __________
SM
Tekeningnummer
Getekend door
Datum
4/6
G. Vink
30-1-2024
Bestandsnaam
Zwarte Dijk 43 Rijen
C. Houtsingel_______
E. Bomengroep (180 m2)
Areaal:
1200 m2
Areaal:
Naam
%
Naam
Acer carnpestre
20
Tilia europaea
Coryllus avellana
20
Plantafstand: 10 mtr.
Ligustrum vulgare
20
Viburnum opulus
20
Sortiment: autochtoon Maatvoering: 10-12
Coryllus avellana
ÏÖ
Frangula alnus
10
4 4
Plantafstand: lxl mtr.
f 5
Driehoeksverband
74
Sortiment: autochtoon Maatvoering: 80-100
FK
4
I
b 2
C. Bomen__________
Me
■■
Areaal:
Naam
Tilia europaea
Li^ustrum vul^are
Coryllus avellana
1 "*
,ha
T
23yta0
K
Sortiment: autochtoon Maatvoering: 10-12
0
essa
D. Houtsingel 800 m2
Naam_______________
%
Amelanchier lamarekii
20
Acer carnpsetre______
20
Coryllus avellana_____
20
Ligustrum vulgare_____
10
Prunus spinosa
10
Viburnum opulus
10
Rhamnus frangula Plantafstand: 1x1 mtr.
10
a. Ae
FP ,eëA
r
Areaal:_____________
S
fleer campestre
AAan o neN-3
7
Plantafstand: 10 mtr.
Driehoeksverband Sortiment: autochtoon Maatvoering: 80-100
A•
pil
7
61
"d mI
‘2,-
È-
_ 1, 4.
Prunus spinosa
\Jiburnum opulus
9
Va 4 ■
)A
flmelanchier lamarekii
/" 7-3 AE
► ,
a
TiHa europaea
Frangula alnus
Titel
Detailleringen - sortiment en aantallen Tekeningnummer
Getekend door
Datum
5/6
G. Vink
30-1-2024
Bestandsnaam
Zwarte Dijk 43 Rijen
Algemeen
Heesters
(Fruit-) bomen
Keuze Beplanting in onderhavig inpassingsplan is geselecteerd op basis van inheemse soorten. Deze soorten komen van oorsprong in de regio voor waarmee er enerzijds een bijdrage wordt gegeven aan de oorspronkelijke uitstraling van de regio en anderzijds betreft dit plantmateriaal wat past bij de aanwezige groeiomstandigheden.
Aanplant Zorg voor een ruim plantgat en grond waar de wortels goed in kunnen doordringen. Als je in lichte grond (zandgrond) plant is het goed dat te verbeteren door organisch materiaal (compost/vochtige potgrond) door de uitgegraven grond te mengen. Door zware kleigrond kun je fijn grind of grof zand mengen. Dat bevordert de drainage.
Aanplant Graaf een plantgat van ongeveer 50 x 50 x 50 cm. De bomen verankeren zich namelijk beter in losgemaakte grond. Voerde graskluiten of andere begroeiing af of verwerk dit in kleine stukken onder in het plantgat. Niet in de buurt van de wortels, want tijdens het verteren is zuurstof nodig en zuurstof hebben de wortels ook nodig.
Keurmerk Bij de keuze van beplanting is het mogelijk om de keuze te maken voor autochtoon plantmateriaal. Deze keuze wordt aanbevolen omdat hiermee meer duurzaam plantmateriaal wordt aangeschaft. Het is mogelijk dat de beplanting in onderhavig plan niet met autochtoon keurmerk leverbaar is, er kan dan worden gekozen voor regulier plantmateriaal.
Beheer Zorg de eerste drie jaar na aanplant dat er geen concurrentie komt door de groei van onkruid. Hiervoor wordt geadviseerd om handmatig de beplantingstrook te schoffelen.
Ontvangst Beplanting moet altijd weer zo snel mogelijk na ontvangst geplant worden. Mocht dit niet mogelijk zijn dan is het raadzaam beplanting tijdelijk met de wortels in zand te planten. Dit mag waar mogelijk gebundeld, doel is dat de wortels geen kans lopen uit te drogen. Bescherming tegen vraat Bescherm bomen, vruchtbomen, hagen en singels goed door op ruime afstand van beplanting gaas te spannen of een hekwerk te plaatsen.
Aanplant algemeen De voorkeur van aanplant gaat uit naar de rustperiode van beplanting (november-februari) waarbij het van belang is dat aanplant in een vorstvrije periode plaatsvind. Zorg voor aankoop dat betreffende plantlocatie vrij is van beplanting en plantklaar is. Hierbij gaat het erom dat de plantlocatie is gespit/gefreesd. Dit bevordert het gemak tijdens de aanplant. Volg bij de aanplant de plantafstand en het plantverband zoals opgenomen in onderhavig plan om te komen tot een evenwichtig en gezond eindbeeld van de beplantingstrook. Maak een royaal plantgat dat ook onderin goed wordt losgemaakt. Planten met een kale wortel zetje net zo diep als ze bij de kweker gestaan hebben. Dit kun je zien aan de verkleuring op de bast. Vaak is de stam groenachtig en de wortel roodbruinig. De overgang hiertussen is de wortelhals. Dat is de diepte die de beplanting moet krijgen. Na het planten moet de grond aangetrapt worden en moet de plant iets omhoog getrokken worden zodat het zand goed tussen de wortels komt. Niet te hard de grond aanstampen want dat zorgt ervoor dat de kieming van de wortels vertraagt.
Beheer algemeen Na aanplant (gedurende het eerste jaar) is het noodzakelijk de beplanting voldoende water te geven. Dit is geheel afhankelijk van weertype en voorkomt sterfte van beplanting. Bij water geven moetje rekening houden met de verdamping. Een plant zonder blad verdampt bijna geen water en ook met donker en regenachtig weer verliest uw plant nauwelijks vocht. Bij hogere temperaturen en niet te vergeten schrale (oosten)wind verdampt uw plant veel meer en droogt dan snel uit. Het is dus belangrijk om dan goed water te geven. Let wel: overmatig water geven is ook niet goed. Het gevaar bestaat dan dat de plant aan de wortels gaat rotten.
De periode waarin gesnoeid wordt hangt af van de doelstelling van de beplanting. Gangbare perioden zijn 5-10 jaar of 10-15 jaar (afhankelijk van de soort). Wilg kan na 5 jaar worden afgezet. De beste tijd voor het afzetten is januari tot maart. Stobben moeten voldoende licht hebben om weer uit te kunnen lopen. De beste afzethoogte is ongeveer 15 cm boven de grens tussen wortel en stam. Het hout moet enigszins schuin worden afgezaagd om inrotten te voorkomen. In het hakhout kunnen naar behoefte aanzichtbepalende bomen gespaard worden.
Hagen Aanplant Een gemengde haag heeft meerdere voordelen ten opzichte van beukenhagen of coniferen hagen: ■Een gemengde haag draagt optimaal bij aan de biodiversiteit. ■Een gemengde haag geeft een meer gevarieerd beeld in het landschap. ■Een haag welke bestaat uit één soort is extra gevoelig voor plagen en ziekten. In een gemengde haag kan een plaag of ziekte zich minder makkelijk uitbreiden.
Het is altijd aan te raden een boompaal te zetten. Deze moet niet in de bodem van het plantgat worden geslagen als de boom daar al staat. Dan beschadig je de wortels. Dus bij voorkeur wordt eerst het gat gegraven, en daarna wordt de boompaal in de bodem geslagen, daarna zetje de boom erbij. Spreid de boomwortels eromheen uit. Gebruik een paal van onbehandeld hout. De boompaal moet minimaal 75 cm in de grond komen te staan. Let hierbij op voor kabels en leidingen. De boompalen altijd plaatsen aan noordwest- en zuidoostzijde van de boom. De boom zal zo bij de meest voorkomende windrichtingen in de boomband hangen, wat voorkomt dat de bast langs de boompaal kapot schuurt. Als de boompaal stevig staat strooit u een deel van de grond, eventueel vermengd met compost, in het plantgat (gebruik een beperkte hoeveelheid compost in verband met verbranding van de jonge wortels. Maximaal 1 emmer per boom en deze goed mengen met de grond). Plaatst de kant van de boom waaraan de minst ontwikkelde takken zitten op het zuiden.
Beheer Belangrijk is dat de boom zolang hij jong is geen last van onkruidgroei bij zijn wortels heeft. Houd een ruime cirkel grond (een zogenaamde boomspiegel) rond de stam vrij van onkruid door het eerst goed te wieden en daarna de grond af te dekken met een bijvoorbeeld boombastsnippers.
Zorg de eerste drie jaar na aanplant dat er geen concurrentie komt door de groei van onkruid. Hiervoor wordt geadviseerd om handmatig de beplantingstrook te schoffelen. Een haag kan als enkele rij of dubbele rij worden geplant. De plantafstand in de rij bedraagt 20 centimeter bij een enkele rij. Bij een dubbele rij worden er acht stuks per strekkende meter geplant in driehoeksverband.
V
Verdeel eerst het plantmateriaal over de gehele lengte. Bevochtig de wortels, zet het plantsoen in de sleuf met de wortels goed uitgespreid. Schud tijdens het vullen het plantsoen iets om de aarde goed om de wortels te laten sluiten. Snoei vervolgens na het planten direct 1/3 van de hoogte van de hagen terug (dus 2/3 laten staan). Door in de beginjaren een haag regelmatig te knippen ontstaat een dicht vertakte haag. Wordt met het knippen te laat begonnen dan ontstaat er een brede slappe haag die kaal van onderen is. Door hagen van boven iets smaller te houden dan onderin komt er lager in de hagen ook voldoende licht bij, dit voorkomt kaal worden. Beheer Afhankelijk van het type haag wordt het beheer bepaald. Een beukenhaag moet bij voorkeur jaarlijks gesnoeid worden en bij een knip- en scheerheg mag dit eenmaal per twee jaar.
G V I ADVIE GV ADVIES
Titel
Aanleg- en beheeradvies Tekeningnummer
Getekend door
Datum
6/6
G. Vink
30-1-2024
Bestandsnaam
Zwarte Dijk 43 Rijen
1
1 H M M
C.
Nieuwe situatie bouwvlak:
20000 m2
Vereist percentage inpassingsgroen (10%):
2000 m2
Houtsingel (gemengd sortiment) met laanbomen
N
N
D. Houtsingel (gemengd sortiment)
1
SI
l
1
2
Oppervlakte
7
f
-b -L
Omschrijving
ca. 150 x 8 mtr
1200 m2.
ca. 100 x 8 mtr
800 m2.
E.
Bomengroep (in bloemrijk grasland)
ca. 26 x 7 mtr.
F.
Bloemrijk grasland
ca. 40 x 6 mtr.
180 m2. 240 m2. 700 m2. + 3120 m2.
G. Bestaande landschappelijke inpassing
variabel
\
N
।
■
\
N
1
1
Oppervlakte inpassingsgroen:
1
hT M i
-
14
1 U
L
&‘
G
Titel
Landschappelijke inpassing - maatregelen
V
,a
85
-k
t
Y
a
G
■
"E h
G
_
1
. .
.
w h
K
%
%
____________________
* 1
tN81
27)N
J
N
1
L
%
d
22
sb
*
A
a
A
—
■
fëre
-
I
Ar
t
schaal 7:750
X
"z
M
GV ! ADVIES ADVIE GV
Tekeningnummer
Getekend door
Datum
A.
G. Vink
30-1-2024
J
u
Bestandsnaam
Zwarte Dijk 43 Rijen
Odbn
10.2.e
Omgevingsdienst Brabant Noord
Gemeente Gilze en Rijen Postbus 73
5120 AB RIJEN
Datum 28 september 2016 Bijlage(n)
Ons kenmerk
Telefoonnummer
Contactpersoon
Z/011020
10.2.e
10.2.e
Uw kenmerk
1
1994459
Registratienummer 35901/HVN
Onderwerp Verklaring van geen bedenkingen Natuurbeschermingswet 1998
Geachte heer/mevrouw.
Op 15 augustus 2016 hebben wij op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een verzoek voor een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) ontvangen in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998. Dit verzoek betreft de wijziging van een melkveehouderij, uitgevoerd aan de Zwarte Dijk 43, 5121 ZA te Rijen.
Hierbij doen wij u de vvgb naar aanleiding van bovengenoemd verzoek toekomen. Op grond van artikel 2.27, lid 5 Wabo dient u de vvgb in het (ontwerp)besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning te vermelden.
Indien er na de terinzagetermijn van het ontwerpbesluit (inclusief vvgb) geen zienswijzen zijn ingekomen, welke specifiek betrekking hebben op de vvgb, kunt u in uw definitieve besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning wederom naar de reeds door ons afgegeven vvgb verwijzen. Indien er wel zienswijzen zijn ingebracht dan wel wijzigingen in de wetgeving zijn doorgevoerd, welke betrekking hebben op de vvgb, dient u ons om advies te vragen. In dat geval dient u de zienswijzen aan ons door te sturen met het verzoek om advies. Ons advies kunt u vervolgens integreren in uw definitieve besluit om omgevingsvergunning. Mochten de zienswijzen hiertoe aanleiding geven dan ontvangt u ook een gewijzigde vvgb. Indien de vvgb onderdeel uitmaakt van het definitieve besluit waartegen vervolgens beroep is aangetekend, verzoeken wij u ons advies te vragen, indien de beroepsgronden zich richten tegen de vvgb. Middels vergunningaanvragen en vvgb's op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 onder de PAS kan er sprake zijn van het toedelen van ontwikkelingsruimte in relatie tot stikstofdepositie. Indien aan de orde wordt hiervoor middels een vvgb voor de Nbw 1998 een voorlopige toedeling gedaan. Definitieve toedeling kan pas gedaan worden nadat een positief besluit is genomen op de omgevingsvergunning. Hiervan dient de ODBN dan ook een kopie te ontvangen.
Een kopie kunt u sturen naar info@odbn.nl onder vermelding van het kenmerk van de vvgb, met als aanhef 'afschrift
omgevingsvergunning voor vvgb Nbw 1998'.
Aan deze procedure is een kenmerk gekoppeld. Gelieve bij correspondentie ons kenmerk te vermelden.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant namens deze,
10.2.e
Bijlage(n)
ODBN, Kenmerk
•
Verklaring van geen bedenkingen
28 septembre 2016 Z/011020- 35901-HVN
2
Verklaring van geen bedenkingen van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
bdbn
Omgevingsdienst Brabant Noord
Op het op 15 augustus 2016 door ons ontvangen verzoek om een verklaring van geen bedenkingen in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een melkveehouderij gelegen aan de Zwarte Dijk 43, 5121 ZAte Rijen.
INHOUDSOPGAVE
VERKLARING VAN GEEN BEDENKINGEN
3
Onderwerp.................................. Verklaring van geen bedenkingen
3 3
1. 2.
PROCEDURELE ASPECTEN
4
Verzoek............. Bevoegd gezag... Ontvankelijkheid Instemming.......
.4 .4 .4 .4
1. 2. 3. 4.
OVERWEGINGEN EN TOETSINGEN
1.
Wettelijk kader - Natuurbeschermingswet 1998
3.
5
Natura 2000-gebieden................ Beschermde natuurmonumenten
5 7
Mogelijke effecten van het project
7
1.1 1.2
2.
5
.7
Beoordeling stikstofdepositie 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Beoogde situatie in aanvraag........................................................... Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013............. Uitgangssituatie................................................................................. Effecten stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden............ Overwegingen effecten stikstofdepositie op beschermde gebieden Conclusie...........................................................................................
..7 ..8 ..8 ..9 10 11
Bijlage 1: AERIUS Register: verschilberekening en toedeling ontwikkelingsruimte (kenmerk RQBnDbilRuZ9)..................................................................................................................................
12
Bijlage 2: AERIUS-verschilberekening beschermde natuurmonumenten (kenmerk: RRQCQKBMvGZr)................................................................................................................
12
ODBN, 28 september 2016 Kenmerk Z/011020/35896
2
VERKLARING VAN GEEN BEDENKINGEN
1.
Onderwerp
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 15 augustus 2016 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen een verzoek om een verklaring van
geen bedenkingen in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 ontvangen voor een aanvraag om een omgevingsvergunning. De aanvraag om een omgevingsvergunning betreft het wijzigen van
een melkveehouderij gelegen aan de Zwarte Dijk 43, 5121 ZA te Rijen.
Verklaring van geen bedenkingen
2.
Gelet op de bepalingen van de Natuurbeschermingswet 1998 verklaren wij:
I.
geen bedenkingen te hebben tegen de door maatschap P.J.A. van Beek en J.C.M. van Beek-van Gurp voorgenomen wijziging van een melkveehouderij, inclusief toedeling van ontwikkelingsruimte zoals weergegeven in bijlage 1, aan de Zwarte Dijk 43, 5121 ZA te Rijen, in de gemeente Gilze en Rijen, gelegen nabij de Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten, zoals opgenomen in bijlagen 1 en 2 bij deze verklaring;
II.
dat de beschrijving van het project in de aanvraag om een omgevingsvergunning en de
bijlagen 1 en 2 bij deze verklaring, voor zover deze betrekking heeft op de activiteit,
stalsystemen, veebezetting en emissiepunten, onderdeel uitmaakt van deze verklaring.
's-Hertogenbosch, 28 september 2016 Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant namens deze,
10.2.e
Bijlage 1: AERIUS Register: verschilberekening en toedeling ontwikkelingsruimte (kenmerk: RQBnDbilRuZ9)
Bijlage 2: AERIUS-verschilberekening beschermde natuurmonumenten (kenmerk: RRQCQKBMvGZr)
ODBN, 28 september 2016 Kenmerk Z/011020/35896
3
PROCEDURELE ASPECTEN
1.
Verzoek
Op 15 augustus 2016 hebben wij van burgemeester en wethouders een exemplaar van de aanvraag en de daarbij gevoegde stukken ontvangen met het verzoek om een verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb) in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998). Op 29 augustus 2016 hebben wij aanvullende gegevens ontvangen van burgemeester en wethouders. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag. Het verzoek om vvgb is geregistreerd onder nummer Z/011020.
2.
Bevoegd gezag
Als er in het kader van de Nbw 1998 een vvgb nodig is, dient deze bij Gedeputeerde Staten aangevraagd te worden. Alleen met een vvgb kan de omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente verleend worden. Dit is vastgelegd in artikel 46b (beschermde natuurmonumenten) en artikel 47b (Natura 2000-gebieden) van de Natuurbeschermingswet 1998 en artikel 2.27, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder: Wabo). Omdat het hoofdzakelijk gevolg van het project plaats vindt op een gebied in de
provincie Noord-Brabant, zijn wij op grond van artikel 2 respectievelijk artikel 2a van de Nbw 1998
bevoegd om op het verzoek om een vvgb in het kader van artikel 19d van de Nbw 1998 te beslissen. Met betrekking tot artikel 16 Nbw 1998 zijn wij alleen bevoegd om op het verzoek om een vvgb te
beslissen op de in de provincie Noord-Brabant gelegen gebieden.
3.
Ontvankelijkheid
Ten aanzien van de aspecten van de aanvraag waarvoor een vvgb is vereist, hebben wij beoordeeld
of de aanvraag volledig is en voldoende gegevens bevat. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor een vvgb is vereist.
4.
Instemming
Op grond van artikel 2, vijfde lid, van de Nbw 1998 hebben wij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland gevraagd om in te stemmen met de afgifte van de onderhavige vvgb, waarbij met het ontbreken van een reactie automatisch is ingestemd met de afgifte van deze vvgb, conform het door alle provincies vastgestelde beleid dienaangaand. Binnen de gestelde termijn hebben wij geen reactie ontvangen. Op grond van artikel 2, vijfde lid, van de Nbw 1998 hebben wij het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland gevraagd om in te stemmen met de afgifte van de onderhavige vvgb. Het college heeft op 29 augustus 2016 aangegeven in te kunnen stemmen met de afgifte van de vvgb.
ODBN, 28 september 2016 Kenmerk Z/011020/35896
4
OVERWEGINGEN EN TOETSINGEN
1.
Wettelijk kader - Natuurbeschermingswet 1998
1.1
Natura 2000-gebieden
Artikel 19d van de Nbw 1998 heeft betrekking op de vergunningplicht in verband met Natura
2000-gebieden (habitatrichtlijn- en vogelrichtlijngebieden). Op grond van artikel 19d, eerste lid, van de Nbw 1998 is het verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten of andere
handelingen uit te voeren die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of
een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State1 blijkt dat een wijziging
of uitbreiding van een veehouderij die stikstofdepositie tot gevolg heeft op voor stikstof gevoelige habitats en soorten binnen een Natura 2000-gebied vergunningplichtig is op grond van artikel 19d van de Nbw 1998. Behoudens ongewijzigde voortzetting op basis van een verleende omgevingsvergunning voorbereid met hoofdstuk IX van de Nbw 1998, verleende Natuurbeschermingswetvergunning, project waar op basis van artikel 19kh, lid 7, van de Nbw 1998 het artikel 19d van de Nbw 1998 niet van toepassing is dan wel er sprake is van bestaand gebruik als bedoeld in artikel 19d, derde lid, van de Nbw 1998 is bij het oprichten, uitbreiden en wijzigen van het project of andere handelingen van voornoemde situaties een Natuurbeschermingswetvergunning noodzakelijk. Bij de beoordeling van de vergunningaanvraag wordt op grond van artikel 19e van de Nbw 1998 rekening gehouden met de gevolgen die het aangevraagde project, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, kan hebben voor een Natura 2000-gebied.
Programmatische aanpak stikstof Op 1 juli 2015 is de wijziging van de Nbw 1998 in werking getreden. Hierin is het Programma aanpak stikstof (hierna: het PAS) opgenomen en de daarmee samenhangende wijziging in relatie tot de beoordeling van stikstof. Op 15 december 2015 is het PAS gewijzigd vastgesteld. In artikel 19kh en verder van de Nbw 1998 is aangegeven hoe de PAS is opgebouwd. Daarnaast zijn op 1 juli 2015 tevens de Regeling programmatische aanpak stikstof (gewijzigd per 15 december 2015), het Besluit grenswaarden programmatische aanpak stikstof en de Beleidsregel toedeling ontwikkelingsruimte PAS segment 2 Noord-Brabant in werking getreden. In de Regeling is ondermeer aangegeven welke activiteiten in de PAS zijn opgenomen als bestaande activiteit (artikel 5, lid 5, van de regeling). Vanaf deze bestaande activiteit is bij verdere uitbreiding noodzakelijk dat vooraf wordt bezien of ontwikkelingsruimte kan worden toegedeeld.
Op basis van artikel 19kh, lid 9, van de Nbw 1998 worden bij het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 19km, lid 1, van de Nbw 1998 de Natura 2000-gebieden waarvan de stikstofdepositie de waarde uit het Besluit grenswaarden programmatische aanpak stikstof (hierna: Besluit grenswaarden) niet overschrijdt niet betrokken. De aanvraag is op het moment dat deze ontvankelijk was als zodanig ook in AERIUS opgenomen.
i
O.a. uitspraak van 31 maart 2010, zaaknummer 200903784/1/R2 en uitspraak van 7 september 2011, zaaknummer
201003301/1/R2. ODBN, 28 september 2016 Kenmerk Z/011020/35896
5
Voor de vaststelling of een project of een andere handeling wat betreft stikstofdepositie een verslechterend of verstorend effect kan hebben wordt deze berekend met gebruikmaking van AERIUS Calculator (verder AERIUS) versie 2015.12.
In de PAS is ruimte voor economische ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Deze depositieruimte is allereerst beschikbaar voor autonome ontwikkelingen. Daarnaast is er ruimte beschikbaar voor projecten en andere handelingen waarvan de veroorzaakte stikstofdepositie onder de grenswaarde blijft en geen overige effecten veroorzaakt. Het overige gedeelte van de depositieruimte kan als de ontwikkelingsruimte worden toegedeeld aan (deels prioritaire) projecten en andere handelingen. Dit wordt in toedelingsbesluiten (besluiten als bedoeld in 19km, aanhef en onder 1) vastgelegd. De ontwikkelingsruimte wordt bepaald ten opzichte van: •
de verleende Natuurbeschermingswetvergunning of omgevingsvergunning inclusief
verklaring van geen bedenkingen voor de Nbw 1998 voor het hoogst belaste of meest nabij
gelegen Natura 2000-gebied; •
een project als bedoeld in artikel 19kh, lid 7, waarvoor op basis van artikel 19koa een
•
de hoogste feitelijke depositie binnen de periode van 1 januari 2012 tot en met
melding is ingediend, dan wel; 31 december 2014. Deze hoogste depositie moet passend zijn binnen de kaders van de op dat moment geldende toestemming maar mag niet meer zijn dan de op 1 januari 2015
geldende toestemming; •
als na de bovengenoemde verleende Natuurbeschermingswetvergunning, omgevingsvergunning inclusief verklaring van geen bedenkingen, of project waarvoor een
melding is ingediend, een of meer meldingen zijn gedaan die betrekking hebben op
wijzigingen van het project waarop dat toestemmingsbesluit of de eerstgenoemde melding betrekking had, wordt de toename bepaald ten opzichte van het project zoals dat is gewijzigd
overeenkomstig de laatste melding. Beleidsregels toedeling ontwikkelingsruimte PAS Noord-Brabant 2015 segment 2 (inclusief de eerste en tweede wijzigingsregeling) Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben voor het toedelen van de vrij beschikbare ontwikkelingsruimte (segment 2) aan projecten en andere handelingen een beleidsregel vastgesteld, welke inmiddels is gevolgd door een eerste en tweede wijzigingsregeling De integrale versie staat op de website van de provincie. In deze beleidsregel wordt bepaald hoe Gedeputeerde Staten met haar bevoegdheid met betrekking tot het toedelen van ontwikkelingsruimte willen omgaan. Wanneer aan de beleidsregel wordt voldaan, zullen Gedeputeerde Staten de beschikbare ontwikkelingsruimte toedelen. Referentiedatum Ten aanzien van andere effecten dan als gevolg van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, buitenlandse Natura 2000-gebieden en Natura 2000-gebieden niet opgenomen in de PAS wordt op basis van artikel 19kr van de Nbw 1998 de voor het betreffende Natura 2000-gebied geldende referentiedatum betrokken.
Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt tevens dat bij de beoordeling van de aanvraag moet worden uitgegaan van de vergunde situatie met de laagste emissie in de periode vanaf de referentiedatum3.
2
Opgenomen in artikel 1 en 2 van de Regeling Programmatische aanpak stikstof
ODBN, 28 september 2016 Kenmerk Z/011020/35896
6
1.2
Beschermde natuurmonumenten
Artikel 16 van de Nbw 1998 heeft betrekking op de vergunningplicht in verband met beschermde
natuurmonumenten. Op grond van artikel 16, eerste lid, van de Nbw 1998 is het verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten handelingen te verrichten die schadelijk kunnen zijn voor het
natuurschoon, voor de natuurwetenschappelijke betekenis van het beschermd natuurmonument of voor dieren of planten in het beschermd natuurmonument.
2.
Mogelijke effecten van het project
Er zijn mogelijke negatieve effecten te verwachten van stikstofdepositie als gevolg van de uitstoot van stikstof. In voedselarme ecosystemen, zoals aanwezig in de nabij gelegen natuurgebieden, leidt een overmaat4 aan stikstofdepositie tot een ongewenste toename aan voedingsstoffen en verzuring.
Overige effecten worden, gelet op de gegevens in de aanvraag, de aard van de voorgenomen activiteit en de afstand tot de relevante beschermde gebieden, uitgesloten.
3.
Beoordeling stikstofdepositie
3.1
Beoogde situatie in aanvraag
Er wordt vergunning gevraagd voor de beoogde activiteiten zoals weergegeven in onderstaande
tabel.
Tabel 1. Aangevraagde situatie5
5ta Inr
1 2 2
iglo
Diercategorle | melk- en kalfkoeien oude dan 2 jaar vrouwelijk jongvee tor 2 jaar melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar vrouwe ik jongvee tot 2 jaar
t
(RAV)
Aanta Dieren-
EWL
Huisvesting
A 1 100.2 overige huisvestings system en
plastsen
Ammoniak kg NH3 per dirr
NHa/jaar
Totaal kg
270
12,350
3.334,5
A 3.100 overige h lh svesti ngssy stem en A 1.100.2 ovenge
182
4,400
800,8
h ui svesti ngs system en
30
12,350
370,5
18
4,400 4
79,2
A 3.100 ovenge h ui svesti nas system en
3
Hierbij gelden later verleende vergunningen krachtens de Wabo, de Wet milieubeheer of Hinderwet of ingediende meldingen op basis van het Besluit melkrundveehouderij milieubeheer, het Besluit landbouw milieubeheer of het Activiteitenbesluit, voor zover hierin een lagere ammoniakemissie is vergund of gemeld, als uitgangssituatie. 4
Alterra-rapport nr. 2397 (Wageningen, 2012) geeft een overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op de habitattypen en leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden.
5
Stalsysteem weergegeven door code zoals opgenomen in de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2016, nr. 15585 (30 maart 2016), in werking getreden op 31 maart 2016.
ODBN, 28 september 2016
Kenmerk
Z/011020/35896
7
3.2
Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013
Als sprake is van een stal of stallen die vallen onder de definitie zoals bedoeld in artikel 1, lid 2, van de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013 moet deze (gemiddeld) voldoen aan de technische eisen zoals die zijn opgenomen in bijlage 2 van deze Verordening. Het afgeven van de vvgb houdt niet in dat Gedeputeerde Staten aangeven dat daarmee ook wordt voldaan aan de bepalingen uit de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013. Vanuit toezicht en handhaving zal op de bepalingen van de Verordening worden toegezien.
3.3
Uitgangssituatie
Op basis van de PAS wordt voor Natura 2000-gebieden voor de uitgangsituatie uitgegaan van de bestaande activiteit6, met de hoogst veroorzaakte stikstofdepositie passend binnen de verleende milieuvergunning van 16 september 2008.
Voor de effecten van stikstof op de leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden opgenomen in de PAS verwijzen wij naar paragraaf 3.4.
Tabel 2. Bestaande activiteit
Beschermd natuurgebied
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Ulvenhoutse Bos____________________ Zouweboezem______________________ Rijntakken
Datum hoogste depositie bestaande activiteit 31 december 2014 31 december 2014 31 december 2014 31 december 2014
kg NH3 per jaar totaal 3.024,25 3.024,25 3.024,25 3.024,25
Voor de beschermde natuurmonumenten wordt voor de uitgangssituatie7 uitgegaan van de op de
referentiedatum ingediende melding op grond van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer van 26 mei 2003. Tabel 3. Uitgangssituatie
Beschermd natuurgebied
Eendennest Hildsven Kooibosje Terheijden
Status beschermd i8 natuurgebied BN BN BN
Referentiedatum
Uitgangssituatie
kg NH3 totaal
7 december 2004 7 december 2004 7 december 2004
26 mei 2003 26 mei 2003 26 mei 2003
1.697,3 1.697,3 1.697,3
6
Betreft de stikstofdepositie die in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 ten hoogste werd veroorzaakt als gevolg van hetgeen daadwerkelijk plaatsvond binnen de kaders van een op 1 januari 2015 geldende omgevingsvergunning of vergunning of melding krachtens de Wet milieubeheer of Hinderwet (Regeling art 5, lid 7). of een verleende Natuurbeschermingswetvergunning. 7 Onder uitgangssituatie wordt verstaan: 1) de bij of krachtens de Wet milieubeheer of Hinderwet vergunde of gemelde situatie op de voor het betreffende beschermde natuurmonument geldende referentiedatum of 2) een na de referentiedatum verleende Natuurbeschermingswetvergunning. 8
VR: vogelrichtlijngebied, HR: habitatrichtlijngebied, BN: beschermd natuurmonument
ODBN, 28 september 2016 Kenmerk Z/011020/35896
8
3.4
Effecten stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden
Uit de tabellen 1, 2 en 3 blijkt dat er in de aangevraagde situatie sprake is van een toename van ammoniakemissie. Om een goed beeld te krijgen van de stikstofdepositie op de beschermde gebieden is de depositie berekend op verschillende punten. De berekeningen zijn uitgevoerd met het rekenmodel AERIUS. Uit de berekeningen van het projecteffect blijkt dat er in de aangevraagde situatie op de Natura 2000-gebieden 'Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen', 'Ulvenhoutse Bos', ‘Zouweboezem’ en 'Rijntakken' sprake is van een stikstofdepositie boven de grenswaarde op 15 maart 2016. De grenswaarde is bepaald op het moment van het ontvankelijk zijn van de aanvraag. Er zijn berekeningen uitgevoerd van de stikstofdepositie in de aangevraagde situatie en de stikstofdepositie van de bestaande activiteit. Uit de berekeningen blijkt dat er in de aangevraagde situatie sprake is van een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de bestaande activiteit. Dit is inzichtelijk gemaakt in de aanvraag. Voor deze toename is ontwikkelingsruimte nodig ten opzichte van de bestaande activiteit.
Daarnaast zijn er berekeningen uitgevoerd van de stikstofdepositie in de aangevraagde situatie en de stikstofdepositie in de uitgangssituatie voor de beschermde natuurmonumenten. Uit de berekeningen blijkt dat er in de aangevraagde situatie sprake is van een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de uitgangssituatie. Dit is inzichtelijk gemaakt in de aanvraag.
In onderstaande tabel zijn de maximale depositiewaarden weergegeven voor de meest nabijgelegen en hoogst belaste beschermde natuurgebieden.
Tabel 4. Stikstofdepositieberekeningen (mol N/ha/jr) Beschermd natuurgebied
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Eendennest
Stikstofdepositie in uitga ngssituatie/bestaande activiteit 0,82
Stikstofdepositie aangevraagd
Hoogste projectverschil
Hoogste projectbijdrage
1,24
+ 0,42
1,24
0,25
0,69
+ 0,44
Er zijn mogelijk effecten van stikstofdepositie op de leefgebieden van beschermde vogel- en habitatrichtlijnsoorten in de Natura 2000-gebieden 'Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen', 'Zouweboezem' en 'Rijntakken'. Uit de AERIUS-berekeningen bij de aanvraag is gebleken dat er sprake is van een stikstofdepositie boven de grenswaarde. Op basis van de passende beoordeling van de PAS, waar de gebiedsanalyses onderdeel van uit maken, kan worden geconcludeerd dat mogelijk significant negatieve effecten, wat betreft stikstofdepositie, op deze leefgebieden van soorten kunnen worden uitgesloten.
Voor het beschermde natuurmonument 'Eendennest' geldt dat, gezien de cijfers beschikbaar via het Compendium voor de Leefomgeving (www.compendiumvoordeleefomgeving.nl), sinds de jaren '80 van de vorige eeuw een dalende lijn te zien is in stikstofdepositie in Nederland. Deze is gemiddeld over Nederland tussen 1981 en 2012 met 34 procent afgenomen. Gezien het feit dat de zes beschermde natuurmonumenten in Noord-Brabant reeds sinds lange tijd als beschermd natuurmonument zijn aangewezen en dat sindsdien de stikstofdepositie aanzienlijk is afgenomen, terwijl de voortdurende depositie niet geleid heeft tot een betekenisvol kwaliteitsverlies van die gebieden, komen wij tot de conclusie dat de, ten opzichte van de gerealiseerde afname, geringe toename van de stikstofdepositie door het beoogde project de wezenlijke kenmerken van het beschermde natuurmonument niet aantast.
ODBN, 28 september 2016 Kenmerk Z/011020/35896
9
Overwegingen effecten stikstofdepositie op beschermde gebieden
3.5
Op 14 april 2015 hebben wij ingestemd met het Programma aanpak stikstof 2015-2021. Dit programma is een instrument om Natura 2000-doelstellingen te realiseren en tegelijk ruimte te scheppen voor bestaande en nieuwe economische ontwikkelingen. Het programma is passend beoordeeld, waarbij getoetst is of de uitvoering van het programma een risico vormt voor de instandhoudingsdoelstellingen van individuele Natura 2000 gebieden, opgenomen binnen de PAS. De passende beoordeling bestaat uit een generiek deel (bronmaatregelen, monitoring, et cetera) en uit gebiedsanalyses die de ecologische onderbouwing vormen dat met het programma de stikstofgevoelige Natura 2000 doelstellingen (op termijn) gerealiseerd kunnen worden en er ontwikkelingsruimte beschikbaar kan worden gesteld voor economische ontwikkelingen. In de gebiedsanalyse per Natura 2000-gebied is verzekerd dat door de uitvoering van een gebalanceerd en robuust pakket aan herstelmaatregelen, in de eerste programmaperiode geen verslechtering optreedt van alle voor stikstof gevoelige habitattypen en habitats van soorten. Bij deze beoordeling is uitgegaan van de achtergrondwaarde tot 2015. In deze achtergrondwaarde zijn alle voor de aanvang van het programma feitelijke emissies verdisconteerd, zoals blijkt uit de grootschalige concentratie en depositiekaarten Nederland (GCN en GDN).
Deze emissies hebben al voor de aanvang van het programma plaatsgevonden en hebben als uitgangspunt gediend voor de passende beoordeling. Voor de depositie als gevolg van deze emissies is daarom geen ontwikkelingsruimte nodig.
De aangevraagde activiteit veroorzaakt stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden met habitattypen en soorten die negatief worden beïnvloed door een overmaat aan stikstofdepositie. Door de maatregelen in de PAS is het mogelijk om voor deze activiteit een vergunning te verlenen. Bij het verlenen van deze toestemming baseren wij ons op de passende beoordeling die voor de PAS is opgesteld. De conclusie van de passende beoordeling van het programma 2015-2021 is dat kan worden uitgesloten dat de natuurlijke kenmerken van de in het programma opgenomen Natura 2000 gebieden worden aangetast. Deze conclusie is kort samengevat gebaseerd op: •
het oordeel in de gebiedsanalyse voor elk Natura 2000-gebied opgenomen binnen de PAS dat er wetenschappelijk gezien geen twijfel is dat met het beschikbaar stellen van ontwikkelingsruimte en depositieruimte voor economische ontwikkelingen met de PAS de instandhoudingsdoelstellingen voor de voor stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten op termijn worden gehaald en dat behoud is geborgd;
•
een beoordeling van de ontwikkeling van de stikstofdepositie, waarbij sprake is van een vermindering van de depositie ten opzichte van de situatie zonder de PAS;
•
de vaststelling dat de PAS voldoet aan de voorwaarden die verzekeren dat het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden niet in gevaar komt;
•
de vaststelling dat de PAS, in het geval dat nieuwe inzichten of ontwikkelingen daartoe aanleiding geven op basis van adequate monitoring, tijdig kan worden bijgesteld.
Met onze instemming met het Programma aanpak stikstof 2015-2021 hebben wij ook ingestemd met bovenstaande conclusie van de passende beoordeling van dit programma.
De claim op ontwikkelingsruimte hebben wij getoetst aan de Beleidsregel toedeling ontwikkelingsruimte PAS segment 2 Noord-Brabant (inclusief de eerste en tweede wijzigingsregeling) (verder: de beleidsregel PAS). Wij hebben vastgesteld dat de gevraagde ontwikkelingsruimte de maximaal beschikbare ontwikkelingsruimte binnen de (PAS-)periode niet overschrijdt en dat op de zeer kwetsbare habitattypen zoals opgenomen in de beleidsregel PAS geen ontwikkelingsruimte benodigd is.
ODBN, 28 september 2016 Kenmerk Z/011020/35896
10
We hebben vastgesteld dat aan de beleidsregel PAS wordt voldaan. De gevraagde ontwikkelingsruimte is beschikbaar en kan worden toebedeeld. De beoogde ontwikkeling moet, in overeenstemming met de beleidsregel PAS, binnen twee jaar nadat dit besluit onherroepelijk is geworden, zijn gerealiseerd. Mocht dit niet het geval zijn dan kunnen wij de vergunning intrekken overeenkomstig de beleidsregel PAS. Voor de leefgebieden van beschermde vogel- en habitatrichtlijnsoorten in de Natura 2000-gebieden 'Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen', ‘Zouweboezem’ en 'Rijntakken' is op basis van de
passende beoordeling van de PAS voldoende onderbouwd dat mogelijk significant negatieve
effecten, wat betreft stikstofdepositie, op de leefgebieden van soorten kunnen worden uitgesloten.
De stikstofdepositie op het beschermde natuurmonument 'Eendennest' neemt in de aangevraagde situatie toe ten opzichte van de uitgangssituatie. Ten opzichte van de gerealiseerde afname van stikstofdepositiebelasting van de gebieden, zal een eventuele geringe toename van de stikstofdepositie door het beoogde project de wezenlijke kenmerken van het beschermde natuurmonument 'Eendennest' niet aantasten. De beoogde situatie wordt voor de beschermde natuurmonumenten 'Hildsven' en 'Kooibosje Terheijden' in zijn geheel beoordeeld, waarbij op basis van artikel 3, lid 1, aanhef en onder b, van de Beleidsregel stikstof en beschermde natuurmonumenten Noord-Brabant (hierna: de Beleidsregel) de gemelde situatie zoals deze gold op 7 december 2004 als uitgangssituatie wordt betrokken. Op grond van artikel 4 van de Beleidsregel achten wij dat er geen sprake is van schadelijke handelingen als gevolg van stikstofdepositie voor deze beschermde natuurmonumenten aangezien de toename van stikstofdepositie maximaal 0,05 mol N/ha/jr bedraagt ten opzichte van de uitgangssituatie. Uit de aanvraag blijkt dat er, naast de effecten van stikstof, geen andere negatieve effecten te verwachten zijn die de natuurlijke kenmerken van de diverse beschermde gebieden kunnen aantasten.
3.6 Conclusie Op grond van bovenstaande beoordeling concluderen wij dat bij toedeling van ontwikkelingsruimte de aangevraagde activiteit, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, niet kan leiden tot
verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de Natura
2000-gebieden 'Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen', 'Ulvenhoutse Bos', 'Zouweboezem' en 'Rijntakken' en geen significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor deze gebieden zijn aangewezen en geen schadelijke gevolgen heeft voor de beschermde natuurmonumenten 'Eendennest', 'Hildsven', en 'Kooibosje Terheijden'. Wij hebben op grond van artikel 16 en 19d van de Nbw 1998 geen bedenkingen tegen de gevraagde activiteiten.
ODBN, 28 september 2016 Kenmerk Z/011020/35896
11
Bijlage 1: AERIUS Register: verschilberekening en toedeling ontwikkelingsruimte (kenmerk RQBnDbilRuZ9) Bijlage 2: AERIUS-verschilberekening beschermde natuurmonumenten (kenmerk: RRQCQKBMvGZr)
ODBN, 28 september 2016 Kenmerk Z/011020/35896
12
AERIUSH CALCULATOR Dit document bevat resultaten van een stikstofdepositieberekening met AERIUS Calculator. U kan dit document gebruiken voor de onderbouwing van depositie onder de drempelwaarde (0.05 mol/ha/j) in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998, afhankelijk van de door u gekozen rekeninstellingen.
De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en stikstofoxide (NOx), of één van beide. Hiermee is de depositie van de activiteit berekend en uitgewerkt. Op basis van de gekozen rekeninstellingen zijn de resultaten op Natura 2000-gebieden, als wel voor overige natuurgebieden inzichtelijk gemaakt.
Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdfdan in de Calculator. Voor meer toelichting verwijzen we u naar de websites www.aerius.nlpas.natura2000.nl.
Berekening 2004
> Kenmerken
* Emissie > Depositie natuurgebieden > Depositie habitattypen
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een
bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. RRQCQKBMvGZr(15 december 2015)
pagina 1/21
Berekening voor eigen gebruik
AERIUSH CALCULATOR Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
10.2.e
10.2.e
Omschrijving
PAS melding
Datum berekening
Rekenjaar
15 december 2015,15:26
2015
Rekeninstellingen
Berekend voor Nb-wet.
Totale emissie
Situatie i
Situatie 2
Verschil
1.697,30 kg/j
4.585,00 kg/j
2.887,70 kg/j
NOx
NH3
Depositie Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j)
Toelichting
Berekening voor eigen gebruik
Natuurgebied
Provincie
Loonse en Drunense Duinen O Leemkuilen
Noord-Brabant
Situatie i
Situatie 2
Verschil
o,45
1,24
+ 0,79
NB verugnning. volledig benutten dierplaatsen in bestaande stal.
2004
Beoogd
RRQCQKBMvGZr(15 december 2015) pagina 2/21
Berekening voor eigen gebruik
AERIUSB CALCULATOR
Fë '
Locatie 2004
1
ll
N200
II
; - 24
*
B"f=da
1286 8
——oom I
8e
I—
Emissie (per bron)
Naam
Locatie (X,Y)
2004
Uitstoothoogte Warmteinhoud
NH3
1
Berekening voor eigen gebruik
Dier
RAV code
Omschrijving
m
A 3.100
2004
Beoogd
Jongvee 124049,400504 1,5 m 0,0 mw 1-697.30 kg/j
J
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) (Overig)
77 NH3
4,400
338,80 kg/j
A 1.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) (Overig)
110
13,000
1.430,00 kg/j
PAS 2015.08 -01
Beweiden ten minste 720 uur in een kalenderjaar- 5% emissiereductie
NH3
NH3
1.358,50 kg/j
RRQCQKBMvGZr(15 december 2015) pagina 3/21
Berekening voor eigen gebruik
AERIUSB CALCULATOR I
Locatie Beoogd
L
i
7-
En ।
I
e l
ë
,
a
N260
I ■I
ie
F
-
10Dxg
5
11.
iE
"*416,
T"' MP
Emissie (per bron)
T Locatie (X,Y)
Melk en kalfkoeien 124089,400538
Uitstoothoogte
1,5 m
Warmteinhoud
0,0 mw
NH3
3.334,50 kg/j
Naam
Beoogd
1
6. 509 m
ƒ
J
Dier
RAV code
Omschrijving
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
m
A 1.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) (Overig)
270
NH3
13,000
3.510,00 kg/j
PAS
Beweiden ten minste 720 uur in een kalenderjaar- 5% emissiereductie
2015.08
NH3
3.334,50 kg/j
-01
Berekening voor eigen gebruik
2004
Beoogd
RRQCQKBMvGZr(15 december 2015)
pagina 4/21
Berekening voor eigen gebruik
AERIUSB CALCULATOR
Naam
Jongvee
Locatie (X,Y)
124049,400504
Uitstoothoogte
1,5 m 0,0 mw 1.17L3O kg/j
Warmteinhoud
NH3
1
J
Dier
RAV code
Omschrijving
m
A 3.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) (Overig)
182
A 1.100
PAS 2015.08 -01
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
NH3
4,400
800,80 kg/j
overige huisvestingssystemen (Rundvee; melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar) (Overig)
30 NH3
13,000
390,00 kg/j
Beweiden ten minste 720 uur in een kalenderjaar- 5% emissiereductie
NH3
Naam
Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud
NH3
1
Berekening voor eigen gebruik
RAV code
Omschrijving
m
A 3.100
overige huisvestingssystemen (Rundvee; vrouwelijk jongvee tot 2 jaar) (Overig)
Beoogd
Eenlingboxen 124062,400540 1,5 m 0,0 mw 79.20 kg/j
-
Dier
2004
370,50 kg/j
Aantal Stof dieren
Emissiefactor (kg/dier/j)
Emissie
NH3
4,400
79,20 kg/j
18
RRQCQKBMvGZr(15 december 2015) pagina 5/21
Berekening voor eigen gebruik
AERIUSB CALCULATOR Depositie natuur gebieden
MHALMHMIH
Nfi
$
kte
A
Maa sslu $
9
Rotlerdam
L F Wa 1;
N
Spjkeroo
[Himhasn
iommebdK-afscrp Hmrh"g-K-um -------HpLrvH-Dhp
Q
Q""6""
Made
Br
Siesbsyen Oknboch I
U0
Roosendaal
Hontr
Lden
0
Eoekel
1V 1
2
A
db Znom
JU
OsS Heesch
Vuught
2d--
Brabim
I
Zaitbiomina /
Dordrech
_,s
Tel
Q
A
•-
54
2-%
— Culembe n9
()alurt $
Vg‘
3
Ouschot
Helmo id
Ra $ NaSSA '
Endhoven
$
---2
Bindol
A5N
• alkeneweard
Eengpeijk Ea ntsaa
1e
9
projectverschil (Looinse ©Hoogste en Drunense Duinen & Leemkuilen)
$ Hoogste projectverschil per natuurgebied
Im o MMeert L J
1
Ha bitatrichtlijn Vogel richtlijn Beschermd natuurgebied
Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn
Habitatrichtlijn, Beschermd natuurgebied
Vogelrichtlijn, Beschermd natuurgebied Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Beschermd natuurgebied
Berekening voor eigen gebruik
2004
Beoogd
RRQCQKBMvGZr(15 december 2015)
pagina 6/21
Berekening voor eigen gebruik
AERIUSB CALCULATOR Depositie PASgebieden
Berekening voor eigen gebruik
Natuurgebied
OverschrijdingKDW
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
Situatie i
Situatie 2
Verschil
Hoogste depositie Situatie 2 (mol/ha/i)
Loonse en Drunense Duinen 8 Leemkuilen
0,45
1,24
+ 0,79
1,24
O
Langstraat
0,28
0,76
+ 0,48
0,76
O
Ulvenhoutse Bos
0,22
o,59
+ o,37
o,59
O
Regte Heide 8 Riels Laag
0,15
0,41
+ 0,26
0,41
O
Kampina 8 Oisterwijkse Vennen
>0,05
0,22
+ 0,17
0,26
O
Vlijmens Ven, Moerputten 8 Bossche Broek
0,09
0,25
+ 0,16
0,25
O
Lingegebied 8 Diefdijk-Zuid
0,07
0,19
+ 0,12
0,19
Kempenland-West
0,07
0,18
+ 0,11
0,18
O
Biesbosch
0,06
0,15
+ 0,10
0,15
O
Loevestein, Pompveld 8 Kornsche Boezem
>0,05
0,14
+ 0,09
0,14
O
Zouweboezem
0,05
0,13
+ 0,08
0,13
o
Rijntakken
0,04
0,11
+ 0,07
0,11
O
Kolland 8 Overlangbroek
0,02
0,06
+ 0,04
0,06
O
Brabantse Wal
0,02
>0,05
+ 0,03
>0,05
O
2004
Beoogd
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/i)
o
RRQCQKBMvGZr(15 december 2015) pagina 7/21
AERIUSB CALCULATOR
Berekening voor eigen gebruik
(2) Geen overschrijding
Wel overschrijding
© Ontwikkelingsruimte beschikbaar' €3 Geen ontwikkelingsruimte beschikbaar
Deze uitkomst wordt niet meegenomen in de toetsing aan de Nb-wet. Bij de toetsing aan de NB-wet gaat het om de relevante hexagonen waarvoor ontwikkelingsruimte is gereserveerd.
**
Berekening voor eigen gebruik
Bij beoordeling van een vergunningaanvraag in het kader van de Nb-wet wordt vastgesteld of er voldoende ontwikkelingsruimte beschikbaar is en of dat significante verslechtering uitgesloten kan worden.
2004
Beoogd
RRQCQKBMvGZr(15 december 2015)
pagina 8/21
Berekening voor eigen gebruik
AERIUSB CALCULATOR Depositie per habitattype
Loonse en Drunense Duinen 8 Leemkuilen Habitattype
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j)
OverschrijdingKDW
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
Situatie i
Situatie 2
Verschil
H9190 Oude eikenbossen
o,45
1,24
+ o,79
O
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,31
o,86
+ o,54
O
H2330 Zandverstuivingen
0,32
o,86
+ o,54
O
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,24
0,66
+ 0,42
O
H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0,19
0,52
+ o,33
O
H91 EoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,19
0,52
+ 0,33
O
Langstraat Habitattype
Berekening voor eigen gebruik
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j)
OverschrijdingKDW
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
Situatie i
Situatie 2
Verschil
H3140hz Kranswierwateren, op hogere zandgronden
0,28
0,76
+ 0,48
O
H6410 Blauwgraslanden
0,28
0,76
+ 0,48
o
H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
0,28
o,75
+ o,47
o
H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden)
0,27
0,74
+ 0,47
O
H3140IV Kranswierwateren, in laagveengebieden
0,17
0,46
+ 0,29
ZGH7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
0,14
0,37
+ 0,23
o
H7230 Kalkmoerassen
0,13
0,36
+ 0,23
O
2004
Beoogd
o
O
RRQCQKBMvGZr(15 december 2015)
pagina 9/21
Berekening voor eigen gebruik
AERIUSB CALCULATOR
Ulvenhoutse Bos Habitattype
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j)
OverschrijdingKDW
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
Situatie i
Situatie 2
Verschil
H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0,22
0,59
+ o,37
O
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,22
o,59
+ o,37
O
H91 EoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,21
0,56
+ 0,36
O
Regte Heide 8 Riels Laag Habitattype
Berekening voor eigen gebruik
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j)
OverschrijdingKDW
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
Situatie i
Situatie 2
Verschil
H4030 Droge heiden
0,15
0,41
+ 0,26
O
H3160 Zure vennen
0,09
0,29
+ 0,20
O
H91 EoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,11
0,30
+ 0,19
O
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,11
0,30
+ 0,19
O
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,10
0,27
+ 0,17
O
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,09
0,25
+ 0,16
O
ZGH3130 Zwakgebufferde vennen
0,08
0,22
+ 0,14
O
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,06
0,16
+ 0,10
O
2004
Beoogd
RRQCQKBMvGZr(15 december 2015) pagina 10/21
Berekening voor eigen gebruik
AERIUSB CALCULATOR
Kampina 8 Oisterwijkse Vennen Habitattype
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/i)
OverschrijdingKDW
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
Situatie i
Situatie 2
Verschil
H3160 Zure vennen
>0,05
0,22
+ 0,17
O
ZGH3160 Zure vennen
0,10
0,26
+ 0,17
O
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,08
0,21
+ 0,13
O
H4030 Droge heiden
0,04
0,15
+ 0,12
O
H91 EoC Vochtige alluviale bossen
0,07
0,18
+ 0,11
O
H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,04
0,15
+ 0,11
O
H4010A Vochtige heiden (hogere
0,07
0,18
+ 0,11
O
H9190 Oude eikenbossen
>0,05
0,15
+ 0,09
O
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,05
0,13
+ 0,08
O
H6410 Blauwgraslanden
0,05
0,13
+ 0,08
4
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,05
0,13
+ 0,08
O
H3110 Zeer zwakgebufferde vennen
0,04
0,11
+ 0,07
O
H7210 Galigaanmoerassen
0,04
0,11
+ 0,07
O
H2330 Zandverstuivingen
0,03
0,08
+ 0,05
O
(beekbegeleidende bossen)
zandgronden)
Berekening voor eigen gebruik
2004
Beoogd
RRQCQKBMvGZr(15 december 2015) pagina 1/21
Berekening voor eigen gebruik
AERIUSB CALCULATOR
Vlijmens Ven, Moerputten 8 Bossche Broek Habitattype
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j)
OverschrijdingKDW
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
Situatie i
Situatie 2
Verschil
ZGH3140hz Kranswierwateren, op hogere zandgronden
0,09
0,25
+ 0,16
O
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,08
0,21
+ 0,13
O
H3140hz Kranswierwateren, op hogere zandgronden
0,07
0,20
+ 0,13
O
H6410 Blauwgraslanden
0,07
0,20
+ 0,13
O
H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen)
>0,05
0,14
+ 0,09
O
Lingegebied 8 Diefdijk-Zuid Habitattype
Berekening voor eigen gebruik
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j)
OverschrijdingKDW
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
Situatie i
Situatie 2
Verschil
H9999:70 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische aangewezen type (H7230)
0,07
0,19
+ 0,12
O
H91 EoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
>0,05
0,14
+ 0,09
O
H91 EoB Vochtige alluviale bossen (esseniepenbossen)
0,05
0,12
+ 0,08
o
H7230 Kalkmoerassen
0,03
0,09
+ >0,05
O
2004
Beoogd
RRQCQKBMvGZr(15 december 2015)
pagina 12/21
Berekening voor eigen gebruik
AERIUSB CALCULATOR Kempenland-West Habitattype
Berekening voor eigen gebruik
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/i)
OverschrijdingKDW
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
Situatie i
Situatie 2
Verschil
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,07
0,18
+ 0,11
O
H4030 Droge heiden
0,07
0,18
+ 0,11
O
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
>0,05
0,15
+ 0,09
O
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
>0,05
0,14
+ 0,09
O
H91 EoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,03
0,12
+ 0,09
O
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,05
0,13
+ 0,08
O
H3160 Zure vennen
0,04
0,12
+ 0,08
o
ZGH91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,04
0,10
+ 0,06
O
ZGH3130 Zwakgebufferde vennen
0,03
0,09
+ 0,06
O
H6410 Blauwgraslanden
0,02
0,06
+ 0,04
O
2004
Beoogd
RRQCQKBMvGZr(15 december 2015) pagina 13/21
Berekening voor eigen gebruik
AERIUSB CALCULATOR
Biesbosch Habitattype
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j)
Situatie i
Situatie 2
Verschil
H91 EoB Vochtige alluviale bossen (esseniepenbossen)
0,06
0,15
+ 0,10
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,03
0,07
+ 0,04
H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)
0,02
0,07
+ 0,04
H6120 Stroomdalgraslanden
0,02
>0,05
+ 0,03
OverschrijdingKDW
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
O
o
Loevestein, Pompveld 8 Kornsche Boezem Habitattype
Berekening voor eigen gebruik
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j)
OverschrijdingKDW
Situatie i
Situatie 2
Verschil
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
>0,05
0,14
+ 0,09
ZGH315obaz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
0,05
0,13
+ 0,08
o
H315obaz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
0,04
0,11
+ 0,07
o
ZGH6120 Stroomdalgraslanden
0,03
0,09
+ 0,06
H6120 Stroomdalgraslanden
0,03
0,08
+ >0,05
2004
Beoogd
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
O
O O
RRQCQKBMvGZr(15 december 2015) pagina 14/21
Berekening voor eigen gebruik
AERIUSB CALCULATOR
Zouweboezem Habitattype
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j)
OverschrijdingKDW
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
Situatie i
Situatie 2
Verschil
Lg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,05
0,13
+ 0,08
O
Lgo3 Zwakgebufferde sloot
0,03
0,07
+ 0,05
O
Rijntakken Habitattype
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j)
OverschrijdingKDW
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
Situatie i
Situatie 2
Verschil
H315obaz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
0,04
0,11
+ 0,07
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,03
0,07
+ 0,05
O
H6120 Stroomdalgraslanden
0,02
0,06
+ 0,04
o
H91Fo Droge hardhoutooibossen
0,02
0,06
+ 0,03
O
Kolland 8 Overlangbroek Habitattype
H91 EoC Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j)
Situatie i
Situatie 2
Verschil
0,02
0,06
+ 0,04
OverschrijdingKDW
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
O
Brabantse Wal Habitattype
H3160 Zure vennen
Berekening voor eigen gebruik
2004
Beoogd
Hectare met hoogste projectverschil (mol/ha/j)
Situatie i
Situatie 2
Verschil
0,02
>0,05
+ 0,03
OverschrijdingKDW
Ontwikkelingsruimte beschikbaar
O RRQCQKBMvGZr(15 december 2015)
pagina 15/21
AERIUSB CALCULATOR
Berekening voor eigen gebruik
(2) Geen overschrijding
Wel overschrijding
© Ontwikkelingsruimte beschikbaar' €3 Geen ontwikkelingsruimte beschikbaar
Deze uitkomst wordt niet meegenomen in de toetsing aan de Nb-wet. Bij de toetsing aan de NB-wet gaat het om de relevante hexagonen waarvoor ontwikkelingsruimte is gereserveerd.